AP 4a. Overzicht schr. vragen en antwoorden commissie Ruimte en Wonen 7 februari 2022
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen commissie Ruimte en Wonen 7 februari 2022 per agendapunt. ☐3. Rondvraag Er zijn geen schriftelijke vragen ingediend. ☐6a. Stand van zaken Project verbetering Stationsomgeving. G. Polinder (SGP) Vraag: In de raadsvergadering van 16-12-21 refereert u aan de werving van een omgevingsmanager. Is hier al actie op gezet? Antwoord: Hier is inderdaad actie op ingezet. Er is een geschikte kandidaat gevonden die voor het project gaat werken op inhuur basis. De afspraken met haar worden momenteel geformaliseerd.
☐ 6b. Mededelingenbrief wethouder Groothuis 17 januari 2022 inzake De Grote Bunte. C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag: Kunnen wij bij een wijziging in een aanvraag een soortgelijk schema (zoals bij de mededelingenbrief van de wethouder over de gr Bunte) ontvangen met de veranderingen die zijn ontstaan? Antwoord: Indien een principeverzoek, nadat de raadscommissie Ruimte en Wonen daarover heeft geadviseerd, later bij de uitwerking op ondergeschikte punten wordt aangepast, zal een dergelijk principeverzoek over het algemeen niet opnieuw in een vergadering van de raadscommissie Ruimte en Wonen aan de orde komen. In bijzondere gevallen, indien de commissie dat opportuun vindt, en het principeverzoek opnieuw, via een Mededelingenbrief, of als een gewijzigd principeverzoek, op de agenda van de raadscommissie Ruimte en Wonen wordt geplaatst, zal, op dat moment – indien dat van toepassing is – van een soortgelijk schema, zoals deze nu in de Mededelingenbrief van 17 januari 2022 is opgenomen, gebruik kunnen worden gemaakt. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag: Als argument voor het toepassen van de kruimelgevallenregeling wordt de gelijkblijvende functie van het landhuis (maatschappelijk) aangevoerd. Er zijn toch ook argumenten die daar tegen pleiten, zoals de omvang van de aanbouw en de gevolgen voor de monumentale bomen op het landgoed.
Graag een onderbouwing voor de keuze om in dit geval de kruimelgevallenregeling toe te passen en niet de procedure van de wijziging van het bestemmingsplan. Antwoord: De gemeente is gehouden, zeker in gevallen waarbij de initiatiefnemer een aanvraag op basis van de kruimelgevallenregeling indient, om de kortste procedure te volgen. Dat is het geval bij een aanvraag voor een “bijbehorend bouwwerk” voor bijvoorbeeld een bijkeuken o.i.d. bij een particuliere woning, en dat is niet anders bij een bouwplan voor een “bijbehorend bouwwerk” voor een gebouw met een groter volume en/of met een grotere impact, indien dat past binnen de geldende wetgeving. In deze casus valt de aanvraag omgevingsvergunning onder de zogenoemde kruimelgevallenregeling, volgens artikel 4, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Daarom is de reguliere procedure volgens de Wabo van toepassing. De reguliere procedure is de kortste procedure volgens de Wabo (8 weken + 6 weken verlenging, dat is in totaliteit 14 weken).
Naar aanleiding van de letterlijke bewoordingen van de vraag van de heer Timmerman merk ik nog het volgende op. De heer Timmerman noemt het argument waarom de kruimelgevallenregeling wordt toegepast voor het verbouw-, restauratie-, en uitbreidingsplan voor het Landhuis De Grote Bunte, dat de functie in de oude situatie en in de nieuwe situatie “maatschappelijk” is, en dat dus de functie gelijk blijft. Het is echter niet zozeer als een argument voor een keuze van de procedure aangevoerd dat de functie van het huidige Landhuis de Grote Bunte “maatschappelijk” is, zoals dat ook bij het verbouwde en uitgebreide Landhuis het geval zal zijn. Dat er in de oude en in de nieuwe planologische situatie sprake is van dezelfde functie is een voorwaarde om de kruimelgevallenregeling voor de uitbreiding van het landhuis met het “bijbehorende bouwwerk” aan de achterzijde van het landhuis überhaupt te kunnen passen. Het is in dezen zeker niet zo dat de gemeente kan kiezen welke procedure van toepassing is. De juridische aard van de procedure hangt ook niet af van de situatie van “de omvang van de aanbouw” of “van de gevolgen voor de monumentale bomen op het landgoed”. De procedure volgt uit de tekst van de wet, in dit geval artikel 4 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor), en ook uit de jurisprudentie die hierop is gewezen en waarin deze wettelijke regeling is uitgelegd.
Ik verwijs u hierbij naar bijvoorbeeld de uitspraak van 9 november 2016 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2016:2953, gemeente Den Helder. Voor een uitleg van deze uitspraak en van andere jurisprudentie hieromtrent kan onder andere worden verwezen naar het boek van H. Veenstra, Vergunningvrij bouwen (Amsterdam 3e, herziene druk 2019). Zie voor de kruimelgevallenregeling blz. 155 – 215 van dit boek. De procedure volgt allereerst uit de ingediende aanvraag. Wel had de initiatiefnemer (de aanvrager) er voor kunnen kiezen om eerst de bestemmingsplanprocedure voor het gehele plan voor het Landgoed De Grote Bunte af te wachten voordat de aanvraag voor de verbouwing, restauratie, en uitbreiding van het Landhuis op basis van de kruimelgevallenregeling werd aangevraagd. Aangezien de bestemmingsplanprocedure voor het gehele Landgoed vertraging heeft opgelopen, omdat de benodigde onderzoeken (voor onder andere ecologie, bodem, bomen et cetera) meer tijd vergen dan vooraf werd verwacht, wilden de initiatiefnemers in dit geval vooruitlopen op de bestemmingsplanprocedure, door een aanvraag te doen op basis van de kruimelgevallenregeling voor het Landhuis.
