CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. commissie Ruimte en Wonen 13 juni 2022

Commissie Ruimte en Wonen 13 juni 2022, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen (burgemeester, college en commissie)4.106 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht schriftelijke vragen commissie Ruimte en Wonen 13 juni 2022 per agendapunt. ☐ 3.

Rondvraag.

A.J. Timmerman(PvdA/GroenLinks) Vraag 1: In de Commissievergadering van 11 april jl. heeft wethouder Groothuis de toezegging gedaan dat er een tussentijdse mededelingenbrief komt over de stand van zaken Droompark Bad Hoophuizen, zodra hij de benodigde informatie ontvangen heeft. In de Commissievergadering van 16 mei jl. heeft de wethouder gemeld dat deze toezegging overeind blijft. Heeft Droompark Bad Hoophuizen inmiddels informatie aangeleverd? Zo ja, voldoet het park aan het bestemmingsplan? Zo nee, wat gaat de wethouder eraan doen om er voor te zorgen dat de informatie op korte termijn alsnog wordt aangeleverd? Antwoord: Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar de Mededelingenbrief van wethouder J. Groothuis van 10 juni 2022. Vraag 2: Het College heeft aan Nationaal Jachtschietcentrum Berkenhorst vergunning verleend om op 9 juli a.s. een Outdoor Hunting Day te organiseren. Berkenhorst ligt midden in Natura 2000 gebied. De gemeente heeft een zorgplicht met betrekking tot Natura 2000 gebied.

Is het College het met de fractie van PvdA/GroenLinks eens dat deze zorgplicht door het toestaan van een evenement niet wordt nagekomen? Zo ja, wat zijn de gevolgen voor het evenement? Zo nee, wat is de onderbouwing voor het niet nakomen van de zorgplicht? Antwoord: In de APV van Nunspeet is de zorgplicht met betrekking tot Natura 2000 gebied op het gebied van evenementen niet opgenomen als weigeringsgrond. Daarom en mede vanwege de ondergeschiktheid van dit evenement ten aanzien van de reguliere activiteiten op het terrein, is daar niet op getoetst. Overigens is de provincie Gelderland bevoegd gezag als het gaat om Natura 2000 aspecten. C. Jansen(Gemeentebelang) Vraag: Graag horen wij een toelichting op de vermeende verkoop van gronden aan camping de Vuurkuil die nu niet door lijken te gaan. Kan de wethouder ons vanuit het verleden gemaakte afspraken die bij de gemeente bekend zijn meenemen naar de beslissing die nu negatief is uit gevallen terwijl de verwachtingen positief gewekt waren. Ook bij ons als raad na de laatste bespreking in de commissie. Antwoord: Er is nog geen definitief besluit genomen door het college.

☐6a. Lijst dynamisch programma woningbouw 2022/2023, Woningbouw op Maat. C. Jansen(Gemeentebelang) Opmerkingen: Uitgangspunt 2: Bij inbreidingslocaties inzetten op verbetering ruimtelijke kwaliteit ter plaatse Bij nieuwe initiatieven van particulieren, ontwikkelaars op inbreidingslocaties geldt dat er een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse wordt bereikt, waarbij de prioriteit wordt gelegd bij inbreidingslocaties waar sprake is van: 7 - sanering van een milieuhinderlijk bedrijf in de bebouwde kom of; - oplossen van een milieuknelpunt (b.v. een bodemverontreiniging of een geluidsprobleem) of; - een gebouw waarvoor geen passende andere bestemming gevonden kan worden en herbouw/nieuwbouw op de locatie kan bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving (leegstand leidt tot verpaupering) of; - een bestemming van een perceel die niet meer past in de (woon-)omgeving of; - aanzienlijke verbetering van de stedenbouwkundige structuur van een woonomgeving. Bij initiatieven in de sociale sector (o.a. woningstichting en andere initiatiefnemers) wordt primair gekeken naar de volkshuisvestelijke belangen in relatie met stedenbouwkundige uitgangspunten. De woningstichtingen hebben een taak in huisvesting van specifieke doelgroepen.

