CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 4a. Bijlage bij meded. br. weth. Storteboom onderzoek broedvogels

Commissie Ruimte en Wonen 17 januari 2022, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen (burgemeester, college en commissie)13.760 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Broedvogels van de heidevelden in de Gemeente Nunspeet in 2020

Symen Deuzeman, Willem van Manen & Dirk Zoetebier Sovon-rapport 2021/21

Broedvogels van de heidevelden in de Gemeente Nunspeet in 2020 Symen Deuzeman, Willem van Manen en Dirk Zoetebier

Sovon-rapport 2021/21 Dit rapport is samengesteld in opdracht van de Gemeente Nunspeet

Colofon © Sovon 2021 Dit rapport is samengesteld in opdracht van de Gemeente Nunspeet Illustratie omslag: Overzicht over het noordelijke deel van de Elspeetsche Heide, 8 april 2020. Foto’s rapport: Symen Deuzeman Wijze van citeren: Deuzeman S., van Manen W. & Zoetebier D. 2021. Broedvogels van de heidevelden in de Gemeente Nunspeet in 2020. Sovon-rapport 2021/21. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. ISSN-nummer: 2212 5027

Broedvogels van de heidevelden in de Gemeente Nunspeet in 2020

Inhoud Samenvatting .............................................................................................................................. 2 1. Inleiding ................................................................................................................................. 3 2. Beschrijving van het gebied ................................................................................................... 4 3. Werkwijze .............................................................................................................................. 7 3.1. Methode & veldwerk ................................................................................................................... 7 3.2. Interpretatie en verwerking van de gegevens ............................................................................... 7 3.3. Weersomstandigheden ................................................................................................................. 8

4. Resultaten ............................................................................................................................. 10 4.1. Soorten en aantallen ................................................................................................................... 10 4.2. Vergelijking met eerdere karteringen ........................................................................................ 12 4.3. Soortbesprekingen...................................................................................................................... 14 4.4. Enkele waarnemingen van niet-broedvogels ............................................................................. 18

5. Evaluatie van heidebeheer aan de hand van broedvogels .................................................... 20 5.1. Veranderingen in aantallen en verspreiding van enkele heidevogels ........................................ 20 5.2. Invloed van recreatiepaden op de verspreiding van heidevogels ............................................... 23

6. Evaluatie en beheersaanbevelingen ...................................................................................... 25 7. Literatuur .............................................................................................................................. 26 Bijlage 1. Vastgestelde aantallen broedvogels op alle heidevelden van de Gemeente Nunspeet (excl. De Kril) in 2008 en 2020. .............................................................................. 27 Bijlage 2. Verspreidingskaarten broedvogels 2020.................................................................. 28

1

Sovon-rapport 2021/21

Samenvatting In het voorjaar van 2020 werd in opdracht van de Gemeente Nunspeet een broedvogelinventarisatie uitgevoerd op alle grotere heidevelden. In totaal is 1154 ha onderzocht, waarvan 1038 ha bestaat uit heide en 116 ha uit bos. De inventarisatie is gewenst in het kader van de Subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL). Daarnaast zijn de resultaten van de broedvogelinventarisatie gewenst in het kader van een update van het heidebeheerplan 2021-2031 en de evaluatie van het beheer in de periode 20112021 van de Gemeente Nunspeet. In het studiegebied werden vijf integrale inventarisatierondes uitgevoerd in de periode maart-juli, waarbij 157 uur besteed is aan veldwerk, wat neerkomt op 8,1 minuten/ha. Nachtrondes werden uitgevoerd voorafgaande aan een aantal vroege ochtendrondes in mei en juni en op enkele avonden in juli. Hierbij lag de nadruk op de inventarisatie van Houtsnippen, Nachtzwaluwen en uilen. Standaard werden alle broedvogelsoorten gekarteerd op de acht meest algemene na. In totaal werden 59 soorten als waarschijnlijke of zekere broedvogel vastgesteld. Van 51 soorten zijn gegevens verzameld, waarvan tien soorten voorkomen op de Rode Lijst van bedreigde en/of karakteristieke vogelsoorten.

De Nachtzwaluw, Draaihals, Grauwe Klauwier, Boomleeuwerik en Roodborsttapuit behoren tot de kwalificerende soorten binnen de Speciale Beschermingszone ‘Veluwe’, die is aangewezen in het kader van Natura 2000. Soorten van open heideterrein als Korhoen, Kievit, Wulp en Veldleeuwerik en Tapuit zijn in de periode 1994-2020 in aantal afgenomen of verdwenen. De Graspieper kende aanvankelijk een toename, maar is nu weer even schaars als in 1994. De reden voor afname is niet met zekerheid te benoemen, maar in zijn algemeenheid geldt dat openheid is verminderd door opslag van nieuwe bomen, het hoger worden van bestaande bomen en de toegenomen recreatiedruk waar soorten van open terrein erg gevoelig zijn. Soorten van halfopen heide als Draaihals, Groene Specht, Nachtzwaluw, Boomleeuwerik en Grauwe Klauwier zijn in aantal toegenomen of als broedvogel verschenen of bleven in aantal gelijk, zoals de Boompieper. Oorzaken kunnen liggen in verbeterde omstandigheden op de heidevelden, maar de trends komen ook overeen met trends die elders ook worden gezien in heidevelden in Nederland. Dit zou een aanwijzing kunnen zijn voor verbeterde condities in de overwinteringsgebieden (Draaihals en Nachtzwaluw) of aan het uitblijven van sneeuwrijke winters in West-Europa (Groene Specht en Boomleeuwerik).

Soorten die zowel in open als halfopen heide voorkomen laten een wisselend beeld zien, waarbij de Roodborsttapuit sterk is toegenomen en Kneu en Geelgors in aantal schommelen. In de evaluatie worden enkele beheeraanbevelingen gedaan.

2

Broedvogels van de heidevelden in de Gemeente Nunspeet in 2020

1. Inleiding In het voorjaar van 2020 werd op verzoek van de Gemeente Nunspeet een broedvogelinventarisatie uitgevoerd van alle grotere heidevelden die in haar bezit zijn. In totaal is 1154 ha onderzocht, waarvan 1038 ha heidevelden en 116 ha bossen. De inventarisatie is gewenst in het kader van de Subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL) en de resultaten zullen gebruikt worden bij de evaluatie van het heidebeheer 2011-2021 en een update van het heidebeheerplan 2021-2031 van de Gemeente Nunspeet. Daarnaast is het ook van belang om voor toekomstige beheeringrepen de verspreiding van broedvogels in kaart te hebben. In dit rapport wordt verslag gedaan van de in 2020 gevonden resultaten en zal het heidebeheer onder de loep worden genomen aan de hand van de verspreiding en ontwikkeling van broedvogels in de afgelopen jaren. Het veldwerk werd gedaan door Symen Deuzeman en Dirk Zoetebier. Willem van Manen verzorgde de analyse van de broedvogels in de periode 2008-2020 in relatie tot het heidebeheer en recreatie. Mark Karsemeijer was de contactpersoon van de Gemeente Nunspeet en toonde veel belangstelling voor het veldwerk en de gevonden resultaten. Hij was zeer behulpzaam bij de vertaling van de ontwikkelingen van de broedvogels naar het beheer van de heidevelden, waarvoor dank. Ook dank aan Hans Tjoonk (Gemeente Nunspeet) voor zijn belangstelling in de resultaten.

Petra Verburg was verantwoordelijk voor de begeleiding in de beginfase van het project, waarna André van Kleunen de begeleiding vanuit het Sovon-kantoor heeft overgenomen. Daarnaast worden de Sovon-collega’s Lara Marx en John van Betteray bedankt voor hun bijdragen aan de totstandkoming van dit rapport. Mark Karsemeijer en Hans Tjoonk voorzagen een concept van het rapport van commentaar.

Noordelijk deel van de Stakenberger Heide bezien vanaf de uitkijktoren, 9 juli 2020.

3

Sovon-rapport 2021/21

2. Beschrijving van het gebied De Gemeente Nunspeet bezit ruim 3.400 ha natuurterrein. De oppervlakte is onder te verdelen in 2.100 ha bos, 1.100 ha heide, 54 ha Landgoed Hulshorst en ca. 100 ha landbouwgrond. Het onderzoek in 2020 betrof alleen de grotere heidevelden van de Gemeente Nunspeet, die gelegen zijn op de Noordelijke Veluwe (figuur 1). De kleinere heidevelden, meest omsloten door bos, zijn buiten beschouwing gelaten. Uitzondering hierop vormt het kleine schrale heideveldje De Kril, iets ten zuidoosten van Elspeet. Dit heideveldje is een voormalige stortplaats en in 1998 omgevormd tot natuurgebied. De heidevelden zijn opgesplitst op basis van de ligging in het studiegebied (tabel 1). De noordrand van de drie grootste heidevelden ligt op zo’n vijf kilometer ten zuiden van Nunspeet en één kilometer ten noorden van Elspeet. De provinciale weg (N310) tussen Elspeet en Nunspeet doorsnijdt de heidevelden. Ten oosten van de provinciale weg ligt het grootste heideveld, de Elspeetsche Heide, dat overwegend omringd wordt door naaldbossen. In het noordoosten grenst dit heideveld aan het dorp Vierhouten en in het oosten gaat de heide over in de Noorderheide van Staatsbosbeheer. Ten westen van de N310 liggen de Stakenberger Heide en de Westeindsche Heide. Deze heidevelden worden doorsneden door de Stakenbergerweg en in het zuidwesten ligt het bungalowpark de Stakenberg.