De verbouw- restauratieen uitbreidingsplannen voor het Landhuis De Grote Bunte hoefden niet te wachten totdat het nieuwe bestemmingsplan van kracht was, omdat de aanvraag past in de kruimelgevallenregeling, en omdat de ecologische, bodem- en bomen-aspecten e.d. de plannen voor de verbouwing, restauratie, en uitbreiding van het Landhuis zelf niet belemmeren, zoals uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt. De genoemde complexiteit van de onderzoeksaspecten spelen vooral in het gebied met de bestemming “Bos” behorende bij het Landgoed De Grote Bunte en waar de nieuwe woningen zijn gepland. Voor de goed orde: voor de rest van de herontwikkeling van het Landgoed De Grote Bunte waarvan ook de realisatie van 10 boswoningen en 4 poortwoningen deel uitmaken, dient wel een (uitgebreide) bestemmingsplanprocedure te worden doorlopen voordat voor deze woningen omgevingsvergunningen kunnen worden aangevraagd en verleend. Zodra alle onderzoeken met een goed gevolg zijn afgerond, zal de bestemmingsplanprocedure formeel gestart kunnen worden. Voor die tijd zal nog een “informatieavond” door de gemeente worden georganiseerd met de bewoners uit de omgeving van het landgoed en andere belangstellenden. Dit, mede om de uitgewerkte plannen en de definitieve onderzoeksresultaten toe te lichten.
Hoe deze “informatieavond” exact zal worden georganiseerd hangt vooral af van de dan geldende coronamaatregelen.
☐ 6c. Prestatieafspraken voor 2022 met Omnia Wonen en S.H.O.W. C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag: Wij zouden graag weten waarom de volgende passage uit de woonvisie is gehaald: “De mogelijkheid om bij een woning vooraf aan te geven dat urgent woningzoekenden voor de woning niet in aanmerking komen, tenzij op basis van hun inschrijfduur (op verzoek van de woningcorporaties). Het kan hierbij gaan om zogenaamde populaire woningen, maar ook om woningen in buurten en straten met een beperkte draagkracht en beperkt aantal geselecteerde woningen. Dit wordt beperkt tot een maximaal 25% van de toewijzingen.”
Antwoord: De passage waar in de vraag naar wordt verwezen is opgenomen in de huidige huisvestingsverordening; artikel 7 lid 3 Voorrang bij urgentie. Dit is ook de reden waarom een dergelijke afspraak niet terugkomt in de prestatieafspraken tussen de gemeente en Omnia Wonen, het ligt al vast in de huisvestingsverordening. G. Polinder (SGP) Opmerkingen: Onze fractie heeft gevraagd dit punt te agenderen ter bespreking omdat we een aantal vragen hebben. Onder 1.7 staat vermeld: het voornemen is in de periode 2020-2025 circa 145 sociale huurwoningen toevoegen. In de volgende punten worden er twee concrete projecten, inclusief de aantallen, genoemd namelijk 28 en 22 is totaal 50…dus nog 95 te gaan. Het is al februari 2022 en er is voor zover wij weten geen plan in ontwikkeling waar we die 95 kunnen realiseren binnen deze periode. We kunnen wel afspraken maken maar als deze niet uitgevoerd worden loopt de achterstand nog veel verder op. Vraag 1: Welke actie wordt nu opgezet om dit, in genoemde periode, toch uit te voeren? Antwoord: De acties die worden ingezet om toch het benodigde aantal sociale huurwoningen te realiseren zijn de inzet van de woningbouwlocaties die eigendom zijn van de gemeente. Ook brengen wij Omnia Wonen in contact met projectontwikkelaars, die in Nunspeet nieuwbouwplannen hebben.
Daarnaast is het ook aan Omnia Wonen om actief invulling te geven aan de realisatie van de behoefte. Vraag 2: Bij 1.11 staat: Doorstroming bevorderen met concreet eind 2025 een slaagkans van 40%. Wat houdt dit precies in en hoe gaat dit gehaald worden? Antwoord: De slaagkans op en woning wordt berekend aan de hand van het aantal woningen dat vrijkomt in een jaar gedeeld door het aantal actief woningzoekenden. Het begrip “actief woningzoekend “ houdt in dat men minimaal 1 keer in een jaar op een woning te reageert. We willen deze slaagkans verhogen door o.a. de realisatie van nieuwbouw van sociale huurwoningen, bouw van goedkope koop- en vrije-sector huurwoningen en het toepassen van experimenten om de doorstroming te bevorderen. Vraag 3: Bij punt 4.1 staat het jaar 2021, moet dat niet 2022 zijn? Signalen gehad dat de taakstelling niet gehaald is. Hoe groot is de achterstand en welke actie wordt er ondernomen om aan deze taakstelling invulling te geven? Antwoord: Mocht in de stukken bij 4.1 het jaartal 2021 worden genoemd dan moet dit 2022 zijn. Wat betreft de signalen over de taakstelling en dat deze niet gehaald is, dat signaal klopt. De taakstelling voor 2021 bestond uit het huisvesten van 40 statushouders, een verdubbeling ten opzichte van het jaar 2020. Op het moment van schrijven bestaat de achterstand uit 8 personen.
Met Omnia Wonen hebben wij afspraken over de uitvoering van deze taakstelling en gesprekken over het feit dat er een achterstand is. Omnia Wonen is voor de uitvoering van de taakstelling wel afhankelijk van het aantal sociale huurwoningen dat vrijkomt en ingezet kan worden. Vraag 4: Een vraag naar aanleiding van het percentage van 30% zoals dat in de media te lezen was om de woningmarkt voor eigen inwoners te beschermen. Wordt dit ook mogelijk voor huurwoningen? Concreet: 30% van de vrijkomende huurwoningen in onze gemeente alleen voor inwoners uit eigen gemeente?
Antwoord: Voor sociale huurwoningen bestaat de mogelijkheid al om bindingseisen te stellen. Dergelijke eisen kunnen worden opgenomen in de huisvestingsverordening. Met het opstellen van de huidige huisvestingsverordening is dit wel aan de orde geweest maar is hiervoor niet gekozen omdat de praktijk de afgelopen jaren heeft laten zien dat de instroom van buiten de regio beperkt is.
☐ 6d. Nunspeet Poort van de Veluwe. S.M. Kouwenberg (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: In Januari 2022 heeft deze commissie deelgenomen aan een informatiebijeenkomst over dit Masterplan. PvdA GroenLinks vroeg toen of direct omwonenden betrokken zijn geweest bij het opstellen en spiegelen van dit zogeheten masterplan. Toentertijd werd bevestigend geantwoord, maar na navraag blijken de écht direct omwonenden (Plesmanlaan 10 en 10a) helemaal niet te zijn geïnformeerd over hetgeen nu voorligt. In November 2021 is begonnen met het informeren van ondernemers en organisaties, aldus te lezen op pagina 30. Waarom ondernemers wel en aanwonenden niet? Antwoord: We hebben gewerkt op basis van de stakeholders lijst van de stationsomgeving en deze aangevuld met o.a. ook Stichting Staa, omliggende ondernemers, zoals Villa Vennendal en langs de Elspeterweg. De door u genoemde aanwonende zijn niet opgenomen op de door ons gemaakte lijst. Zij zijn over het hoofd gezien. We zullen nog apart contact met hun opnemen. Vraag 2: Is het College bekend met het feit dat de huizen rondom de planlocatie buiten het verspreidingsgebied van de lokale weekbladen (met gemeentelijk nieuws) liggen? Antwoord: Nu er een positief advies is van Veluwe op 1 kunnen we de aanvraag voor de Regio Deal Veluwe gaan doen.
