AP 4a. Overzicht schr. vrg. en antw. cie. Ruimte en Wonen 11 december 2023
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen en antwoorden commissie Ruimte en Wonen 11 december 2023. ☐ 3.
Rondvraag.
D. Koster (Gemeentebelang) Vraag: Worden aangrenzende bewoners en/of de bewoners van de hele straat, bij het voornemen voor het proactief plaatsen van een laadpaal volgens het verkeersbesluit, tijdig geïnformeerd over de op handen zijnde plaatsing? Antwoord: Nee, direct aanwonenden worden niet apart aangeschreven. Inwoners worden allemaal op dezelfde manier geïnformeerd namelijk door publicatie van het verkeersbesluit op officiëlebekendmakingen.nl en een publicatiebericht op de gemeentelijke website. Omdat er regelmatig vragen komen over (het voornemen tot) plaatsing, onderzoeken wij momenteel de mogelijkheden om direct aanwonenden op andere manieren te informeren, bijvoorbeeld door het versturen van een brief of het plaatsen van een informatiebord. ☐6a.
Vaststelling Lijst Monumentale bomen.
A. Harteveld (ChristenUnie) Vraag 1: Over een paar weken, op 1 april 2024, treedt de omgevingswet in werking. Kan het college aangeven wat de consequenties van deze wet zijn voor o.a. de bomenverordening en de monumentale bomenlijst? Antwoord: Omdat het een verordening betreft die de fysieke leefomgeving aangaat, worden deze regels automatisch onderdeel van het tijdelijke gedeelte van het omgevingsplan. Bestaande gemeentelijke verordeningen op het gebied van fysieke leefomgeving blijven gelden in de overgangsperiode (tot 2032). Vraag 2: Heeft het college er zicht op hoeveel Nunspeetse monumentale bomen opgenomen zijn in het Landelijk Register van Monumentale Bomen? Antwoord: In de gemeente Nunspeet staan 51 bomen die geregistreerd zijn in het Landelijk Register van Monumentale Bomen. Vraag 3: Vallen deze bomen tegelijk ook onder het regime van de Nunspeetse monumentale bomenlijst? Antwoord: Van de 51 geregistreerde bomen staan 17 bomen staan niet op de Lijst Monumentale Bomen van de gemeente Nunspeet. Dit komt doordat deze bomen buiten de begrenzing van de bebouwde komgrens wet Natuurbescherming (voorheen bebouwde kom Boswet) staan. De gemeente Nunspeet heeft enkel monumentale bomen aangewezen binnen deze grenzen.
Vraag 4: Kan het college aangeven of de criteria waarop in Nunspeet wordt bepaald of een boom op de monumentale bomenlijst komt, identiek is aan de criteria die gelden voor het Landelijk Register van Monumentale Bomen. Antwoord: Deze criteria zijn identiek. Er is echter wel een bepaling bij de Lijst Monumentale Bomen dat slechts bomen die binnen de bebouwde komgrens wet Natuurbescherming staan, vallen onder het kapverbod. S.M. Kouwenberg (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Ons wordt gevraagd in te stemmen met het jaarlijks door de raad vaststellen van de mutatielijst monumentale bomen. Is het college er mee eens dat deze mutatielijst in de bomenverordening dient te worden opgenomen (in artikel 2, lid 1)? Antwoord: Jaarlijks zal de geactualiseerde bijlage 4 (Lijst Monumentale Bomen) van de Bomenverordening aangeboden worden ter vaststelling welke gebaseerd is op de Mutatielijst Monumentale Bomen. Deze Mutatielijst is een werklijst van aanmeldingen door particuliere eigenaren, gekapte bomen naar aanleiding van verleende vergunningen en nieuw aangewezen gemeentelijke monumentale bomen. Derhalve zal de Mutatielijst niet in de Bomenverordening worden opgenomen. Het grondig herzien van de Lijst, onderbouwd met een uitgebreid bomenonderzoek in de hele gemeente, wordt zoals voorgesteld eens in de 10 jaar uitgevoerd.