De uiterste zuidgrens wordt gevormd door agrarische cultuurland. Elders worden de heidevelden omringd door overwegend naaldbossen. De drie kleinere heidevelden liggen langs de zuidrand van Elspeet en worden in het algemeen omringd door agrarisch cultuurland, bos en bebouwing. In totaal is 1154 ha onderzocht, waarvan 1038 ha bestaat uit heide en 116 ha uit bos. Bos komt vooral voor op de Westeindsche Heide en de Grote Kolonie en bestaat hier vooral uit spontaan ontwikkeld grove dennenopstanden. Elders komt bos voor op de Elspeetsche Heide en Elspeeter Veld waar het vooral om eikenopstanden gaat. Tabel 1. De onderzochte heidevelden van de Gemeente Nunspeet.

Heideveld Elspeetsche Heide Stakenberger Heide Westeindsche Heide Elspeeter Veld Kleine Kolonie Grote Kolonie De Kril Totaal

Opp/ha 433,1 349,7 150,6 88,6 71,0 48,9 12,1 1154,0

Figuur 1. Ligging en begrenzing van de heidevelden van de Gemeente Nunspeet.

4

Broedvogels van de heidevelden in de Gemeente Nunspeet in 2020

De heidevelden van de Gemeente Nunspeet herbergen een rijke historie, die teruggaat tot een tijd waarin de Veluwe voor het merendeel uit woeste gronden bestond. De heidevelden waren ooit van groot belang voor schapenteelt. In de tweede helft van de negentiende eeuw nam het belang af van schapenteelt op de heide door de wolimport uit Australië en de uitvinding van kunstmest. Rond 1950 en vooral vanaf 1972 werden de grotere heidevelden intensief gebruikt als militair oefenterrein. Vanaf 1994 is het houden van militaire oefeningen beëindigd en vanaf 1996 is het beheer van de heidevelden volledig teruggeven aan de Gemeente Nunspeet. In een groot deel van deze heidevelden zijn de tankbanen goed zichtbaar, veelal wel dichtgegroeid met heide, maar door beheer ook vaak zandig, dat gunstig is voor veel broedvogelsoorten en andere diergroepen zoals reptielen. De Elspeetsche Heide (433,1 ha) is het grootste heideveld en ligt direct ten zuidwesten van Vierhouten. De noordelijke helft is zeer heuvelachtig met een dicht zandbanenstelsel van voormalige tankbanen, die voornamelijk dichtgegroeid zijn met heide. In het noordelijke deel ligt een ven, genaamd het Veentje. Dit voedselarme (oligotrofe) ven bestaat uit open water, pijpestrootje en veenpluis. Verspreid is opslag van vliegdennen en een enkele jeneverbes aanwezig. In het zuidelijke deel komen beduidend minder zandbanen voor.

Opvallend zijn hier de stuifzandkoppen met wintereikenstrubben, die veelal gebruikt worden als dagrustplaats voor Edelherten, omdat het hier weinig ontsloten is en er overdag rust heerst. De heide bestaat voor het grootste deel uit struikhei, soms gemengd met vossenbes en dopheide. Op veel plekken groeit een dichte moslaag onder de struikhei. In het centrale deel komt vergrassing voor met pijpestroo, veelal in laagtes. Op de bodem van de voormalige zandbanen is veel grind en zand aanwezig. Sommige zandbanen worden bewust open gehouden. Ook wordt regelmatig opslag verwijderd op delen van het heideveld. Er vindt begrazing over de hele heide plaats door een schaapskudde met 250 schapen. Er worden regelmatig kleine stukken vergraste heide afgebrand in de wintermaanden, die vervolgens begraasd worden met schapen in het voorjaar en zomermaanden. De meeste recreatie vindt plaats langs de oostkant van de heide en dan met name in de omgeving van de Paasheuvel, waar het heideveld fungeert als uitloopgebied voor het dorp Vierhouten met de diverse vakantieparken. In het noordelijke deel loopt een fietspad over de heide. Elders heerst veel rust. Dit is vooral te danken aan de situering van de huidige wandelpaden en het afsluiten van een groot deel van de voormalige militaire zandbanen, waardoor grote oppervlakten heide met rust worden gelaten.

De Stakenberger Heide (349 ha) is een zeer geaccidenteerd heideveld. Het hoogste punt is de Liesberg (40,6 m boven NAP) en het laagste punt de Schotkamp (20,9 m boven NAP). Vooral in de omgeving van de Liesberg komen veel oude tankbanen voor, waardoor de spinnenwebstructuur van het dichte zandbanenstelsel nog goed zichtbaar is. Een deel van de oude tankbanen, met vooral grind, wordt bewust open gehouden tot het open zand, ter bevordering van broedvogels en andere fauna, zoals reptielen, mieren en insecten. In het zuidelijke deel, rond de Schotkamp, is veel afwisseling aanwezig tussen struikheidevegetaties en korte grasachtige vegetaties. Hier is, net als in 2008, een bloeiende populatie konijnen aanwezig. Langs de Schotkampweg is opslag met berken aanwezig, interessant voor kritische holenbroeders zoals Draaihals en Gekraagde Roodstaart. Struikheide is de aspectbepalende soort, maar door beheeringrepen of op vochtige plekken is goed te zien dat er variatie in de vegetatie aanwezig is met dopheide en vossenbes. In het oostelijke deel van de heide bevindt zich de Gresplekke, een groot voedselarm ven. Dit ven wordt omringd door vliegdennen en berken. Een tweede kleiner vennetje, ’t Fleske, is aanwezig langs de Schapendrift, het fietspad dat van Elspeet naar Stakenberg gaat. Verspreid over de heide komen solitaire of in groepjes staande vliegdennen voor.

Berken zijn vooral aanwezig langs het fietspad van de Stakenbergerweg. In het noordoosten van de heide komen enkele kleine opstanden met middeloude grove dennen voor. Zeer verspreid komt een enkele jeneverbes voor. De heide wordt begraasd door 250 schapen, dezelfde kudde die ook graast op de Elspeetsche Heide, soms tegelijkertijd met een kudde van 350 dieren. In het zuidoosten ligt een grote omrasterde schapenweide, die deels ook benut wordt door konijnen. In het noordelijke deel van de Stakenberger Heide is een observatietoren gebouwd voor publiek. In dit deel komen met vliegdennen dichtgegroeide delen voor. Hier is de recreatiedruk het grootste, evenals langs het fietspad van de Stakenbergerweg en langs het veelgebruikte fietspad de Schapendrift. In de centrale delen van de Stakenberger Heide werden niet veel recreanten waargenomen. De Westeindsche Heide (150,6 ha) bestaat voor 96,6 ha uit heide en 54 ha uit grove dennenbos, waar enkele gaten in gekapt zijn om heidefragmenten te vergroten en met elkaar te verbinden. Het grootste heideoppervlak bevindt zich in het noorden, langs de Oude Leuvenumseweg. De heide is hier licht geaccidenteerd en bestaat voornamelijk uit vrij gevarieerde struikheidevegetaties, met her en der open zandige stukjes. Vergrassing komt hier weinig voor. Her en der zijn kleine bosopstanden aanwezig met vliegdennen en wat berken.

Aan de zuidwestzijde ligt een door bos omgeven ven, het Gat van Jan van Beek. Vanuit het noordoosten verloopt de breedte van de heide langs de Stakenbergerweg van 250 naar 150 meter af. Het deel dat aan de westzijde van de Stakenbergerweg ligt, wordt overwegend door berk begrensd. Op de heide zelf staan af en toe wat oude vliegdennen en berken. Het bos in het westelijke

5

Sovon-rapport 2021/21

deel bestaat voornamelijk uit middeloud grove dennenbos, deels gemengd met loofbomen. Er is behoorlijk wat recreatie op de Westeindsche Heide, dat komt door de ligging langs de drukke Stakenbergerweg, een speelweide en de aanwezigheid van fietspaden.

Kapvlakten zijn gecreëerd om heidevelden met elkaar te verbinden op de Westeindsche Heide. Dit soort verbindingen worden benut door Boomleeuwerik, Nachtzwaluw en Roodborsttapuit, 23 mei 2020.

Het Elspeeter Veld (88,6 ha) bestaat voor 76,6 ha uit heide en 12 ha uit bos. De heide is weinig glooiend en bestaat voornamelijk uit struikheide, afgewisseld met vliegdennen. Langs een fietspad, dat over de heide loopt, ligt een grasveld waarop het vliegen met radiografisch bestuurde modelzweefvliegtuigjes is toegestaan. Er komen diverse boomgroepjes voor van vliegdennen. In het zuiden is een geleidelijke overgang aanwezig naar oud eikenhakhoutbos met een open structuur en plaatselijke menging met grove dennen en berken. Er liggen een parkeerplaats aan de oostzijde, wat zorgt voor enige recreatiedruk. De Kleine Kolonie (71 ha) bestaat voor het grootste deel uit struikheide met enkele verspreid liggende boomgroepjes van grove dennen en berken. Het heideveld wordt aan zowel de west- als zuidzijde omsloten door agrarisch cultuurland. Aan de noordkant grenst het aan Elspeet. Langs de heideranden is veel opgaande begroeiing aanwezig en op diverse plekken komt braamstruweel voor. Het padenstelsel is niet groot, zodat er o p de heide rust heerst. De Grote Kolonie (48,9 ha) bestaat uit een drietal kleinere heidevelden, sterk afgewisseld met bosopstanden. In totaal gaat het om 25 ha bos en 23,9 ha heideareaal. De heide is licht geaccidenteerd en wordt van elkaar gescheiden door grove dennenopslag.