Naast persberichten en berichten in de nieuwsbrief van het stationgebiedsontwikkeling organiseren we een stakeholdersbijeenkomst voor omwonende bewoners (in het hele gebied tussen spoor en snelweg) en bedrijven. We zullen in dit gebied zorgen voor een uitnodiging huis aan huis, daarnaast zullen we op de sociale media hier aandacht aan geven. Ook zullen we een brede inwonersbijeenkomst houden om ook onze inwoners te informeren. Naar verwachting vindt dit in maart / april plaats. Vraag 3: Hoe is het College voornemens om direct omwonenden alsnog pro-actief te informeren over hetgeen aanstaande is in hun directe leefomgeving? Antwoord: Zie antwoord vraag 2. Vraag 4: Het Transferium is naast parkeerplaats en potentieel ontvangstlocatie van de Veluwe ook een sociale ontmoetingsplaats voor jongeren. Nadat welhaast 20 jaar lang deze locatie gebruikt is door jongeren om elkaar in de zomeravonden, vakanties, maar ook in de winter, te ontmoeten, is het Transferium een icoon van de Nunspeetse jongerencultuur geworden. Hoe is het College voornemens om deze functie, die essentieel is voor de sociale cohesie binnen de jongerencultuur, te behouden en te versterken? Antwoord: Uit de input van de omgeving die we hebben ontvangen blijkt heel vaak dat de omgeving de hangplek voor jongeren niet gewenst vindt op het transferium. Als gemeente vinden wij dit ook niet een gewenste locatie.
Deze locatie is er niet voor bedoelt, namelijk het doel is een gastvrije ontvangstlocatie; Het ligt te afgelegen, daarbij is er geen sociale controle;
Door de bouwperiode is het een natuurlijk moment om deze hangplek te veranderen. Het is een aandachtspunt bij de gemeente om locaties voor jongeren te faciliteren. Dit zal dan een plek moeten zijn die aansluit bij de wensen en ideeën van jongeren. Op dit moment wordt hier aan gewerkt.
Vraag 5: Op het Transferium bevindt zich beschermde natuur, te weten kleine stukjes historische stuifduinen. Hoe denkt het College deze zodanig te kunnen beschermen dat deze geheel intact blijven bij het uitvoeren van dit plan? Antwoord: Deze kleine stukjes historische stuifduinen behoren bij het plangebied van het stationsgebied en blijven behouden. Als er een brug gerealiseerd wordt dan zal deze ingepast moeten worden met als uitgangspunt zoveel mogelijk behoud van de stuifduinen. Vraag 6: Aangrenzend aan het Transferium bevindt zich het rolstoelpad. Hoe denkt het College, gelet op aanstaande hoogteverschillen in de planlocatie, dit rolstoelpad zodanig in te passen dat het ook een inclusieve toegangspoort naar de Veluwe wordt? Antwoord: het rolstoelpad ligt op grond van SBB en zij onderhouden het rolstoelpad, we zullen met hen overleggen hoe we de verbinding goed houden. Vraag 7: In het plan neemt ‘Nunspeet aan Zee’ een prominente rol in, daar waar een toekomstvisie hierover nog ontbreekt. Het doel van voorliggend plan is onder andere het ontzien van kwetsbare natuur. De randmeerkust heeft dit stempel.
Is het College van mening dat de aanduiding ‘Nunspeet aan Zee’ pas in dit plan opgenomen kan worden als uit onderzoek blijkt dat intensivering van bezoekers op deze locatie de specifieke natuurwaarden aldaar niet zal schaden? Antwoord: Er wordt vanaf de Poort van de Veluwe geïnformeerd (infopaneel) en verwezen (bebording) naar Nunspeet aan Zee om de bezoekers naast de natuur van de Veluwe ook te wijzen op andere gebieden die voor toerisme en recreatie aantrekkelijk zijn. Vraag 8: We lezen over subsidie aan Outdoor Centrum Nunspeet in de vorm van ‘goedgekeurde staatssteun.’ Outdoor Centrum Nunspeet biedt naast vormen van elektrisch vervoer, ook de mogelijkheid om de Veluwe per ‘Lelijke Eend’ en per ‘Solex’ te bezoeken. Deze vervoersvormen staan haaks op de intenties van dit plan. Brengt het College dit ter sprake in onderhandeling met de stakeholders? Antwoord: Er vinden geen onderhandelingen plaats met de genoemde stakeholder. In het gesprek wat we met hen gevoerd hebben hebben ze aangegeven dat de solex niet meer wordt aangeboden (staat nog wel op de website) en het lelijke eendje rijdt alleen op de weg. Duurzame vormen van vervoer zijn en blijven zeker een aandachtspunt. P.V. van Rossen (Gemeentebelang) Vraag 1: In het stuk wordt de zorg uitgesproken over afstemming met project stationsomgeving. Hiervan is inmiddels DO vastgesteld.
Het lijkt ons dus dat verdere afstemming snel op gang moet komen. Hoe en wanneer wordt deze afstemming concreet geborgd? Is afstemming met de realisatie van het klimbos ook wenselijk?
Antwoord: De projectleider van de stationsgebiedsontwikkeling is betrokken geweest bij het opstellen van het Masterplan en de inhoud is met hem afgestemd. Vanaf februari 2022 is er een structureel overleg moment ingepland tussen de projectleider van de Poort van de Veluwe en de projectleider van de stationsgebiedsontwikkeling. Zoals in de mededelingenbrief van de stationsomgeving is aangegeven onderzoeken we de mogelijkheid om de coördinatie van de aanbesteding door het zelfde ingenieursbureau dat de stationsomgeving doet te laten begeleiden. Wat betreft de afstemming met het klimbos er is en blijft contact met de ondernemer hierover. Dus waar nodig zal daar afstemming over plaatsvinden. Vraag 2: Participatie moet nog worden vormgegeven, maar zoals we kunnen zien is de planvorming al aardig op weg. Hoe zal toekomstige participatie vormgegeven worden en op welke trede van de participatieladder kan er nog geparticipeerd worden? Antwoord: De direct omwonenden o.a. stichting STA zijn geïnformeerd en hebben meegedacht over de inhoud van het Masterplan en met hun zorgen en wensen zijn (mits relevant en haalbaar/realistisch) rekening gehouden in het definitieve plan. Er zijn daarop ook aanpassingen aangebracht.
