AP 4a. Overzicht schr. vragen en antw. Maatschappij en Middelen 9 september 2021
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen Maatschappij en Middelen 9 september 2021 per agendapunt. ☐3.
Rondvraag.
J.M. Elskamp (ChristenUnie) Opmerking: Een opmerking over de bijlage Notitie overlastnetwerk jeugd: In par. 10.3 gaat het over de inzet m.b.t. de opvoeders. De focus ligt daarin op het gebruik van alcohol en drugs. Wat ons betreft zou dat een bredere focus kunnen zijn, waarin ook opvoedondersteuning, begrenzing, motiverende gespreksvoering e.d. meegenomen worden. Antwoord: Deze bredere focus maakt onderdeel uit van het gesprek met opvoeders. We zien vaak dat, naast het gebruik van alcohol en drugs, er ook andere factoren meespelen. In het gesprek staan daarom ook twee doelen centraal; (a) de overlast moet stoppen en (b) wat hebben ouders/verzorgers/jongeren nodig om tot andere tijdsinvulling of gedrag te komen. In de praktijk leidt dat tot verwijzingen naar het CJG/Straathoekwerk/Welzijnsbeleid. Vraag: Een vraag over bovengenoemde bijlage Op pag. 2 wordt bij punt 7 gesproken over de groepsscan en het uitnodigen van 5 jongeren en ouders op het gemeentehuis. Wat is de concrete opbrengst geweest van deze interventie? We zien die interventie ook terug in het schema op pag. 9 en daar ook weer de vraag: wat moet zo’n interventie concreet op gaan leveren en is die verwachting reëel? Antwoord: Met deze groepsscan en gesprek wordt concreet inzicht verkregen in de lokale situatie en ook de betrokkenen.
In de interventie (middels een gesprek met jongeren en hun ouders) vindt in een andere setting dan de overlast gevende situatie een informatief en beeldbepalend gesprek plaats. Daarmee krijgen we zicht in de beweegredenen en (persoonlijke) omstandigheden. Dat is ook zichtbaar geweest in een gesprek met vijf jongeren en hun ouders/verzorgers. In deze situatie is concreet dat de overlast door deze jongeren (tijdelijk) verminderd/gestopt. Wat betreft de verwachting is het bekend dat jongeren elkaar opzoeken en daarmee daarbij ook overlast veroorzaken. Dit is beeld wordt regionaal en landelijk onderschreden. De concrete verwachting is niet om met deze aanpak de overlast te voorkomen, maar met een locatie gebonden en integrale aanpak, waaronder een groepsscan/interventie middels een gesprek, willen we goed en duidelijk beeld krijgen en op dusdanige manier hierin te acteren met als insteek de overlast zo veel als mogelijk te beperken. A. Harteveld (ChristenUnie) Vragen over de aanbesteding WMO Opmerking: Ook in de zomerperiode heeft de aanbesteding WMO voor de Noord Veluwse gemeenten veel media aandacht gekregen. Ook landelijk. Zo besteedde Binnenlands Bestuur van 5 augustus jl. er aandacht aan. We weten natuurlijk niet of alles correct is weergegeven, maar we willen in dit stadium toch enkele vragen stellen. Vraag 1: Over de kwaliteit van de zorgaanbieders.
Van Interakt Contour wisten we al dat de partijen die hadden ingeschreven voor de doelgroep cliënten met aangeboren hersenletsel en die het gegund hebben gekregen, die gunning hebben teruggegeven omdat zij achteraf toch niet de gevraagde kwaliteit konden bieden. In het artikel van Binnenlands Bestuur lezen we dat hetzelfde ook geldt voor de dagbesteding van de Zorggroep Noordwest Veluwe. Onze vraag: Op welke manier is er vooraf gecontroleerd of aanbieders wel voldeden aan de kwaliteitseisen? Antwoord: a. er zijn geen gegunde aanbieders geweest die de gunning hebben teruggegeven omdat de gevraagde kwaliteit niet geboden kon worden.
