AP 4a. Bijlage Collegevoorstel en -besluit septembercirculaire 2023
Tekst van het document
Datum
Akk.
Bespr.
Overleg
B W W W W S
Aan burgemeester en wethouders Datum:
16 oktober 2023
Zaaknummer:
Portefeuillehouder: Ambtenaar: Team: Naam teammanager: Directie: Raad: Commissie: OR: Communicatie: Bijlage(n): Betrokken teams:
W. Stoffer J. Veldkamp Financiën/Beleid K. Hofman mr. P.F.A. Klein Nee Maatschappij en Middelen - TKN Nee Nee Openbaar: Septembercirculaire en mededelingenbrief
Klik of tik om tekst in te voeren.
Ja
Onderwerp: Septembercirculaire gemeentefonds 2023
Samenvatting De Septembercirculaire heet beleidsarm te zijn. In de Miljoenennota 2024 is door het demissionair kabinet een aantal maatregelen opgenomen die een doorwerking hebben naar het gemeentefonds. Het uitkeringsjaar 2023 alsook de jaren 2024-2027 vallen positief uit ten opzichte van de Meicirculaire. De loon en prijsontwikkeling, met name als gevolg van de verhoging van het wettelijk minimumloon en de hogere cao’s zorgen voor een forse bijstelling van de uitkering gemeentefonds. Door de wijziging van de indexeringsmethodiek met ingang van 2027 is een gedeeltelijk herstel van de hoogte van de uitkering zichtbaar vanaf 2027. Ook hebben de wijzigingen in de toegepaste maatstafgewichten en de wegingsfactoren als gevolg van beleidsmatige maatregelen van het rijk een financieel effect. Over de financiële gevolgen 2024-2027 bent u via de bijstellingsbrief bij de begroting 2024-2027 al afzonderlijk geïnformeerd. Het effect van 2023 is meegenomen in de 3e kwartaalrapportage 2023. Advies aan burgemeester en wethouders 1. De Septembercirculaire 2023 voor kennisgeving aannemen en de commissie Maatschappij en Middelen via mededelingenbrief informeren;
Nummer: 13
Collegevergadering van: 31-10-2023 Beslissing college: conform advies
Pagina 1 van 4
-2-
TOELICHTING In de programmabegroting 2024-2027 is de gemeentefondsuitkering geraamd op basis van de meicirculaire 2023. De thans voorliggende septembercirculaire heet beleidsarm te zijn. In de Miljoenennota 2024 is door het demissionair kabinet een aantal maatregelen opgenomen die een doorwerking hebben op de hoogte van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Deze circulaire bevat ook informatie over de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2027 en een actualisatie van het LPO accres op basis van de Miljoenennota 2024. Hierna wordt de circulaire gevolgd en worden met name de voor Nunspeet van belang zijnde ontwikkelingen weergegeven. 1. Hoofdpunten Algemene uitkering Deze uitkering wordt voor een groot deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven (trap op, trap af). De jaarlijkse toename of afname van de algemene uitkering wordt het accres genoemd. In de septembercirculaire 2023 zijn de accressen weer bijgewerkt met als gevolg dat alle jaren positief uitvallen. Ook hebben de wijzigingen in de toegepaste maatstafgewichten en de wegingsfactoren als gevolg van beleidsmatige maatregelen van het rijk een positief effect. Voor het grootste deel zijn de hogere accressen met name het gevolg van hogere loon- en prijsontwikkelingen.
Het kabinet heeft, als uitwerking van het coalitieakkoord, besloten dat het gemeentefonds vanaf 2027 geïndexeerd worden op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Uitgangspunt is dat de uitkering meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bbp volgt. De volumeontwikkeling van het gemeentefonds wordt gebaseerd op een langjarig historisch gemiddelde (8 jaar) van de ontwikkeling van het bbp, waardoor de uitkering van het gemeentefonds minder gaat schommelen. 2. Algemene uitkering Wijziging in de omvang van de algemene uitkering Accres De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. Sinds de meicirculaire 2022 is het accres gesplitst in een volume- en een nominaal deel, waarbij het nominale deel ter compensatie is van loon- en prijsstijging en het volumedeel ter compensatie van bevolkingstoename en reëel accres. Het kabinet heeft vorig jaar met instemming van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) het volumedeel van het accres voor 2022–2025 vastgezet op de stand van de Voorjaarsnota 2022. Tevens is in het coalitieakkoord besloten dat na 2026 een andere indexeringssystematiek wordt toegepast waarbij dus geen koppeling meer is met de rijksuitgaven.