Ook is gesproken met de bedrijven op en nabij het huidige transferium en ook met hun zorgen en wensen is (mits relevant en haalbaar/realistisch) rekening gehouden in het definitieve plan. Zie voor toekomstige participatie antwoord vraag 2 PvdA/Groen Links. Vraag 3: Het half- of onverhard maken van de viaduct Vennenpad lijkt Gemeentebelang een goed idee. Is dit mogelijk te combineren met een herkenningspunt aan de viaduct waarmee Nunspeet zichtbaar en herkenbaar wordt voor automobilisten op de snelweg? Antwoord: Dit kunnen we meenemen in het onderzoek dat we opstarten over het viaduct Vennenpad-Zandenbos en dat op voorwaarde van beschikbare tijd en budget in fase 1 uitgevoerd wordt. Waarbij de verbinding zal worden gelegd met het uitvoeringsprogramma Recreatie en Toerisme. Er is recent is gesproken met o.a. Nunspeet Onderneemt over een herkenningspunt langs de A28. Dit wordt dit jaar ook verder worden opgepakt vanuit recreatie/kunst en cultuur. Vraag 4: Deelfietsen: wat Gemeentebelang betreft een wenselijke ontwikkeling. Er wordt echter gemeenschapsgeld geïnvesteerd in de realisatie van deelfietslocaties en bijbehorende faciliteiten en voor Gemeentebelang geldt dat in principe daar dan alle ondernemers in die sector van moeten kunnen profiteren.
Hoe kan er geborgd worden dat deze investeringen niet enkel ten goede komen aan een enkele ondernemer, maar elke fietsverhuurder in principe deel moet kunnen nemen? Antwoord: De stichting die het elektrische fietsendeelsysteem gaat ontwikkelen neem de kosten van aanschaf, softwareontwikkeling, promotie, boeken en afhandelen geheel voor haar rekening. In het Masterplan is de realisatie van de bouw van een beveiligde fietsenstalling waar huurders hun fiets kunnen ophalen en wegbrengen opgenomen. Met als doel dat de fietsen nabij OV en parkeergelegenheid beschikbaar zijn. Dit is in lijn met de doelen van de Regio Deal Veluwe en het is aan de ondernemers om er een succes van te maken. Andere ondernemers kunnen zich aansluiten bij de stichting. Vraag 5: Het transferiumgebied kent een naburige houthandel met flink wat vrachtbewegingen over/langs het transferiumgebied. In hoeverre is hiermee rekening gehouden in de planvorming? Antwoord: We houden er rekening mee door: snelheidsbeperkingen (tweemaal verkeersplateau, uitstraling 30 km zone, rode loper) duidelijke langzaamverkeersovergang die verder na de afslag op de rotonde vanaf de Elspeterweg gesitueerd is. We houden ook rekening met het zware verkeer op de klinkerweg door extra maatregelen mbt de uitvoering van de klinkerweg.
Vraag 6: Is er voorzien in motorparkeerplekken en rekening gehouden met het feit dat voor motoren halfverharding geen geschikte ondergrond is? Antwoord: Dit vergt nadere uitwerking, dank voor het onder de aandacht brengen van deze gebruikers. De halfverharding (open gasbeton stenen) op de wegen op het parkeerterrein geeft geen problemen maar de parkeerplekken kunnen bij nat weer problemen opleveren voor (zware) motoren. K.M. van Bronswijk (CDA Lokaal) Vraag: CDA Lokaal heeft verbaasd kennis genomen van het feit dat er 2 parkeerplaatsen bij de Noorderheide worden afgesloten. Hoe staat dit in verhouding met amendementen en moties uit het verleden waarbij het college wordt opgeroepen om zoveel mogelijk bestaande paden en wegen in stand te houden? Antwoord: Dit is geen nieuwe informatie. Dit is opgenomen in het recreatiezoneringsplan van de provincie Gelderland. En is vorig jaar ook gepresenteerd op de inwonersbijeenkomst in Vierhouten over recreatiezonering. Toen heeft Staatsbosbeheer een presentatie gegeven over hun recreatiezoneringsplannen. De gemeente heeft alleen invloed op gemeentelijke wegen en paden. Deze parkeerplaats is in eigendom bij SBB. De parkeerplekken liggen aan de zuidrand van de Noorderheide in zone C, op grote afstand van Vierhouten, op kortere afstand van Elspeet.
Ten noorden van dit heideterrein ligt een bosgebied met zone D dat een jaarrond niet toegankelijk is. De parkeermogelijkheid trekt daarmee autoverkeer verder het gebied in dan vanuit depositie en verstoring wenselijk is. De aanwezigheid van heideterreinen met recreatieve voorzieningen in de nabijheid is een goed alternatief. Grotere heideterreinen en de randen daarvan zijn extra waardevol voor de biodiversiteit. De afwaardering ligt in lijn met de doelen van de (concept)Recreatiezonering en de voorwaarden van de Regio Deal Veluwe. SBB heeft aangeven in te zetten op het parkeren aan de andere kant. G. Polinder (SGP) Vraag 1: Onder het punt dekking in het voorstel staat dat vastgesteld krediet van het project Stationsomgeving ook kan dienen als cofinanciering Regio Deal. Hoe zeker is het dat deze combi geaccepteerd wordt als cofinanciering? Antwoord: Dit heeft de provincie aan ons bevestigd. Vraag 2: In de kostenraming staat een bedrag van 595000 euro voor projectleider. Dit afgezet op de gemeentelijke bijdrage van 1466693 euro vinden wij wel een heel forse aanslag op het budget. Graag een reactie hierop. Antwoord: In het Masterplan is aangegeven dat er geen capaciteit en op bepaalde vlakken, daarnaast is er ook geen expertise bij de gemeente Nunspeet aanwezig is om het Masterplan uit te voeren.
