AP 18. Bijlage Rapport cliëntervaringsonderzoek onder Minima - gemeente Nunspeet 2022
Tekst van het document
Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
Gerrie Eijkhout gerrie@reigerresearch.nl
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
GEMEENTE NUNSPEET
Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
Onderzoek naar: • • • • •
de bekendheid van de minimaregelingen de ervaringen met het aanvragen van de minimaregelingen welke minimaregelingen gebruikt worden wat de minimaregelingen opleveren voor de doelgroep de behoeften aan (andere) ondersteuningsvormen
Juni 2022
Pagina | 1
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
COLOFON
Samenstelling: Drs. G. Eijkhout M.m.v.: Dr. L. Vroomen (controller)
Vormgeving en druk: Reiger Research
Reiger Research Postbus 27 6560 AA Groesbeek Tel.: 06 29 55 37 22 E-mail: info@reigerresearch.nl Website: www.reigerresearch.nl
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op elke andere wijze, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Reiger Research. De vragenlijst die ten grondslag ligt aan dit onderzoek is en blijft intellectueel eigendom van Reiger Research en mag op geen enkele wijze gebruikt worden zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Reiger Research.
Dit rapport is met de grootst mogelijke zorg opgesteld. Reiger Research kan echter niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden, noch kunnen aan de resultaten, de conclusies of de aanbevelingen rechten worden ontleend.
Pagina | 2
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
Inhoudsopgave CONCLUSIES ................................................................................................................................................ 4 HOOFDSTUK 1.
OPZET ONDERZOEK........................................................................................................ 6
1.1
Aanleiding ........................................................................................................................................ 6
1.2
Doelstelling....................................................................................................................................... 6
1.3
Doelgroepen..................................................................................................................................... 6
1.4
Onderzoeksvragen ........................................................................................................................... 7
1.5
Onderzoeksmethode........................................................................................................................ 7
1.6
Uitvoering onderzoek....................................................................................................................... 7
1.7
Gegevensverwerking en analyse...................................................................................................... 7
HOOFDSTUK 2.
REIKWIJDTE RESULTATEN .............................................................................................. 8
HOOFDSTUK 3.
ANALYSE EN RESULTATEN ............................................................................................. 9
3.1
Achtergrondgegevens ...................................................................................................................... 9
3.2
Toegankelijkheid financiële ondersteuning ................................................................................... 11
3.3
Bekendheid en gebruik minimaregelingen .................................................................................... 12
3.4
Aanvragen minimaregeling ............................................................................................................ 16
3.5
Effectiviteit minimaregelingen ....................................................................................................... 18
3.6
Ondersteuning door maatschappelijke organisaties ..................................................................... 23
Pagina | 3
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
CONCLUSIES •
HOE BEKEND ZIJN DE MINIMAREGELINGEN ONDER DE DOELGROEP ?
Uit het onderzoek onder de doelgroep blijkt dat ruim twee derde van de respondenten voldoende op de hoogte is van waar zij terecht kunnen voor financiële ondersteuning. Een derde van de respondenten is echter onvoldoende op de hoogte van de mogelijkheden voor (financiële) ondersteuning. Het betreft hier vooral inwoners die in loondienst werken. De gemeente wordt het meest genoemd als organisatie waar men terecht kan voor ondersteuning. De bijstandsuitkering, de bijdrage voor sport en cultuur en de bijdrage gemeentelijke belastingen zijn de meest bekende minimaregelingen. Het jeugdfonds sport & cultuur, de individuele studietoeslag en de bijstand voor zelfstandigen zijn het minst bekend. •
VAN WELKE MINIMAREGELINGEN WORDT GEBRUIKGEMAAKT ?
Het meest wordt gebruikgemaakt van de bijdrage gemeentelijke belastingen. Ook van de bijdrage sport en cultuur en de energietoeslag wordt door veel respondenten gebruikgemaakt. Van de regelingen bijstand voor zelfstandigen, jeugdfonds Sport & Cultuur en de individuele studietoeslag wordt het minst gebruikgemaakt. De belangrijkste reden dat inwoners geen gebruikmaken van een regeling waar zij wel mee bekend zijn, is dat zij niet weten of zij voor die regeling in aanmerking komen. We zien dat dit met name het geval is bij inwoners tot en met 45 jaar en in meerdere mate ook bij inwoners die een andere inkomstenbron hebben dan een bijstandsuitkering. •
HOE ERVAART DE DOELGROEP DE AANVRAAG VAN EEN REGELING ?
Het algemene beeld is dat de respondenten het aanvragen van een minimaregeling als gemakkelijk hebben ervaren. Het aanvraagformulier wordt gemakkelijk gevonden op de website, het formulier is overzichtelijk en bevat vragen die goed te begrijpen zijn. Desondanks zegt 43% van de respondenten dat zij wel hulp nodig hadden bij het invullen van het aanvraagformulier. Jongere respondenten (< 45 jaar) hebben meer moeite met het aanvraagformulier dan oudere respondenten. Het gaat dan vooral over de vindbaarheid van het formulier op de website, de overzichtelijkheid van het formulier en de duidelijkheid van de vragen. Ongeveer een derde van de respondenten ervaart mentaal weinig tot geen problemen om een beroep te moeten doen op minimaregelingen. Bijna een kwart van de respondenten vindt het een beetje lastig om een beroep te moeten doen op de minimaregelingen en 44% vindt dat mentaal wel moeilijk.