b. toetsing op kwaliteit vond zowel plaats op het niveau van de organisatie als op het niveau van de kwaliteit van dienstverlening (personeel). U kunt hierbij deken aan het minimaal beschikken over keurmerken, referenties en diploma’s van medewerkers. Vervolgens wordt de kwaliteit gedurende de uitvoering getoetst door klanttevredenheidsonderzoeken, contractmanagement en de toezichthouder. Vraag 2: Volgens het artikel is het oude contract met Zorggroep Noordwest Veluwe verlengd tot in ieder geval 1 oktober tegen het oude tarief. Wij waarderen die oplossing, maar hebben wel een vraag: werken alle zorgaanbieders nog met het oude tarief? Antwoord: a. Gecontracteerde aanbieders werken volgens het tarief zoals dat contractueel is overeengekomen; b. Gedurende de implementatieperiode kregen/krijgen niet gecontracteerde aanbieders, die noodzakelijk waren voor de continuïteit van de dienstverlening, tijdelijk het oude tarief totdat cliënten overgeheveld zouden worden naar nieuw gecontracteerde aanbieders. c. In de mededelingenbrief van 20 juli 2021 is aan uw commissie meegedeeld dat de colleges van de deelnemende gemeenten in september een besluit nemen over de ontstane situatie met betrekking tot begeleiding groep. In de besluitvorming van eind september zal het college o.a. ingaan op deze en andere door u gestelde vragen. U kunt hier bij denken aan: 1.
de positie van de nieuw gecontracteerde aanbieders; 2. de positie van niet gecontracteerde aanbieders die noodzakelijk zijn voor de continuïteit van de dienstverlening; 3. een duurzame lange termijn oplossing binnen de juridische kaders. Vraag 3: Onder het kopje ‘Financiering op de kop’ geeft dhr. Hoving aan dat hij de financiering van de WMO niet meer van deze tijd vindt, maar een voorstander is van de financiering zoals die in de Scandinavische landen plaats vindt. Wat vinden de gemeenten van de NW Veluwe van deze mogelijkheid? Antwoord: Tijdens fase 2 van de inkoop (visievorming op inkoop) zijn met de aanbieders verschillende financieringsmodellen besproken. In de visienota is de gekozen wijze van financiering vastgelegd na inspraak met adviesraden en aanbieders. Naast begeleiding groep ging de aanbesteding ook over o.a. begeleiding individueel, hulp bij het huishouden en logeeropvang. Deze contracten zijn gegund en liggen voor 4 tot maximaal 8 jaar vast (incl. de verlengingsopties) conform de afgesproken bekostigingssystematiek. Het Scandinavisch model betrof een grote transformatie waarbij ook de langdurige zorg een onderdeel is. Het voert te ver om daar in deze beantwoording uitgebreid op in te gaan. Op lokaal niveau kunnen daarnaast (maatschappelijk) initiatieven ontwikkeld worden in samenwerking met bijvoorbeeld welzijn, inwoners en aanbieders.
Het nog vast te stellen beleidsplan sociaal domein kan daar een mooie voedingsbodem voor zijn. Vraag 4: Wie is uiteindelijk verantwoordelijk voor de fouten die zijn gemaakt in de kostprijsberekening? Antwoord: De gemeenten van de deelnemende gemeenten zijn verantwoordelijk de gepubliceerde aanbestedingsdocumenten. Ik verwijs u hiervoor ook naar het komende collegebesluit in september. Vraag 5: Wie er dan ook voor verantwoordelijk is, duidelijk is dat het hele proces een zware druk heeft gelegd op meerdere zorgaanbieders die wij hebben gesproken. Zij hebben veel extra werk gekregen door extra vergaderingen / gesprekken etc. en ervaren, net als overigens vele cliënten, nog steeds grote onzekerheid. Onze vragen: - Is er al uitzicht op wanneer er een einde komt aan hun onzekerheid? - Hebben de colleges oog voor de gevolgen van deze uitlopende aanbesteding voor de zorgaanbieders.
