AP 4a. Overzicht schr. vragen en antwoorden Maatschappij en Middelen 7 nov. 2024(2)
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen en antwwrden Maatschappij en Middelen 7 november 2024. ☐3.
Rondvraag.
A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Inleiding: De gemeente heeft de brandhoutverkoop over de periode 2023 geëvalueerd. Het College van B&W heeft deze evaluatie op 1 oktober 2024 besproken. Besloten is dat bij de advisering over een lange termijn oplossing/werkwijze ook het gemeentelijk volksgezondheidsbeleid in de afwegingen moet worden betrokken. De fractie van PvdA/GroenLinks heeft twee vragen: Vraag 1: Wat is de planning voor de lange termijn oplossing/werkwijze? Antwoord: Wij streven ernaar om in het eerste kwartaal van 2025 een voorstel voor de lange termijn oplossing/werkwijze te presenteren, waarin ook het gemeentelijk volksgezondheidsbeleid wordt meegenomen. Vraag 2: Is het College bereid te onderzoeken of Nunspeet zich aan kan sluiten bij het Schone Lucht Akkoord? Zo, nee waarom niet? Antwoord: Deze vraag wordt ter vergadering beantwoord. (betreft geen technische vraag) ☐6a. Regiovisie en Uitvoeringsagenda Samen tegen huiselijk geweld 2024-2028. R.A. de Bruin (SGP) Vraag 1: Welke acties zijn recent ondernomen om de politie zover te krijgen om mee te doen aan handle with care? Antwoord: Recent zijn er geen acties meer ondernomen. In 2020 zijn er meerdere pogingen gedaan om te starten met Handle with Care. Helaas was er geen draagvlak vanuit de politie.
Daarom is de implementatie toen on hold gezet in afwachting van landelijke ervaringen en het regionale project vanuit Geweld Hoort Nergens Thuis is toen gestopt. In 2022 was het landelijke standpunt van de Politie dat Handle with Care via Veilig Thuis-organisaties zou moeten lopen. Praktisch heeft implementatie echter alleen zin als meldingen dan direct worden doorgegeven aan Veilig Thuis. En dat was juist het knelpunt. Soms duurt het 3 dagen voordat een zorgmelding vanuit de Politie wordt verzonden aan Veilig Thuis. Dat is te laat om school dan vóór de volgende schooldag te informeren. Alternatieve routes zijn lokaal uitgebreid verkend. Er hebben zowel lokaal als op regionaal en landelijk niveau gesprekken plaatsgevonden, maar alle gezochte alternatieven zijn juridisch niet toegestaan of leveren in de praktijk zo veel tijdverlies op dat de kinderen er niet mee geholpen worden. Implementatie van Handle with Care was dan ook helaas niet mogelijk. Wij blijven de ontwikkelingen natuurlijk wel volgen.
Vraag 2: Destijds wat de reden van de politie (wanneer ik me het goed herinner) dat er onvoldoende tijd voor was. Is dat nog steeds de reden? Antwoord: Nee, dit was één van de redenen. Vanuit de landelijke Politie wordt tevens aangegeven dat er geen juridische mogelijkheden zijn voor de politie om situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling te delen met derden anders dan Veilig Thuis, in verband met privacyregelgeving. Het landelijk standpunt is dan ook dat het de Politie niet is toegestaan om de gevraagde informatie met scholen te delen. Er is toegezegd dat VNG, VWS en JenV samen zouden bezien welke alternatieve mogelijkheden er dan wel zijn, maar dit heeft tot op heden niet geleid tot nieuwe inzichten. Vraag 3: Wanneer de politie nu bij een gezin komt voor huiselijk geweld (met name waar kinderen bij betrokken zijn), hoe verloopt dan de afhandeling richting instanties? Worden scholen ook geïnformeerd? Antwoord: De Politie kan een zorgmelding doen bij Veilig Thuis. Veilig Thuis heeft vervolgens de wettelijke bevoegdheid om de melding te onderzoeken, in gesprek te gaan met de gezinsleden, informatie op te vragen bij o.a. onderwijs en te verwijzen naar het lokale team (voor ons CJG, Wmo of Stimenz) of naar een (soms al betrokken) hulpverlener of om onderzoek te laten instellen door de Raad voor de Kinderbescherming.
