CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 15. raadsvoorstel financieringsplan nieuwbouw VV Nunspeet

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Financieringsplan nieuwbouw VV Nunspeet.6.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel 3969 Agendapunt: Nummer: Datum college: Raadsvergadering: Commissie Datum commissie: Portefeuillehouder: Onderwerp:

15. 631 21 mei 2024 27 juni 2024 Maatschappij en Middelen 5 juni 2024 M. van de Bunte Financieringsplan nieuwbouw Nunspeet

VV

Voorstel 1. Kennis te nemen van de financiële businesscase Maatschappelijk Financieren voor met name de realisatie van de wenselijke voorzieningen; 2. Niet de financiële businesscase Maatschappelijk Financieren in te zetten voor de realisatie van de wenselijke voorzieningen, enerzijds omwille van precedentwerking ten opzichte van andere (maatschappelijke) partijen en anderzijds vanwege een maximale looptijd van 25 jaar. Hierbij wordt scenario 3 als realistisch, betaalbaar en haalbaar ervaren (beslispunt 7). 3. Maximaal een subsidie van € 637.500 te verstrekken voor de nieuwbouw van de noodzakelijke voorzieningen, als onderdeel van de gedeelde verantwoordelijkheid, kadernota sportaccommodaties 2018 en proeftuin de Wiltsangh, en deze te dekken uit de algemene reserve; 4. De € 800.000 binnen de projectbegroting de Wiltsangh en de hieraan gekoppelde gereserveerde kapitaallasten voor nieuwbouw VV Nunspeet vrij te laten vallen; 5. Maximaal een lening van € 637.500 te verstrekken voor de nieuwbouw van de noodzakelijke voorzieningen, met een rentepercentage van afgerond 2,90% en een looptijd van 30 jaar, en hiervoor een leningsovereenkomst aan te gaan; 6. De hiermee samenhangende financiële consequenties (beslispunt 3, 4 en 5) als begrotingswijziging te verwerken; 7.

Een garantstelling te verlenen met als richtlijn € 500.000 (scenario 3) conform de borgstellingscriteria van de ‘beleidsregel borgstelling sportverenigingen’, maar met een afwijking van het maximumbedrag (verdubbeling) en een looptijd van 40 jaar. Hierbij staat SWS contragarant voor € 250.000; 8. Een resultaatverplichting aan VV Nunspeet op te leggen om in totaal € 200.000 aan obligaties binnen te halen, en een inspanningsverplichting van nog eens € 100.000 tot een totaal van € 300.000; 9. Het college van B&W te mandateren om de garantstelling te verlenen.

-2-

Geachte raad, Inleiding Met VV Nunspeet wordt al geruime tijd gesproken over de nieuwbouwplannen t.a.v. de huidige opstallen. Het nieuwbouwplan omvat zowel de noodzakelijke voorzieningen (waaronder kleedkamers, berging en scheidsrechterruimten), als de wenselijke voorzieningen (kantine, tribune en businessruimte). Het ontwerp van het nieuwbouwplan is in bijlage 1 toegevoegd. Sinds het begin van de gesprekken over de nieuwbouw is het zogenaamde bouwheerschap onderwerp van gesprek. Dit houdt feitelijk in wie de initiator dan wel opdrachtgever is van de nieuwbouw. De gemeente heeft vanaf het begin aangegeven niet het bouwheerschap te zullen vervullen, daar VV Nunspeet deze rol wel aan de gemeente toe dichte. Dit is ook meermaals medegedeeld aan de vereniging. Sportverenigingen t.a.v. de buitensport blijven primair verantwoordelijk voor hun accommodaties (opstallen), voor zowel de bouw als het onderhoud. In deze situatie betekent voor de nieuwbouw van de opstallen dat VV Nunspeet als opdrachtgever optreedt en de gemeente als mogelijke kredietverstrekker. Voordat de gesprekken in 2023 weer aanvingen met VV Nunspeet is er ook gesproken over de huidige waarde van de opstallen en een mogelijke schadevergoeding van de gemeente aan VV Nunspeet. VV Nunspeet meent hier recht op te hebben op basis van de geldende huurovereenkomst.

