CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 4a. Bijlage Visie Natuurbrandbeheersing VNOG

Commissie Algemeen Bestuur 11 november 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen (burgemeester, college en commissie);11.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.1 Wat is er in diverse documenten te vinden over opkomsttijden? De opkomsttijd van eenheden is een belangrijke, voorwaardelijke schakel in het beheersen van natuurbranden. Hieronder een overzicht van relevante documenten: In de handreiking “RemBrand Gebiedsgerichte opkomsttijden” zijn wel opkomsttijden opgenomen voor gebouwen maar niet voor natuurgebieden. De tijden die voor gebouwen genoemd worden zijn niet wetenschappelijk vastgesteld. Het is aan het bestuur om het ambitieniveau te bepalen en flankerend beleid toe te passen. In de het visie document over Grootschalig Brandweeroptreden van Brandweer NL worden operationele prestaties genoemd voor het inzetten van pelotons. 30 Minuten wordt gehanteerd als inzettijd voor het 1e peloton in de eigen regio. Voor het 2e peloton wordt 45 minuten en voor het 3e en 4e peloton 60 minuten. Binnen het project GBO-SO Natuurbranden is het deelproject maatgevend scenario niet van start gegaan. Hiervoor in de plaats komt er in 2021 een deelproject waarin de huidige omstandigheden in de natuur geduid worden en vertaald worden naar brandvermogen. Tegenover het brandvermogen kan het koelend vermogen gesteld worden dat nodig is om een brand te blussen/ beheersen. Dit zou een indicatie kunnen geven over de benodigde slagkracht. Op dit moment is nog onduidelijk of deze resultaten nieuwe inzichten voor de slagkracht van de VNOG op gaan leveren.

De Risicoindex Natuurbranden (RIN) heeft als doel om de risico’s in natuurgebieden zichtbaar te maken. Op basis van een RIN kan er een dialoog plaatsvinden met diverse partijen waaronder het bestuur om tot een aanvaardbaar risico te komen. In deze methodiek wordt er aan de opkomsttijd van het eerste voertuig en het eerste peloton een index toegekend m.b.v. drie categorieën (minder dan 20

24 |

minuten, tussen 20 en 25 minuten en meer dan 25 minuten). De RIN is bedoeld om inzicht te krijgen in de risico’s. In de toelichting van de RIN is het volgende opgenomen: In de visie Grootschalig Brandweeroptreden (2012) wordt 30 minuten gehanteerd als inzettijd voor het 1e peloton in de gehele eigen regio. Bij een natuurbrand is een snelle inzet (met voldoende slagkracht) cruciaal om een onbeheersbare natuurbrand te voorkomen. Een opkomsttijd van 30 minuten is in de praktijk te lang om dit te bereiken, daarom wordt hier een kortere opkomsttijd gehanteerd dan in de leidraad. In de Reader is op pagina 46 opgenomen dat er overal binnen de regio binnen 30 minuten vier tankautospuiten ter plaatse kunnen zijn”. In het basisscenario waar het bestuur op 15 januari 2020 voor heeft gekozen is ook uitgegaan van een opkomsttijd van 30 minuten voor natuurbrandvoertuigen. Samengevat Er zijn geen wettelijke en/ of wetenschappelijk vastgestelde opkomsttijden voor natuurbrandbestrijdingsvoertuigen. Het bestuur kan zelf het ambitieniveau vaststellen. In de visie grootschalig brandweeroptreden worden wel operationele prestaties genoemd en de RIN kan helpen om het risico in de natuurgebieden te duiden.

Omdat het bestuur heeft gekozen om uit te gaan van een opkomsttijd van 30 minuten voor het 1e peloton natuurbrandbestrijding worden berekeningen in deze visie in ieder geval gerelateerd aan dit ambitieniveau.

