AP 4a Beantwoording schriftelijke vragen commissie Algemeen Bestuur 18 januari 2022
Tekst van het document
Beantwoording schriftelijke vragen commissie Algemeen Bestuur 18 januari 2022. Agendapunt 6a (Beleidsnota ‘Bewonersparticipatie in Nunspeet’) Dhr. M.A. Konings (Gemeentebelang) Vraag: - Wie bepaalt uiteindelijk of een vraagstuk ruimte biedt voor participatie (3.1 en bijlage 1): het college of de raad? Antwoord: Indien het initiatief bij de gemeente zelf ligt wordt die afweging of het project/plan geschikt is voor participatie integraal en gemotiveerd in het college- en/of raadsvoorstel opgenomen. (uitgezonderd participatie bij plan/project van een externe initiatiefnemer) Vraag: - Wie bepaalt wie de stakeholders zijn (3.3)? Kan de raad daar over meebeslissen? Antwoord: In principe is iedereen die in meer of mindere mate een belang heeft een stakeholder. Door middel van een stakeholder analyse breng je dit in beeld bij de totstandkoming van het participatieplan. De raad kan zelf een stakeholder zijn. Of de raad mee kan beslissen hangt er vanaf of de raad bevoegd gezag is. Zelfs tijdens een project of plan kan een stakeholder op een later moment alsnog aangehaakt worden. Vraag: - De raad heeft ook duidelijk verschillende rollen in dit proces (3.7 en bijlage 2). In de oplegnotitie (inbedding in de werkprocessen, paragraaf 2) wordt vermeld dat voor alle beleidsnotities aan participatie-aanpak wordt opgesteld. Hierbij zal de raad in uitzonderlijke gevallen worden betrokken.
Wij vinden het wenselijk dat de raad vanaf het begin bij alle participatietrajecten wordt betrokken. Op welke wijze wordt de betrokkenheid van de raad in een vroegtijdig stadium geborgd? Antwoord: Op het moment dat de raad bevoegd gezag is en een besluit moet nemen wordt de raad meegenomen in het participatietraject in de startnotitie. Bij projecten op uitvoeringsniveau is het college aan zet. Het zou dan ter kennisname met de raad kunnen worden gedeeld. Indien het initiatief bij een externe partij ligt geldt daarvoor de beleidsnotitie Omgevingsdialoog. Vraag: - Is het niet logisch en wenselijk de regisseur participatie het implementatieplan te laten schrijven? Zo ja, dan zou het totale traject meegenomen kunnen worden tijdens de coalitievorming. Antwoord: De oplegnotitie bij het beleidskader is het implementatieplan Vraag: - Participatie is ook een investering in tijd en geld. Kunnen in het beleid indicatoren opgenomen worden m.b.t. het succes daarvan. Denk bijvoorbeeld aan een verminderd aantal bezwaarschriften? Antwoord: Participatie is te meten aan de hand van het feit of dit bij alle projecten en beleidsvorming wordt toegepast. Het is beter om dit in een evaluatiecyclus op te nemen. Een indicator als bijvoorbeeld het aantal bezwaarschriften zegt niet zoveel. Dat is sterk afhankelijk van de projecten, danwel beleidsvorming van dat moment.
Het kan zo zijn dat er een participatietraject is opgestart en er alsnog een groot aantal bezwaarschriften komen. Participatie is niet hetzelfde als draagvlak.
-2-
Daarnaast komt het grootste gedeelte van de bezwaarschriften voort uit vergunningen. Bij vergunningsaanvragen ligt de verantwoordelijkheid voor participatie bij de initiatiefnemer. Dus daar heb je niet zoveel invloed. Vraag: - Op welke wijze wordt de raad meegenomen in de verdere ontwikkelingen rondom participatie en Nunspeet en binnen de gemeentelijke organisatie. Kan dit beginnen met het aanwezig zijn bij de eerste informatiebijeenkomsten? Antwoord: Zie oplegnotitie onder kopje “Bestuurlijke inbedding” punt 5 van “vaardigheden en expertise” en “inbedding in werkprocessen”.
