AP 4a. Overzicht schr. vragen en antwoorden commissie Maatschappij en Middelen 5 februari 2026
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen commissie Maatschappij en Middelen 5 februari 2026. ☐ 3.
Rondvraag.
A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag: In de Commissie Maatschappij en Middelen van 4 december 2025 heeft wethouder Stoffer toegezegd schriftelijk terug te komen op de vraag of het mogelijk is deel te nemen aan de Fairtrade weken in 2026. Deze weken vinden plaats van 4 tot en met 17 mei 2026. Gaat de wethouder de vraag op korte termijn beantwoorden? Antwoord: In 2026 gaan we niet deelnemen aan de Fairtrade weken. Dit vergt organisatiebreed de nodige inzet, die momenteel niet voorhanden is. We gaan voor de toekomst wel bezien of we hieraan gaan deelnemen.
☐5a. Toekomst Veluvine. J. van den Hoorn (SGP) Vraag 1: Wat betekent het dat "het deel van de aandelen stichting Molijn de Groot niet wordt uitgekeerd maar in beheer blijft bij de gemeente Nunspeet, en beschikbaar blijft voor Veluvine" a. Wat betekent het niet uitkeren van aandelen? Kunt u toelichten wat er we/niet gebeurt in ten opzichte van een normale aandelenoverdracht. b. Wat betekent het in beheer houden van aandelen? c. Word de gemeente Nunspeet wel eigenaar van de in beheer gehouden aandelen? d. Wat betekent het beschikbaar blijven van de aandelen voor het Veluvine? e. Hoeveel procent van de aandelen betreft dit? f. Aan wat voor soort voorwaarden moet bij het "in beheer geven" worden gedacht? Antwoorden: a. De gemeente wordt eigenaar van alle aandelen. Het te betalen bedrag voor het deel van de aandelen stichting Molijn de Groot wordt niet uitgekeerd/betaald aan de stichting maar blijft ‘in beheer’ bij de gemeente Nunspeet. b. Zie a. Het gaat dus om het beheer van het geld. c. Zie a. De gemeente wordt eigenaar van alle aandelen. d. Zie a. Het is dus niet ‘beschikbaar blijven van de aandelen’, maar van het geld. e. Zie a. De gemeente neemt 100% van de aandelen over. f. Zie a. In de voorwaarden kan gesteld worden waaraan de gelden besteed mogen worden en in welke tijdsbestek. Vraag 2: Wat is de dekking voor de verwerving van de 1 miljoen euro aandelen?
Antwoord: Zoals in het voorstel staat, wordt voorgesteld de 1 miljoen euro te activeren (staat dan bij de gemeente Nunspeet op de balans). Ook wordt voorgesteld de niet begrote rentelasten hiervan (€ 10.000,- bij een rentepercentage van 1%) te verwerken in de Programmabegroting 2027-2030. Vraag 3: Hoe zijn de aandelen gewaardeerd? --> graag inzicht in de waardebepaling. Antwoord: Na enkele gesprekken hebben de aandeelhouders een gezamenlijk voorstel gedaan voor de overdracht van de aandelen voor 1 miljoen euro (k.k.). Bij de beoordeling van dit voorstel is gekeken naar de waarde van het gebouw, is rekening gehouden met de huidige exploitatie en de uitkomsten van het boekenonderzoek. Dit overwegende is het voorstel in te stemmen met het aanbod. Vraag 4: Kunnen de conclusies van het boekenonderzoek worden gedeeld? Antwoord: Het boekenonderzoek is als niet openbaar document beschikbaar gesteld. Vraag 5: Neemt gemeente bij het verwerven van de aandelen ook de schulden over? Antwoord: Bij het overnemen van de aandelen wordt naast het gebouw ook de volledige exploitatie overgenomen. Vraag 6: In 2007 heeft de gemeente 12.7 miljoen euro bijgedragen aan de bouwkosten. In welke vorm is deze verstrekt? Bijvoorbeeld een subsidie, lening of een gift? Antwoord: Van de 12,7 miljoen euro had 5,6 miljoen euro te maken met bouwkosten voor de Nuborgh.
