CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 4a. Bijlage bij meded. br. Collegevoorstel en -besluit Meicirculaire 2024

Commissie Maatschappij en Middelen 5 september 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen college en commissie5.452 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

Akk.

Bespr.

Overleg

B W W W W S

Aan burgemeester en wethouders Datum: Portefeuillehouder: Ambtenaar: Team: Naam teammanager: Directie: Raad: Commissie: OR: Communicatie: Bijlage(n): Betrokken teams:

6 juni 2024 W. Stoffer

Zaaknummer:

1156646

Financiën/Beleid

Nee Maatschappij en Middelen - TKN Nee Nee Openbaar: Meicirculaire 2024 en mededelingenbrief

Ja

Onderwerp: Meicirculaire 2024 Samenvatting De meicirculaire is normaliter de belangrijkste van de drie circulaires die jaarlijks verschijnen. Daarin worden de gemaakte afspraken vertaald naar de manier van aanpak van de diverse maatschappelijke opgaven waar de overheden gezamenlijk voor staan. De circulaire informeert over de gemeentefondsuitkeringen (algemene uitkering, integratie- en decentralisatie uitkeringen). De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt hoofdzakelijk bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Deze circulaire bevat informatie over de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2024. Deze systematiek is met deze circulaire vervroegd van 2027 naar 2024. Aangezien de formatie van een nieuw kabinet de nodige tijd heeft gekost zijn de effecten uit het regeerakkoord voor een groot deel nog niet verwerkt in deze circulaire en zullen die hoogstwaarschijnlijk in de septembercirculaire worden opgenomen. In de meicirculaire 2024 zijn ontwikkelingen verwerkt die ten opzichte van de september- en decembercirculaire 2023 de nodige financiële effecten tot gevolg hebben. Oorzaken zijn de vervroegde invoering van de nieuwe financieringssystematiek en de herrekening van het volume- en LPO accres (loon en prijsontwikkeling). Met deze meicirculaire is de herverdeling van het Gemeentefonds volledig uitgewerkt voor de jaren 2024-2028.

Pagina 1 van 12

-2-

Advies aan burgemeester en wethouders 1. De Meicirculaire 2024 voor kennisgeving aannemen en de commissie Maatschappij en Middelen via mededelingenbrief informeren; 2. De financiële gevolgen voor 2024 verwerken in de eerstvolgende kwartaalrapportage; 3. De uitkomsten voor de jaren 2025-2028 verwerken in de concept programmabegroting 20252028.

Collegevergadering van: 18-6-24 Beslissing college: conform advies

Nummer:

TOELICHTING De Meicirculaire is de belangrijkste van de drie circulaires die jaarlijks verschijnen. Daarin worden de gemaakte afspraken vertaald naar de manier van aanpak van de diverse maatschappelijke opgaven waar de overheden gezamenlijk voor staan. De circulaire informeert over de gemeentefondsuitkeringen (algemene uitkering, integratie- en decentralisatie uitkeringen). De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt hoofdzakelijk bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Deze circulaire bevat informatie over de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2024. Deze systematiek is met deze circulaire vervroegd van 2027 naar 2024. Aangezien de formatie van een nieuw kabinet de nodige tijd heeft gekost zijn de effecten uit het regeerakkoord voor een groot deel nog niet verwerkt in deze circulaire en zullen die hoogstwaarschijnlijk in de septembercirculaire worden opgenomen. In de meicirculaire 2024 zijn ontwikkelingen verwerkt die ten opzichte van de september- en decembercirculaire 2023 de nodige financiële effecten tot gevolg hebben. Oorzaken zijn de vervroegde invoering van de nieuwe financieringssystematiek en als gevolg hiervan de herrekening van het volume- en LPO accres. In verband met het vervroegen van de gewijzigde bbp-indexatie van 2027 naar 2024 dalen het volume en LPO accres voor de jaren 2024 tot en met 2029.