3.2 De rekentools van de VNOG Om onder andere inzicht te krijgen in opkomsttijden maakt de VNOG gebruik van de volgende tools: Dekkings- en spreidingsmodule In deze module wordt de opkomst van voertuigen op een kaart getoond bij een gegeven tijdstip. De bandbreedte is tussen de 0 en 30 minuten en tussen de 0 en 4 voertuigen. In de dekkings- en spreidingsmodule van 2019 is gebruik gemaakt van de nacht/weekendtijden en de wegenkaart uit de KVT 2019. Kazerne volgorde tabel (KVT) Op basis van vakken uit de KVT is de volgorde van alarmering van voertuigen bepaald. De KVT die gebruikt is om berekeningen uit te voeren wordt momenteel operationeel in de meldkamer gebruikt (december 2020). Voor de berekening van de opkomsttijd van een voertuig naar een specifieke locatie zijn de uitruktijden van de kazernes gebruikt. Hiervoor is gebruikt gemaakt van de nacht/weekendtijden uit de KVT 2020. N.B. Berekeningen met andere (navigatie)tools zullen andere opkomsttijden leveren i.v.m. andere routes en/of rijsnelheden en/of berekenmethode ’s. Berekeningen die uitgaan van de opkomsttijd in een vak of de opkomsttijd op een specifieke locatie zullen in de regel ook een andere opkomsttijd opleveren (of de specifieke locatie moet toevallig het rekenmiddelpunt van het vak zijn). Ook verschil in actualiteit van verschillende tools geeft verschil in tijden en plaatjes.

Berekeningen dienen dan ook gezien te worden als een benadering van de werkelijke situatie om een indruk te krijgen van de opkomsttijden.

3.3 Overzicht van opkomsttijden na implementatie van het basisscenario In onderstaand overzicht wordt weergegeven hoeveel natuurbrandvoertuigen er na 30 minuten in de natuurgebieden ter plaatse zijn. Er is uitgegaan van het basisscenario en als onderliggend kaartmateriaal zijn de vakken van de RIN gebruikt (1km2). De voertuigen van buurregio’s zijn meegenomen en dragen bij aan de dekking. Veruit het grootste gedeelte van de Veluwe kan, volgens de dekkings- en spreidingsmodule, voorzien worden van vier natuurbrandvoertuigen in 30 minuten. In de Achterhoek is de dekking in de natuurgebieden duidelijk minder.

25 |

3.4 Risico, slagkracht en opkomsttijd; een theoretische benadering Berekeningen over de slagkracht van de eerste inzet bij verschillende windsnelheden Bij een melding van een natuurbrand wordt er, afhankelijk van de weersomstandigheden, uitgerukt met de 2 of 4 natuurbrandvoertuigen die het snelst ter plaatse kunnen zijn. Indien mogelijk wordt er een offensieve aanval ingezet op de kop van de brand (eventueel via de flanken) om de uitbreiding te beperken/ de snelheid uit de voortplanting te halen. Deze eerste klap is bepalend voor het vervolg van de bestrijding. Omdat er geen landelijke opkomsttijden zijn stelt IB voor het uitgangpunt dat gehanteerd wordt voor gebouwbranden (4 TS-en in een half uur ter plaatse en gereed om in te zetten) ook voor natuurbranden te hanteren. Dit komt overeen met het advies van de “Commissie Verlaan” en de doelstelling in het Operationeel Plan Natuurbrandbestrijding (OPN) om binnen 30 minuten voldoende slagkracht ter plaatse te hebben.

Om de grootte van het vuurfront te relateren aan de benodigde slagkracht de volgende aannames: • Na ontstaan van de brand wordt deze binnen 5 minuten ontdekt • De meldkamer heeft 1,5 minuut om de melding te verwerkingen • Uitruktijd vrijwilligers is 3,5 minuut (de meeste natuurbrandvoertuigen worden bemand met vrijwilligers maar lang niet alle korpsen rukken zo snel uit) • De rijtijd van de kazerne naar het brandend perceel is variabel/ verschilt per kazerne/ incident en komt terug in de opkomsttijd • Een voertuig “natuurbrand gereed maken” duurt 5 minuten (bandenspanning verlagen, monitoren plaatsen e.d.) • Er is 2 minuten rijtijd nodig om door het terrein naar de kop van de brand te rijden • Het loopvuur/ kop van de brand in gras- en heidevelden verplaatst met een snelheid van 2 maal de windsnelheid in m/s x 100 (voorbeeld: windsnelheid 5 m/s => verplaatsing van 1 km per uur. Conform de berekeningen in het Natuurbrandverspreidingsmodel [NBVM]).