Pagina | 4
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
•
WAT LEVEREN DE MINIMAREGELINGEN VOOR DE DOELGROEP OP ?
Het geld dat de respondenten krijgen via de diverse regelingen, wordt het meest uitgegeven aan het betalen van rekeningen. Andere bestedingsdoelen zijn eten en drinken, een mobiel telefoonabonnement en/of een tv- en internetabonnement. Bijna 90% van de respondenten geeft aan dat zij voldoende tot volledig zijn geholpen door de minimaregelingen waarvan zij gebruikmaken. Respondenten in de leeftijd van 36 tot en met 55 jaar geven significant vaker aan dat zij onvoldoende zijn geholpen door de minimaregelingen (24%) dan respondenten in andere leeftijdscategorieën (5%). De effectiviteit van de minimaregelingen is verhoudingsgewijs het grootst met betrekking tot het mee laten doen van kinderen aan schoolactiviteiten en het financieel rond kunnen komen. Ongeveer driekwart van de respondenten zegt dat de minimaregelingen hen hierin voldoende helpen. Goede middenmoters voor wat betreft de effectiviteit van de regelingen zijn: het ontmoeten van andere mensen, het mee laten doen van kinderen aan sportactiviteiten of culturele activiteiten en het kunnen laten leren of studeren van kinderen. •
ZIJN ER BLINDE VLEKKEN IN HET ONDERSTEUNINGSAANBOD VAN DE GEMEENTE NUNSPEET EN MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES ?
Een duidelijk beeld komt niet naar voren als het gaat over blinde vlekken in het ondersteuningsaanbod door de gemeente. Een paar zaken die genoemd worden zijn: goedkopere woningen, hulp bij het zoeken naar werk of een opleiding, ondersteuning/faciliteiten voor kinderen of meer financiële ondersteuning. Voor wat betreft de maatschappelijke organisaties zien we evenmin een duidelijk beeld, maar meerdere respondenten zeggen wel dat zij behoefte hebben aan ondersteuning bij klussen in en om het huis.
Pagina | 5
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
HOOFDSTUK 1.
OPZET ONDERZOEK
In dit hoofdstuk bespreken we de aanleiding en de opzet van het cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de statistische betrouwbaarheid van de onderzoeksresultaten en de representativiteit van de onderzoeksresultaten. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd.
1.1
Aanleiding
De gemeente Nunspeet verleent ondersteuning aan inwoners met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Hiervoor kent de gemeente Nunspeet diverse inkomensregelingen. De gemeente Nunspeet wil graag meer inzicht krijgen in de bekendheid, het gebruik en de doelmatigheid van deze regelingen. Tevens wil de gemeente Nunspeet graag weten of inwoners met een laag inkomen op bepaalde gebieden ondersteuning missen, zowel bij de gemeente Nunspeet als bij maatschappelijke organisaties.
1.2
Doelstelling
De doelstelling van het cliëntervaringsonderzoek is inzicht krijgen in de ervaringen van inwoners met een minimuminkomen met: • • • •
De bekendheid van de minimaregelingen De toegankelijkheid van de minimaregelingen Het gebruik van de minimaregelingen De effectiviteit van minimaregelingen
Daarnaast moet het onderzoek inzicht bieden in ondersteuningsbehoeften van inwoners met een minimuminkomen waar nu nog niet of onvoldoende in wordt voorzien door de gemeente Nunspeet en maatschappelijke organisaties. Zodat de gemeente Nunspeet: • •
1.3
Kan leren van de cliëntervaringen teneinde het eigen beleid en de uitvoering te verbeteren Verantwoording kan afleggen aan de gemeenteraad.
Doelgroepen
De doelgroep van het cliëntervaringsonderzoek bestaat uit inwoners die gebruikmaken van één of meerdere minimaregelingen. De totale populatie bestond ten tijde van het uitvoeren van het onderzoek uit 442 personen.
Pagina | 6
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
1.4 • • • • •
1.5
Onderzoeksvragen Hoe bekend zijn de minimaregelingen onder de doelgroep? Van welke minimaregelingen wordt gebruikgemaakt? Hoe ervaart de doelgroep de aanvraag van een regeling? Wat leveren de minimaregelingen voor de doelgroep op? Zijn er blinde vlekken in het ondersteuningsaanbod van de gemeente Nunspeet en maatschappelijke organisaties?
Onderzoeksmethode
Het onderzoek is uitgevoerd door middel van een enquête. Deze kwantitatieve methode is uitstekend geschikt om tendensen in de antwoorden van de respondenten te ontdekken en te analyseren. Dit onderzoek geldt als een nulmeting.
1.6
Uitvoering onderzoek
De onderzoeksdoelgroep heeft in mei 2022 per post een schriftelijke vragenlijst ontvangen. De respondenten konden de ingevulde vragenlijst door middel van een antwoordenvelop gratis terugsturen naar het onderzoeksbureau. Na tien dagen ontvingen de respondenten een herinnering om deel te nemen aan het cliëntervaringsonderzoek. Degenen die uitgenodigd waren voor het onderzoek konden de vragenlijst ook digitaal invullen of konden contact opnemen met het onderzoeksbureau Reiger Research om door middel van telefonisch contact samen de vragenlijst in te vullen. Deze mogelijkheden waren toegevoegd om de drempel om mee te doen zo laag mogelijk te houden.
