CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 4a. Overzicht schr. vrg en antw. cie. Maatschappij en Middelen 4 november 2021

Commissie Maatschappij en Middelen 4 november 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen (burgemeester, college en commissie)2.380 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht schriftelijke vragen Maatschappij en Middelen 4 november 2021 per agendapunt. ☐3.

Rondvraag.

R.A. de Bruin (SGP) Vraag: Mededelingenbrief wethouder P. Teeninga: Voor welke doelgroep is deze publieksvriendelijke versie gemaakt? En is deze al gepubliceerd? Antwoord: De visual van het beleidsplan is bedoeld om zowel in gesprek met inwoners, maatschappelijke organisaties als binnen de gemeente te gebruiken. Zonder af te doen aan de inhoud van het beleidsplan wordt op een toegankelijke manier aangegeven wat de kern van het beleidsplan is. Na vaststelling van het beleidsplan door de gemeenteraad wordt de visual gepubliceerd, onder andere in het huis-aan-huis blad. ☐6a.

Stand van zaken Jeugdzorg (aan de hand van mededelingenbrief wethouder).

M.J. Juffer (Gemeentebelang) Opmerking: De zorgvuldigheid en het consistent doorwerken aan dit complexe dossier gaat vertrouwd voelen.  Compliment! Vraag 1: ( Bijlage 2e prognose jeugd 2021 Meerinzicht. Hoofdstuk 1, reguliere programmagelden) Neemt Gemeente Nunspeet de methode over en wordt de prognose in de gemeentelijke begroting overgenomen? Waarom wel/niet ? Antwoord: In de Dienstverleningsovereenkomst is met onze gemeente(n) de afspraak gemaakt dat wij in onze voorschotten de methode van Meerinzicht zullen volgen. In de gemeentelijke begroting wordt nog budgettair neutraal geraamd conform de gelden die we vanuit de uitkering Gemeentefonds krijgen voor het Sociaal domein (Jeugd, participatie en WMO). Wel met de aanvulling van de middelen die destijds in het coalitieakkoord zijn opgenomen (€ 850.000,-). Vraag 2: In de tweede prognose programma begroting vanuit Meerinzicht zien we dat er een forse afname te zien is binnen het ambulante deel en de GGZ. Daarentegen zien we wel een stijging in de gemiddelde looptijd van een indicatie. Wat kan daar de oorzaak van zijn? Antwoord: Van meerdere kanten wordt geconstateerd dat de complexiteit, mede vanwege de impact van Corona, toeneemt. Dit brengt met zich mee dat de trajecten langer duren, waardoor de gemiddelde looptijd toeneemt. Vraag 3: Op blz. 11 zien we nog wat tabellen en cijfers over achterstanden.

Onbegrijpelijk dat er nog steeds sprake is van achterstanden bij zorgaanbieders. 2 jaar geleden hebben we hier in de commissie al stevig over gesproken. Wat betekenen deze achterstanden voor Gemeente Nunspeet? Antwoord: Het gaat hier over verplichtingen die geboekt zijn, maar die door jeugdhulpaanbieders (nog) niet geëffectueerd zijn. Het gaat om een prognose en daarbij is aangesloten bij de cijfers van voorgaande jaren. In februari 2022 wordt de ‘streep’ gezet voor het jaar 2020 en wordt duidelijk of het bedrag daadwerkelijk nodig blijkt. We hebben namelijk te maken met organisaties die met trajecten werken en dat achteraf declareren. Te denken valt aan dyslexie, Jeugdbescherming en het Sint Jansdal.

Door Meerinzicht wordt overigens bekeken of deze betalingen (ook specifiek voor Nunspeet) toch sneller geëffectueerd kunnen worden. ☐6b. Integraal beleidsplan sociaal domein 2022-2025. J.M. Elskamp (ChristenUnie) Vraag 1: Pag. 10, doelstellingen, subdoel 5 (komt later ook terug op de volgende pagina): Wij vinden dit een stelling doel. Is het niet beter deze zin aan te vullen met “met als ondergrens de veiligheid van het kind’? Antwoord: Het is een stevige ambitie, het belang van het kind – met veiligheid als basis – staat hierbij voorop. We voegen de suggestie toe aan het subdoel. Vraag 2: Pag. 12, doelstellingen, subdoel 2: Je kunt wel stimuleren dat inwoners zich ook verantwoordelijk voelen voor het welbevinden van (de mensen in) hun directe omgeving, maar dat kan geen keihard einddoel zijn. Wat als iemand dat echt niet kan of wil? Antwoord: Het is onze ambitie om dat zoveel mogelijk te stimuleren, vandaar dat we het als subdoel hebben geformuleerd. In de uitgangspunten hebben we opgenomen: ‘Inwoners bepalen zelf in hoeverre en op welke manier ze mee willen doen.’ Dit uitgangspunt geldt overal, dus ook voor dit subdoel. Vraag 3: Pag. 14: Er staat dat er realistisch begroot moet worden en extra geïnvesteerd moet worden in preventie. Er is sprake van een aflopend bedrag in het sociaal domein.