• De lengte van het vuurfront is 2 x tangens 22,5 graad (helft van de uitbreidingshoek ) x lengte van de brand • Dat er offensief (en defensief) gewerkt kan worden met 3.000 liter water per TS- NB (minimale inhoud van de watertank van een natuurbrandbestrijdingsvoertuig) • Volgens het rapport van Efectis is 4 l/m2 voldoende om loopvuur in het terrein (gras-en heidevelden) af te stoppen bij niet al te hoge windsnelheden • Met 3.000 liter kan een strook van 150 bij 5 meter nat gemaakt worden (4 l/m2) • Vuurfront temperen/ snelheid eruit halen is een succesvolle eerste inzet • Om 1 voertuig blussend in het terrein te houden zijn 3 tot 5 voertuigen nodig (afhankelijk van de tijd die nodig is om de watertank weer te vullen)

26 ||

Bij het bestrijden van natuurbranden wordt er binnen de brandweer gewerkt met windsnelheden in m/s. Hieronder een overzicht voor degene die gewend is om met km/uur, knopen of windkracht te werken.

Op basis van bovenstaande tabel is de verwachting dat bij windsnelheden boven de 5 m/s er een grote kans is dat de eerste klap te laat komt/ niet voldoende is en er flink opgeschaald moet worden om de brand verderop tegen te kunnen houden. In de systematiek van ‘Risicogerichte Slagkracht’ is gerekend met een opkomsttijd van 13 minuten voor de eerst 4 TS-en . Doorgerekend conform bovenstaande methode is de ontwikkeltijd die de brand heeft 25 minuten (5 minuten ontdekkingstijd + 13 minuten opkomsttijd + 5 minuten voertuig gereed maken + 2 minuten rijden in het terrein). In onderstaande tabel wordt weergegeven welke slagkracht er nodig is na 25 minuten ontwikkeltijd bij verschillende windsnelheden.

27 |

Op basis van bovenstaande tabel is de verwachting dat bij windsnelheden boven de 5 m/s er een grote kans is dat de eerste klap te laat komt/ niet voldoende is en er flink opgeschaald moet worden om de brand verderop tegen te kunnen houden. In de systematiek van ‘Risicogerichte Slagkracht’ is gerekend met een opkomsttijd van 13 minuten voor de eerst 4 TS-en . Doorgerekend conform bovenstaande methode is de ontwikkeltijd die de brand heeft 25 minuten (5 minuten ontdekkingstijd + 13 minuten opkomsttijd + 5 minuten voertuig gereed maken + 2 minuten rijden in het terrein). In onderstaande tabel wordt weergegeven welke slagkracht er nodig is na 25 minuten ontwikkeltijd bij verschillende windsnelheden.

28 | |

Conclusie: bij het uitgangspunt ‘opkomsttijd 4 TS-en NB in 30 minuten’ kan de eerste inzet succesvol zijn tot en met een windsnelheid van 5 m/s. Bij een opkomsttijd van 4 TS-en NB in 13 minuten kan een eerste inzet succesvol zijn tot en met een windsnelheid van 8,5 m/s. NB. Bij het opstellen van ‘Risicogerichte slagkracht’ is er uit gegaan van langere stukken van de flanken die naast het vuurfront bestreden worden. Daarnaast is er gekozen om alleen uit te gaan van de regionale slagkracht en burenhulp niet mee te rekenen in de sterkte.