1.7
Gegevensverwerking en analyse
De kwantitatieve gegevens van dit onderzoek zijn geanalyseerd met behulp van het statistische programma IBM SPSS Statistics versie 27.0. Andere gebruikte programma’s zijn Microsoft Word 2016 en Excel 2016. Het rapport beschrijft voor alle onderwerpen de uitkomsten en de achtergronden. De gegevens worden hierbij vaak in grafieken en tabellen weergegeven. De gegevens zijn, waar mogelijk en relevant, verder uitgesplitst naar specifieke kenmerken van de onderzoeksdoelgroep. Bij het vaststellen van de uitkomsten zijn de vragen die niet beantwoord zijn ook niet meegerekend. Dit betekent dat de resultaten niet altijd betrekking hebben op de totale groep onderzoeksdeelnemers. Per onderwerp is aangegeven hoeveel respondenten de vraag hebben beantwoord (de N-waarde).
Pagina | 7
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
HOOFDSTUK 2.
REIKWIJDTE RESULTATEN
In de onderstaande tabel is de respons per doelgroep weergegeven.
Cliëntervaringsonderzoek onder minima
Aantal benaderde cliënten
Aantal bruikbare reacties
Respons (%)
442
143
32,4%
Tabel 1. Respons onderzoek 442 inwoners van de gemeente Nunspeet die gebruikmaken van één of meerdere minimaregelingen, zijn voor het onderzoek benaderd. 143 personen binnen deze groep inwoners hebben de vragenlijst ingevuld en teruggestuurd. De respons komt daardoor op 32,4%. De betrouwbaarheid is de mate waarin een meting vrij is van willekeurige meetfouten. Het betrouwbaarheidsniveau van dit onderzoek is 85,2% en dat ligt onder de ondergrens van 95%. De foutmarge bedraagt 6,75%. Dat wil zeggen dat als de totale doelgroep had meegedaan aan het onderzoek, de resultaten van de totale groep met een kans van 85,2% binnen een marge van 6,75% boven of onder de resultaten uit dit onderzoek kunnen liggen. De resultaten van dit onderzoek geven in statistische zin niet een volledig betrouwbaar beeld, maar wel een goede indicatie over de ervaringen van de totale onderzoeksgroep met betrekking tot de minimaregelingen.
Pagina | 8
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
HOOFDSTUK 3.
ANALYSE EN RESULTATEN
In dit hoofdstuk bespreken we de resultaten van het kwantitatieve onderzoek. In paragraaf 3.1 bespreken we eerst wat achtergrondgegevens van de onderzoeksdeelnemers. In paragraaf 3.2 wordt ingegaan op de toegankelijkheid van financiële ondersteuning. Paragraaf 3.3 gaat over de bekendheid en het gebruik van minimaregelingen. De ervaringen van de respondenten met het aanvragen van minimaregelingen worden paragraaf 3.4 besproken. In paragraaf 3.5 komt de doeltreffendheid van de minimaregelingen aan bod. En tot slot wordt in paragraaf 3.6 kort ingegaan op de ondersteuning door maatschappelijke organisaties.
3.1
Achtergrondgegevens
In deze paragraaf bespreken we een aantal achtergrondgegevens van de respondenten. Van de respondenten is (N = 141) is 68% een vrouw, 31% een man en 1% geeft aan non-binair te zijn. Qua leeftijd is de verdeling als volgt:
Leeftijdscategorie
Tussen 18 en 25 jaar Tussen 26 en 35 jaar Tussen 36 en 45 jaar Tussen 46 en 55 jaar Tussen 56 en 65 jaar Ouder dan 65 jaar Totaal
Aantal (N) Percentage 2 1,4% 17 11,9% 17 11,9% 27 18,9% 50 35,0% 30 21,0% 143 100,0%
Tabel 2. Leeftijdsverdeling Kijken we naar de samenstelling van de huishoudens, dan valt op dat de meeste respondenten alleenstaand zijn. In de volgende tabel is weergegeven hoe de huishoudens zijn samengesteld. Samenstelling huishouden
Aantal (N) Percentage Ik ben alleenstaand 92 64,3% Ik ben alleenstaand met kinderen, waarvan ten minste één 12 8,4% kind minderjarig is Ik ben getrouwd/woon samen zonder kinderen 16 11,2% Ik ben getrouwd/woon samen met kinderen, waarvan ten 15 10,5% minste één kind minderjarig is Ik woon met iemand anders, bijvoorbeeld met ouders, 2 1,4% broer of zus of een bekende Anders 6 4,2% Totaal 143 100,0%
Tabel 3. Samenstelling huishoudens Pagina | 9
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
Verreweg de meeste respondenten wonen in de kern Nunspeet. De verdeling over de dorpen is weergegeven in de volgende tabel. Kern/dorp
Aantal (N) Percentage 125 89,9% 7 5,0% 3 2,2% 4 2,9% 139 100,0%
Nunspeet Elspeet Vierhouten Hulshorst Totaal