Voor 2024 wordt dit volledig gecompenseerd en voor 2025 voor ongeveer 50%. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats, zodat uiteindelijk voor de gemeenten een positief saldo resulteert dat gelijk is aan het bedrag van het schrappen van de oploop van de zogenaamde opschalingskorting. Met deze meicirculaire is de herverdeling van het Gemeentefonds volledig uitgewerkt voor de jaren 2024-2028. In het vervolg van dit voorstel, waarbij de opbouw in de Meicirculaire wordt gevolgd, zal verder ingegaan worden op de belangrijkste ontwikkelingen op macroniveau (landelijk), waarbij ook de financiële gevolgen voor Nunspeet worden weergegeven. Hoofdstuk 2 - Algemene uitkering (vanuit de circulaire) Dit is de grootste component binnen het gemeentefonds. Verdeling heeft plaats via een groot aantal maatstaven (b.v. inwoners, oppervlakte, bijstandontvangers). Vanaf 2019 is ook het grootste deel van de integratie-uitkering Sociaal domein (WMO, Jeugd en Participatie) overgeheveld naar de Algemene uitkering. Alleen het onderdeel Participatie is nog als integratiedeel te herleiden. Voor het onderdeel Jeugd vindt in 2025 nog een gedeeltelijke incidentele compensatie plaats voor de oplopende kosten.

-3-

2.2 Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering 2.2.1 Accres De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. In het coalitieakkoord Rutte IV is besloten om het accres niet langer te koppelen aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven, maar te koppelen volumedeel en een loon- en prijsdeel. In deze circulaire is de nieuwe financieringssystematiek (dus niet meer via de systematiek van trap op trap af) vervroegd van 2027 naar 2024. Het betekent dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 al is ingevoerd. Het volume accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp met als gevolg een lagere uitkering voor de jaren 2024 en 2025 ten opzichte van de Miljoenennota 2024. Verder worden de tranches voor de jaren 2024 en 2025 structureel opgenomen waardoor het volume accres voor de jaren 2024 en 2025 lager is dan in de septembercirculaire 2023 en vanaf 2026 en verder hoger. Het LPO accres is eerst geactualiseerd voor de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2024. Vervolgens is de indexatie voor loon- en prijsontwikkeling vanaf 2024 gebaseerd op de prijs bruto binnenlandse product.

In verband met het vervroegen van de gewijzigde bbp-indexatie van 2027 naar 2024 dalen het volume en LPO accres voor de jaren 2024 tot en met 2029. Voor 2024 wordt dit volledig gecompenseerd en voor 2025 voor ongeveer 50%, zodat een tekort van macro € 675 miljoen resteert. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats, zodat uiteindelijk voor de gemeenten een positief saldo resulteert van macro € 675 miljoen, gelijk aan het bedrag van het schrappen van de oploop van de opschalingskorting. Sinds 2015 namelijk worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Sinds 2019 is een stand van de opschalingskorting bereikt van € 300 miljoen. In deze meicirculaire 2024 is de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026 met een structurele uitname van € 675 miljoen dus geschrapt. 2.2.2 BTW-compensatiefonds Het BCF-plafond bedraagt € 4,191 miljard voor gemeenten in 2023. Als de gezamenlijke declaraties onder het plafond blijven wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding van het plafond volgt een uitname. Het plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. Voor 2023 is sprake van een toename van de ruimte onder het plafond van € 213,84 miljoen.

Afrekening BCF 2023 In de septembercirculaire 2023 ging men uit van een onderschrijding van € 359,4 miljoen. Bij de meicirculaire 2024 komt dit uit op een onderschrijding van € 573,2 miljoen. Uit de afrekening volgt nu een correctie van € 213,84 miljoen. Gemeenten hebben dus uiteindelijk minder gedeclareerd bij het BCF dan eerder gedacht. De ruimte onder het plafond is toegenomen. De afrekening vindt plaats in 2024 als een incidentele verrekening (hogere re uitkering). Voor Nunspeet voor 2024 een effect van € 303.000,Deze afrekening heeft echter ook structurele gevolgen. Voor de begroting 2024 met bijbehorende meerjarenraming is in deze circulaire een advies opgenomen dat die raming maximaal gelijk mag zijn aan de afrekening van 2023, zijnde macro € 573,2 miljoen in alle jaren. De provinciaal toezichthouders hebben aangegeven dit advies als richtlijn te gebruiken bij het beoordelen van de begrotingen. Wel geven ze aan voorzichtig te zijn met inzet van dit dekkingsmiddel. Hoewel in de meicirculaire het voorschot niet is opgenomen wordt voorgesteld de onderuitputting van € 730.000,structureel mee te nemen als dekkingsvoorstel bij de programmabegroting 2025-2028.

