CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 3a Antwoord op schriftelijke vragen commissie Algemeen Bestuur 11 maart 2021

Commissie Algemeen Bestuur 11 maart 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen (burgemeester, college en commissie)4.294 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht schriftelijke vragen commissie Algemeen Bestuur 11 maart 2021 per agendapunt. 5a. Natuurbrandpreventieplan gemeente Nunspeet 2021-2030. Dhr. H.J. Polinder (SGP) Vraag: Wij hebben grote moeite met de wijze van financiering. Structurele kosten moeten wat ons betreft structureel gedekt worden. Daarnaast zijn de precario-inkomsten gelabeld als ‘inzetbaar voor duurzaamheid en grote infrastructurele projecten’. Als we hiermee instemmen schept dat wat ons betreft een onwenselijk precedent, namelijk dat meer plannen op een onzuivere manier (tijdelijk) gedekt worden vanuit een dergelijke reserve die daarvoor niet is bedoeld. We willen daarom verzoeken om met een andere dekking te komen of uitvoering van het plan uit te stellen tot 2022, zodat het op een ordentelijke manier meegenomen kan worden in de begroting. 1) Is het college hiertoe bereid? 2) Wat zijn de consequenties van evt. uitstel? Evt. uitstel hoeft wat ons betreft inhoudelijke behandeling van het voorstel niet in de weg te staan. En uitvoering kan waar mogelijk al starten, aangezien aangegeven wordt dat een deel ‘binnen de bestaande beheercyclus’ uitgevoerd kan worden. Antwoord: Natuurbrandpreventiemaatregelen worden al zoveel als mogelijk meegenomen in het reguliere beheer en onderhoud van onze eigen natuurgebieden.

Het bedrag dat we nu van de gemeenteraad vragen beschikbaar te stellen, is nodig voor de maatregelen die het reguliere beheer overstijgen. Het een jaar uitstellen van deze maatregelen is op zichzelf niet desastreus, maar daar kan een ‘verkeerd’ signaal van uitgaan naar bijv. de andere natuureigenaren en de inwoners en recreatiebedrijven. Wij onderzoeken daarom of de kosten van de dit jaar te nemen maatregelen geheel of gedeeltelijk uit de lopende begroting kunnen worden gedekt. Wij zullen voordat de raadsbehandeling plaatsvindt, daar uitsluitsel over geven. Vraag: Inhoudelijk hebben we veel waardering voor de uitgebreide opzet van het plan, daarover hebben we ook een aantal vragen, deels zullen we die stellen tijdens de commissievergadering en deels willen we die vooraf aan de orde stellen. Namelijk: Op welke wijze zijn de lokale brandweerposten betrokken bij de totstandkoming van dit plan? Antwoord: De lokale brandweer is niet rechtstreeks bij de opstelling van het plan betrokken. Wij hebben de aanname gedaan dat zij via de VNOG op de hoogte gehouden zou worden. Ondertussen hebben we begrepen dat dit niet is gebeurd. Omdat wij hechten aan het informeren van onze posten, zullen wij ze informeren en tevens aangeven dat ze de presentatie en de behandeling van het plan in de commissie aanstaande donderdag live via de website van de gemeente Nunspeet kunnen volgen.

De brandweerdeskundigheid is ingebracht in de persoon van een natuurbrandpreventiespecialist van de VNOG die de kennis bezit van de lokale situatie in Nunspeet. Ook is de Adviseur Risicobeheersing VNOG bij het merendeel van de inventarisatieronden betrokken geweest. De deskundigheid betreffende de natuurgebieden in onze gemeente en het beheer en onderhoud daarvan is ingebracht vanuit de eigen ambtelijke organisatie.