Antwoord: Hiervoor wordt u geïnformeerd zodra de colleges van de deelnemende gemeenten een besluit genomen hebben. Zie ook antwoord 2.c Vraag 6: In het artikel wordt ook gesproken over een mogelijke nieuwe aanbestedingsronde. - Klopt dat? - Zowel uit de vorige aanbestedingsronde van 2015 als die van dit jaar hebben wij van zorgaanbieders vernomen dat ‘aanbestedingsproces als zeer tijdrovend en ingewikkeld is ervaren. Mocht het komen tot een nieuwe aanbestedingsronde: zijn de colleges bereid hier nog eens naar te kijken en om met name over het papierwerk, vooraf in overleg te gaan met de zorgaanbieders. Antwoord: d. De besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden. Zie ook antwoord 2.c e. Los van de gekozen oplossing is het streven om de administratieve lasten zoveel mogelijk te beperken. Vraag 7: Deze vorm van aanbesteding heeft veel voeten in de aarde gehad en nog. En door alle problemen zullen de overheadkosten (inhuren van externen etc.) ongetwijfeld stijgen. Eigenlijk liep het allemaal op de Noordwest Veluwe tot nu toe heel goed. Dat krijgen we ook terug van zorgaanbieders.
Onze vraag: Zijn we als gemeente verplicht om deze vorm van aanbesteding te gebruiken of zijn andere vormen, die mogelijk een hoop narigheid kunnen voorkomen, ook toegestaan? Antwoord: Gemeenten zijn vanuit de Europese Aanbestedingsrichtlijn verplicht om contracten voor diensten in het kader van de Wmo en de Jeugdwet Europees aan te besteden wanneer zij een waarde van €750.000 of meer hebben. Vraag 8: Wanneer krijgen we over deze procedure als raden meer informatie van de colleges? Antwoord: Zie antwoord 2.c. ☐5a. Stand van zaken Jeugdzorg (aan de hand van mededelingenbrief wethouder). R.A. de Bruin (SGP) Vraag: Norm opdrachtgeverschap: Wanneer ik het goed begrijp zitten de documenten er nu niet bij en komt het op korte termijn richting de commissie. Graag horen wij op welke termijn we dat tegemoet kunnen zien. Antwoord: Het klopt dat de documenten er nu niet bij zitten. Zoals in de planning is te lezen komen deze documenten in november/december richting commissie en raad. Ter verduidelijking hierop het volgende. De werkgroep Norm voor Opdrachtgeverschap had in aanloop naar de regionale raadsbijeenkomst van 6 juli een concept visie document opgesteld. Dit document was op dat moment nog niet rijp voor bespreking. Bij de bespreking op 6 juli is het landelijke document gebruikt omdat daar alle thema’s in benoemd staan die moeten landen in een regionale visie.
Na de sessie met de regionale raden heeft de werkgroep NvO kritisch gekeken naar het ambtelijke stuk dat in voorbereiding was. Men constateerde dat strategische/beleidsmatige zaken en uitvoerende zaken door elkaar heen liepen. Daarom is besloten om dát document te splitsen. Er komen dus twee documenten die allebei aan de gemeenteraad voorgelegd worden, maar waarbij alleen het beleidsdocument ter besluitvorming wordt voorgelegd conform de benoemde procedure en tijdpad.
☐5b.
Projectplan Dementievriendelijk Nunspeet 2022-2023.