Om de juistheid van de bewering door VV Nunspeet te toetsen — dat wil zeggen: dat de gemeente op basis van de huidige overeenkomst gedwongen is een schadevergoeding te betalen —heeft de gemeente een externe toetsing laten uitvoeren. Dit was geen inhoudelijke exercitie waarbij wordt gekeken naar de waarde van de opstallen, maar een juridisch advies op basis van de huurovereenkomst tussen VV Nunspeet en gemeente Nunspeet uit 2011. De kernvraag luidde als volgt: Is de Gemeente gehouden tot het betalen van een (schade)vergoeding aan VV Nunspeet voor de door haar gerealiseerde opstallen bij beëindiging van de tussen partijen overeengekomen huurovereenkomst? De eindconclusie van de externe toetsing laat weten dat de (schade)vergoeding die de gemeente aan VV Nunspeet dient te voldoen op nihil gesteld kan worden. Begin 2023 is gekozen voor een nieuwe 6-wekelijkse bestuurlijke overlegstructuur tussen de gemeente en VV Nunspeet. Omdat de nieuwbouwplannen tot dusver qua financiering niet sluitend was, is VV Nunspeet aan de slag gegaan met de methode ‘Maatschappelijk Financieren’ om de wenselijke voorzieningen mogelijk te kunnen realiseren. Maatschappelijk Financieren is een beproefde methode (en gelijknamige organisatie) die veel verenigingen en gemeenten hebben geholpen bij het aantrekken van vreemd kapitaal om sportaccommodaties te realiseren.

Dit maakt de afhankelijkheid van middelen van de gemeente minder groot. Maatschappelijk Financieren is in opdracht van VV Nunspeet bezig gegaan met het ontwikkelen van een financiële businesscase. Dit is een cijfermatige exercitie om de financiële haalbaarheid van met name de wenselijke voorzieningen In januari 2024 heeft het college van B&W een eerste besluit genomen over de mogelijke nieuwbouw van VV Nunspeet, met daarin de volgende elementen: - Bouwheerschap van de nieuwe opstallen de verantwoordelijkheid is van VV Nunspeet. - De gemeente geen schadevergoeding schuldig is voor de sloop van de huidige opstallen. - De gemeente alleen medeverantwoordelijk is voor de realisaEe van de noodzakelijke voorzieningen (o.a. kleedkamers), en daar ook een (financiële) bijdrage in kan leveren.

-3-

-

-

De verantwoordelijkheid voor het realiseren van wenselijke voorzieningen (o.a. kanEne) bij VV Nunspeet ligt. Het college ontvankelijk is voor het indexeren van de huidige bijdrage voor de noodzakelijke voorzieningen, onder voorbehoud van goedkeuring van de gemeenteraad. En met dien verstande dat het bedrag van € 800.000 voor noodzakelijke voorzieningen beschikbaar blijG tot het moment van vaststelling van een nieuwe kadernota sport De voorkeur wordt uitgesproken voor een gefaseerd scenario om eerst te komen tot de nieuwbouw van de noodzakelijke voorzieningen.

Een aantal van bovengenoemde onderwerpen waren zoals aangegeven de afgelopen jaren een struikelblok in de gesprekken met VV Nunspeet. In een aantal onderwerpen heeft VV Nunspeet een stap naar voren gedaan, waaronder t.a.v. het bouwheerschap en de schadevergoeding (discussie die ‘geparkeerd’ staat in het licht van de nieuwe gesprekscyclus). Financiële businesscase Maatschappelijk Financieren Daar de gemeente in de basis genomen conform de kadernota sportaccommodaties 2018 alleen mede verantwoordelijkheid draagt voor de noodzakelijke voorzieningen, is VV Nunspeet volledig verantwoordelijk voor de mogelijke realisatie van de wenselijke voorzieningen. Omdat VV Nunspeet niet zomaar met eigen middelen of mensen de wenselijke voorzieningen kan realiseren is ingezet op Maatschappelijk Financieren om te bezien of dit dekking kan bieden aan kosten van de gewenste realisatie van de opstallen. Binnen de financiële businesscase Maatschappelijk Financieren van VV Nunspeet (bijlage 4) is het uitgangspunt opgenomen dat de bijdrage van de gemeente zich limiteert tot de bijdrage die in het project de Wiltsangh is opgenomen. Dit in 2019 geïndexeerde bedrag is € 841.000, waarvan €41.000 reeds in 2019 aan VV Nunspeet beschikbaar is gesteld als zijnde ontwikkel- en voorbereidingskosten voor de gewenste opstallen.

Dit bedrag is gelieerd aan proeftuin de Wiltsangh, opgenomen in de kadernota sportaccommodaties, waarbij 50% van de overgebleven €800.000 als een subsidie gezien kan worden, en de overige 50% omgeslagen dient te worden naar huur. Dat is een afwijking maar ook een kans t.a.v. huidig beleid waarbij de vereniging zelf verantwoordelijk is/blijft voor de bouw en realisatie van nieuwe opstallen, maar waarbij de gemeente zich gedeeld verantwoordelijk voelt voor de realisatie van de noodzakelijke voorzieningen, zoals kleedkamers, bergingen en scheidsrechterruimten. Voor de nieuwbouw van de opstallen heeft VV Nunspeet een actualisatie laten uitvoeren. De nieuwbouwplannen bedragen in totaliteit € 3.959.000 (bijlage 2), waarbij rekening is gehouden met een bedrag van € 128.000 voor zelfwerkzaamheid. Dit betreft een bedrag van €3.294.000 voor de investering aan het vastgoed, en een btw bedrag van €665.000. In de raming wordt een onderscheidt gemaakt tussen noodzakelijke voorzieningen en wenselijke voorzieningen. De kosten voor noodzakelijke voorzieningen worden geraamd op € 1.703.000 excl. btw. Binnen het maatschappelijk financieringsplan heeft VV Nunspeet een financieringsoverzicht laten opstellen met de volgende bedragen. Omschrijving Bedrag Inbreng eigen middelen VV Nunspeet € 250.000 Sponsoring €0 Subsidie gemeente € 637.500 Lening gemeente € 637.500

