AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. commissie Maatschappij en Middelen 9 april 2026
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden commissie Maatschappij en Middelen 9 april 2026. ☐ 3.
Rondvraag.
G. Bronkhorst (SGP) Begraafplaats Elspeet Vraag 1: In april 2024 is op verzoek van de SGP-fractie gesproken over het beheer en onderhoud van de begraafplaats in Elspeet. Op 6 oktober 2025 ontvingen we een mededelingenbrief van de wethouder waarin werd toegezegd dat er naar aanleiding van het onderzoek door KYBYSscenario’s werden ontwikkeld voor het beheer van de begraafplaats. De gemeenteraad zou dan in het najaar van 2025 heldere keuzeopties krijgen voorgelegd. Vraag: Kan het college aangeven wat de stand van zaken is wat betreft het onderzoek van KYBYS naar het beheer van de begraafplaats in Elspeet? Antwoord: Het verkennende onderzoek van KYBYS heeft op hoofdlijnen 3 scenario’s voor toekomstig begraafplaatsbeheer opgeleverd. Momenteel worden de financiële aspecten daarvan verder uitgewerkt. Dit heeft vertraging opgelopen vanwege het stoppen van de Inclusief Groep als aannemer op de begraafplaatsen, waarvoor afgelopen najaar snel een alternatieve constructie moest worden opgetuigd. Daarnaast loopt ook het capaciteitsvraagstuk van de begraafplaatsen. De keuze voor inbreiding (waar en hoeveel) is van invloed op de inrichting en komt daarmee logischerwijs vóór beheerkeuzes. De huidige planning is om binnen een maand een collegevoorstel aan te bieden m.b.t. het capaciteitsvraagstuk, en uiterlijk in Q3 van dit jaar een collegevoorstel m.b.t. het beheerplan.
Vraag 2: De SGP-fractie krijgt signalen dat diverse paden op de begraafplaats in Elspeet (nog steeds) slecht begaanbaar zijn door scheuren en gaten. Herkent het college die signalen? Zo ja, op welke termijn denkt het college hier concreet actie op te kunnen zetten? Antwoord: Het is ons bekend dat sommige paden op de begraafplaats in Elspeet in onvoldoende staat verkeren en toe zijn aan renovatie. Hiervoor staat nog een investeringskrediet van ca. €250.000,-. In het collegevoorstel m.b.t. het capaciteitsvraagstuk zal een concreet voorstel worden gedaan om tegelijk met de inbreidingen de padenstructuur in Elspeet te verbeteren / renoveren.
☐5a. Rekenkameronderzoek armoede en schuldenbeleid. (Met instemming van de heer Kouwenberg vindt de beantwoording van deze vragen later plaats, uiterlijk vóór 1 mei 2026.) S.M. Kouwenberg (GroenLinks/PvdA) Vraag 1: Hoe verklaart het college dat het bereik van de individuele inkomenstoeslag achterblijft bij het landelijk gemiddelde, terwijl dit een cruciaal instrument is voor de langdurig minima die in Nunspeet relatief veel voorkomen? Antwoord: Vraag 2: Welke concrete belemmeringen in de lokale regelgeving ervaren de uitvoerders bij het bieden van maatwerk, en is er ruimte om de beleidsregels te versoepelen naar het voorbeeld van Hattem? Antwoord: Vraag 3: Gezien de specifieke stijging van schulden onder jongeren in Nunspeet: wordt er gewerkt aan een specifiek actieplan voor deze groep dat verder gaat dan de huidige algemene vroegsignalering? Antwoord: Vraag 4: De Rekenkamer geeft aan dat inwoners een vast aanspreekpunt missen. In hoeverre kan het Financieel Trefpunt worden doorontwikkeld naar een 'één-loket-principe' om de versnippering tegen te gaan? Antwoord: Vraag 5: Welke stappen gaat het college zetten om het 'niet-bereik' (de mensen die recht hebben op hulp maar deze niet aanvragen) kwalitatief en kwantitatief beter in kaart te brengen? Antwoord:
☐5b. Plan van Aanpak herijking Koersplan Onderwijshuisvesting. A.J. Timmerman (GroenLinks/PvdA) Vraag 1: Bij de afbakening wordt gemeld dat de herijking zich niet richt op een volledige herijking van onderwijsinhoudelijk beleid. De herijking richt zich toch überhaupt niet op de inhoud van het onderwijs? Dit valt toch niet binnen de scope? Antwoord: De herijking richt zich inderdaad niet op de onderwijsinhoudelijke keuzes van de schoolbesturen. Maar de inhoud van het onderwijs raakt de huisvesting wel. Zo zijn er afspraken binnen het Programma De Belofte van het Kind en hebben we als gemeente maatschappelijke opgaven die de huisvesting raken. Met deze passage wordt bedoeld dat we drie inhoudelijke hoofdthema’s (IKC-vorming, inclusief onderwijs en maatschappelijke functies van schoolgebouwen) behandelen en bekrachtigen in het IHP en daarbij de relatie leggen op de gevolgen voor de huisvesting. Vraag 2: Er wordt een externe quickscan uitgevoerd voor de gebouwen in fase 3 en 4. Waarom een externe en geen interne quickscan? Antwoord: Er is gekozen voor een externe quickscan om de analyse onafhankelijk en objectief uit te voeren. Dit draagt bij aan een transparante en uitlegbare basis voor de latere prioritering. Daarnaast vraagt de beoordeling specifieke expertise en capaciteit die intern beperkt beschikbaar is.
