AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. commissie Ruimte en Wonen 11 april 2022
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden commissie Ruimte en Wonen 11 april 2022. ☐3. Rondvraag C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag 1: Onze eerste vraag zijn vragen nav de inspraak in het gezamenlijk fractieberaad; 1a. Welke plannen zijn bij de gemeente bekend over ontwikkelingen in het betreffende gebied (het gebied langs de Gerard Vethlaan en verderop. Grof gezegd het bosgebied tussen de spoorlijn, de snelweg en de golfbaan)? Wij zijn benaderd door verschillende bewoners uit het gebied over initiatieven en plannen die gepresenteerd zijn v.w.b. Valentijn (landgoed Erica) , het Boschhuis wat door een ontwikkelaar gekocht is en het perceel van Borsboom waar plannen voor gepresenteerd zijn. Wij begrijpen de onrust onder omwonenden. 1b. Graag horen wij welke visie het college, de wethouder heeft voor dit gebied? Antwoord 1a: We hebben met elkaar afgesproken hoe we in Nunspeet de woonruimte jaarlijks verdelen/ toekennen.(WOM) Hier hebben we met elkaar een proces voor afgesproken. Een van de voorwaarden is dat men voor indienen van het plan een omgevingsdialoog voert. Zodra er plannen worden ingediend komen die op een lijst, de lijst wordt ambtelijk beoordeeld, van een reactie voorzien en vervolgens aan het college voorgelegd. Deze lijst wordt door het college voorlopig vastgesteld en naar de commissie ruimte en wonen gestuurd.
Na de behandeling in de commissie neemt het college een definitief besluit welke projecten worden toegekend. Antwoord 1b: Nvt. Vraag 2: Onze tweede vraag gaat over de status op het terrein de Kijktuinen. In het derde kwartaal 2021 zou het terrein bouwrijp gemaakt zijn en in het 4de kwartaal zou de bouw gaan beginnen. Wij horen graag een update v.w.b. de ontwikkelingen. 2a. Waarom zien wij deze activiteiten in het gebied nog niet? 2b. Wanneer gaan de genoemde activiteiten plaatsvinden? 2c. Welke woningen worden er gebouwd? 2d. Hoe worden inwoners geïnformeerd die daar graag willen gaan wonen? Antwoord 2a: In de raadsvergadering van 16 december 2021 is het bestemmingsplan De Kijktuinen door uw raad vastgesteld. Daarna wordt een vastgesteld bestemmingsplan gepubliceerd voor beroep. Normaal gesproken wordt een terrein bouwrijp gemaakt als de procedure afgerond is en het bestemmingsplan onherroepelijk is. Antwoord 2b: Zie antwoord 2a.
Antwoord 2c: Alle nu bekende informatie zit bij de stukken van de raad van 16 december 2021.
Antwoord 2d: Op dit moment weet ik dat nog niet. Vraag 3: Onze derde vraag gaat over de schuilstallen op de enk in Hulshorst. Kan de wethouder ons bijpraten wat er verandert door de uitspraak van de rechter? Antwoord: Ja, zal ik in de vergadering doen. A. Harteveld (ChristenUnie) Verhelderingsvragen omtrent agendapunt 4a. Mededelingenbrief wethouder J. Groothuis betreffende De Grote Bunte. Vraag 1: Kent de gemeente Nunspeet als het gaat om het toepassen van de kruimelgevallen regeling nog nadere bepalingen? Antwoord: De kruimelgevallen regeling is niet iets van de gemeente Nunspeet maar komt vanuit landelijke wetgeving. Al die wetgeving is ook van toepassing in Nunspeet. Waarschijnlijk wordt met de vraag of de gemeente Nunspeet nog “nadere bepalingen” kent, bedoeld of er Beleidsregels zijn vastgesteld voor het toepassen van de kruimelgevallenregeling. Het antwoord hierop is dat er geen Beleidsregels zijn vastgesteld voor het toepassen van de kruimelgevallenregeling. De reden hiervoor is dat de wetgeving over de kruimelgevallenregeling voldoende duidelijk is, en dat de gemeente verder de jurisprudentie over de toepassing van de kruimelgevallenregeling in acht neemt.
Vraag 2: Op welke manier heeft het college in het geval van de Grote Bunte het toepassen van de kruimelgevallen regeling beargumenteerd? En dan ook bijvoorbeeld ook als het gaat om het overschrijden van het bouwvlak met (30%?). Antwoord: Mij is niet bekend dat het bouwvlak van het geldende bestemmingsplan voor deze locatie met 30% overschreden wordt. Dit blijkt niet uit de ingediende aanvraag omgevingsvergunning. De reden waarom de kruimelgevallenregeling voor deze aanvraag omgevingsvergunning dient te worden toegepast is eerder dit jaar uitvoerig uiteengezet in mijn Mededelingenbrief van 14 januari 2022 (commissievergadering van 17 januari 2022) en in mijn Mededelingenbrief van 24 februari 2022. Tevens is dit uitvoerig aan de orde gekomen bij de beantwoording van de schriftelijke vragen in de commissievergadering van 7 februari 2022 (punt 6b). Kortheidshalve verwijs ik daarnaar. Vraag 3: Wanneer is / was de ingangsdatum van het besluit over het verlenen van de omgevingsvergunning? Antwoord: De verwachting is dat de vergunning deze maand kan worden verleend. Uiterlijk 23 maart 2022 diende er een besluit op de aanvraag omgevingsvergunning te worden genomen. Wij hebben besloten deze termijn met 4 weken op te schorten, na instemming van de aanvrager. Dit is besloten op grond van artikel 4:15, lid 2, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De uiterste beslistermijn is nu 20 april 2022.