-2-

Vraag: Op welke wijze zijn de lokale brandweerposten betrokken bij de beoordeling van het bestaande routebestand van brandweerroutes? Antwoord: Ook hierbij is de preventiespecialist van de VNOG betrokken. Alle brandweerposten worden voorzien van de actuele kaarten met routebestanden die ontwikkeld zijn vanuit dit preventieplan. Deze worden opgenomen in hun navigatiesysteem op de brandweerwagens. We hebben bij de VNOG ook extra aandacht gevraagd voor het belang van trainen van het natuurbrandrisico. Vraag: Op welke wijze is dé natuurbrandspecialist (Klaas Noorland) van de VNOG betrokken bij de diverse onderdelen van het plan? Antwoord: Er zijn meer natuurbrandspecialisten in dienst van de VNOG. In overleg met de heer Noorland is een andere specialist betrokken bij de inventarisatiewerkzaamheden. Met de heer Noorland is wel nauw contact geweest gedurende het proces. De heer Noorland heeft twee conceptversies van het plan beoordeeld en van commentaar voorzien. Vraag: Bij de opsomming van de diverse risicogebieden missen wij de kleinere natuurgebieden. Afgelopen jaren hebben we diverse branden gezien in dergelijke kleinere gebieden, zoals het gebied bij de Hooiweg in Elspeet.

Waarom zijn deze gebieden buiten beschouwing gelaten? Antwoord: Deze gebieden zijn niet buiten beschouwing gelaten, maar worden meegenomen in de algemene maatregelen in het natuurgebied, bijvoorbeeld naaldbosomvorming naar loofhout en goede ontsluiting. Verder zijn gebied dekkend de risicolocaties in beeld gebracht. Vraag: Welke externe bureaus zijn betrokken bij de totstandkoming van dit plan en wat zijn de kosten die hiervoor berekend zijn? Antwoord: Alleen bureau Borgman Beheer Advies is bij de totstandkoming van dit plan betrokken. De kosten van de inzet van dit bureau bedroegen conform offerte € 16.195 (excl. BTW). Vraag: In hoeverre zijn de gehanteerde modellen -waar risico’s op gebaseerd zijn- getoetst aan de praktijk van recente natuurbranden (zoals in Brabant)? Antwoord: Een groot deel van de planvorming heeft vóór deze grote branden plaatsgevonden. Echter heeft de VNOG in zijn commentaar op de conceptversies van het plan recente inzichten verwerkt. Te denken valt o.a. aan de breedte van compartimentsgrenzen en indeling van subcompartimenten in de heidegebieden.

-3-

Dhr. E. Leusink (ChistenUnie) Vraag: Welke onderzoeken lopen de naar subsidie voor kosten natuurbrandpreventie. Antwoord: Er is een subsidieregeling (Regels Ruimte voor Gelderland) in de maak voor de omvorming van naaldbos naar loofbos. Dit voor het creëren van brand remmende singels langs de compartimenteringsgrenzen. De verwachting is dat deze subsidieregeling in september 2021 van kracht wordt. Wij hebben hierover contact met de provincie. Daarnaast zijn de Veiligheidsregio’s in gesprek met de provincie over eventuele provinciale subsidies in het kader van het programma “gebiedsgerichte aanpak”. Vraag: De noodzaak van goede natuurbrandpreventie is een opgave die de gehele Veluwe raakt en met een groter belang dan alleen het lokale. Wordt er samengewerkt met andere partners in de zoektocht/lobby voor financiële steun. Zo ja, met wie wordt er samengewerkt. Zo nee, is het college alsnog bereid om dit op het niveau van de Veluwe te agenderen. Antwoord: De Veluwe-brede agendering en aanpak van de natuurbrandpreventie verloopt via het spoor van de ‘gebiedsgerichte aanpak’. Nunspeet loopt qua tempo vooruit op dit spoor, maar inhoudelijk daarmee in de pas. Het onderwerp is nu ook opgenomen als aandachtspunt binnen vitale vakantieparken, zodat ook daar op de Veluwe samenwerking plaatsvindt. De VNOG is in zijn gebiedsgerichte aanpak in gesprek met de provincie voor financiële steun.

