CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. cie. Ruimte en Wonen 6-12-2022

Commissie Ruimte en Wonen 6 december 2022, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen (burgemeester, college en commissie)2.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht schriftelijke vragen commissie Ruimte en Wonen 6 december 2022 per agendapunt. ☐ 3.

Rondvraag.

A. Harteveld (ChristenUnie) Vragen over Geheimhouding en Didamarrest. Recent ontving onze fractie een tweetal mails over grondtransacties, respectievelijk Gortelseweg/Tongerenseweg en Kienschulpenweg/Kijktuinen. N.a.v. deze ingekomen stukken hebben wij een aantal vragen: 1. Geheimhouding stukken betreffende grondaankoop. a. Heeft de gemeente Nunspeet beleid vastgelegd over de procedures en omgang m.b.t. geheimhouding? b. Heeft de gemeente Nunspeet beleid vastgesteld over kennisneming, registratie en archivering van geheime stukken? c. Is er een openbaar archief waarin wordt bijgehouden van welke stukken geheimhouding is bekrachtigd, met een datum waarop die geheimhouding wordt opgeheven? d. Wordt in Nunspeet gebruik gemaakt van de mogelijkheid (en wat ons betreft de wenselijkheid) om geheimhouding ook een keer op te heffen? Opmerking: Wat onze fractie betreft wordt geheimhouding in het kader van openbaarheid van bestuur bij hoge uitzondering opgelegd. En dan ook liefst beperkt wat betreft de tijd die rust op geheimhouding van informatie( zie vorige vraag) maar ook beperkt als het gaat om hoeveelheid informatie waarop geheimhouding rust. Onze vraag hierbij: e. tot nu toe hebben we gezien dat de geheimhouding rust op hele stukken met vaak een serie bijlagen. Maakt het college wel eens gebruik van de mogelijkheid om relevant passages zwart te maken? Antwoorden: 1a.

Het college heeft in april 2020 de “Notitie opleggen, bekrachtigen en opheffen geheimhouding” vastgesteld. Deze is 17 september 2020 geagendeerd geweest in de commissie Algemeen Bestuur. 1b t/m e. Voorgesteld wordt om de overige vragen te behandelen in presidium of commissie Algemeen Bestuur.

2. Het Didam arrest Eind november vorig jaar bepaalde de Hoge Raad in het Didam-arrest dat overheden de verkoop van onroerend goed – dus ook grond – niet langer via één-op-één-transacties met een marktpartij mogen afwikkelen. Andere gegadigden moeten kunnen meedingen. Hierbij hebben we twee vragen: a. Is het college voornemens om als het gaat om de (mogelijke) gevolgen van het Didamarrest (aanvullende) beleidsuitgangspunten op te stellen ten behoeve van de praktische invulling van het bieden van gelijke kansen bij de uitgifte van een onroerende zaak? b. Heeft het Didamarrest nog gevolgen voor de transacties waarover we de bovengenoemde vragen ontvingen, respectievelijk Gortelseweg/Tongerenseweg en Kienschulpenweg/Kijktuinen?

Antwoorden: 2a. De jurisprudentie is duidelijk en wij publiceren vanaf de uitspraak de voorgenomen grondverkopen tijdig en volgens de regels. In de binnenkort op te stellen Nota Grondbeleid zullen wij hier procedurele aandacht aan besteden. 2b. Wat betreft de grondruil Kijktuinen; deze is op 30 augustus 2022 gepubliceerd geweest op de gemeentepagina en er zijn geen reacties binnengekomen. Hierdoor is voldaan aan het Didamarrest. Wat betreft Gortelseweg is het proces nog niet zo ver gevorderd dat er publicatie van een voorgenomen grondruil plaats kan vinden. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) In het Masterplan Veluwse Belevingsgebieden wordt op pagina 39 verwezen naar het Masterplan ‘Nunspeet Poort naar de Veluwe’. Opgemerkt wordt: “Het Nunspeetse masterplan biedt kans om te onderzoeken hoe in dit entreegebied het belevingsgebied een extra ‘boost’ kan krijgen door de ontwikkeling van een iconische attractie. In het Zandenbos zou in combinatie met een vernieuwd bezoekerscentrum bijvoorbeeld een skywalk gerealiseerd kunnen worden, waardoor het bos beter wordt ontsloten en bezoekersstromen beter worden gereguleerd.” De fractie van PvdA/GroenLinks heeft de volgende vragen: Vraag 1: Wordt met de iconische attractie gedoeld op het aan te leggen klimbos bij het al bestaande ‘Buitencentrum Veluwe-Noord’? Antwoord: De wethouder beantwoordt deze vraag in de vergadering.