Voor het aanbieden van woonvormen voor deze groepen worden ook vaak specifieke locatie-eisen gesteld aan bijvoorbeeld de afstand tot voorzieningen. Dit maakt dat er een andere afweging van belangen kan zijn dan bij particuliere initiatieven. Verder vragen woningstichtingen steeds vaker medewerking bij herinvulling van bestaande woonlocaties. Vraag 1: Nr. 17: Onze fractie wil graag een toelichting op de afwijzing die gedaan is omdat er geen ruimtelijke kwaliteitswinst is te behalen. Hoe is ruimtelijke kwaliteitswinst te omschrijven? Antwoord: De term kwaliteitswinst is wellicht niet een term die goed aansluit op de notitie Woningbouw op maat. Het ‘verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse’ is een formulering die beter aansluit. Verwijzend naar de teksten in de notitie Woningbouw op maat is in dit soort situaties het theoretisch dat het zou kunnen gaan om een aanzienlijke verbetering van de stedenbouwkundige structuur van een woonomgeving. Het college is echter van mening dat die aanzienlijke verbetering niet wordt gerealiseerd en dat er dus geen sprake is van op verbetering ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Vraag 2: Nr. 2: Hoe wordt deze woning voor de doelgroep behouden? Antwoord: Via bepalingen die worden opgenomen in de vergunning en in de overeenkomst en die worden gekoppeld aan de doelgroepenverordening. Vraag 3: Nr.

5: Hoe ziet de wethouder het vervolg van dit plan? Antwoord: De aanvraag wordt afgewezen en het is aan initiatiefnemer om een vervolg te kiezen. Vraag 4: Nr. 6: Kunnen wij hier ook een toelichting op krijgen v.w.b. de kwaliteitswinst?

Antwoord: De term kwaliteitswinst is wellicht niet een term die goed aansluit op de notitie Woningbouw op maat. Het ‘verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse’ is een formulering die beter aansluit. In zijn algemeenheid kan niet worden gesteld dat door invulling van dit achterliggende terrein met een vrijstaande woning de stedenbouwkundige structuur aanzienlijk wordt verbeterd. Vraag 5: Nr. 8: Waarom zouden dit lage woningen moeten zijn terwijl woningen eromheen op 3 zijden hoger zijn. Waarom zou je dan naar 1 zijde kijken? Waarom grondgebonden? Antwoord: De basis van de afwijzing is dat er in het verkeerde segment wordt gebouwd. De stedenbouwkundige beoordeling is uitgelegd in de notitie en heeft ermee te maken dat een te grote hoogte overheersend zou worden ten opzichte van het omliggende gebied. Vraag 6: Nr. 9: Hoe wordt het parkeren voor dit appartement geregeld? Antwoord: In feite is dit geen nieuw plan maar de realisatie van een laatste studio die al eerder was toegewezen. De parkeerafspraken zijn daarom niet hernieuwd.

☐6b. Notitie Wonen Nunspeet. K.M. van Bronswijk(CDA Lokaal) Vraag 1: In het commissie voorstel wordt gesproken over aanvullende maatregelen waar we mee moeten instemmen. Dit gaat om 10 punten (we nemen aan dat de laatste die ook F genoemd wordt, J moet zijn) die horen bij punt 4. Wil de wethouder van elk van deze 10 punten specifiek horen hoe onze partij hierin staat? Antwoord: De notitie Wonen Nunspeet is opgesteld naar aanleiding van raadsvragen aan het college over de wijze waarop het college bereid is invulling te geven aan de grote vraag naar (tijdelijke) oplossingen om jongeren/starters te huisvesten in de gemeente Nunspeet. Met de maatregelen die worden voorgesteld geeft het college antwoord op deze vraag. Zoals in de notitie genoemd, wordt een deel van de maatregelen uitgevoerd of zijn deze in gang gezet. Het college stelt voor om deze bestaande maatregelen aan te passen dan wel aan te scherpen. Met het doorvoeren van deze aanpassingen wordt het college in de gelegenheid gesteld om gerichter te kunnen sturen om jongeren/starters meer kansen te bieden op de woningmarkt. Het gaat hierbij om de maatregelen genoemd bij a, c, d, e, f, g, en h. Daarnaast stelt het college een aantal aanvullende maatregelen voor die nog niet worden uitgevoerd, deze zijn genoemd bij b, i en j.

Voor wat betreft de wijze waarop de specifieke punten behandeld kunnen worden dat is aan uw commissie. Het staat de fracties vrij om in algemeenheid te reageren, dan wel op maatregelniveau. Vraag 2: Ook bij de meerjaren visie (punt 5) worden verschillende punten genoemd hoe we de toekomst zien. Na beantwoording van de vragen kan er een Strategisch raadsdocument worden ontwikkeld.