In de Voorjaarsnota 2023 is besloten om het gemeentefonds vanaf 2027 te indexeren op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. BCF-plafond Gemeenten declareren hun BTW bij het BTW CompensatieFonds. Om te voorkomen dat er een open eind regeling ontstaat heeft de rijksoverheid een plafond aangebracht in de declaraties van ± € 3,96 miljard. Blijven de gezamenlijke gemeenten onder het plafond dan wordt het verschil aan het gemeentefonds toegevoegd, wordt het plafond overschreden dan wordt het verschil uit het gemeentefonds genomen. Naar inschatting van het ministerie van Financiën declareren gemeenten in 2023 minder BTW dan was voorzien in de meicirculaire 2023. In deze circulaire wordt een voorschot over 2023 verwacht van € 359 miljoen. Afrekening hiervan vindt plaats bij de meicirculaire 2024. Voor de begroting met bijbehorende meerjarenraming is in de meicirculaire 2023 een advies opgenomen dat de raming maximaal gelijk mag zijn aan de afrekening van 2022, zijnde macro € 318 miljoen in alle jaren. De provinciaal toezichthouders hebben aangegeven dit advies als richtlijn te
-3-
gebruiken bij het beoordelen van de begroting. In de Programmabegroting 2024-2027 is een bedrag buiten de circulaire om meegenomen van € 426.000,-. Bij de meicirculaire 2024 volgt de afrekening over 2022. Sociaal domein Jeugdzorg In de meicirculaire 2023 is landelijk voor jeugdzorg, onder voorbehoud van omzetting naar een definitief akkoord op de Hervormingsagenda jeugd, voor het jaar 2024 € 1.454 miljoen en voor 2025 € 954 miljoen beschikbaar gesteld. De gemeenten mogen voor de begroting 2024-2027 ervan uitgaan dat ze de middelen van de Hervormingsagenda jeugd volledig krijgen en dat de besparingen van de rijksmaatregelen volledig worden gehaald. De afspraken over de extra rijksbijdragen voor de jeugdzorg gelden voor de begroting 2024 en de meerjarenbegroting 2025 - 2027. Over een jaar beoordelen de provincies opnieuw of deze richtlijn ook geldt voor de meerjarenbegroting 2025-2028. Het Rijk, de VNG en het IPO zijn voor de jaren 2024, 2025, 2026 en 2027 overeengekomen dat gemeenten zowel de extra rijksbijdragen voor de jeugdzorg als de geplande bezuinigingen voor 100% in de begroting 2023 opnemen. Verder zijn afspraken gemaakt over een aanvullende besparing van structureel € 511 miljoen, waarbij de Rijksoverheid de verantwoordelijkheid heeft om deze besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen als aanvulling op de beoogde Hervormingsagenda.
Het gaat om aanvullende maatregelen waarbij gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden. Maatstaven, Uitkeringsfactor Ten opzichte van de meicirculaire 2023 zijn er geen wijzigingen in de uitkeringsfactoren voor 2021 en 2022. De uitkeringsfactoren vallen voor de jaren 2023–2028 wel hoger uit. Deze stijgingen worden voornamelijk veroorzaakt door de nieuwe accresstanden in 2024-2028 (met name de indexaties in 2027 en 2028) en de ruimte onder het BCF-plafond in 2023. Verder zijn de uitkeringsfactoren ook gewijzigd als gevolg van aanpassingen in de ramingen van de volumina van de verdeelmaatstaven en de belastingcapaciteit (OZB-maatstaven). 3 Decentralisatie- en integratie-uitkeringen Vijftien nieuwe decentralisatie-uitkeringen zijn in het leven geroepen en in een aantal bestaande decentralisatie en integratie uitkeringen zijn wijzigingen doorgevoerd. Vaak hebben ze betrekking op een specifieke taak voor een beperkt aantal gemeenten. Enkele decentralisatie-uitkeringen hebben ook consequenties voor 2023 en volgende jaren. Voor Nunspeet is slechts een nieuwe regeling van toepassing. Het betreft een uitkering voor Veilig wonen (Vanuit impulsgelden weerbaar bestuur krijgen decentrale bestuurders een beveiligingsadvies op maat aangeboden).
Verloop algemene uitkering Gemeentefonds voor 2024-2027 Inkomsten Totaal uitkering 2024 2025 Totaal septembercirculaire 2023 56.577.336 56.454.000 Totaal meicirculaire 2023 55.944.136 55.909.278 Effect 633.200 544.722
2026 51.165.953 50.705.865 460.087
2027 51.463.306 50.169.221 1.294.085
Sociaal domein Participatie Jeugdzorg (LPO)
48.438 65.710
45.090 37.883
40.187
37.663
Overige Bijz. bijstand en vroegsignalering Rijksvaccinatieprogramma
46.861 5.842
5.934
5.189
5.150
-4-
Nieuwe en bestaande stelposten: Impulsgelden Weerbaar Bestuur Ruimte t.o.v. van de meicirculaire
7.062 459.287
7.062 448.753
7.062 407.649
1.251.272
De bovenstaande financiële ruimte ten opzichte van de meicirculaire is meegenomen in de bijstellingsbrief bij Programmabegroting 2024-2027. Financiële gevolgen van de septembercirculaire 2023 Uitkeringsjaar 2023 Totaal Na verwerking van de septembercirculaire 2023 Na verwerking van de meicirculaire 2023 Hogere uitkering
53.122.976 52.771.653 351.323
Het verschil wordt veroorzaakt door: Sociaal domein • Participatie
50.588
Stelposten: Impulsgelden Weerbaar Bestuur (DU)
7.062
Voorschot BCF plafond 2023
501.674
Overige mutaties uitkeringsfactor en basis Totaal
-208.001 351.323
De per saldo hogere uitkering gemeentefonds 2023 is verwerkt in de 3e kwartaalrapportage van 2023. Programmabegroting 2024-2027 – procesmatig De behandeling en de vaststelling van de programmabegroting staat gepland voor de raadsvergadering van oktober 2023. In de programmabegroting 2024-2027 is de meicirculaire 2023 verwerkt. De begrotingspositie kan in structurele zin worden beïnvloed door de uitkomst van de septembercirculaire en de kwartaalrapportages. In de programmabegroting is aangegeven dat wanneer deze situatie zich voordoet de raad via afzonderlijke brief zo spoedig mogelijk (medio oktober) zal worden geïnformeerd. Via een afzonderlijk voorstel is dit aan u voorgelegd.