Het bos bestaat voornamelijk uit grove dennenopstanden van verschillende leeftijd, soms gemengd met loofhout. Langs de randen van de heidevelden lopen enkele wandelpaden, maar op de heide en bos zelf is het rustig. De Kril (12,1 ha) is een voormalige stortplaats en sinds 1998 ingericht als schraal heideveld. Het terrein is omrasterd met schrikdraad en er staat regelmatig een kudde schapen op. De bodem varieert van schraal naar matig rijk wat een ontwikkeling laat zien van droge heide tot heide schraal grasland. En door de bodemzetting van de voormalige vuilnisbelt zijn er vochtige slenken ontstaan. Er komt veel opslag voor met braamstruwelen en jonge berken en dennen.

6

Broedvogels van de heidevelden in de Gemeente Nunspeet in 2020

3. Werkwijze 3.1. Methode & veldwerk Bij het verzamelen van broedvogelgegevens op de heidevelden van de Gemeente Nunspeet zijn de volgende aspecten van belang: - verspreiding en aantal territoria van de broedvogelsoorten - aantalsontwikkeling van de broedvogelsoorten - relatie tussen het beheer en broedvogels In grote lijnen is de uitgebreide territoriumkartering toegepast, zoals beschreven in Vergeer et al. 2016. Bij de kartering lag de nadruk op de soorten van de SNL-lijst, aangevuld met broedvogelsoorten waarvan het voorkomen iets kan zeggen over de kwaliteit van de heidevelden en/of de effecten van het gevoerde beheer. Het komt erop neer dat de BMP-A soortenlijst is aangehouden minus de acht meest algemene soorten (Winterkoning, Roodborst, Merel, Tjiftjaf, Fitis, Koolmees, Pimpelmees en Vink) Het veldwerk werd uitgevoerd door Symen Deuzeman (933,4 ha) en Dirk Zoetebier (220,6 ha). Er werden vijf integrale inventarisatieronden uitgevoerd in de periode maart-juli (tabel 2), waarbij in totaal 157 uur werd besteed aan veldwerk. Dit komt neer op 8,1 minuten per hectare. Nachtrondes werden uitgevoerd voorafgaande aan een aantal vroege ochtendrondes in mei en juni en op enkele avonden in juli. Hierbij lag de nadruk op de inventarisatie van Houtsnippen, Nachtzwaluwen en uilen. De meeste veldbezoeken begonnen rond zonsopgang en duurde meestal tot rond het middaguur of iets daarna.

Er is zowel lopend als per fiets gekarteerd. Het was noodzakelijk om regelmatig ‘lussen’ te maken over de heide, omdat paden soms behoorlijk ver uit elkaar lagen en het landschap soms erg glooiend is. Alleen vanaf de reguliere paden kon het gebied anders onvoldoende goed bekeken worden. Territoria werden voornamelijk vastgesteld aan de hand van zingende of baltsende vogels. In geval van zeldzame soorten en soorten met grote, overlappende territoria of leefgebieden, werd geprobeerd een zo hoog mogelijke (nest indicatieve) broedcode te verzamelen en de nestplaats zo nauwkeurig mogelijk te lokaliseren. Dit om te voorkomen dat niet-broedvogels werden meegeteld en om over- of onder-telling van moeilijk karteerbare soorten te voorkomen. Tijdens de inventarisatie lag de focus op het verzamelen van uitsluitende waarnemingen, d.w.z. waarnemingen van tegelijkertijd zingende of baltsende individuen. Buitenranden werden mee-geïnventariseerd, waardoor overschatting van het aantal territoria werd geminimaliseerd. Bij roofvogels, Grauwe Klauwier en de Zwarte Kraai werd intensief gezocht naar nesten en werden gegevens verzameld over de broedbiologie. Tabel 2. Data en tijden van veldbezoeken aan het onderzoeksgebied met de waarnemer, SD=Symen Deuzeman en DZ=Dirk Zoetebier.

Datum 23‐mrt 24‐mrt 25‐mrt 27‐mrt 6‐apr 7‐apr 8‐apr 10‐apr 24‐apr 27‐apr 28‐apr 29‐apr 8‐mei

Begin 06:58 06:41 06:46 06:39 06:49 06:37 07:00 06:26 06:06 06:07 06:06 05:54 05:14

Eind 13:43 14:43 13:26 13:32 15:12 15:45 13:48 11:35 12:28 14:51 14:20 14:51 11:14

Uren 6,8 8,0 6,7 6,9 8,4 9,1 6,8 5,2 6,4 8,7 8,2 9,0 6,0

Waarnemer SD SD SD DZ SD SD SD DZ DZ SD SD SD DZ

Datum 21‐mei 23‐mei 25‐mei 30‐mei 2‐jun 6‐jul 6‐jul 9‐jul 14‐jul 16‐jul 22‐jul 23‐jul

Begin 04:11 04:11 04:22 05:21 04:48 21:58 22:10 09:31 11:14 21:21 21:32 00:00

Eind 11:39 12:28 15:03 12:38 11:13 23:32 23:44 16:21 17:18 23:24 23:59 00:12

Uren 7,5 8,3 10,7 7,3 6,4 1,6 1,6 6,8 6,1 2,1 2,5 0,2

Waarnemer DZ SD SD SD DZ SD DZ SD SD SD SD SD

3.2. Interpretatie en verwerking van de gegevens In het veld zijn de waarnemingen ingevoerd op een tablet, waarbij voor iedere waarneming soort, locatie, tijdstip en broedcode zijn vastgelegd, inclusief de door de waarnemer afgelegde route. Bij thuiskomst zijn de data doorgestuurd naar de server van Sovon. De waarnemingen zijn automatisch geclusterd, waarbij gebruik is gemaakt van criteria die licht afwijken van de standaard BMP-criteria, vanwege het

7

Sovon-rapport 2021/21

kleinere aantal bezoeken voor een kartering van alle broedvogelsoorten. Automatisch clusteren gaat in veel gevallen goed, maar resultaten moeten goed worden gecontroleerd, vooral vanwege fouten of slordigheden bij invoer in het veld. De database van de Gemeente Nunspeet is zorgvuldig gecontroleerd op onzuiverheden.

3.3. Weersomstandigheden Het weer is van invloed op de vogelactiviteit en daardoor medebepalend voor de effectiviteit van het inventariseren. Slechte weersomstandigheden (regen, windkracht >4 Bft) kunnen leiden tot een lagere trefkans en op deze dagen is niet gekarteerd. In tabel 3 staan enkele gemiddelde weersvariabelen samengevat. Tabel 3. Enkele weersvariabelen (gemiddelde temperatuur, dagelijks aantal zonuren en duur neerslag) in de periode maart-juni 2020, op basis van gegevens van het KNMI, station De Bilt. Ref staat voor langjarig gemiddelde (1981-2010).

Maart April Mei Juni Juli

Temperatuur (°C) 2020 Ref 6,8 6,2 11,1 9,2 13,1 13,1 17,5 15,6 17,0 17,9

Zonuren 2020 Ref 194 125 287 174 324 213 232 201 212 217

Neerslag (mm) 2020 Ref 51 68 11 42 15 61 84 68 74 66

Maart 2020 was vrij zacht en zorgde mede voor een zeer zachte winter (Hellmanngetal 0,1) goed voor de op 2014 na zachtste winter ooit. De maand verliep vrij droog en zeer zonnig, maar kende een duidelijke tweedeling. De eerste twee weken waren zacht en wisselvallig met regelmatig veel wind, een voorzetting van februari. Vanaf de 15e kregen hogedrukgebieden de overhand, nog steeds regelmatig met veel wind en vanaf de 21e lagere temperaturen met regelmatig nachtvorst, maar wel zeer zonnig. Maart 2020 was droger dan het langjarige gemiddelde, met vooral in de zuidelijke helft neerslag. In de tweede helft viel in het hele land nauwelijks neerslag van betekenis. April 2020 was zeer zacht, zeer warm en recordzonnig. De maand kwam op een zesde plaats in de lijst van zachtste aprilmaanden sinds 1901. De eerste dagen was er nog nachtvorst, maar vanaf de 4e stegen de temperaturen en in het zuiden werd de eerste zomerse dag (+25 °C) geregistreerd op 8 april. Vanaf 13 april kregen Nederland te maken met een noordelijke stroming en daalden de temperaturen, gevolgd door een oostelijke stroming tussen 16 en 23 april. Het bleef wel steeds zeer zonnig. De temperaturen stegen in het zuiden regelmatig tot rond de 20°C, maar in het noordelijk kustgebied bleef het fris met soms slechts 12°C.