Op deze manier is het lastig om de samenleving te betrekken hoe er gedacht wordt over deze punten. Behalve dat je over deze zaken een paar avonden zou kunnen vullen, is het ook wenselijk wat ons betreft dat onze partners (bijv Omnia ) en burgers ook actief mee kunnen denken. Met andere woorden, zouden we deze vragen niet op een andere manier aan kunnen vliegen? Of wil de wethouder tijdens de vergadering ook hierbij van elk punt horen hoe we er in staan? (Dan zou dit nog wel eens een heel lang agendapunt kunnen worden) Antwoord: In de notitie Wonen wordt aangegeven dat op basis van de huidige cijfers over de verwachte huishoudensgroei, afgezet tegen de bekende woningbouwplannen in Nunspeet kan voorzien worden in de toekomstige behoefte. Benoemd wordt dat het genereren van (te)veel planvoorraad kan leiden tot extra toevloeiing van huishoudens uit de woningmarktregio. Om die reden zou onderzocht kunnen worden wat de autonome behoefte is om vervolgens uitspraken te kunnen doen welke programmeringshorizon past bij Nunspeet om de dorpse identiteit te behouden. Dit kan aan de hand van de vragen die worden genoemd in de notitie. Wat geschetst wordt bij de meerjaren visie(punt 5) is een algemene procesaanpak die nog verder moet worden uitgewerkt. Vraag 3: Bij b (blz 8) kunnen inwoners in niet-woningen gaan wonen (Onder enkele voorwaarden).

Dit zou betekenen dat iemand die een mooie schuur achter het huis heeft staan, die voldoet aan alle voorwaarden, deze kan verhuren aan personen die aan de regels voldoen. (Of voldoet dit niet aan een bijgebouw?). Anders dan bij een pauzewoning hoeft hier geen vergunning voor aangevraagd worden. Hoe kan dit getoetst worden? Bij wie moet dit gemeld worden, en ook wie moet dit melden, de huurder of verhuurder? Is het niet aan te bevelen dat een dergelijk bijgebouw eerst aangemeld moet worden bij de gemeente? Deze dan getoetst kan worden of deze aan de voorwaarden voldoet. Ook kan dan gekeken worden wat een maximum prijs is voor de huur die gevraagd gaat worden, immers anders kun je er eigenlijk voor vragen wat iemand er maar voor over heeft….. Antwoord: Het idee bij de regeling die genoemd wordt bij b, om maximaal 5 jaar gebruik kunnen maken van de mogelijkheid om te wonen in bestaande gebouwen, is om wat betreft deze regeling aansluiting te zoeken bij de voorwaarden/regels zoals die gelden voor pauzewoningen. Dit kan inhouden dat ook voor deze regeling een vergunning aangevraagd dient te worden. In de notitie wordt in verband met snelheid van de oplossing voorgesteld om het college de maatregelen verder te laten uitwerken. M. Klein(SGP) Vraag 1: In de notitie wordt verschillende keren over ingeschrevenen gesproken.

Wat zijn ingeschrevenen? Hoe verhoudt zich dit tot met name jongeren die samen een (tijdelijke) woning zoeken waarbij één van beiden van 'buiten de gemeente' komt? Antwoord: Met ingeschrevenen bedoelen wij personen die zijn ingeschreven in het BRP. Wanneer het gaat om stellen waarvan één van buiten de gemeente komt dan voldoet het stel onder term ingezetene. Bij de uitwerking van de regeling zal er aandacht zijn voor een duidelijke omschrijving van het begrip “ingezetene”.