R.A. de Bruin (SGP) Vraag: Ziet er goed uit. We gaan er vanuit dat het onderzoek naar respijtzorg hierin wordt meegenomen. Projectresultaten: Graag zouden we zien dat diverse projectdoelen SMART worden geformuleerd. Te denken valt aan ‘meer bekendheid’. Hoeveel dan en hoeveel is het nu? Cursussen: Hoeveel? Antwoord: Ja, dit thema maakt onderdeel uit van het algemene onderzoek naar de wensen en behoeften aan respijtzorg. Dit onderzoek naar respijtzorg is breed geformuleerd en zal in latere fase verder gespecificeerd worden. SMART-formulering projectresultaten: In deze fase heeft de aanpak een kwalitatieve insteek en zijn de geformuleerde doelen gericht op het vergroten van draagvlak en medewerking. In latere fase (na evaluatie) zullen we de doelen SMART formuleren in termen van aantallen. Vraag: Wij zijn verder benieuwd naar de kosten van dit project. We geven nu een toestemming voor dit project, incl. de bijbehorende kosten. Graag worden we hiervan op de hoogte gebracht Antwoord: Het plan van aanpak dementie vriendelijk is onderdeel van het Wmo budget. Daarin wordt geen overzicht gegeven van dit project. Een overzicht van kosten, aantal trainingen, cursussen en deelnemers zullen we geven in de evaluatie van de aanpak december 2023. A. Harteveld (ChristenUnie) Opmerking: Als CU vinden we dit een heel mooi opgezet en goed leesbaar plan.
Ook de bijlage met de planning van activiteiten is wat ons betreft goed opgezet en de doelen zijn helder verwoord en lijken haalbaar. Tijdens de vergadering van M&M zullen we die waardering ook nog expliciet uitspreken. Vraag 1: Zijn op blz. 3 bij punt 1a de scholen met opzet weggelaten? Antwoord: Excuus, scholen zijn in deze passage per abuis vergeten. Scholen zijn meegenomen in de aanpak, zie doel 1 activiteit 1.1. De tekst zal worden aangepast. Vraag 2: Bij punt 3a op blz. 3 wordt gesproken over de POH ouderenzorg. Vraag: zijn bij alle artsenpraktijken al POH-ers ouderenzorg aanwezig. Antwoord: Ja alle huisartsenpraktijken hebben een poh-er (info is gegeven door Bosman van Medicamus). Vraag 3: Op blz. 4 wordt bij ‘randvoorwaarden’ gesproken over de bereidheid van ketenpartners etc. om kosten voor trainingen of veranderingen zelf te betalen. Is bijvoorbeeld uit andere gemeenten bekend of dit reëel en haalbaar is?
Antwoord: Ik heb dit niet kunnen nagaan. Alzheimer Nederland geeft specifieke trainingen aan Nederlandse bedrijven, winkeliers/banken. Albert Heijn voert na een geslaagde pilot onder 10 vestingen campagne onder alle andere vestingen om dit ook te doen. We mogen ervan uitgaan dat dit bedrijf dat zelf bekostigt. De cursussen van Alzheimer Nederland zijn voor instellingen zonder winstoogmerk, voor vrijwilligers en voor inwoners gratis. Commerciële partijen (winkeliers, ondernemers) betalen een gering bedrag. We denken dat de commerciële partijen belang hebben bij de trainingen en bereid zijn uit oogpunt van klantvriendelijkheid, betrokkenheid daarvoor te betalen. Die bereidheid zullen we peilen. ☐5c.
2e Managementrapportage 2021.
J. Snaterse (Liberaal Nunspeet) Vraag: Zowel in de mededelingenbrief als in de 2e managementrapportage 2021 komt de term “Kerkenvisies” voor. Kan worden uitgelegd wat ik hieronder moet verstaan? Antwoord: Een kerkenvisie is een strategische visie op de toekomst van kerkgebouwen. Het opstellen van zo'n kerkenvisie gebeurt in dialoog tussen de gemeente, kerkeigenaren, inwoners en erfgoedorganisaties. Het gaat dan over álle kerkgebouwen in die gemeente: monumentaal en niet-monumentaal, nieuw en oud. M.A. Mol (Gemeentebelang) Vraag 1: Taakveld 9.4.2 Overhead, ondersteuning organisatie, Financiën Budgetoverschrijding 20.000 inhuur kennis VPB; is dit eenmalig inhuur met als doel de kennis over VPB in te bedden bij bestaande medewerkers? Zo ja, op welke termijn wordt verwacht dat de benodigde kennis is ingebed? Antwoord: Het betreft deels als doel de kennis over VPB in te bedden bij bestaande medewerkers, maar het grootste deel van inhuur is nodig voor ondersteuning in het proces met de Belastingdienst over de beoordeling vanaf welk moment de gemeente Nunspeet belastingplichtig is ten aanzien van de VPB. Als dit duidelijk is, zal hiervoor geen ondersteuning meer nodig zijn. Vraag 2: Taakveld 9.4.6 Overhead, ondersteuning organisatie, POFO Ik weet niet wat POFO betekent. Maar deze verhoging is wel opvallend.