Het bedrag dat in de kostenraming staat betreft niet alleen de projectleider, maar dus ook de inhuur van expertise. Bijvoorbeeld het begeleiden van de aanbesteding, het maken van het bestek etc. Hier had moeten staan dat dit bedrag was voor projectleider en inhuur expertise/werkzaamheden. Daarbij moet de inzet van 595.000 worden afgezet tegen het totale bedrag van 3.334.696. Dat is wat het gehele project kost. Vraag 3: Hoe zeker is de subsidie van Provincie en de Rijkoverheid? Is er al een harde toezegging?
Antwoord: In het hele proces is intensief samengewerkt met Veluwe op 1 en het team Regiodeal. Hierop hebben we aanpassingen en verbeteringen gedaan, zodat het helemaal aansluit bij de voorwaarden die worden gesteld. Vervolgens heeft het Regieteam Regiodeal een positief advies gegeven waardoor aan de voorwaarde om een aanvraag te doen is voldaan. Er zal een uiteindelijk besluitvorming door GS moeten plaatsvinden voor de definitieve toezegging. De besluitvorming richting GS zal dus een positief advies het Regieteam Regiodeal bevatten. Vraag 4: Nunspeet Poort van de Veluwe is heel erg gericht op het beleven van de natuur en dat begrijpen we, maar hoe kunnen onze ondernemers in het centrum hier ook van profiteren? Ziet de wethouder hier mogelijkheden voor en zo ja, welke? Antwoord: Door de informatie (panelen, VVV), bewegwijzering (welke kant men op moet) en bebording (zoals bv de bruine borden met namen van toeristisch-recreatief aanbod erop) op de Poort worden bezoekers gewezen op aanbod in het centrum. Tevens biedt de langzaamverkeerstunnel onder het spoor een veilige manier om het centrum te bereiken. Voor de toekomst en de levendigheid op de poort zullen de bedrijven op en nabij de Poort goed moeten samenwerken om een samenhangend aanbod te bieden en dit te koppelen aan de voorzieningen en aanbod in het centrum.
Hierin kan de gemeente faciliteren en Nunspeet uit de Kunst uitvoering aan geven. Ook willen we onderzoeken of we met een eenduidige uitstraling (richting het centrum) de looplijnen naar het centrum kunnen verbeteren. Vraag 5 Veiligheid van het gebied. De Plesmanlaan wordt (bijna) onderdeel van het transferium. Er gaat veel vrachtverkeer over van aangelegen houthandel de Veluwe. Onze fractie vindt dit uit oogpunt van veiligheid een groot risico. In de risicoanalyse wordt dit punt niet genoemd. Ziet de wethouder dit ook als een groot risico en zo ja dit punt mee te nemen in het verdere proces? Antwoord: We houden er rekening mee door: snelheidsbeperkingen (tweemaal verkeersplateau, uitstraling 30 km zone, rode loper (duidelijke langzaamverkeersovergang die verder na de afslag op de rotonde vanaf de Elspeterweg gesitueerd is. We houden ook rekening met het zware verkeer op de klinkerweg door extra maatregelen mbt de uitvoering van de klinkerweg. De verkeerskundige van de gemeente is ook betrokken bij de planvorming, dus er is zeker aandacht voor dit genoemde punt en zal zeker onderdeel uitmaken van de verdere uitwerking.
☐ 6e. Vaststellen bestemmingsplan “Snippergroen 2021”. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag: De fractie van PvdA/GroenLinks vindt het niet gewenst als snippergroen dat wordt verkocht wordt vervangen door stoeptegels. Daarom twee vragen: 1. Kan de gemeente bij verkoop van snippergroen de voorwaarde stellen dat het groen niet wordt vervangen door stoeptegels? 2. Zo ja, wordt dit in de praktijk ook gedaan? Antwoord: 1: Dat zou kunnen door bijvoorbeeld een bestemming Groen aan de betreffende stukken grond te geven of te houden waarbij een voorwaardelijke verplichting wordt opgenomen dat er opgaand groen aanwezig moet zijn. 2: De betreffende stukken grond worden verkocht omdat ze voor de gemeente geen toegevoegde waarde hebben voor de groenstructuur. In het algemeen krijgen de gronden aan de voorzijde een tuinbestemming en aan de achterzijde een reguliere woonbestemming. In beide gevallen worden geen bepalingen opgenomen over tegels.
☐ 6f. Afgifte (ontwerp) verklaring van geen bedenkingen Bergakkerweg 22-24 / Kerkendriest. J. Meijer (CDA Lokaal) Vraag 1: Parkeerplaatsen. Voor Bergakkerweg 22-24: 13 parkeerplaatsen op eigen grond. Waar parkeren bezoekers? Antwoord: De volgens berekende parkeernormen aantallen parkeerplaatsen betreffen niet alleen de parkeerbehoefte van bewoners, maar zijn inclusief het parkeren door bezoekers. Vraag 2: Verkeersbewegingen: de plannen suggereren dat alle verkeerbewegingen gaan via de Kerkendriest. Is het totaalbeeld van Kerkendriest en de aansluiting op de Stationslaan en de Driestweg weg voldoende berekend op deze toename? Antwoord: De toename van het aantal verkeersbewegingen is relatief beperkt. Ook ligt de piek van het aantal verkeersbewegingen van bewoners en bezoekers van de nieuwe appartementen op een ander moment dan de piek van verkeersbewegingen van bezoekers van het centrum. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat het wegennet de verkeersafwikkeling niet aan kan.
☐ 6g. Afgifte (ontwerp)verklaring van geen bedenkingen Bergakkerweg 28-32. C. Jansen (Gemeentebelang) Gemeentebelang heeft de volgende vragen : Vraag 1: Wanneer was het eerste plan voor deze locatie bij de gemeente bekend? Antwoord: 2016 Vraag 2: Hoeveel plannen en ideeën zijn er ondertussen ingediend en weer gewijzigd? Antwoord: Vier. Vraag 3: Waarom zijn hier zoveel jaren overheen gegaan? Antwoord: Omdat de plannen niet passend of uitvoerbaar waren. J. Meijer (CDA Lokaal) Vraag 1: Parkeerplaatsen. Voor Bergakkerweg 28-32: 33 parkeerplaatsen op eigen grond. Voor de bezoekers wordt een aantal van 31 parkeerplaatsen aangegeven: Waar parkeren bezoekers? Antwoord: De volgens berekende parkeernormen aantallen parkeerplaatsen betreffen niet alleen de parkeerbehoefte van bewoners, maar zijn inclusief het parkeren door bezoekers.