Scholen worden niet geïnformeerd over de situatie of over de voortgang van de melding. Dit behoort ook niet tot de bevoegdheden van Veilig Thuis. En het past ook niet bij de wijze waarop we met gezinnen willen omgaan. Ook in geval van huiselijk geweld vinden we het belangrijk om vooral mét de gezinsleden in gesprek te gaan, waar gewenst samen met andere professionals uit andere organisaties, en niet over hen te spreken. Het kan dan ook goed zijn dat in het hulptraject dat volgt school wél betrokken is of (door ouders) geïnformeerd wordt. Vraag 4: We lezen in de evaluatie dat de casusmanager nu uit één persoon bestaat. Dit is een wankele basis. Hoe wordt dit in het nieuwe plan geborgd? Antwoord: In de evaluatie is beschreven dat casusregie binnen de gemeente Nunspeet op dit moment voldoende is belegd, maar wel kwetsbaar is (en persoonsafhankelijk). Casusregie wordt in de praktijk opgepakt door meerdere organisaties, zoals CJG, Stimenz en Wmo. En voor de complexe casuïstiek is onze sociaal regisseur meestal betrokken. Casusregie valt formeel buiten de scope van de aanpak huiselijk geweld, maar wordt wel genoemd in zowel de evaluatie als in de Lokale Uitvoeringsagenda 2024-2028 omdat juist in geval van veiligheidscasuïstiek regelmatig casusregie nodig is.
Vanuit de Aanpak Voorkomen Escalatie (AVE) wordt momenteel in kaart gebracht in hoeverre onze gemeente proces- en casusregie voldoende heeft geborgd en welke concrete stappen er nog gezet moeten worden en wat daarvoor nodig is. Vraag 5: In de evaluatie wordt gesproken over dat nieuwsberichten slecht bereik hebben. In het nieuwe plan staan weer nieuwsberichten. Is het niet beter dit op een andere manier te gaan communiceren?
Antwoord: In 2020 zijn we gestart met een regionale nieuwsbrief bestemd voor professionals. Deze werd inderdaad slecht gelezen en had niet het beoogde effect, terwijl het een flinke ureninzet vroeg om de nieuwsbrief te maken. Dit is reden geweest om te stoppen met de nieuwsbrief. In de komende jaren zal er ook geen nieuwsbrief meer komen. Wel zullen organisaties (via een regionale communicatiekalender) op de hoogte gehouden worden van trainingen, bijeenkomsten e.d. gericht op het voorkomen en tegengaan van huiselijk geweld, die vanuit de gemeenten of vanuit de deelnemende organisaties voor hen worden georganiseerd. Aan een dergelijk overzicht is wel behoefte. Daarnaast is er in de lokale uitvoeringsagenda 2024-2028 opnieuw flink wat aandacht voor communicatie richting onze inwoners in de vorm van bijvoorbeeld persberichten, berichten in sociale media, folders, e.d.. Ook persberichten hebben over het algemeen maar een beperkt bereik onder de beoogde doelgroep, vooral omdat het moment van verspreiden niet af te stemmen is op de behoefte van inwoners (je gaat informatie zoeken als je het op dat moment nodig hebt). Wel is bekend dat de kracht van communicatie óók zit in het herhalen van de boodschap.
Dit is reden dat wij, aansluitend bij een aantal landelijke campagnes, toch op een aantal vaste momenten in het jaar steeds met eenzelfde boodschap aandacht vragen voor huiselijk geweld en daarbij ook meer bekendheid proberen te geven aan de belangrijkste organisaties waar je terecht kunt voor advies of hulp. Persberichten en berichten op sociale media zijn slechts een paar van de vormen om onze inwoners te bereiken. Zo heeft een lokale werkzame medewerker van Veilig Thuis bijvoorbeeld recent een interview gegeven op RTV Nunspeet. En periodiek presenteren de betrokken organisaties zich ook op netwerkbijeenkomsten of organiseren zij informatiebijeenkomsten voor inwoners of professionals. ☐6b. Herijking KPI’s (Kritische Prestatie Indicatoren) programma Sociaal Domein. A.M. van Maanen (CDA Lokaal) Inleiding: Beweging van specialistische ondersteuning naar ondersteuning d.m.v. algemene voorzieningen. Het college beantwoordt deze vraag met de opmerking dat deze beweging niet gemakkelijk in een KPI is te vatten en daarom niet als nieuwe KPI wordt opgenomen.
