CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 3a. Overzicht schr. vrg. en antw. commissie Ruimte en Wonen 17 mei 2021

Commissie Ruimte en Wonen 17 mei 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen (burgemeester, college en commissie)3.382 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

-1-

Overzicht schriftelijke vragen commissie Ruimte en Wonen 17 mei 2021 per agendapunt. ☐a. Stand van zaken Stationsomgeving. Dhr. A.J. Timmerman (PvdA/Groen/Links) Vraag: Worst case scenario is dat het onderzoek stikstofdepositie of het nader ecologisch soorten-en gebiedsonderzoek ertoe leidt dat er een MER-procedure moet worden gevolgd; dit zal 6-9 maanden vertraging tot gevolg hebben. Kan er door een zogenaamde MER-scan nu al onderzocht worden of er een MERprocedure moet worden gevolgd? Antwoord: Helaas is dit niet het geval. De onderzoeken hebben een volgtijdelijke opbouw. We zitten nu in de fase dat we moeten wachten op de uitkomsten van het stikstofonderzoek. Deze moeten uitwijzen of een m.e.r. beoordeling noodzakelijk is. Dhr. J. Meijer (CDA) Vraag: In het raadsdebat over de Perspectievennota 2021 is door het CDA ter elfder ure nog een voorstel ingebracht om kritisch naar de indexering van het project Stationsomgeving te kijken. Dit gezien de grote impact van het niet indexeren van dit project zoals dat in het dekkingsvoorstel bij de begroting 2020 en 2021 door de raad mee is ingestemd. De raad onderkende in het raadsdebat van april jl. dat een heroverweging van het niet indexeren van dit majeure project noodzakelijk is.

Los van het komende collegevoorstel hierover is het gewenst dat de raad inzicht krijgt in de effecten van het niet indexeren van dit project, gerekend naar de gehele voorziene doorlooptijd. Kunt u een dergelijk overzicht op korte termijn aanleveren? Antwoord: Allereerst wil ik opmerken dat een dergelijk overzicht gebaseerd is op allerlei aannames. Hierbij is bijvoorbeeld van belang welk bedrag reeds is uitgegeven en in welk jaar het resterende krediet zal worden uitgegeven. De indexering voor een begrotingscyclus wordt bepaald op basis van de septembercirculaire. Deze is voor 2022 bijvoorbeeld 0,5% zoals vastgesteld in de perspectievennota in de raadsvergadering van april jl. Aangezien het antwoord op de vraag om een langere termijn voorspelling gaat is uitgangspunt voor indexering vastgesteld op een gemiddelde van 1.25% per jaar. Als we het uitgangspunt hanteren dat uitgaven in 2021 en 2022 relatief laag zijn en het grootste deel van de uitgaven gelijkelijk over de jaren 2023, 2024, en 2025 worden verdeeld kan voor nu worden uitgegaan van een bedrag van een totaalbedrag aan indexering van 892.000,-. Hiervan is dus €292.000,- niet toegekend bij het vaststellen van het dekkingsvoorstel (inzetten van de toen geldende inflatiecorrectie van 1% als dekkingsmiddel) van de Programmabegroting 2021-2024.

Naar verwachting zal dus nog €600.000,- (op basis van de aannamen) in de komende jaren aan indexering worden toegevoegd.

☐b. Stationsomgeving onderzoek locatie busstation en onderzoek verkeersveiligheid Enkweg. Dhr. J. Meijer (CDA) Vraag 1: Locatie busstation en busstation Het door de commissie gevraagde onderzoek veiligheid Enkweg en locatie busstation is naar onze mening zorgvuldig en vanuit een breed perspectief uitgevoerd. De uitkomsten en conclusies zijn helder geformuleerd en richten zich op een tweetal situaties: de ist-situatie; hoe gaan we met het busverkeer op de Enkweg om totdat er sprake is van de nieuwe situatie en de soll-situatie: hoe gaat het gaat het busverkeer in de dan aanwezige nieuwe situatie? Antwoord: In het commissievoorstel wordt voorgesteld om het advies uit het rapport Verkeersveiligheid enkweg te laten uitwerken in een concreet voorstel om op korte termijn de verkeersveiligheid te verbeteren. Met het advies wordt bedoelt de in het rapport genoemde genoemde quick wins.