-4-

Obligatieplan Bosa rijkssubsidie Maatschappelijke lening

€ 100.000 € 766.000 € 1.440.000 Totale financiering € 3.831.000 De bedragen die hier genoemd staat zijn een raming, met dien verstande dat over deze bedragen nog niet beschikt wordt, of een partij dit bedrag heeft toegezegd. De subsidie dan wel de lening van de gemeente is gebaseerd op een te bespreken indexatie zoals hieronder genoemd staat in de paragrafen ‘financieringsplan noodzakelijke en wenselijke voorzieningen’. In het geval van een maatschappelijke lening vraagt VV Nunspeet aan de gemeente om garant te staan. In de bestuurlijke overleggen hebben we aangegeven dat zelfwerkzaamheid en eigen inbreng, al dan niet via sponsoring, verhoogd moeten worden. Dit heeft ook invloed op de uiteindelijke lening die afgesloten moet worden met daarbij een lagere jaarlast. Op basis hiervan zijn de eigen middelen naar boven bijgesteld en is er een bedrag geraamd voor een obligatieplan (wat ook sponsors kunnen zijn). Er worden diverse aannames gedaan in de financiële businesscase, die afwijken van het huidige beleid en de mogelijkheden van de gemeente: 1. Een lening van de gemeente. In de basis genomen verstrekt de gemeente niet zonder meer leningen aan derden. 2. De hoogte van de garantstelling, gelieerd aan de maatschappelijke lening.

De gemeente hanteert momenteel volgens de ‘beleidsregel borgstelling sportverenigingen’ een maximale borgstelling (vanaf nu garantstelling genoemd) van € 250.000, waarbij Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) contragarant staat voor ook € 250.000. Dit is significant lager dan de mogelijk gevraagde garantstelling van € 1.440.000. 3. Een subsidie van € 637.500, als onderdeel van een totale bijdrage vanuit de gemeente van € 1.275.000. Binnen de projectbegroting van de Wiltsangh is tot dusver een bedrag begroot van € 800.000 voor de nieuwbouw van VV Nunspeet. 4. Bij de duur van de garantstelling wordt uitgegaan van 40 jaar i.p.v. een gebruikelijke hypothecaire duur van 30 jaar, of 25 jaar zoals opgenomen als maximale looptijd in bovengenoemde beleidsregel. Financieringsplan noodzakelijke voorzieningen Als gemeente hebben we het standpunt ingenomen gedeelde verantwoordelijkheid te nemen voor de noodzakelijke voorzieningen, zoals gezegd de kleedkamers, de berging en de scheidsrechterruimten. Dit is conform de huidige kadernota sportaccommodaties en proeftuin de Wiltsangh. De genoemde € 800.000 zullen dan ook ten behoeve moeten komen van deze voorzieningen. Om uiteindelijk te bepalen of de gemeente openstaat voor indexering van dit bedrag hebben wij een onafhankelijke raming laten opstellen voor de kosten en realisatie van in dit geval 12 kleedkamers (bijlage 3).

In 2021 had VV Nunspeet op basis van de behoeftebepaling van de KNVB 10 kleedkamers nodig. In eerdere planvorming en gesprekken zijn 10 kleedkamers en het Teamlockersconcept genomen als uitgangspunt. Het teamlockersconcept houdt in dat spelers van een team zich omkleden in een kleedkamer, om vervolgens hun kleding en andere spullen op te bergen in hun sporttas. Deze plaatsen zij vervolgens in een afsluitbare kast, ofwel de teamlocker. De kleedkamer blijft leeg achter, vrij voor weer een volgend team, dat op dezelfde manier de tassen met kleding opbergt. Het teamlockersconcept is voorlopig losgelaten omdat dit in de praktijk geen wenselijke of noodzakelijke ontwikkeling is (ook door ervaringen in

