AP 3a. Overzicht schr. vragen en antw. Maatschappij en Middelen 4 maart 2021
Tekst van het document
-1-
Overzicht schriftelijke vragen Maatschappij en Middelen 4 maart 2021 per agendapunt. ☐5a. Stand van zaken Jeugdzorg (aan de hand van de mededelingenbrief portefeuillehouder). Er zijn geen schriftelijke vragen ingediend. ☐5b. Visie Sociaal Domein Dhr. R.A. de Bruin(SGP) Vraag 1: In de visie op pag. 3 wordt gesproken over een integrale aanpak. Bedoelt het college hier ook een centraal aanspreekpunt voor een gezin (‘de regisseur) mee? Antwoord: De integrale aanpak betreft allereerst een overstijgende aanpak over de domeinen jeugd, participatie, Wmo heen. De visie is als het ware de kapstok voor al het beleid op het gebied van het sociaal domein. Een centraal aanspreekpunt, bijvoorbeeld in de vorm van een regisseur kan hier verder invulling aan geven en wordt meegenomen in het beleidsplan sociaal domein. Vraag 2: Is het een idee om de indicatoren die straks verder in het beleidsplan worden uitgewerkt in deze visie al te noemen? Op hoofdlijnen. We hechten sterk aan de samenhang tussen visie/beleid/uitvoering én indicatoren. Antwoord: Wij delen uw mening dat de samenhang tussen visie, beleid en uitvoering zeer van belang is. De indicatoren voor het sociaal domein betreffen veelal praktische zaken als aantallen meldingen Wmo of jeugd, gemeten over een bepaalde periode. De visie beschrijft echter de stip op de horizon, het beeld waar we naartoe werken.
Daar passen concrete indicatoren nog niet direct bij. In het beleidsplan sociaal domein, waar de vertaling wordt gemaakt van een ideaalbeeld naar de praktijk voor de komende jaren, worden de indicatoren wel expliciet opgenomen. Vraag 3: Ik lees in deze visie vooral over meedoen, helpen en ondersteunen. Ik mis echter het onderdeel preventie. Is dit onderdeel van de visie of is dit bewust niet meegenomen? O.i. zouden we mogelijk wat meer naar een pro-actieve visie moeten. Daarmee bedoelen we o.a. onderzoek naar behaalde resultaten en het bijstellen van beleid. Graag een reactie van de wethouder. Antwoord: Preventie vormt een belangrijk onderdeel van de visie sociaal domein en klinkt door in alle drie de kernwaarden Meedoen, ontwikkelen en ondersteunen. Preventie is geen aparte kernwaarde, maar wordt zowel bij het ontwikkelen als ondersteunen als eerste aanpak gebruikt om meedoen mogelijk te maken. Voor wat betreft het onderzoeken van de behaalde resultaten en bijstellen van bestaand beleid wordt er bij aanvang van het programma sociaal domein, dat als het ware het startpunt is van het opstellen van het meerjarenbeleidsplan, begonnen met een omgevingsanalyse waarin het bestaand beleid, de behaalde resultaten en doelen en het speelveld in kaart worden gebracht.
Door op interactieve wijze te evalueren dagen we het gehele speelveld uit om in aanloop naar het beleidsplan de omgeving en opgaven goed in beeld te brengen met elkaar en verwachtingen over en weer uit te spreken en het gezamenlijk vertrekpunt te bepalen voor het beleid voor de komende jaren. Vraag 4: Afbakening sociaal domein: Er wordt een opsomming gegeven welke zaken er onder deze visie vallen. Als fractie hebben we behoefte aan een overzicht waarin de relaties met onderliggende stukken duidelijk wordt. Zo valt de inclusie agenda hier ook onder. Het is voor burgers en raad helpend om een totaalbeeld te krijgen over welke onderdelen en beleidsstukken deze visie gaat. Dat kan mogelijk nu nog niet, maar in de toekomst wel.