Hoe verhoudt zich dat tot elkaar? Antwoord: In de afgelopen jaren zijn de inkomsten van het Rijk als vertrekpunt genomen voor de begroting. In de praktijk blijkt dat niet altijd realistisch, vandaar dat we toe willen naar een realistische begroting: de gemeenteraad maakt zelf een afweging wat nodig is in het sociaal domein. Meer preventief werken is beter voor de inwoners, de impact van behandelingen en hulpverleningstrajecten is immers groot. Meer preventief werken vraagt een verschuiving van de ondersteuning naar de voorkant: meer preventief, minder curatief. De budgetten moeten dan ook verschuiven. Omdat het effect van preventie niet direct zichtbaar is, vraagt het een investering. Deze betaalt zich naar verwachting, later terug. Vraag 4: Hoe verhoudt dit beleidsplan zich tot de Inclusie-agenda? Antwoord: In de volgende fase werken we de uitvoeringsplannen uit. Hierin beschrijven we wat we concreet gaan doen om de doelen uit het beleidsplan te halen. De Inclusie-agenda is in onze ogen één van de uitwerkingen, gericht op bepaalde doelgroepen. Vraag 5: Pag. 10, 11: hulp en ondersteuning. In het document, bijv. op pag. 10 en 11 wordt vaak gesproken over ‘hulp en ondersteuning’. We hebben wel een idee bij het verschil, maar zouden dat graag toegelicht krijgen. Antwoord: Hulp en ondersteuning zijn begrippen die deels door elkaar heen worden gebruikt, deels opvolgend zijn.

Ondersteuning is over het algemeen wat lichter en kortdurender van aard dan hulpverlening. Met hulpverlening wordt vaak de gespecialiseerde hulp aangeduid. De termen hulp en ondersteuning worden ook in de verschillende wetgeving anders benoemd. Om ons niet te beperken tot één wet en juist het integrale karakter te benadrukken, gebruiken we beide termen.

R.A. de Bruin (SGP) Opmerking: We zijn al op diverse manieren in dit proces meegenomen. Het is uiteindelijk een mooi stuk geworden! M.J. Juffer (Gemeentebelang) Opmerking: Goed om te bemerken dat dit integraal beleidsplan tot stand is gekomen (mede) dankzij de vele input welke is opgehaald vanuit de samenleving en de actieve rol van de adviesraad sociaal domein. Vanuit de reactie adviesraad is duidelijk te lezen dat er al veel commitment is ontstaan dankzij de zorgvuldige consultering van de adviesraad. Vraag 1: Er wordt aangegeven dat er nog een ‘publieksversie’ gemaakt zal worden. Is het mogelijk om dit zo aantrekkelijk en eenvoudig als mogelijk te houden. In de vorm van b.v. een infographic wordt deze ‘publieksversie’ wellicht eerder gelezen dan wanneer er lange lappen tekst ontstaan. Bij uitgangspunten (blz. 5) lijkt een discrepantie te zitten. ‘de (gemeentelijke) systeemwereld is niet leidend…..’ Ik durf bijna niet te refereren aan de dramatische gevolgen van de toeslagen affaire maar die komen ook voort uit een systeemwereld. Waarmee ik niet wil zeggen dat binnen onze (gemeentelijke) systeemwereld dezelfde fouten en verdoezelingen worden gemaakt, integendeel. Maar waakzaamheid is geboden! Op Blz. 14 zien wij bij het programma onderwijs vanaf 2022 een mindering van ong. 10 % .