Tabel 4. Verdeling paer kern/dorp Relatief de meeste respondenten hebben een bijstandsuitkering. In de onderstaande figuur zijn de belangrijkste inkomstenbronnen opgesomd, waarbij vermeld moet worden dat de respondenten meerdere antwoorden konden aankruisen. Bijstandsuitkering
54,9%
Loon uit arbeid
20,4%
AOW / pensioen
19,7%
WAO, WIA of Wajong
13,4%
Loon uit eigen onderneming
1,4%
WW
1,4%
Inkomen uit vermogen, beleggingen of winstuitkeringen
0,0%
Anders Zeg ik liever niet
6,3% 0,7%
0,0%
10,0%
20,0%
30,0%
40,0%
50,0%
60,0%
Figuur 1. Verdeling inkomstenbronnen (als % van N = 142)
Pagina | 10
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
3.2
Toegankelijkheid financiële ondersteuning
Om als gemeente inwoners met een laag inkomen te kunnen ondersteunen als dat nodig is, is het van belang dat inwoners ook weten waar zij terecht kunnen voor financiële ondersteuning. Uit het onderzoek onder de doelgroep blijkt dat ruim twee derde van de respondenten voldoende op de hoogte is van waar zij terecht kunnen voor hulp als zij niet genoeg geld hebben om hun rekeningen of boodschappen te betalen of om maatschappelijk te kunnen participeren. Weet u waar u terecht kunt voor hulp als u niet genoeg geld hebt om rekeningen of boodschappen te betalen of om ergens aan mee te doen? Aantal (N) Percentage Mate van bekendheid met Ja, helemaal 23 16,3 financiële ondersteuning Voldoende 73 51,8 Onvoldoende 28 19,9 Helemaal niet 17 12,1 Totaal 141 100,0 Figuur 2. Bekendheid financiële ondersteuning Een nadere analyse laat een paar opvallende resultaten zien: •
•
Hoewel er geen significant verband is tussen leeftijd en de mate van bekendheid met financiële ondersteuning, zien wel een paar verschillen. Respondenten in de leeftijd tussen 56 en 65 jaar zijn het beste op de hoogte van waar ze terecht kunnen voor ondersteuning; 80%. Respondenten in de leeftijd tussen 46 en 55 jaar zijn daarentegen het minst goed op de hoogte; 52%. Respondenten wier inkomen bestaan uit loon uit inkomen zijn duidelijk minder goed op de hoogte van financiële ondersteuningsvormen (46%) dan respondenten met een bijstandsuitkering (65%) of AOW/pensioen (75%).
Aan de respondenten is gevraagd waar zij naartoe zouden gaan als zij hulp nodig hebben. Hieruit blijkt dat de gemeente als meeste genoemd wordt als plek om naartoe te gaan voor financiële ondersteuning. Verder worden genoemd: familie, vrienden/kennissen en maatschappelijk werk. Gemeente
48%
Familie
9%
Maatschappelijk werk
6%
Vrienden of kennissen
5%
Welzijnsorganisaties
5% 0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
35%
40%
45%
50%
Figuur 3. Plek om naartoe te gaan voor financiële hulp (Top 5)
Pagina | 11
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
3.3
Bekendheid en gebruik minimaregelingen
Aan de respondenten is gevraagd welke minimaregelingen zij kennen en welke regelingen zij niet kennen. Daarnaast is gevraagd van welke regelingen zij gebruikmaken. Uit de onderstaande figuur blijkt dat de bijstandsuitkering, de bijdrage voor sport en cultuur en de bijdrage gemeentelijke belastingen het meest bekend zijn onder de respondenten. Het jeugdfonds sport & cultuur, de individuele studietoeslag en de bijstand voor zelfstandigen zijn het minst bekend. Hierbij dient wel vermeld te worden dat alleen specifieke groepen inwoners voor deze regelingen in aanmerking komen.
70%
Bijstandsuitkering
24%
6%
Bijdrage voor sport en cultuur
78%
12% 10%
Bijdrage gemeentelijke belastingen
83%
6% 11%
Energietoeslag
77%
4% 20%
54%
Collectieve zorgverzekering (gemeentepolis)
25%
34%
Bijzondere bijstand
11%
Hulp bij schulden
31%
35%
42% 33%
Individuele inkomenstoeslag
47%
13%
54%
Jeugdfonds Sport & Cultuur
8%
Individuele studietoeslag
5%
27%
69%
Bijstand voor zelfstandigen
9%
17%
75%
0%
Ja, en ik maak gebruik van de regeling Niet, ik ken deze regeling niet
33%
20%
21%
59%
40%
60%
80%
100%
Ja, maar ik maak nog geen gebruik van de regeling
Figuur 4. Bekendheid regelingen
Pagina | 12
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
Kijken we naar het gebruik van minimaregelingen, dan zien we in de onderstaande figuur dat het meest gebruik wordt gemaakt van de bijdrage gemeentelijke belastingen. Ook van de bijdrage sport en cultuur en de energietoeslag wordt door veel respondenten gebruikgemaakt.
