AP 3a. Overzicht schr. vragen en antwoorden Maatschappij en Middelen 7 januari 2021 per agendapunt
Tekst van het document
-1-
Overzicht schriftelijke vragen Maatschappij en Middelen 7 januari 2021 per agendapunt. ☐5a. Stand van zaken Jeugdzorg (aan de hand van de mededelingenbrief portefeuillehouder). Dhr. A.J. Timmerman(PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Bij maatregel 7 (Bedrijfsvoering Meerinzicht) wordt gemeld dat op basis van een vaste prijs de taken door Meerinzicht worden uitgevoerd. Is dat een vast prijs voor alle taken, of een vaste prijs per taak? Antwoord: Dat is een vaste prijs voor het totale takenpakket op grond van de DVO. Hiermee voorkomen we dat er aan het eind van het jaar een extra rekening door Meerinzicht wordt ingediend voor bedrijfsvoeringskosten waar we niet op hadden gerekend. Vraag 2: De laatste zin van de mededelingenbrief luidt als volgt: “Nog onduidelijk is welke kosten van het Covidvoorschot worden vergoed door het Rijk.” Is (bij benadering) aan te geven wanneer het Rijk daar duidelijkheid over gaat geven? Antwoord: Òp dit moment kan daar geen uitspraak over worden gedaan. Het meest voor de hand liggend is dat de meicirculaire hier duidelijkheid over gaat geven. ☐5b. Startnotitie 2.0 Inclusie agenda. Dhr. M.J. Juffer (Gemeentebelang) Opmerkingen: Allereerst een compliment voor de wijze waarop deze startnotitie beschreven is. Duidelijke en begrijpelijke taal en inhoudelijk op papier een uitstekend vertrekpunt.
Kom ik bij mijn vragen en/of opmerkingen: Het is een startnotitie die kennelijk met warme hand geschreven is m.a.w. er mogen wat meer heldere indicatoren in verwerkt worden. Het tijdsbeeld (5) mag/moet aangepast omdat we hier al een jaar achterlopen. Tegelijk zou er een meer concrete invulling gegeven mogen worden. Ambassadeurs benoemen als ervaringsdeskundige kan voor verwarring zorgen. Ervaringsdeskundige is een erkende en gediplomeerde functie in de zorgverlening. Tot slot wil ik nog graag een mooie indicator meegeven: Zodra we LHBTI en bepaalde geloofsgemeenschappen hand in hand kunnen laten optrekken in dit mooie proces is er sprake van werkelijk oprechte inclusie! Antwoord: De concrete invulling zal pas echt volgen wanneer de inhoudelijke gesprekken met de ambassadeurs gevoerd worden; deze gesprekken zullen meteen na vaststelling van de startnotitie worden opgestart. Deze startnotitie beschrijft puur het te lopen proces. De ervaringsdeskundigen hebben zelf de term ambassadeur verkozen, om die reden is deze term aangehouden. In de praktijk zullen beide termen vaak ook in één zin genoemd worden. De indicatoren (of acties) zullen uiteindelijk door de ambassadeurs zelf geformuleerd moeten worden. Uw suggestie is absoluut een mooie, maar we willen deze juist bij de doelgroep zelf ophalen.( nothing about us without us )
-2-
Dhr. R.A. de Bruin (SGP) Opmerkingen: Goed stuk. Helder beschreven en alles op hoofdlijnen goed ingevuld. Mogelijk maar een detail: De voorkant suggereert dat we nu een gemeente zijn met exclusie en dat we gaan groeien naar inclusie. Mogelijk kan er een andere afbeelding komen Diverse malen wordt er gesproken over een aangenomen of niet-aangenomen motie. Dit hoort niet in dit stuk thuis. Een niet-aangenomen motie bestaat niet. Een aangenomen motie moet worden vertaald naar beleid. Paragraaf 4.1 zorg voor een mogelijk exclusie binnen dit inclusie document. Paragraaf 4.1. is dus voorbarig. Wat ons betreft: schrappen en beginnen met 4.2. In de werkgroep mensen vragen vanuit de breedte van het maatschappelijk speelveld en vanuit de diverse kernen. Laat deze werkgroep verkennen waar aandacht en actie nodig is. Antwoord: De afbeelding is niet zo bedoeld, maar meer om de term inclusie te illustreren. Het is een voor iedereen begrijpelijk plaatje. Bovendien kan het zijn dat sommige mensen of groepen wel degelijk exclusie ervaren. Het klopt wat er staat; er is ook sprake van een niet aangenomen motie. We hebben het wel benoemd in de notitie omdat het beeld geeft van het gelopen proces, en hoe we tot verbreding zijn gekomen. Het concreet aanschrijven van doelgroepen draagt bij aan het kunnen geven van volle aandacht en een verdiepend gesprek met de mensen die drempels ervaren.