Staat dat in relatie tot realistisch begroten? Antwoord: De publieksversie van het beleidsplan is meegezonden in de mededelingenbrief van wethouder Teeninga. We hebben geprobeerd om zonder af te doen aan de inhoud van het plan op een toegankelijke manier aan te geven wat de kern van het beleidsplan is. We onderkennen uw aandachtspunt met betrekking tot de waakzaamheid en nemen deze mee in de uitwerking naar de uitvoeringsplannen. De mindering van 10% betreft een terugloop van rijksmiddelen. Deze vormen de basis voor onze begroting. K. van Bronswijk (CDA Lokaal) Vraag 1: Op blz. 15 benoemt / verwijst u wel naar indicatoren, maar er wordt er niet 1 genoemd. Waarom niet? Antwoord: Er is afgesproken, in afstemming met de raadswerkgroep indicatoren, dat de huidige indicatoren voor het sociaal domein voorlopig gehanteerd blijven. Dit totdat er (bijvoorbeeld vanuit de uitvoeringsplannen, maar ook vanuit de monitoring) nieuwe indicatoren ontwikkeld worden. Vraag 2: In het Commissie voorstel staat de zin Bij de verdere uitwerking van het beleidsplan naar worden er mogelijk nieuwe indicatoren ontwikkeld. Beleidsplan naar?.... Tekstueel nog aanpassen? Antwoord: Dat dient te zijn: uitwerking van het beleidsplan naar uitvoeringsplannen. Wij zullen deze zinsnede aanpassen.

☐6c.

Accountantsprotocol en normenkader 2021.

M.A. Mol (Gemeentebelang) Vraag 1: Wordt het normenkader getoetst op juistheid/volledigheid? Antwoord: Het normenkader is het kader op basis waarop de accountant toetst. Wanneer externe regelgeving ontbreekt, zal de accountant ons daar op wijzen. De accountant kan dan niet komen tot een oordeel waardoor er geen accountantsverklaring afgegeven kan worden. Voor de interne regelgeving is het aan de gemeente zelf waarop beoordeeld moet worden. Vraag 2: Wanneer mogen we het verslag van bevindingen van het onderzoeksopdracht de zgn. Interim-controle verwachten? Deze hebben wij volgens ons nog niet voorbij zien komen. Antwoord: De interim-controle vindt plaats in de tweede helft van november. De managementletter met de bevindingen wordt verwacht in januari. Vraag 3: Wij kunnen ons voorstellen dat het controle protocol niet jaarlijks wijzigt. Is het mogelijk deze voor een aantal jaren vast te stellen zodat raad niet ieder jaar deze protocol weer hoeft vast te stellen? Antwoord: Het is mogelijk om het controleprotocol voor meerder jaren vast te stellen. Wij doen het jaarlijks om de gemeenteraad de gelegenheid te geven om er iets van te vinden zodat ze hun controlerende taak goed kunnen uitvoeren.

Vraag 4: Wanneer dit kan, is het mogelijk om het normenkader tezamen met de bevindingen dan in één keer in de raad in te dienen? Nu wordt van ons verwacht er op twee momenten in het jaar in duiken, het moment dat het normenkader/protocol wordt vastgesteld en het moment dat de raad iets van de bevindingen mag vinden. Antwoord: Jaarlijks stelt de raad het geactualiseerde 'normenkader wet- en regelgeving' vast. Het normenkader (voor een controle van de rechtmatigheid) betreft de inventarisatie van relevante regelgeving en bestaat uit de externe wetgeving en de eigen interne regelgeving (o.a. verordeningen) waaruit handelingen met financieel gevolg tot stand komen. Het normenkader dient vastgesteld te zijn voordat de accountantscontrole plaatsvindt. De bevinden volgen na de interim-controle. ☐6d.

Tweede Managementrapportage 2021.

M.A. Mol (Gemeentebelang) Vraag 1: Programma 1: Is het te verklaren dat het aantal mensen dat gebruikt maakt van regelingen afneemt in deze tijd?

Antwoord: Het aantal inwoners met een laag inkomen dat gebruik maakt van één of meerdere regelingen is hoger dan in 2020. Het aantal inwoners dat gebruikt maakt van een schuldregeling is de enige indicator die iets afneemt in het derde kwartaal ten opzichte van het tweede kwartaal 2021, al is er nog steeds sprake van een toename jaar-op-jaar. Een eenduidige verklaring is hier niet voor te geven. Wel is het zo dat schuldregelingen vaak achter de economische trends aan lopen, omdat mensen vaak eerst zelf proberen schulden op te lossen. Een toename van het aantal corona-gerelateerde schuldregelingen is nog niet terug te zien in de cijfers. We verwachten deze toename op termijn echter wel. Om deze toename zoveel mogelijk te voorkomen zetten we o.a. in op communicatie over schuldhulpverlening via verschillende media-kanalen, hebben we een financieel trefpunt geopend in september en is er onlangs een werkwijze schuldhulpverlening voor ondernemers vastgelegd. Daarnaast is de gemeente per 1 januari 2021 gestart met vroegsignalering van schulden, waardoor de gemeente in een vroeg stadium zicht heeft op schulden omtrent zorgverzekering, gas/water/licht en huur. Inwoners worden dus door de gemeente vroeg benaderd als schulden zijn ontstaan.