Vraag 2: Zo nee, is het de bedoeling om de iconische attractie te ontwikkelen in het Zandenbos ten zuiden van de A28? Antwoord: De wethouder beantwoordt deze vraag in de vergadering. P.V. van Rossen (Gemeentebelang) Inleiding: In november heeft het kabinet aangekondigd fors extra middelen beschikbaar te maken voor infrastructurele projecten. Tegelijkertijd heeft onze regio al lange tijd een lobby actief omtrent de A28. Deze lobby was eerder onder andere ondergebracht in SNV en inmiddels, zo hebben wij begrepen, is de A28 onderdeel van de mobiliteitstafel van Regio Zwolle. Van de genoemde extra middelen van het Rijk wordt 100 miljoen toegekend aan de Regio Zwolle, waarvan het leeuwendeel wordt ingezet voor de Spoorzone Zwolle en een deel in Kampen en Hoogeveen. De A28 wordt daarbij vooralsnog niet genoemd. Het MIRT-rapport van 2020 gaat uit van verschillende groeiscenario’s van de regio, maar de woonopgave en -ambitie is in inmiddels zodanig vergroot dat dit rapport wellicht al niet meer een actueel beeld schept en de noodzaak tot aanvullende maatregelen mogelijk groter wordt dan tot nu toe het geval leek. Dit rapport gaat uit van een gezamenlijke financiering. Dit brengt ons tot de volgende vragen:

Vraag 1: Kan het college een actuele status rond de A28 geven, wordt er nog steeds een actieve lobby gevoerd en zijn er recente ontwikkelingen? Antwoord: In het programma Noord Veluwe Bereikbaar worden projecten en maatregelen benoemd die als hoofddoel hebben om de filedruk op de rijksweg A28 te verminderen. Recent is er een nieuwe programmamanager aangesteld om het gezamenlijke programma met projecten verder uit te voeren. Vraag 2: Ziet het college noodzaak en mogelijkheid om in de regio steun te vinden voor een vergrote aandacht/lobby voor verbetering van de A28 en zo mogelijk in deze context nog van extra middelen uit het Rijk gebruik te kunnen maken? Antwoord: Wij blijven aandacht houden en vragen voor bereikbaarheid waarbij het verminderen van de filedruk op de rijksweg A28 voor de regio belangrijk is. Dit gebeurt zowel vanuit de samenwerkende gemeenten op de Noord Veluwe, de Kop van de Veluwe als binnen het programma Mobiliteit van de regio Zwolle. M. Klein (SGP) Op 22 juni 2022 heeft onze fractie schriftelijke vragen gesteld over (de veiligheid van) het fietspad van-naar de Stakenberg. Op 21 juli 2022 heeft het college haar antwoordbrief verstuurd, Daarin bevestigd het college dat het niet voldoet aan de normen en wensen rond verkeersveiligheid (fietspad is te smal).

In lijn met het eerdere besluit hierover, om het fietspad niet te verbreden en niet te verwijderen, zijn er zeker nog aanvullende maatregelen te nemen ten behoeve van de verkeersveiligheid. De antwoordbrief heeft een open eind: “Het uitvoeren van eventuele maatregelen op korte termijn is afhankelijk van de te nemen keuze”. Daarom willen wij het nogmaals onder de aandacht brengen middels de volgende vragen: Vraag 1: Welke keuzemogelijkheden zijn er en wie maakt deze keuze? Antwoord: Binnen de gestelde kaders is het een optie om de asfaltverharding om te zetten naar een soort halfverharding. Hiermee worden gaten en kuilen langs de randen van het fietspad voorkomen. Deze keuze kan worden gemaakt in de gemeenteraad. Vraag 2: Heeft het college actie ondernomen of is er geen sprake van opvolging van de antwoordbrief? Antwoord: In de afgelopen periode is regulier onderhoud uitgevoerd, zoals het aanvullen van gaten naast het fietpad, het schoonvegen en terugsnoeien van overhangende struiken en takken. Vraag 3: Zonder verbreding of verwijdering van het fietspad, is het college bereidwillig om eenvoudigere maatregelen toe te passen ten behoeve van de verkeersveiligheid, bijvoorbeeld accentuering van fietsstroken op de bestaande weg?