Vraag 1: Is gekeken naar welke KPI’s wél mogelijk zijn om de ‘beweging naar de voorkant’ in beeld te brengen? Is er gekeken naar voorbeelden van andere gemeenten? Welke andere mogelijkheden zijn er wél om – zonder veel extra administratieve lasten - de beweging de komende jaren(globaal) te volgen? Antwoord: Met de welzijnsinstellingen, die aan de voorkant werkzaam zijn, is in de verantwoording het volgende gevraagd: - een inhoudelijk verslag (‘tellen en vertellen’) waaruit blijkt dat de gesubsidieerde activiteiten waarvoor subsidie is verleend, op basis van het aangeleverde plannen, zoals het Activiteitenplan 2024, zijn verricht en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); - voor de structurele subsidie zal de verantwoording op (sub)doelen per levensfase zijn en daarmee de beleidsdoelen uit het Integraal beleidsplan sociaal domein. Op de Regietafel kunnen – in samenspraak – nadere afspraken over de verantwoording worden gemaakt;
Een recent uitgebracht rapport door het Verweij/Jonker instituut brengt de Collectieve preventieve interventies in de gemeente Amersfoort in beeld waarbij het jeugddomein steeds als voorbeeld wordt genoemd. Dit rapport benoemt op meerdere plekken de weerbarstigheid rondom het meten. Uit dit rapport blijkt dat je alleen goed kunt meten als de interventies helder zijn, op welke specifieke doelgroepen de activiteiten zich richten, wat de effectiviteit van de interventies is en welke kosten ermee gemoeid zijn. Tegelijk wordt ook geconstateerd dat het in het algemeen moeilijk is om preventieve acties te linken aan het uitblijven van problemen (veel) later. De beschikbare kennis over de werkzaamheid van preventieve maatregelen is in de verschillende beleidsdomeinen beperkt. Inleiding: Aantal inwoners met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum dat gebruik maakt van een of meerdere regelingen. Een gebundelde KPI niet eenduidig te interpreteren is. Het voorstel is om dit KPI te laten vervallen. Vraag 2: Is het mogelijk om de KPI’s per regeling toe te voegen in plaats van gebundeld? Antwoord: Hier is niet voor gekozen, omdat het gebruik van de verschillende regelingen van veel factoren afhankelijk is. Dit zegt dus niet alles over de gemeentelijke invloed op het gebruik van de regelingen. Zo is het gebruik van de collectieve zorgverzekering geen doel op zich.
Inwoners die gezond zijn en weinig zorgkosten hebben, zijn beter af met een basisverzekering, ook al komen qua inkomenseisen in aanmerking voor de collectieve zorgverzekering. Deze regeling wordt op persoonsniveau verstrekt. De bijdrage voor gemeentelijke belastingen wordt dan weer op huishoudniveau verstrekt en is o.a. afhankelijk van het aantal woningen en de gezinssamenstellingen in de gemeente Nunspeet. Het is dus mogelijk om ze per regeling toe te voegen, maar vanwege de vrije interpretatieruimte is hier niet voor gekozen. De cijfers worden wel per regeling genoemd bij de aanstaande Voortgangsnota bestaanszekerheid en schulden (die in Q1 2025 door het college wordt vastgesteld) en de eindevaluatie van het Uitvoeringsplan Bestaanszekerheid en Schulden (2027). Vraag 3: Aantal meldingen Wmo en verstrekte voorzieningen Wmo. Is het mogelijk om de meldingen en verstrekte voorzieningen voor de verschillende vormen van de Wmo te volgen (in plaats van het totaal), zoals hulp bij het huishouden, begeleiding groep, begeleiding individueel, logeeropvang, doelgroepenvervoer, woningaanpassingen etc? Antwoord: Meldingen naar soort voorziening: Nee. Een Wmo-melding gaat niet over een bepaald type hulp of voorziening. Een melding is een eerste signaal dat iemand ondersteuning nodig heeft. Dit is vaak de start van het Wmo-proces.
Bij een melding kan de persoon zelf, een familielid of iemand anders de gemeente laten weten dat er een hulpvraag is. Dit kan in welke vorm dan ook zijn. Bij een melding hoeft de hulpvraag nog niet precies duidelijk te zijn; het is vooral een verzoek om met de gemeente te praten over mogelijke ondersteuning. Verstrekte voorzieningen naar soort voorziening: Ja. Het is mogelijk om de verstrekte Wmo-voorzieningen op te splitsen naar type voorziening.
