AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. commissie Ruimte en Wonen 16 mei 2022
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen commissie Ruimte en Wonen 16 mei 2022 per agendapunt. ☐ 3.
Rondvraag.
A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag: In de commissievergadering van 11 april 2022 heeft wethouder Groothuis toegezegd dat er een tussentijdse mededelingenbrief komt over de stand van zaken Droompark Bad Hoophuizen zodra hij de benodigde informatie ontvangen heeft. Aan deze toezegging is nog niet voldaan. Wat is de stand van zaken? Voldoet Droompark Bad Hoophuizen aan het bestemmingsplan? Antwoord: Deze blijft overeind, zodra ik de benodigde informatie, vanuit Droomparken, ontvangen heb wordt u geïnformeerd.
☐6a. Afgifte (ontwerp) Verklaring van geen bedenkingen Brinkersweg 2 in Nunspeet. Over dit agendapunt zijn geen schriftelijke vragen gesteld. ☐6b.
Principeverzoek Bovenweg 87 in Nunspeet.
A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Aan het realiseren van een nieuwe verharde inrit worden voorwaarden verbonden. Een van de voorwaarden is dat rekening wordt gehouden met de bomen en de bijzondere waarde van de houtwal en gezocht wordt naar een situering waarbij de houtwal niet dan wel het minst wordt aangetast. Betekent rekening houden met de bomen dat er geen bomen mogen worden gekapt? Antwoord: Nee, maar wel zo min mogelijk. Vraag 2: Het college stelt voor geen medewerking te verlenen aan de realisatie van een camping omdat het gebied hier landschappelijk minder geschikt voor wordt geacht. Waarom minder geschikt en niet ongeschikt? Er is immers sprake van open weidegebied. Antwoord: Dit is een woordkeuze. Als altijd alles moet blijven zoals het is kan er nooit iets ontwikkeld worden. We zijn van mening dat een camping op een andere plek in onze gemeente minder belastend kan zijn dan op deze plek. Vraag 3: In de samenvatting wordt gesproken over het zo spoedig mogelijk en het voor 1 oktober 2022 indienen van aanvragen. Wat is de reden voor deze termijnen? Antwoord: Dit initiatief loopt al geruime tijd en er is al veel voorwerk gedaan zodat deze termijn goed haalbaar moet zijn.
P.V. van Rossen (Gemeentebelang) Vraag 1: Het niet verlenen van medewerking vaan de realisatie van de camping wordt onderbouwd doordat het landschap minder geschikt wordt geacht. Dit is erg summier. Kan het college deze onderbouwing nader toelichten? Antwoord: Een camping kan een behoorlijke impact hebben op de omgeving, zowel in het landschap als geluid en daarom denken wij dat er plekken zijn die zich hier beter voor lenen. Vraag 2: Als voorwaarde voor medewerking wordt van de initiatiefnemer een ondernemersplan gevraagd vóór 1 oktober. Is dit een realistische termijn? Antwoord: Ja, gezien het voorwerk dat al is gedaan. ☐6c.
Vaststellen bestemmingsplan Beekhuizen-Hoekerd.
Over dit agendapunt zijn geen schriftelijke vragen gesteld. ☐6d.
Afsluiting Oosteinderweg.
A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Inleidende opmerking: Het College is van mening dat een opheffing van de afsluiting van de Oosteinderweg voor gemotoriseerd verkeer op dit moment zich niet verdraagt met bij een aantal omwonenden opgewekt vertrouwen en met de gewijzigde verkeerssituatie die ontstaat door realisering van het IKC. Daarover de volgende vragen: Vraag 1: Is het bij een aantal omwonenden opgewekt vertrouwen gebaseerd op een toezegging/uitspraak van de gemeente? Zo ja, hoe luidt deze? Antwoord: Er is met een aantal omwonenden gesproken ten tijde van de beoogde realisatie van de oostelijke rondweg. Onder andere om mogelijke bezwaren voor het aanleggen van de rondweg weg te nemen. Naast de vergunningsvoorwaarde voor het in gebruik nemen van de rondweg is ook de afsluiting van de Oosteinderweg besproken. Vraag 2: Wanneer zal het IKC gerealiseerd zijn? Antwoord: Naar verwachting tweede kwartaal 2024.