-2-

Vraag 2: V.w.b. het laatste heeft voor het CDA de aangedragen oplossing in de variant DO met een keerlus aan de Molijnlaan de grote voorkeur, wetende dat dat leidt tot meerkosten en instemming van Prorail. Het veranderen van de rijrichting al daarom lichtoverlast bij de aanwonenden van de Fa Molijnlaan te minimaliseren is daarbij natuurlijk evident. In de ist-stuatie is het een gegeven dat de Enkweg met ETW karakter niet geschikt is voor het huidige verkeersaanbod. Daarbij is de breedte van de Enkweg richting spoorlaan van het gedeelte tussen de Bergakkerweg en de Spoorlaan ook slechts 5.40 meter en dus daarmee in geen enkel opzicht voldoet aan de richtlijnen. In het rapport wordt een aantal al dan tijdelijke oplossingen aangedragen. Onze vraag is welk scenario u in de ist-situatie gaat volgen en op welke termijn u over gaat tot de implementatie daarvan? Antwoord: De ambtelijke organisatie zal worden gevraagd op basis van de genoemde quick wins op korte termijn te komen met een voorstel richting het college. Zodra ik meer weet over de planning zal ik u hierover informeren. P.V. van Rossen (Gemeentebelang) Opmerking: Een duidelijk onderzoek met heldere conclusies, waarvoor complimenten. Gemeentebelang heeft een aantal vragen: Vraag 1: Gemeentebelang kan zeker instemmen met het voorstel om maatregelen tbv verbetering verkeersveiligheid Enkweg uit te werken.

Kunnen de daaruit voortvloeiende concrete maatregelen gefinancierd worden binnen het project stationsomgeving, op een andere wijze binnen de begroting of moeten we dit zien als nieuw beleid? Antwoord: Het onderzoek naar verkeersveiligheid op de Enkweg staat op zichzelf. De quick wins zullen naar verwachting kunnen worden opgevangen binnen de begroting. Mocht dit niet zo zijn, dan zal hier nieuw beleid voor moeten worden aangevraagd. Vraag 2: Kan de wethouder een (grove) indicatie geven op welke termijn we dergelijke maatregelen gerealiseerd kunnen zien? Antwoord: De ambtelijke organisatie zal worden gevraagd op basis van de genoemde quick wins op korte termijn te komen met een voorstel richting het college. Zodra ik meer weet over de planning zal ik u hierover informeren. Vraag 3: In het commissievoorstel is in de tabel met afwegingen te zien dat het DO ontwerp een negatief effect heeft op het verkeer op de Enkweg, terwijl in de memo busstation en routering te lezen is dat in dat ontwerp het aantal bussen per werkdag terug gaat van 114 (huidige situatie) naar 39. Kan de wethouder toelichten waarom daar dan toch een negatieve weging wordt meegegeven? Antwoord: De waardering is kwalitatief en zegt alleen iets over score ten opzichten van de andere varianten.

De verschillende varianten worden tegen elkaar afgewogen en gewaardeerd met een groene kleur voor een positief effect, geel voor een neutraal effect en oranje voor een negatief effect. Een groene kleur geeft niet aan of een variant goed is alleen dat deze beter is dan een andere variant. Vorenstaande houdt in dat als je alleen naar Enkweg kijkt betere varianten denkbaar zijn (lees: DO-ontwerp mét keerlus en busstation op Veluwe Transferium).