Dhr. M.A. Konings (Gemeentebelang) Vraag: Aangezien natuurbrandpreventie pas echt doeltreffend is als alle stakeholders die betrokken zijn bij het beheer van de natuur hun werk doen willen wij graag hoe het college borgt dat alle betrokken partijen een vergelijkbaar plan hebben, hiervoor ook een planning voor de uitvoering bij hebben en voldoende financiële middelen. Antwoord: Het zou inderdaad goed zijn als ook de andere natuureigenaren in de gemeente en Veluwebreed de natuurbrandpreventie op een vergelijkbare systematische wijze aanpakken. Middelen om dat bij de andere eigenaren in de gemeente af te dwingen hebben we niet. Maar we gaan de andere eigenaren - voor zover nodig - zeker stimuleren en proberen over te halen dit te doen. Binnenkort gaan we met het oog hierop het natuurbrandpreventieplan presenteren tijdens een bijeenkomst met de andere natuureigenaren. Terrein Beherende Organisaties zoals Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer zijn op dit moment ook bezig met het uitvoering geven aan maatregelen, gericht op natuurbrandpreventie. Vraag: Op welke wijze borgt het college dat na de uitvoering van dit plan ook het onderhoud in de toekomst voorzien wordt. Antwoord: De uitvoering van dit plan is een meerjarig traject. Gedurende dit traject zal het plan regelmatig worden geactualiseerd met elke keer weer een blik vooruit naar de daaropvolgende jaren.

Monitoring en evaluatie zijn een belangrijk onderdeel van het plan. Tegelijkertijd zal natuurbrandpreventie steeds meer een vast onderdeel worden van het reguliere beheer van onze natuurterreinen. Voor de komende twee jaren worden er beheermaatregelplannen opgesteld voor het heide- en bosgebied. De uitkomst van het natuurbrandpreventieplan wordt opgenomen in deze plannen.

-4-

Vraag: Afgesproken is dat de precarioreserve aangewend wordt voor duurzaamheid. Hoewel het hier gaat om duurzaam onderhoud van de bossen vinden wij dit toch minder passen in de intenties die er met deze reserve waren. Is het college bereid te bekijken of er voor het eerste jaar een alternatieve dekking te vinden is? Antwoord: Wij onderzoeken nog of de kosten van de dit jaar te nemen maatregelen geheel of gedeeltelijk uit de lopende begroting kunnen worden gedekt. Wij zullen voordat de raadsbehandeling plaatsvindt, daar uitsluitsel over geven. Dhr. J. Meijer (CDA) Vraag: Het natuurbrandpreventieplan is een indrukwekkend en zeer omvangrijk document. De realisatie van alle voorgestelde maatregelen gaat jaren duren. Hoe is die realisatie geborgd? Antwoord: De realisatie van de maatregelen staat of valt primair met de bereidheid van de gemeenteraad om de daarvoor benodigde financiële middelen beschikbaar te stellen. De uitvoering van dit plan is een meerjarig traject. Gedurende dit traject zal het plan regelmatig worden geactualiseerd met elke keer weer een blik vooruit naar de daaropvolgende jaren. Monitoring en evaluatie zijn een belangrijk onderdeel van het plan. Tegelijkertijd zal natuurbrandpreventie steeds meer een vast onderdeel worden van het reguliere beheer van onze natuurterreinen.