Pas na 28 april viel er weer enige neerslag, maar het landelijk neerslagtekort (neerslag minus verdamping vanaf 1 april) was toen al opgelopen tot 79mm, ruim boven het recorddroge 1976. Mei 2020 kende een normale temperatuur en was zeer zonnig en zeer droog. De maand begon wisselvallig, waarna zonnig en droog weer de overhand kreeg. Wel wisselden warmere en koudere perioden elkaar af. Tussen 11 en 14 mei steeg de temperatuur in het noordelijke kustgebied bijvoorbeeld niet boven de 11°C. Mei 2020 kende ook regelmatig perioden met veel wind, een terugkerend beeld dit voorjaar. Door de vrijwel afwezige neerslag, landelijk viel slechts 15 mm, nam het neerslagtekort verder toe tot een recordwaarde van 162 millimeter aan het einde van de maand, normaal is dit eind mei zo’n 55 millimeter. Juni 2020 was zeer warm, zeer zonnig en nat. Juni begon warm, maar tussen 3 en 10 juni bleven de temperaturen in een wisselvallige periode beneden normaal. Langs de kust bij Wijk aan Zee (NH) daalde de tempratuur op 10 juni bij helder weer en een noordenwind ’s nachts bijvoorbeeld tot 3,4°C. Het bleef na de 10e wisselvallig met warmere temperaturen. Na de 22e brak een periode aan met warm en zonnig zomerweer, met op 26 juni de eerste tropische dag (+30°C) van het jaar. Na twee droge maanden was juni natter dan gemiddeld, de neerslag was echter wel ongelijk verdeeld door het buiige karakter.

Op 16 en 17 juni viel plaatselijk 80 mm en op 26 juni viel in Volkel zelfs 87 mm. Ondanks de natte maand was het neerslagtekort vrijwel overal nog duidelijk groter dan normaal. Ten opzichte van de situatie eind mei is er weinig verandering in het neerslagtekort gekomen. Landelijk gemiddeld bedroeg het neerslagtekort eind juni ongeveer 180 mm. Er is dus op veel plaatsen nog steeds sprake van droogte.

8

Broedvogels van de heidevelden in de Gemeente Nunspeet in 2020

Juli was een koele maand met een gemiddelde temperatuur van 17,0°C in De Bilt tegen normaal 17,9°C. Tot en met de tiende was het zeer wisselvallig en koel, het werd vaak geen 20 graden. In de tweede helft van de maand waren er perioden van meerdere dagen met hogedrukinvloed afgewisseld door invloed van depressies. Aan het einde van de maand werd het kortdurend zeer warm. De hoogste temperatuur, 36,7 °C, werd op 31 juli in Westdorpe gemeten. Gemiddeld over het land viel er 66 mm regen, tegen 74 mm normaal, waarmee het een vrij droge maand is geworden. De verschillen waren echter groot; zo viel er in het noordwesten en vooral noorden op sommige plaatsen meer dan 100 mm. Het natste KNMIstation was Marknesse met 111 mm. In het zuidoosten viel plaatselijk niet meer dan ongeveer 30 mm, het KNMI-station Ell tapte niet meer dan 29 mm af. Met gemiddeld ongeveer 217 uur tegen 212 zonuren normaal was de zonneschijnduur vrijwel normaal. De eerste tien dagen was het somber, daarna scheen de zon op enkele sombere dagen na regelmatig. Het minst zonnig was het in het noordoosten met ongeveer 180 zonuren.

Begrazing met een gescheperde kudde schapen op de Stakenberger Heide, 23 mei 2020.

9

Sovon-rapport 2021/21

4. Resultaten 4.1. Soorten en aantallen Op de heidevelden van de Gemeente Nunspeet werden in totaal 59 vogelsoorten vastgesteld als waarschijnlijke of zekere broedvogel. Van 51 soorten zijn gegevens verzameld in het hele gebied, de overige acht behoren tot de (zeer) algemene soorten en van deze soorten is alleen de aanwezigheid genoteerd (zie § 3.1). Er werden tien soorten vastgesteld die voorkomen op de Rode Lijst van bedreigde en/of karakteristieke vogelsoorten (Van Kleunen et. al. 2017). De Nachtzwaluw, Draaihals, Grauwe Klauwier, Boomleeuwerik en Roodborsttapuit behoren tot de kwalificerende soorten binnen de Speciale Beschermingszone ‘Veluwe’, die is aangewezen in het kader van Natura 2000. Aantallen per heideveld staan vermeld in tabel 4 en dichtheden per heideveld in tabel 5. Tabel 4. Broedvogels van de heidevelden van de Gemeente Nunspeet, opgesplitst per heideveld in 2020. De Rode lijststatus is opgenomen in de kolom RL (EB=Ernstig bedreigd, BE= Bedreigd, Kw=Kwetsbaar, Ge=Gevoelig). Natura 2000-soorten staan cursief.

Soort Grauwe Gans Wilde Eend Kuifeend Buizerd Kievit Houtsnip Holenduif Houtduif Koekoek Ransuil Nachtzwaluw Draaihals Kleine Bonte Specht Grote Bonte Specht Groene Specht Grauwe Klauwier Wielewaal Gaai Zwarte Kraai Zwarte Mees Kuifmees Glanskop Matkop Boomleeuwerik Veldleeuwerik Staartmees Fluiter Zwartkop Vuurgoudhaan Goudhaan Boomklever Boomkruiper Spreeuw Zanglijster Grote Lijster Grauwe Vliegenvanger Bonte Vliegenvanger Gekraagde Roodstaart Roodborsttapuit Heggenmus

Elspeet‐ Stakenb. Westeind‐ Elspee‐ sche Hei Hei sche Hei ter Veld ‐ 3 ‐ ‐ 2 5 ‐ ‐ ‐ 2 ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 1 ‐ 1 ‐ ‐ 1 2 ‐ 1 ‐ 1 ‐ ‐ 3 2 3 2 3 5 2 1 2 ‐ 1 ‐ 18 12 6 2 1 1 ‐ ‐ 3 1 1 ‐ 7 5 7 2 2 ‐ 1 ‐ 1 1 ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 1 5 1 5 2 2 2 ‐ 1 1 4 5 2 6 7 10 2 1 1 2 3 1 3 2 ‐ 30 24 13 3 45 53 2 12 3 ‐ 2 1 ‐ ‐ ‐ 1 2 4 5 5 ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 5 ‐ 1 1 ‐ 2 6 5 6 4 2 1 ‐ ‐ 1 1 ‐ 1 1 3 2 1 ‐ 1 ‐ ‐ 5 4 1 2 3 9 12 11 44 38 12 14 1 ‐ 3 ‐

10

Kleine Kolonie ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 3 1 ‐ 5 ‐ ‐ 2 ‐ ‐ ‐ 2 ‐ ‐ 4 ‐ ‐ 6 11 ‐ ‐ 6 1 ‐ 1 4 5 1 ‐ 1 2 ‐ 12 2

Grote Kolonie ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 1 1 4 ‐ ‐ 3 ‐ ‐ 7 ‐ ‐ ‐ 2 ‐ 2 5 3 1 1 ‐ ‐ ‐ 7 ‐ 1 2 5 ‐ 2 ‐ ‐ 1 ‐ ‐ 2

De Kril ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 1 ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 1 1 ‐ ‐ 1 ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 3 ‐

Totaal RL 3 7 2 1 1 5 2 17 12 KW 3 KW 46 2 EB 6 30 3 2 BE 1 KW 17 5 14 34 10 7 GE 78 124 GE 6 1 30 1 6 7 30 8 6 7 2 GE 15 35 123 8

Broedvogels van de heidevelden in de Gemeente Nunspeet in 2020

Soort Witte Kwikstaart Graspieper Boompieper Appelvink Goudvink Groenling Kneu Putter Sijs Geelgors

Elspeet‐ Stakenb. Westeind‐ Elspee‐ sche Hei Hei sche Hei ter Veld ‐ 3 ‐ ‐ 19 17 4 8 62 47 32 11 3 ‐ 4 1 2 3 1 3 ‐ 1 1 ‐ 16 17 4 6 3 2 ‐ ‐ ‐ ‐ 1 ‐ 15 17 6 5

Kleine Kolonie ‐ 5 15 ‐ 1 ‐ 3 ‐ ‐ 7

Grote Kolonie ‐ ‐ 13 3 1 1 1 ‐ ‐ 6

De Kril ‐ ‐ 2 ‐ 1 ‐ ‐ ‐ ‐ ‐

Totaal RL 3 53 GE 182 11 12 3 47 GE 5 1 56

Tabel 5. Dichtheden (n/100 ha) van broedvogels opgesplitst per afzonderlijk heideveld in 2020.