-3-

Vraag 4: In diezelfde memo zien we dat een verplaatsing naar het Veluwetransferium (logischerwijs) voor aanmerkelijk meer bussen op de Elspeterweg zorgt (Nijverheidsweg – Transferium). Kan de wethouder toelichten wat het effect hiervan is op de capaciteit van beide rotondes en de toekomstbestendigheid hiervan? Antwoord: Uitkomst van de expert-beoordeling is dat het verplaatsen van het busstation slechts tot een marginale toename van verkeersbewegingen zal leiden en dat het daarmee vrijwel geen effect zal hebben op de verkeersafwikkeling op de rotondes en kruispunten. De capaciteit op de rotondes en kruispunten zijn toereikend om de marginale effecten als gevolg van de aanpassingen in de busroutes op te vangen. Vraag 5: Kan een verkenning naar de mogelijkheid van een keerlus op het P&R-terrein in eigen formatie worden uitgevoerd, of is hier (verdere) inhuur voor noodzakelijk? Antwoord: Dat moeten we nog bezien. Mogelijk zal vanwege complexiteit van het geheel (onderhandelingen etc) hier inhuur op moeten plaatsvinden. Dhr. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: In de inleiding van het commissievoorstel staat dat het voorliggende voorstel een sterke verlichting geeft van het aantal bussen door de Enkweg. Op dit moment rijden er 114 bussen per dag door de Enkweg.

Hoeveel gaan dat er op korte termijn worden? Antwoord: De genoemde sterke verlichting wordt gerealiseerd in de eindsituatie waarin er nog steeds busverkeer door de Enkweg rijdt en er geen sprake is van een keerlus. Hier gaat het dan over 41 bussen per dag. Mocht de keerlus worden gerealiseerd dan rijden er geen bussen meer door de Enkweg. Als er uitvoering wordt gegeven aan de quick wins zal het aantal bussen beperkt verminderen. Hoeveel minder is nu niet bekend. De uitvoering van de quick wins is vooral gericht om de verkeersveiligheid te verbeteren. Vraag 2: Het terrein waarop de keerlus zou moeten worden aangelegd is eigendom van Rail Infra Trust B.V. ProRail heeft aangegeven dat vanwege werkdruk een antwoord over het ter beschikking stellen van de gronden voor een keerlus een lange doorlooptijd heeft. Moet daarbij worden gedacht aan maanden of aan jaren? Vragen om medewerking is immers pas vervolgstap 2. Daarna volgen nog vervolgstappen 3 en 4. Is al duidelijk hoeveel tijd er nodig is voor vervolgstap 3? Antwoord: Dit is lastig in te schatten, dit alles hangt af van de bereidheid en de voorwaarden van Prorail om positief mee te werken aan de aankoop of in gebruik name van de gronden. Daarnaast zal voor stap 3 het vervoersplan moeten worden aangepast (dit is een jaarlijkse cyclus). Ook zal er participatie met de omgeving moeten plaatsvinden hierover. ☐c.

Principeverzoek Polenweg 30 in Hulshorst. Dhr. J. Meijer (CDA) Opmerking: Een initiatief met veel doeleinden: slopen bestaande schuur, nieuwbouw wonen en het anders bestemmen van de gronden en B&B. Het college wil hier best aan meewerken onder uiteraard bepaalde voorwaarden en dat ondanks dat het niet past in het bestaande beleid functieverandering. Maar daar is een ontsnappingsclausule voor gevonden. Maar op het punt van B&B werkt het college niet mee, past niet in het beid en daar is blijkbaar geen andere weg voor te vinden.

-4-

Vraag 1: Bij het ene punt komt er wel een ‘by-pass’, voor een ander punt dus niet. Waarom deze strakke afweging met effecten op het totale pakket? Antwoord: Het nieuwe beleid voor B&B is in procedure en kan worden toegepast op het moment dat dit door de procedure is. Dit is in lijn met andere verzoeken.

Vraag 2: Op grond van welke beleidsregels past B&B hier niet? Antwoord: In het huidige beleid is het niet toegestaan om een B&B te realiseren in een bijgebouw.

☐d. Afgifte verklaring van geen bedenkingen Staverdenseweg 93 in Elspeet. Er zijn geen schriftelijke vragen ingediend.