Voor de komende twee jaren worden er beheermaatregelplannen opgesteld voor het heide- en bosgebied. De uitkomst van het natuurbrandpreventieplan wordt opgenomen in deze plannen. Vraag: Elk plan kent de zwakste schakel en in dit plan lijkt dat de medewerking van de particulieren boseigenaren te zijn. Kan de gemeente maatregelen in dit kader opleggen? Antwoord: We beschikken niet over middelen om de andere natuureigenaren in de gemeente te dwingen tot het nemen van maatregelen. Maar we gaan de andere eigenaren - voor zover nodig - zeker stimuleren en proberen over te halen dit te doen. Binnenkort gaan we met het oog hierop het natuurbrandpreventieplan presenteren tijdens een bijeenkomst met de andere natuureigenaren. Overigens is het niet zo dat de andere ‘grote’ natuureigenaren wat dit betreft ‘achterover leunen’. Terrein Beherende Organisaties (TBO’s) zijn allemaal op zich al bezig met het thema en organisaties als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer nemen op het gebied van natuurbrandpreventie ook in Nunspeet al de nodige maatregelen. Vraag: De te nemen maatregelen hebben ook een positief effect op de veiligheid van bijvoorbeeld recreatieondernemers. Wordt er van die ondernemers een bijdrage in de kosten gevraagd? Antwoord: De maatregelen die we nemen op de gemeentelijke natuureigendommen zijn voor rekening van de gemeente.

Indirect hebben deze maatregelen inderdaad een positief effect op ook de veiligheid op de recreatieterreinen. Wij kunnen de eigenaren van de recreatieterreinen die baat hebben bij deze generieke maatregelen daarvoor niet een rekening presenteren. Maar wij gaan de eigenaren van recreatieterreinen wel (nog meer) stimuleren op hun eigen terreinen ook de nodige brandpreventiemaatregelen te nemen.

-5-

Met deze eigenaren gaan we in samenwerking met de VNOG binnenkort hierover een bijeenkomst houden. In het kader van ‘Vitale Vakantieparken’ heeft (natuur)brandpreventie overigens ook nadrukkelijk de aandacht. Ook wordt dit jaar gestart met werkbezoeken samen met de VNOG aan de recreatieterreinen (deze zouden eigenlijk vorig jaar al zijn gestart, maar in verband met corona is dat uitgesteld en wordt dit opgepakt als het weer mogelijk is). In het kader van natuurbrandpreventie realiseren we binnenkort een drietal extra brandputten in ons bosgebied. Twee daarvan worden gerealiseerd op / nabij een recreatieterrein. Met de eigenaren van deze terreinen hebben we afgesproken dat ze een evenredig deel van de aanlegkosten van deze putten voor hun rekening nemen. Dhr. A.J. Timmerman (PvdA/Groen Links) Vraag: De gemeente Nunspeet stelt een natuurbrandpreventieplan op. Een natuurbrand houdt zich niet aan gemeentegrenzen. Stellen onze buurgemeenten ook een natuurbrandpreventieplan op of nemen ze preventieve maatregelen? Antwoord: Bij onze buurgemeenten heeft natuurbrandpreventie zeker ook de aandacht. Voor zover ons bekend beschikken ze niet over een natuurbrandpreventieplan zoals wij dat nu hebben. We zullen onze buren zeker informeren over ons plan. De Veluwe-brede aanpak van de natuurbrandpreventie zal ook via de gebiedsgericht aanpak van de VNOG z’n beslag moeten krijgen.

We beschouwen Nunspeet in dit verband een klein beetje als een ‘voorloper’. Met de kanttekening bij dit laatste dat de gemeente Nunspeet zelf een ‘grote’ boseigenaar is en daardoor als zodanig ook een bovengemiddelde belang en een bovengemiddelde verantwoordelijkheid heeft voor een adequate natuurbrandpreventie-aanpak. Vraag: Bijna 70% van alle natuurbranden vindt zijn oorsprong in onvoorzichtig menselijk handelen en pyromanie. Gemeld wordt dat het natuurbrandpreventieplan geen rekening houdt met de inrichting van tuinen, ruimtes rond gebouwen en recreatieparken. In een separaat traject naast de opmaak van dit plan wordt firewise uitgerold naar de diverse risicolocaties en gebruikers van het gebied. Dit wordt uitgevoerd door de VNOG en de brandweer. Wat is de planning voor het uitrollen van firewise? Antwoord: Onder de noemer ‘firewise’ zijn en worden vooral in de VS actieve programma's ontwikkeld en uitgevoerd om bewoners bewust te maken van natuurbrandrisico’s en hen op hun eigen terrein maatregelen te laten nemen ter beperking daarvan. In ons land is dit een nog tamelijk onbekend fenomeen. Bezien wordt in hoeverre firewise kan worden ingepast in de gebiedsgerichte aanpak die de komende jaren zijn beslag moet krijgen. Los daarvan proberen we in onze gemeente dit soort initiatieven van de grond te krijgen.