Vraag 2: In de notitie staat in hoofdstuk 1 (op pagina 5, laatste alinea) beschreven dat er onvrede is over de wijze waarop (sociale) huurwoningen worden verdeeld. Kan deze onvrede worden geduid (m.a.w.: welke signalen zijn hierin meegenomen)? Antwoord: We duiden hier signalen die ontvangen zijn tijdens de overleggen die we hebben met de huurdersbelangenvereniging SHOW. Vraag 3: Verwacht het college dat met het toevoegen van meer woonmogelijkheden/-eenheden, de onvrede over de verdeling minder? De 'verdeling' is namelijk een ander aspect dan de 'hoeveelheid'. Antwoord: Door de voorgestelde woonmogelijkheden voor starters/jongeren toe te voegen, krijgt deze groep een aanvullende mogelijkheid om zelfstandig te gaan wonen. Het is een aanvulling op het aanbod aan reguliere sociale huurwoningen. Onze verwachting is dat hierdoor minder onvrede ontstaat omdat aan deze groep een andere aanvullende mogelijkheid wordt geboden om zelfstandig te gaan wonen. Vraag 4: Over de aanscherping van de maximale huurgrens: We zijn blij dat onze suggestie m.b.t. het vaststellen van de maximale huurgrens bij pauzewoningen door het college in het voorstel is overgenomen. Verwacht het college nog nadelige effecten m.b.t.

voldoende beschikbaarheid ten gevolge van het vaststellen van deze maximale huurgrens? Antwoord: Deze maatregel geldt voor de nieuwe aanvragen die worden ingediend voor de pauzewoningen. Het is nu nog te vroeg om iets te kunnen zeggen over mogelijke nadelige effecten. Vraag 5: In aanvullende maatregel 4-c wordt geschreven over een pilot voor een terugkoopconstructie. Een pilot is per definitie niet verkeerd, maar pilots wekken ook verwachtingen. Voor welke projecten kan deze pilot maatgevend zijn in de toekomst? Antwoord: We passen deze pilot toe op de locatie Kijktuinen. Nadat ervaring is opgedaan met een terugkoopconstructie kan worden bekeken of dergelijke constructies worden verankerd in beleid waardoor het kan worden toegepast bij toekomstige woningbouwontwikkelingen, bijvoorbeeld ’t Hul Noord. Vraag 6: Aanvullende maatregel 4-h opteert aanpassingen aan de regeling startersleningen. In hoeverre helpt het aanscherpen van de doelgroep, een verhoging van 'het gebruiken van startersleningen'? Is er voor de beeldvorming een indicatie te geven, wat het effect zou zijn geweest van deze maatregel als deze afgelopen jaar al van kracht was? Antwoord: De voorgestelde aanpassing van de regeling starterslening zorgt niet voor een verhoging van het gebruik.

De voorgestelde aanpassing is een beperkt sturingsmiddel dat wordt ingezet om de starters die binding hebben met de gemeente Nunspeet meer kans te bieden op een betaalbare koopwoning.

Als deze maatregel eerder was ingezet dan was het effect geweest dat alleen starters die binding hebben met de gemeente Nunspeet de lening kunnen inzetten voor een woning met een aankoopgrens lager dan € 265.000,-. Op dit moment kan elke starter op de woningmarkt van deze regeling gebruik maken. Vraag 7: Aanvullende maatregel 4-f, zijn er mogelijkheden voor maatwerk bij uitzonderingsgevallen die wél op een recreatieterrein zijn gelegen met "toeristische bijdrage" of tijdelijk toestaan van permanent bewonen van solitaire recreatiewoningen? Antwoord: De regeling is nog niet van kracht, om die reden lopen we in dit stadium niet vooruit op het leveren van maatwerk voor uitzonderingsgevallen. Bovendien voorziet de (uitbreiding) van pauzewoningen ook in mogelijkheden op parken. ☐6c. Vaststelling bestemmingsplan "Stationsgebied Nunspeet" en besluit ontheffing hogere waarden Wet geluidhinder voor 88 woningen. A.J. Timmerman(PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Het College heeft op 17 mei jl. besloten: “Indien nodig betaalt de gemeente de maatregelen die nodig zijn om de binnenwaarde van 33 dB te waarborgen.” Heeft het College in beeld gebracht wat de eventuele kosten zijn? Antwoord: Het onderzoek zal per woning moeten uitwijzen of en zo ja welke maatregelen nodig zijn. In het project Stationsomgeving zijn risico’s financieel afgedekt.

Vraag 2: Het College meldt dat tegen de vergunning en de ontheffing Wet natuurbescherming door derdebelanghebbenden geen zienswijzen zijn ingediend. De provincie Gelderland is het bevoegd gezag om de vergunning en de ontheffing te verlenen. Wat is de stand van zaken? Op wat voor termijn neemt de provincie een besluit? Antwoord: De provincie heeft op 11 mei 2022 de ontheffing verleend. Op basis van ontheffing worden de huidige werkzaamheden in het stationsgebied onder ecologische begeleiding uitgevoerd. ☐6d.