Bijdrage gemeentelijke belastingen
83%
6% 11%
Bijdrage voor sport en cultuur
78%
12% 10%
Energietoeslag
77%
4% 20%
70%
24%
Bijstandsuitkering
54%
Collectieve zorgverzekering (gemeentepolis) Bijzondere bijstand
34%
Individuele inkomenstoeslag
33%
Hulp bij schulden
11%
Bijstand voor zelfstandigen
9%
Jeugdfonds Sport & Cultuur
8%
Individuele studietoeslag
5% 0%
Ja, en ik maak gebruik van de regeling
25%
35%
13%
54%
42%
33% 27%
21%
31%
17%
6%
47% 75% 59% 69%
10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Ja, maar ik maak nog geen gebruik van de regeling
Niet, ik ken deze regeling niet
Figuur 5. Gebruik minimaregelingen
Pagina | 13
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
Aan de 89 respondenten die wel bekend zijn met één of meerdere minimaregelingen, maar daar nog geen gebruik van maken, is gevraagd waarom zij nog geen gebruikmaken van die regelingen. Bijna de helft van de respondenten zegt dat zij niet weten of zij voor die regelingen in aanmerking komen. Een kwart van de respondenten zegt geen behoefte te hebben aan ondersteuning door middel van die regeling. 11% van de respondenten vindt de aanvraag te ingewikkeld. 20% heeft ‘anders’ aangekruist. Zij zeggen vooral dat de regeling niet van toepassing is op hun situatie. Ik weet niet of ik voor de regeling in aanmerking kom
46%
Ik heb daar geen behoefte aan
27%
Het aanvragen van de regeling vind ik te ingewikkeld
11%
Ik weet niet hoe ik de regeling moet aanvragen
9%
Ik schaam mij om hulp te vragen
8%
De aanvraag kost me te veel moeite voor wat ik ervoor terugkrijg
1%
Ik wil mijn (financiële) gegevens niet delen
1%
Mijn inkomen is te hoog
0%
Anders
20% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50%
Figuur 6. Redenen waarom respondenten geen gebruikmaken van een minimaregeling Een nadere analyse laat het volgende beeld zien: •
Vooral respondenten in de leeftijd tot en met 45 jaar geven aan dat zij niet weten of zij voor de regeling in aanmerking komen, namelijk 60%. Van de respondenten die ouder zijn dan 45 jaar zegt 39% niet te weten of ze voor die regeling in aanmerking komt.
•
Respondenten die een bijstandsuitkering ontvangen lijken relatief wat beter op de hoogte te zijn van de vraag of zij in aanmerking komen voor een regeling dan respondenten die een andere inkomstenbron hebben. Van de respondenten met een bijstandsuitkering zegt 43% niet te weten of zij voor een minimaregeling in aanmerkingen komen. Van de respondenten met een AOW of een pensioen zegt 58% dat. Van de respondenten met een loon of respondenten die uitkering ontvangen via de WAO, WIA of Wajong geeft 53% aan niet te weten of zij voor een regeling in aanmerking komen.
Pagina | 14
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
•
Per regeling zijn de uitkomsten als volgt1: → Collectieve zorgverzekering (gemeentepolis): 59% weet niet of zij in aanmerking komt voor de regeling → Bijstandsuitkering: 50% → Bijzondere bijstand: 50% → Bijstand voor zelfstandigen: 38% → Hulp bij schulden: 34% → Bijdrage voor sport en cultuur: 33% → Jeugdfonds Sport & Cultuur: 32%. → Individuele studietoeslag: 26%.
•
Van de respondenten in de leeftijd tot en met 45 jaar geeft 20% aan het aanvragen van de regeling te ingewikkeld te vinden, terwijl dit bij de groep respondenten ouder dan 45 jaar 7% is.
•
Oudere respondenten (> 55 jaar) zeggen zich wat vaker te schamen om hulp de vragen (12%) dan jongere respondenten (4%).
•
Per regeling zijn de uitkomsten met betrekking tot de vraag over het niet weten hoe de regeling aangevraagd moet worden, als volgt2: → Jeugdfonds Sport & Cultuur: 11% → Individuele studietoeslag: 9% → Bijzondere bijstand: 9% → Bijdrage voor sport en cultuur: 7% weet niet hoe de regeling aangevraagd moet worden → Bijstand voor zelfstandigen: 6% → Hulp bij schulden: 5% → Bijstandsuitkering: 4% → Collectieve zorgverzekering (gemeentepolis): 3%.
1
Alleen als ten minste 15 respondenten gereageerd hebben.
2
Alleen als ten minste 15 respondenten gereageerd hebben.
Pagina | 15
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
3.4
Aanvragen minimaregeling
In deze paragraaf gaan we in de op de vraag hoe de respondenten de aanvraag van de minimaregeling hebben ervaren. Als een inwoner gebruik wil maken van één of meerdere minimaregelingen, kan zij daarvoor een aanvraag indienen bij de gemeente. Het aanvraagformulier kan online ingevuld worden. Het algemene beeld is dat de respondenten het aanvragen van een minimaregeling als gemakkelijk hebben ervaren. Het aanvraagformulier wordt gemakkelijk gevonden op de website, het formulier is overzichtelijk en bevat vragen die goed te begrijpen zijn. Desondanks zegt 43% van de respondenten dat zij wel hulp nodig hadden bij het invullen van het aanvraagformulier.
Ik kon het aanvraagformulier makkelijk vinden op de website van de gemeente Nunspeet (N = 83)
34%
Het formulier was overzichtelijk (N = 97)
38%
55%
6% 1%
De vragen waren duidelijk. Ik wist wat ik moest invullen (N = 100)
41%
49%
8% 2%
Ik begreep waarom ik privacygevoelige antwoorden moest geven (N = 97)
43%
49%
6% 2%
51%
8% 7%
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Ja, volledig
Voldoende
Onvoldoende
Helemaal niet
Figuur 7. Ervaringen met aanvraagformulier Een nadere analyse laat het volgende beeld zien3:
3
•
Van de respondenten in de leeftijdscategorie 36 tot en met 55 jaar had 57% hulp nodig bij het invullen van het aanvraagformulier. Respondenten in de leeftijd van 56 tot en met 65 jaar hadden verhoudingsgewijs het minst vaak hulp nodig bij het invullen van het aanvraagformulier; 31%. Bij de respondenten in de andere leeftijdscategorieën ligt dat percentage rond het gemiddelde van 43%.