☐e. Regionale Energiestrategie 1.0 en Regionale Structuur Warmte 1.0. Dhr. M. van Klompenburg (SGP) Vraag: Er wordt gevraagd om de RES 1.0 en RSW 1.0 gezamenlijk vast te stellen. De RSW is een onderdeel van de RES. Is het ook mogelijkheid om de RSW los te koppelen van de RES en in een later ogenblik vast te stellen? Antwoord: Het is wel mogelijk maar niet wenselijk. Vraag: In hoeverre staan de uitgangspunten van de RES 1.0 en RSW 1.0 vast? Kunnen de uitgangspunten tussentijds bij een RES 2.0 worden aangepast? Antwoord: De uitgangspunten zijn zoals ze nu opgeschreven zijn en daar gaan we aan werken om die ook te realiseren. Dat is immers de afspraak met de regio. Maar de ontwikkelingen gaan door en daarom gaan we van een RES 1.0 over twee jaar naar een RES 2.0 en wellicht komen daar weer nieuwe punten en mogelijkheden in. Dhr. A.J. Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: De Minister van BZK heeft onlangs gemeld dat de invoering van de Omgevingswet waarschijnlijk opnieuw zal worden uitgesteld. Als nieuwe data worden 1 april of 1 juli 2022 genoemd. Heeft dat nog gevolgen voor het verankeren van de RES-afspraken en het betrekken van de samenleving bij concretisering van energieprojecten? Antwoord: Voor zover ik nu kan overzien niet. Vraag 2: 2.

Na het vaststellen van de RES 1.0 vindt er iedere twee jaar formele afstemming plaats met de gemeenteraad; 1 juli 2023 is het eerste tussentijds ijkmoment. Wordt de gemeenteraad de komende twee jaar periodiek geïnformeerd over de voortgang van de afspraken uit de RES 1.0? Antwoord: Het is een doorlopend proces waarin de raad met regelmaat geïnformeerd zal worden. Dus niet pas in 2023.

-5-

☐f. Project stimulering uitbreiding paarse heide. Er zijn geen schriftelijke vragen ingediend.

☐g. Meerjarenperspectief Grondexploitatie (MPG). Dhr. J. Meijer(CDA) Opmerking: Prima overzicht met hoog informatief karakter. Een verduidelijkingsvraag Vraag 1: In de bijlage: “”vast te stellen grondexploitaties” is een aantal schematische overzichten weergeven. Bij Molenbeek staat bij opbrengsten “MIDDEN) Eengezins rij koop12 € 35.219.740,47”. Bij Weversweg is die kolom uitgesplitst naar type woning. Waarom het verschil in weergave? Antwoord: Bijlagen komen uit een rekensysteem. Afhankelijk van het invullen van dit systeem worden kolommen weergegeven. De bijlage moet gezien worden als een schematisch overzicht van de uitgaven en inkomsten en niet zozeer over de aantal wooneenheden. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de programmering en in hoofdstuk 6 wordt per grondexploitatie ook de programma weergegeven. Vraag 2: Bij Elspeterbosweg komt het totaal aangegeven wooneenheden niet overeen met het voorgenomen aantal van 9. Waar zit het verschil? Antwoord: In het boekwerk bij hoofdstuk 6, onderdeel Elspeterbosweg staat de juist wooneenheden: 7 (starters) woningen en 1 twee-onder-één kap. Totaal dus 9 wooneenheden. In het bijlage deel is abusievelijk het onjuist aantal vermeld, maar de totale opbrengst is wel juist weergegeven.

☐h. Vaststellen bestemmingsplan “Varelseweg 211 Hulshorst” en vaststellen beeldkwaliteitsplan “Beeldkwaliteitskader herontwikkeling Bad Hoophuizen”. Er zijn geen schriftelijke vragen ingediend.

☐i. Lijst dynamisch programma woningbouw 2021-2022 Woningbouw op Maat. Dhr. J. Meijer (CDA) Opmerkingen: Ons voorstel om de in het verleden vastgestelde bovengrens van max. 30 woningen per jaar los te laten en meer toe te staan mits voldoen aan de voorwaarden is in dit DPW maximaal benut en daar is de CDA-fractie blij mee. Bouwen daar waar het kan, mag en past. Wij blij, de gemeente blij want het aanbod is veel groter dan voorzien was en, als belangrijkste, de initiatiefnemers kunnen weer verder en hopelijk leidt dat tot het binnen de gestelde realisatieperiode tot veel nieuwe woningbezitters. De fractie heeft de volgende vragen: Vraag 1: In het voorstel staat dat er geen van de initiatieven zich richt op de realisatie van sociale huurwoningen. In het overzicht vinden wij onder de punten 2 en 4 onder “doelgeroep en segment” toch de uitdrukking sociale huur. Hoe zit dat nu?