-2-
Antwoord: De visie sociaal domein is als het ware de paraplu waar al het beleid op het gebied van het sociaal domein onder valt. Omdat de visie sociaal domein een plan op hoofdlijnen betreft en nog geen concrete beleidsonderwerpen omvat is er nog geen opsomming opgenomen. Deze opsomming en het totaalbeeld vormt een onderdeel van het meerjarenbeleidsplan.
Mw. J.M. Elskamp(ChristenUnie) Vragen: Bij de cijfers: 1. Op pagina 12 staat dat 8,5% van de jongeren tot 18 jaar enige vorm van jeugdzorg ontvangt. Is daarin ook de niet-geïndiceerde jeugdhulp meegenomen? 2. Bij het nalezen van de genoemde bron (waarstaatjegemeente.nl) blijkt dat daar een aantal van 6,2% jeugdhulp zonder verblijf, 1% jeugdhulp met verblijf en 1% jeugdbescherming wordt genoemd. Maakt dat samen die 8,5%? Antwoord vraag 1: De cijfers betreffen de tweede helft van 2019. Het betreft alle jeugdhulp die in de vorm van zorg in natura is verleend door jeugdhulpaanbieders (dus exclusief PGB). In dit percentage is de niet-geïndiceerde jeugdhulp niet meegenomen. Antwoord vraag 2: Het percentage jeugdhulp zonder verblijf bedroeg in de tweede helft van 2019 7,4%. Het percentage jeugdhulp met verblijf bedroeg in deze periode 1,1%. Door deze percentages bij elkaar op te tellen kom je op het totaal percentage jeugdhulp van 8,5% in de tweede helft van 2019. Het percentage van 8,5% is inclusief jeugdhulp met of zonder verblijf die bij een jeugdbeschermingsmaatregel geïndiceerd kan worden. De door u genoemde percentages onder vraag twee betreffen de percentages over de eerst helft van 2020. Vraag: Bij de rol van de gemeente: 3. Er wordt mooi benoemd dat veel in co-creatie moet gaan en dat samen met anderen verantwoordelijkheid wordt genomen.
Echter in het stuk over kernwaarden zie je heel duidelijk nog een ‘zorgende’ overheid terug. Misschien iets te vaak teksten zoals: “De gemeente ondersteunt indien nodig en zorgt voor een vangnet (p.7)” en bv “De gemeente stimuleert inwoners zich naar vermogen te ontwikkelen”. Ons voorstel is te kiezen voor een andere, consistentere formulering m.b.t. de regierol. Bijvoorbeeld niet ‘de gemeente zorgt voor een vangnet’, maar ‘in deze samenwerking ontstaan vangnetten’. De rol van de gemeente is hierin een regierol, geen eindverantwoordelijke rol. Antwoord vraag 3: Co-creatie is inderdaad een belangrijke manier om de visie uitvoering te geven. Daarbij zijn onze maatschappelijke partners zeer belangrijk. Vanuit de wettelijke taken zijn gemeenten echter verplicht om ook een aantal taken uit te voeren. Door aan te sluiten bij de bewoording van de wettelijke opdracht is duidelijk waar het precies om gaat. De beschrijving in het beleidsplan zal meer aansluiten bij uw wens om vanuit de co-creatie de gezamenlijke rol weer te geven en de regierol te omschrijven. Vragen: Bij Visie van de gemeentelijke organisatie (p.11) 4.
In de (concept)visie van de gemeente Nunspeet staat de zin “Waar nodig … helpen we met verder brengen of versnellen.” Dit gaat, onzes inziens, voorbij aan de mensen die niet persé van A naar B gebracht hoeven te worden en geeft de gemeente ook weer een zorgende rol (zie punt 3). Wij stellen een andere, consistentere formulering voor m.b.t. de regierol. 5. We hebben de indruk dat er nu een conceptvisie verwerkt is in dit visiedocument. Is het niet logischer om eerst de algehele visie te formuleren en daar de visie sociaal domein een onderdeel van te laten zijn? 6. Bij punt 1 willen we de suggestie doen niet te beginnen het ‘het bestuur’ maar met ‘onze inwoners’.