•
Van de respondenten die een bijstandsuitkering hebben aangevraagd, kon 21% het aanvraagformulier niet goed vinden op de website. Voor 15% van deze groep waren de vragen onvoldoende duidelijk. 11% begreep ook onvoldoende waarom zij privacygevoelige informatie moesten geven. Zij scoren hiermee bovengemiddeld.
•
Van de respondenten in de leeftijd tot en met 45 jaar had 32% moeite om het aanvraagformulier op de website van de gemeente te vinden. Van de respondenten die ouder zijn dan 45 jaar had 7% hier moeite mee.
Alleen als ten minste 15 respondenten gereageerd hebben.
Pagina | 16
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
•
Van de respondenten in de leeftijd tot en met 45 jaar vond 21% het aanvraagformulier niet voldoende overzichtelijk. Van de respondenten die ouder zijn dan 45 jaar had 1% hier moeite mee.
•
Van de respondenten in de leeftijd tot en met 45 jaar vond 19% de vragen op het aanvraagformulier onvoldoende duidelijk. Van de respondenten die ouder zijn dan 45 jaar had 6% moeite met die vragen.
•
Van de respondenten in de leeftijd tot en met 45 jaar begreep 16% niet waarom zij privacygevoelige informatie moesten geven. Van de respondenten die ouder zijn dan 45 jaar had 5% hier moeite mee.
Om inzicht te krijgen in de vraag of inwoners een drempel ervaren om een beroep te moeten doen op één of meerdere regelingen, is aan hen gevraagd om via een cijfer uit te drukken of en in hoeverre zij het moeilijk vonden om een beroep te moeten doen op een regeling. Hieruit blijkt dat het voor ongeveer een derde van de respondenten weinig tot geen problemen oplevert om een beroep te doen op die regelingen. Bijna een kwart van de respondenten vindt het een beetje lastig om een beroep te doen op de minimaregelingen en 44% vindt het wel moeilijk. De gemiddelde score is 5,5. Qua gender en leeftijd zien we geen grote verschillen in de gemiddelden.
Een beroep moeten doen op één of meerdere regelingen was voor mij... ?
23% 11% 23%
0%
Heel erg makkelijk
Makkelijk
20%
40%
Een beetje lastig
60%
30%
14%
80%
100%
Moeilijk
Heel erg moeilijk
Figuur 8. Gevoel van inwoners bij het beroep moeten doen op minimaregelingen Gemiddeld moeten inwoners twee tot vier weken wachten op de beslissing van de gemeente over of zij in aanmerking komen voor een minimaregeling. 43% geeft aan binnen twee weken een beslissing te hebben ontvangen en 18% zegt langer dan vier weken te hebben moeten wachten.
Hoe snel kreeg u van de gemeente te horen dat u in aanmerking kwam voor de regeling?
11%
32%
0%
Binnen 1 week
Binnen 1 tot 2 weken
Binnen 2 tot 4 weken
39%
50%
12% 6%
100%
Binnen 4 tot 6 weken
Na 6 weken
Figuur 9. Wachttijd tot beslissing gemeente Pagina | 17
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
3.5
Effectiviteit minimaregelingen
In deze paragraaf wordt ingegaan op de vraag of de inwoners die gebruikmaken van minimaregelingen hier ook mee geholpen zijn. Allereerst is aan de respondenten gevraagd waaraan zij het geld besteden dat zij krijgen via de diverse regelingen. Uit de onderstaande figuur blijkt dat het geld dat de respondenten krijgen via de diverse regelingen het meest wordt uitgegeven aan het betalen van rekeningen. Andere bestedingsdoelen zijn eten en drinken, een mobiel telefoonabonnement en/of een tv- en internetabonnement. Aan het betalen van rekeningen
64%
Aan eten en drinken
48%
Aan een mobiele telefoonabonnement
41%
Aan tv- en internetabonnement
41%
Aan huishoudelijke apparaten
36%
Aan kleding en schoenen
36%
Aan meubels of andere spullen in huis
18%
Aan andere abonnementen
13%
Aan contributie van de vereniging
12%
Aan brandstof voor de auto
11%
Aan het afbetalen van schulden
10%
Aan uitgaan
4%
Aan eten bij een restaurant of snackbar
4%
Anders
10% 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
Figuur 10. Bestedingsdoelen gelden minimaregelingen Een nadere analyse levert een paar opvallende resultaten op: •
Er is een duidelijk verband tussen leeftijd en het besteden van het geld aan eten en drinken; naarmate de leeftijd hoger is, des te minder respondenten het geld uit de regelingen besteden aan eten en drinken. Met andere woorden: jongere respondenten besteden duidelijk vaker geld uit de minimaregelingen aan eten en drinken dan de oudere respondenten.
•
Respondenten tot en met 65 jaar geven duidelijk vaker het geld uit aan kleding en schoenen (gemiddeld 44%) dan de 65-plussers (7%). Een vergelijkbaar resultaat zien we bij de besteding van het geld aan huishoudelijke apparaten. Pagina | 18
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
•
Mannen gebruiken het geld vaker voor het afbetalen van schulden (19%) dan vrouwen (6%).