Vraag 3: In het op 12 april 2021 besproken commissievoorstel werd naast de ontwikkeling rond het IKC ook de ontwikkeling rond de Wiltsangh als reden aangevoerd om de afsluiting van de Oosteinderweg niet op te heffen. De Wiltsangh wordt nu niet meer genoemd. Waarom niet? Antwoord: Met de bouw van het nieuwe zwembad met sport en turnhal op De Wiltsangh is de verkeerssituatie gewijzigd. Om het bouwverkeer niet door de wijk te laten gaan is de Sportlaan halverwege geblokkeerd voor doorgaand gemotoriseerd verkeer. Er is al voorgesorteerd op fietsen en wandelen vanuit de wijk en gemotoriseerd verkeer via de oostelijke rondweg. P.V. van Rossen (Gemeentebelang) Vraag 1: In het voorstel is te lezen dat opheffing van de afsluiting ‘zich niet verdraagt met bij een aantal omwonenden opgewekt vertrouwen’. Dit is enigszins cryptisch. Kan het college deze zinssnede nader toelichten? Zijn er toezeggingen gedaan naar omwonenden betreffende het in stand houden van de afsluiting en zo ja, welke? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 1 bij PvdA/GroenLinks. Inleidende opmerking: In het voorstel staat een kostenpost van € 40.000 genoemd voor verdere noodzakelijke onderzoeken. Vraag 2: Klopt het dat een deel van de in het rapport genoemde onderzoeken met betrekking op ecologie waarschijnlijk niet noodzakelijk zijn? Antwoord: Nee, de voorgestelde onderzoeken moeten in beginsel uitgevoerd worden.
De afsluiting Oosteinderweg is als voorwaarde opgenomen voor het openen van de oostelijke rondweg. Mochten we de Oosteinderweg weer open willen stellen dan moeten we daar onderzoeken voor uitvoeren. Misschien dat er vanaf de sluiting andere regelgeving is ontstaan of dat de uitkomsten van de onderzoeken anders aantonen, maar voorlopig gaan wij uit van noodzakelijke onderzoeken. Vraag 3: Waar is de kostprijs van het draagvlakonderzoek op gebaseerd? Antwoord: Op eerdere opgevraagde offertes. Het is een uitgebreid draagvlakonderzoek omdat het niet alleen aanwonenden betreft. Verkeer laat zich moeilijk sturen. Wij zijn daarom van mening dat het een uitgebreid draagvlakonderzoek onder verkeersdeelnemers moet zijn. Vraag 4: Welke gegevens zijn nog beschikbaar en bruikbaar vanuit de oude situatie (dus vóórdat de afsluiting ingesteld is).
Antwoord: Het betreft een nieuwe situatie met ook de ingebruikname van bedrijventerrein De Kolk en de revitalisering van sportpark De Wiltsangh. De onderzoeken zoals genoemd in de rapportage van Tauw moeten in beginsel worden uitgevoerd wanneer de Oosteinderweg wordt opengesteld. Vraag 5: In de vergadering van april 2021 heeft de commissie uitgesproken graag een voorverkenning te zien waarin de mogelijke realisatie van het IKC al is meegenomen. Dat is vooralsnog niet gebeurd, waarom niet? Antwoord: Er is een verkennend onderzoek naar de verkeerskundige effecten van een heropenstelling van de Oosteinderweg uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat de Oosteinderweg om verkeerskundige redenen niet afgesloten hoeft te blijven (uitgezonderd vrachtverkeer). Mocht u van mening zijn dat de noodzakelijke onderzoeken voor openstelling uitgevoerd moeten worden dan maakt de inpassing van het IKC daar onderdeel van uit. ☐6e.
Evaluatie gemeentelijk woonbeleid.
C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag 1: Welke leerpunten heeft het college uit het onderzoek gehaald en worden opgepakt? Op welke wijze zien wij dat als raad terug? Antwoord: Zoals op de laatste pagina, van het commissiestuk, staat beschreven en een nog betere evaluatie van bv de woonvisie. Het evalueren en bijstellen van de woonvisie gebeurd in de commissie en raad. Vraag 2: Hoe gaat het college de kennisachterstand voor de raad die genoemd wordt verbeteren? Antwoord: Naast wat ik al genoemd heb bij het vorige antwoord, zullen we ook moeten accepteren dat de raad een kennisachterstand heeft bij de mensen die er dagelijks mee werken. Vraag 3: Wij horen graag wanneer de woonzorgvisie naar de commissie komt. Antwoord: Het streven is derde kwartaal 2022. Vraag 4: Waar zien wij de aanbevelingen uit 2018 terug en hoe gaat het college dit toepassen? Antwoord: Kunt u dit toelichten want ik begrijp niet welke u bedoelt. Vraag 5: Gemeentebelang ziet graag de prestatieafspraken op de agenda om deze voor het vaststellen te bespreken.