3.5

Welke berekeningen zijn er voor de bestuurlijke besluitvorming al uitgevoerd

bron: Nader onderzoek Spreidingsplan VNOG

uitvoering 3.5 Welke berekeningen zijn er voor de bestuurlijke besluitvorming al uitgevoerd bron: Nader onderzoek Spreidingsplan VNOG Check met betrekking tot de consequenties voor lokale risico objecten Dit betreft de volgende locaties: Verdeelstation Liander en verpleeghuis Sonnevanck Harderwijk

Sonnevanck en Liander Zoals eerder aangegeven is het uitgangspunt bij een natuurbrand dat er 4 natuurbrandvoertuigen (TSNB) ten behoeve van natuurbrandbestrijding (NBB) in 30 minuten aanwezig zijn. Bij Sonnevanck zijn in de huidige situatie 4 x TS-NB in 17 minuten aanwezig en in het Basis scenario is dit in 19 minuten; dit is een minimaal verschil. Doordat post Harderwijk in het basisscenario geen natuurbrandvoertuig meer heeft, betekent dit dat zij in acute noodsituaties met 2 TS-en ondersteuning kunnen bieden bij een eventuele ontruiming van Sonnevanck. Hoewel dit formeel geen taak is voor de brandweer; de instelling heeft zelf de eerste verantwoordelijkheid voor hun patiënten.

| 29

Bij het verdeelstation van Liander zijn zowel in de huidige situatie als in het basisscenario 3 TS-en in 15 minuten aanwezig (MT2). Dit is 1 TS meer dan het uitgangspunt van 2 TS-en in 15 minuten. Ten behoeve van natuurbrandbestrijding (MT1) zijn in het basisscenario 4 TS-NB in 20 minuten aanwezig bij Liander. Het uitgangspunt is 4 TS-NB in 30 minuten. In het huidige scenario zijn de 4 TS-NB in 16 minuten aanwezig bij Liander. Dit verschil is ook minimaal en geen reden om de verdeling van de natuurbrand voertuigen aan te passen. Omgeving Instelling Philadephia / Samoza Nunspeet Net als bij het vorige punt gaat het om de opkomst van de natuurbrandvoertuigen. Ook hier is het uitgangspunt dat er 4 TS-NB in 30 minuten aanwezig moeten zijn. Voor de berekening is uitgegaan van de opkomsttijden op het kruispunt Elspeterweg / Nunspeterweg / Stakenbergweg. De resultaten zijn als volgt: Huidig basisscenario 1e TS 12 min. 12 min. 2e TS 14 min. 14 min. 3e TS 14 min. 16 min. 4e TS 16 min. 21 min. Hieruit blijkt dat er in feite pas bij de 4e TS een wezenlijk tijdsverschil ontstaat tussen de huidige situatie en het basisscenario, echter er wordt ruimschoots voldaan aan het gestelde uitgangspunt van 4 TS-NB in 30 minuten. Er is dus geen noodzaak om in post Nunspeet twee natuurbrandvoertuigen te plaatsen.

Met name bij natuurbrand speelt de regionale samenwerking een belangrijke rol, er worden vanaf de beginfase al direct meerdere eenheden ingezet die vanaf omliggende posten worden gestuurd. Doordat post Nunspeet in het basisscenario naast het natuurbrandvoertuig ook nog een TS-basis heeft, betekent dit dat zij in acute noodsituaties met 1 TS ondersteuning kunnen bieden bij een eventuele ontruiming van Philadelphia en Samoza. Hoewel dit formeel geen taak is voor de brandweer; de instelling/ camping heeft zelf de eerste verantwoordelijkheid voor hun patiënten/ gasten. Net als bij de situatie in Harderwijk zijn er binnen het Veluwe gebied wel meerdere locaties (campings etc.) die gelegen zijn in natuurgebied.

3.6 Opkomsttijden in andere natuurgebieden en bij risico objecten in de VNOG Om een completer beeld te krijgen van de consequenties van het invoeren van het basisscenario op de opkomsttijden zijn er veel vragen van postcommandanten en vanuit Risicobeheersing gekomen. De vragen betroffen vooral de opkomsttijden van het 1e en/of het 2e peloton in natuurgebieden of bij risico objecten gelegen in of bij natuurgebieden. De volgende locaties/natuurgebieden zijn doorgerekend: De Veluwe • Camping Samoza: de ingang van de camping • Het heidegebied tussen de A-28 en Sonnevanck • De Haspel met Recreatie Bosgenoegen en Pallethandel Ten Hove • Oldebroekse Heide: UGS 1 op defensieterrein • Doornspijkse Heide: UGS 3 op defensieterrein • Elspeetsche Heide: de uitkijktoren aan de Stakenbergweg • Ermelose Heide: het kruispunt van de N 302 met de Postweg • Speuld: het gebied Houtdorperveld • Gortelseweg: Gortelseberg • Meerveld: Uddelsebuurtveld • Asselsche Heide: punt op de Asselsche Heide • Ermelo: vakantiepark Overberg • Radio Kootwijk: Radioweg • Hoenderloo: Veluws Hof aan de Krimweg • Beekbergen: Lierderholt • Beekbergen: Verpleeghuis Markenhof • Eerbeek: Landal Coldenhove