Het is nog te vroeg om te concluderen dat hierdoor de totale schuldenlast minder snel groeit en schuldregelingen minder noodzakelijk zijn, maar deze ontwikkeling kan wel bijdragen aan de afname van het aantal schuldregelingen. Tot slot zien we dat woningbouwverenigingen steeds actiever worden in het kader van schuldenpreventie. Ook dat kan bijdragen aan het voorkomen van schulden, waardoor minder schuldregelingen nodig zijn. Vraag 2: Dezelfde vraag m.b.t. bijstandsuitkeringen? Antwoord: Het aantal inwoners met een bijstandsuitkering is flink lager wanneer we dit jaar-op-jaar vergelijken met 2020. De arbeidsmarkt is momenteel erg krap. Veel personen die de bijstand zijn ingestroomd als gevolg van corona hebben relatief snel weer werk gevonden. Tegelijkertijd zien we dat de huidige instroom in de bijstand vooral inwoners betreft waar meer speelt dan alleen het verlies van werk, waardoor zij lastiger weer aan het werk komen. Het aantal inwoners met een bijstandsuitkering in het derde kwartaal 2021 t.o.v. het tweede kwartaal 2021 is toegenomen met 29. Dit is mede te verklaren doordat de huidige instroom in de bijstand vooral inwoners betreft waar meer speelt dan alleen het verlies van werk, waardoor zij lastiger weer aan het werk komen. Ook heeft een aantal inwoners dat hun werk heeft verloren eerst gebruik maken van de WW, voordat zij de bijstand instromen.

Daarnaast zien we een toename in 2021 doordat de taakstelling huisvesting statushouders in 2021 verdubbeld is t.o.v. 2020. Vraag 3: Programma 3: waarom nog geen startersleningen in 2021? Antwoord: Tot op heden zijn er 6 startersleningen verstrekt. Ten opzichte van voorgaande jaren is dit veel minder maar dit heeft alles te maken met het beperkte woningaanbod in de prijscategorie tot € 265.000,-. Dit aantal is per abuis niet in de rapportage opgenomen. Vraag 4: Programma 3: waarom nog geen % implementatie omgevingswet en harmonisatie verordeningen? Er moet toch nu wel wat gebeurd zijn? Antwoord: Uiteraard is er al veel gebeurd als het gaat om de implementatie van de Omgevingswet. Binnen het Programma Omgevingswet Nunspeet loopt 73% van de acties volgens de programmaplanning. De overige 27% zijn acties die iets vertraagd zijn. Omdat in mei 2021 duidelijk werd dat de inwerkingtreding van de wet is uitgesteld naar 1 juli 2022 levert dat op dit moment geen risico’s op.

De harmonisatie en integratie van de verordeningen in het omgevingsplan wordt tijdens de transitiefase na inwerkingtreding van de wet opgepakt. De transitiefase loopt tot eind 2029. In 2022 wordt gestart met het opnemen van de regels uit de bomenverordening en de erfgoedverordening in het omgevingsplan. Vraag 5: Programma 5: hoe komt het dat er nog maar 58% van het onderhoudsbudget wegen is gebruikt? Antwoord: De berekening was toen gebaseerd op het uitgegeven saldo van eind augustus en is inmiddels al weer achterhaald. In september en oktober zijn er diverse onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd en worden momenteel opgeleverd en afgerekend. Ik verwacht dat de actuele stand van zaken inzake de uitnutting van het onderhoudsbudget Wegen momenteel tussen de 70% en 80% zit. Vraag 6: Programma 9: wat is de planning voor het klantfeedbacksysteem? Erg bepalend voor het meten van de tevredenheid van de inwoners t.a.v. de dienstverlening. Antwoord: Wethouder Van der Maas komt hier nog op terug.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10735066/1