Antwoord: Dat is een vraag die niet met dit agendapunt te maken heeft, maar een wens is van Gemeentebelang. A. Harteveld (ChristenUnie) Vraag 1: De gemeente zet verschillende gelden in om te kunnen sturen in het woondomein (bijlage 4, blz. 4, punt 7): o Starterslening o Gewoon gemak o Toekomstbestendig wonen lening. Kunnen we een overzicht krijgen hoeveel er van deze mogelijkheden gebruik is gemaakt het afgelopen jaar? Antwoord: Zodra dit overzicht beschikbaar is wordt u geïnformeerd. ☐6f.
Meerjaren Perspectief Grondexploitatie 2022.
C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag 1: Waarom wordt ons grondbeleid niet in samenhang met ons woonbeleid aangeboden? Is dit mogelijk? Graag een toelichting. Antwoord: De afspraken zijn dat het MPG wordt behandeld in de maand voor de behandeling van de jaarrekening. Het betreft een overzicht van het afgelopen jaar. Dit is niet het grondbeleid, dit beleid wordt apart één keer in de vier jaar besproken en vastgesteld. Het woonbeleid wordt besproken met de woonvisie. Vraag 2: Er worden verschillende nota's in verschillende jaren herzien. Kunnen deze in 1x herzien worden? Antwoord: Nee ook gezien de hoeveelheid werk voor de raadsleden is het in mijn beleving beter dit te spreiden. Vraag 3: In het kopje programmering staan wat zaken waar wij vragen over hebben: Waar komt de rest van de sociale huurwoningen tot €763 die tot 2025 gebouwd gaan worden en is bekend hoe de verdeling tussen de verschillende prijscategorieën binnen de sociale huur wordt? Deze vraag geldt ook voor de woningen tot €215.000. Antwoord: Dat is op dit moment niet bekend en de verschillende categorieën zullen worden besproken bij het herzien van de woonvisie. Vraag 4: Inwoners van Vierhouten gaven aan dat er op de bouwlocatie Elspeterbosweg van alles de grond is ingegaan, o.a. asbest. Was dit bekend of is dit nagevraagd zodat er een beter beeld is voordat ontwikkeling plaatsvindt?
Antwoord: Op basis van het uitgevoerde “Verkennend bodemonderzoek & verkennend en nader asbest in grondonderzoek” was bekend dat er asbest is aangetroffen. Gezien de uitkomsten van dit onderzoek was geen nader onderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek dient verplicht te worden uitgevoerd voorafgaand aan het in procedure brengen van het bestemmingsplan. Bij het bouwrijp maken werd op meer plaatsen asbest aangetroffen. Daarop is aanvullend onderzoek uitgevoerd en aan de hand van dit aanvullende onderzoek wordt de asbest verwijderd. Vraag 5: Kan ons uitgelegd worden wat er onder plankosten verstaan wordt en waarom die juist ook kunnen mee of tegenvallen? Antwoord: De definitie is: de kosten die gelieerd zijn aan de planvorming van ruimtelijke ontwikkeling en maken deel uit van de grondexploitatie. Hierbij valt te denken aan de kosten voor het maken van de (gemeentelijke) plannen en de planbegeleiding. Deze kosten kunnen afhankelijk van de situatie mee of tegenvallen. Vraag 6: Lezen wij het juist dat het bedrijventerrein in Elspeet 7 ha beslaat en dat er 2.9 als bedrijventerrein uitgegeven gaat worden? Graag een toelichting. Antwoord: Dat is juist. Op pagina 24 onder het kopje programma staat de toelichting. Vraag 7: Als we ons goed herinneren is er op Molenbeek al eens fors afgeschreven en kwam dat uit de algemene reserve. Nu er winst is gaat dit naar de GREX.