K. Koers (Gemeentebelang) Programma 4; VRAAG: Hier mis ik wanneer we data kunnen verwacht uit de gezondheidsmonitor jeugd, volwassenen en ouderen. Zou bij iedere KPI kunnen worden aangegeven wanneer data kan worden verwacht. Algemeen opmerking: bij het vaststellen van het uitvoeringsplan gezondheid in juni 2024 zijn de geherijkte indicatoren door de raad vastgesteld en vanaf de 3e kwartaalrapportage opgenomen in Pepperflow. Inwoners ervaren goede gezondheid (volgens inzicht uit “De Gezondheidsmonitor Jeugd, Volwassenen en Ouderen” in de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van Nederlanders van 18 jaar en ouder.) Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd/jongvolwassenen/volwassen en ouderen, GGD, RIVM en CBS Opmerking: tabel en grafiek is aangepast, zodat alle jaren zichtbaar zijn in de grafiek. De bron staat wel vermeld. Data wordt 1 x in de 4 jaar verstrekt (is nu toegelicht bij de indicator). Deze KPI wordt alleen in 2e kwartaal uitgevraagd. Veerkracht (volgens inzicht uit “De Gezondheidsmonitor Jeugd, Volwassenen en Ouderen” in de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van Nederlanders van 18 jaar en ouder.) Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd, volwassenen en ouderen, GGD’en, RIVM en CBS Ook staat weergegeven: Data wordt 1 keer in de 4 jaar verstrekt. Opmerking: Het laatste jaar dat is ingevuld is 2022. De volgende zal dus zijn 2026.
Inwoners zijn beschermd tegen infectieziekten (RVP) Bron: RIVM (via www.volksgezondheidenzorg.info), GGD NOG, CBS Ook staat weergegeven: Frequentie: 1x per jaar (4e kwartaal over het voorgaande jaar). Opmerking: In het 4e kwartaal 2024 wordt dus de gegevens ingevuld voor 2023. Vaccinatiegraad zuigelingen < 2 jaar - geen enkele vaccinatie Bron: RIVM: https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/vaccinaties/regionaal-internationaal/zuigelingen#node-volledige-deelname-gemeente Ook staat weergegeven: Frequentie: 1x per jaar (4e kw.). Opmerking: In het 4e kwartaal wordt dus de gegevens van het lopende jaar ingevuld. Percentage inwoners dat voldoende beweegt conform norm Gezond Bewegen (volgens inzicht uit “De Gezondheidsmonitor Jeugd, Volwassenen en Ouderen” in de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van Nederlanders van 18 jaar en ouder.) Bron: Kindermonitor, GGD Noord- en Oost-Gelderland; Gezondheidsmonitor jeugd, jongvolwassenen, volwassenen en ouderen, GGD’en, RIVM en CBS Opmerking: Data wordt 1 x in de 4 jaar verstrekt (is nu toegelicht bij de indicator). Deze KPI wordt alleen in 2e kwartaal uitgevraagd. Jaarkolom 2024 is toegevoegd.
Percentage inwoners met gezond gewicht (volgens inzicht uit “De Gezondheidsmonitor Jeugd, Volwassenen en Ouderen” in de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van Nederlanders van 18 jaar en ouder.) Bron: Jeugdgezondheid, GGD Noord- en Oost-Gelderland, Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen, GGD’en, RIVM en CBS Opmerking: Data wordt 1 x in de 4 jaar verstrekt (is nu toegelicht bij de indicator). Deze KPI wordt alleen in 2e kwartaal uitgevraagd. Jaarkolom 2024 is toegevoegd.
Percentage inwoners dat rookt (volgens inzicht uit “De Gezondheidsmonitor Jeugd, Volwassenen en Ouderen” in de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van Nederlanders van 18 jaar en ouder.) Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd Jongvolwassenen volwassenen en ouderen, GGD'en, RIVM en CBS Opmerking: Data wordt 1 x in de 4 jaar verstrekt (is nu toegelicht bij de indicator). Deze KPI wordt alleen in 2e kwartaal uitgevraagd. Jaarkolom 2024 is toegevoegd. Percentage inwoners dat voldoet aan de norm alcoholgebruik (volgens inzicht uit “De Gezondheidsmonitor Jeugd, Volwassenen en Ouderen” in de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van Nederlanders van 18 jaar en ouder.) Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd Jongvolwassenen volwassenen en ouderen, GGD'en, RIVM en CBS Opmerking: Data wordt 1 x in de 4 jaar verstrekt (is nu toegelicht bij de indicator). Deze KPI wordt alleen in 2e kwartaal uitgevraagd. Jaarkolom 2024 is toegevoegd.