De deur staat te allen tijde open voor iedereen die behoefte heeft om mee te praten over inclusie (dus ook van buiten de 3 doelgroepen). Dhr. A. Harteveld(ChristenUnie) Opmerking: We hebben veel waardering voor deze startnotitie qua opzet, inhoud, helderheid, etc. We zullen dat tijdens de commissievergadering ook verwoorden. We hebben wel een aantal vragen maar die nemen onze waardering zeker niet weg. Vraag 1: De startnotitie is opgesteld in samenwerking met een afvaardiging van ambassadeurs (ervaringsdeskundigen) en sleutelfiguren. Zijn er ook ervaringsdeskundigen uit de LVB groep betrokken? Antwoord: We hebben de geijkte kanalen benaderd om op die manier ook mensen met LVB te bereiken. Vooralsnog hebben zich nog geen ambassadeurs met LVB gemeld, wel sleutelfiguren (o.a. ouder). Na vaststelling van de startnotitie zullen we een actieve werving doen richting de genoemde groepen. Vraag 2: Op pagina 6 (laatste alinea) wordt omschreven welke eisen er aan de ambassadeurs worden gesteld. Gelden die eisen ook voor mensen uit de LVB groep? Antwoord: De opsomming is geen eisenpakket; iedereen mag meepraten en meedoen naar vermogen. Vraag 3: Op pagina 7 wordt zeer terecht de nadruk gelegd op de voorbeeldfunctie van de gemeente Nunspeet. Op welke manier wil het college dat gaan invullen?
-3-
Antwoord: Dit zullen we nog moeten concretiseren aan de hand van de wensen van ambassadeurs. We vergroten het intern bewustzijn van medewerkers door verbinding te leggen tussen hetgeen we ophalen uit de klankbordgroepen, door te communiceren over resultaten die zijn behaald en door af en toe het onderwerp inclusie op de agenda’s te zetten in de afdeling overleggen. Vraag 4: Binnen de participatiewet is de gemeente volgens het Banenplan verplicht een aantal mensen uit de groep mensen met een beperking en andere bijstandsgerechtigden werk te bieden. Hoeveel mensen uit deze doelgroep heeft de gemeente op dit moment aan het werk? Antwoord: Deze vraag kunnen we in deze korte tijd niet beantwoorden. Hier kunnen we desgewenst later op terugkomen. Vraag 5: Eveneens op pagina 7 geeft het college aan dat met 3 groepen begonnen wordt. Dat is op zich goed onderbouwd. Inmiddels worden er door het college echter ook stappen ondernomen als het gaat om jongerenparticipatie. Kan deze groep niet worden toegevoegd aan de drie genoemde groepen? Antwoord: Dit initiatief rondom jongerenparticipatie sluit inderdaad aan op waar we mee bezig zijn voor inclusie. We zullen daarom ook zeker de verbinding leggen met het project jongerenparticipatie. Het is juist een pluspunt dat er op meerdere plaatsen initiatieven en activiteiten ontstaan.