Vraag 2: Ziet het College, naast de in het stuk genoemde voordelen, mogelijke nadelen die kunnen voortvloeien uit het wijzigen van de herzieningstermijn? Antwoord: Als gemeente mogen wij buiten de herzieningstermijn van 10 jaar om geen particuliere monumentale bomen aanwijzen zonder aanvraag en/of toestemming van de eigenaar zelf. ☐6b.
Subsidieverordening Monumentale bomen en Aanpassing Bomenverordening.
A. Harteveld (ChristenUnie) Vraag 1: In de intulé van de bomenverordening wordt gesproken over een gerechtelijke uitspraak die aanleiding gaf om de bomenverordening op een aantal plaatsen aan te passen. Is nog te achterhalen wat de inhoud was van die gerechtelijke uitspraak? Antwoord: In de Bomenverordening 2016 was geregeld dat het kapverbod niet geldt voor bomen in geval van noodkap. De gemeente Nunspeet heeft destijds een omgevingsvergunning verleend met een herplantverplichting voor een boom met een noodkap. De rechtbank heeft bepaald dat er geen vergunning noodzakelijk was voor de betreffende boom en dat er dus geen herplant opgelegd kon worden. De Bomenverordening is op dit punt aangepast.
☐6c.
Verordening Doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Nunspeet 2023.
A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Er wordt voor gekozen om de inkomensgrens voor een sociale koopwoning te koppelen aan de caoindex van het CBS. Het CBS geeft per kwartaal aan met hoeveel procent de cao-lonen zijn gestegen. Betekent dit dat de inkomensgrens voor een sociale koopwoning per kwartaal wordt aangepast? Antwoord: In artikel 4 lid 4 is opgenomen dat de inkomens jaarlijks per 1 januari worden geïndexeerd overeenkomstig de cao-loonindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Vraag 2: De instandhoudingstermijn voor een sociale huurwoning wordt in de verordening verhoogd van 15 naar 25 jaar. Voor deze instandhoudingtermijn is aansluiting gezocht bij het wetsvoorstel “Wet versterking regie volkshuisvesting” waarin deze instandhoudingstermijn voor sociale huurwoningen wordt opgenomen. Dit wetsvoorstel is nog niet bij de Tweede Kamer ingediend. Dan is er toch nog geen juridische basis om de instandhoudingstermijn in de verordening te verhogen van 15 naar 25 jaar? Antwoord: In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat de instandhoudingstermijn voor een sociale huurwoning minimaal 10 jaar bedraagt. Het is vervolgens aan de gemeente om te bepalen hoe lang zij vinden dat sociale huurwoningen in stand dienen te blijven voor de doelgroep.
Ongeacht of het wetsvoorstel nu wel of niet wordt vastgesteld is het aan de gemeente om de instandhoudingstermijn te bepalen mits wordt voldaan aan het gestelde in het Bro. De gekozen instandhoudingstermijn van 25 houdt een juridische basis. M. Klein (SGP) Vraag 1: De voornaamste redenen tot wijziging is het ‘gelijk trekken’ van verschillend beleid cq planvorming. Waren er nog andere redenen om de verordening aan te passen? Antwoord: De voornaamste reden om de verordening aan te passen is het “gelijk trekken” van verschillend beleid om het voorgenomen woningbouwprogramma te kunnen realiseren in het ’t Hul Noord. De benodigde gronden voor de ontwikkeling van het 't Hul Noord zijn (nog) niet in eigendom van de gemeente. Daarom is het van belang dat het bestemmingsplan, de verordening en het exploitatieplan met elkaar in overeenstemming zijn. De toepassing van de huidige verordening heeft er toe geleid dat het éénmalig vastklikken van een inkomensgrens voor uitvoeringsproblemen zorgt. De gemeente heeft geen invloed op de prijzen van bouwmaterialen, de hoogte van het rentepercentage voor een hypotheek zaken die wel invloed hebben op huizenprijzen en op de leencapaciteit. Om die reden is er voor gekozen om in de voorliggende verordening de inkomensgrens te koppelen aan de cao-loonindex van het CBS om problemen in de uitvoering op te lossen.