Programma 7 sport/cultuur/recreatie VRAAG: Hier mis ik Toelichting op afwijking op benutting begroting recreatie, deze afwijking is groter dan 10% tov Q3 2023 Uitnutting begroting recreatie Omschrijving: totale begroting op recreatie en toerisme geeft inzicht in het uitgegeven budget door het jaar heen Opmerking: als een KPI ‘uitnutting van budget’ gelijk is aan een taakveld is het ‘een dubbelvraag’ over hetzelfde onderwerp, omdat de bewaking van het budget al wordt weergegeven bij het taakveld. Toelichting is toegevoegd. Overweging voor commissie P&C: De KPI’s ‘uitnutting begroting’(als dit gelijk is aan een taakveld) te laten vervallen. VRAAG: Toelichting op benutting begroting ontwikkel en uitvoeringsagenda Nunspeet vier seizoenen uit de kunst. Afwijking is groter dan 10% Uitnutting van de begroting ontwikkel- en uitvoeringsagenda “Nunspeet vier seizoenen uit de kunst” Omschrijving: De begroting van het uitvoeringsprogramma “Nunspeet vier seizoenen uit de Kunst” geeft weer hoeveel procent van de projecten die voor dat jaar gepland zijn, in uitvoering zijn. Opmerking: deze KPI betreft dus een afzonderlijk onderdeel (dus niet een totale taakveld) Toelichting is toegevoegd. Programma 8 VRAAG: Evenementen in en buiten het centrum, 1x per half jaar.
Dus 2023 had sowieso ingevuld kunnen zijn en ook eerste half jaar 2024 Aantal evenementen Centrum en buiten Centrum Gemeente Nunspeet Omschrijving: Dit zijn alle evenementen die aangevraagd zijn in de gemeente Nunspeet in het centrum en buiten het centrum; alle resultaten (tussen Centrum en overige) worden van het begin af aan bij elkaar zijn opgeteld voor een jaar. Opmerking: tabel en grafiek is aangepast, zodat vanaf 2023 de onderverdeling beschikbaar is voor evenementen binnen en buiten het centrum van Nunspeet. Indicatoren zijn gevuld voor 2023 en 1e halfjaar 2024. VRAAG: Datzelfde geldt voor leegstandenpercentage en aantal verkooppunten per sector in het centrum van Nunspeet, dit had voor 2022, 2023 en eerste half jaar 2024 kunnen worden ingevuld
Aantal verkooppunten centrum Nunspeet Omschrijving: Het aantal verkooppunten per sector in het centrum van Nunspeet voor detailhandel en horeca. Opmerking: In de raad van 27 november 2024 wordt de lokale economische agenda behandeld. Hierin worden een aantal wijzigingen van indicatoren voorgesteld. Leegstandpercentage verkooppunten centrum Nunspeet Omschrijving: Percentage leegstaande verkooppunten in het plangebied centrum Nunspeet. Opmerking: In de raad van 27 november 2024 wordt de lokale economische agenda behandeld. Hierin worden een aantal wijzigingen van indicatoren voorgesteld. ☐6c.
Derde kwartaalrapportage 2024.
J. van den Hoorn (SGP) Vraag 1: AMVO bus: wat is de reden dat er 60K wordt begroot, maar er slechts 23k aan kosten is? Is de begroting niet structureel te hoog? Antwoord: Van de oorspronkelijke 60K was in de jaren 2020 t/m 2022 al een onttrekking aan de reserve gedaan. Alleen voor de subsidieafrekening 2023 welke in 2024 heeft plaatsgevonden was dit niet gebeurd. Vandaar nog deze “correctie” in 2024. Hiermee is het bedrag van 60K wat destijds voor de jaren 2020 t/m 2023 beschikbaar was gesteld volledig besteed. Vraag 2: Inkomensregeling: Er moet 240k bij vanwege "autonome kostengroei". a. Wat wordt bedoeld met autonome groei ", kan het college dit nader uitleggen? b. Waar staat specifiek het stuk en de parafrase waar de uitleg wordt gegeven? (er wordt verwezen naar bestaanszekerheid en schulden) Antwoord: a: autonome kostengroei heeft m.n. betrekking op stijgende kosten van bijzondere bijstand. Denk hierbij aan de kosten voor bewindvoering. Onder bewindstelling wordt door een rechter uitgesproken, waardoor inwoners die deze kosten niet kunnen betalen een beroep doen op bijzondere bijstand via de gemeente. Het aantal onder bewind gestelde personen neemt toe (en de vergoedingen voor bewindvoerders worden geïndexeerd, dit zijn landelijk vastgelegde normen). Dit is een landelijke trend en zorgt automatisch voor hogere kosten voor gemeenten.