Begroting 2023-2026 en de jaarrekening 2021 Omgevingsdienst Noord Veluwe (ODNV).

A.J. Timmerman(PvdA/GroenLinks) Vraag: In de programmabegroting 2023-2026 wordt op pagina 3 gemeld dat met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023 nog altijd niet geheel duidelijk is in welke mate dit de dienstverlening van ODVN beïnvloedt. Opgemerkt wordt dat in dit kader ook veel afhangt van keuzes die deelnemers aan ODNV maken met betrekking tot lokale toepassing van regels. Wanneer wordt deze keuze door Nunspeet gemaakt? Is dit een bevoegdheid van het College of van de Raad?

Antwoord: De bevoegdheidsverdeling met betrekking tot inhoudelijke keuzes die worden gemaakt hangt van af van het onderwerp. In zijn algemeenheid verloopt dit via besluitvorming van het Omgevingsplan waarbij de raad bevoegd gezag is. Dit tenzij de raad het college heeft gedelegeerd of het wettelijk een collegebevoegdheid is. Als de wijze van uitoefenen van taken van ODNV drastisch wijzigt is de raad bevoegd gezag. Overigens melden wij dat gezien het standpunt van Eerste Kamer om niet voor de zomer te behandelen het goed mogelijk dat de omgevingswet nog verder wordt uitgesteld. ☐6e.

Afgifte verklaring van geen bedenkingen Bergakkerweg 28-32.

Over dit agendapunt zijn geen schriftelijke vragen gesteld. ☐6f.

Vestiging Wet voorkeursrecht gemeenten Centrumlocatie Feithenhof.

Over dit agendapunt zijn geen schriftelijke vragen gesteld. ☐6g.

Principeverzoek Bosrand 101 te Elspeet.

A.J. Timmerman(PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Uit het principeverzoek blijkt dat er een omgevingsdialoog is gevoerd. De uitkomst daarvan wordt niet gemeld in het commissievoorstel. Graag alsnog de uitkomst aan de commissie melden. Antwoord: Er is door indieners inderdaad een omgevingsdialoog gevoerd. Het betreft een aantal personen woonachtig aan de Bosrand of met aangrenzende percelen: Zij zijn in de gelegenheid gesteld mondeling en/of schriftelijk te reageren. Van deze gelegenheid is door alle hiervoor genoemde personen gebruik gemaakt. Geconcludeerd kan worden dat geen van de aangeschreven personen bezwaar maken tegen de plannen zoals die aan hen zijn voorgelegd. Er waren wel 2 opmerkingen: De bewoner van Bosrand 103 heeft gevraagd de houtwal niet geheel tot aan zijn perceel door te zetten en de agrarische bestemming voor zover die achter zijn perceel ligt, te handhaven. De bewoner van Bosrand 105 ziet wel kans, en doet om die reden ook een voorstel, om de gewenste houtwal gezamenlijk aan te leggen. Vraag 2: Het College meldt dat het uit cultuurhistorisch oogpunt mogelijk zou zijn de houtwal te realiseren, op voorwaarde dat de houtwal op de plek moet komen zoals vroeger. Wordt met vroeger 1850 bedoeld? Zo ja, is op deze plek in 2022 nog een houtwal te realiseren?

Antwoord: Op de locaties waar in het verleden houtwallen waren is het cultuurhistorisch verantwoord om te onderzoeken of een houtwal weer gerealiseerd kan worden. Deze staan weergegeven op oude kaarten zoals uit 1850. Dit jaartal is uiteraard niet bindend. Zoals in het commissievoorstel is aangegeven zal op basis van een op maat gemaakt advies dit onderzocht moeten worden. Dan kan bekeken worden of er al dan niet afbreuk is van de openheid van het gebied. De verdere invulling kan aan de hand van dit advies worden opgepakt. ☐6h.

Principeverzoek buitenplaats Onder de Bos 2/Schepersweg-Harderwijkerweg.