Vraag 2: Verkeersbewegingen: de plannen suggereren dat alle verkeerbewegingen gaan via de Kerkendriest. Is het totaalbeeld van Kerkendriest en de aansluiting op de Stationslaan en de Driestweg voldoende berekend op deze toename? De Bergakkerweg wordt minimaal extra belast? Antwoorden: De toename van het aantal verkeersbewegingen is relatief beperkt. Ook ligt de piek van het aantal verkeersbewegingen van bewoners en bezoekers van de nieuwe appartementen op een ander moment dan de piek van verkeersbewegingen van bezoekers van het centrum. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat het wegennet de verkeersafwikkeling niet aan kan.
☐ 6h. Beleidsplan Openbare verlichting 2022-2030. J. Meijer (CDA Lokaal) Vraag 1: De, helaas, bekende vraag: waar staan de beleidsindicatoren? Antwoord: In de 4e kwartaalrapportage is de beleidsindicator “Vervangen oude verlichtingsarmaturen door LEDarmaturen” opgenomen. Deze wordt jaarlijks ingevuld. Deze had ook in het beleidsplan opgenomen moeten worden. Het college heeft de directie dringend verzocht om de beleidsindicatoren beter te borgen, zodat dit standaard onderdeel uitmaakt van het collegevoorstel. En daarmee dus onderdeel uitmaakt van de voorstellen. Vraag 2: De scenario’s liggen, de omschrijving volgend, in de afwegingsmatrix dicht bij elkaar met elk scenario sterker en iets minder sterke punten. Is er een tussenscenario mogelijk waarbij scenario 1 leidend is, maar daar waar mogelijk versneld wordt gewerkt aan het einddoel van scenario 2? Antwoord: Uiteraard is een tussenscenario mogelijk. Echter betekent dit wel dat in de meerjarenbegroting 20232027 een gedeelte van de (extra) investeringen naar voren wordt gehaald naar de jaren 2023 t/m 2025. Vraag 3: Het beoogd effect: sneller dan scenario 1, maar veel minder kapitaalverlies dan scenario 2, waarbij het punt veiligheid en betrouwbaarheid wel bovenliggende afwegingspunten voor ons zijn. Antwoord: Het klopt dat scenario 2 iets hoger scoort op de punten veiligheid en betrouwbaarheid.
Echter zit hier geen groot verschil in (scenario 1 met 4 sterren versus scenario 2 met 5 sterren). A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag: In het commissievoorstel staat dat ruimschoots wordt voldaan aan de doelstelling van het Klimaatakkoord in 2030, namelijk het realiseren van 50% energiebesparing ten opzichte van 2013. In het beleidsplan openbare verlichting staat op pagina 31: De doelstelling “50% Energiebesparing in 2030” wordt waarschijnlijk behaald. Waarom staat er dan in het commissievoorstel ruimschoots? Antwoord: Het woord “ruimschoots” in het commissievoorstel komt overeen met pagina 6 en pagina 15 van het beleidsplan openbare verlichting. Het woord “waarschijnlijk” in bijlage C Duurzaam is niet juist en wordt derhalve aangepast.
P.V. van Rossen (Gemeentebelang) Vraag: Bestaat er de mogelijkheid om, in plaats van de twee geschetste scenario’s, de reeds afgeschreven lichtmasten en armaturen versneld te vervangen (in plaats van ‘uitsmeren’ over de periode t/m 2030) en de overige masten en armaturen op basis van afschrijvingstermijn te vervangen? Op deze wijze zou een (gedeeltelijk) versnelde overgang naar LED zonder kapitaalvernietiging mogelijk zijn? Antwoord: Uiteraard is een tussenscenario mogelijk. Echter betekent dit wel dat in de meerjarenbegroting 20232027 een gedeelte van de (extra) investeringen wordt naar voren wordt gehaald naar de jaren 2023 t/m 2025.
☐ 6i. Vervolgaanpak duurzaam gebruik Nationaal schietcentrum Berkenhorst. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Klopt het dat het uit 2000 daterende bestemmingsplan destijds niet door de provincie is goedgekeurd en dat de gemeente Nunspeet het bestemmingsplan niet heeft aangepast? Antwoord: Dit is niet juist. In het goedkeuringsbesluit van Gedeputeerde Staten van 20 maart 2001 van het bestemmingsplan Agrarische Enclave is goedkeuring onthouden aan een deel van de bouwvoorschriften dat betrekking heeft op het maximaal bebouwingsoppervlak van 5% van het bestemmingsvlak (artikel 20 lid 1 a) en aan artikel 20 lid 3 sub i en j betreffende oppervlakte aan bijgebouwen bij een bedrijfswoning en bouwmogelijkheden voor tribunes en sporthallen. Voor het overige zijn de bestemmingsvoorschriften voor dit perceel goedgekeurd. Het is juist dat deze artikelen na de onthouding van goedkeuring nooit zijn aangepast. Dit betekent dat voor het perceel op grond van het bestemmingsplan nu geen maximaal bebouwingspercentage geldt. Vraag 2: In het commissievoorstel staat dat na goedkeuring van het saneringsplan door het bevoegde gezag (Provincie Gelderland) de sanering van het terrein kan worden uitgevoerd. Waarom is deze goedkeuring nodig? De provincie Gelderland heeft immers op 8 juni 2015 een saneringsplan voor Berkenhorst vastgesteld.
Antwoord: Het klopt dat er al is ingestemd met het huidige saneringsplan door middel van eeuwigdurende bekalking, maar nu gaat het om een nieuw saneringsplan met een duurzamere en beter beheersbare oplossing (door middel van afdekking van de vervuiling), met een meerwaarde voor de ecologie. Vraag 3: In 2015 werden de kosten van sanering op 100.000 euro geschat. Nu is het bedrag 500.000 euro. Graag uitleg. Antwoord: Het verschil zit in de manier van aanpak. De 100.000 is uitgaande van een blijvende bekalking. De 500.000 is gebaseerd op de duurzamere en beter beheersbare methode. Vraag 4: In het commissievoorstel staat dat het om een totaaldeal gaat waarin naast afspraken over de sanering ook afspraken worden gemaakt over het uitvoeren van aanpassingen, die voortvloeien uit reeds eerder afgegeven vergunningen. Wordt met deze aanpassingen bedoeld nieuwbouw en uitbreiding? Antwoord: Ja.