-5-

de praktijk met sleutelbeheer, planning, etc.). Daarbij kan dit in de toekomst, in het geval van extra ruimtebehoefte, alsnog een voorziening zijn die toegevoegd wordt aan de accommodatie. Door een forse ledentoename is op basis van een normbepaling in augustus 2023 de behoefte toegenomen tot 12 kleedkamers. VV Nunspeet geeft aan dat de stijging doorzet en dat er momenteel behoefte is aan 14 kleedkamers. Dit laat de onafhankelijke raming ook zien: bij 10 teams extra (t.a.v. peilmoment augustus 2023 met een totaal van 70 teams) is er een behoeftenormering van 14 kleedkamers. De onafhankelijke raming laat zien dat de realisatie van 12 kleedkamers, een berging en scheidsrechtersruimten een bruto vloeroppervlakte (BVO) vraagt van 708 m2. In dat geval is het een sober en doelmatig gebouw die qua specificaties en uitgangspunten voldoet aan de kwaliteitsnormen van de KNVB. De bouwkosten voor de realisatie hiervan bedragen € 1.275.000 excl. btw. Dit wijkt af van het ontwerp en de uitgangspunten die VV Nunspeet hanteert qua normen en oppervlakten. VV Nunspeet gaat uit van een BVO van 1.028 m2 met een raming van € 1.703.000 excl. btw en 14 kleedkamers.

Het bedrag van € 1.275.000 is uiteindelijk als uitgangspunt genomen in het financieringsoverzicht van VV Nunspeet, waarbij op regelmatige basis is aangegeven dat dit voorlopig een fictief bedrag is, daar alleen tot dusver beschikt kan worden over het bedrag opgenomen binnen de projectbegroting van de Wiltsangh. Op basis van proeftuin de Wiltsangh is aangegeven dat de helft van het beschikbaar gestelde krediet vanuit de gemeente als subsidie kan dienen, en de andere helft omgeslagen moet worden naar huur. In dit geval hebben we het over bedragen van € 1.275.000 / 2 = € 637.500. Daarbij heeft VV Nunspeet gevraagd of het mogelijk beschikbaar gestelde krediet dat uiteindelijk omgeslagen gaat worden naar huur ook in de vorm van een lening verstrekt kan worden. Dit kan een positieve uitwerking hebben op de jaarlast en de meerjarenprognose. Lening Als de gemeente een bijdrage wil leveren aan de noodzakelijke voorzieningen is de eerder genoemde proeftuin de Wiltsangh en de ‘gedeelde verantwoordelijkheid’ het uitgangspunt, waarbij de 50% regeling van toepassing is. Daar de ene helft als subsidie verstrekt kan worden (€ 637.500), kan de andere helft als lening verstrekt worden, maar ook als huur. Omdat de gemeente maatschappelijk vastgoed in de basis genomen niet in eigen beheer wil hebben ligt het voor de hand om de optie van lening te bekijken.

In het geval van verhuur zal de gemeente een (grotere) rol hebben in de bouw, het beheer en onderhoud, en een rol hebben in het oprichten van bijvoorbeeld een Vereniging van Eigenaren (VVE). Dit laatste is een realistisch uitgangspunt aangezien er sprake is van een integraal bouwkundig ontwerp van de noodzakelijke en wenselijke voorzieningen. Het is geenszins een beleidsmatig uitgangspunt dat wij een (grotere) rol willen spelen in de exploitatie van noodzakelijke voorzieningen (los van onderhoud aan bijvoorbeeld de velden). Dit geldt voor al deze noodzakelijke sportgerelateerde voorzieningen binnen onze gemeente zoals kleedkamers. Vanwege het uitgangspunt dat de genoemde noodzakelijke voorzieningen (met een zakelijk recht) eigendom moeten zijn van sportverenigingen, en vanwege de vorengenoemde onwenselijke situatie met een grotere rol van de gemeente in de bouw en exploitatie, wordt een leningsconstructie aanbevolen met onderpand. Als we naar de haalbaarheid van een lening kijken, schrijft ons financieringsstatuut / treasurystatuut) het volgende voor (artikel 3, leningen aan personen, rechtspersonen): De gemeente verstrekt uitsluitend leningen ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. De

-6-

Wet FIDO (financiering decentrale overheden) geeft aan het begrip publieke taak een beperkte invulling. Het is de gemeenteraad die in belangrijke mate het kader van de publieke taak bepaalt. De gemeentebegroting en de begrotingswijzigingen bepalen daarbij het budgettaire kader voor de uitoefening van de publieke taak. Dit is ook de context voor leningen en garanties aan instellingen die bijdragen aan de publieke taak. Het verstrekken van leningen is volgens de Financiële verordening een bevoegdheid van het college, voor zover die leningen inhoudelijk en budgettair binnen de gemeentelijke begroting vallen. Wordt aan die laatste voorwaarde niet voldaan, dan is een besluit van de gemeenteraad nodig. Het college is volgens de Financiële verordening bij het verstrekken van leningen verplicht voor zekerheden te zorgen. Dit betekent dat leningen in principe uitsluitend in de vorm van een hypotheek worden verstrekt. In uitzonderlijke gevallen waarin een hypotheek niet mogelijk is en het toch wenselijk is om een lening te verstrekken, moet de raad hier een besluit over nemen. Het financieren van (of het verlenen van garanties ten behoeve van) de breedtesport is geen wettelijke publieke taak, maar kan doorgaans wel toebehoren tot een algemene publieke taak van een gemeente omdat wordt bijgedragen aan de gemeentelijke beleidsdoelstellingen.