Ik kan me voorstellen dat deze gelinkt zijn aan een speciaal project (bv stationsomgeving) of Corona. Is van alle knelpunten achterhaald waardoor deze zijn veroorzaakt? Blijkbaar is er ooit onderzoek gedaan naar veel voorkomende knelpunten en wat de kosten zijn om deze op te vangen. Is er sprake van additionele knelpunten; hadden we deze niet kunnen voorzien in 2020, zodat we budget hierop konden aanpassen? Lopen deze knelpunten door in 2022? Zo ja, wordt budget dan hier op aangepast? Wordt er nav de oorzaak, wanneer dat mogelijk is, ook gezocht naar structurele oplossingen voor additionele knelpunten? Antwoord: POFO staat voor Personele Ondersteuning en Facilitaire Ondersteuning. Salariskosten eigen personeel en kosten inhuur van externen worden onder deze afdeling verantwoord.
Jaarlijks is het een uitdaging om de begroting financieel rond te krijgen. Enerzijds zijn er wensen voor nieuw beleid, anderzijds willen we de inwoners niet belasten met een (te) hoge aanslag gemeentelijke belastingen. De totale personeelskosten bedragen bijna 15 miljoen en deze worden heel scherp begroot. Op een bedrag van 75K na voor knelpunten wordt er geen geld begroot voor ‘onvoorzien’. Er is dus weinig rek in de begroting om onvoorziene uitgaven vanwege onverwachte ontwikkelingen op te vangen. Om te voorkomen dat er geen grip is op de omvang van deze uitgaven, wordt iedere personele uitgaven die niet gedekt is in de begroting, voorgelegd met onderbouwing aan het college ter goedkeuring. Bij de tussentijdsrapportages wordt dit gerapporteerd aan de gemeenteraad. Vraag 3: Taakveld 9.8 Overige Baten en Lasten Waarom de post onvoorzien incidenteel eenmalig te verhogen met EUR 30.000? Deze post is nu EUR 5700 negatief. Wordt er 2e helft 2021 verwacht dat dit gaat oplopen naar EUR 30.000? Antwoord: Het aanvullend budget wordt voor een deel gebruikt als aanvulling na nihil omdat de post is overschrijding. Het resterende deel geeft de mogelijkheid om in het resterende deel van het jaar in te zetten als dekking bij incidentele onvoorzien uitgaven. Bij de jaarrekening zal blijken of dit daadwerkelijk feit is geworden. J.
Meijer (CDA) Vragen: Programma 5 Tabblok ‘project Stationsomgeving’ werkt de link niet. Tabblok ‘Onderzoek naar ‘brilconstructie’ bij aansluiting Eperweg (N795) op de A28”staat op groen. Wat is daar dan voor gedaan? Bij verkeersveiligheid wisselen de volgorde van jaaropvolging af. Dat bevordert niet de logische leesvolgorde. Antwoord 1: Kunnen het probleem niet reproduceren. Antwoord 2: De einddatum voor deze maatregel staat voor eind 2022 en met de kennis van nu is dat conform planning en dus als groen gekwalificeerd. Antwoord 3: Is alfabetisch weergegeven, dus niet op jaarvolgorde. ☐5d.
Plan van aanpak aanbevelingen Rekenkamercommissie (RKC) subsidiebeleid.