Wij zijn hierover bijvoorbeeld in gesprek met dorpsvereniging Vierhouten om Vierhouten firewise te maken. Daarnaast hebben we vorig jaar een informatieavond voor bewoners in Hulshorst gehouden. Juist gericht op inrichting van de tuinen. Vanwege corona zijn de andere drie avonden (van de andere kernen) vervallen, wel hebben alle inwoners in het bosgebied een uitgebreide informatieflyer gehad met tips en trucs over inrichting van de tuin. Voor het opzetten van een firewise aanpak in de kernen willen we bezien of daarvoor bij de provincie subsidiemogelijkheden zijn (in het kader van leefbaarheid).

-6-

5b. Uitvoeringsplan 2021 Integraal Veiligheids Plan (IVP) en politiejaarcijfers 2020. Dhr. E. Leusink (ChistenUnie) Vraag: Zoals bekend vraagt de ChristenUnie regelmatig aandacht voor Handle with Care. Het college is hierover ook positief. De vraag is hoe we Handle with Care via dit Uitvoeringsplan IVP ook echt handen en voeten kunnen geven. Antwoord: Dit is een goed moment om de wens kenbaar te maken en opnieuw in overweging te geven. Met als argument dat het voorheen een landelijke beleidslijn was en nu de ruimte geboden wordt per politieteam een afweging te maken. Implementatie van Handle with Care zal dus voor alle zes gemeenten binnen team Noord Veluwe uitgevoerd worden, of in geen van de zes. De vraag speelt in meerdere politieteams, de verwachting is dat hierover gesproken zal worden op de schaal van de politieregio Noord en Oost Gelderland. Dhr. M.A. Konings (Gemeentebelang) Vraag: Geven de gepresenteerde jaarcijfers de metingen van de politie weer of van de politie en de BOA’s samen? Antwoord: Het zijn de cijfers van de politie. Vraag: Kan het college een verklaring geven voor de forse afname van het aantal verwarde personen? Antwoord: Deels: we hadden te maken met 1 persoon die excessief veel tijd en aandacht vroeg. In deze casus is voorlopig een oplossing gevonden en daarmee zijn het aantal meldingen flink minder.

Maar er kunnen ook corona effecten bij zitten, die met de vertekening door dat ene geval niet goed te duiden zijn. Dhr. J. Meijer (CDA) Het uitvoeringsplan is ambitieus en veelomvattend. De praktijk zal leren hoeveel er echt ingevuld kan en moet gaan worden. Ook voor 2021 blijft het roeien met de riemen die de politie heeft. Het bekende credo meer blauw op straat is zeker juist, maar leidt niet tot een hogere veiligheid. Wat er wel aantoonbaar toe doet is de wijkpolitie: zichtbaar, herkenbaar en benaderbaar. Daar ligt de grote uitdaging! Vraag: In de plannen vinden wij weinig terug over de wijkpolitie. De reden daarvoor? Antwoord: Het is helemaal geen discussie of de wijkagenten belangrijk zijn, dat zijn ze; en daar is iedereen het wel over eens. De hamvraag is hoe we voorkomen dat veel uren weglekken naar incidenten en grootschalige inzetten, waardoor er te weinig uren in de wijk overblijven. Vraag: Het uitvoeringsprogramma is geschreven door een ter zake deskundige die de afkortingen kan dromen: Wvggz, Wiv, MMA, RIEC en Dor is helemaal duidelijk. Maar voor de geïnteresseerde lezer is dat niet! Vraag: Afkortingen wel eerst voluit met eventueel een toelichting graag.