Vraag 6: Op pagina 8 wordt de aanpak beschreven die gebaseerd is op de VNG routekaart. Die routekaart (blz.13) heeft in tegenstelling tot de startnotitie de zgn. ‘Borging’ ingebouwd. Kan in de startnotitie ook de Borging worden opgenomen? Antwoord: Hier kunnen we naar kijken, maar eigenlijk zit de borging verpakt in de cyclus van Plan Do Check Act waarbij de ambassadeurs zelf ook blijven monitoren of plannen ook werkelijkheid worden en daarmee geborgd zijn. Vraag 7: In de klankbordgroepen (pagina 8) zullen ambassadeurs (ervaringsdeskundigen) participeren. Op welke manier wil het college de groep mensen met een (licht) verstandelijke beperking betrekken? Antwoord: Mensen met LVB worden uitgenodigd mee te praten tijdens de georganiseerde bijeenkomsten, maar er bestaan op verzoek van de mensen zelf ook mogelijkheden om op een andere manier input te leveren. We zullen o.a. ook aanbieden ‘op locatie’ te komen om daar met mensen in gesprek te gaan. Vraag 8: Op pagina 8 is onder punt 4 en 5 sprake van, wat je zou kunnen noemen, een dynamische werkagenda. Acties worden afgevinkt en er worden nieuwe acties toegevoegd. We vinden dat een helder uitgangspunt. Is bij het werken met de klankbordgroepen ook sprake van een dynamisch proces? Antwoord: De hele werkwijze rondom de inclusie agenda is een dynamisch proces.
Mensen kunnen zich ook doorlopend aanmelden voor deelname aan de klankbordgroepen.
-4-
Vraag 9: Eind vorig jaar (zie mail van 23 december) heeft de provincie Gelderland aandacht gevraagd voor de lage deelname van mensen met een beperking aan politieke activiteiten. Bijgesloten was een manifest van de leefbaarheidsalliantie met een visie en concrete suggesties om de politieke participatie van mensen met een beperking te vergroten. Als ChristenUnie nemen we dit manifest heel serieus en zijn we er voor om in de voorliggende startnotitie acties op te nemen om deelname van mensen met een beperking aan politieke activiteiten te bevorderen. Deelt het college dit met ons? Antwoord: Dit manifest zullen we voorleggen aan de bewuste doelgroep zodra we met hen in gesprek gaan. We laten het graag aan de doelgroep zelf over om aan te geven of zij het belangrijk vinden om hier extra aandacht voor te hebben. Dhr. S.M. Kouwenberg(PvdA/GroenLinks) Vragen: 1. In het Commissievoorstel Startnotitie, pagina 2, wordt het woord ‘kerken’ gebruikt, daar waar, zeker in het kader van inclusiviteit en religieuze diversiteit, hier het woord ‘gebedshuizen’ op zijn plek is. Gelieve dit aan te passen. Antwoord: Dat kunnen we aanpassen door op te schrijven kerken c.q. gebedshuizen. 2. Waarom wordt de Inclusie Agenda niet ter vaststelling aan de Gemeenteraad voorgelegd? Antwoord: Dit is omdat de Inclusie Agenda een agenda van de inwoners is.
Op basis van de kaders in de door de gemeenteraad vast te stellen startnotitie wordt invulling gegeven aan de Inclusie Agenda. Deze wordt ter kennisgeving aan de gemeenteraad verzonden. Het staat de gemeenteraad te allen tijde vrij om de uiteindelijke Inclusie Agenda inhoudelijk te bespreken. 3. Voor PvdA GroenLinks ontbreekt een concreet te behalen resultaat, al dan niet met indicatoren. Kan het College dit toelichten? Antwoord: De acties die straks in de Inclusie Agenda worden geformuleerd zullen de belangrijkste indicatoren zijn. 4. Waarom is gekozen voor ouderen in deze eerste 3 doelgroepen? Antwoord: De populatie ouderen is groot en neemt sterk toe en ervaart drempels. Ondanks dat er al veel voor ouderen wordt georganiseerd in onze gemeente, mist er een echte klankbordgroep. 5. Ontvangt het College signalen uit de Nunspeetse samenleving dat onze oudere inwoners zichzelf niet-waardig oud vinden worden? Antwoord: Concrete signalen zijn niet bij ons bekend. 6. Zijn de organisaties in Nunspeet die zich richten op ouderen onvoldoende toegerust en/of bereidwillig om de pijnpunten in het Actieplan Waardig ouder worden zelf op te pakken? Antwoord: Vooralsnog zijn er geen signalen dat organisaties onvoldoende zijn toegerust om een bijdrage te leveren aan het Actieplan Waardig Ouder Worden. 7.