Antwoord: Het aanbrengen van fietsstroken op de bestaande weg zorgt niet voor verbetering van de verkeersveiligheid. Voor het verbeteren van de verkeersveiligheid is het aanpassen van het asfaltfietspad naar een soort halfverhardingfietspad een betere oplossing.

☐6a. Beleidsregel ‘Tijdelijke bewoning bijgebouwen’. C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag 1: Waarom is er gekozen voor eigen kinderen die in een chalet of iets dergelijks mogen gaan wonen op een eigen erf? Antwoord: De tijdelijke bewoning van een bestaand bijgebouw of bestaande solitaire recreatiewoning is mogelijk voor iedere woningzoekende die voldoet aan de voorwaarden. Alleen voor de tijdelijke bewoning van een chalet geldt de eis dat bewoning alleen plaats mag vinden door eerste- en tweedegraads familieleden. De plaatsing van een tijdelijk chalet van maximaal 100 m2 is toegestaan bovenop de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen, waardoor er sprake is van extra verstening en verrommeling. Ondanks deze ruimtelijke consequenties heeft het college toch besloten tijdelijke chalets toe te staan, maar hiervoor wel zwaardere eisen te stellen aan de doelgroep. Vraag 2: Waarom is er gekozen voor een bepaalde grootte van het perceel wat nodig zal zijn? Antwoord: De oppervlakte eis van een perceel geldt alleen voor de tijdelijke plaatsing en bewoning van een chalet. De reden hiervoor is dat de chalet bovenop de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen is toegestaan. Dit betekent dat volgens het bestemmingsplan vaak 150 m2 aan bijgebouwen aanwezig mag zijn en tijdelijk een chalet van maximaal 100 m2 mag worden geplaatst.

Op kleinere percelen is een totale oppervlakte van 250 m2 ruimtelijk niet wenselijk. Vraag 3: Wordt er geëvalueerd met de raad? Antwoord: In de commissie van 13 juni 2022 is de Notitie Wonen besproken en de afspraak gemaakt dat het college mandaat krijgt om zoveel mogelijk woningzoekenden te bedienen. Op basis van deze afspraak zijn de beleidsregels ‘Tijdelijke bewoning bijgebouwen’ opgesteld, waarbij wij als college nog een stapje verder zijn gegaan door ook de tijdelijke plaatsing en bewoning van chalets op grote percelen in het buitengebied toe te staan. De bedoeling is dat het eerste kwartaal 2023 een evaluatie plaats gaat vinden en bezien zal worden of de beleidsregel op enkele onderdelen moet worden aangevuld. Ik zal genoemde evaluatie en eventuele bijstelling van het beleid ter kennisname delen met uw commissie. Vraag 4: Waarom moet men gaan verhuizen als er na 5 jaar zou blijken dat de woningmarkt niet veel los gekomen is en er voor nog een periode gebruik gemaakt mag worden van deze regeling?

Antwoord: In lijn met de notitie Wonen, welke op 13 juni 2022 in de commissie is besproken, is gekozen voor een termijn van 5 jaar. Gedurende deze periode kan de doelgroep een redelijke inschrijfduur op bouwen voor een sociale huurwoning dan wel vermogen opbouwen dat nodig is om een koopwoning te kunnen financieren. De tijdelijkheid van 5 jaar is tevens gekoppeld aan verschillende nieuwbouwprojecten in de gemeente, waarbij zowel (betaalbare) koop- als huurwoningen worden gerealiseerd. Mocht de situatie over 5 jaar toch onveranderd zijn, is het mogelijk de beleidsregel te verlengen. Vooralsnog gaan wij hier niet van uit. Vraag 5: Hoe ziet het college toe op het handhaven van objecten waarvoor geen huisnummer aanwezig is? Antwoord: Alle gebouwen die ten behoeve van deze regeling worden ingezet, krijgen een apart huisnummer. Hiermee is inzichtelijk welke objecten onder de regeling vallen zodat na beëindiging van de tijdelijke bewoning ook tot handhaving kan worden overgegaan, wanneer de eigenaar geen gehoor geeft aan de verplichting om het gebouw weer in overeenstemming te brengen met het bestemmingsplan dan wel de verleende vergunning. M. Klein (SGP) Vraag 1: In de spelregels worden 3 typen objecten genoemd, die als tijdelijke woning kunnen worden aangemerkt.