-6-

Antwoord: Het is correct dat bij nummer 2 en 4 wel sprake is van de sociale huur. De tekst zou dan ook horen te zijn: weinig ipv geen. Vraag 2: In het voorstel staat ook een meningsvraag naar ons standpunt over het bouwen met een vierde bouwlaag. Onze reactie daarop: Ja, dat kan, maar wel met voorwaarden: o Niet bij een inbreidingslocatie, tenzij de ruimtelijke mogelijkheden zodanig groot zijn dat de voorwaarden als zijnde een uitbreidlocatie kunnen worden ingevuld. o Bij uitbreidlocaties: o Geen solitaire hoogbouw o Hoogbouw als resultante van een gelaagde opbouw o In de doelomschrijving 4de bouwlaag staat mogelijkheden te creëren voor sociale woningbouw. Waarom zou dat ook niet voor andere doelgroepen kunnen waaronder seniorenwoningen? Antwoord: Dat zou ook voor andere doelgroepen kunnen. Dat is een keus. Maar om marktpartijen te verleiden zou een keus kunnen zijn de vierde laag is onder voorwaarden bespreekbaar voor sociale bouw. Opmerkingen: Uit het overzicht: 1. In de titelbalk graag vermelden Dynamisch Programma Woningbouw 2021/2022 i.p.v. ‘2020/2021” 2. Bij meerdere plannen is parkeren een terugkomend probleem. In de beoordelingen/adviezen wordt op verschillende manieren daarop gereageerd: o Bewoners komen niet in aanmerking voor een parkeerontheffing in de blauwe zone.

o Bij eenzelfde beschouwing staat dan ineens verder ‘dit om de parkeerproblematiek in de openbare ruimte, en dan voornamelijk op koopavond en zaterdagmiddag in verband met winkelend publiek, te voorkomen. De ontwikkelaar moet met een passende parkeeroplossing komen.  Vraag: waarom verschillende antwoorden met dezelfde boodschap?  Wat zijn dan passende oplossingen?  En als die er niet zijn gaat het plan niet door? Antwoorden: 1. Wordt aangepast. 2. Bij verschillende aanvragen zijn ook verschillende oplossingen mogelijk. Als op een punt de parkeerdruk al heel erg hoog is, kan er voor gekozen worden geen ontheffingen meer uit te geven aan een nieuwbouwontwikkeling dan is dit aan de voorkant duidelijk. Een aanvrager kan bv afspraken maken met iemand in de omgeving die wel over parkeerruimte beschikt. 3. Als niet voldaan wordt aan een goede parkeeroplossing gaat het plan niet door. Dit is conform het beleid. o

Een ander voorbeeld: De ontwikkelaar beoogt voor een gedeelte van de parkeervraag de openbare parkeercapaciteit in de directe omgeving te gebruiken. Uit het gehouden parkeeronderzoek blijkt niet dat er ook op zaterdagavond en zondagmiddag voldoende restcapaciteit aan parkeerplaatsen beschikbaar is in de omgeving. Een aanvullend parkeeronderzoek op deze twee momenten (zaterdagavond en zondagmiddag) is noodzakelijk voor verdere planvorming. Daar waaruit nader parkeeronderzoek blijkt dat er inzet van het parkeerfonds nodig is, heeft het college uitgesproken geen gebruik te maken van de haar toekomen bevoegdheid in de parkeernota.  De zondagmiddag, is dat een piekmoment?  Het college maakt geen gebruik van etc. En dat betekent voor de ontwikkelaar?

Antwoorden: 1. In Nunspeet normaliter niet.