In hoeverre hebben deze organisaties dit al gedaan op basis van dit (inmiddels gedateerde) document?
-5-
Antwoord: Het project waardig ouder worden is nog volop actueel en er wordt nog hard aan gewerkt. 8. In de aanleiding van de startnotitie wordt vrij uitgebreid ingegaan op de moties. Bij het plan van aanpak wordt er bij de LHBTI+ gemeenschap een korte en niet inhoudelijke toelichting gegeven. Waarom wordt niet ingegaan op het belang van inclusie voor de LHBTI+ gemeenschap? Antwoord: Dit is omdat dit een brede startnotitie is waarin we verder niet ingaan op de problematiek van individuele doelgroepen. 9. Daar waar mensen met een beperking en ouderen diverse (lokale) aanspreekpunten en betrokken organisaties kennen, geldt dit niet voor de Nunspeetse LHBTI+ gemeenschap. Hoe denkt het College deze, al dan niet bewust anonieme, groep actief te benaderen? Antwoord: Dit doen we onder andere via het COC, Amnesty Nunspeet, Village People, de algemene media kanalen en mond tot mond reclame. 10. Er wordt gesproken over actiehouders die het proces bewaken. Bij wie of wat moeten we denken aan actiehouders, wat zijn de bevoegdheden van deze actiehouders en is het niet juist de verantwoordelijkheid van de Gemeente in deze om het proces te bewaken? Antwoord: Het streven is dat de Inclusie Agenda iets wordt ván, vóór en dóór de inwoners van Nunspeet, met ondersteuning van de gemeente waar nodig. 11.
In het plan wordt melding gemaakt van het feit dat alles binnen de bestaande financiële kaders moet worden gefinancierd. Geldt dit ook voor de ambtelijke fte’s en is het College van mening dat zonder een eigen budget volwaardig invulling kan worden gegeven aan dit document? Antwoord: Uitgangspunt is dat alle inspanningen binnen de bestaande financiële kaders worden gefinancierd, juist vanuit de gedachte dat dat inclusief is. Wel worden indien nodig procesmiddelen ter beschikking gesteld. 12. Soms haalt de actualiteit een document al in voor deze voorgelegd wordt. Hoe staat het College tegenover het toevoegen van de doelgroepen Arbeidsmigranten, Eenzame inwoners en financieel/sociaal/mentaal door Corona getroffen inwoners? Antwoord: We nemen deze suggestie mee wanneer we de doelgroepen zullen uitbreiden. ☐5c.
Evaluatie uitvoering strategisch huisvestingsplan onderwijs.
Dhr. A. Harteveld(ChristenUnie) Opmerking: Als fractie hadden we al ingestemd met wijziging van de huisvestingsagenda/-planning om in plaats van IKC Nunspeet West eerst de vernieuwing van de huisvesting van De Bron uit te voeren. Vanwege sterke groei van het aantal leerlingen in Nunspeet Noord als gevolg van de huidige en toekomstige woningbouw in Molenbeek en ’t Hul Noord lijkt ons dit een heel logische stap. De notitie lezende hebben we toch een tweetal vragen: Vraag 1: Het college spreekt op pagina 20 over thuisnabij onderwijs. Daar hechten we ook zeer aan als CU fractie. En uit onderzoeken blijkt dat de nabijheid van een school het belangrijkste motief is voor ouders om voor een school te kiezen. Van welke kaders gaat het college uit om te bepalen wat nabij is?