Soort Grauwe Gans Wilde Eend Kuifeend Buizerd Kievit Houtsnip Holenduif Houtduif Koekoek Ransuil Nachtzwaluw Draaihals Kleine Bonte Specht Grote Bonte Specht Groene Specht Grauwe Klauwier Wielewaal Gaai Zwarte Kraai Zwarte Mees Kuifmees Glanskop Matkop Boomleeuwerik Veldleeuwerik Staartmees Fluiter Zwartkop Vuurgoudhaan Goudhaan Boomklever Boomkruiper Spreeuw Zanglijster Grote Lijster Grauwe Vliegenvanger Bonte Vliegenvanger Gekraagde Roodstaart Roodborsttapuit Heggenmus Witte Kwikstaart

Elspeet‐ sche Hei ‐ 0,5 ‐ ‐ ‐ 0,2 ‐ 0,7 0,7 0,5 4,2 0,2 0,7 1,6 0,5 0,2 ‐ 1,2 0,5 0,2 1,4 0,2 0,2 6,9 10,4 0,7 ‐ 0,5 ‐ ‐ 0,2 1,4 0,5 0,2 0,2 ‐ 1,2 2,1 10,2 0,2 ‐

Stakenb. Westeind‐ Elspee‐ter Kleine Hei sche Hei Veld Kolonie 0,9 ‐ ‐ ‐ 1,4 ‐ ‐ ‐ 0,6 ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 1,1 ‐ 0,3 ‐ ‐ ‐ 0,6 ‐ 1,1 ‐ 0,3 ‐ ‐ ‐ 2,3 4,2 0,6 2,0 1,4 1,3 1,1 1,4 ‐ 0,7 ‐ ‐ 3,4 4,0 2,3 7,0 0,3 ‐ ‐ ‐ 0,3 0,7 ‐ ‐ 1,4 4,7 2,3 2,8 ‐ 0,7 ‐ ‐ 0,3 ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 1,1 ‐ 0,3 3,3 2,3 2,8 0,6 ‐ 1,1 ‐ 1,1 3,3 2,3 ‐ 2,0 6,6 2,3 5,6 0,3 1,3 3,4 ‐ 0,9 1,3 ‐ ‐ 6,9 8,6 3,4 8,5 15,2 1,3 13,5 15,5 ‐ 1,3 1,1 ‐ ‐ ‐ 1,1 ‐ 1,1 3,3 5,6 8,5 ‐ ‐ ‐ 1,4 ‐ 3,3 ‐ ‐ 0,3 ‐ 2,3 1,4 1,4 4,0 4,5 5,6 0,3 ‐ ‐ 7,0 0,3 ‐ 1,1 1,4 0,9 1,3 1,1 ‐ 0,3 ‐ ‐ 1,4 1,1 0,7 2,3 2,8 3,4 7,3 3,4 ‐ 16,9 10,9 8,0 15,8 ‐ 2,0 ‐ 2,8 0,9 ‐ ‐ ‐

11

Grote Kolonie ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 2,0 2,0 8,2 ‐ ‐ 6,1 ‐ ‐ 14,3 ‐ ‐ ‐ 4,1 ‐ 4,1 10,2 6,1 2,0 2,0 ‐ ‐ ‐ 14,3 ‐ 2,0 4,1 10,2 ‐ 4,1 ‐ ‐ 2,0 ‐ ‐ 4,1 ‐

De Kril Totaal ‐ 0,3 ‐ 0,6 ‐ 0,2 ‐ 0,1 ‐ 0,1 ‐ 0,4 ‐ 0,2 ‐ 1,5 ‐ 1,0 ‐ 0,3 ‐ 4,0 ‐ 0,2 8,3 0,5 ‐ 2,6 ‐ 0,3 ‐ 0,2 ‐ 0,1 ‐ 1,5 ‐ 0,4 ‐ 1,2 ‐ 2,9 ‐ 0,9 ‐ 0,6 8,3 6,8 8,3 10,7 ‐ 0,5 ‐ 0,1 8,3 2,6 ‐ 0,1 ‐ 0,5 ‐ 0,6 ‐ 2,6 ‐ 0,7 ‐ 0,5 ‐ 0,6 ‐ 0,2 ‐ 1,3 ‐ 3,0 24,9 10,7 ‐ 0,7 ‐ 0,3

Sovon-rapport 2021/21

Soort Graspieper Boompieper Appelvink Goudvink Groenling Kneu Putter Sijs Geelgors

Elspeet‐ sche Hei 4,4 14,3 0,7 0,7 ‐ 3,7 0,7 ‐ 3,5

Stakenb. Westeind‐ Elspee‐ter Kleine Hei sche Hei Veld Kolonie 4,9 2,7 9,0 7,0 13,4 21,3 12,4 21,1 ‐ 2,7 1,1 ‐ 0,6 2,0 1,1 1,4 0,3 0,7 ‐ ‐ 4,9 2,7 6,8 4,2 0,6 ‐ ‐ ‐ ‐ 0,7 ‐ ‐ 4,9 4,0 5,6 9,9

Grote Kolonie ‐ 26,6 6,1 2,0 2,0 2,0 ‐ ‐ 12,3

De Kril Totaal ‐ 4,6 16,6 15,8 ‐ 1,0 8,3 1,0 ‐ 0,3 ‐ 4,1 ‐ 0,4 ‐ 0,1 ‐ 4,9

4.2. Vergelijking met eerdere karteringen De grote heidevelden van de Gemeente Nunspeet zijn een aantal keren onderzocht op het voorkomen van broedvogels. In 1974 werd er gewerkt met een andere methode, een turfmethode, waarbij er geen conrete aantallen zijn vastgesteld. In 1983 is slechts een klein deel onderzocht, namelijk een proefvlak van 100 ha op zowel de Stakenberger Heide als de Elspeetsche Heide. Dit onderzoek was erop gericht om na te gaan of er invloed was van militaire gebruik op broedvogels. De meest bruikbare inventarisatie voor een vergelijking met recentere jaren is verricht in 1994. In verband met beëindiging van de militaire activiteiten op de heidevelden, bestond er bij de Gemeente Nunspeet behoefte aan een visie op de inrichting en beheer van de heidevelden. Het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek heeft toen een territoriumkartering uitgevoerd op de drie grote heidevelden (Jonkers 1995). In 2008 en 2020 werden de heidevelden opnieuw onderzocht, ten behoeve van het opstellen van het heidebeheerplan 2011-2021 en een update van het heidebeheerplan 2021-2031 van de Gemeente Nunspeet (Deuzeman 2008). In 2020 bovendien in het kader van de SNL-subsidieregeling. Hiervoor zijn de grote heidevelden ook in 2015 door Sovon (Joost van Bruggen en James Lidster) in opdracht van de Provincie Gelderland en de Bosgroepen (tabel 6).

Qua werkwijze zijn de karteringen waarschijnlijk goed met elkaar te vergelijken (4-5 inventarisatierondes), met name tussen de jaren 2008-2020, maar er moet rekening gehouden worden met waarnemerverschillen, die doorgaans vooral tot uitdrukking komen in de interpretatie van waarnemingen in het veld of achter het bureau (inschatting afstand, soms soortkennis en soms inschatting van verschil tussen doortrekkers en broedvogels). In bijlage 2. Staan de aantallen vermeld die werden aangetroffen op alle heidevelden (exclusief De Kril) tijdens de karteringen in 2008 en 2020). Soorten van open heideterrein als Korhoen, Kievit, Wulp en Veldleeuwerik en Tapuit zijn in de loop van de tijd sterk in aantal afgenomen of verdwenen. De opleving tijdens de telling van 2015 bij een deel van deze soorten is mogelijk een gevolg van interpretatieverschillen in het veld. De Graspieper kende aanvankelijk een toename, maar is nu weer even schaars als in 1994. De reden voor afname is niet met zekerheid te benoemen, maar in zijn algemeenheid geldt dat openheid is verminderd door opslag van nieuwe bomen, het hoger worden van bestaande bomen en de toegenomen recreatiedruk waar soorten van open terrein erg gevoelig zijn. Bij enkele soorten zou geleidelijke verdroging, waardoor vegetatie eenvormiger wordt, een rol kunnen spelen.

Vergrassing of verdichting van vegetatie is waarschijnlijk niet aan de orde omdat soorten die juist hiervoor gevoelig zijn, maar minder voor verdwijning van openheid, overwegend in aantal zijn toegenomen. Soorten van halfopen heide als Draaihals, Groene Specht, Nachtzwaluw, Boomleeuwerik en Grauwe Klauwier zijn alle in aantal toegenomen of als broedvogel verschenen of bleven in aantal gelijk, zoals de Boompieper. Oorzaken kunnen liggen in verbeterde omstandigheden op de heidevelden, maar beetje verdacht is dat de trends, zoals te zien in Nunspeet, wordt waargenomen in vrijwel alle heidegebiedein in Nederland. Dit zou een aanwijzing kunnen zijn voor verbeterde condities in de overwinteringsgebieden (Draaihals en Nachtzwaluw) of aan het uitblijven van sneeuwrijke winters in West-Europa (Groene Specht en Boomleeuwerik). Soorten die zowel in open als halfopen heide voorkomen laten een wisselend beeld zien, waarbij de Roodborsttapuit sterk is toegenomen en Kneu en Geelgors in aantal schommelen. Het stabiele aantal Koekoeken is opmerkelijk, want deze soort is in de afgelopen decennia sterk afgenomen in de rest van Nederland. De toename van Houtsnip is een gevolg van een geleidelijke habitatverschuiving vanaf de jaren negentig, waarbij bossen geleidelijk werden ingeruild voor heidevelden.

12

Broedvogels van de heidevelden in de Gemeente Nunspeet in 2020 Tabel 6. Aantal territoria van broedvogels in de periode 1994-2020 op de Elspeetsche Heide, Stakenberger Heide en Westeindsche Heide. *= uitzetvogels, -=niet geteld en/of niet aanwezig, ?=onbekend.