Dhr. E. Leusink (ChristenUnie) Vraag: 1. D.m.v. een enquête hebben inwoners input kunnen geven bij de totstandkoming van dit beleid. Dat is een mooie start maar vervolgens hebben de inwoners geen reactie kunnen geven op dit conceptbeleid. Het lijkt ons echter een logische stap om niet alleen op te halen bij onze inwoners maar ook op hen terug te leggen wat er met hun input is gebeurd en aan hen de kans gegeven hierop te reageren. Vraag: Waarom is er voor gekozen om de inwoners, dorpsraden, etc. niet de gelegenheid geboden om op dit concept beleid te reageren? Antwoord: Er is terugkoppelt wat de uitkomsten waren in de krant en op de website. De belangrijkste punten zijn meegenomen in het beleid. Het is een beleidsnota die heel erg procesmatig en organisatorisch is. Er zitten geen inhoudelijke beleidsconsequenties voor de inwoners aan vast. Daarom is ervoor gekozen om dit niet doen. 2.
Er wordt geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen overheidsparticipatie (overheid maakt beleid en wil dat inwoner hierin meedenkt), inwonersparticipatie (initiatief ligt bij de inwoner en deze vraagt de overheid dit te faciliteren) en uitdaagrecht/right tot challenge (inwoner neemt taken overheid over en krijgt hiervoor budget? Vraag: is het niet beter om hier wél scherp onderscheid te maken zodat verantwoordelijkheden en doelen voor iedereen nog beter helder zijn? Antwoord: Deze beleidsnota heeft alleen betrekking op bewonersparticipatie waarbij bewoners participeren in beleid en projecten/plannen van de gemeente. Bij overheidsparticipatie gaat het om initiatieven uit de samenleving waarbij de gemeente participeert in het initiatief. Right to challenge vloeit voort uit de WMO en hiervoor komt te zijner tijd een aparte participatieverordening (op basis van het wetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau). Vraag: 3. In paragraaf 2.3.onder h staat dat er adequaat wordt gereageerd op eigen initiatieven. Vraag: Wat wordt er in dit verband onder ‘adequaat’ verstaan? Is het niet beter om ‘welwillend’ op eigen initiatieven te reageren? Antwoord: Adequaat betekent in deze “dat wat nodig is”/”faciliteren op de juiste manier” naar behoefte.
-3-
Vraag: 4. Voldoende beschikbaarheid van geld en capaciteit is één van de randvoorwaarden. Op blz 21 staat terecht dat inwonersparticipatie aan de voorkant geld kost maar zich terugverdient door betere besluitvorming en draagvlak. a. Waarom ondanks dit terugverdienen toch deze randvoorwaarde? b. Is deze randvoorwaarde wel verdedigbaar gezien het grote belang van participatie? Antwoord: Het terugverdienen is geen garantie van een participatieproces, omdat 100% draagvlak nooit te garanderen is. Investering aan de voorkant (Communicatie/Participatie) is een andere inzet dan terugverdienen aan de achterkant (Juridische capaciteit). Zorgvuldige besluitvorming wil niet zeggen dat je geen bezwaren meer hebt. Het gaat er om dat je keuzes beter kunt motiveren. Participatie heeft niet tot doel om 100% draagvlak te krijgen. Vraag: 5. Voor evaluatie en sturing door de raad is het belangrijk dat er indicatoren zijn. a. Welke indicatoren zijn er aan dit beleid gekoppeld? b. Wordt regelmatig bij (groepen) van inwoners gepeild hoe het verloopt? Antwoord: Bij participatie gaat het om de kwalitatieve output van het participatieproces, niet zozeer om kwantiteit. Het gaat meer om het evalueren van de kwaliteit van het participatieproces. Met andere woorden wat haal je op, wat is er mee gedaan, hoe had het proces efficiënter gekund, beter gekund, wat hebben we geleerd etc.