-4-

2.2.4 aanpak armoede en schulden Vanuit de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden heeft het kabinet via het gemeentefonds € 40 miljoen aan structurele middelen voor betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn voor 2023 incidenteel aan gemeenten toegekend en worden vanaf 2024 structureel aan de uitkering toegevoegd om gemeenten verder in staat te stellen om strategisch en doelgericht te handelen en hun activiteiten uit te breiden zoals het verdubbelen van het gebruik van schuldhulpverlening en het bevorderen van activiteiten om armoede onder kinderen te bestrijden. Voor Nunspeet gaat het om structureel € 40.000,Voorgesteld wordt deze bedragen als stelpost/budgettaire aanpassing te verwerken. 2.2.6, 7, 8, 9, 10 en 11 Jeugdbescherming, Voogdij 18+ en Jeugdzorg In oktober 2023 hebben het ministerie van Justitie en Veiligheid en de VNG een bestuurlijk akkoord gesloten over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen (GI’s). Hiervoor is € 60 miljoen benodigd. In het bestuurlijk akkoord is afgesproken dat het ministerie van JenV vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 miljoen bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. Hiervoor is voor Nunspeet een bedrag van € 42.000,mee gemoeid en wordt toegevoegd aan het budget Jeugd.

In de meicirculaire 2022 is het budget van de integratie-uitkering Voogdij 18+ overgeheveld naar de algemene uitkering. Op de integratie-uitkering is een reservering achtergebleven voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen. Dit restbudget wordt nu overgeheveld naar de algemene uitkering inclusief de toegekende loon- en prijsbijstelling. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd. Voor 2024 een compensatie van € 2.500 en vanaf 2025 structureel € 45.000,- en wordt toegevoegd aan het budget Jeugd. Voor het verlenen van de specifieke uitkering compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg in 2024 wordt € 60 miljoen vanuit het gemeentefonds overgeboekt naar de begroting van het ministerie van VWS. Vanuit de algemene uitkering wordt € 27,9 miljoen overgeboekt. Het overige deel van de € 60 miljoen (€ 32,1 miljoen) wordt overgeboekt vanuit het restantbudget van de integratie-uitkering Voogdij 18+. Dit budget wordt ingezet om de gemeenten te compenseren voor de niet beoogde kosten van 2022 en 2023 na inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. Indien er in 2024 sprake is van onderuitputting binnen deze regeling, dan zullen de resterende middelen weer terugvloeien naar het gemeentefonds.

Hiermee is voor Nunspeet incidenteel een lagere uitkering van € 42.000 voor 2024 van toepassing en wordt budget Jeugd verlaagd. In het coalitieakkoord Rutte IV is een aanvullende besparing in het kader van Jeugdzorg (wat zowel jeugdhulp als jeugdbescherming en jeugdreclassering omvat) oplopend naar structureel € 511 miljoen vanaf 2027 opgenomen. De geraamde besparing van € 500 miljoen in 2025 kan nog niet gerealiseerd worden, omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. Om die reden wordt in 2025 incidenteel € 500 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd. Voor Nunspeet voor 2025 incidenteel € 702.000,-. De mutaties voor het totale deel Jeugd bedragen respectievelijk € 745.000,-, € 41.000,-, € 41.000,- en € 42.000 voor de jaren 2025 tot en met 2028. 2.2.14 Landelijke vreemdelingen voorziening Het pilotprogramma voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021. In afwachting van een mogelijke structurele regeling heeft het kabinet, in overleg met de VNG, besloten de pilot te verlengen tot en met 31 december 2024. De middelen aan de gemeenten met een LVV voorziening worden sinds 2022 verstrekt via een specifieke uitkering.

Een gedeelte hiervan wordt bekostigd door een uitname uit het gemeentefonds. Omdat de uitname in 2023 niet heeft plaatsgevonden, zijn in deze circulaire de uitnamen opgenomen voor 2023 en 2024. Het gaat om respectievelijk € 4,4 miljoen en € 10,3 miljoen. Het bedrag in 2024 is

-5-

hoger, doordat de kostprijs voor LVV-plekken is aangepast. De bijbehorende middelen worden onttrokken aan het cluster Sociale basisvoorzieningen. Voor Nunspeet een lagere uitkering van € 19.000,- in 2024. 2.4 Overige mededelingen algemene uitkering 2.4.1 Bommenregeling Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (WOII). De bommenregeling is geen Rijkssubsidie, maar een regeling die wordt gefinancierd uit het gemeentefonds. Binnen het nationaal programma Berging vliegtuigwrakken met nog vermiste vliegers uit de Tweede Wereldoorlog zijn eind 2018 locaties vastgesteld waar zich mogelijk te bergen vliegtuigwrakken bevinden. De afgelopen jaren hebben in verschillende gemeenten bergingen plaatsgevonden. Voor bergingen die onderdeel uitmaken van het nationaal programma ontvangen de betreffende gemeenten via de bommenregeling een bijdrage van 100 procent aan de door hen gemaakte kosten. Voor de Stationsomgeving is een aanvraag gehonoreerd voor een bedrag van € 179.600,- in 2024 beschikbaar. Dit bedrag is als stelpost opgenomen en wordt aangewend ter dekking van de kosten bij de Stationsomgeving.