-6-
Antwoord: Er zijn in Nunspeet, maar ook in Nederland, geen eenduidige kaders en/of uitgangspunten m.b.t. thuisnabij onderwijs. In de vernieuwing van het basisonderwijs in Nunspeet willen we zorgen dat ondanks de zekere mate van schaalvergroting – die overigens vooral de scholen van CNS betreffen – er sprake blijft van voor iedereen goed en veilig bereikbare voorzieningen binnen een redelijke afstand. Voor een aantal scholen in Nunspeet geldt vanwege de specifieke denominatie of (onderwijskundige) richting dat er alleen gesproken kan worden van nabijheid op de schaal van de kern Nunspeet. Zo is er in de kern Nunspeet bijvoorbeeld maar een RK-basisschool en een openbare basisschool. De ouders en leerlingen die deze vormen van onderwijs kiezen, moeten veelal een afstand van enkele kilometers afleggen om de schoolkeuze van hun voorkeur te bezoeken. Voor de CNS-scholen is dit veelal niet het geval. Deze zijn goed gespreid over de kern Nunspeet en daarmee ook goed bereikbaar. De vorming van IKC’s in Nunspeet Oost verandert deze bereikbaarheid naar onze mening niet aanzienlijk. Voor een aantal leerlingen zal sprake zijn dat de nieuwe voorziening dichterbij komt, voor een aantal zal de afstand iets toenemen zij het dat er nog altijd binnen een straal van 2 kilometer een voorziening van CNS-signatuur beschikbaar blijft.
Deze afstand van 2 kilometer is in de onderwijshuisvesting overigens een veel gebruikte afstand daar waar het gaat om het beschikbaar stellen van huisvesting. Indien bijvoorbeeld een school een ruimtetekort heeft als gevolg van groei van het aantal leerlingen, dat niet meer opgevangen kan worden in de hoofdlocatie, dan kan de gemeente vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid voor de onderwijshuisvesting aanvullende huisvesting beschikbaar stellen binnen een straal van 2 kilometer. In die situaties zal een aantal leerlingen ook verder moeten reizen dan voorheen, maar zullen er ook leerlingen zijn die wellicht dichterbij de school zullen hebben. Met de vorming van IKC’s in Oost, West en Noord/Centrum en het handhaven van de huidige scholen waarvan slechts één denominatie of richting aanwezig is, is er in de kern Nunspeet sprake van een zeer evenwichtige spreiding van voorzieningen die naar onze mening goed en veilig bereikbaar is. Voor iedereen kan er sprake zijn van de mogelijkheid van thuisnabij onderwijs tenzij ouders kiezen voor een specifieke richting of denominatie. Op de schaal van Nunspeet blijft er dan evenwel sprake van goed bereikbare voorzieningen. Vraag 2a: Uit het stuk is voor ons niet duidelijk op welke locatie IKC West t.z.t. gehuisvest gaat worden.
Worden we als raad nog betrokken bij die keuze? Antwoord: De locatie waar te zijner tijd een IKC Nunspeet West wordt gerealiseerd, is op dit moment niet bekend. In de voorbereidingen tot de realisatie zal gekeken gaan worden naar een goede locatie. Daarbij zal allereerst gekeken worden naar de huidige locaties van de betrokken scholen. Hierbij zullen ook aspecten als een goede verkeersafwikkeling en scheiding snel/langzaam verkeerd een belangrijke rol spelen. De keuze voor een locatie zal worden gecommuniceerd met de gemeenteraad maar ook met de betrokken scholen. Als sprake is van een aan te kopen locatie voor nieuwbouw zal dit in de vorm van een kredietaanvraag langs de gemeenteraad komen. Vraag 2b: Speelt de gewenste nabijheid nog een rol bij die keuze? Dat vragen we met name ook voor de kinderen die in het centrum wonen. Antwoord: De gewenste nabijheid zal ook bij de vorming van de overige IKC’s en/of vernieuwing van de onderwijsvoorzieningen een belangrijke rol blijven spelen. We blijven ernaar streven om voor alle kinderen veilige en goed bereikbare voorzieningen te realiseren met de mogelijkheid dat dit ook thuisnabij mogelijk is. Maar nogmaals voor de aanwezige scholen van één specifieke richting of denominatie zal dit van een andere orde zijn dan van de scholen van CNS omdat deze nu reeds in alle delen van de kern Nunspeet aanwezig zijn.