De gemeente is financieel verantwoordelijk van de huisvesting van het onderwijs. De bouwkosten zijn door de gemeente betaald en staat op de balans bij de gemeente. De jaarlijkse kapitaallasten maken onderdeel uit van de gemeentelijke exploitatie. Daarnaast heeft de gemeente een ‘bouwkostenbijdrage’ verstrekt van 7,6 miljoen euro voor het realiseren van het deel Veluvine (Molijn/Landstede). Vraag 7: Wat is de intentie van het college rondom de exploitatie en de activiteiten van het Veluvine? Antwoord: Het beoogd effect is: de Veluvine te behouden als trefpunt voor sociaal-maatschappelijk en
culturele activiteiten. Door de overname van de aandelen wordt een mogelijk(e) liquidatieprocedure/faillissement voorkomen en komt het gebouw F.A. Molijnlaan 186 (inclusief exploitatie) in eigendom van de gemeente. Vraag 8: Naast schulden, aan welke verplichtingen (zoals arbeidscontracten) verbindt de gemeente zich bij een aandelenoverdracht? Antwoord: Bij het overnemen van de aandelen wordt naast het gebouw ook de volledige exploitatie (met bijbehorende verplichtingen) overgenomen. K. Koers (Gemeentebelang) Vraag 1: Bestuurlijke noodzaak & onderbouwing 1.1 Kunt u helder en concreet uitleggen waarom de gemeente nu wél aandeelhouder moet worden, terwijl de gemeente tot op heden geen partij was in de exploitatie van Veluvine en er geen formeel eigendom of direct financieel belang bestond? 1.2 Op basis waarvan concludeert u dat dit het “meest voordelige scenario” is voor de gemeente, gezien de aanzienlijke risico’s en de te verwachten miljoenen aan toekomstige investeringen? Antwoorden: 1.1: De aandelen worden aangeboden door de aandeelhouders aan de gemeente. In de afwegingen wordt weergegeven waarom wordt voorgesteld in te gaan op dit aanbod. Het beoogd effect van de gemeente is: - Veluvine te behouden als trefpunt voor sociaal-maatschappelijk en culturele activiteiten en de huisvesting van o.a.
bibliotheek veiligstellen; - Door de overname van de aandelen wordt een mogelijk(e) liquidatie procedure/faillissement voorkomen; - Het gebouw F.A. Molijnlaan 186 (inclusief exploitatie) in eigendom komt van de gemeente. 1.2: Gezien de ontstane situatie bij Veluvine, rekening houdend met de afwegingen (voor- en nadelen), wordt het voorliggende voorstel als het meest gewenste scenario gezien. Vraag 2: Financiële risico’s en kostenontwikkeling Kunt u garanderen dat de totale kosten na aankoop niet substantieel hoger uitvallen dan nu wordt voorgespiegeld? Zo nee, waarom vraagt u de raad om nu al in te stemmen?
Antwoord: Het bedrag van de aankoop van de aandelen staat vast en hiermee ook de structurele rentelast. Duidelijk is dat voor (achterstallig) onderhoud voor komen periode (vijf jaar) geïnvesteerd moet worden in het gebouw. Met name het dak en het luchtbehandelingssysteem moeten op korte termijn worden vervangen. Uit nader onderzoek, na overdracht van de aandelen, zal moeten blijken of de huidige inzichten actueel zijn. Daarnaast zijn in het boekenonderzoek bevindingen aangegeven die incidentele en structurele financiële gevolgen hebben. Door nader onderzoek in 2026 zal duidelijk moeten worden hoe hoog deze bedragen zijn. Hiervoor zal via afzonderlijk voorstel richting raad of bij nieuw beleid bij de Programmabegroting 2027-2030 meer inzicht in komen. Er is nu een besluit nodig op het aanbod van de aandeelhouders om de aandelen over te nemen. Vraag 3: Achterstallig onderhoud & vastgoedpositie 3.1 In het voorstel staat dat de komende vijf jaar enkele miljoenen moeten worden geïnvesteerd in het gebouw, met name dak en klimaatinstallatie.