A.J. Timmerman(PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Waarom is het ingediende principeverzoek niet bij de stukken gevoegd? Graag alsnog aan de Commissie toesturen. Antwoord: Het verzoek is niet meegezonden, omdat er negatief besloten is op het principeverzoek zelf en normaliter enkel principeverzoeken met een positief collegebesluit ter kennisname of peiling naar de commissie worden verzonden. Het voorliggende commissievoorstel heeft betrekking op de voorgestelde projectlocatie als maatwerklocatie in geval van een eventueel toekomstige bijzondere saneringsopgave alsmede een verduidelijking van de notitie functieveranderingsbeleid. Desalniettemin is het (geanonimiseerde) verzoek alsnog bij deze beantwoording van de schriftelijke vragen toegevoegd. Het bestaat uit twee delen: de oorspronkelijke aanvraag en de door initiatiefnemer nagezonden informatie m.b.t. de omgevingsdialoog. Vraag 2: Het College meldt dat ambtelijk het gebied Buitenplaats, Onder de Bos 2 wordt gezien als locatie waar de effecten op landschap en stedenbouw groot zijn en waar verkeerskundige beperkingen zijn. Graag een toelichting op de effecten en de beperkingen. Antwoord: Woningbouw in dit gebied is eerder onderzocht vanuit de structuurvisie 't Hul Noord (gebied 6). Hoewel het gebied o.a.

ongeschikt werd bevonden, omdat het te klein was voor het aantal gewenste woningen, is bij de analyse ook benoemd dat de provincie het gebied heeft aangemerkt als Nationaal Landschap. Bij de planontwikkeling moeten de bestaande kernkwaliteiten en de openheid van het landschap worden behouden en versterkt. Relevante milieuaspecten zijn o.a. de gasleiding onder de percelen, geluid en ecologie. Daarnaast is verkeer een mogelijk knelpunt. Ontsluiting via de Harderwijkerweg lijkt lastig omdat het een smalle weg is waar passeren lastig is. Ten opzichte van het beperkt aantal woningen aan de weg in de huidige situatie zijn zowel de toename van het aantal verkeersbewegingen als de breedte van de weg mogelijk beperkend voor dit specifieke plangebied.

Vraag 3: Het College meldt dat er een Omgevingsdialoog is gevoerd. Een deel van de omwonenden heeft geen bezwaar. Een forse groep omwonenden heeft hun zorgen en bezwaren kenbaar gemaakt aan de initiatiefnemer. Heeft de initiatiefnemer met deze zorgen en bezwaren rekening gehouden? Zo ja, op welke wijze? Antwoord: De zorgen en bezwaren van omwonenden hebben niet direct geleid tot aanpassingen in de aanvraag. Wel heeft initiatiefnemer de aandachtspunten opgenomen in het verslag van de omgevingsdialoog. Deze zouden meegenomen kunnen worden bij de verdere uitwerking van het plan (zie deel 2 van het (nagezonden) principeverzoek). Echter, zoals aangegeven bij vraag 1, heeft het college een negatief principebesluit genomen naar aanleiding van het verzoek. ☐6i.

Afgifte (ontwerp) verklaring van geen bedenkingen Spoorlaan 12-16 in Nunspeet.

Over dit agendapunt zijn geen schriftelijke vragen gesteld. ☐6j. Projectuitvoeringsbesluit-Chw voor het project F.A. Molijnlaan 166 en 172 te Nunspeet. Afgifte verklaring van geen bedenkingen. A.J. Timmerman(PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Op 24 juni 2019 heeft de initiatiefnemer een omwonendenbijeenkomst georganiseerd. Dat is bijna 3 jaar geleden. Is de initiatiefnemer op basis van de Handreiking Omgevingsdialoog verplicht om voordat een aanvraag bij de gemeente wordt ingediend een omgevingsdialoog te voeren met de omwonenden? Antwoord: Het is inderdaad juist dat er op 24 juni 2019 een omwonendenbijeenkomst is geweest. Zie Paragraaf 7.3 “Participatie” van de Ruimtelijke Onderbouwing d.d. 16 mei 2022 die als bijlage bij de stukken is gevoegd. Deze bijeenkomst was georganiseerd door de initiatiefnemer / de aanvrager. De bijeenkomst was georganiseerd in het kader van het Participatietraject / de Omgevingsdialoog. Voor het “Participatieverslag F.A. Molijnlaan 166-172 Nunspeet”, zie de Bijlage 26 bij de Ruimtelijke Onderbouwing, die als bijlage bij de stukken is gevoegd. (De 28 Bijlagen bij de Ruimtelijke Onderbouwing zijn bij de Griffie in te zien). De verplichte Omgevingsdialoog ging in per 1 januari 2021. Vooruitlopend op deze verplichting, waar de genoemde Handreiking Omgevingsdialoog op ziet, is in juni 2019 een omgevingsdialoog gevoerd c.q.

een participatietraject doorlopen voor het project Molijnlaan 166-172. Aan de verplichting om een omgevingsdialoog te voeren is derhalve voldaan voor dit project. Vraag 2: 2. In welke categorie/segment vallen de appartementen en de woningen? Antwoord: De acht appartementen, die in het appartementengebouw worden gerealiseerd, en de vier vrijstaande woningen, zullen in het dure koopsegment gaan vallen.

