CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. commissie Maatschappij en Middelen 13 mei 2026

Commissie Maatschappij en Middelen 13 mei 2026, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen college en commissie2.648 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden commissie Maatschappij en Middelen 13 mei 2026. ☐ 3.

Rondvraag.

R.A. de Bruin (SGP) Stukken ter kennisname, clientervaring WMO Vraag 1: Hoe komt het dat het traject van analyse zo lang duurt? Is daar een verklaring voor? Is het mogelijk dat analyses sneller naar de raad worden gestuurd? Antwoord: Het Cliëntervaringsonderzoek Wmo (2024) wordt uitgevoerd volgens een twee-stappen onderzoeksmethodiek. Het tweede meetmoment vindt daarbij bewust enige tijd na de eerste meting plaats, om een zorgvuldig en betrouwbaar beeld te krijgen van de ervaren ondersteuning en het effect daarvan over een langere periode. Dit betekent dat dataverzameling, verwerking, de bijbehorende analyse van de resultaten en rapportage structureel pas in een later stadium beschikbaar zijn. Na afronding van het onderzoek volgt ook beleidsmatige duiding en de gebruikelijke advisering door de Adviesraad. Deze doorlooptijd hoort bij de gekozen methodiek, de benodigde zorgvuldigheid. In dit specifieke geval is het moment van agendering daarnaast afgestemd op de bestuurlijke planning, waaronder de periode rond de gemeenteraadsverkiezingen. Vraag 2: N.a.v. adviesraad: college geeft aan in grote lijnen dezelfde vragenlijst te gebruiken dan landelijk wordt gebruikt. Waarom wordt er in de analyse dan deze benchmark met de landelijke trends niet gemaakt? Antwoord: Bij het Cliëntervaringsonderzoek Wmo is in grote lijnen aangesloten bij de landelijk gehanteerde vragenlijst.

Deze aansluiting heeft tot doel de herkenbaarheid en kwaliteit van het onderzoek te waarborgen. In de analyse is ervoor gekozen om de resultaten primair lokaal te duiden, zodat de uitkomsten het meest bruikbaar zijn voor lokaal beleid. Een vergelijking met landelijke trends is niet opgenomen, omdat landelijke uitkomsten niet altijd één-op-één vergelijkbaar zijn met de lokale onderzoeksopzet en context en daarmee beperkte toegevoegde waarde hebben voor de interpretatie en beleidssturing binnen Nunspeet. A. Pluim (Gemeentebelang) Inleiding: Tijdens een bezoek van een tweetal fractieleden aan een wedstrijd van VV Hulshorst hebben zij geconstateerd dat de staat van het hoofdveld en de andere velden ronduit slecht is.

Vraag 1: Herkent het college dit beeld en deelt het college de mening dat er nu echt iets moet gebeuren? Antwoord: Het hoofdveld ligt er naar omstandigheden goed bij. Het tweede en derde voetbalveld zijn intensief gebruikt tijdens de winter (zoals voorzien was). Door natte periodes in de winter en een lang aanhoudend koud voorjaar en juist een droge periode na de winter was de kwaliteit van deze velden matig. Inmiddels is het voorjaarsonderhoud zoals rollen, doorzaaien en bemesten uitgevoerd en is de kwaliteit van de velden inmiddels sterk verbeterd. Vraag 2: Wat is de actuele stand van zaken rond de aanleg van het toegezegde vierde veld en wanneer kunnen vereniging en raad hier concreet duidelijkheid over verwachten? Antwoord: De vereniging is geïnformeerd over de aanstaande omgevingsplanwijziging. Deze is nodig om een vierde voetbalveld te mogen aanleggen op de plek waar deze voorzien is. Door diverse zienwijzen (waaronder stikstof) loopt dit vertraging op. Zodra de zienswijzen afgehandeld zijn, gaan we verder met dit traject en hopen na de zomer deze omgevingsplanwijziging door uw raad vast te laten stellen.