Kunt u dit uitsplitsen naar: • urgentie • kostenraming per onderdeel • tijdspad • risico’s bij uitstel 3.2 Waarom is er sinds 2009 geen VvE of mandeligheidsregeling met Nuborgh opgericht, terwijl dit volgens de samenwerkingsovereenkomst verplicht was? Wie is hier bestuurlijk verantwoordelijk voor? 3.3 Welke concrete stappen worden gezet om binnen 2026 alsnog een juridisch afdwingbare beheerregeling (VvE of mandeligheid) tot stand te brengen? Antwoorden: 3.1: Inmiddels is, in overleg met Veluvine, door de gemeente een interim-directeur aangesteld. Hij gaat een analyse maken van het huidige beheer en exploitatie en een advies uitbrengen over de toekomst van Veluvine. Hierin zullen ook de beoogde investeringen worden beoordeeld op: ‘urgentie, risico’s, tijdspad en financiën’. 3.2: In de samenwerkingsovereenkomst staat dat de partijen (Molijn en Landstede (LM CV) en De Nuborgh) een Vereniging van Eigenaren moeten oprichten. Het is de gemeente niet duidelijk waarom dit niet is gedaan. De partijen (Molijn, Landstede en De Nuborgh) zijn bestuurlijk verantwoordelijk. 3.3: Als duidelijk is wat de nieuwe structuur Veluvine wordt, wordt bezien welke juridisch afdwingbare beheerregeling opgesteld moet worden.
Vraag 4: Governance, toezicht en historische rol van de gemeente 4.1 Waarom heeft de gemeente nooit eerder actie ondernomen toen duidelijk werd dat de voorziening groot onderhoud jarenlang ontoereikend was? 4.2 Erkent u dat de gemeente in de praktijk al jarenlang feitelijk mede-regisseur was in het project (gezien eigendomsverleden en samenwerkingsovereenkomst) en dat eerder ingrijpen deze situatie had kunnen voorkomen? 4.3 Welke lessen trekt u hieruit voor toekomstige publiek-private samenwerkingen? Antwoorden: 4.1: De gemeente was tot op heden geen partij in de exploitatie van Veluvine, was geen eigenaar van het gebouw en er was geen direct financieel belang. Hierdoor was niet eerder inzicht in ‘tekortkomingen’. 4.2: De regiefunctie van de gemeente was beperkt tot de stichting van het gebouw en de totstandkoming van de samenwerkingsovereenkomst hiervan. Daarna was de gemeente geen partij in de exploitatie van Veluvine, was geen eigenaar van het gebouw en er was geen direct financieel belang. 4.3: Bij toekomstige publiek-private samenwerkingen zullen aan de voorkant betere borgen gesteld moeten worden voor een financieel gezonde structurele exploitatie.
Vraag 5: Exploitatiemodel & huurcontracten Welke gevolgen heeft het als maatschappelijke huurders de hogere huur niet kunnen dragen? Wordt hiermee rekening gehouden in de toekomstige exploitatiebegroting? Antwoord: Nadere uitwerking moet uitwijzen hoe een structurele sluitende begroting tot stand kan worden gebracht met behoud van sociaal-maatschappelijke partners in het gebouw. Vraag 6: Scenario-onderzoek en alternatieven 6.1 Waarom is er geen uitgewerkt vergelijkingsoverzicht gemaakt van de twee scenario’s uit het voorstel (“niets doen” vs “aankoop”), inclusief financiële, maatschappelijke, juridische en risico-effecten? 6.2 Waarom is er geen derde scenario meegenomen: Gemeente wordt alleen eigenaar van het vastgoed, maar laat exploitatie uitvoeren door externe organisatie/onderneming?
Antwoorden: 6.1: In de afwegingen hebben we het sociaal-maatschappelijk belang zwaar gewogen en dit alles binnen een financiële bandbreedte. De voor- en nadelen van de afwegingen zijn benoemd in het commissievoorstel. 6.2: Het gaat nu om een besluit over het aanbod van aankoop van de aandelen. Uit nader onderzoek zal moeten blijken wat de gewenste structuur wordt als de gemeente 100% aandeelhouder is. Genoemd scenario behoort daarbij tot de te onderzoeken mogelijkheden. G. Pluim (ChristenUnie) Vraag 1: Welke mogelijkheden heeft het college om schade te verhalen op de verantwoordelijke partijen? In hoeverre zijn juridische stappen mogelijk? Antwoord: Bij het overnemen van de aandelen wordt naast het gebouw ook de volledige exploitatie (met bijbehorende verplichtingen) overgenomen. Mocht er sprake zijn van (mogelijk) verhaalbare schade, dan zal dat onderdeel uitmaken van de verdere uitwerking bij het beheer- en herstelplan. Vraag 2: Welke alternatieven zijn er onderzocht, naast het voorstel dat nu voorligt om als gemeente de aandelen over te nemen? Antwoord: Het gaat nu om een besluit over het aanbod van aankoop van de aandelen. In de afwegingen hebben we het sociaal-maatschappelijk belang zwaar gewogen en dit alles binnen een financiële bandbreedte. De voor- en nadelen van de alternatieven en de afwegingen zijn benoemd in het commissievoorstel.