-7-

Antwoord: Terechte opmerking, die ik nu niet voor u kan oplossen, maar waar we in een volgende versie rekening mee zullen houden. Dhr. A.J. Timmerman (PvdA/Groen Links) Vraag: Gemeld wordt dat er een behoorlijke stijging is van overlast door jeugd. Voornamelijk veroorzaakt door een overlast gevende jeugdgroep. Hier is/wordt behoorlijk op ingezet door politie en straathoekwerk. HIC en overlast jeugd zijn speerpunten in het Integraal veiligheidsbeleid (IVP 2016-2019). De fractie van PvdA/GroenLinks heeft de volgende vragen: Waaruit bestond de overlast die de jeugdgroep veroorzaakte? Antwoord: Intimiderend en schofferend gedrag richting passanten en omwonenden. Harde muziek, schreeuwen en een bedreigend gevoel voor jongere kinderen. Daarnaast mogelijk ook illegale zaken als alcoholgebruik door minderjarigen, drugsgebruik en drugsdealen. Vraag: Wat was/is de inzet door politie en straathoekwerk? Antwoord: Primair overlast voor de omgeving verminderen, maar ook begeleiden en opvoeden van de jongelui, voor zover mogelijk ook in samenspraak met de ouders. De politie handhaaft de wetgeving en probeert te voorkomen dat de jongeren in criminele kringen terecht komen. Vraag: Klopt de verwijzing naar IVP 2016-2019 of moet dit zijn IVP 2020-2023? Antwoord: Het moet IVP 2020-2023 zijn. 5c. Notitie Cameratoezicht gemeente Nunspeet Dhr. M.A.

Konings (Gemeentebelang) Vraag: Hoe wordt door het college geborgd dat de door de camera gesignaleerde zaken worden gezien en opgevolgd? Antwoord: Het gaat om mobiele camera’s die gericht ingezet worden. Op de momenten die relevant zijn worden ze door onze eigen BOA’s uitgekeken. Ook kan de historie vastgelegd worden. De BOA’s kunnen vervolgens besluiten zelf op te treden indien nodig en anders te escaleren naar politiebijstand. Vraag: Waar komt de capaciteit vandaan om het monitoren en opvolgen te verzorgen? Antwoord: Het uitkijken zal deels als vervanging voor fysieke aanwezigheid gelden. Daarbij kan 1 BOA gelijktijdig meerdere locaties in beeld houden. Zo nodig kan deze BOA aanwijzingen geven aan de collega’s in het veld.

-8-

Vraag: Welke rol speelt de politie bij het monitoren en opvolgen van zaken die gesignaleerd worden door camera’s die geplaatst zijn door ondernemers of privépersonen? Antwoord: De politie treedt vooral op bij excessen, na hulpaanvraag door BOA’s, of 112 meldingen. De camera’s hebben voor hen een wat minder directe waarde, al is het wel mogelijk de beelden direct door te schakelen naar een meldkamer. Voor de opsporing achteraf kunnen de relevante beelden opgeslagen en met de politie gedeeld worden. Dhr. J. Meijer (CDA) Vraag: In de inleiding staat bijzonder goed verwoord wat het nu en doel van cameratoezicht is. Waarom zijn die statements niet verder vertaald van’ dat willen wij’ in plaats het nu verder in het stuk aangeven waarom het zo moeilijk is. Antwoord: Wat we ambtelijk en bestuurlijk graag willen is wel helder. Nu gaat het erom dat u als gemeenteraad aangeeft of u het daar mee eens bent. Daarvoor moet u een afweging maken en daarbij over alle relevante informatie beschikken. Vraag: Bij het treffen van veiligheidsmaatregelen lopen de kosten altijd voor de baten, - zo die er zijn uit. Dat is een gegeven. Waarom geen concreet voorstel deze post structureel op te nemen in de begroting? Antwoord: In de volgorde van de dingen hebben we met elkaar afgesproken dat we eerst een plan maken en daar het geld bij zoeken.