Vraag 3: Gemeld wordt dat na vaststelling van het Integraal Huisvestingsplan de uitvoering actief wordt gemonitord. In het Plan van Aanpak is echter geen stap 7 (Monitoring uitvoering Integraal Huisvestingsplan) opgenomen, terwijl monitoring wel een belangrijk onderdeel is bij een traject met een looptijd van 15 jaar. Dus waarom geen stap 7? Antwoord: Monitoring maakt onderdeel uit van de uitvoeringsfase van het IHP en wordt daarom niet als aparte stap in het Plan van Aanpak opgenomen. In het Plan van Aanpak is wel vastgelegd dat de uitvoering na vaststelling actief wordt gemonitord via de project- en stuurgroep en via reguliere verantwoordingsmomenten richting college en raad.
G. Bronkhorst (SGP) Vraag 1: In het Plan van Aanpak wordt aangegeven dat in het 3e en 4e kwartaal van 2025 een evaluatie van het Koersplan 2023 (inhoud, proces en financiën) zou plaatsvinden. Kan het college aangeven hoe deze evaluatie is uitgevoerd conform het door de raad vastgestelde koersplan? Antwoord: In het Koersplan 2023 zijn geen afspraken gemaakt over deze evaluatie. De evaluatie heeft plaats gevonden door een ambtelijke presentatie en gesprek met het college. Vervolgens is het onderwerp ingebracht in het OOGO van 14 oktober 2025 bij de schoolbesturen met de vraag om samen met een afvaardiging van de schoolbesturen te werken aan het opstellen van het Plan van Aanpak. De ervaringen vanuit het college, ambtelijk en de schoolbesturen op het gebied van inhoud, proces en financiën zijn daarbij actief opgehaald en meegenomen. Deze input is verwerkt in het voorliggende Plan van Aanpak en vormt daarmee de basis voor de gekozen werkwijze en uitgangspunten. Vraag 2: Kunt u de resultaten van deze evaluatie op inhoud, proces, en financiën met de raad delen? Antwoord: De uitkomsten zijn meegenomen in de opstelling van het Plan van Aanpak.
Voorbeelden hiervan zijn om vooraf de beleidsuitgangspunten vroeg in het proces met elkaar te bekrachtigen, een objectief beeld van de huidige situatie en toekomstige opgaven op te laten stellen (gebouwenanalyse en prognose), realistische bouwkostenramingen te hanteren op basis van kengetallen, het vooraf ramen van incidentele kosten (zoals tijdelijke huisvesting, verhuizing en sloop) en het opstellen van proces- en uitvoeringsafspraken met de schoolbesturen. Vraag 3: Indien deze evaluatie (nog) niet heeft plaatsgevonden, kunt u toelichten waarom deze stap niet is uitgevoerd, en hoe het college desondanks komt tot een Plan van Aanpak voor de herijking? Antwoord: Er is geen afzonderlijk formeel evaluatiedocument opgesteld. Dit is ook niet afgesproken bij de vaststelling van het Koersplan 2023. Wel zijn de belangrijkste bevindingen ambtelijk, vanuit het college en in overleg met schoolbesturen opgehaald en benut bij het opstellen van het Plan van Aanpak. Daarmee is de evaluatie onderdeel geweest van de voorbereiding. Vraag 4: Op welke wijze worden de leerpunten uit de uitvoering van het Koersplan 2023 betrokken bij het nieuwe IHP-traject, indien een integrale evaluatie ontbreekt? Antwoord: Zie beantwoording van de vragen 1 t/m 3.