Soort

Elspeetsche Heide 1994 2008 2015 2020 Grauwe Gans 0 1 0 0 Wilde Eend 1 0 2 2 0 Kuifeend ‐ 0 0 Torenvalk 0 1 0 0 Korhoen* 1 0 0 0 Kwartel 0 0 0 0 Fazant ‐ 1 ? 0 Buizerd 0 0 1 0 Kievit 0 1 0 0 Wulp 2 0 0 0 Houtsnip 0 0 0 1 Turkse Tortel ‐ 0 1 0 Koekoek 2 4 7 3 Ransuil ‐ 0 0 2 Nachtzwaluw 0 6 25 18 Draaihals 0 0 0 1 Kleine Bonte Specht ‐ 0 1 3 Grote Bonte Specht ‐ 1 12 7 Groene Specht ‐ 1 1 2 Grauwe Klauwier 0 0 0 1 Gaai ‐ 3 4 5 Zwarte Kraai ‐ 1 ? 2 Raaf ‐ 0 0 0 Kuifmees ‐ 4 8 6 Glanskop ‐ 1 1 1 Matkop ‐ 2 0 1 Boomleeuwerik 2 4 4 30 Veldleeuwerik 175 62 75 45 Fluiter ‐ 0 3 0 Sprinkhaanzanger ‐ 1 1 0 Grasmus ‐ 0 1 0 Vuurgoudhaan ‐ 0 1 0 Boomklever ‐ 0 4 1 Boomkruiper ‐ 5 16 6 Zanglijster ‐ 2 2 1 Grote Lijster ‐ 1 1 1 Grauwe Vliegenvanger ‐ 0 0 0 Bonte Vliegenvanger ‐ 0 5 5 Gekraagde Roodstaart ‐ 5 4 9 Roodborsttapuit 20 37 59 44 Tapuit 1 0 0 0 Graspieper 5 33 27 19 Boompieper 29 56 63 62 Appelvink ‐ 1 2 3 Goudvink ‐ 1 1 3 Groenling ‐ 0 1 0 0 Witte Kwikstaart 1 3 0 Kneu 6 16 22 16 Kruisbek ‐ 0 1 0 Sijs ‐ 0 0 0 Geelgors 16 10 23 15

Stakenberger Heide 1994 2008 2015 2020 0 0 0 3 1 1 0 5 ‐ 0 0 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1 0 1 ? 0 ‐ 0 0 1 0 1 3 2 1 2 0 0 0 0 3 2 0 ‐ 0 0 0 1 5 3 5 ‐ 0 1 0 0 8 12 12 0 0 0 1 ‐ 1 0 1 ‐ 0 2 5 ‐ 0 0 0 0 1 0 1 ‐ 3 1 1 ‐ 1 ? 2 ‐ 0 1 0 5 4 7 ‐ ‐ 1 1 1 ‐ 2 2 3 3 5 9 24 175 56 71 53 ‐ 0 1 0 ‐ 0 0 0 ‐ 0 2 0 ‐ 0 0 0 ‐ 0 0 1 ‐ 3 2 5 ‐ 0 4 1 ‐ 1 3 3 ‐ 0 1 1 ‐ 1 3 4 ‐ 6 8 12 13 29 37 38 0 0 1 0 6 40 33 17 19 56 49 47 ‐ 1 0 0 ‐ 0 0 2 ‐ 0 1 1 2 2 0 3 6 19 20 17 ‐ 1 1 0 ‐ 1 0 0 17 21 17 23

13

Westeindsche Heide 1994 2008 2015 2020 0 0 0 0 2 0 0 0 ‐ 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 ‐ 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 ‐ 0 0 0 1 2 1 2 ‐ 0 0 1 0 4 6 6 0 0 0 0 ‐ 1 0 1 ‐ 5 2 7 1 ‐ 0 0 0 0 0 0 ‐ 2 1 5 ‐ 0 ? 0 ‐ 0 0 0 ‐ 9 4 10 ‐ 2 0 2 ‐ 1 0 2 6 2 3 13 2 15 7 0 ‐ 0 2 0 ‐ 0 0 0 ‐ 0 0 0 ‐ 0 0 0 0 ‐ 2 0 ‐ 6 4 6 ‐ 1 0 0 ‐ 1 4 2 ‐ 0 1 0 ‐ 0 2 1 ‐ 5 5 11 9 11 13 12 0 0 0 0 2 0 4 1 36 27 25 32 ‐ 1 0 4 ‐ 2 2 3 ‐ 0 0 1 0 0 0 0 0 4 9 4 ‐ 2 0 0 ‐ 0 1 1 11 2 5 6

Sovon-rapport 2021/21

4.3. Soortbesprekingen Grauwe Gans, n=3 In maart en april bevonden zich drie paren Grauwe Gans op de Stakenberger Heide. Daadwerkelijk broeden werd vastgesteld in het ven de Gresplekke. Hier zaten op 6 april twee paren te broeden op eieren in een nest in pijpestrootje. Tijdens latere bezoeken eind april waren de ganzen echter verdwenen en werden geen paren met jongen gezien. Vermoedelijk zijn de broedsels niet succesvol geweest. In 2008 was een paartje aanwezig langs de oevers van het Veentje op de Elspeetsche Heide, maar broeden kon toen niet met zekerheid worden vastgesteld.

Paartje Grauwe Gans in het ven de Gresplekke op de Stakenberger Heide, 6 april 2020.

Wilde Eend, n=7 Wilde Eenden namen wat toe op de vennen van de Elspeetsche Heide en Stakenberger Heide. De meeste paren waren vrij lang aanwezig, vaak tot eind mei. In twee gevallen werd een nest met eieren gevonden op 6 april, maar paren met kuikens werden nergens vastgesteld. Eén van de nesten lag middenin een grove dennenvak tussen de bochtige smele met 6 eieren. De toename is best opvallend, gezien de huidige negatieve trend die landelijk is vastgesteld. Wespendief, n=0 In een grove dennenvak langs de zuidoostrand van de Stakenberger Heide was een bekend oud nest van de Buizerd in een grove den op 25 mei opgebouwd met loof, vermoedelijk opgebracht door een Wespendief. Tijdens een controle begin juli bleek het nest volledig scheef in de boom te hangen, met duidelijk zichtbaar de verdorde looftakken. Vermoedelijk is het nest gepredeerd, maar het is niet exact bekend in welk stadium. Buizerd, n=1 Net als in 2008 waren er op de meeste heidevelden een aantal echte paartjes ‘heide-buizerds’ aanwezig, die regelmatig foeragerend op de heide gezien werden. Van deze paren werden de nesten gevonden, vrijwel direct grenzend aan de heide in het bos. In totaal ging het om zes nesten, waarvan vijf nesten in een grove den. Alleen het nest op het Elspeetse Veld bevond zich binnen de grenzen van het studiegebied

14

Broedvogels van de heidevelden in de Gemeente Nunspeet in 2020

en zat in een eik. Van de zes nesten vlogen bij drie nesten jongen uit, de overige drie nesten mislukten voortijdig. Kievit, n=1 Het enige paartje werd aangetroffen op de Stakenberger Heide, nabij de Schotkamp. Op 25 mei ging het vrouwtje steeds in broedhouding zitten in korte struikheidevegetatie, langs de rand van een open stuk heide. Tijdens een zoekactie naar het nest, dat niet werd gevonden, verdween het paartje steeds kort, maar kwam snel weer terug. De Kievit is duidelijk afgenomen op de heidevelden. In 2008 werden nog vier paartjes aangetroffen, waarbij ook nesten met eieren en uitgelopen jongen werden vastgesteld. Houtsnip, n=5 Enigszins verrassend waren de baltsende Houtsnippen langs de randen van de heide. In 2008 werden ze niet vastgesteld, maar in 2015 al wel in dezelfde orde van grootte (tabel 6). De Houtsnippen werden vastgesteld tijdens de vroege ochtendrondes en avondrondes tijdens de tellingen voor Nachtzwaluwen. Niet alleen op de Stakenberger Heide en Elspeetsche Heide werden territoria vastgesteld, maar ook op het Elspeeter Veld en de Grote Kolonie. Wat de reden is van het verschijnen van Houtsnippen langs de heide is lastig te verklaren. Er lijkt de laatste jaren wel een duidelijke verschuiving zichtbaar te zijn van de rijkere loofbossen naar meer armere grove dennenbossen. Koekoek, n=12 De Koekoeken zijn vooral in de zeer vroege ochtendschemer geteld.

Juist dan kan in korte tijd veel informatie over het werkelijk aantal mannetjes worden verkregen, omdat ze dan zeer goed op elkaar reageren en op die manier goed uitsluitende waarnemingen verkregen kunnen worden. Ze werden vastgesteld op nagenoeg alle heidevelden, alleen bij de Grote Kolonie en heideveldje De Kril ontbraken ze. Verreweg de meeste Koekoeken werden aangetroffen op de noordelijke helft van de Stakenberger Heide en de Westeindsche Heide. Ten opzichte van de vorige kartering is de stand stabiel gebleven. Landelijk gaat het minder goed en is een matige afname vastgesteld. Maar op heide- en stuifzandterreinen doet de Koekoek het nog redelijk goed. Ransuil, n=3 Tijdens de schemerrondes werd een jagende Ransuil waargenomen op de Westeindsche Heide op 23 mei en op 22 juli langs de noordwestrand van de Elspeetsche Heide. Bedelende jongen werden gehoord op 22 juli in een grove dennenvak langs de rand van de Elspeetsche Heide nabij Vierhouten. In dit vak zaten ook enkele oude kraaiennesten, waar ze mogelijk hebben gebroed. Nachtzwaluw, n=46 Nachtzwaluwen zijn geteld tijdens een aantal zeer vroege ochtendrondes in eind mei en begin juni en tijdens een aantal avondrondes in juli. Alle geschikt lijkende plekken zijn minimaal één keer bezocht.