Vraag 3: Is er splitsing in verantwoordelijkheid (en mogelijk ook aansturing) mogelijk van de verschillende onderdelen: maatschappelijke functie, cultuur en commerciële verhuur? Antwoord: Uit nadere onderzoek zal moeten blijken wat de gewenste structuur wordt als de gemeente 100% aandeelhouder is. Of een splitsing in verantwoordelijkheid een gewenst scenario is zal moeten blijken uit het onderzoek. Vraag 4: Wat zijn de verwachte incidentele en structurele uitgaven voor onderhoud de komende jaren, voor zover nu te voorzien?
Antwoord: Duidelijk is dat voor (achterstallig) onderhoud voor komen periode (vijf jaar) geïnvesteerd moet worden in het gebouw. Met name het dak en het luchtbehandelingssysteem moeten op korte termijn worden vervangen. Uit nader onderzoek, na overdracht van de aandelen, zal moeten blijken of de huidige inzichten actueel zijn. Daarnaast zijn in het boekenonderzoek bevindingen aangegeven die incidentele en structurele financiële gevolgen hebben. Door nader onderzoek in 2026 zal duidelijk moeten worden hoe hoog deze bedragen zijn. Hiervoor zal via afzonderlijk voorstel richting raad of bij nieuw beleid bij de Programmabegroting 2027-2030 meer inzicht in komen. Er is nu een besluit nodig op het aanbod van de aandeelhouders om de aandelen over te nemen. Vraag 5: Welke investeringen zijn nodig in de bedrijfsvoering? Antwoord: Inmiddels is, in overleg met Veluvine, door de gemeente een interim-directeur aangesteld. Hij gaat een analyse maken van het huidige beheer en exploitatie en een advies uitbrengen over de toekomst van Veluvine. Hierbij zal ook duidelijk worden welke investeringen nodig zijn in de bedrijfsvoering.
☐5b. Uitgangspuntennota 2027 GGD NOG. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag: Gemeld wordt dat gezien de financiële ontwikkelingen binnen gemeenten de komende jaren het van belang is dat de GGD NOG meebeweegt met de (financiële) ruimte van gemeenten. In het AB NOG van november jl. is daarover opnieuw gesproken en is er besloten daarvoor een werkgroep in te stellen. Wat is de opdracht voor de werkgroep? Antwoord: Tijdens het AB van 27 november is ingestemd met het instellen van een werkgroep rondom de bezuinigingsscenario’s. Daarnaast is besloten dat in die werkgroep de opdrachtformulering en de planning nader uitgewerkt moet worden. De werkgroep wordt momenteel ingericht en zal per sub-regio minimaal vertegenwoordigd worden door één ambtenaar vanuit Volksgezondheid en één financieel consulent (6 ambtenaren in totaal).
☐5c. Beleef- en beweegroute Vierhouten. S.M. Kouwenberg (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Inclusiviteit versus doelgroepen: In het raadsvoorstel wordt gesteld dat de route "inclusief" is en ontworpen voor "alle doelgroepen". Kunt u toelichten waarom in de uitwerking specifiek de doelgroep 'jongeren' (12-18 jaar) niet expliciet wordt benoemd of gefaciliteerd, terwijl er wel concrete voorzieningen zijn voor jonge kinderen en ouderen? Antwoord: Zoals omschreven in het raadsvoorstel is de route zo inclusief mogelijk ontworpen. Door beperkte mogelijkheden in ruimte en licht is het helaas niet mogelijk om alle elementen toe te voegen. Hierdoor kan geen invulling gegeven worden aan een volledige beleef- en beweegroute. Er is gepoogd zoveel mogelijk elementen toe te voegen die leuk kunnen zijn voor jong en oud, om zo een zo breed mogelijke doelgroep aan te spreken. Vraag 2: De gemeente Nunspeet heeft op initiatief van PvdA GroenLinks jongerenparticipatie vormgegeven om de stem van de jeugd beter te horen. Zijn specifiek de jongeren uit Vierhouten betrokken geweest bij de totstandkoming van dit ontwerp? Zo nee, waarom is deze kans om jongeren bij hun eigen leefomgeving te betrekken niet benut? Antwoord: Op dit moment is gekozen om een eerste ontwerp te maken in samenspraak met de dorpsgemeenschap Vierhouten (zij spreken de inwoners).