30 |

De Achterhoek • Montferland: Zeddam • Montferland: Stokkum • Vorden: Recreatiepark Reehorst • Hummelo: Camping Jena • Winterswijk: Bungalowpark Kooiveld De exacte resultaten van de vele berekeningen zijn bij de betrokken postcommandanten bekend. Om het voor delezers van dit document overzichtelijk te houden een korte samenvatting: De Veluwe Uitgaande van het basisscenario kan er op de onderzochte locaties/ gebieden op de Veluwe tussen de 13 en 21,5 minuut een 1e peloton ter plaatse zijn. Bij gelijktijdig alarmeren van 2 pelotons kunnen er op de Veluwe tussen de 18,5 en 24 minuten 2 pelotons ter plaatse zijn (in de praktijk wordt er pas een tweede peloton gealarmeerd als een bevelvoerende hierom vraagt). Vergeleken met de huidige situatie is de opkomsttijd van het 1e peloton en het 2e peloton op het noordelijk gedeelte van de Veluwe toegenomen (maximaal 4,5 minuut voor het 1e peloton en 6,5 minuut voor het 2e peloton). Binnen het basisscenario wordt het ambitieniveau van 1 peloton in 30 minuten wordt dus ruimschoots gehaald. Ook een 2e peloton kan in 30 minuten ter plaatse zijn als er gelijktijdig gealarmeerd wordt. De Achterhoek Uitgaande van het basisscenario kan in Montferland, Hummelo en Vorden het 1e peloton tussen de 21,5 en 27,5 minuut ter plaatse zijn. Ten opzichte van het huidige scenario is de opkomsttijd voor Vorden 3 minuten hoger geworden.

De opkomsttijd van het 1e peloton in Winterswijk gaat in het basisscenario van ongeveer 34,5 minuut naar ruim 35,5 minuut. Berekeningen geven aan dat, zelfs door het plaatsen van een natuurbrandvoertuig in Winterswijk, deze overschrijding niet is op te lossen (peloton is dan ongeveer 3 minuten eerder ter plaatse). Het ambitieniveau van 1 peloton in 30 minuten wordt in de Achterhoek in 4 van de 5 doorgerekende locaties gehaald. In Winterswijk is er een overschrijving van 5,5 minuut te verwachten.

3.8 Waar kunnen reservevoertuigen de opkomsttijd verbeteren? De operationele sterkte van de VNOG voor het bestrijden van natuurbranden kan verhoogd worden door TS-en basis tijdens het natuurbrandseizoen om te wisselen voor reserve combivoertuigen. Bij het maken van keuzes is o.a. gekeken naar opkomsttijden, risico’s, branden in de afgelopen jaren en consequenties voor het opleiden/ oefenen. In de notitie “Inzetten van reservevoertuigen voor natuurbrandbestrijding” zijn de overwegingen opgenomen waarom er voor de korpsen Vaassen, Ermelo, Nunspeet en Harderwijk is gekozen. In de Achterhoek wordt de TS-basis van Winterswijk omgewisseld voor een reserve combi voertuig. Het omwisselen van deze voertuigen kan pas plaats gaan vinden als het totale voertuigpark voldoende op sterkte is. In bijlage 3.3 is de dekking weergegeven conform het basisscenario. In onderstaand overzicht het basisscenario waarbij ook de reservevoertuigen zijn opgenomen.

| 31

32 |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10761626/1