Territoria waren voornamelijk gesitueerd op en langs de randen en overgangen van bos naar heide en op enkele recente kapvlaktes (Westeindsche Heide), veelal met struikheidevegetaties. Alle heidevelden bleken bezet, ook de drie kleinere heidevelden ten zuiden van Elspeet. Alleen op De Kril ontbrak de Nachtzwaluw. De Westeindsche Heide is goed bezet, met name langs de bosranden aan de westelijke kant. Opvallend is het ontbreken van territoria langs het fietspad van de Oude Leuvenumseweg. Dit was in 2008 ook het geval, mogelijk door de harde overgang van douglasbos met daarlangs een fietspad, dat te verstoringgevoelig is. Op de Stakenberger Heide zaten alle territoria eveneens langs de overgangen van grove dennenbos naar heide. De zuidrand is beduidend beter bezet dan in 2008 (toename van 1 naar 5), maar op de Schotkamp ontbreekt de soort (vermoedelijk te open met overgang naar agrarische gebied). De grootste toename ten opzichte van 2008 vond plaats op de Elspeetsche Heide (van 6 naar 18, maar in 2015 liefst 25). De toename vond hier plaats zowel langs de bosranden als op de open heide. Op de open heide zijn de territoria vaak gerelateerd aan groepjes vliegdennen of langs de randen van de stuifzandkoppen met wintereikenbos. Op de kleinere heidevelden nam de Nachtzwaluw flink toe ten opzichte van 2008 (van 2 naar 10), met vestiging op het Elspeeter Veld.

Draaihals, n=2 Op 29 april werd de eerste luid roepende Draaihals gezien en gehoord in een laantje met berken en dennen op de heide langs het schrale graslandperceel tussen Landgoed Stakenberg en de Stakenberger Heide. De vogel riep de hele ochtend en verplaatste zich regelmatig. Op exact dezelfde plek riep op 25 mei wederom een Draaihals. Ditmaal niet meer zo fanatiek en langdurig. Er is een tijd getracht de vogel te volgen om zo eventueel het nest te vinden, maar dat is niet gelukt. Een tweede Draaihals riep op 30 mei langdurig in de vroege ochtend in de noordwesthoek van de Elspeetsche Heide. De vogel kon van grote afstand gehoord worden. In de vroege middag is getracht

15

Sovon-rapport 2021/21

meer informatie te krijgen door er een tijd te posten, maar toen riep de vogel niet meer. De Draaihals zat langs de rand van de heide of net op de heide te roepen in vermoedelijk een groepje berken. Tijdens de eerdere karteringen van de heidevelden in Nunspeet werden geen Draaihalzen vastgesteld en de soort lijkt zich te hebben gevestigd. Ook elders op heidevelden op de noordelijke Veluwe worden ze de laatste jaren steeds vaker gemeld. De Draaihals is op z’n minst dan ook een opmerkelijke soort. Rond 2002 maakte de Draaihals landelijk een grote stap achteruit. In 2006 volgde landelijk de laatste knieval en werden jaarlijks niet meer dan 515 territoria gemeld. Dit lage niveau hield een aantal jaren aan. Vanaf 2011 lijkt de soort weer uit het diepe dal te kruipen en de laatste jaren zit er zelfs een stijgende lijn in met 61 gemelde territoria in 2018, vooral in Drenthe en op de Veluwe (Boele et. al. 2020). Kleine Bonte Specht, n=6 De Kleine Bonte Specht nam flink toe en verdubbelde in aantal. Ze verschenen op de Elspeetsche Heide in het wintereikenstrubbenbossen met verspreid staande berken. Ook de overige territoria werden vastgesteld op locatie met een goede voorraad berken. Grauwe Klauwier, n=2 Op 25 mei werd al vroeg op de ochtend een druk murmelend mannetje waargenomen in een vliegden op de Schotkamp.

De vogel verplaatste zich regelmatig en later op de ochtend zat de vogel in de top van een den te murmelen in het noordwestelijke deel van de Stakenberger Heide. Ondanks enkele aanvullende bezoeken volgden er geen extra waarnemingen en/of bevestiging van daadwerkelijk broeden. Murmelzang is typerend voor ongepaarde mannetjes. Langs de zuidrand van de Elspeetsche Heide zat op zowel 25 als 30 mei een murmelende ongepaarde man. Deze man had meer succes want op 13 juli werden hier jongen gevoerd door zowel het vrouwtje als het mannetje. In een vliegden zat het nest, dat voorzichtig werd benaderd. Om de zaak niet teveel te verstoren konden van een afstandje drie al grote jongen gezien worden in en vlakbij het nest.

Het vliegdennetje waarin zich het nest bevond van de Grauwe Klauwier op de Elspeetsche Heide, 14 juli 2020.

16

Broedvogels van de heidevelden in de Gemeente Nunspeet in 2020

Wielewaal, n=1 Op 21 mei werd een luid zingende Wielewaal gehoord in het oude eikenhakhoutbos langs de zuidrand van het Elspeeter Veld. Voor Veluwse begrippen is dit een uitzonderlijke waarneming. Wielewalen zijn gebonden aan loofbomen en waren ooit het talrijkst in broekbossen en ouder populierenbos, zoals in Flevoland. Eerder zaten Wielewalen ook op de Veluwe in eikenbossen, maar sinds 1975 is de soort nagenoeg verdwenen van de zandgronden, met uitzondering van de heidevelden in Zuid-Drenthe, waar de soort juist toenam. Boomleeuwerik, n=78 De Boomleeuwerik is met name vastgesteld langs bosranden in combinatie met de vele zandpaden. Ze houden niet van verdichtende struikheidevegetaties. Open heide werd zo goed als gemeden. Alle heidevelden waren bezet, ook de vier kleine. In 2008 was van de kleine heidevelden alleen het Elspeeter Veld bezet, de overige niet. Tamelijk opvallend is de toename op alle heidevelden. Het huidige begrazingsbeheer met schapen en kleine stukken branden met drukbegrazing erop lijkt gunstig uit te pakken, evenals het plekgewijs open houden van de oude tankbanen tot op het zand. Elders op de Veluwe is ook sprake van geringe toenames, vaak door beheermaatregelen, zoals bij Kootwijk (Deuzeman 2017). Veldleeuwerik, n=124 De Veldleeuwerik is een van de meest karakteristieke vogelsoorten van de heidevelden van de Gemeente Nunspeet.

Ze hebben zich redelijk weten te handhaven in het gebied. Afnames ten opzichte van 2008 werden vastgesteld op de Elspeetsche Heide en Westeindsche Heide. Op de Stakenberger Heide bleven ze nagenoeg stabiel, net als op de kleine heidevelden. De geringe afname komt goed overeen met grote heidevelden op de Centrale Veluwe, zoals de Hoog-Buurlosche Heide en het Kootwijkerzand (Deuzeman 2017). Meest gunstig voor Veldleeuweriken op de heide is een voldoende afwisseling met hoge en lage heidevegetaties. Gekraagde Roodstaart, n=35 De Gekraagde Roodstaart is een typische soort van overgangen van grove dennenbos naar heide, het liefst met een schrale bodemvegetatie en een aanzienlijk aanbod aan berken. Enige kernen in de verspreiding zijn zichtbaar langs de Stakenbergerweg, waar veel berken staan en op de Westeindsche Heide met veel verspreid staande bomen, waaronder ook kwijnende dennen. Ook langs de hele randzone n tvan Landgoed Stakenberg is de soort goed vertegenwoordigd, evenals langs de Schotkampweg met het fraaie berkenbos. Op de heidevelden zelf is de Gekraagde Roodstaart schaars en komt eigenlijk alleen voor in het wintereikenstrubben bos op de Elspeetsche Heide. Roodborsttapuit, n=123 De Roodborsttapuit is vastgesteld op alle heidevelden, behalve de Grote Kolonie.

De voorkeur van de soort gaat uit naar structuurrijke heidevelden met microreliëf met verspreide opslag of solitaire vliegdennen. Op het heideveldje De Kril werden de braamstruwelen benut. Op alle heidevelden namen ze iets toe ten opzichte van 2008, iets wat elders ook op de heidevelden van de Veluwe is vastgesteld. Kneu, n=47 De Kneu is een typische bewoner van de heidevelden. Vooral structuurrijke, hogere struikheide met verspreid staande opslag van vliegdennen zijn in trek. Behalve op heideveldje De Kril is de Kneu op ieder heideveld vastgesteld. Hier is sprake van een verspreid voorkomen. Op de kleinere heidevelden is de dichtheid iets hoger, met name op het Elspeeter Veld. Hier is vaak wat meer struweel en bosrand aanwezig door de afwisseling met het cultuurlandschap. Geelgors, n=56 Geelgorzen werden vooral vastgesteld langs de randen van het bos of langs randen van kleinere bosjes op de heide zelf, zoals het eikenstrubbenbos op de Elspeetsche Heide. Midden op de heide is de verspreiding een stuk ijler, maar daar waar oude tankbanen zijn opengemaakt of waar de bodem bestaat uit grind of zand, komen Geelgorzen voor. Op de kleinere heidevelden is de dichtheid vrij hoog, waarschijnlijk omdat hier meer bosranden op een kleiner oppervlak zijn en Geelgorzen ook een duidelijke binding heeft met agrarische cultuurland.