Vraag 3: Welke maatregelen neemt het college op korte termijn om te voorkomen dat velden verder achteruitgaan en trainingen en wedstrijden moeten worden afgelast? Antwoord: Op alle velden hebben na de winter diverse cultuurtechnische onderhoudswerkzaamheden plaatsgevonden. Velden zijn gerold, bemest en zijn doorgezaaid. Tijdens de zomerstop vindt het groot onderhoud plaats, dit kan alleen uitgevoerd worden in die periode omdat de velden voldoende tijd moeten hebben om te herstellen. Vraag 4: Is het college bereid om, gezien de lange vertraging en de huidige veldkwaliteit, aanvullende of alternatieve oplossingen te onderzoeken om VV Hulshorst sportief draaiende te houden? Antwoord: De verlichting van de velden 2 en 3 worden voorzien van Led. Hiermee worden deze velden verder verbeterd. Alternatieven voor uitbreiding zijn niet voorhanden en in afwachting van de omgevingsplanwijziging. Verdere verbetering van de bespeelbaarheid van de huidige velden gebeurt door aanvullend (groot) onderhoud.

☐5a. Rekenkameronderzoek armoede en schuldenbeleid. S.M. Kouwenberg (PRO Nunspeet) Vraag 1: Hoe verklaart het college dat het bereik van de individuele inkomenstoeslag achterblijft bij het landelijk gemiddelde, terwijl dit een cruciaal instrument is voor de langdurig minima die in Nunspeet relatief veel voorkomen? Antwoord: Zoals benoemd in het rapport zijn met name de doelgroepen werkende armen en laaggeletterden moeilijk te bereiken, o.a. door schaamte en bureaucratische drempels. Dit is een knelpunt dat landelijk ervaren wordt. De data van het onderzoek zijn uit 2023. Het uitvoeringsplan bestaanszekerheid en schulden is in juni 2023 door de raad vastgesteld. Dit betekent dat het effect van het uitvoeringsplan nog niet in de data van het onderzoek zijn meegenomen. In de evaluatie van het uitvoeringsplan worden meegenomen wat de gemeente kan doen om de bureaucratische drempels te verlagen om een groter bereik van het gebruik van individuele inkomenstoeslag te realiseren. Vraag 2: Welke concrete belemmeringen in de lokale regelgeving ervaren de uitvoerders bij het bieden van maatwerk, en is er ruimte om de beleidsregels te versoepelen naar het voorbeeld van Hattem? Antwoord: Over het algemeen ervaren uitvoerders binnen de huidige beleidsregels veel ruimte voor maatwerk.

In specifieke gevallen waarin beleidsregels als belemmerend worden ervaren, kan er gebruik worden gemaakt van de hardheidsclausule. Daarmee is de noodzaak om de beleidsregels te versoepelen naar het voorbeeld van Hattem niet persé noodzakelijk. Vraag 3: Gezien de specifieke stijging van schulden onder jongeren in Nunspeet: wordt er gewerkt aan een specifiek actieplan voor deze groep dat verder gaat dan de huidige algemene vroegsignalering? Antwoord: De stijging van schulden onder jongeren is een landelijke trend. Hierin is een onderscheid te maken tussen jongeren onder de 18 en de doelgroep 18 tot 27. Vanaf 18 jaar kunnen jongeren via vroegsignalering in beeld komen. De doelgroep onder de 18 jaar valt hierbuiten. In de evaluatie van het uitvoeringsplan bestaanszekerheid en schulden wordt hier aandacht aan besteed en zal worden onderzocht welke acties effectief kunnen zijn. Vraag 4: De Rekenkamer geeft aan dat inwoners een vast aanspreekpunt missen. In hoeverre kan het Financieel Trefpunt worden doorontwikkeld naar een 'één-loket-principe' om de versnippering tegen te gaan?