Graag een toelichting hierop. Antwoord: De tussentijdse winstnemingen (zoals ook bij Molenbeek) worden inderdaad als eerste toegevoegd aan de reserve grondexploitatie. In de nota reserves en voorzieningen, bij de reserve grondexploitatie is ook aangegeven dat deze (tussentijdse) winst nog niet definitief is omdat het project nog niet is afgesloten. Het is daarom ook aanbevolen deze bedragen nog niet te onttrekken aan deze reserve en bij het bepalen van het plafondbedrag wordt hiermee ook rekening gehouden. Als het project is afgesloten maakt het project geen onderdeel meer uit van de plafondbedragberekening en zal het bedrag boven plafond worden toegevoegd aan de algemene reserve. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Gemeld wordt dat een meer zuivere systematiek voor het berekenen van de Percentage of Completion (POC) wordt gehanteerd. Twee vragen: Vraag 1: Waarom is daar voor gekozen? Antwoord: De POC-methode is de methode zoals de BBV-voorschriften voorschrijven. Dit is conform de notitie grondexploitatie, zoals door de commissie BBV in juli 2019 is aanbevolen.
Vraag 2: Waarom is de systematiek meer zuiver? Antwoord: In het commissievoorstel staat dat bij grondexploitatie De Kolk deze systematiek meer zuiver is toegepast. Hiermee wordt bedoeld dat deze systematiek meer zuiver is toegepast dan de winstberekening van vorig jaar. Financieel technisch gezien bestaat De Kolk uit drie onderdelen (gemeentelijk deel, facilitaire deel en GPS deel). Bij de berekening van de winstneming 2020 was hiermee niet rekening gehouden. Bij de winstneming 2021 is hiermee wel rekening gehouden, dus meer zuiver. ☐6g. Vaststellen bestemmingsplan ‘Parapluplan Onzelfstandige bewoning en Logies Arbeidsmigranten/Seizoensarbeiders e.a.’ C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag 1: Welke bevoegdheden komen met dit beleid bij het college te liggen, welke besluiten kunnen zij nemen? Waar staat de raad hierin? Antwoord: De besluiten over afwijking van het bestemmingsplan m.b.t. “Onzelfstandige Bewoning” in “woningen” is een bevoegdheid van het college van Burgemeester en Wethouders (zie artikel 4.1.2). De besluiten over afwijking van het bestemmingsplan m.b.t. “Logies voor arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a.” is een bevoegdheid van het college van Burgemeester en Wethouders (zie artikel 4.2.2). De besluiten over afwijken van het bestemmingsplan m.b.t.
“Logies voor arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a.” bij het plaatsen van woonunits en/of andere bouwwerken/gebouwen is een bevoegdheid van de gemeenteraad, indien er althans voor gekozen wordt om de procedure voor een partiële herziening van het bestemmingsplan te voeren. Indien er bij dergelijke plannen gekozen wordt voor een uitgebreide afwijkingsprocedure ex artikel 2.12, lid 1, onder a, 3⁰ Wabo dan is het college het bevoegde bestuursorgaan, maar dan dient de gemeenteraad wel een verklaring van geen bedenkingen te geven. Vraag 2: Hoe vaak kan de vergunning per 3 jaar verlengd worden? Antwoord: Er is bij voorbaat geen limiet gegeven aan de hoeveelheid verlengingen met maximaal 3 jaar. Wel is er elke drie jaar volgens dit systeem een evaluatiemoment / heroverwegingsmoment. Vraag 3: Zijn er parken in onze gemeente die in aanmerking komen voor grotere groepen arbeidsmigranten en welke zouden dat kunnen zijn? Valt de uitvoering van zo'n plan onder het programma Vitale vakantieparken? Wordt er gekeken naar het aantal inwoners in de kern of wijk ten opzichte van het aantal arbeidsmigranten wat in de omgeving gehuisvest kan worden?
Antwoord: Op dit moment komen er geen grote vakantieparken binnen de gemeente die in aanmerking voor het bieden van logies aan grotere groepen arbeidsmigranten. Indien op een later tijdstip blijkt dat er wel een groot vakantiepark in aanmerking komt voor het huisvesten van grote groepen arbeidsmigranten, dan zal een dergelijk plan ook raakvlakken hebben met het programma / project Vitale vakantieparken. Bij de huisvesting van arbeidsmigranten in woningen zijn criteria opgenomen die er voor moeten zorgen dat in een wijk een beperkt aantal woningen worden gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten (zie de regels m.b.t. de “onzelfstandige bewoning” van woningen, zie artikel 4.2.1, leden b, c, en d.; deze regels worden met de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan nog aangescherpt (zie de Zienswijzennota blz. 7 en 8). Vraag 4: Welke gevolgen heeft dit beleid als wij in juni over concepten met betrekking tot de woningnood gaan spreken als we kijken naar een idee om bijv. statushouders of inwoners uit de maatschappelijke opvang bij inwoners te laten wonen? Of bij inwoning of welk idee er ook (tijdelijk) mogelijk zou zijn? Antwoord: Het beleid met betrekking tot onzelfstandige bewoning van woningen wordt strenger vanwege de vaststelling van het onderhavige paraplubestemmingsplan.