-3-
Antwoord vraag 4: De algehele visie van de gemeente Nunspeet wordt op dit moment vernieuwd. Wij zullen uw reactie met betrekking tot deze zinsnede doorgeven. Antwoord vraag 5: Hoewel de visie sociaal domein dient te passen binnen de kaders van de visie van de gemeentelijke organisatie is er geen noodzakelijke volgorde aan te wijzen. De visie van de gemeentelijke organisatie beschrijft de manier waarop de gemeente invulling geeft aan haar missie. Het op te stellen beleidsplan sociaal domein heeft meerdere raakvlakken met de visie van de gemeentelijke organisatie en de invulling van de route wordt daarom mede bepaald door de visie van de gemeentelijke organisatie. Antwoord vraag 6: De algehele visie van de gemeente Nunspeet wordt op dit moment vernieuwd. Wij zullen uw reactie met betrekking tot deze zinsnede doorgeven. Vragen: Extra toevoegingen: 7. Normaliseren als onderwerp toevoegen. Niet alles wat afwijkt, vraagt om een oplossing. De maakbare wereld is er niet en maakt ook niet perse gelukkig. Niet alle hobbels in het leven kunnen worden gladgestreken. Dan neem je als gemeente al iets meer standpunt in in de discussie die gevoerd kan worden over wat wel en wat niet nodig is. 8. Hoe zorg je voor integraliteit binnen het sociaal domein? Dat wordt wel als belangrijk benoemd binnen de visie. We zien ook dat dit vertaald gaat worden naar het beleidsplan.
We zien in deze visie nog weinig terug van belangrijke onderwerpen hierin. Zoals bijvoorbeeld een eenduidige toegang. Weet de inwoner de juiste route te vinden? Hoe zorg je voor de integrale blik? Wie doet die levensbrede uitvraag? Dit thema zou volgens ons nog duidelijker aan bod mogen komen. 9. Datasturing is een belangrijke toegevoegde waarde in het sociaal domein. Daar zouden we graag meer van terugzien in deze visie. 10. Er lijkt voor gekozen te zijn om niets te noemen over de tekorten binnen het sociaal domein. Wij zouden graag wat meer aandacht zien voor een gezonde balans tussen kwaliteit, organisatie en financiën. Dat komt nu alleen terug als opmerking bij het te maken beleidsplan. 11. We stellen voor om op pagina 7 bij ‘Meedoen’ na ongeacht ook ‘leeftijd’ toe te voegen. Op die manier sluiten we ook aan bij de eerste drie doelgroepen uit de Inclusie Agenda. Antwoord vraag 7: Meedoen is het centrale kernbegrip van de visie sociaal domein. We focussen daarbij niet op de beperkingen en de onmogelijkheden waarmee inwoners te kampen hebben, maar juist op de mogelijkheden. Meedoen is in onze visie dan ook een manier om normalisatie te bewerkstelligen. Antwoord vraag 8: Integraliteit binnen het sociaal domein begint met het gezamenlijk vaststellen van de stip op de horizon.
In de route naar die integraliteit worden er in het beleidsplan doelstellingen benoemd om deze integraliteit te bereiken. Bij het opstellen van de doelen nemen wij uw suggesties met betrekking tot de toegang en de levensbrede uitvraag mee. Antwoord vraag 9: Wij onderkennen dat datasturing en data gedreven werken steeds belangrijker worden en een belangrijke toegevoegde waarde kunnen hebben voor het sociaal domein. Vanuit die gedachte zijn we het proces rondom het opstellen van de visie sociaal domein dan ook gestart met het in kaart brengen van de trends en ontwikkelingen van de afgelopen jaren en hebben wij de uitkomsten naast de gemeentelijke plannen gelegd om het actuele beeld te checken. We zien daarnaast binnen de diverse onderwerpen binnen het sociaal domein dat er steeds meer gebruik gemaakt wordt van (gecombineerde) dataonderzoeken om de ondersteuningsbehoefte en het zorggebruik steeds beter in beeld te krijgen. Als gemeente Nunspeet maken wij zoveel mogelijk gebruik van deze uitkomsten.