Het is aan uw raad om te bepalen hoe deze publieke taak gedefinieerd wordt. De gemeente heeft op het gebied van leningen meerdere regelingen lopen. Bijvoorbeeld de stimuleringslening duurzaamheid voor bedrijven, tot een bedrag van € 75.000. Twee sportverenigingen maken hier reeds gebruik van. Dit geeft aan dat het verstrekken van leningen tot de mogelijkheden behoort, als daar voldoende steekhoudende en beleidsmatige overwegingen voor zijn. De lening in de businesscase gaat uit van een rentepercentage van 2,00% en een looptijd van 30 jaar (overeenkomstig de gebruikelijke looptijd van hypothecaire leningen). Daar de gemeente voor de laatst aangetrokken lening vanuit de BNG een rentepercentage van 2,90% hanteert is het een mogelijkheid om dit percentage aan te houden in de businesscase van de nieuwbouw voor VV Nunspeet. In het geval van ‘eigen maatschappelijk vastgoed’ wordt er gerekend met een omslagrente (systematiek van totaalfinanciering). Dit vastgoed staat of komt op de balans van de gemeente. In het geval van VV Nunspeet komt de nieuwbouw op de balans van de voetbalvereniging.

De gemeente heeft hierin dan ook twee opties: - Kiezen voor omslagrente van 2% (destijds uitgangspunt van de financiële verkenning bij de Programmabegroting 2022-2025), ondanks dat het uiteindelijk geen gemeentelijk vastgoed wordt (dit zou wel deels het geval zijn als de noodzakelijke voorzieningen verhuurd worden). - Kiezen voor een marktconform percentage, conform de laatst aangetrokken lening (2023) via de BNG van 2,90%. Met een rentepercentage van 2,90% blijft het financieringsplan van VV Nunspeet haalbaar met een extra jaarlast van circa € 4.000. Wel zal deze verhoging van de rente ten koste gaan van de liquiditeitsbuffer van VV Nunspeet. In het financieringsplan wordt uitgegaan van een annuïtaire lening. Bij een lening verstrekken kunnen ook zekerheden worden bedwongen. Het financieringsstatuut / treasurystatuut schrijft voor dat: bij het uitzetten van middelen en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak, worden indien mogelijk zekerheden bedongen. Het besluit in kwestie motiveert het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties (zoals ook is opgenomen in de financiële verordening artikel 14, lid 2). Bij zekerheden kan gedacht worden aan bijvoorbeeld een hypotheek. Mocht VV Nunspeet niet voldoen aan de (volledige) aflossings- en renteverplichting,

-7-

bijvoorbeeld vanwege een faillissement (en geen doorstart), dan zal de gemeente uiteindelijk eigenaar worden van het pand (vorm van onderpand als een recht van opstal met hypotheek of recht van erfpacht) één en ander is afhankelijk van de keuze voor het te vestigen zakelijke recht. In onze financiële verordening of financieringsstatuut / treasurystatuut wordt niets genoemd over de looptijd van leningen. Aangezien een hypothecaire lening een gebruikelijke looptijd kent van 30 jaar is het te billijken deze looptijd ook voor de gemeentelijke lening te hanteren. Financieringsplan wenselijke voorzieningen De gemeente heeft als beleidsmatig standpunt geen financiële of inhoudelijke betrokkenheid te hebben bij de realisatie van wenselijke voorzieningen. De enige optie en betrokkenheid die de gemeente kent in relatie tot de realisatie van wenselijke voorzieningen is de ‘beleidsregel borgstelling sportverenigingen’. Deze garantstelling kan bijdragen aan een financiële businesscase en uiteindelijke realisatie van wenselijke voorzieningen. De financiële businesscase van VV Nunspeet gaat uit van een maatschappelijke lening van € 1.440.000 onder gemeentegarantie. Vanuit banken en overige financierders is het een eis dat de lokale overheid garant staat voor een vereniging. De garantstelling gaat uit van 40 jaar, aangezien de maatschappelijke lening deze looptijd kent.