Inwoners worden na besluitvorming betrokken bij de verdere inrichting van de beleef- en beweegroute. Uiteraard zijn jongeren dan ook van harte welkom om mee te denken over de definitieve invulling. Vraag 3: Definitie van 'bewegen' voor jongeren: Het voorstel noemt dat de route geen zware beweegtoestellen bevat vanwege ruimtegebrek. Is het college met ons van mening dat juist jongeren behoefte hebben aan meer uitdagende vormen van beweging dan enkel "stapstenen" of "wandelen"? Is er onderzocht of er, ondanks de smalle strook, ruimte is voor één of twee elementen die specifiek jongeren uitdagen (denk aan een urban sport-element)? Antwoord: Het plaatsen van één of twee elementen is onderzocht. Hier is echter niet voor gekozen omdat het voor goed gebruik belangrijk is een serie aan elementen te plaatsen. Wanneer er één of twee elementen geplaatst worden is de ervaring dat het gebruik minimaal is. Voor goed gebruik moet het een duidelijke plek zijn waar meerdere toestellen geplaatst kunnen worden. Binnen de huidige beleef- en beweegroute is er niet voldoende ruimte om dit zo optimaal mogelijk in te richten.
Daarnaast ligt de locatie grotendeels in de schaduw van de bomen. Hierdoor verweren de toestellen sneller en zijn ze niet duurzaam te gebruiken. De locatie is hierom niet geschikt voor plaatsing van bijvoorbeeld urban sport-elementen. Vraag 4: Voorkomen van uitsluiting: De motie 'Je bent nooit te oud om te spelen' spreekt over het prikkelen van zintuigen voor jong en oud. Bestaat volgens het college niet het risico dat door het ontbreken van een eigen plek of uitdaging voor jongeren, zij zich juist níet welkom voelen op deze route, waardoor er feitelijk sprake is van exclusie in plaats van de beoogde inclusie? Antwoord: De route verbindt de parkeerplaats, het dorpshuis en de speeltuin met elkaar. De route versterkt de mogelijkheid om op de verschillende plekken te komen en nodigt ook jongeren uit om te beleven. In eerdere brede participatie voor het speelbeleid wordt door jongeren genoemd dat een aantrekkelijke, natuurlijk omgeving belangrijk is. Door middel van onder andere de beplanting en houtsculpturen moet het pad een aantrekkelijke plek worden om door heen te wandelen en te ontmoeten. Ook geven jongeren aan dat ruimte voor ontmoeting belangrijk is. In de speeltuin blijft de jongeren ontmoetingsplek bestaan, het doel van de beleefen beweegroute is o.a. ook het verbinden van de drie plekken aan elkaar.
Dit maakt dat het voor alle doelgroepen een plek is waar zij welkom zijn. Vraag 5: Toekomstige koppeling met sportpark: Er wordt verwezen naar een mogelijk onderzoek naar een open sportpark in Vierhouten voor sporten met toestellen. Kan het college toezeggen dat bij de verdere participatieronde met inwoners jongeren actief worden opgezocht om te voorkomen dat deze groep opnieuw tussen de wal en het schip valt bij de definitieve inrichting van de openbare ruimte in Vierhouten? Antwoord: Voor de definitieve inrichting van de beleef- en beweegroute vindt nog een brede participatiesessie met de inwoners van Vierhouten plaats. Iedereen, inclusief jongeren, wordt hiervoor uitgenodigd. Vraag 6: Het voorstel stelt dat de route bijdraagt aan de beleidsdoelen voor bewegen in de openbare ruimte. Echter, voor jongeren wordt verwezen naar een mogelijk toekomstig onderzoek naar een sportpark. Waarom is er niet gekozen voor een integrale aanpak waarbij de € 84.000 aan realisatiekosten direct wordt ingezet voor een route die álle generaties – inclusief de jeugd – per direct bedient, volgens de geest van het raadsakkoord? Antwoord: Vanuit het beleidsplan Sport en Bewegen wordt er ingezet op het realiseren van open sportparken. Op dit moment is VV Nunspeet hier al een voorbeeld van. Vanuit het sportbeleid wordt nader onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor de sportparken in de andere kernen.