Wanneer u nu groen licht geeft om door te gaan, kan in het begrotingsproces dit plan als nieuw beleid opgevoerd en afgewogen worden. Maar daarmee zijn we ook een jaar verder. Om toch eerder te starten zoeken we ook naar (eenmalige) dekking binnen de bestaande budgetten. Vraag: Niet duidelijk is op welke wijze er met het beeldmateriaal wordt opgegaan.  Waar worden de beelden bewaard?  Nu staat er dat de beelden kunnen worden uitgekeken. Dat houdt in een re-actief gebruik van de camera’s. Is het mogelijk dat er ook een actief gebruik in te schakelen is, zodat bijvoorbeeld in bepaalde omstandigheden de meldkamer direct mee kan kijken met de actuele beelden? Antwoord: In het kader van de privacy regels wordt een DPIA analyse gemaakt. Daarin wordt precies vastgelegd wie gegevens mag verzamelen, hoe lang en onder welke omstandigheden ze bewaard mogen worden en met wie deze gedeeld mogen worden. Technisch is het mogelijk de beelden real time uit te lezen, ook vanuit een meldkamer. Maar dat moet dan wel vooraf goed vastgelegd zijn in de DPIA.

-9-

Dhr. A.J. Timmerman (PvdA/Groen Links) Vraag: Door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), dat onder meer gemeenten adviseert, wordt over cameratoezicht gemeld: “Bijna als vanzelfsprekend wordt aangenomen dat het met de effectiviteit wel goed zit. Toch laten evaluaties zien dat de vraag of cameratoezicht werkt, niet met een simpel 'ja' of 'nee' kan worden beantwoord.” In het commissievoorstel staat: “Het cameratoezicht is een instrument dat bijdraagt aan het bevorderen van de veiligheid. Het speelt een belangrijke rol bij de overlast- en criminaliteitsbestrijding.” Waarop is deze stelligheid gebaseerd? Antwoord: De vraag of camera inzet effectief is, hangt sterk samen met de verwachtingen die er van zijn. Een camera plaatsen als oplossing voor alle toezichtsproblemen is niet realistisch. Het zal altijd een combinatie van camera en toezicht moeten zijn. Er gaat zeker een preventieve werking uit van camera’s, maar ze lossen niet alle problemen op. Met onze zeer beperkte BOA capaciteit zijn de camera’s een hulpmiddel waarmee ze hun werk effectiever kunnen uitvoeren. Dat, in combinatie met een preventieve werking, draagt uiteindelijk bij aan het veiligheidsniveau. Vraag: Ondernemers kunnen de gemeente verzoeken om cameratoezicht.

Op basis van welke criteria beslist de gemeente over een dergelijk verzoek? Antwoord: Daarvoor zijn op voorhand geen precieze criteria te geven. We zijn voortdurend in gesprek met onze middenstanders en daar waar zich problemen voordoen vormen de camera’s een onderdeel van de gereedschapskist die we kunnen inzetten. Vraag: De mogelijke locaties voor het cameratoezicht zijn o.a. Stationslaan, Edzard Koningpark, Dorpsstraat, Schoolweg, Elektraweg. Is er een veiligheidsanalyse uitgevoerd op basis waarvan deze mogelijke locaties worden genoemd? Antwoord: Nee, geen analyse op papier. De genoemde locaties zijn op basis van ervaringen in het verleden en het heden. De lijst is ook niet uitputtend, maar bedoeld om u een gevoel te geven waar de toepassing aan de orde kan zijn. 5f. Tijdelijke wet maatregelen COVID-19. Dhr. M.A. Konings (Gemeentebelang) Vraag: Wij zijn blij dat het college toch faciliteert dat er objectieve informatie verstrekt gaat worden ten aanzien van vaccineren middels onder andere een webinar en dat er meer aandacht gegeven gaat worden aan de wenselijkheid hiervan. Is het college bereid de informatie van de NPV die op dit gebied verzorgd wordt op de gemeentesite te verstrekken en/of een link te verzorgen naar deze site? Antwoord: Ja, zie de mededelingenbrief van vandaag van wethouder Teeninga.