Het gaat dus om stijgende kosten vanwege landelijke ontwikkelingen (niet zijnde het gevolg van lokaal beleid). Daarnaast is het Wettelijk Minimumloon (WML) per 1 januari 2023 met ruim 10% verhoogd. Doordat gemeentelijke inkomensregelingen zijn gebaseerd op 120% van het WML, stijgt dus de (absolute) inkomensgrens waarmee inwoners in aanmerking komen voor gemeentelijke regelingen. Het gebruik van gemeentelijke regelingen neemt hierdoor toe (bijvoorbeeld door inwoners die part-time werken en door de verhoging WML ineens wel een inkomen onder de 120% van het WML hebben). De kosten voor bijvoorbeeld de Individuele inkomenstoeslag (= een vorm van bijzondere bijstand) stijgen hierdoor. b: In juni 2023 heeft de raad het Uitvoeringsplan Bestaanszekerheid en Schulden gemeente Nunspeet 2023 vastgesteld. In het financieel kader (pagina 52 en 53) staat de autonome kostengroei benoemd. Deze was nog niet verwerkt in de begroting.
Vraag 3: In agendapunt 6d staat dat er 1,9 miljoen bij moet voor de Jeugdzorg. Wat is de impact op de begroting 2024? Wat is de reden dat dit niet in de kwartaalrapportage is opgenomen? Antwoord: De impact op de begroting willen we via een commissie- en raadsvoorstel in december 2024 aan u voorleggen door dekking te zoeken in de Algemene reserve. De 2e prognose is ontvangen ná het afronden van de kwartaalrapportage, zodat deze daarin niet meer kon worden meegenomen. Vraag 4: In de kwartaalrapportage zit 20K extra vanuit de algemene uitkering voor "eenverdienersproblematiek". Zijn er instrumenten op gemeenteniveau waarmee dit geld kan worden uitgegeven zoals geoormerkt? Antwoord: De middelen worden besteed conform de Handreiking handelingsperspectief alleenverdienersproblematiek (opgesteld door o.a. Stimulansz, Ministeries van Financiën en SZW, Dienst Toeslagen, Belastingdienst). De middelen komen direct bij de doelgroep terecht. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: De opbrengsten voor zonnepark Kijktuinen en manege Hulshorst vielen tegen. Geldt dit ook voor de zonnepanelen op manege Wezenland? Antwoord: Dit geldt niet voor de zonnepanelen manege Wezenland. Dit heeft onderstaande als reden: In de periode dat de zonnepanelen manege Wezenland in bedrijf werden gesteld kon de teruglevering plaatsvinden binnen het reguliere energiecontract van de gemeente.
In de periode dat de zonnepanelen Kijktuinen en manege Hulshorst in bedrijf werden gesteld moesten er zogenaamde PPAovereenkomsten afgesloten worden omdat energieleveranciers dergelijke zonnepaneleninstallaties niet meer binnen een regulier energiecontract aannamen. Vraag 2: De controle van de Sisa-regelingen was niet opgenomen in de oorspronkelijke opdracht voor de accountantswerkzaamheden over het jaar 2024. Vergeten of kwamen de Sisa-regelingen onverwacht? Antwoord: Bij de aanbesteding is de accountant bij de inschrijving uitgegaan van 4 Sisa-regelingen. Inmiddels is dit aantal toegenomen naar minimaal 25 Sisa-regelingen. Dus de regelingen zijn niet vergeten maar het aantal is toegenomen. ☐6d. Stand van zaken Jeugdzorg (aan de hand van mededelingenbrief portefeuillehouder). R.A. de Bruin (SGP) Vraag 1: Kan er een verder uitwerking komen van de post Jeugdzorg begr 2021-2024? We zien hier een stijging van 2 mln…
Antwoord: De verdere uitwerking is zichtbaar in onderstaand overzicht. rekening MIZ 1e GeMIZ 2e prog. meente prog 2023 2024 2024 2024 segment 1 817.000 781.000 820.000 867.000 segment 2 1.648.000 2.059.000 1.510.000 1.974.000 segment 3 970.000 1.179.000 1.000.000 1.173.000 segment 4 3.372.000 3.872.000 3.480.000 4.376.000 segment 5 86.000 33.000 25.000 117.000 segment JB/JR 517.000 574.000 543.000 557.000 segment LTA 72.000 54.000 18.000 123.000 Totaal 7.482.000 8.552.000 7.396.000 9.187.000 Niet cliëntgeb. Koesterklas Covid meerk. Totaal overig Totaal zorgkosten
165.000 14.000 -1.000 178.000 7.660.000
178.000 31.000 0 209.000
Verschil 2e prog -47.000 -464.000 -173.000 -896.000 -92.000 -14.000 -105.000 -1.791.000
110.000 11.000 0 121.000
201.000 31.000 0 232.000
-91.000 -20.000 0 -111.000
8.761.000 7.517.000
9.419.000
-1.902.000