Bij een evaluatie zou je groepen van inwoners kunnen betrekken, daar zou je voor kunnen kiezen. Agendapunt 6d (Tijdelijke wet maatregelen Covid-19). Dhr. H.J. Polinder (SGP) Vraag: 1. Een aantal burgemeesters uit het land heeft een oproep gedaan aan het kabinet om per direct meer mogelijkheden te bieden m.b.t. het (deels) openen van winkels, bijv. via winkelen op afspraak. Is het college bereid zich bij deze oproepen aan te sluiten en een soortgelijke brief (zoals bijv. in Barneveld) aan het kabinet te sturen? Antwoord: Op 13 januari jl. heeft ons college, mede namens alle fracties uit de gemeenteraad, in een brief aan het Kabinet gevraagd om de verschillende sociale, maatschappelijke en economische effecten van de coronamaatregelen nog eens goed af te wegen. Vraag: 2. Vorige week heeft de SGP-fractie d.m.v. een videoboodschap het college opgeroepen zo snel mogelijk toestemming te geven aan winkeliers om een marktkraam voor hun winkel te plaatsen. Op welke wijze wil het college een vervolg geven aan deze oproep? Antwoord: Het Kabinet heeft inmiddels besloten om de winkels vanaf 15 januari 2022 weer open te stellen.
-4-
Vraag: 3. Wat de SGP-fractie betreft gaat het college aan de slag met lokaal coronabeleid om totale winkelsluiting te voorkomen en bijv. ten allen tijde de plaatsing van marktkramen buiten een winkel mogelijk te maken. Dat beleid kan dan bij een volgende lockdown geactiveerd worden. Is het college bereid om lokaal beleid op te stellen i.p.v. blind te koersen op het zwabberende kabinetsbeleid? Hoe staat het college hier tegenover? Antwoord: Vanaf het begin van de coronapandemie zijn we continue in contact met de ondernemers inzake de (on)mogelijkheden van het coronabeleid. Wij zullen en blijven met de ondernemers samen aan de slag gaan om lokaal hiertoe de mogelijkheden te onderzoeken en te benutten. Ook landelijk (VNG) wordt gewerkt om hieraan invulling te geven. De burgemeesters in de VNOG zullen en blijven het Kabinet oproepen om steunmaatregelen voor getroffen sectoren ruimhartig te blijven inzetten. Vraag: 4. Vorige week heeft de rechter uitspraak gedaan dat een zwembad geen coronatoegangsbewijs hoeft te vragen aan begeleiders van zwemlessen voor kinderen (zie: https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Midden-Nederland/Nieuws/Paginas/Zwembad-Hilversum-hoeft-voorlopig-geen-coronatoegangsbewijs-tecontroleren-voor-zwemles.aspx). In Nunspeet vraagt de Brake dit nog altijd wel.
Wat ons betreft dient de uitspraak van de rechter gevolgd te worden, teneinde lokaal een soortgelijke rechtsgang te voorkomen én (belangrijker nog) kinderen met een ouder/begeleider weer toegang te geven tot zwemles. Zwemles is immers essentieel om de veiligheid van kinderen te waarborgen. Onze vraag is: is het college het met ons eens dat de Brake de uitspraak van de rechter zou moeten volgen en niet onnodig de toegang tot het zwembad moet ontzeggen aan kinderen en hun ouder/begeleider? Antwoord: De uitspraak heeft geen gevolgen voor het nu geldende landelijke beleid rondom zwembaden. De Vereniging Sport en Gemeenten heeft hierover advies uitgebracht en haar leden geadviseerd het hiervoor geldende protocol te blijven volgen. Het betreffende zwembad in Hilversum wordt (bijna) uitsluitend gebruikt voor de zwemdiploma’s A, B en C en is daar ook specifiek op ingericht. Zwembaden zijn over het algemeen locaties voor sportbeoefening zijn, waar óók zwemles wordt aangeboden. Derhalve blijft het volgende van kracht: -
Zwemlessen voor A, B of C-diploma tot 17.00 uur zijn toegestaan; Kinderen tot 18 jaar hebben geen coronatoegangsbewijs nodig; Ouders mogen hun kinderen helpen met omkleden. Zij moeten een coronatoegangsbewijs (CTB) laten zien; de CTB-plicht vanaf 18 jaar blijft gelden voor de publieke binnenruimte van een locatie voor sportbeoefening (waaronder ook de kleedkamers); de huidige regel, waarbij de CTB-plicht geldt, daarom voor de zwembaden overeind blijft. Er zijn geen ouders en begeleiders als publiek aanwezig; Ook bij het zwemmen gelden de basisregels.