2.5 Veranderingen in het verdeelstelsel In deze paragraaf worden de jaarlijkse aanpassingen in gewichten en maatstaven voor de berekening van de hoogte van de uitkering beschreven. De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf ozb is doorgevoerd. De uitkomst van de verdeelmaatstaf ozb wordt bepaald door de omvang van de WOZ-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden: voor eigenaren woningen, eigenaren niet- woningen en gebruikers niet-woningen. Er zijn daarom drie rekentarieven. Door marktontwikkelingen kan de WOZ-waarde sterk fluctueren. Het is staand beleid om voor het effect van deze marktontwikkelingen te corrigeren, door middel van een aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb. De correctie is op nationaal niveau. De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen (o.a. de decentralisatie uitkeringen).

Voor een nadere toelichting op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen wordt verwezen naar hetgeen hierover is opgenomen in de meicirculaire. Hoofdstuk 3 - Decentralisatie en integratie uitkeringen (vanuit de circulaire) 3.1 Inleiding Ook met deze meicirculaire zijn er weer de nodige mutaties in reeds bestaande integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Ook zijn er weer een aantal nieuwe in het leven geroepen. Vaak hebben ze betrekking op een specifieke taak voor één of enkele gemeenten. Een integratie-uitkering heeft als eigenschap dat deze op enig moment wordt opgenomen in het maatstavenstelsel van de algemene uitkering. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. De voor de gemeente Nunspeet van toepassing zijnde wijzigingen worden verderop in dit voorstel behandeld.

-6-

3.2 Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen 3.2.1. Uitvoeringskosten Omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met deze uitkering van macro € 71,5 miljoen in 2024 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staat nog een reservering van in totaal ruim € 80 miljoen in 2025 voor gemeenten. Deze middelen zullen naar verwachting in een volgende circulaire worden toegevoegd aan het gemeentefonds. 3.2.6 Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen Gemeenten en hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) werken samen als het gaat om preventie van discriminatie op lokaal niveau. Voor de kerntaken van de ADV’s krijgen gemeenten sinds 2009 structureel middelen via het gemeentefonds. Vanaf dit jaar krijgen gemeenten middelen om samen met hun ADV’s méér aan preventie te kunnen doen. De decentralisatie-uitkering maakt het mogelijk om op lokaal niveau maatwerk te kunnen toepassen.

De ADV’s kunnen gemeenten aan de hand van hun meldingscijfers adviseren over onderwerpen die hen zijn opgevallen binnen die gemeenten. Hiervoor is in 2024 in totaal € 2,5 miljoen beschikbaar. Het ministerie van BZK werkt momenteel aan een stelselherziening voor de ADV’s en kondigde in een eerdere Kamerbrief en een brief aan alle gemeenten aan dat er vooruitlopende op de stelselherziening extra middelen beschikbaar zijn voor gemeenten. De middelen vanaf 2025 zullen naar verwachting in de komende septembercirculaire worden verwerkt. 3.2.8 Maatschappelijke begeleiding Conform artikel 18 van de Wet inburgering 2013 voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen hiervoor in 2024 in totaal circa € 1,4 miljoen. Het betreft personen die vóór 1 januari 2024 inburgeringsplichtig zijn geworden. Voor nadere informatie en vragen over de selectie van personen ten behoeve van de bijdrage voor maatschappelijke begeleiding wordt verwezen naar de website zakelijk van DUO. 3.2.9 Einde Lening Inburgeringsplicht (ELIP) In het Bestuurlijk Overleg van april 2020 zijn tussen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de VNG afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde Einde Lening Inburgeringsplicht (ELIPs).

Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. De afspraken zijn met ingang van 1 januari 2023 geformaliseerd in regelgeving. In het besluit Inburgering is nu opgenomen dat gemeenten inburgeraars die onder de ELIP definitie gerekend worden, hulp en begeleiding kunnen aanbieden. Gemeenten gaan zelf over de wijze van invulling van de begeleiding. Via een decentralisatie-uitkering worden hiertoe middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het in een beperkt aantal gevallen financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. De middelen worden over gemeenten verdeeld op basis van het aantal ELIPS. In 2024 is afgerond € 840.000,- beschikbaar. De jaarlijkse tranches zullen telkens bij de meicirculaire worden verdeeld. 3.2.26 Loon- en prijsbijstelling 2024 Participatie (IU) De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loonen prijsbijstelling 2024 (€ 113,3 miljoen in 2024, aflopend naar € 93,7 miljoen in 2029). De verdeling

-7-

van de bedragen per gemeente wijzigt in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente) zoals die bekend is uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. De Wsw-verdeling vanaf 2024 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2023 en de blijfkansen voor de jaren 2024 en verder. Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de bedragen per gemeente door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen beschut werk. De drempelbedragen geven (afgerond op honderdtallen) weer wat het gemiddelde bedrag is dat in het betreffende jaar beschikbaar is voor de begeleiding van beschut werk. Iedere gemeente ontvangt ten minste budget voor de financiering van de begeleiding van één beschutte werkplek. De drempelbedragen zijn in deze circulaire aangepast vanwege de loon- en prijsbijstelling en de structurele verhoging. Het drempelbedrag voor 2024 is€ 11.300. Door het gebruik van historische cijfers blijft het aandeel van individuele gemeenten in het verdeelmodel beschut werk ongewijzigd ten opzichte van de meicirculaire 2022.

Voor Nunspeet zijn een aantal decentralisatie- en integratie-uitkeringen direct van belang: Maatschappelijke begeleiding Conform artikel 18 van de Wet inburgering 2013 voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Hiervoor is met deze circulaire incidenteel een bedrag van € 11.850,-- in 2024 beschikbaar. Voorgesteld wordt dit als stelpost op te nemen. Armoedebestrijding kinderen De middelen die de gemeente ontvangt zijn al in de gemeentelijke begroting bij de aanpassing van het minimabeleid ingezet. Vanaf 2025 is structureel € 84.816,--beschikbaar. In 2022 is reeds bij het onderdeel minima een bedrag in de begroting opgenomen. Met deze circulaire dient dit bedrag structureel vanaf 2025 voor minimabeleid te worden verlaagd met € 3.503,--. Voorgesteld wordt dit als stelpost mee te nemen. Jeugdhulp aan kinderen in een AZC In de septembercirculaire 2018 zijn gemeenten geïnformeerd dat zij vanaf 2019 volledig verantwoordelijk zijn voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een AZC. Hiervoor is vanaf 2022 structureel geld beschikbaar. Bij de meicirculaire 2024 is dit bedrag vanaf 2024 structureel € 29.846,--. Het onderdeel jeugdhulp derhalve structureel met € 19.112,-- verhogen. Voorgesteld wordt dit als stelpost op te nemen.

Invoering Omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met deze uitkering in 2024 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Met deze circulaire is voor 2024 € 169.074,-incidenteel beschikbaar. Voorgesteld wordt dit als stelpost op te nemen. Einde Lening Inburgeringsplicht (ELIP) In het Bestuurlijk Overleg van april 2020 zijn tussen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de VNG afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde Einde Lening Inburgeringsplicht (ELIPs). Gemeenten gaan zelf over de wijze van invulling van de begeleiding. Via een decentralisatie-uitkering worden hiertoe middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het in een beperkt aantal gevallen financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. De middelen worden over gemeenten verdeeld

-8-

op basis van het aantal ELIPS. Met deze circulaire is voor 2024 € 1.014,-- incidenteel beschikbaar. Voorgesteld wordt dit als stelpost op te nemen. Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen Gemeenten en hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) werken samen als het gaat om preven-tie van discriminatie op lokaal niveau. Voor de kerntaken van de ADV’s krijgen gemeenten sinds 2009 structureel middelen via het gemeentefonds. Vanaf dit jaar krijgen gemeenten middelen om samen met hun ADV’s méér aan preventie te kunnen doen. De decentralisatie-uitkering maakt het mogelijk om op lokaal niveau maatwerk te kunnen toepassen. Met deze circulaire is voor 2024 € 4.033,-incidenteel beschikbaar. Voorgesteld wordt om dit toe te voegen aan het budget. Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loonen prijsbijstelling 2024 (€ 113,3 miljoen in 2024, aflopend naar € 93,7 miljoen in 2029). De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie zoals die bekend is uit het voorgaande jaar en een inschatting van deblijfkansen in de sociale werkplaats.