Hierdoor zullen een aantal woningen niet meer gebruikt kunnen worden voor “onzelfstandige bewoning”. Hierdoor komt er meer ruimte om woningen te kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld statushouders e.d. Vraag 5: Hoeveel arbeidsmigranten zijn er nu in Nunspeet en waar zijn deze gehuisvest? Er zijn nemen wij aan locaties bekend. Vallen die onder dit beleid, of gaan zij er onder vallen? Antwoord: Volgens de Toelichting (blz. 16 en 17) van het bestemmingsplan zijn er tussen de 350 en 400 arbeidsmigranten werkzaam in de gemeente Nunspeet. Hiervan zijn circa 100 arbeidsmigranten gehuisvest binnen de gemeente Nunspeet. Vraag 6: Hoe wordt de raad geïnformeerd als er vergunningen verleend worden? Antwoord: Omgevingsvergunningen worden gepubliceerd in het huis-aan-huis blad “Nunspeter Koerier” en op het landelijke digitale blad “Gemeenteblad van de gemeente Nunspeet” op www.overheid.nl. Op overheid.nl kan een ieder een abonnement nemen op geplaatste gemeentelijke bekendmakingen die voor hun omgeving worden gepubliceerd, bijvoorbeeld binnen de gehele gemeente.
Vraag 7: Wordt er na het aanvragen van een vergunning ook streng gehandhaafd? Door wie gaan die kosten betaald worden? Kan dit bij diegene komen die ook de voordelen van de verhuur hebben? Antwoord: Indien de aanvragers van de vergunningen zich houden aan de bij de vergunningen gestelde voorwaarden hoeft er niet streng gehandhaafd worden. De kosten die met handhaving gemaakt moeten worden door de gemeente betaald. Dit is een wettelijke overheidstaak. Deze kosten kunnen niet verhaald worden.
Vraag 8: Wat is er mogelijk om alleen die arbeidsmigranten te huisvesten in onze gemeente die hier werkzaam zijn. Is hier bijvoorbeeld op te sturen met behulp van afspraken? Antwoord: De gemeente mag niet discrimineren op dit punt. De Europese Richtlijnen, en het Europese Verdrag, en de daarop gebaseerde jurisprudentie op dit punt, zijn hier duidelijk over. Wel kan door het maken van afspraken met aanvragers/initiatiefnemers veel bereikt worden op dit punt. A. Harteveld (ChristenUnie) Vraag 1: Aantallen arbeidsmigranten: a. Kan het college aangeven hoeveel arbeidsmigranten er in Nunspeet werken? b. En hoeveel er verblijven in Nunspeet? c. Heeft het college ook zicht op het aantal kinderen van arbeidsmigranten in Nunspeet? Antwoorden: a. Volgens de Toelichting van het bestemmingsplan (blz. 16) werken er tussen de 350 en 400 arbeidsmigranten te Nunspeet. b. Volgens de Toelichting van het bestemmingsplan (blz. 17) zijn er circa 100 arbeidsmigranten gehuisvest in Nunspeet. c. Het exacte zicht op het aantal kinderen van arbeidsmigranten die te Nunspeet verblijven is er (nog) niet. Maar, over het algemeen is onze indruk dat er weinig kinderen verblijven bij arbeidsmigranten die te Nunspeet verblijven. Vraag 2: Locaties: a. Heeft het college in beeld op welke locaties binnen Nunspeet arbeidsmigranten worden op gevangen? b.