Vraag 5: Hoe wordt binnen het traject per school inzichtelijk gemaakt hoe actuele leerlingprognoses en ruimtebehoefte afwijken van het Koersplan 2023, en op welk moment ontvangt de raad dit overzicht? Antwoord: Leerlingprognoses en de daaruit volgende ruimtebehoefte geven op zichzelf geen volledig beeld van de totale kosten van de opgave. Daarom wordt geen afzonderlijk overzicht gemaakt van alleen de wijzigingen in leerlingaantallen en ruimtebehoefte ten opzichte van het Koersplan 2023. De uiteindelijke kosten hangen samen met meerdere factoren, zoals prioritering, fasering (jaar van uitvoering) en het type maatregel (renovatie of nieuwbouw, op huidige locatie of elders). Wel worden in een eerdere fase analyses uitgevoerd (stap 3, tweede kwartaal 2026), waarbij de gebouwen worden beoordeeld en de leerlingprognoses worden geactualiseerd. Het streven is om de eerste uitkomsten hiervan tijdens een informatieve raadsbijeenkomst op 17 juni met de raad te delen. Vervolgens wordt toegewerkt naar een integraal totaalbeeld, waarin alle aspecten samenkomen. Dit wordt richting het einde van 2026 uitgewerkt. De raad wordt daarna in het eerste kwartaal van 2027 betrokken bij de verdere afweging en besluitvorming.
Vraag 6: Wordt inzichtelijk gemaakt in hoeverre groei per school het gevolg is van demografische groei, en verschuiving tussen scholen? Zo ja, wanneer? Antwoord: Dat is onderdeel van de leerlingprognoses. Volgens de planning wordt dit in het tweede kwartaal van 2026 uitgewerkt. Vraag 7: Wordt een vergelijkend financieel overzicht opgesteld tussen het Koersplan 2023 en het nieuwe IHP (zelfde prijspeil en scope)? Zo ja, wanneer wordt dit aan de raad voorgelegd? Antwoord: In het eerste kwartaal van 2027 wordt een financieel overzicht voorgelegd aan de raad. Echter zal dit financieel overzicht niet hetzelfde prijspeil hebben als het Koersplan 2023, omdat dat niet realistisch is. Daarnaast is de scope van fase 3 en 4 uit het Koersplan nog niet duidelijk. De projecten uit deze fases zijn (nog) niet gefaseerd. De raad ontvangt daarom een vergelijkend financieel overzicht waarbij de ontwikkeling in de kapitaallasten zal worden afgezet tegen de beschikbare dekkingsmiddelen in de gemeentelijke begroting. Vraag 8: Wordt een meerjarig overzicht opgesteld van de kapitaallasten (rente en afschrijving) per jaar? Zo ja, voor welke periode en wanneer ontvangt de raad dit? Antwoord: Ja, in het eerste kwartaal van 2027.
Vraag 9: Op welke concrete momenten in het traject kan de raad inhoudelijk sturen op uitgangspunten, prioritering en financiële kaders, in plaats van alleen achteraf besluiten? Antwoord: De bespreking van het Plan van Aanpak tijdens de commissievergadering van 9 april 2026 is de gelegenheid voor de raad om aandachtspunten of aanvullingen mee te geven aan het college. Tijdens de informatieve bijeenkomst van 17 juni zullen we de eerste bevindingen met u delen. Na definitieve vaststelling door het college wordt de herijking uitgewerkt. In de bijgevoegde planning ziet u dat de raad in het eerste kwartaal van 2027 (scenario’s voor) het herijkte IHP voorgelegd krijgt. Vraag 10: Wordt het binnen de herijking vast te stellen, geactualiseerde budget als taakstellend kader gehanteerd? Zo nee, wanneer wordt de raad betrokken bij het vaststellen hiervan? Antwoord: Dit is vooraf niet als randvoorwaarde meegenomen. De raad wordt in juni 2026 en het eerste kwartaal van 2027 betrokken. A. Pluim (Gemeentebelang) Onder punt 6 (Planning en besluitvorming) staat bij het 3e–4e kwartaal 2025: “Evaluatie van het huidige Koersplan 2023 (inhoud, proces, financiën) – een formeel besluitvormingsmoment.” Voor zover ik kan nagaan, heeft de raad deze evaluatie niet ontvangen.