Antwoord: De rol van het Financieel Trefpunt is een laagdrempelige voorziening waar inwoners met hun financiële vragen terecht kunnen. Waar nodig, verwijzen zij door naar professionals die de inwoner verder helpen. Daarmee heeft het Financieel Trefpunt o.a. een signalerings- en doorverwijsfunctie. Bij meervoudige problematiek is het noodzakelijk om ondersteuning vanuit meerdere disciplines te bieden. Inwoners kunnen dus met meerdere hulpverleners te maken krijgen. Daarom wordt binnen het Sociaal Domein in de uitvoering gestreefd naar ‘één gezin één plan’. Op die manier werken we zoveel mogelijk naar één regievoerder voor de inwoner. Vraag 5: Welke stappen gaat het college zetten om het 'niet-bereik' (de mensen die recht hebben op hulp maar deze niet aanvragen) kwalitatief en kwantitatief beter in kaart te brengen? Antwoord: Het college werkt samen met de maatschappelijke partners aan de vermindering van het ‘niet bereik’, door meer outreachend werk, vereenvoudiging van procedures om de drempels te verlagen en betere informatievoorziening. Hierdoor worden naar verwachting meer mensen bereikt, die gebruik kunnen maken van de minimaregelingen. Bij evaluatie van het uitvoeringsplan wordt altijd onderzocht hoe het bereik onder deze doelgroep vergroot kan worden.

☐5b. Stand van zaken Koersplan Onderwijshuisvesting (aan de hand van mededelingenbrief portefeuillehouder). A.M. van Maanen (CDA Lokaal) Inleiding: Junior College Uit de mededelingenbrief blijkt dat het Junior College wordt gerealiseerd. Eind 2025 heeft het college naar aanleiding van de schriftelijke vragen van de heer Bronkhorst over doel, doelgroep, onderwijssoort en beoogde omvang aangegeven daar nog niets over te kunnen zeggen omdat het projectplan nog niet is ontvangen. Uit de mededelingenbrief trekt onze fractie de conclusie dat het projectplan inmiddels is ontvangen. Vraag 1: Kan het college (de hoofdpunten uit) dit projectplan met de raad delen? Antwoord: Het college heeft het projectplan nog niet ontvangen. Het Junior College is gepland naast Veluvine. De mogelijkheden en gevolgen voor de plek van het Junior College na het besluit van de gemeenteraad over Veluvine moeten worden meegenomen in het projectplan. Vraag 2: Op welke termijn kan het college meer helderheid geven over de resultaten van de twee werkgroepen?

Antwoord: De uitkomsten worden van de werkgroepen worden tijdens het eerstvolgende OOGO besproken. Het eerstvolgende OOGO is 16 juni. De relevante uitkomsten worden meegenomen in de mededelingenbrief n.a.v. het OOGO van 16 juni. Vraag 3: Hoe gaat het college om met het door het Nuborgh College aangegeven punt van aandacht voor de overblijfruimte? Wordt de overblijfruimte betrokken bij het plan voor de realisatie van het Junior College? Antwoord: Ja, situatie van de overblijfruimte wordt meegenomen bij het Junior College. Dit is bij de oorspronkelijke plannen van het Junior College ook meegenomen. A.J. Timmerman (PRO Nunspeet) Vraag 1: Bij IKC Oost/IKC Olijfboom wordt gemeld dat in overleg met de aannemer is gezocht naar een passende oplossing voor het vraagstuk netcongestie. Is er een passende oplossing gevonden? Antwoord: Ja, er is een oplossing gevonden voor de stroomvoorziening waarbij gebruik wordt gemaakt van een accupakket en een (grootste) stroomaansluiting die nog geleverd wordt door de netbeheerder Vraag 2: Bij IKC Noord/De Bron wordt gemeld dat de financiën voor het project zijn doorgerekend naar de feitelijke omstandigheden van dit moment en oplevering in 2029. Passen de financiën nog binnen de kaders van het Koersplan? Antwoord: In elk projectplan worden de feitelijke omstandigheden van dat moment meegenomen, zoals ook bij de Eerste Veluwse Montessorischool.