Het sportbedrijf Nunspeet volgt deze landelijke lijn. Er is contact geweest met de directeur van het Sportbedrijf Nunspeet. De controle van de CTB wordt uitgevoerd en nageleefd. De directeur van het sportbedrijf heeft aangegeven dat in de praktijk er nauwelijks problemen zijn met betrekking tot de controle. In de meeste gevallen wordt het binnen de familie/kennis/vriendenkring opgelost. In ieder geval is de lijn dat kinderen zich altijd binnen kunnen omkleden. Vanaf 15 januari 2022 is het sporten in binnensportlocaties weer toegestaan met gebruik van het CBT vanaf 18 jaar en ouder.
-5-
Vraag: 5. Zo ja, is het college bereid hierover het gesprek aan te gaan op zeer korte termijn met het verzoek de toegang niet meer te weigeren en ouders/begeleiders hierover te informeren? Antwoord: Zie beantwoording vraag 4 Vraag: 6. Uit berichtgeving blijkt dat ventilatie en luchtverfrissing een steeds belangrijker wapen vormt tegen coronabesmettingen, vooral op plekken waar veel mensen samenzijn, zoals in schoolklassen. Is het college hierover met scholen in gesprek en wat is de stand van zaken hiervan? Antwoord: Er is met de schoolbesturen gesproken over de ventilatie op school en de SUVIS regeling. Dit ook in samenhang met het Strategisch Huisvestingsplan. Er is één school die een aanvraag heeft gedaan voor de SUVIS regeling. Vraag: 7. Hoeveel scholen en schoollokalen beschikken op dit moment over onvoldoende (mechanische) ventilatiemogelijkheden? Antwoord: De ventilatie is primair de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Er is geen inzicht in eventuele onderzoeken die scholen gedaan hebben naar ventilatiemogelijkheden.
Dhr. M.A. Konings (Gemeentebelang) De Coronapandemie duurt nu al twee jaar en heeft voor iedereen veel impact. Het ziet er niet naar uit dat de huidige lockdown snel beëindigd zal worden noch dat Corona van voorbijgaande aard zal zijn. Sommige zaken kunnen wij niet anders dan overlaten aan de landelijke overheid en de zorg maar in onze optiek kunnen wij wel de verantwoordelijkheid nemen voor onze ondernemers en cultuursector. Vandaar de vraag die aansluit wat wethouder van de Bunte al in zijn weblog heeft aangekaart: Vraag: 1. Kan het college op korte termijn samen met deze sectoren om tafel gaan zitten na gaan denken wat concreet wel mogelijk is en hen hierbij maximaal ondersteunen? Denk hierbij aan het gebruik van marktkramen en culturele activiteiten in de open lucht? Antwoord: Vanaf het begin van de coronapandemie zijn we continue in contact met de ondernemers en de cultuursector inzake de (on)mogelijkheden van het coronabeleid. Wij zullen en blijven met de ondernemers samen aan de slag gaan om lokaal hiertoe de mogelijkheden te onderzoeken en te benutten. Ook landelijk (VNG) wordt hieraan gewerkt. De burgemeesters in de VNOG zullen en blijven het Kabinet oproepen om steunmaatregelen voor getroffen sectoren ruimhartig te blijven inzetten. Vraag: 2.
Wordt er gezien de nog steeds lage vaccinatiegraad in Nunspeet nog extra aandacht besteed aan vaccineren en het nut daarvan? Antwoord: In afstemming met de VNOG en GGD blijven we maximaal inzetten op vaccinatie. Gelet op de lagere vaccinatiegraad in onze gemeente zijn we in overleg met de GGD inzake optimale benutting van testlocaties.
-6-