Vraag 4: Kan hier nog bezwaar tegen worden aangetekend door bijvoorbeeld omwonenden? En zo ja, tot wanneer? Antwoord: Op het moment dat de omgevingsvergunning wordt gepubliceerd staat daar ook bij wat er mogelijk is qua bezwaar en beroep. Na de bekendmaking van het besluit kan binnen 6 weken bezwaar worden gemaakt bij ons college van B&W. Vraag 5: De wethouder geeft aan dat het college (citaat) verantwoordelijk is voor de vergunningsverlening in dezen, maar wel is deze vergunningsverlening in veel gevallen gemandateerd aan medewerkers cq. teamleiders. Vraag: is binnen de organisatie helder omschreven welke gevallen onder dat veel vallen en welke niet? Antwoord: Ja dat is voor de organisatie helder. De “Mandaat- en volmachtregeling (Bevoegdhedenregister)” is daartoe vastgesteld (zie de website van de gemeente). Hierin is nauwkeurig beschreven hoe met name de mandatering is geregeld. Vraag 6: In hoeverre is het gebruikelijk dat het verlenen van een omgevingsvergunning gemandateerd is aan medewerkers? Antwoord: Dat is gebruikelijk in alle gemeenten in Nederland en ook in de gemeente Nunspeet. ☐6a. Stand van zaken Project verbetering Stationsomgeving. P.V. van Rossen (Gemeentebelang) Vraag 1: Zijn dit werkzaamheden met impact/overlast voor de gebruikers binnen het projectgebied? Antwoord: Ja.
Vraag 2: Zo ja, hoe wordt dit gecommuniceerd naar de gebruikers en belanghebbenden binnen het projectgebied? Antwoord: Het betreft de afsluiting van de overweg, dat raakt iedereen die de via de overweg Nunspeet in of uit wil. Dit vraagt om een communicatie die niet alleen gemeente breed is maar ook omliggende gebieden bedient. Middels de gemeentepagina, website, persberichten en social media zal hierover worden gecommuniceerd. Dit zal op verschillende momenten in de tijd plaats vinden, zodat iedereen goed op de hoogte is. De communicatie over de afsluiting van de overweg zal met de afdeling communicatie worden afgestemd. Zo zal er twee weken 2 weken voor uitvoering een goedgekeurd verkeersplan moeten liggen. Bij dit verkeerplan dient een schriftelijk bevestiging te zitten dat alle hulpdiensten op de hoogte zijn van de afsluiting. De gemeente is opdrachtgever voor het opstellen van het benodigde verkeersplan.
☐ 6b. Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan bedrijventerrein Elspeet. P.P. van Olst (Gemeentebelang) Vraag 1: Kan de wethouder ons uitleg geven over de informatie in de krant m.b.t. de dassen. Dat de dassen schijnbaar toch hun leefgebied hebben op het bedrijventerrein? Antwoord: Het is bekend dat ten zuiden van het plangebied – buiten het plangebied – een dassenburcht aanwezig is. Uit de uitgevoerde ecologische onderzoeken blijkt dat het plangebied zelf géén onderdeel is van het essentieel leefgebied van de das. Omdat de das gebruikt maakt van omliggende gebieden is het van belang dat deze gebieden goed bereikbaar zijn en blijven voor de das. Door middel van de voorgestelde wijziging worden de looproutes van de das beter geborgd in het onderhavige bestemmingsplan. Vraag 2: Wij hadden vernomen dat inwoners van Elspeet direct op graafwerkzaamheden reageerden. Deze zouden voor stroomkabels naar de nieuwe winkel toe leiden. Kan de wethouder hierover toelichting geven? Antwoord: In verband met het aanleggen van het elektrisch netwerk naar de nieuwe bakkerij op het perceel Uddelerweg 69 zijn/worden kabels en leidingen gelegd. Hierbij wordt rekening gehouden met de rotonde zodat te zijner tijd het elektrisch netwerk niet alsnog weer verlegd hoeft te worden.