-4-
Antwoord vraag 10: De visie is de stip op de horizon en is beschreven op hoofdlijnen. Uitgangspunt is dat de visie wordt gerealiseerd binnen de beschikbare financiële kaders. In het beleidsplan sociaal domein krijgt de visie echter verder handen en voeten voor de komende vier jaar en worden de financiële kaders verder uitgewerkt. Daar zal dan ook de afweging qua prioriteiten voor de komende jaren worden gemaakt. Antwoord vraag 11: Wij nemen uw suggestie over en passen de tekst hierop aan.
S.M. Kouwenberg(PvdA/GL) Vraag 1: Een visie op het sociaal domein dient wat PvdA GroenLinks betreft ook leesbaar te zijn voor de diversiteit aan groepen binnen ditzelfde domein. Qua cohesie, vormgeving en volgorde zijn er op advies van de ASDN aanpassingen gedaan, maar inhoudelijk is het stuk nog doordrenkt van (selectief verklaarde) moeilijke woorden en zinnen. Waarom is niet gekozen om deze visie in voor iedereen begrijpelijke taal op te stellen? Antwoord: Hoewel wij het met u eens zijn dat gemeentelijke stukken goed leesbaar en vooral duidelijk dienen te zijn hebben wij er bewust voor gekozen om de visie niet in Jip-en-Janneke taal op te stellen. Naar onze mening leent de inhoud zich daar niet goed voor en doet dat de kern van het verhaal tekort. Om onbegrijpelijke taal en jargon zoveel mogelijk te voorkomen heeft er een Neerlandicus meegelezen met de eindversie van de visie sociaal domein. We zijn voornemens om bij het opstellen van het meerjaren beleidsplan wel een publieksvriendelijke versie te maken en onderzoeken de mogelijkheden daarvoor. Vraag 2: In deze visie op het sociaal domein is uitgegaan van Nunspeet onder ‘normale’ omstandigheden. Inmiddels kennen wij een crisistijd van welhaast een jaar waarvan praktisch alle deskundigen zeggen dat de (mentale en financiële) naweeën onze samenleving nog minstens een decennium zullen beïnvloeden.
De ‘lokale context’ en de aannames vanuit ervaringen uit het verleden zijn zodoende niet langer relevant. Hoe gaat het College deze visie (post-)Corona-proof maken? Antwoord: Binnen het sociaal domein zijn de gevolgen van Corona goed merkbaar. De stip op de horizon verandert echter niet door deze pandemie. Wel de manier waarop we met elkaar invulling geven aan het meedoen, ontwikkelen en ondersteunen. Wij zijn het met u eens dat we daar de komende jaren mee geconfronteerd blijven worden. Bij de uitvoering van het meerjarenbeleidsplan en de jaarplannen zullen we daarom met de partijen in gesprek gaan op welke wijze de doelen en effecten behaald kunnen worden en zoeken naar alternatieven die wel mogelijk zijn. Vraag 3: De financiële en mentale consequenties van deze crisis zullen de gesteldheid van onze inwoners blijvend veranderen en zal de druk op het sociaal domein alleen maar doen toenemen. In dit stuk kent de gemeente zichzelf een regierol toe. Is er genoeg personeel, fte en expertise om juist nu het sociaal domein belangrijker gaat worden dan ooit, deze regierol volwaardig te kunnen uitvoeren? Antwoord: De uitvoering van de visie zal plaatsvinden binnen de beschikbare (financiële) kaders. Bij een tekort aan financiën of personeel zullen er afwegingen plaats moeten vinden over de prioritering van de gestelde doelen.
Vraag 4: In deze visie wordt gesteld dat er vertrouwen is in onze inwoners. Het programma Sociaal Domein begint echter met: “Er wordt geen misbruik gemaakt van sociale voorzieningen.” Waarom vertrouwen prediken en wantrouwen bezigen?