Vraag 2: Bij een stijging als deze, kan de gemeente de begroting nog rond krijgen, of moet er hierdoor bezuinigd gaan worden op andere onderdelen? Antwoord: Vooralsnog is er voor 2025-2028 een sluitende begroting. Wel is bij het onderdeel Jeugd een taakstelling opgenomen. Deze taakstelling zou o.a. gerealiseerd moeten worden door aan de voorkant bij de indicering via de verklarende analyse een zorgvuldige toewijzing te geven die aan de achterkant leidt tot lagere kosten. Ook is het de verwachting dat een deel van de taakstelling kan worden gerealiseerd bij een hogere uitkering van het Gemeentefonds op grond van de mei- en septembercirculaire. Dit blijft echter een onzekere factor gezien de onduidelijkheid van de rijksoverheid m.b.t. hogere bijdragen voor de jeugdzorg. Te denken valt aan invoering van eigen bijdragen en/of het op regionaal niveau uitvoeren van de zware zorg. Daarnaast hopen we met de beweging naar de voorkant (inzet aanbod sociale basis, meer groepsaanbod, normaliseren) via oa pilot passende ondersteuning dichtbij, IZA/GALA en OKO uiteindelijk ook minder specialistische jeugdhulp te hoeven inzetten. De ontwikkelingen spelen overigens niet alleen in Nunspeet en regionaal, maar zijn een landelijk probleem. A.M.
van Maanen (CDA Lokaal) Mededelingenbrief: Vraag 1: Op welk moment was Meerinzicht op te hoogte dat de kosten fors hoger waren dan de basisprognose en wanneer is de gemeente Nunspeet daarvan op de hoogte gesteld? Antwoord: De 2e prognose wordt altijd in oktober opgesteld. Onze gemeente is daar 17 oktober van op de hoogte gesteld.
Vraag 2: Welke afspraken zijn er met Meerinzicht over het tijdstip van een 2e prognose voor de begroting van het betreffende jaar? Antwoord: Afspraak is dat de 1e prognose in juni en de 2e prognose in oktober van ieder jaar wordt aangeleverd. Vraag 3: De voorgestelde gewijzigde begroting 2025 is hoger dan die in de begrotingsraad is vastgesteld. Zijn er naast de effecten van de indexatie en kostprijzen andere oorzaken van invloed op de hogere kosten in 2025? Antwoord: We zien een verwachte stijging in alle segmenten. Deze verwachte stijging is het grootst in de segmenten wonen, dagbesteding/ dagbehandeling en specialistisch. Voor het segment wonen is deze verwachte toename onder andere te verklaren door de inzet van kleinschalige woonvoorzieningen. Gedegen data-analyse zal nog verder duidelijk moeten maken of er sprake is van intensievere zorg, langduriger trajecten of meer verlengingen dan voorgaande jaren. Vraag 4: Op welke termijn verwacht het college meer inzicht op de in de mededelingenbrief genoemde adviezen en interventies die kunnen leiden tot besparingen? Antwoord: Deze adviezen en interventies willen we zowel lokaal als in regionaal verband oppakken. Het besef van urgentie is hoog en bij alle gemeenten aanwezig.
Bij de afsluiting van de jaarcijfers 2024 zal onder andere in het eerste kwartaal 2025 de data extra onder de loep genomen worden en komen we regionaal tot gezamenlijke formulering van interventies. Memo: Vraag 5: Pagina 4. De laatste aanbesteding had o.a. tot doel om met minder aanbieders overeenkomsten af te sluiten. Uit de memo blijkt dat er veel aanvragen zijn voor maatwerkovereenkomsten. In een jaar tijd gaat het in de regio om meer dan 500 casussen. Voor de gemeente Nunspeet zijn er 48 maatwerkovereenkomsten afgesloten in het afgelopen jaar. Met hoeveel verschillende aanbieders zijn in de regio en in de gemeente Nunspeet maatwerkovereenkomsten afgesloten? Wat zijn de redenen om over te gaan tot maatwerkovereenkomsten? Wordt er door de gemeenten in de regio – naast de inzet van de kwaliteitsmedewerker - gekeken naar mogelijkheden om het aantal maatwerkovereenkomsten te verminderen? En zo ja, wanneer is daar duidelijkheid over? Antwoord: De uitvraag over het aantal verschillende aanbieders staat uit bij Meerinzicht, maar de informatie is hierover nog niet ontvangen. Redenen om tot maatwerk over te gaan zijn o.a.: - Geen beschikbare woonplek bij bestaande aanbieders - Jeugdigen die elders verblijven (woonplaatsbeginsel) en waar jeugdhulp nodig is. - Intensieve ambulante thuishulp, ook en juist buiten kantoortijden, die door bestaande aanbieders niet kan worden geleverd.