Dit is langer dan de huidige beleidsregel, die uitgaat van een maximale looptijd van 25 jaar. Desondanks wordt bij de afschrijving van gebouwen vaak een termijn gehanteerd van 40 jaar. Als gekeken wordt naar de haalbaarheid van een mogelijke garantstelling schrijft het financieringsstatuut / treasurystatuut (artikel 3) het volgende voor: gemeente Nunspeet verstrekt geen garanties c.q. waarborgen, behalve wanneer dit gebeurt aan toegelaten instellingen overeenkomstig de overeenkomst met het Waarborgfonds Sociale Woningbouw inzake zogenoemde categorie 1 en categorie 2 investeringen. Wat betreft de al aangegane garanties wordt in voorkomende gevallen medewerking verleend voor het omzetten van overeenkomsten wanneer hierdoor het risico van de gemeente afneemt. De ‘beleidsregel borgstelling sportverenigingen’ is een aanvulling op bovenstaande. Hieronder schetsen we een aantal mogelijke scenario’s en uitgangspunten vanuit de gemeente (met ruimte om hiervan af te wijken), waarbij de garantstelling vanuit SWS zich maximaliseert tot een bedrag van € 250.000. 1. Geen bijdrage of gemeentelijke garantstelling vanuit de gemeente voor de wenselijke voorzieningen; 2. Garantstelling conform huidig beleid: €250.000 gemeente, met een contragarantie van € 250.000 vanuit SWS; 3.

Garantstelling met een afwijking van het huidige beleid met een hogere garantstelling vanuit de gemeente, met als richtlijn € 500.000, en een contragaranEe van € 250.000 vanuit SWS. De richtlijn is €500.000, en dient nader uitgewerkt te worden in afstemming met VV Nunspeet. In dit scenario zit een aanvullende opdracht voor VV Nunspeet een combinatie te maken met realistische plannen en een sluitende businesscase te realiseren met aanvullende contragaranties. In de praktijk blijkt dat mogelijke banken en financierders een 100% gemeentegarantie eisen. Dit maakt dat bijgevoegde scenario’s invloed hebben op de haalbaarheid en realisatie van de wenselijke voorzieningen conform huidig financieringsplan. Op basis hiervan zou VV Nunspeet

-8-

mogelijkerwijs haar plannen voor de wenselijke voorzieningen bij moeten stellen of meer eigen/externe middelen moeten genereren. De gemeente kan werken met contragaranties, naast die van SWS. De gemeente kan bij scenario 3 bijvoorbeeld eisen dat VV Nunspeet meerdere contragaranties afdwingt bij sponsoren of andere financierders. Met contragarantie verzekert de gemeente in feite haar eigen garantstelling. Met contragarantie kan het wel zijn dat sponsoren of andere organisaties ook zekerheden bedingen of zeggenschap afdwingen in de exploitatie of de bouw. Hiermee verwerven ze een positie. Maatschappelijk Financieren en grote(re) garantstellingen is voor de gemeente Nunspeet geen gebruikelijke financieringsmethode. T.a.v. Maatschappelijk Financieren zijn in Nederland tot dusver 350 aanvragen geweest vanuit de sport en specifiek 100 aanvragen vanuit voetbalverenigingen. Er is ook gekeken naar andere gemeenten die in zekere mate vergelijkbaar zijn met dit financieringsplan qua omvang en inhoud. In bijlage 5 is een referentielijst toegevoegd, waarbij te zien is dat diverse gemeenten de gemeente Nunspeet zijn voorgegaan in het voldoen van een garantstelling boven de € 1.000.000, waarbij de investering van een nieuwbouwplan meer dan € 3.000.000 bedraagt. Overige elementen Zelfwerkzaamheid Een belangrijk onderdeel van het nieuwbouwplan is de zelfwerkzaamheid vanuit VV Nunspeet.

Zelfwerkzaamheid is binnen meerdere elementen van het nieuwbouwplan geborgd: - De inzet van eigen middelen ter hoogte van € 250.000 - De inzet van mensen, machines, etc., wat een aftrek betekent van € 128.000 van de totaal geraamde bouwkosten. Door zogenaamde prefabbouw is zelfwerkzaamheid in de daadwerkelijke realisatie van de bouw minimaal. - Een obligatieplan ter hoogte van € 100.000. - De bouw van twee extra kleedkamers. De gemeente hanteert als uitgangspunt 12 kleedkamers, 708 m2 BVO en € 1.275.000. VV Nunspeet gaat uit van 14 kleedkamers, 1.028 m2 BVO en €1.703.000. De twee extra kleedkamers wil VV Nunspeet zelf mogelijk maken. - Mogelijke contragarantie Ondanks bovengenoemde elementen qua zelfwerkzaamheid ziet de gemeente graag een intensivering hiervan. Bij het eindadvies wordt daar nader op ingegaan. Scheiding businessclub en vereniging VV Nunspeet heeft zich de laatste jaren ingespannen om de businessclub en de vereniging duidelijk financieel te scheiden als 2 entiteiten. De businessclub is opgericht ten behoeve van het eerste elftal. Het is van belang dat inkomsten en voorzieningen ten behoeve zijn van de hele vereniging. Met een duidelijke financiële scheiding is dit nu voldoende geborgd, waarbij inkomsten zoals contributies ten goede komen van de vereniging en niet de businessclub.