Hoeveel daarvan kunnen 50 of meer arbeidsmigranten herbergen? c. Beschikken alle locaties i.v.m. mogelijke calamiteiten over een register dat met de gemeente is/wordt gedeeld? Antwoorden: a. Het college kent alleen die locaties te Nunspeet waar arbeidsmigranten logies wordt geboden waarvoor omgevingsvergunningen zijn verleend. b. Er is één locatie waar maximaal 50 arbeidsmigranten logies wordt geboden. c. Nog niet alle locaties waar arbeidsmigranten logies wordt geboden, hebben een verblijfsregister. Hierover kunnen nadere beleidsregels worden opgesteld nadat het onderhavige paraplubestemmingsplan is vastgesteld. Vraag 3: Specifieke gebruiksregels (pagina 36): Onder specifieke gebruiksregels noemt het college een aantal voorwaarden voor huisvesting van maximaal 5 personen, o.a. één bewoner per kamer en een verblijfsruimte van maximaal 12 m2 per persoon. Gelden deze voorwaarden ook voor locaties met meer dan 5 personen?
Antwoord: De specifieke gebruiksregels zoals genoemd op blz. 36, zijn regels voor de “onzelfstandige bewoning” van woningen voor o.a. arbeidsmigranten. Deze zelfde voorwaarden zijn niet van toepassing voor de logieslocaties voor arbeidsmigranten op andere locaties, en in andere gebouwen dan woningen. Daarvoor gelden andere regels en voorwaarden ( zie de artikelen 4.2.2.; 4.2.3; 4.2.4). Vraag 4: De arbeidsmigranten: a. Hoe verloopt de communicatie tussen arbeidsmigranten en gemeente? Zijn er bijvoorbeeld flyers in eigen taal waarin de arbeidsmigranten worden gewezen op hun rechten en plichten? b. Inclusieve samenleving: Op welke manier zijn individuele arbeidsmigranten of een klankbordgroep betrokken bij dit parapluplan? Antwoorden: a. De communicatiemiddelen tussen de gemeente en de arbeidsmigranten zijn nog niet zodanig uitgewerkt dat er flyers in de eigen taal zijn gemaakt. Deze praktische zaken kunnen in nadere beleidsregels worden uitgewerkt zodra het ruimtelijke ordeningskader is vastgesteld, om te beginnen met het onderhavige paraplubestemmingsplan. b. Bij het opstellen van het paraplubestemmingsplan is geen klankbordgroep van arbeidsmigranten betrokken geweest. Ook individuele arbeidsmigranten hebben niet meegewerkt aan de opgestelde regels. Inleidende opmerking vraag 5: Aanbevelingen Commissie Roemer ‘geen tweederangsburgers”.
De commissie Roemer heeft een gedegen rapport geschreven over de problematiek rond arbeidsmigranten op het gebied van registratie, arbeidsbemiddelingsbureaus, certificering, huisvesting etc. Landelijk heeft de coalitie een fors aantal opmerkingen overgenomen in het regeerakkoord. Ook de VNG heeft het rapport omarmd en de gemeenten aanbevolen de aanbevelingen van het rapport over te nemen. Vraag 5: Heeft het college kennisgenomen van dit rapport en de aanbevelingen, voor zover zij betrekking hebben op het handelen van de gemeente, overgenomen in dit plan? Antwoord: De opstellers van het onderhavige paraplubestemmingsplan kennen het rapport van de Commissie Roemer. Het voorstel is om eerst de ruimtelijke ordeningsregels volgens het onderhavige paraplubestemmingsplan vast te stellen en om daarna nadere beleidsregels vast te leggen waarin meer praktische zaken kunnen worden geregeld. Vraag 6: Basisregistratie: Kan het college aangeven hoe de registratie van arbeidsmigranten in Nunspeet verloopt en of het college daarbij tegen problemen aanloopt? Zo ja: welke? Antwoord: Arbeidsmigranten die kortdurend in Nederland verblijven, melden zich bij de Registratie Niet Ingezetenen (RNI); dan kunnen zij een Burgerservicenummer krijgen. De gemeente heeft geen zicht op degenen die zich in het RNI laten registreren.
Dus dat is een probleem, dat opgelost kan worden door afspraken te maken met o.a. diegenen die vergunningen voor logies bij de gemeente aanvragen.
Indien arbeidsmigranten langer dan vier maanden in Nederland verblijven moeten zij zich inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP). Dit inschrijven gebeurt bij de gemeente. Dus daarop heeft de gemeente wel zicht. In de hierboven genoemde nadere beleidsregels kunnen ook regels worden geformuleerd over de registraties. Dit moet nader worden uitgewerkt nadat het onderhavige paraplubestemmingsplan is vastgesteld.