Vraag 5: In een samenwerkingsovereenkomst zijn de voorwaarden voor de totaaldeal opgenomen. Deze samenwerkingsovereenkomst is niet bij de stukken gevoegd. Wij ontvangen hem voor de commissievergadering graag alsnog? Antwoord: Het betreft de concept-samenwerkingsovereenkomst waarover nog afrondende gesprekken moeten plaatsvinden met Berkenhorst. Deze overeenkomst is een niet openbaar stuk, dat kan worden ingezien bij de griffie. Vraag 6: In het commissievoorstel wordt gesproken over het waarborgen van een duurzaam gebruik van het terrein. Wat wordt daarmee bedoeld? Antwoord: Enerzijds gaat dit over de saneringsmethode door middel van herschikking en beheersing van de verontreiniging en aanleg van nieuwe natuur. Dit is een duurzamere oplossing dan een eeuwigdurende bekalking. Daarnaast wordt door het uitvoeren van de maatregelen uit de samenwerkingsovereenkomst een langjarige afspraak gemaakt over het gebruik van het terrein, waarbij de afspraken daaromtrent worden geactualiseerd. K.M. van Bronswijk (CDA Lokaal) Vraag: In het verleden is er gesproken dat de provincie ook zou mee betalen aan diverse oplossingen. De gemeente staat nu alleen garant. In hoeverre is er dus nog betrokkenheid vanuit de provincie bij de plannen rondom de Berkenhorst? Antwoord: Daarvan is onder de huidige regelgeving geen sprake.
De provincie is het bevoegd gezag voor de Wet bodembescherming en spreekt op basis daarvan de eigenaar/gebruiker aan voor de saneringskosten. Zolang de Berkenhorst de erfpachter is, is zij verantwoordelijk voor de kosten. De gemeente is aansprakelijk als grondeigenaar zodra de veroorzaker er niet meer is, bijvoorbeeld door het opheffen van de vereniging.
☐ 6j. Tussenmeting programma Duurzaamheid. C. Jansen (Gemeentebelang) Vraag 1: Eerst willen wij vragen de term klimaatneutraal weer te veranderen in energieneutraal wat onze gemeente zelf heeft vastgesteld. Antwoord: De ambitie die is vastgesteld is “Nunspeet is in 2050 klimaatneutraal voor zover het de energieproductie betreft en 100% CO2 reductie ten opzichte van het basisjaar 1990”. Bij de vaststelling van het Masterplan (30 juni 2016) is het amendement aangenomen dat het uitsluiten van inkoop van duurzame energie (netto inkoop op jaarbasis) van buiten de gemeente onnodig beperkend kan blijken te zijn. Dit onderdeel is uit het plan geschrapt. En heeft zich vertaald tot de ambitie ‘Klimaatneutraal, voor zover dit de energieproductie betreft’. De ambitie beperkt zich tot het directe energiegebruik en- opwek en laat b.v. materiaalgebruik buiten ogenschouw. Dit is als uitgangspunt meegenomen onder de definitie CO2 neutraal. In het rapport van Over Morgen is dit inderdaad op 1 plek verkeerd benoemd, dit wordt aangepast. Vraag 2: Gemeentebelang kan voor nu niet uit deze opties kiezen. Er speelt veel op het gebied van duurzaamheid en er is weinig overzicht voor ons. Vraag :welke acties lopen allemaal en hoe worden alle acties vanuit de RES, warmtetransitie, VANG, programma Klimaatadaptatie etc. gecoördineerd?
Antwoord: Zie huidige programma Duurzaamheid en de tussenmeting waar dit keurig met de status benoemd staat. Daarnaast wordt hierin verder ingegaan op de organisatie door middel van de verschillende pijlers. Bovendien wil de raad sturen op beleidsindicatoren, deze worden samen met de grote projecten keurig teruggekoppeld in de hoofdlijnrapportage. Verder wordt er voorgesteld te kiezen voor een hernieuwde indeling van het programma duurzaamheid die logischer is en recht doet aan alle thema’s: Energietransitie, Groene mobiliteit, Circulaire Economie en Klimaatadaptatie & Biodiversiteit. Binnen deze nieuwe indeling kan aandacht besteedt worden aan onderscheid tussen strategisch, tactisch en operationeel niveau en de invloed van de gemeente op verschillende niveaus. Vraag 3: Uit de stukken is ons geen reden gebleken waarom de oorspronkelijke doelstellingen bijgesteld moeten worden. Kan dit toegelicht worden? Antwoord: In de gemeente Nunspeet wordt het een uitdaging (is het niet mogelijk) de komende jaren om met de huidige stand van de techniek (te weten zonne- en windenergie) te voldoen aan de ambities die gesteld worden. Daarom is het voorstel om daar waar het kan in te zetten op energiebesparing en de tussendoelstellingen bij te stellen. Daarnaast is het voorstel in de tussentijd meer in te zetten op klimaatadaptie en circulariteit.
Vraag 4: Draagvlak, techniek, ontwikkelingen en capaciteit zijn onzeker. Hoe zeker is het dan dat de doelstellingen niet gehaald worden als die niet omhoog bijgesteld worden? Antwoord: Met de huidige stand van de techniek en de capaciteit is het aan te nemen dat de ambities niet gehaald gaan worden. Mocht dit in de tussentijd veranderen dan kunnen de ambities alsnog naar boven bijgesteld worden. Door een bewuste keuze te maken voor het bijstellen van de ambities en bijbehorende inzet vanuit de gemeente is de kans groter dat we onze ambities halen. Vraag 5: Kunnen wij een duiding krijgen wat het betekent als we doorgaan zoals we nu doen en dat dit uitgebreid wordt met VANG en het lopende beleid van klimaatadaptie? Antwoord: Klimaatadaptatie en Circulariteit maken nu ook al onderdeel uit van het in 2020 vastgestelde programma duurzaamheid. Het voorstel is op het thema klimaatadaptatie een versnelling te maken in de voorgestelde projecten die tijdens het vaststellen van het klimaatadaptatieplan benoemd zijn. Daarnaast wordt er voorgesteld meer in te zetten op circulariteit in de gemeente Nunspeet. Naast VANG wordt er meer ingezet op het gebied van bewustwording, het optuigen van een milieustraat en de eigen organisatie bewuster te maken.
☐ 6k. Krommeweg 20 in Nunspeet. A. Pluim (Gemeentebelang) Vraag 1: Op de twee voorbeeldkaartjes is rechtsonder het geel gearceerde perceel te zien die de gemeente heeft aangekocht, de twee woningpercelen bevatten echter niet deze gehele oppervlakte (in zowel het compact als lintmodel niet). Betekent dit dat de gemeente slechts een gedeelte van de eerder aangekochte grond verkoopt of? Zo ja, waarom is dat dan? Antwoord: Het is de bedoeling om deze gronden mee te verkopen ten behoeve van hobbymatig agrarisch gebruik.