De bouwkosten zijn sinds de start van het Koersplan in 2023 gestegen. Daarnaast zijn de leerlingaantallen toegenomen, waardoor een aanvullende ruimtebehoefte benodigd is. De Bron staat gepland nabij de molen. Vanwege de molenbiotoop moet met een enkele laag worden gebouwd, wat financiële consequenties heeft. Hierdoor komen de financiën hoger uit dan in het Koersplan is opgenomen. U kunt een afzonderlijk besluit over de financiën nemen zodra het projectplan ter besluitvorming aan de gemeenteraad is voorgelegd. Vraag 3: Voor de Boaz Jachin is de feitelijke groei groter dan de prognosecijfers. Is daar een verklaring voor?

Antwoord: De prognose is zorgvuldig opgesteld, maar er kunnen altijd afwijkingen zijn van de feitelijke situatie. De prognose is opgesteld aan de hand van onder meer de bevolkingsopbouw en woningbouwontwikkelingen. Een mogelijke oorzaak kan zijn dat er mogelijk meer belangstelling is voor de Boaz Jachinschool. A. Pluim (Gemeentebelang) Vraag 1: Waarom maken de Beatrixschool en Eben Haëzer geen gebruik van de reeds toegekende subsidie, maar vragen zij een nieuwe aan? Kan dit gevolgen hebben voor planning en kosten? Antwoord: De planning in het Koersplan voor de verduurzaming was uitvoering in 2023/2024. De schoolbesturen zijn zelf uitvoerder van de plannen. Ondanks regelmatig navragen van de stand van zaken zijn de plannen nog niet ten uitvoer gekomen. De Beatrixschool ziet mogelijkheden om een hogere subsidie binnen te halen op basis van een nieuw plan. Het nieuwe plan omvat een hogere investering (maar ook een hogere subsidie) waarbij vanuit de gemeente duidelijk is aangegeven dat de gemeentelijke bijdrage taakstellend is. De Eben Haëzer heeft nog geen nieuwe subsidie aangevraagd. Er hebben meerdere (ambtelijke) gesprekken met het schoolbestuur plaatsgevonden.

Gezien de planning voor dit gebouw in het huidige Koersplan (fase 3; 2031-2034; renovatie of (ver)nieuwbouw) vinden zij het op dit moment financieel niet verantwoord nu een grote investering in verduurzamingsmaatregelen te doen. Zij beraden zich bestuurlijk op dit moment over de te nemen stappen. Vraag 2: CNS Immanuel en CNS Da Costa (De Ceder) worden niet in de mededelingenbrief genoemd. Wat is de actuele stand van zaken bij deze scholen? Antwoord: De Ceder is opgenomen in fase 3 en 4 van het Koersplan. De projecten uit fase 3 en 4 van het Koersplan zijn nog niet gestart. Alleen indien er relevante ontwikkelingen zijn worden deze projecten genoemd in de mededelingenbrief. Vraag 3: Wat zijn de concrete gevolgen van netcongestie bij IKC Oost voor planning en kosten? En wordt er nu al op geanticipeerd betreffende de nieuwbouw bij IKC-noord? Antwoord: De netcongestie heeft op dit moment geen gevolgen voor de planning van IKC Nunspeet Oost. Doordat de aanvraag van de aansluiting tijdig is gedaan was er ook snel duidelijkheid over de (on)mogelijkheden voor een aansluiting. De tijd die de procedure bij de Raad van State heeft gekost, is benut om de gevolgen van de netcongestie nader uit te werken.