Dit traject staat los van deze beleef- en beweegroute. Op het moment dat er gesprekken
worden gevoerd met de stakeholders over het sportpark in Vierhouten, wordt bewegen in de openbare ruimte als onderdeel meegenomen in dit gesprek. In de samenspraak met de stakeholders moet blijken wat de mogelijkheden zijn.
☐5d.
Overhevelen budgetten 2025.
J. van den Hoorn (SGP) Vraag 1: Wat betreft de stelposten gemeentelijke uitkering: De circulaires van 2025 en 2024 zijn definitief. Is het dan reëel om nog steeds deze stelposten aan te houden in 2026? Of zouden we deze opbrengsten ook naar de reserves kunnen laten vloeien? Antwoord: In principe is het aan de raad om o.a. de gelden die als stelpost worden aangemerkt binnen de uitkering Gemeentefonds, toe te voegen aan de algemene reserve. Beleid is echter om voor nieuwe ontwikkelingen waarvoor nog geen gemeentelijk beleid is geformuleerd deze gelden specifiek te oormerken. Te denken valt aan nieuwe wet- en regelgeving waarvoor de implementatie nog moet worden voltooid (voorbeelden zijn de Omgevingswet, de WOO, Spreidingswet, etc.). Veelal gaat het om incidentele middelen om tijdelijk extra uitgaven te kunnen dekken. Voor de overheveling van 2025 naar 2026 is kritisch gekeken of de overhevelingen reëel zijn. Er is daarbij van het resterende budget een bedrag van € 156.000 niet overgeheveld wat in 2025 dus een onderdeel is van het rekeningresultaat. Vraag 2: Maatschappelijk werk: Wat is de reden dat we in 30k 2025 niet volledig konden benutten, en we voor 2026 een tekort verwachten? Wat voor activiteiten betreft het? Antwoord: Een gedeelte van het subsidiebedrag over 2024 werd teruggevorderd in 2025 omdat de feitelijk ingezette fte lager was dan oorspronkelijk begroot.
Hierdoor zijn niet alle middelen die vooraf waren toegekend daadwerkelijk benut. Deze onderbesteding is het gevolg van een lagere inzet van personeel gedurende de uitvoeringsperiode, en staat los van de inhoudelijke voortgang of resultaten van specifieke projecten of activiteiten. De lagere fte-inzet is niet toe te rekenen aan één duidelijk afgebakend project, taak of activiteit. In plaats daarvan betreft het een meer algemene onderschrijding binnen de formatie, die is ontstaan door bijvoorbeeld vacatures die langer openstonden, tijdelijke uitval van personeel of verschuivingen in prioriteiten binnen het team. Omdat de oorzaak niet herleidbaar is tot een afzonderlijke opdracht of werkpakket, wordt het bedrag als geheel teruggevorderd op basis van de totale afwijking tussen de begroting en de daadwerkelijk gerealiseerde personele inzet.
Vooruitkijkend naar 2026 komen er aanvullende werkzaamheden en een uitbreiding van het aanbod. Zo wordt de organisatie belast met de coördinatie van het ambassadeurschap ‘Vitale en Gezonde Partnerrelaties’, wat extra structurele inzet vraagt. Daarnaast wordt het collectieve aanbod in 2026 uitgebreid met diverse trainingen, waaronder Ik ook van jou en Omgaan met geld. Vraag 3: Alleenverdienersproblematiek: Wat was het totaalbudget voor alleenverdieners problematiek in 2025? Welke maatregelen zijn binnen de wettelijke kaders mogelijk? Welke maatregelen zijn toegepast? Wat is de reden dat er 30k is overgebleven in 2025? Antwoord: Met de meicirculaire 2025 is extra budget beschikbaar gekomen voor een bedrag van ruim € 38.000,--. De aanpak alleenverdienersproblematiek heeft een aantal landelijke kaders. Zo is de hoogte van het bedrag per gezin landelijk vastgesteld (€ 1.000,-- per gezin). Gemeenten hebben via het Inlichtingenbureau een lijst ontvangen met inwoners die in de doelgroep vallen. Aan al deze gezinnen is het bedrag ambtshalve uitgekeerd. Daarnaast kunnen er nog gezinnen zijn die mogelijk in aanmerking zouden komen voor de vergoeding. Hierin hebben we een samenwerking opgesteld met de Sociaal Raadsvrouw van Stimenz. Er is een aantal inwoners geweest die via de Sociaal Raadsvrouw de beoordeling hebben laten doen of zij ook onder de doelgroep vallen.