Sponsoren die zich committeren aan de businessclub, committeren zich formeel alleen aan het eerste elftal. Eigendom nieuwe opstallen Voor de nieuwe opstallen dient een zakelijk recht overeengekomen te worden. Het is nog niet duidelijk welk zakelijk recht dit gaat zijn. Dit kan een recht van erfpacht zijn, al dan niet in

-9-

combinatie met een recht van opstal, waarbij de grond in ieder geval eigendom blijft van de gemeente. Het advies is om bij voorkeur een recht van erfpacht te verstekken voor de realisatie van het clubgebouw. Bij een opstalrecht is sprake van twee volledige eigenaren (gemeente als eigenaar van de grond en VV Nunspeet als eigenaar van het gebouw). Dat betekent dat de gemeente, bij een recht van opstal geen zeggenschap heeft over de eigendom van het gebouw, wel over de gehuurde of in erfpacht uitgegeven grond waar het gebouw op staat. Bij een erfpachtrecht is sprake van een juridische eigenaar (gemeente) en een economische eigenaar (VV Nunspeet). In die benadering ligt het voor de hand om het erfpachtperceel dat wordt uitgegeven groter te maken dan alleen het gebouw. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het beheer van het buitenterras. Voor de gebouwen (kleedkamers en clubgebouw) is de keuze tussen erfpacht of recht van opstal, de laatste al dan niet in combinatie met recht van erfpacht of huur van de grond, mede afhankelijk van de financieringsvorm. Dit moet in de volgende fase uitgewerkt worden. Wet markt en overheid – Staatssteun Er mag geen sprake zijn van onwettelijke staatssteun. Hoofdstuk 12 van de financiële businesscase beschrijft feitelijk wat er hierover in wetgeving is opgenomen.

De gemeente gaat bezig met een nieuwe kadernota sport en parallel een nieuw algemeen belangenbesluit. Dit is vanuit de wet markt en overheid één van de opties om te voldoen aan de gedragsregels van deze wet. Een algemeen belangenbesluit dient te beschrijven waarom er sprake is van ‘marktfalen’, en waarom sportverenigingen onder dit besluit vallen. Onder het kopje lening is aangegeven dat uw raad bepaald hoe breed wij de ‘publieke taak’ definiëren, maar ook hoe breed een algemeen belangenbesluit zal worden. Naast een algemeen belangenbesluit is een beleidskader van belang. Dit betreft tot dusver onze kadernota sportaccommodaties 2018. Eindadvies Maatschappelijk Financieren geeft aan dat het huidige plan realistisch en haalbaar is. Zij zien voldoende draagvlak en haalbaarheid voor realisatie, en zien VV Nunspeet als een financieel gezonde vereniging. De haalbaarheid is ook afhankelijk van welke positie de gemeente wil en kan innemen, en wil afwijken van de genoemde uitgangspunten zoals eerder benoemd. Maar ook in welke mate VV Nunspeet nog meer eigen inbreng kan realiseren, al dan niet door het genereren van extra middelen en sponsoring, al dan niet door zelfwerkzaamheid. VV Nunspeet houdt een ruime marge qua liquide middelen. Qua inkomsten is voorzichtig begroot, bijvoorbeeld op het gebied van contributies (terwijl het ledenaantal door stijgt).

Qua uitgaven is er juist ruim begroot. Hierdoor zijn er diverse veiligheidskleppen ingebouwd. Dit geeft ruimte voor (financiële) tegenvallers op de korte en lange termijn, maar geeft ook ruimte binnen het financieringsplan. Qua inhoud en vormgeving van de nieuwbouwplannen geeft VV Nunspeet geen ruimte meer te zien in het minimaliseren van deze plannen. Desondanks zijn de plannen ambitieus ingestoken. In het eindadvies wordt hier dan ook naar gekeken, met name aangaande de wenselijke voorzieningen. Voor de noodzakelijke voorzieningen is de externe onafhankelijke toetsing (bijlage 3) het uitgangspunt voor de (financiële) betrokkenheid vanuit de gemeente.