Maar zoals we hierboven hebben aangegeven, spelen ook andere aspecten een rol. Verkeersafwikkeling, scheiding snel/langzaam verkeer en verkeersdruk op een wijk zijn tevens aspecten die in ogenschouw moeten worden genomen bij de keuze voor een locatie. Dhr. S.M. Kouwenberg(PvdA/GroenLinks) Vragen: 1. We lezen dat de fasering van twee projecten wordt omgedraaid en dat CNS hierin is betrokken en dit heeft geaccordeerd. Zijn de medezeggenschapsraden en/of ouders ook gepeild in deze?
-7-
Antwoord: De gesprekken tussen de gemeente (wethouder) en de scholen vindt plaats op het niveau van het schoolbestuur. De planningswijziging binnen het SHP is bestuurlijk afgestemd met het bestuur van de betrokken school (CNS Nunspeet). Het is aan het schoolbestuur om deze wijziging intern verder te communiceren met medezeggenschapsraden, personeel en ouders. 2. Op pagina 5 wordt melding gemaakt van een definitief ontwerp van het Junior College. Hoe definitief is deze, gezien de recente actuele ontwikkelingen? Antwoord: De architect heeft een definitief ontwerp gemaakt voor het Junior College. Bij dit ontwerp is tevens een kostenraming opgesteld die ruimschoots boven de beschikbare middelen in de gemeentelijke begroting uitkomt. In een bestuurlijk overleg is de school hierop gewezen en hen is gevraagd mee te denken in de vorm van een verdere concretisering van de kostenraming (door middel van een marktconsultatie) en in de vorm van cofinanciering. Gezien de huidige (financiële) situatie van Veluvine is voorgesteld onderzoek te doen naar een inpassing van het Juniorcollege in Veluvine in plaats van het plegen van nieuwbouw. Het uitzetten van deze opdracht zit in de offertefase. 3. Zijn omwonenden inmiddels benaderd over de ontwikkeling van het Junior College? Antwoord: Op dit moment hebben gesprekken tussen school (en architect) en gemeente plaatsgevonden.
Omdat het ontwerp van de nieuwbouw nog niet definitief is vastgesteld, zijn de omwonenden nog niet benaderd. Mocht er straks toch sprake zijn van nieuwbouw (in plaats van inpassing) en er is overeenstemming over het ontwerp en financiën, dan kan samen met de school een vervolgstap worden gezet in de vorm van infomeren van de buurt. 4. Wat is het tijdspad om Florion per 1 augustus 2021 tijdig aan onderwijshuisvesting te helpen? Antwoord: Op dit moment is de beschikbare leegstand in de onderwijshuisvesting in kaart gebracht. Naar aanleiding hiervan vinden gesprekken met de betrokken scholen plaats. Er wordt met de scholen gekeken welke locatie met leegstand het meest geschikt is voor huisvesting van Florion. Dit vraagt ook van de betrokken scholen wat omdat het personeel hierover moet worden geïnformeerd. Wij hopen dit traject in het eerste kwartaal af te ronden, zodat voor de zomervakantie voldoende onderwijsruimte beschikbaar is voor Florion. 5. Waarom zijn de kosten voor de vervanging van de Elspeetse gymzaal ook ten laste gebracht van de in het SHP opgenomen middelen? Antwoord: Deze dekking is een gevolg van de keuze die hiervoor in de Programmabegroting 2020-2023 is genomen. In de begroting heeft de raad op advies van het college besloten de kosten van de gymzaal te dekken binnen de financiële middelen voor uitvoering van het SHP. 6.