-5-
Antwoord: De visie sociaal domein schetst het toekomstbeeld voor het sociaal domein binnen de gemeente Nunspeet. Vertrouwen in onze inwoners en onze maatschappelijke organisaties is daarbij een belangrijk thema. We werken met elkaar aan het behalen van doelen en effecten. Het is echter ook een wettelijke taak van de gemeente om mogelijk misbruik van voorzieningen tegen te gaan. We zijn het met u eens dat de formulering van de indicator van het programma sociaal domein metingen negatief geformuleerd is. Dit heeft als reden dat het niet meetbaar is hoeveel goed gebruik er wordt gemaakt van de voorzieningen. Vraag 5: In reactie op de Adviesraad Sociaal Domein wordt aangegeven dat de gemeente van kwetsbare mensen verwacht dat zij verantwoordelijk nemen voor acties en keuzes. Zit daar nou net niet juist de ‘kwetsbaarheid’ in? Uit diverse onderzoeken blijkt dat bijna een kwart van deze groep juist verdwaalt in de wirwar van bureaucratie, moeilijk taalgebruik, regels en formulieren en zodoende niet krijgt waar zij recht op hebben of er zelfs extra door in de problemen komen. Antwoord: Wij hebben bewust gekozen voor deze formulering vanuit de nadrukkelijke behoefte van het maatschappelijk veld om de eigen regie en keuzevrijheid van inwoners voorop te stellen en kwetsbare mensen hen niet teveel te onmondig neer te zetten.
Een kwetsbaarheid heb je, maar dat ben je niet is daarbij de achterliggende gedachte. Waar ondersteuning nodig is, bijvoorbeeld in de vorm van onafhankelijke cliënt ondersteuning of informatie en advies, wordt deze actief aangeboden aan hen die hier behoefte aan hebben om te voorkomen dat bovengenoemde problemen ontstaan. Vraag 6: Een algemene vraag n.a.v. dit document. (Hoe)wordt de relevantie en legitimiteit van gebruikte nietdoorsnee bronnen getoetst? In dit geval het ‘Institute for Positive Health.’ Antwoord: Bij het raadplegen van bronnen hebben we gekeken naar de vindplaats en de acceptatie en zijn er uitsluitend bronnen gebruikt die betrouwbaar zijn. Het Institute for Positive Health (IPH) is de motor achter de beweging Positieve Gezondheid. Door heel Nederland heen wordt gewerkt met Positieve Gezondheid en is het gedachtegoed verspreid en opgenomen in de programma’s van zorgverzekeraars, van de (landelijke) overheid en het brede terrein van de gezondheidszorg. IPH inspireert, stimuleert en faciliteert wetenschappers om nader onderzoek te doen naar de methode en de transitie in zorg en welzijn en is als wetenschappelijke bron en bedenker van het concept van positieve gezondheid zeer geschikt om als bron te gebruiken.
☐6. Rondvraag S.M. Kouwenberg(PvdA/GL) Vragen/opmerkingen over de stukken ter kennisname: 1. Regionale Samenwerkingsagenda Sport en Bewegen Noord Veluwe. Vraag: Onderaan pagina 5 komt ‘Inclusief sporten en bewegen’ ter sprake. Hier wordt alleen uitgegaan van mensen met een beperking, daar waar we met de lokale Inclusie Agenda tot de conclusie zijn gekomen dat er een diversiteit aan groepen is met een afstand tot bijv. sport. Te denken valt aan discriminatie, pestgedrag en de positie van LHBTIQ+ers binnen sportverenigingen. Is de wethouder voornemens om te kijken of deze ‘inclusie in de sport’ ook breder regionaal kan worden opgepakt? Antwoord: Het inclusief sporten omvat alle doelgroepen, van walking football voor ouderen, acceptatie tot aangepast sporten. Ons uitgangspunt is iedereen zo veel als mogelijk te laten sporten en bewegen.
-6-
-7-
2. Ensia-verantwoordingen Geo-basisregistraties. Opmerking: In het eerste document staat “die de gemeente als bronhouder heeft voor de BAG, de BRO en de BRO.” Een van de twee Bro’s dient te worden vervangen door BGT. Antwoord: In de samenvatting van de collegerapportage stond dit inderdaad dubbel. In het advies stond het wel juist en het college heeft conform advies besloten.