Vraag 3: Is er rekening gehouden met de stroomvoorziening? Is er reservering voor het bedrijventerrein aangevraagd? Antwoord: Het plan is al geruime tijd aangemeld bij Liander maar dat biedt geen 100% zekerheid of er nadelige effecten kunnen optreden als gevolg van netwerkcongestieproblemen. U moet hierbij denken dat er bijvoorbeeld mogelijk tijdelijke beperkingen ontstaan aan de zwaarte van aansluitingen. Vraag 4: Kunt u ons aangeven wanneer de activiteiten voor het bedrijventerrein opgestart kunnen worden? Antwoord: Begin juni 2022 vindt bij de Raad van State de zitting plaats over de twee beroepschriften die tegen het bestemmingsplan zijn ingediend. De Raad van State streeft ernaar om binnen zes weken na de zitting uitspraak te doen. Na de uitspraak kunnen wij u nader informeren over de uitvoering van het bestemmingsplan. S.M. Kouwenberg (PvdA/Groen Links) Vraag 1: Is bij de start van de planvorming bekeken of het terrein ten noorden van de supermarkt (gebied a in figuur 3.6 van het Aanvullende ecologische onderzoek) beschikbaar was c.q. aangekocht kon worden?
Antwoord: Nee. Vraag 2: Is dit gebied op dit moment beschikbaar of te koop? Antwoord: Nee. Vraag 3: Waarom heeft het college besloten nu een gewijzigd plan aan de gemeenteraad voor te leggen i.p.v. de Raad van State procedure af te wachten? Antwoord: Voor alle partijen is het relevant dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt over het onderhavige bestemmingsplan. Verder hechten wij eraan dat alle betrokken belangen zo goed mogelijk worden gediend met het bestemmingsplan. Naar aanleiding van aanvullend ecologisch onderzoek is geconstateerd dat de belangen van de das nog beter in het bestemmingsplan geborgd kunnen worden door de looproutes van de das beter vast te leggen op de verbeelding. Als de raad overgaat tot vaststelling van dit (beperkt) gewijzigde bestemmingsplan dan wordt het wijzigingsbesluit ook ingebracht bij de Raad van State. De Raad van State kan deze wijziging betrekken bij zijn oordeel over het bestemmingsplan. De verwachting is dat deze aanpak een snelle en definitieve beoordeling van het bestemmingsplan dient. Vraag 4: Waarom denkt het college dat dit minimaal gewijzigde plan toch kans van slagen heeft overeind te blijven bij de Raad van State? Antwoord: Er is zorgvuldig onderzoek gedaan naar alle bij het bestemmingsplan betrokken belangen.
Wij zijn van mening dat met het bestemmingsplan, inclusief de voorgestelde wijziging daarop, de belangen op een juiste wijze zijn afgewogen en hun plaats hebben gekregen in de nieuwe ontwikkeling. Daarmee is het bestemmingsplan naar onze mening in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Vraag 5: Voor de toepassing van artikel 6:19 Awb is vereist dat het nadere besluit voldoende samenhang vertoont met het in beroep reeds aanhangige besluit. Voldoende samenhang is bijvoorbeeld aanwezig wanneer een bestemmingsplan opnieuw wordt vastgesteld met het oog op het herstellen van gebreken in het oorspronkelijke bestemmingsplan en het dezelfde planologische ontwikkeling mogelijk maakt (ABRvS 22 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV6546). Welke gebreken in het oorspronkelijke bestemmingsplan bedrijventerrein Elspeet worden er door het College hersteld? Antwoord: Naar aanleiding van het aanvullend ecologisch onderzoek is geconstateerd dat de verbeelding van het bestemmingsplan een verbetering behoeft om de looproutes van de das beter te borgen.
Vraag 6: Waarom heeft het college er niet voor gekozen op basis van de ecologische onderzoeken het plan opnieuw te laten ontwerpen? Gezien de conclusies uit het Aanvullende ecologisch onderzoek, ligt het zeer voor de hand te onderzoeken of het bedrijventerrein ontwikkeld zou kunnen worden op het gebied a en het noordelijk deel van c (figuur 3.6 Aanvullend ecologisch onderzoek) , om daarmee het zuidelijk deel van gebied c vrij te spelen voor het leef-, trek- en foerageergebieden van de Das. Het is namelijk overduidelijk dat de Das zich beweegt tussen de gebieden van af de burcht naar het noordoosten naar gebied b. De oranje gearceerde vlekken in figuur 3.6 geven dat duidelijk weer. De tekst in het ecologisch onderzoek geeft dat ook duidelijk aan. Pogingen om de das ‘om de tuin te leiden’ met rasters en nieuw aangelegde stroken, hebben wel enige invloed, maar de hoofdlijn blijft dat “De sporen laten zien dat de das zich beweegt van en naar zijn burcht en van en naar het gebied ten noordoosten.”. Antwoord: Wij zien geen aanleiding voor een nieuw ontwerp. Dit zal leiden tot vertraging van het proces en brengt forse extra kosten met zich. Daarbij is de huidige locatie van het plangebied na zorgvuldig onderzoek gekozen. Deze locatie, inclusief alle maatregelen die in het bestemmingsplan zijn geborgd, doen recht aan alle daarbij betrokken belangen.