Is het de bedoeling dat er uiteindelijk generieke afspraken worden gemaakt over cofinanciering? Antwoord: De cofinanciering zal bij ieder geval een vorm van maatwerk meebrengen. Niet iedere school zal evenveel financiële middelen hebben. Uitgangspunt zal wel zijn dat van de scholen wordt verwacht dat zij een vorm van cofinanciering gaan leveren zoals beschreven in de notitie. Tot gereedkomen van de nieuwe locatie of een ingrijpende renovatie zit veelal nog een periode van meerdere jaren. In deze periode kunnen de schoolbesturen het onderhoud van de bestaande locatie veelal terugdringen. Met de schoolbesturen die vervangende nieuwbouw dan wel levensduurverlenging krijgen, kan worden afgesproken om geen grootschalig onderhoud uit te voeren, maar om het achterstallig onderhoud generiek vast te stellen op 50 % uitgave en 50% besparen op de vergoeding die voor het onderhoud ontvangen wordt. In de notitie is een periode van 4 jaar genoemd. Dit is een gemiddelde periode die nodig is om de planvorming ook daadwerkelijk tot uitvoering te brengen.
-8-
☐5d.
Indicatoren 2020.
Dhr. A.J. Timmerman(PvdA/GroenLinks) Vraag 1: Bij programma 3 (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening & Stedelijke vernieuwing) is een van de KPI’s toegekende initiatieven Woningbouw Op Maat. Niet alle toegekende initiatieven worden gerealiseerd. Gerealiseerde initiatieven Woningbouw op Maat zou een betere KPI zijn. Is dat op termijn mogelijk? Antwoord: Geheel terecht merkt u op dat niet alle initiatieven worden gerealiseerd binnen het Woningbouw op Maat programma. Sterker nog dit is een relatief kleine realisatie van het totaal. Bij het opstellen van deze indicator is door de raadswerkgroep, samen met de organisatie en de portefeuillehouder, de indicator benoemd over het geheel van realisatie in enig jaar. Omdat er, met moverende redenen, binnen de gemeente Nunspeet met verschillende IT systemen wordt gewerkt zijn deze cijfers op dit moment nog niet op een goede en efficiënte manier te realiseren. Bij de informatiemanager van de gemeente Nunspeet staat de vraag en opdracht uit om de data te kunnen koppelen en te vertalen in een KPI. Dit onderzoek zal een langere tijd in beslag nemen. Daarvoor is een ervoor gekozen een tijdelijk KPI te presenteren in de vorm zoals deze nu voorligt. Vraag 2: Bij programma Duurzaamheid staat bij het derde bolletje: BI : BI: % CO2 reductie gemeentelijke organisatie (doel: 50% neutraal in 2025/100% in 2050).
Waarom is deze BI : BI opgenomen? Bij het tweede bolletje is al een BI CO2 reductie gemeentelijke organisatie opgenomen. Antwoord: De derde bolletje is ten onrechte opgenomen in het raadsvoorstel. Hier is inderdaad sprake van een dubbeling. Mw. J.M. Elskamp(ChristenUnie) Opmerking: In de inleiding wordt aangegeven dat per indicator wordt aangegeven in welke eenheid gemeten wordt, welke bron er is voor de informatie en met welke frequentie er gerapporteerd gaat worden. Bij een aantal indicatoren staat dat helder en duidelijk vermeld, bijv. Programma 1. Bij een aantal moet er een stuk tekst gelezen worden of mist er een duidelijke bron of eenheid. Bij het programma duurzaamheid staat onderaan de bron beschreven voor de eerste 5 punten. Vraag 1: Ons voorstel is dat het stuk uniform gemaakt wordt, zodat we in één oogopslag per genoemde indicator kunnen zien welke eenheid/bron/frequentie. Antwoord: De uniformiteit is zo veel als mogelijk doorgevoerd. Sommige indicatoren worden verantwoord op basis van verschillende bronnen. Mede daarom is bijvoorbeeld bij het programma Duurzaamheid inzicht gegeven welke bronnen dat zijn. Vraag 2: Op pag. 4 punt 2 staat het percentage zuigelingen (leeftijd 2 jaar) volledig gevaccineerd. De definitie voor een zuigeling is een kind tot 1 jaar.