Vraag 2: Er wordt gesproken de twee kavels en grasland te verkopen. Is het mogelijk dat deze verkoop via openbare inschrijving geschiedt? Antwoord: Dat is mogelijk en ligt ook in de bedoeling. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag: In het commissievoorstel wordt verwezen naar het in werking treden van de Omgevingswet. Opgemerkt wordt dat dit procedureel gezien een risico is en is aan te raden voor die tijd gebruik te maken van de aanwezige wijzigingsbevoegdheid. Inmiddels is bekend geworden dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 oktober 2022 of 1 januari 2023. Heeft dit nog consequenties voor het voorstel van het College of blijft dit ongewijzigd? Antwoord: Het voorstel blijft ongewijzigd.
☐ 6l. Omgevingswet: delegatie, bindend adviesrecht, verplichte participatie en uitgebreide procedure. J. Meijer (CDA Lokaal) Vraag 1: Nunspeet gaat uit van een consoliderende invoeringsstrategie. Dit betekent dat alles zoveel mogelijk bij het oude blijft en er vanuit de bestaande situatie wordt doorontwikkeld gedurende de overgangsperiode. Vraag: Ervan uitgaande dat 1 januari 2023 het nieuwe startpunt wordt, hoe lang is er dan sprake van een overgangsperiode? Antwoord: Dit is geregeld in de Invoeringswet en verschilt per kerninstrument. Als de wet 1 januari 2022 in werking was getreden, hadden gemeenten tot eind 2024 om een omgevingsvisie vast te stellen, die geheel in lijn is met de Omgevingswet. Voor het omgevingsplan was die periode langer, namelijk tot eind 2029. Alle regels uit de huidige bestemmingsplannen, de bruidsschat en de relevante regels uit lokale verordeningen zouden dan een plek moeten krijgen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Als de nieuwe datum van inwerkingtreding is bepaald, schuiven voornoemde termijnen mogelijk ook met een jaar op. Vraag 2: Initiatiefnemers gestimuleerd om te werken volgens de werkwijze van de omgevingsdialoog. Vraag: is er op de een of andere manier het stimuleren om te zetten naar een verplichting? O.i. voorkomt dat heel veel misverstanden tussen verplichte en vrijblijvende participatie.
Antwoord: Het voorstel aan de raad is om participatie verplicht te stellen voor alle vergunningsaanvragen voor een afwijking op het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Inderdaad om misverstanden te voorkomen, waarbij het voor de ene afwijking van het omgevingsplan wel geldt en voor de andere niet. Participatie is echter wel vormvrij voor de initiatiefnemer. De gemeente kan de initiatiefnemer daarom stimuleren om het instrument van de omgevingsdialoog te gebruiken. Dit gebeurt nu ook al. Maar de gemeente kan dat niet verplichten. Als de initiatiefnemer een andere vorm kiest, dan wordt ook aan de participatieplicht voldaan. Vraag 3: ACTUEEL: De invoering van de wet is wederom uitgesteld en het is nog maar de vraag of de wet in zijn huidige vorm eind van het jaar wordt ingevoerd. Vraag: wat zijn de consequenties van deze vertraging en worden er nu niet te vroeg besluiten genomen die mogelijk straks niet meer ‘passend’ zijn?
Antwoord: Met de Omgevingswet verandert enerzijds de juridische inhoud en anderzijds de ICT omgeving voor ruimtelijke ontwikkelingen. De vertraging heeft met name te maken met dit laatste aspect. Daarnaast zijn er nog diverse vragen over de financiering, monitoring en evaluatie. De besluiten die nu voorliggen, hebben betrekking op de juridische inhoud van de wet en in het bijzonder de bevoegdheidsverdeling en indieningsvereisten. Er is nu geen reden om aan te nemen dat de juridische inhoud in de periode van uitstel zal wijzigen en dat de genomen besluiten daarom niet meer passend zouden zijn.
☐ 6m. Afwikkeling gronden rondweg/De Kolk, afsluiten project Rondweg. A. Pluim (Gemeentebelang) Vraag 1: Waarom gaat het voordelig resultaat van dit krediet niet naar de algemene reserves maar wordt het resultaat gesaldeerd dan wel toegevoegd aan de reserve welke is bedoeld voor de grote infrastructurele werken? Antwoord: Bij het beschikbaar stellen van het krediet rondweg is een gedeelte van de kosten gedekt uit de reserve welke is gelabeld voor grote infra structurele projecten. Na afsluiten van dit project en dit krediet is gebleken dat er een positief resultaat is ontstaan. Er had dus minder onttrokken behoeven te worden aan de desbetreffende reserve. Daarom is voorgesteld dit te veel onttrokken bedrag dan wel het positieve resultaat weer toe te voegen aan deze reserve. Vraag 2: Kunt u ons zeggen hoeveel hectare grond dit betreft en graag ontvangen wij een overzichtskaart met de betreffende gronden. Antwoord: Het gaat hier om afgerond 11.2 hectare grond bestaande uit de oranje en blauw gearceerde percelen (Noot griffie: Zie bijlage bij dit overzicht van vragen en antwoorden).
Vraag 3: Kunt u zeggen waar deze strategische gronden voor zijn? Antwoord: Zoals in het voorstel omschreven: Gezien de ligging van de gronden nabij Bedrijventerrein De Kolk, alsmede gezien het feit dat de omliggende gronden nu in eigendom zijn van de gemeente, wordt vanuit strategische overweging voorgesteld deze gronden niet te verkopen. Deze gronden kunnen bijvoorbeeld worden ingezet voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen dan wel worden ingezet als mogelijke grondruil bij toekomstige onderhandelingen voor bijvoorbeeld aankomende (nieuwbouw)projecten. K.M. van Bronswijk (CDA Lokaal) Vraag: We spreken over strategische gronden als we er in een bepaalde tijd wat mee willen doen (2 jaar). Als we deze gronden willen aanhouden. Wat is daar nog “strategisch” aan? Waarom kunnen we het niet gewoon aanhouden als gemeentelijk grond? Antwoord: Dit is misschien een verkeerde benaming geweest van het voorstel om de gronden aan te houden. Vanuit strategische overwegingen wordt voorgesteld de gronden aan te houden. Ze zullen op de balans worden verantwoord als gemeentelijke gronden welke zijn uitgegeven in pacht.