De Wsw-verdeling vanaf 2024 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2023 en de blijfkansen voor de jaren 2024 en verder. Het effect voor Nunspeet van deze loon- en prijsontwikkeling leidt tot een hogere integratie uitkering van respectievelijk € 465.974,-, € 328.772,-, € 313.958,-, € 305.979,- en € 329.872, voor de jaren 2024 tot en met 2028. Voorgesteld wordt hiermee het budget voor Participatie op te hogen. Hoofdstuk 4 - Overige mededelingen Gemeentefondstotalen en nominale ontwikkelingen De onderstaande tabel bevat een overzicht van de gemeentefondstotalen 2023-2028. In de tabel zijn de bedragen uit de hoofdstukken 2 en 3 van de Meicirculaire bij elkaar gebracht (in duizenden euro’s).

De algemene uitkering is via het accres afhankelijk van de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven waarin rekening is gehouden met loon- en prijsontwikkelingen. Daarmee is de algemene uitkering in de meerjarenraming uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. De decentralisatie uitkeringen kennen geen correctie voor loon- en prijsontwikkelingen en betreffen nominale bedragen. De integratie-uitkeringen worden wel ieder jaar opnieuw geïndexeerd volgens de voor dat jaar van toepassing zijnde loon- en prijsontwikkeling (constante prijzen). Het is van belang dat gemeenten in hun ramingen rekening houden met de loon- en prijsontwikkelingen. ` Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit In de meicirculaire wordt jaarlijks de benodigde informatie voor de berekening van het kengetal belastingcapaciteit opgenomen, zoals aangegeven in de ministeriele regeling over de berekeningswijze van de financiële kengetallen BBV. Voor gemeenten gaat het om het landelijk gemiddelde voor de gemeentelijke woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Het laatst bekende gemiddelde bedraagt voor 2024 € 994,-- (jaar t-1). In de begroting en het jaarverslag 2024 (jaar t) kan dit

-9-

gemiddelde worden gebruikt voor de berekening van het kengetal belastingcapaciteit in de verschillende jaren. De cijfers per gemeente zijn gepubliceerd in de atlas van de lokale lasten 2024. Nieuw proces belastingcapaciteit 2024 WOZ Zoals in de decembercirculaire 2023 aangekondigd, is het proces rondom de vaststelling van de belastingcapaciteit van gemeenten per 1 januari 2024 veranderd. Daarbij wijzigt de definitie van de belastingcapaciteit niet. Het proces is op de volgende punten gewijzigd: 1. De Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ), die nu al de basis is voor de vaststelling van de belastingcapaciteit, wordt uitsluitend leidend. De kwaliteit van de LV WOZ data is de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd, waardoor steeds minder gemeenten het CBS benaderen voor een correctie van de data. De inschatting van de Waarderingskamer is dat in 2024 alle gemeenten hun gegevens tijdig, volledig en correct invoeren in de LV WOZ. 2. Gemeenten kunnen vanaf 2024 geen rechtstreekse verzoeken tot correcties op de belastingcapaciteit indienen bij het CBS en/of het ministerie van BZK. Dat betekent dat gemeenten geen vaststellingsbrief ontvangen met daarin de vastgestelde voorlopige en definitieve belastingcapaciteit. Gemeenten kunnen alleen de onderliggende WOZ-waarden corrigeren door deze via de LV WOZ aan te passen.

Bij de definitieve vaststelling (2,5 jaar later) ziet het CBS de gecorrigeerde waarden in haar uitdraai van de LV WOZ. 3. De uitvraag uit de LV WOZ gaat later plaatsvinden. Bij de voorlopige belastingcapaciteit wordt de LV WOZ pas in juni uitgevraagd in plaats van begin mei. Bij de definitieve belastingcapaciteit zal de uitvraag in oktober zijn in plaats van in mei. Hierdoor zal de berekening van de belastingcapaciteit op actuelere gegevens worden gebaseerd. 4. Er komt een verbeterde inschattingsmethode van ontbrekende waarden. Het CBS vult momenteel een ontbrekende waarde in met het meest recente gegeven uit het verleden. Het CBS gaat bij de verbeterde inschattingsmethode onder andere rekening houden met de waardeontwikkeling van de woningen. De aard van de (rechtsbescherming bij de heffing van de) OZB is zodanig dat er altijd kans is dat een paar objecten nog niet definitief zijn beschikt wanneer het CBS de definitieve belastingcapaciteit berekent (ongeveer 2,5 jaar na dato). De mogelijkheid om bezwaar te maken tegen de definitieve vaststelling van de belastingcapaciteit blijft behouden in het nieuwe proces. Integraal overzicht financiën gemeenten Net als vorig jaar zal de minister van BZK het jaarlijkse Integraal Overzicht Financiën Gemeenten naar beide Kamers sturen.