J.M. Elskamp (ChristenUnie) Vraag 1: Op pagina 36 staat dat de respondenten overwegend tevreden zijn met de vindbaarheid van de subsidiemogelijkheden. Er zijn 17 respondenten. Als we die conclusie afzetten tegen het overzicht op pagina 49, waarin we zien dat in de gemeente Nunspeet veel minder subsidies zijn verstrekt dan in de buurgemeenten, betekent dat dan dat er in Nunspeet veel minder subsidiegeld beschikbaar is dan in de buurgemeenten? Antwoord: Op basis van het rapport kan deze conclusie niet getrokken worden. Onderaan pagina 49 wordt de opmerking gemaakt dat de verschillen in subsidiebedragen tussen gemeenten hoofdzakelijk verklaard worden door het wel/niet toerekenen van onderdelen van het sociaal domein aan Welzijn. Vraag 2: Als dat zo is, wat is daar dan de reden van?
Antwoord: Zie antwoord op vraag 1. Vraag 3: Op pag. 26 staat dat er minder middelen worden ingezet in het domein sport dan begroot. Wat zijn daar, buiten de afschaffing van de jeugdledensubsidie, de oorzaken van? Weten sportclubs welke subsidiegelden er nog beschikbaar zijn? Antwoord: Sportverenigingen kunnen voor eenmalige activiteiten maximaal 750 euro subsidie aanvragen over de feitelijke gemaakte kosten. In onze verordening hebben we rekening gehouden met een aangepaste (verkorte) procedure. We zien dat niet ieder jaar het subsidieplafond van € 10.000,-- wordt bereikt. Eén duidelijke reden is niet aan te geven. Veel sportverenigingen zijn bekend met deze regeling, gezien de diversiteit van aanvragers. Vraag 4: Aansluitend op punt 3 de vraag of de afschaffing van de jeugdledensubsidie geëvalueerd is met de sportclubs en binnen het sociaal domein? Vanuit preventief oogpunt hebben juist sportclubs een belangrijke functie als het gaat om de gezondheid van onze jeugd. Is er een evaluatie geweest en hoe kijkt het college aan tegen de preventieve inzet van sportverenigingen? Antwoord: Juist in samenspraak met sportverenigingen is in 2014 besloten om de subsidie voor jeugdleden af te schaffen. Op basis van opgelegde taakstellende bezuiniging stonden de administratieve lasten voor de verenigingen en gemeente niet in verhouding met de opbrengst per vereniging.
Er is toen ervoor gekozen om het budget om te buigen naar een subsidiebudget voor éénmalige activiteiten (zoals hierboven beschreven). In de eerste jaren werd dit budget telkens overschreden. Er is toen ervoor gekozen om door verschuiving - binnen het taakveld sport dit subsidieplafond iets te verhogen. Het is nu dus zichtbaar dat het budget niet ieder jaar wordt overschreden. J. Meijer (CDA) Opmerking: De RKC komt met een aantal duidelijke en herkenbare aanbevelingen. In het Plan van aanpak wordt en al deze aanbevelingen positief beoordeeld en overgenomen. Alleen de tijdsfasering is over een langere tijd uitgesmeerd, in ieder geval tot en met 2022. Vraag: De aanbevelingen hebben echter een sterke onderlinge verhouding waarbij met name aanbeveling 1 met regelmaat als kapstok terugkomt. Is het meer dan wenselijk om de integrale samenhang in beleid en uitvoering in een keer te updaten zodat duidelijkheid en toepassing intern en ook extern maximaal worden ingevuld. Ook de als genoemde doorlopende inspanningen behoeven een directe koppeling te hebben met het beleid dat uiteraard in die koppeling flexibel moet zijn. Antwoord: Het beleidsplan sociaal domein zal waarschijnlijk in november/december 2021 door de raad worden vastgesteld. Vervolgens zullen de uitvoeringsplannen worden opgesteld.
De subsidiekaders vloeien voort uit de beleidskaders en beleidsdoelen zoals opgenomen in het beleidsplan sociaal domein en de daarop gebaseerde uitvoeringsplannen. Er zit dus een bepaalde volgtijdelijkheid in dit proces. Bovendien is, zoals in het commissievoorstel is aangegeven, de werkdruk binnen de ambtelijke organisatie hoog en wordt gevraagd de ambtelijke organisatie voldoende tijd te gunnen dit proces vorm te geven.