-7-

2. Dat de ontwikkelaar een andere oplossing zal moeten kiezen. 3. Plannr. 20: In het advies staat o.a. “Voor dit plan is in augustus 2018 vergunning verleend, (na toekenning in 2017). In augustus 2020 had het dus gereed moeten zijn, maar het is niet uitgevoerd. Woningbouw op Maat is juist gericht op snelle ontwikkeling van bouwplannen. Het niet realiseren c.q. faseren van plannen maakt dat toewijzing in volgende ronde niet in lijn is met wens om tot snelle realisatie te komen”. o De constatering dat het al een langer lopend initiatief is juist en dat heeft consequenties. Maar tussen initiatief A en dit initiatief zit nog een tussenvoorstel plan B dat niet gehonoreerd werd. De ontwikkelaar gaat dus nu weer terug naar plan A.  Vraag: wat moet hij dan wel doen om een gunstig advies te krijgen, hij voldoet immers aan alle voorwaarden m.u.v. blijkbaar de tijdsfactor? Antwoord: In deze casus heeft veel meer gespeeld. Op dit moment is de locatie nog verhuurd aan een bedrijf wat er mede voor gezorgd heeft dat de eigenaar de keus gemaakt heeft om de termijn te laten verlopen. Maar het niet realiseren binnen de afgesproken tijd is voor het college wel een duidelijk punt wat we zwaar meewegen en ook op die manier wordt er druk gezet om toegewezen woningen te realiseren. Dhr. A.J.

Timmerman (PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Bij Beethovenlaan 49 zijn geen specifieke duurzaamheidsambities in het plan opgenomen. Waarom is duurzaamheid niet als voorwaarde opgenomen in het advies? Antwoord: Als een project aan de nieuwe wettelijke eisen voldoet is er op het gebied van duurzaamheid al minder te winnen. Tel daarbij op de doelgroep dan wordt de kans dat ze ook daadwerkelijk gerealiseerd worden niet groter als we nog aanvullende eisen stellen. Vraag 2: 2. Bij de Jagershof zijn geen specifieke duurzaamheidsaspecten opgenomen in de indiening. Bij het advies staat dat duurzaamheid een kans is voor deze ontwikkellocatie. Waarom is duurzaamheid niet als voorwaarde opgenomen in het advies? Antwoord: Het is opgenomen als aandachtspunt. Vraag 3: 3. Bij Van Oordstraat staat bij advies dat natuurinclusief bouwen voor behoud van de ecologische waarde een belangrijke kans is voor deze ontwikkeling. Waarom is natuurinclusief bouwen niet als voorwaarde opgenomen in het advies? Antwoord: Dit is opgenomen als aandachtspunt onder ‘ecologische waarde’

☐6 Rondvraag. Dhr. J. Meijer (CDA) De fractie van CDA Nunspeet Lokaal heeft recent vragen gesteld over de vergunningverlening huisvesting arbeidsmigranten op de locatie de Groote Bunte. De fractie van PvdA/GL heeft over hetzelfde onderwerp vragen gesteld, zij het vanuit een andere optiek. U heeft beide vraagstellingen beantwoord. In de rondvraag van de raadsvergadering van 29 april jl. is door PvdA/GL een vervolgvraag over dit onderwerp gesteld, het daarop gegeven antwoord was een herhaling van zetten en niet verhelderend. Voor het CDA reden om in deze commissie een tweetal vragen als reactie op de beantwoording van onze vragen te stellen en wel de volgenden.

-8-

Vraag 1: Hoe kan het zijn dat er voor een bepaalde activiteit geen toezegging en dus geen vergunning is verleend en de betrokken ondernemer toch zijn plan uitvoert en eerst na de door ons ingediende vragen alsnog een vergunning gaat aanvragen. Antwoord: Dit is geen correcte voorstelling van zaken. Met de ondernemer is afgesproken dat ze een aanvraag voor de tijdelijke invulling gelijktijdig zouden doen met de reguliere aanvraag. Vraag 2: Er is nog steeds geen beleid huisvesting arbeidsmigranten, op welke gronden gaat u de ingediende aanvraag dan beoordelen? Antwoord: In het voorbereidingsbesluit zijn daar afspraken over gemaakt wat een college bevoegdheid is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10137830/1