C. Jansen(Gemeentebelang) Vraag: Wij hebben 1 vraag over het plan. De eerste tekeningen van dit plan waar wij akkoord op gezegd hebben qua principeverzoek is heel anders dan wat er nu voor ligt. Waarom is de commissie tussendoor niet geïnformeerd? Antwoord: Het project is behandeld in de raadscommissie Ruimte en Wonen van 14 januari 2019 (Grondtransactie F.A. Molijnlaan 166/172), en in de raadscommissie van 13 mei 2019 / gemeenteraad van 23 mei 2019 (o.a. Woningbouwplan F.A. Molijnlaan 166). In de raadsstukken wordt gesproken over een appartementengebouw voor maximaal 8 appartementen en 4 vrijstaande woningen. De voorlopige tekeningen van mei 2019 laten een appartementengebouw zien dat qua ontwerp een grote gelijkenis vertoond met de nu ingediende bouwtekeningen (hoewel in de tussentijd van architect is gewisseld). De commissie Ruimte en Wonen wordt nu geïnformeerd over het bouwplan omdat er een (ontwerp) Verklaring van Geen Bedenkingen (VVGB) noodzakelijk is. ☐6k.

Vaststelling bestemmingsplan “parapluplan Bed en Breakfast”.

C. Jansen(Gemeentebelang) Vraag: In de bijlage 1 wordt gesproken over 1 of 3 mtr uit de erfgrens blijven voor binnen of buiten de bebouwde kom. Onze vraag is of dit alleen voor nieuwbouw is of geldt dit ook voor bestaande bouw . Antwoord: In de Bijlage 1 (Beleidsregel Bed & Breakfast gemeente Nunspeet 2021) bij het bestemmingsplan “Parapluplan Bed en Breakfast” wordt voor “binnen de bebouwde kom” in Artikel 3, lid 3, onder c, gesproken over de regel dat “het desbetreffende vrijstaande bijbehorende bouwwerk op minimaal 1 meter van de erfgrens staat”. Voor “buiten de bebouwde kom” wordt in Artikel 4, lid 3, onder c, voor “in het buitengebied” gesproken over de regel dat “de desbetreffende bijbehorende bouwwerken op minimaal 3 meter van de erfgrens staan”. (Hierbij is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen: “Bij knelpunten vanwege deze 3 meter-eis kan het college van B&W – op ondergeschikte gedeelten van deze afstandslijn tot de erfgrens – hiervan afwijken”). De hiervoor genoemde artikelen van deze Beleidsregels zijn ook opgenomen in de Regels van het bestemmingsplan, en wel in artikel 6, lid 6.1, sub 3, onder c (voor binnen de bebouwde kom), en in artikel 6, lid 6.2, sub 3, onder c (voor het buitengebied). Een bed en breakfast mag alleen worden gerealiseerd binnen bestaande bebouwing.

Om die reden is in artikel 5, lid 5.1 van de Regels een expliciete verbodsbepaling opgenomen voor nieuwbouw ten behoeve van een bed en breakfast.

☐6l.

Vaststellen bestemmingsplan “Elspeet, Oude Hof 25-27”.

P.P. van Olst(Gemeentebelang)

Vraag: In het onderstaande plan zijn drie bijgebouwen ingetekend (zie pagina 15). Dit zou volgens bovenstaande richtlijnen mogelijk zijn bij minimaal 2800 m2 sloop, iets wat nu niet het geval is. Op basis van welk beleid mogen deze bijgebouwen worden gebouwd? Antwoord: Wellicht is er verwarring ontstaan door de veelheid aan teksten maar het beleid is dat dat per nieuw te bouwen woning een aantal vierkante meters bijgebouw mag worden gerealiseerd volgens de normale regels die gelden voor bijgebouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11584631/1