- 10 -

Vraag: Wij hebben begrepen dat de landelijke overheid de NOW-regeling wil compenseren voor de door gemeente verstrekte subsidies. Dit klinkt voor ons als een sigaar uit eigen door voor bijvoorbeeld de culturele sector. Is het college bereid mee te denken met de betrokkenen om te kijken op welke wijze de verstrekte financiële steun maximaal bij de getroffenen terecht kan komen? Antwoord: De NOW regeling is bedoeld om werkgevers bij te staan die omzetverlies hebben in hun loonkosten. De subsidies die in het kader van corona verstrekt zijn door gemeenten die gericht zijn op ondersteuning of compensatie van weggevallen inkomsten worden gezien als omzet voor de NOW. We zijn in overleg met zowel het museum als met de Veluvine hoe we hiermee om moeten gaan en wat dit mogelijk betekent. Dhr. J. Meijer (CDA) De informatie m.b.t. de tijdelijke wet maatregelen COVID-19 geeft een goed beeld va datgene wat er op dit gebied in Nunspeet allemaal gebeurt. Het helpt ons zicht te houden op de maatregelen en kunnen van daaruit vragen van inwoners naar behoren beantwoorden dan wel voor de nodige antwoorden doorverwijzen naar de gemeentelijk instanties. Vraag: Het punt herdenken: wat is de stand van zaken qua omvang, uitvoering, tijdsplan? Antwoord: Herdenken doe je na afloop van een gebeurtenis.

Momenteel komen we in toenemende mate tot de ontdekking dat corona voorlopig nog niet voorbij zal zijn. We hopen allemaal dat we na deze eerste ronde van vaccinaties ons oude leven weer kunnen oppakken. Maar er zijn ook signalen die er op wijzen dat corona een meer griepachtig patroon zal hebben, waardoor we er nog veel langer mee te stellen zullen hebben. In welke mate en hoe dat uitwerkt in de regelgeving is nog volledig onbekend. Maar daarmee is het niet mogelijk een moment te vinden waarop we kunnen zeggen dat we corona achter ons gelaten hebben. Met de werkgroep zijn we aan het brainstormen hoe we hierop willen anticiperen. We richten ons voor de korte termijn op de inrichting van een herdenkingsplek en bezien hoe we daar omheen iets kunnen doen met herdenken. Vraag: Financiën algemeen: is er een beeld in hoeverre onze MKB-bedrijven incl. horeca nu echt in de problemen zijn gekomen waardoor sluiting van het desbetreffende bedrijf dreigt? Antwoord: Nee, dat wordt heel erg bepaald door de persoonlijke situatie van de ondernemer. Als gemeente zijn we met velen van hen in gesprek en proberen we bijstand te verlenen via de daartoe ingestelde regelingen. Maar iedere ondernemer moet zelf de keuze maken om te stoppen of toch door te gaan. Sommigen hebben die keuze al gemaakt, anderen wachten de situatie nog af.

Vraag: Ondersteuning cultuursector: Het bedrag van bijna 90 duizend euro is bedoeld voor die sector. Wat is de toegevoegde waarde van de opmerking dat een eventueel restbedrag elders kan worden besteed? Antwoord: Naar verwachting zal dit niet aan de orde zijn en zal het gehele bedrag nodig zijn in de cultuursector.

- 11 -

Vraag: Kunt u een overzicht geven wie nu wat binnen deze sector gaat (heeft) ontvangen? Antwoord: In de financiële overzichten die bij de coronabrief aan de raad horen kunt u zien wat er per regeling is uitgegeven, dus ook aan de cultuursector. Het gaat te ver om daarvan in een openbaar document een uitsplitsing op naam te geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9866537/1