Gaat het hier niet om het percentage kinderen van 2 jaar dat volledig gevaccineerd is? Antwoord: De indicator is gebaseerd op de beschikbare informatie van het RIVM over het rijksvaccinatieprogramma. Het RIVM meet de waarde van het vaccinatiepercentage van zuigelingen op de leeftijd van 2 jaar.
-9-
Vraag 3: Waarom wordt er gepeild op 2 jarige leeftijd? In het rijksvaccinatieprogramma is er een enting bij 14 maanden en de volgende bij 4 jaar. Het programma (met uitzondering van HPV) wordt afgesloten op 9 jaar. De BI is: Inwoners zijn beschermd tegen infectieziektes (RVP). Geeft het percentage kinderen van 2 jaar een volledig beeld van deze indicator? Krijgen kinderen die tot 2 jaar zijn ingeënt ook in alle gevallen de vervolginentingen? Antwoord: De indicator is gebaseerd op de beschikbare informatie van het RIVM. Het RIVM weergeeft enkel op 2jarige leeftijd het percentage dat volledig is gevaccineerd. Deze informatie is voor de andere leeftijdsgroepen niet beschikbaar. Of de kinderen ook de vervolginentingen krijgen is niet te voorspellen, dit hangt af van de keuze van ouders om deel te nemen aan het vaccinatieprogramma. De informatie op 2-jarige leeftijd komt het dichtst bij de BI die geformuleerd is.
☐6.
Rondvraag.
Dhr. A. Harteveld(ChristenUnie) Inkoopstrategie Jeugdhulp. Het raadsgesprek over de Inkoopstrategie Jeugdhulp van december jl. heeft veel vragen bij ons weggenomen. We hebben al met al het beeld dat de colleges heel scherp zijn op de inkoopvoorwaarden. Duidelijk bleek ons dat er geleerd is van de vorige periode Hoewel de inkoopstrategie Jeugdhulp niet op de agenda staat willen we toch de volgende twee vragen stellen: Vraag 1: Op welk moment worden de raden nog betrokken, of wordt de inkoopstrategie geëvalueerd? Antwoord: Op 26 januari vindt een volgende regionale raadssessie plaats, waarin de raadsleden nogmaals de gelegenheid krijgen om input mee te geven voor de definitieve inkoopstrategie. Hierna zal de definitieve versie schriftelijk met de raden gedeeld worden en indien er behoefte is kunnen aanvullende informerende sessie georganiseerd worden. Vraag 2: Een van de vragen n.a.v. het raadsgesprek ging over zorgfraude. Uit het antwoord bleek dat aanbieders een integriteitsbepaling moeten ondertekenen. Steeds meer gemeenten / regio’s gaan over tot het aanstellen van een zgn. toezichthouder rechtmatigheid. Kennen wij in onze regio ook zo’n toezichthouder / of wordt overwogen zo’n toezichthouder aan te stellen? Antwoord: Onze regio kent geen toezichthouders rechtmatigheid. Op dit moment wordt ook niet overwogen om die aan te stellen.
Wel wordt via accountantscontroles en interne controles gemonitord op de rechtmatigheid van betalingen. Bij de instroom van nieuwe aanbieders kan strakker gecontroleerd worden of daadwerkelijk wordt geleverd, datgene wat op papier is aangeleverd en wat via een checklist kan worden gecheckt. Wij voeren daar gesprekken over samen met de inkoopsamenwerking Noord Veluwe. Die gesprekken zijn opgestart. De gemeente Putten is regievoerder voor het thema Inkoopsamenwerking Noord Veluwe.