Het overzicht zal ingaan op de financiële positie, omvang van de baten en lasten, getrouwheid van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de specifieke uitkeringen. Financiële gevolgen van de meicirculaire 2024 (t.o.v. de septembercirculaire 2023 voor 2025-2028) Uitkeringsjaar 2023 De mutaties in de algemene uitkering die worden veroorzaakt door wijzigingen in de maatstafgewichten en de wegingsfactoren als gevolg van door de gebruiker ingebrachte basisgegevens heeft per saldo een positief effect van € 145.787,--. De begrotingsaanpassing wordt meegenomen bij de eerstvolgende kwartaalrapportage 2024. Uitkeringsjaar 2024 Inkomsten Na verwerking van de meicirculaire 2024 Na verwerking van de septembercirculaire 2023 Hogere uitkering

Totaal € 59.546.257 € 56.577.336 € 2.968.921

- 10 -

Stelposten/budgetaanpassingen • Jeugdhulp kinderen in een AZC € 19.112 • Bommenregeling € 179.618 • Einde lening inburgeringsplichtig (ELIPs) € 1.014 • Uitvoeringskosten omgevingswet € 169.074 • Maatschappelijke begeleiding € 11.850 • Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen € 4.033 • Participatie € 465.974 • Aanpak armoede en schulden € 41.467 € 892.142 Overige mutaties • Jeugd (uit taakmutaties en accres) € 620.000 • Uitkeringsfactor en overige taakmutaties € 1.153.429 • Verrekening onderschrijding BFC plafond € 303.350 € 2.076.779 Uitgaven Sociaal domein Vanwege de herijking van de uitkering gemeentefonds, waarbij het aantal maatstaven etc. waarop de uitkering is gebaseerd sterk is verminderd, is het niet meer mogelijk de onderdelen Jeugd, Participatie en WMO inzichtelijk te krijgen en budgettair neutraal te ramen. Voor Participatie is de integratie uitkering verband houdend met de uitvoering WSW nog wel inzichtelijk. Voor het onderdeel Jeugd is der optie gekozen de accresontwikkeling binnen dit cluster bij te ramen. Bij de decembercirculaire 2023 is het effect van de verlaging van de uitkeringsfactor naar een fors hogere aanpassing van de aantallen binnen de maatstaf “Huishoudens met laag inkomen boven drempel” meegenomen. Deze mutatie heeft voor een groot deel effect op het cluster Jeugd.

Per saldo blijkt uit de meicirculaire dat voor 2024 dit voor het onderdeel Jeugd een bedrag betreft van € 620.000,-. Voorgesteld wordt dit toe te voegen aan het budget Jeugd. Het resterende bedrag van € 1.153.429,-- wordt naast de mutaties in de maatstafgewichten en de wegingsfactoren als gevolg van beleidsmatige maatregelen veroorzaakt door de hogere uitkeringsfactor ten opzichte van de septembercirculaire 2023. Aangezien het onderdeel Jeugd 20% van de algemene uitkering betreft is het redelijk om hiervoor vanuit de taakmutaties en de bijstelling van de uitkeringsfactor een bedrag van € 230.000,-- specifiek toe te voegen aan het budget Jeugd. Stelposten/budgetaanpassingen In het hierboven weergegeven financiële overzicht zijn een aantal stelposten/budgetaanpassingen opgenomen. Voor de stelposten worden deze in afwachting van beleidsvorming specifiek geoormerkt binnen de Algemene uitkering. De budgetten worden toegevoegd aan de specifieke budgetten binnen de diverse taakvelden cq. programma’s. BCF In de septembercirculaire 2023 is aan gemeenten een voorschot verstrekt van de afrekening BCF plafond 2023. In deze meicirculaire vindt de positieve afrekening voor een bedrag van € 303.350,plaats. Voorgesteld wordt het resultaat van het uitkeringsjaar 2024 te verwerken in de eerstvolgende kwartaalrapportage 2024.