- Crisis- of spoedopvang die op dat moment niet geleverd kan worden. - Uitspraak van een rechtbank naar een specifieke zorg die niet is ingekocht. - Identiteitsgebonden zorg, wanneer ouders geen PGB kunnen beheren;
In Nunspeet zijn we kritisch bij een verzoek om maatwerk van het CJG. We hebben de afspraak dat daarbij altijd eerst overleg is met een van de beleidsmedewerkers, voordat het verzoek om maatwerk aan de kwaliteitsmedewerker van Meerinzicht wordt voorgelegd. Vraag 6: Pagina 4. Wat betekende de interventie van de kwaliteitsmedewerker voor de aangevraagde trajecten/jeugd? Kunt u toelichten hoe de berekening van de besparing van € 172.000 voor de maatwerkovereenkomsten in Nunspeet is berekend? Antwoord: De kwaliteitsmedewerker denkt mee in bijvoorbeeld aanpassingen in uren, evaluatiemomenten, of tarieven, maar ook over rechtmatigheidsvragen. Een behoorlijk deel van de aanvragen, met name in Nunspeet (11) en een andere gemeenten (11), direct goedgekeurd zonder verdere aanpassingen, dit kan er op duiden dat onze gemeente efficiëntere aanvragen indient. Regionaal gezien is door de inzet van de kwaliteitsmedewerker er een duidelijke verbetering zichtbaar in de rechtmatigheid en doelmatigheid van aanvragen voor maatwerkoplossingen. De besparing is een aanname. Waar duidelijk sprake is van onrechtmatigheid en ondoelmatigheid is een concrete kostenbesparing te berekenen. Voor aanvragen van de gemeente Nunspeet is dat niet aan de orde geweest, omdat lokaal reeds wordt meegedacht en juridische vragen met de helpdesk van Schulinck (o.a. kennisinstituut Jeugdwet) worden uitgezocht.
Vraag 7: Pagina 6. Kunt u van de laatste tabel (aantal cliënten per segment) een vergelijking maken met de situatie van een jaar eerder? Antwoord: Nunspeet, stand van zaken per 16-09 Segment Segment Segment 1 2 3 Hoog Wonen Dagbespecialishandeling tisch 2024 76 40 83 2023 105 43 92
Segment 4 Specialistisch
Segment 5 Crisis
Segment 1 JB/JR
Segment 1 LTA
580 575
7 11
54 66
2 6
Vraag 8: Pagina 7. Als oorzaak van de hogere kosten in 2024 wordt o.a. de indexatie genoemd. Was de hoge indexatie 2024 nog niet bekend bij het opstellen van de basisbegroting 2024? En zo niet, wanneer was dit wel bekend? Antwoord: Ja, de indexatie bij de 1e prognose (juni 2023) bedroeg 6,36%. Uiteindelijk is de indexatie uitgekomen op 6,3%. Oorzaken van hogere kosten liggen dus ook bij andere onderdelen. De tarieven voor de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering zijn landelijk vastgesteld en die zij wel hoger uitgekomen. Vraag 9: Pagina 8. Wat is de reden van hogere kosten voor de overige niet cliëntgebonden zorg? Om welke zorg gaat het?
Antwoord: Het betreft hier kosten van overschrijding over het jaar 2023 waarbij indicaties met terugwerkende kracht nog zijn toegekend. Afspraak is dat die kosten onder ‘overig’ weggezet worden. Dat betreft een bedrag van € 79.000,=. In het dashboard worden deze kosten wel op cliëntniveau verwerkt, in de boekhouding niet. De overige kosten zijn de bijdragen voor het Regionaal Instituut Dyslexie, Spoed Eisende Zorg, pilot Pleegzorg Dichtbij, kosten partnerschap met zorgaanbieders, GGZ Centraal asielzoekers, consultatie en advies bij Jeugdbescherming en de beschikbaarheidsbijdrage van de academische functie van Karakter.