Klopt het dat deze evaluatie nog niet aan ons is voorgelegd? Antwoord: De evaluatie heeft plaats gevonden door een ambtelijke presentatie en gesprek met het college. Vervolgens is het onderwerp ingebracht in het OOGO van 14 oktober 2025 bij de schoolbesturen met de vraag om samen met een afvaardiging van de schoolbesturen te werken aan het opstellen van het Plan van Aanpak. De ervaringen vanuit het college, ambtelijk en de schoolbesturen op het gebied van inhoud, proces en financiën zijn daarbij actief opgehaald en meegenomen. Deze input is verwerkt in het voorliggende Plan van Aanpak en vormt daarmee de basis voor de gekozen werkwijze en uitgangspunten. •
Kan de raad regelmatig (1x per 3 maanden) een update krijgen over de voortgang van het IHP? Antwoord: De raad wordt in juni 2026 via een informerende bijeenkomst en in het eerste kwartaal van 2027 via een beeldvormende bijeenkomst, commissievergadering en daarna reguliere raadsvergadering betrokken. Tussentijds vinden updates aan de raad plaats via de reguliere mededelingenbrieven die verstuurd worden na een OOGO. •
Wat is de actuele stand van zaken van het IKEC/Juniorcollege? Antwoord: Het laatste OOGO was 3 maart 2026. Er is afgesproken om na elk OOGO een mededelingenbrief te versturen. De stand van zaken van het IKEC en Junior College wordt meegenomen in •
de mededelingenbrief naar aanleiding van het OOGO van 3 maart 2026. Welke mijlpalen zijn gepland en liggen deze op schema? Antwoord: Zie hoofdstuk 6 van het Plan van Aanpak. •
Hoe borgen we betere aantallen leerlingenprognoses per school? Antwoord: Door prognoses op te laten maken die voldoen aan de landelijke richtlijnen en aan de eisen die gesteld worden in de gemeentelijke verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Nunspeet 2015. Dit gaan we doen in stap 3 van het plan van aanpak. •
Hoe zorgen we dat schoolgebouwen hier goed op aansluiten? Antwoord: De vertaling naar huisvestingsbehoefte vindt plaats door de prognoses te koppelen aan normatieve ruimtebehoefte en de staat van de gebouwen op basis van de gebouwanalyse uit stap 3. Op basis daarvan komen de grootste knelpunten naar voren. •
Hoe wordt bewaakt dat projecten binnen budget blijven? Antwoord: Hiervoor worden proces- en uitvoeringsafspraken gemaakt. Zie stap 5 van het plan van aanpak. •
Wanneer en hoe wordt de raad geïnformeerd bij overschrijdingen? Antwoord: Zoals afgesproken in het Koersplan vindt per project afzonderlijke bestuurlijke besluitvorming plaats. Mocht een project niet binnen de afgesproken financiële kaders uitvoerbaar zijn, dan ligt besluitvorming bij de gemeenteraad. •
Hoe worden stijgende bouwkosten en rente verwerkt? Antwoord: Op basis van kengetallen, gebaseerd op al uitgevoerde onderwijshuisvestingsprojecten. •
Welke maatregelen zijn er om financiële risico’s te beperken? Antwoord: Er worden goede afspraken gemaakt met de schoolbesturen over de uitvoering van de projecten. Daarnaast worden de afspraken met de schoolbesturen contractueel vastgelegd middels een bouwheer- en samenwerkingsovereenkomst. •
Hoeveel ruimte is er om plannen aan te passen? Antwoord: Zie beantwoording van de volgende vraag. •
Hoe wordt ingespeeld op actuele ontwikkelingen? Denk daarbij aan de wens van CNSproject West en Noord om te ruilen) Antwoord: •
In stap 2 en 3 worden de uitgangspunten geformuleerd en wordt een objectieve analyse gemaakt van de huidige en toekomstige situatie. Vervolgens worden deze twee onderdelen over elkaar heen gelegd, waardoor de grootste knelpunten inzichtelijk worden. Op basis hiervan wordt uiteindelijk de prioritering en fasering bepaald. Het IHP wordt vastgesteld voor vier jaar. Tussentijdse ontwikkelingen worden per project meegenomen. Dan wordt door middel van een projectplan onder andere opnieuw gekeken naar de actuele leerlingprognoses en realistische bouwkosten op basis van kengetallen. Bij wijziging van wensen van een schoolbestuur, wordt de wens ook altijd besproken in het OOGO. Wordt er gestuurd op multifunctioneel gebruik van schoolgebouwen? Antwoord: Ja, zie stap 2 van het plan van aanpak. •