- 11 -

Uitkeringsjaren 2025-2028 De uitkeringen Gemeentefonds worden nu geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Het volume accres op basis van een historisch 8-jaars gemiddelde en het LPO accres op basis van de ontwikkeling van het prijs Bbp van het lopende jaar, waardoor het gemeentefonds op een reëel ‘niveau’ blijft. In deze circulaire zijn eigenlijk geen nieuwe zaken opgenomen aangezien er nog geen financiële invulling is gegeven aan het regeerakkoord. Wellicht zal bij de uitwerking van de septembercirculaire 2024 hierover meer duidelijkheid zijn. vergelijk meicirculaire 2024 - septembercirculaire 2023 2025

2026

2027

2028

59.020.285 56.454.000 2.566.284

54.947.827 51.165.953 3.781.874

55.188.448 51.463.306 3.725.142

55.341.495 51.463.306 3.878.189

Effect BCF

730.000

730.000

730.000

730.000

UITGAVEN Jeugd incidenteel Participatie

-745.435 -328.772

-40.957 -313.958

-41.301 -305.979

-41.629 -329.872

-40.000 -19.112

-40.000 -19.112

-40.000 -19.112

-.40.000 -19.112

3.503

3.503

3.503

4.101.350

4.052.253

4.181.079

INKOMSTEN Totaal uitkering Totaal meicirculaire 2024 Totaal septembercirculaire 2023 Totaaleffect accres

Aanpak armoede en schulden Jeugdhulp kinderen in een AZC Aanpassing Armoedebestrijding kinderen Totaal beschikbaar voor loonprijscompensatie, bestuurlijke wensen en nieuw beleid

2.162.966

Uitgaven In afwachting van beleidsvorming wordt het opnemen van stelposten voorgesteld vanwege de structureel ontvangen gelden via de integratie- en decentralisatie uitkeringen voor Aanpak armoede en schulden structureel € 40.000,-, voor Jeugdhulp kinderen in een AZC € 19.112,- en voor Armoedebestrijding kinderen vanaf 2026 een lagere bijdrage van € 3.503,-. Voor de begroting 2025 met bijbehorende meerjarenraming is in deze circulaire een advies opgenomen dat voor het BCF plafond de raming maximaal gelijk mag zijn aan de afrekening van 2023. De provinciaal toezichthouders hebben aangegeven dit advies als richtlijn te gebruiken bij het beoordelen van de begroting. Hoewel in de meicirculaire het voorschot niet is opgenomen wordt voorgesteld de onderuitputting van € 730.000,- structureel mee te nemen als dekkingsvoorstel bij de programmabegroting 2025-2028. Ontwikkeling sociaal domein Uitsluitend de integratie uitkering Participatie welke dient voor de bekostiging van de uitvoering WSW door de Inclusiefgroep is nog als onderdeel zichtbaar in de circulaires. In het overzicht

- 12 -

hierboven is aangegeven om welke bedragen het gaat. Voor het onderdeel Jeugd is voor de jaren 2024 en 2025 zichtbaar welke bedragen beschikbaar zijn binnen de algemene uitkering. Voor de jaren 2026 en verder zijn nog geen concrete bedragen bekend. De oorspronkelijke lagere algemene uitkering Jeugd voor € 1,9 miljoen is voor de jaren tot en met 2025 teruggedraaid en in een hogere bijdrage gecompenseerd. Voor de jaren 2026 en verder is er nog onvoldoende duidelijkheid. Wel is in het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen opgenomen dat de besparing van € 511 miljoen (macro) op jeugdzorg voor 2026 en verder komt te vervallen. Bij de septembercirculaire zal naar hierover meer duidelijkheid zijn. De mogelijke effecten hiervan zullen in de bijstellingsbrief Programmabegroting 2025-2028 worden opgenomen. Vanuit “eigen gemeentelijke middelen” is aanvullend boven deze uitkering structureel een bedrag van € 850.000,-- extra geraamd. Ook is de reguliere index bij de begroting 2024 voor loon- en prijscompensatie voor deze jaren toegepast. Commissie informeren via mededelingenbrief Normaliter wordt de circulaire ter inzage gelegd bij de commissie. Gezien echter de tijd die er zit tussen de eerstvolgende commissievergadering (september) en dit collegevoorstel wordt de commissie via een afzonderlijke mededelingenbrief geïnformeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14337782/1