•
Respondenten met thuiswonende kinderen besteden het geld van de minimaregelingen wat vaker aan eten en drinken (70%) dan de respondenten zonder thuiswonende kinderen of die geen kinderen hebben (43%).
Bijna 90% van de respondenten geeft aan dat zij voldoende tot volledig zijn geholpen door de minimaregelingen waarvan zij gebruikmaken.
Hoe goed bent u geholpen door de regelingen waar u gebruik van maakt? (N = 132)
24% 0%
Volledig
Voldoende
20%
9% 2%
65% 40%
Onvoldoende
60%
80%
100%
Helemaal niet
Figuur 11. Effectiviteit minimaregelingen Een nadere analyse laat zien dat: •
Respondenten in de leeftijd van 36 tot en met 55 jaar significant vaker aangeven dat zij onvoldoende zijn geholpen door de minimaregelingen (24%) dan respondenten in andere leeftijdscategorieën (5%). In het verlengde hiervan blijkt dat alleenstaanden met ten minste één thuiswonend minderjarig kind iets vaker dan gemiddeld aangeven niet voldoende te zijn geholpen door de minimaregelingen; 17%.
•
Per regeling zijn de percentages respondenten die zeggen voldoende geholpen te zijn door de regelingen als volgt: → → → → → → → → → → →
4
Bijdrage gemeentelijke belastingen: 91% Energietoeslag: 91% Bijstand voor zelfstandigen: 89%4 Collectieve zorgverzekering (gemeentepolis): 89% Bijdrage voor sport en cultuur: 88% Bijstandsuitkering: 87% Bijzondere bijstand: 84% Individuele inkomenstoeslag: 84% Hulp bij schulden: 75%4 Individuele studietoeslag: 50%4 Jeugdfonds Sport & Cultuur: 63%4.
Aantal respondenten minder dan 15.
Pagina | 19
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
Om de effectiviteit van de minimaregeling goed in kaart te brengen, hebben we de respondenten ook gevraagd om voor een aantal specifieke terreinen aan te geven wat de invloed is van het gebruik van de regelingen, voor zover van toepassing op de situatie van de respondent. Uit dit deel van het onderzoek komt naar voren dat de effectiviteit verhoudingsgewijs het grootst is met betrekking tot het mee laten doen van kinderen aan schoolactiviteiten en het financieel rond kunnen komen. Ongeveer driekwart van de respondenten zegt dat de minimaregelingen hen hierin voldoende helpen. Goede middenmoters voor wat betreft de effectiviteit van de regelingen zijn: het ontmoeten van andere mensen, het mee laten doen van kinderen aan sportactiviteiten of culturele activiteiten en het kunnen laten leren of studeren van kinderen. De effectiviteit is het laagst als het gaat over het meedoen aan het verenigingsleven, het volgen van een cursus of opleiding of het bezoeken van sportwedstrijden.
Bent u door de regelingen in staat om:
Uw kinderen mee te laten doen aan schoolactiviteiten? (N = 26)
23%
54%
Financieel rond te komen? (N = 112)
21%
55%
Andere mensen te ontmoeten? (N = 76)
16%
Uw kinderen mee te laten doen aan sport of culturele activiteiten? (N = 26)
17%
Mee te doen aan het verenigingsleven? (N = 48)
10%
Een opleiding of cursus te volgen? (N = 43)
30%
35%
39%
Mee te doen aan sport of culturele activiteiten? (N = 72)
22% 2%
47%
27%
Uw kinderen te laten leren of studeren? (N = 23)
8% 15%
22% 33%
9% 19%
23%
15%
22%
17%
26%
29%
24%
27% 26%
Naar sportwedstrijden te gaan? (N = 38)
3%13%
32%
Anders (N = 5)
20%
20% 0%
7%
33% 47%
53%
60%
0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%
Ja, helemaal
Voldoende
Onvoldoende
Helemaal niet
Figuur 12. Effectiviteit regelingen op specifieke gebieden Pagina | 20
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
In de volgende analyse gaan we in op de vraag welke minimaregelingen op welke gebieden direct of indirect het meest effectief zijn. We gaan daarbij telkens uit van de top-3 hoogst scorende gebieden, waarbij de percentages een optelsom zijn van de antwoordmogelijkheden ‘ja, helemaal’ en ‘voldoende’. Minimaregeling
Gebied
Effectiviteit
Bijdrage gemeentelijke belastingen
1. Meedoen kinderen aan schoolactiviteiten
83%
2. Financieel rondkomen
76%
3. Meedoen kinderen aan sport en cultuur
72%
1. Meedoen kinderen aan schoolactiviteiten
79%
2. Financieel rondkomen
74%
3. Meedoen kinderen aan sport en cultuur
70%
1. Financieel rondkomen
72%
2. Meedoen kinderen aan schoolactiviteiten
67%
3. Meedoen kinderen aan sport en cultuur
61%
1. Financieel rondkomen
77%
2. Andere mensen ontmoeten
67%
3. Zelf meedoen aan sport en cultuur
54%
1. Andere mensen ontmoeten
73%
2. Financieel rondkomen
69%
3. Zelf meedoen aan sport en cultuur
60%
1. Meedoen kinderen aan schoolactiviteiten
89%
2. Financieel rondkomen
75%
3. Kinderen kunnen laten leren of studeren
65%
1. Financieel rondkomen
77%
2. Andere mensen ontmoeten
69%
3. Zelf meedoen aan sport en cultuur
50%
Bijdrage sport en cultuur
Bijstandsuitkering
Bijzondere bijstand
Collectieve zorgverzekering
Energietoeslag
Individuele inkomenstoeslag
Tabel 5. Effecten minimaregelingen op diverse gebieden5 De bovenstaande tabel laat zien dat de diverse minimaregelingen het meeste directe of indirecte effect hebben op het financieel rondkomen van de respondenten en dat de regelingen hen in staat stellen om hun kinderen mee te laten doen aan activiteiten op school of op sport- of cultuurgebied.