Vraag 2: Kan er enige context worden gegeven over het overgangsrecht, in hoeverre de doelgroepenverordening onder de Omgevingswet rechtsgeldig blijft? Antwoord: De doelgroepenverordening blijft op grond van het overgangsrecht gelden na inwerkingtreding van de Omgevingswet. De doelgroepenverordening dient wel vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet(1 januari 2024) te zijn vastgesteld en gepubliceerd. De verordening valt in dat geval onder het overgangsrecht. Gemeenten kunnen na inwerkingtreding van de Omgevingswet geen doelgroepenverordening meer vaststellen. De doelgroepenverordening die valt onder het overgangsrecht houdt op te gelden op het moment dat de overgangsfase van het omgevingsplan is afgelopen. Dat is het moment dat de gemeente dus ook de doelgroepenverordening in het omgevingsplan moet hebben verwerkt. Vraag 3: Wat is de eindigheid/looptijd van de doelgroepenverordening? Voor ’t Hul-Noord bijv. de instandhoudingstermijn na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan? Antwoord: De overgangsfase van de het omgevingsplan loopt tot het einde van 2031. Tot eind 2031 krijgen gemeenten de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan om te vormen tot 1 omgevingsplan voor de hele gemeente. Hierin verwerkt de gemeente ook de regels in gemeentelijke verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan, zoals onder andere de doelgroepenverordening.
De instandhoudingstermijnen zoals die zijn opgenomen in de doelgroepenverordening blijven gelden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Vraag 4: In hoeverre is het een sturingsinstrument voor de komende jaren? Of leggen we onszelf hiermee ook een verplichting op, in plaats van alleen een vrijblijvend recht om toe te passen? Antwoord: Door de woningbouwcategorieën vast te leggen in het bestemmingsplan, te koppelen aan de voorliggende verordening en dit te combineren met een exploitatieovereenkomst kan er gestuurd en afgedwongen worden dat deze woningen gerealiseerd worden en voor welke doelgroepen deze woningen bestemd zijn. Vraag 5: Het is koffiedik kijken naar de toekomst: kan het college meenemen, in hoeverre een vrijval te voorkomen is over 25 jaar (na instandhoudingstermijn)? Of: is er nu wat te regelen dat de gemeente kan motiveren of afdwingen dat een woning in de sociale voorraad blijft? Antwoord: Deze mogelijke vrijval van woningen in de categorie sociale huur is te voorkomen door de realisatie van de sociale huurwoningen zo veel als mogelijk neer te leggen bij de toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet. Kortgezegd door over het realiseren van sociale huurwoningen afspraken te maken met de woningcorporatie. Vraag 6: Hoe wordt de handhaving op de instandhoudingstermijn geregeld?
Antwoord: De verhuurders van zowel een sociale huurwoning of een geliberaliseerde woning voor middenhuur zijn verplicht om jaarlijks voor 1 mei een overzicht van de huur te sturen aan het college van burgemeester en wethouders, zolang de instandhoudingstermijn geldt. Bij verkoop en doorverkoop van een sociale koopwoning dient gedurende de geldende instandhoudingstermijn, door of namens verkoper, de verkoop uiterlijk binnen 4 weken na ondertekening van de koopovereenkomst schriftelijk te worden gemeld bij burgemeester en wethouders. ☐6d.
Verlenging Huisvestingsverordening gemeente Nunspeet.
C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag: De fractie van Gemeentebelang zou graag voor wat betreft de tabellen 2,5,6,8 en 11 de gegevens van onze gemeente willen zien. Antwoord: Deze vraag over het uitsplitsen van de tabellen, 2, 5,6 en 11 zullen we uitzetten bij Enserve die voor de regio Noord Veluwe de rapportages opstelt over het woonruimte verdeelsysteem. Tabel 8 waarin de gemiddelde inschrijftijd in jaren per gemeente, per woningtype is opgenomen geeft wel de gegevens van Nunspeet weer.