Welke kaders hanteert de gemeente hierbij? Antwoord: Zie stap 2 van het plan van aanpak. •
Hoe borgen we samenwerking schoolbesturen, medezeggenschapraad en ouders/verzorgers? Antwoord: Zie onder andere hoofdstuk 5 van het plan van aanpak. De schoolbesturen zijn vervolgens zelf verantwoordelijk voor het betrekken van de MR en de ouders/verzorgers. •
Hoe wordt de communicatie verbeterd? Antwoord: Wij zijn tevreden over hoe de communicatie met de schoolbesturen momenteel verloopt. Communicatie vindt plaats via vaste overlegmomenten en indien nodig frequenter. •
Wat gebeurt er als co-creatie niet lukt? Antwoord: Indien co-creatie niet leidt tot overeenstemming, neemt de gemeente een besluit binnen haar wettelijke verantwoordelijkheid op het gebied van onderwijshuisvesting (zorgplicht). •
Hoe kijkt het college naar een regisseur onderwijshuisvesting? Antwoord: De rol van regie op onderwijshuisvesting is belegd binnen de gemeentelijke organisatie. Er is een vaste beleidsadviseur onderwijshuisvesting in dienst. Er wordt gebruik gemaakt van een externe adviseur als flexibele schil en sparringpartner, gezien de omvang van de opgave. •
☐5c. Uitgangspunten Programmabegroting 2027-2030. Over dit agendapunt zijn geen schriftelijke vragen gesteld.
☐5d.
Verordening op de commissie Planning & Control gemeente Nunspeet 2026.
A.J. Timmerman (GroenLinks/PvdA) Vraag 1: In artikel 3, lid 7 van de verordening is opgenomen dat de raad bevoegd is om een lid te ontslaan. Er zijn geen redenen voor ontslag opgenomen. Waarom niet? Antwoord: De Gemeentewet bevat voor commissies in de zin van artikel 84 geen limitatieve opsomming van ontslaggronden. Ontslag kan onder meer plaatsvinden op eigen verzoek, maar ook in gevallen van ongeschiktheid, onbekwaamheid of andere zwaarwegende gronden. Gelet op de samenstelling en het doel van deze commissie ligt toepassing van laatstgenoemde ontslaggronden niet voor de hand. Indien daaraan behoefte bestaat, kunnen deze gronden evenwel expliciet in de verordening worden opgenomen. Vraag 2: In artikel 7, lid 1 is als uitgangspunt opgenomen dat de vergaderingen niet openbaar zijn, tenzij. Waarom is er – om transparant te zijn – niet voor gekozen om als uitgangspunt te nemen dat de vergaderingen openbaar zijn, tenzij? Antwoord: Deze commissie biedt ruimte voor een verdiepende technische voorbereiding op de reguliere commissievergaderingen zonder besluitvorming, waarbij naast raadsleden ook ambtenaren betrokken zijn. Er zijn geen externe benoemde commissieleden anders dan in de verordening zijn opgenomen. Vanwege dit ambtelijke karakter vinden de vergaderingen in beginsel niet openbaar plaats.
Er worden echter wel verslagen van deze vergaderingen gemaakt die ook aan alle raads- en collegeleden worden doen toegekomen. Ook adviezen die eventueel worden gegeven zijn openbaar raadpleegbaar bij de commissiestukken. Zoals in de verordening is bepaald, kan de voorzitter in samenspraak met de commissie besluiten om een vergadering (gedeeltelijk) in openbaarheid te laten plaatsvinden. Vraag 3: In artikel 8, lid 3 is opgenomen dat een afschrift van het verslag ter kennisname wordt aangeboden aan de raad en het college. Wordt het verslag ook openbaar gemaakt door plaatsing bij de raadsstukken op de website? Antwoord: Ja, dit is mogelijk als daar behoefte aan is.