Indien zij onder de doelgroep vielen hebben zij de tegemoetkoming ook ontvangen, veelal vielen zij echter niet onder de doelgroep maar heeft de Sociaal Raadsvrouw wel direct een voorzieningencheck uitgevoerd om bijvoorbeeld toeslagen of andere inkomensregelingen direct voor deze doelgroep aan te vragen. We hebben weinig uitvoeringskosten gemaakt, omdat we vooral bestaande samenwerkingsverbanden hebben benut. Het toegekende bedrag door het Rijk is gebaseerd op een landelijke verdeelsleutel op basis van ingeschatte doelgroep. In praktijk bleek deze doelgroep in de gemeente Nunspeet lager te zijn dan door het Rijk ingeschat. Vraag 4: Hoe kan het dat we als gemeente 54K overhouden op sociale werkvoorziening, terwijl de inclusief groep het financieel moeilijk heeft? Antwoord: Het betreft impulsmiddelen voor de begeleiding van Beschut Werk bij de IG Groep. Eind september zijn deze middelen bij de septembercirculaire 2025 beschikbaar gesteld. De middelen over 2025 zijn nog niet besteed, omdat vanwege de lopende onderhandelingen de AvA wil voorkomen dat er een ongelijk speelveld ontstaat. De AvA wil per gemeenten inzicht in de middelen en argumentatie over het wel/niet aan IG besteden. De AvA heeft besloten dat alle gemeenten de middelen eerst overhevelen naar 2026, zodat in 2026 de individuele gemeenten duidelijkheid kunnen geven hoe zij deze middelen gaan bestemmen.
Voor gemeente Nunspeet gaat het om een bedrag van € 53.770,-. Vraag 5: Beschut werk: onderzoek AEF en Berenschot: wat zijn de reeds gemaakte onderzoekskosten, en hoeveel kosten verwachten we nog?
Antwoord: Reeds gemaakte kosten: Berenschot + AEF: €6.809,Daarnaast zijn kosten gemaakt voor extern advies m.b.t. het opstellen van de DVO en een onafhankelijk procesbegeleider. Er worden nog diverse facturen verwacht voor het vervolgtraject in 2026. Voor deze resterende middelen verwijzen we naar het antwoord bij vraag 4: namelijk dat de AvA heeft besloten de middelen eerst over te hevelen naar 2026, zodat in 2026 kan worden besloten hoe de resterende middelen verder te besteden. Uitgangspunt blijft dat deze middelen ten goede komen aan de toekomstbestendigheid van de Inclusief Groep. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Bij beschut werk wordt voorgesteld om van de impulsmiddelen € 100.000,- over te hevelen naar 2026. Volgens een overzicht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aan de gemeente Nunspeet in 2025 een impulsbudget van € 56.517 toegekend. Hoe kan er dan € 100.000,- worden overgeheveld naar 2026? Antwoord: In de vraag worden verschillende geldstromen vanuit het Rijk door elkaar gehaald. Daarom zetten we deze hier uiteen ter verduidelijking: Voor 2024 heeft Nunspeet incidenteel voor de extra middelen Wsw-infrastructuur een bedrag van € 126.077,-- ontvangen (meicirculaire 2024). De kosten van Berenschot + AEF t.b.v. onderzoeken toekomstbestendigheid IG zijn gedekt uit deze middelen.
De resterende middelen (de € 100.000,-- uit de bovenstaande vraag) zijn bij de gemeente bewaard voor IG. Vanwege de lopende onderhandelingen IG zijn deze middelen ook naar 2026 overgeheveld. Het bedrag van € 56.517,-- dat in de vraag genoemd wordt is het Impulsbudget sociale infrastructuur. Deze middelen gaan via centrumgemeente Harderwijk. Voor Nunspeet was dit in 2025 € 56.517,--. Vanwege de lopende onderhandelingen staat dit bedrag nog bij centrumgemeente Harderwijk. Harderwijk heeft deze middelen overgeheveld naar 2026. Verder hebben we in 2025 een Ophoging Rijksbijdrage Beschut werk (incidenteel via Integratie-uitkering Participatie (septembercirculaire 2025)). Voor Nunspeet was dit in 2025 € 53.770,-- Dit gaat specifiek voor de loonkostensubsidie voor Nieuw Beschut Werk. Ook hiervan heeft de AVA van de IG nog geen besluit genomen over hoe deze middelen in te zetten. Zodoende is voorgesteld om ook deze middelen over te hevelen naar 2026. Vraag 2: Bij volksgezondheid algemeen wordt de inwerking tredende nieuwe wet integrale suïcidepreventie genoemd. Hiervoor moet lokaal beleid worden opgesteld. Voor de uitvoering stelt het Rijk € 10 miljoen beschikbaar via de algemene uitkering van het gemeentefonds. Wat voor bedrag is er aan de gemeente Nunspeet toegekend?