Na een afname in de periode 1994-2008 is de soort op de Stakenberger Heide en Westeindsche Heide iets toegenomen en stabiel gebleven op de Elspeetsche Heide.

17

Sovon-rapport 2021/21

4.4. Enkele waarnemingen van niet-broedvogels Van niet-broedvogels werden een aantal interessante waarnemingen verricht. Ze zijn vaak niet meer dan van anekdotische betekenis. Sommige gevallen zouden betrekking kunnen hebben op broedvogels, dan wel potentiële broedvogels, maar konden niet als zodanig worden geregistreerd. Nijlgans 25 mei: 4 vogels bij het ven ’t Fleske, Stakenberger Heide. 30 mei: een paar bij het ven, het Veentje, Elspeetsche Heide, vervolg- en/of eerdere waarnemingen ontbreken. Kwartel 29 april: een vogel riep op 29 april langs de Vierhouterweg in de zuidoosthoek van de Elspeetsche Heide. De waarneming is net iets te vroeg om te honoreren als territorium, het kan ook om een doortrekker gaan. In eerdere jaren werden wel steeds Kwartels binnen de datumgrenzen vastgesteld op de heidevelden. Fazant 29 april: eenmalig werd in de vroege ochtend van 29 april een Fazant gehoord in de zuidoosthoek van de Elspeetsche Heide. In 2008 werd op zowel de Stakenberger Heide als de Elspeetsche Heide een roepende haan gehoord op verschillende dagen. De waarneming in 2020 mag zeer bijzonder worden genoemd. Sinds het landelijke uitzetverbod in 1993 is de populatie in vrijwel heel Nederland sterk gedaald en op de Veluwe volledig ingestort. Kennelijk weet een enkele vogel zich nog te handhaven op de heidevelden van de Gemeente Nunspeet. Blauwe Reiger 6 april: 1 ex.

nabij de Gresplekke, Stakenberger Heide. Zwarte Wouw 29 april: een adulte vogel ter plaatse nabij de Liesberg op de Stakenberger Heide. Velduil 28 april: 1 ex. opgejaagd uit de pijpestroo nabij het Veentje, Elspeetsche Heide. Torenvalk In de noordelijke helft van de Elspeetsche Heide werd gedurende het hele seizoen waarnemingen verricht van Torenvalken. In de meeste gevallen ging het om een solitair mannetje. Geen enkele keer werd een paartje gezien of werden duidelijke aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een nest (voedselvlucht naar nest bijvoorbeeld). Op de Stakenberger Heide zat alleen op 23 maart een mannetje te jagen. Op de kleinere heidevelden waren ook soms Torenvalken aanwezig, zoals op de Kleine Kolonie en het Elspeeter Veld. Een serieuze waarneming werd verricht op het Elspeeter Veld toen een paartje rondvloog met een prooi, maar vervolgwaarnemingen ontbreken. Klapekster 25 maart: 1 ex. nabij het Veentje, Elspeetsche Heide. Klapeksters waren zeer dun bezaaid in de tweede helft van maart. Waarschijnlijk waren verreweg de meeste vogels al vertrokken richting de broedgebieden in een brede zone van het noorden en oosten van Europa (Scandinavië, Polen, Rusland etc.). Dit vanwege de zeer zachte winter en het zachte weer in maart. Hierdoor kon er geen goede indruk verkregen van het aantal aanwezige Klapeksters in de afgelopen winter.

Ekster Er werden geen broedgevallen meer vastgesteld op de heidevelden, alleen op een boerenerf langs de Schotkampweg bevond zich een bewoond nest. In 2008 bevond zich nog een nest op het Elspeeter Veld. Raaf Alle waarnemingen van Raven berusten op een enkele individu die soms overvloog of ter plaatse was op één van de heidevelden. Op 25 mei was een paartje met een uitgevlogen jong aanwezig op de Schotkamp. Het is niet duidelijk waar dit paar vandaan kwam, mogelijk uit het Leuvenumse Bos of de grove dennenvakken zuidelijk van de Stakenberger Heide.

18

Broedvogels van de heidevelden in de Gemeente Nunspeet in 2020

Beflijster 6 april: twee mannetjes en twee vrouwtjes oostkant Stakenberger Heide. 7 april: man en vrouw Westeindsche Heide. 27 april: vrouw nabij ’t Fleske, Stakenberger Heide. Zwarte Roodstaart Een territorium bij een boerenbedrijf langs de Schotkampweg. Tapuit 27 april: mannetje op kaal stuk heide Westeindsche Heide, mannetje noordrand Stakenberger Heide en een mannetje nabij de afgerasterde schapenweide op de Stakenberger Heide. 28 april: twee vogels in het noordelijke deel van de Elspeetsche Heide. 29 april: twee mannetjes op de korte grazige vegetatie van de Schotkamp, nabij konijnenholen. 8 mei: een niet territoriale Tapuit nabij het grasveld van de modelvliegtuigjes. Alle waarnemingen hebben betrekking op doortrekkers. Konijn Een redelijke konijnenpopulatie werd vastgesteld op de Schotkamp. Ten opzichte van 2008 leek het erop als de populatie zich hier goed heeft kunnen handhaven en er waren verse holen aanwezig, tenminste 50. Ook langs de zuidrand van de Stakenberger Heide waren konijnenholen aanwezig, zoals langs en op de schapenweide. Elders bleken konijnen erg schaars, met slechts een enkele waarneming op het centrale deel van de Elspeetsche Heide langs een oude zandige tankbaan en waarnemingen op de Kleine Kolonie.

Op de Schotkamp komen redelijk wat Konijnen voor, Stakenberger Heide, 29 april 2020.

19

Sovon-rapport 2021/21

5. Evaluatie van heidebeheer aan de hand van broedvogels 5.1. Veranderingen in aantallen en verspreiding van enkele heidevogels Om het beheer of de betekenis van de heide voor broedvogels te onderzoeken, hebben we gekeken naar de verspreiding en de verandering daarin ten opzichte van 2008, van een aantal vrij talrijke soorten. Dit omdat deze soorten niet al te grote territoria hebben en aan analyse van hun verspreiding een hogere resolutie is verbonden dan aan die van zeldzame soorten met grote territoria. Nog beter is het wanneer hier soorten bij zijn die in hun leefwijze op elkaar lijken, omdat het verschijnen van de ene soort en het tegelijkertijd verdwijnen van de andere dan een idee geeft in welke richting het terrein kan zijn veranderd. Voor de heideterreinen van Gemeente Nunspeet hebben we hiervoor geselecteerd: Graspieper, Boompieper, Veldleeuwerik, Boomleeuwerik en als aanvullende soorten Roodborsttapuit en Nachtzwaluw. In figuur 2 t/m 4 is de verspreiding van deze soorten in 2008 en 2020 weergegeven.

Figuur 2. Verspreiding van Gras- en Boompieper in 2008 en 2020

20

Broedvogels van de heidevelden in de Gemeente Nunspeet in 2020

Boompieper en Graspieper zijn sterk op elkaar lijkende soorten die in detail verschillende habitats bewonen. Beide houden van overjarige, grassige vegetaties, maar waar Graspiepers meer open, en als het kan, vochtiger situaties prefereren, verkiezen Boompiepers meer besloten en drogere plekken. In 2008 was de verspreiding van Graspieper en Boompieper behoorlijk complementair. Op plekken waar de ene soort veel voorkwam, ontbrak de andere soort. In 2020 is dat in grote lijnen hetzelfde gebleven, maar is de Graspieper sterk in aantal afgenomen en zijn de lege plekken opgevuld door Boompieper. Uitzondering is de Westeindsche Hei, waar de Boompieper nu vrijwel vlakdekkend voorkomt, terwijl er ook een kleine cluster Graspiepers huist. Aan de hand van deze veranderingen is het waarschijnlijk dat de delen waar Graspiepers verdwenen droger zijn geworden of de bomen zijn er groter geworden waardoor ze een zwaarder stempel drukken op de omgeving.

Figuur 3. Verspreiding van Boom- en Veldleeuwerik in 2008 en 2020

Ook Boomleeuwerik en Veldleeuwerik zijn nauw aan elkaar verwant, maar hebben een voorkeur voor verschillende vegetaties. In tegenstelling tot de piepers houden ze beide van stukken onbegroeide bodem en voor Boomleeuweriken is dit zelfs een strikte vestigingsvoorwaarde. Boomleeuweriken zijn gebonden aan bomen in de buurt, terwijl Veldleeuweriken opener situaties prefereren. Vermoedelijk zijn Veldleeuweriken toleranter voor opschietende kruidachtige vegetaties en eerste verbossingstadia.

21

Sovon-rapport 2021/21

In zowel 2008 als 2020 is de verspreiding redelijk complementair, soms op zeer gedetailleerd niveau. Vooral daar waar de heide grenst aan bos is de Veldleeuwerik afgenomen en hebben zich Boomleeuweriken gevestigd. Dit zou een gevolg kunnen zijn van hoger wordende bomen, die daardoor een zwaarder stempel drukken op het landschap. Minder voor de hand liggend is dat de oorzaak ligt in verandering van structuur van de kruidlaag, want dan zou vestiging van Boomleeuwerik op plekken waar de Veldleeuwerik verdween, minder voor de hand liggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11025669/1