Namelijk bestaande bijgebouwen … (1), bestaande solitaire recreatiewoningen … (2) en chalets op grote percelen in het buitengebied. De bebouwde kom-grens wordt zodoende gebruikt als begrenzing van ‘het buitengebied’. Nu kennen onze kernen ook grote percelen aan de rand van en binnen de bebouwde kom. Heeft het college overwogen optie 3 ook (chalets) toe te staan op grote percelen binnen de bebouwde kom? a) Zo ja: wat is de overweging geweest om de mogelijkheid niet te bieden? b) Zo nee: kan het college overwegen de mogelijkheid ook te bieden binnen de bebouwde kom? Antwoord: a) Vanuit stedenbouwkundig oogpunt heeft de plaatsing van een chalet binnen de bebouwde kom meer invloed op de stedenbouwkundig kwaliteit van een wijk (denk aan de beeldkwaliteit, rooilijn, verhouding voor-/achtererf en korrelgroottes). Vandaar dat alleen gekozen is om een tijdelijke chalet toe te staan op grote percelen in het buitengebied. b) Bij de evaluatie van de beleidsregel in het eerste kwartaal 2023 zal bezien worden of uitbreiding van de beleidsregel op dit onderdeel gewenst is. Vraag 2: De spelregels zijn inmiddels ruim een maand openbaar en toe te passen.

Wat is het aantal aanvragen dat inmiddels binnen is? En wat zijn punten die het college wil meenemen in de aanscherping of verbreding van de mogelijkheden? Antwoord: De afgelopen weken hebben meerdere mensen telefonisch dan wel via email contact opgenomen om te informeren naar de mogelijkheden die het beleid biedt. Dit geldt zowel voor eigenaren die een ‘bijgebouw’ beschikbaar willen stellen als potentiele bewoners. Dit heef geresulteerd in circa 10 gesprekken in het gemeentehuis waarbij eigenaren hun plannen concreet willen maken. Er zijn inmiddels twee aanvragen om omgevingsvergunning in behandeling.

Op dit moment zijn er nog geen punten die meegenomen worden bij de aanscherping of verbreding van de mogelijkheden. Vraag 3: Zijn marktpartijen specifiek op de hoogte gebracht van de mogelijkheden voor tijdelijke bewoning? Bijvoorbeeld makelaars of andere intermediairs. Antwoord: Nee. Vraag 4: In de bijlage bij het commissievoorstel College rapportage, wordt de beslissing van het college van 11 oktober jl. weergegeven. Daarin staat een mandaat van wethouder Groothuis om “iets” aan te kunnen passen aan artikel 13 resp. 12 van de spelregels bewoner en eigenaar. Het gaat hier -als ik het goed heb- om het niet toestaan van huisvesting van mensen met EPA. Kan het “iets” wat nader geduid worden in het mandaat en waarom het specifiek deze doelgroep betreft? Antwoord: Dit had betrekking op een tekstuele aanpassing. Vraag 5: De aanvraagtijd is een jaar en bij leven en welzijn op 1 november 2023 stopt de mogelijkheid. In het voorstel wordt een halfjaarlijkse evaluatie voorgesteld. Dat is platweg 1 tussenevaluatie (om wellicht bij te sturen). Is het mogelijk om 3-maandelijks middels een mededelingenbrief op de hoogte te blijven van aantal aanvragen en eventuele patronen in al dan niet verlenen of weigeren van aanvragen? En indien nodig aan de hand van de mededelingenbrief te agenderen. Antwoord: Nee.

De bedoeling is dat het eerste kwartaal 2023 een evaluatie plaats gaat vinden en bezien zal worden of de beleidsregel op enkele onderdelen moet worden aangevuld. Ik zal genoemde evaluatie en eventuele bijstelling van het beleid ter kennisname delen met uw commissie. ☐6b. Vaststelling bestemmingsplan “Driestweg 30” in Nunspeet. Over dit agendapunt zijn geen schriftelijke vragen gesteld. ☐6c.

Vaststelling bestemmingsplan “harderwijkerweg 343” in Hulshorst.

Over dit agendapunt zijn geen schriftelijke vragen gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12138394/1