De passende oplossing is gevonden in het toepassen van een accupakket bij de nieuwbouw. Per saldo leidt deze oplossing tot geringe meerkosten die in overleg met het schoolbestuur voor hun rekening komen. Reden hiervan is dat de nieuwe oplossing een vermindering van energiekosten oplevert. Deze lagere kosten wegen op tegen de kapitaallasten van de hogere investering. Vraag 4: Uit welke scholen en leerlingengroepen bestaat het IKEC precies? En waar zijn deze gehuisvest? Antwoord: Het IKEC bestaat uit leerlingen van Dr. A. Verschoorschool (schoolbestuur stichting Volare) en leerlingen van De Arend en De Wingerd (schoolbestuur stichting EduCare). Dr. A. Verschoorschool is momenteel gevestigd aan Groenelaantje 40 en De Arend en De Wingerd aan Oosterlaan 147. Vraag 5: Is de locatie voor IKC Noord/De Bron al definitief vastgesteld? Antwoord: De locatie van een IKC is opgenomen in het vastgestelde bestemmingplan ’t Hul Noord. De Bron gaat naar deze locatie in ’t Hul Noord. Vraag 6: Waarop zijn de leerlingaantallen voor Aventurijn gebaseerd en hoe wordt bijgestuurd bij afwijkingen?* Antwoord: De teldatum van DUO is 1 oktober van elk jaar. De prognoses zijn gebaseerd op de eisen uit de Verordening voorziening onderwijshuisvesting gemeente Nunspeet 2015.

Vraag 7: Wanneer wordt de business-case van het Junior College aan de raad voorgelegd? Antwoord: De plek van het Junior College is afhankelijk van de besluitvorming van de gemeenteraad over Veluvine.

☐5c. Stand van zaken Jeugdzorg (aan de hand van mededelingenbrief portefeuillehouder). A.M. van Maanen (CDA Lokaal) Inleiding: Financiën Jeugd

Het college geeft aan dat de jaarstukken 2025 en de eerste prognose 2026 recent zijn ontvangen, maar dat er eerst een verdiepingsslag nodig is. Het college geeft aan de bespreking in een volgende commissievergadering besproken wordt. Het lijkt onze fractie van belang om de bespreking over de financiën niet over de zomer heen te tillen. Vraag 1: Kan het college toezeggen dat de cijfers en toelichting in de commissievergadering van juni a.s. worden besproken? Antwoord: Het college kan dit toezeggen met de volgende kanttekening. Het verzoek om dit onderwerp te agenderen en te bespreken dient in eerste instantie aan de commissie te worden voorgesteld. Indien de commissie hiermee instemt, kan dit voor agendering aan de Agendacommissie worden voorgelegd. Vraag 2: Hervormingsagenda Jeugd Het college geeft aan dat de uitgangspunten voor de hervormingsagenda samen met de regiogemeenten wordt uitgewerkt. Op welke manier worden de gemeenteraad/gemeenteraden betrokken bij de uitgangspunten van de hervormingsagenda Jeugd en op welke termijn kunnen we voorstellen verwachten? Antwoord: Het college stelt voor om dit gelijk op te laten lopen met het proces van het proces Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg en dat ziet er als volgt uit: Proces: Q2 2026 – Ambtelijke uitwerking wettelijke verplichtingen WVBJ. Q3 2026 – Informeren en aandachtspunten ophalen bij adviesraden en gemeenteraden.

Q4 2026 – Besluitvormingsproces (met uitloop naar Q1 2027). Vraag 3: Dataproject jeugdzorg Uit de mededelingenbrief blijkt dat er nog meer focus moet worden aangebracht om te komen tot structurele sturing en procesverbetering. Welke afspraken zijn gemaakt om tot meer focus te komen? Op welke termijn denkt het college actief te kunnen gaan sturen op basis van data? Antwoord: Om te komen tot meer focus spelen de volgende elementen een rol. Op dit moment zijn de coalitiebesprekingen gaande en in het derde kwartaal staat de bespreking en vaststelling van de nieuwe verordening jeugdhulp gepland. Er is veel data beschikbaar, maar we zitten nu in de fase van het expliciteren van bestuurlijke en politieke keuzes over waarop en hoe we willen sturen. De uitkomsten van de coalitiebesprekingen en de behandeling van deze verordening vormen een belangrijk moment waarop de raad richtinggevende keuzes kan maken die bepalend zijn voor de wijze van sturing met data. Naar verwachting kan vervolgens in het najaar van 2026 gefaseerd worden gestart met gerichte, datagedreven sturing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16934266/1