5
Zowel qua onderwerp als qua gebied moet gelden dat minimaal 15 respondenten een antwoord hebben gegeven.
Pagina | 21
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
Aan de respondenten is gevraagd of zij nog bij bepaalde andere zaken geholpen willen worden. Hieruit ontstaat niet een eenduidig beeld. We hebben de antwoorden op een rij gezet. 1. Actief helpen bij het zoeken naar werk. Dit laat te wensen over. 2. Bijstand. 3. De gemeente meer aangeeft waar je recht op hebt. 4. Driewielerfiets. Huishoudelijk hulp. 5. Een jaarkaart om te zwemmen. 6. Een baan. Andere woning. 7. Een gemeentelijke voedsel- en kledingbank. 8. Energietoeslag. 9. Geld voor verhuizing. 10. Hulp bij opleiding, en werk. 11. Huurtoeslag wordt in mindering gebracht vanwege Wajong zoon. 12. Ik red het niet met de energietoeslag. 13. Jobcoaching eventueel of iets degelijks. 14. Kleinere woning. 15. Meer activiteiten voor kinderen. 16. Meer mogelijkheden om om te scholen. 17. Meer speeltuinen voor kinderen. 18. Mijn inkomen verhogen zodat ik meer dingen kan doen (ook i.v.m. de torenhoge inflatie). 19. Niet alles digitaal (n.m. geen verstand van) 20. Ondersteuning schoolgeld / schoolreisjes en e.d. 21. Opstarten vrijwilligerswerk. 22. Papieren, algemeen invullen. 23. Reisgeld naar [plaatsnaam] ziekenhuis. 24. Vervanging scootmobiel. 25. Voor een woning in [plaatsnaam] 26. Woning. (nood).
Pagina | 22
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
3.6
Ondersteuning door maatschappelijke organisaties
In de gemeente Nunspeet zijn verschillende organisaties die mensen helpen met een laag inkomen. Aan de respondenten is gevraagd of zij wel eens hulp hebben gekregen van één of meerdere van deze organisaties. Iets meer dan de helft van de respondenten heeft geantwoord dat zij wel eens ondersteuning hebben ontvangen van één of meerdere organisaties binnen de gemeente Nunspeet. Daar staat tegenover dat 46% tot nu toe nog geen hulp van deze organisaties heeft ontvangen dan wel gevraagd. Een nadere analyse laat zien dat vooral oudere respondenten (65+) minder gebruikmaken van deze maatschappelijke organisaties, namelijk 23%. Bij de respondenten tussen 18 en 35 ligt dat percentage op 47%. De respondenten in de leeftijd van 36 tot en met 65 maken het meeste gebruik van de diensten van deze organisaties, namelijk 66%. Daarnaast maken vrouwelijke respondenten iets vaker gebruik van deze maatschappelijke organisaties (57%) dan mannelijke respondenten (47%). In de onderstaande figuur staat weergegeven van welke organisaties gebruik wordt of is gemaakt. Voedselhulp Nunspeet
20%
Het Venster
13%
Kringloopcentrum de Cirkel
12%
Stimenz
11%
Stichting Welzijn Nunspeet
8%
De kerk
8%
Woord en Daad Snuffelhal Nunspeet
5%
Humanitas
4%
Anders
7%
Nee, nog niet
46% 0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
35%
40%
45%
50%
Figuur 13. Gebruik organisaties Aan de respondenten is ook gevraagd of zij bepaalde ondersteuning vanuit de maatschappelijke organisaties zouden willen ontvangen. Een onderwerp komt hier enigszins naar boven drijven, namelijk ondersteuning bij klussen in en om het huis. Op de volgende bladzijde staan de antwoorden op een rij.
Pagina | 23
Gemeente Nunspeet | Cliëntervaringsonderzoek onder inwoners met een laag inkomen
De antwoorden van de respondenten over ondersteuning van maatschappelijke organisaties op een rij: 1. Als ik ooit ga verhuizen. 2. Belasting papieren invullen. 3. Bij onderhoud tuin. Bij b. v. verhuizen, als iemand alleen is en het zelf niet meer kan. 4. Bijdrage schoolactiviteiten 2 kids. 5. Eenzaamheid aan pakken. 6. Klussen in en om het huis. 7. Met inrichting van ons huis of meer inkomen. 8. Onderhoud huis en tuin. 9. Verbetering van mijn huis. Het huis is slecht geïsoleerd en kost veel energie. Het huis is te koud. 10. Vergoeding gebit. 11. Voedselhulp maar ik werk op dit moment geen auto om het te halen. 12. Zij kunnen helpen om een baan of stageplaats te vinden.
Pagina | 24