Antwoord: Voor gemeente Nunspeet is er in 2026 € 13.241,- beschikbaar vanuit de nieuwe wet integrale suïcidepreventie. Deze middelen zullen in de eerste kwartaalrapportage ook daadwerkelijk gelabeld worden voor suïcidepreventie.
☐5e. Peilnota integrale verordening Sociaal Domein. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag: Is er bij het opstellen van de nota ‘Integraliteit in het sociaal domein’ gekeken naar de ervaringen van gemeenten die met een integrale verordening werken? Zo ja, wat zijn die ervaringen? Antwoord: Bij het opstellen van de nota Integraliteit in het sociaal domein is ook gekeken naar de ervaringen van gemeenten die werken met een integrale verordening. Deze ervaringen zijn zowel via openbare bronnen als via collegiale uitwisseling opgehaald. Openbare bronnen: De gemeenten Bunschoten en Kampen werken inmiddels meerdere jaren met een integrale verordening. Kampen was landelijk de eerste gemeente die deze systematiek invoerde. Beide gemeenten geven aan dat het succes van deze aanpak in de praktijk vooral wordt bepaald door de manier waarop de gemeente omgaat met de hulpvraag van inwoners. Centraal staat: wat is de vraag achter de vraag en welke oplossing past het beste bij deze inwoner. Wanneer deze werkwijze consequent wordt toegepast, leidt dit volgens beide gemeenten tot meer maatwerk, minder onvrede en een daling van het aantal bezwaren. De verordening fungeert daarbij als ondersteunend instrument; de daadwerkelijke kwaliteit wordt echter bepaald door de professionele houding, vaardigheden en handelingsruimte van consulenten.
Kampen geeft aan dat de integrale werkwijze succesvol is, maar niet zozeer afhankelijk is van de verordening. Het belangrijkste is een goede gespreksvoering en het toepassen van de Omgekeerde Toets. Dit betekent werken vanuit de vraag van de inwoner in plaats van vanuit vaste regelgeving.” Zaltbommel startte met een integrale verordening voor het gehele sociaal domein, maar heeft de PW later uit de verordening gehaald. De belangrijkste reden was dat de uitvoering van de PW regionaal is georganiseerd. Hierdoor was het niet praktisch om lokaal een eigen integrale verordening te blijven bijhouden. Een vergelijkbare situatie doet zich voor in Nunspeet. Voor re-integratie wordt regionaal samengewerkt, waardoor de re-integratieverordening regionaal wordt opgesteld waardoor het complex is om dit op te nemen in een lokale integrale verordening.
Collegiale uitwisseling: Ambtelijk is bij een andere gemeente aangegeven dat gemeente die de Participatiewet (PW) integraal opgenomen heeft in één brede verordening, regelmatig tegen praktische knelpunten aanliepen. De PW is namelijk relatief vaak aan wijzigingen onderhevig. Dit betekent dat de integrale verordening telkens opnieuw moest worden aangepast, wat een arbeidsintensief proces was. Bij andere gemeenten wordt eveneens gewerkt met integrale verordeningen. Hoewel deze verordeningen formeel als integraal zijn vormgegeven, blijken zij in de praktijk vaak te bestaan uit drie afzonderlijke verordeningen (PW, Wmo en Jeugdwet) die onder één gezamenlijke verordenende regeling zijn samengebracht. Deze integrale verordeningen beginnen bijvoorbeeld met enkele begripsomschrijvingen, gevolgd door de volledige tekst van de drie afzonderlijke domeinverordeningen PW, Wmo en Jeugdwet. Deze opbouw laat zien dat de integraliteit hier vooral een organisatorische en juridische constructie betreft. Van een inhoudelijke integratie is in beperkte mate sprake.
☐5f.
Stand van zaken Jeugdzorg (aan de hand van mededelingenbrief portefeuillehouder).
Bij dit agendapunt zijn geen schriftelijke vragen gesteld.