- 10 -

Bijdrage noodzakelijke voorzieningen De externe raming laat een totaalsom zien van € 1.275.000, waarbij een sober en doelmatige accommodatie het uitgangspunt is, en waarvan de helft als subsidie verstrekt kan worden (conform proeftuin de Wiltsangh). Het verhogen dan wel indexeren van de subsidie, van € 400.000 naar € 637.500 is te billijken omdat: - Het vastgepinde bedrag van € 800.000 (waarvan mogelijk € 400.000 subsidie) in 2019 is begroot; - Sindsdien de bouwkosten fors gestegen zijn; - VV Nunspeet een groei heeft doorgemaakt van meer dan 200 leden en vele teams; - De behoefte qua kleedkamergebruik toegenomen is tot 12 kleedkamers; - VV Nunspeet zelf verantwoordelijkheid neemt voor de bouw van twee aanvullende kleedkamers, daar 14 kleedkamers op termijn naar alle waarschijnlijkheid nodig zijn; - VV Nunspeet zelf initiatief en (financiële) verantwoordelijkheid neemt voor het verschil tussen de bijbehorende ramingen van € 1.275.000 en € 1.703.000 Omdat proeftuin de Wiltsangh een gedeelde verantwoordelijkheid beschrijft dient VV Nunspeet zelf de overige 50% te financieren. Aangezien hier niet (volledig) eigen middelen voor beschikbaar zijn moet hiervoor een leningsconctructie de oplossing bieden. Zoals eerder in dit voorstel benoemd heeft het de voorkeur een leningsovereenkomst aan te gaan i.p.v. een huurovereenkomst.

Qua rentepercentage zijn hierboven diverse mogelijkheden benoemd. Geadviseerd wordt voorlopig te kiezen voor een marktconform percentage, conform de laatst aangetrokken langlopende lening (2023) met een percentage van ruim 2,90%. Daarbij wordt een annuïtaire lening gehanteerd met een looptijd van 30 jaar. Garantstelling Het voorstel is om af te wijken van de huidige ‘beleidsregel borgstelling sportverenigingen’ op basis van de hardheidsclausule (artikel 14) met als richtlijn een garantstelling van € 500.000 (scenario 3). In dat geval staat SWS contragarant voor een bedrag van € 250.000. De keuze kan ook vallen op één van eerder genoemde scenario’s of een hogere garantstelling dan de richtlijn van € 500.000. Alle garantstellingen onder de gewenste garantstelling van € 1.440.000 zullen van invloed zijn op de haalbaarheid en realisatie van wenselijke voorzieningen conform huidig financieringsplan. Op basis hiervan zou VV Nunspeet mogelijkerwijs haar plannen voor de wenselijke voorzieningen bij moeten stellen of meer eigen/externe middelen moeten genereren. Bij een garantstelling van € 500.000 zit een aanvullende opdracht voor vv Nunspeet een combinatie te maken met realistische plannen (of extra middelen te genereren) voor wenselijke voorzieningen en een sluitende businesscase te realiseren met aanvullende contragaranties.

Er wordt voorgesteld om af te wijken van de maximale looptijd van de garantstelling van 25 jaar, één en ander afhankelijk van de looptijd van mogelijke maatschappelijke leningen die aangetrokken kunnen worden. 30 of 40 jaar is een realistische looptijd gezien de gebruikelijke looptijd van een hypothecaire lening (30 jaar) of de boekhoudkundige afschrijving van een gebouw (40 jaar). 40 jaar wordt als uitgangspunt gehanteerd.

- 11 -

Conform de ‘beleidsregel borgstelling sportverenigingen’ moet VV Nunspeet na besluitvorming in de gemeenteraad een formele aanvraag indienen bij de gemeente / het college. Onderdeel hiervan is een positief besluit tot garantstelling van SWS, maar ook offertes van minimaal twee erkende geldverstrekkers. Obligatieplan VV Nunspeet gaat in het financieringsplan uit van een obligatieplan van € 100.000. Dit geschiedt door het verstrekken van leningen door leden aan VV Nunspeet. Gezien de grootte van de vereniging en de mogelijkheid om ook sponsoren hiervoor te benaderen, is de kans aanwezig dat VV Nunspeet meer dan € 100.000 kan binnenhalen. Hoe hoger het obligatieplan, hoe lager de maatschappelijke lening en bijbehorende garantstelling door derden of de gemeente. Aan VV Nunspeet wordt dan ook een resultaatverplichting opgelegd van in totaal € 200.000 aan obligaties. Aanvullend wordt nog een inspanningsverplichting gevraagd voor een bedrag van € 100.000, wat een totaal maakt van € 300.000 aan obligaties. Hierbij is de vraag of een hoger obligatieplan de haalbaarheid voor realisatie van de wenselijke voorzieningen conform huidig plan in stand houdt, of dat de ambities voor de wenselijke voorzieningen door VV Nunspeet naar beneden moet worden bijgesteld.

Vervolg De uitgangspunten van uw raad vormen de basis voor nadere uitwerking en het proces van VV Nunspeet en Maatschappelijk Financieren. Het college van B&W heeft het mandaat om de uiteindelijke garantstelling te verlenen (zie businesscase). Tussen besluitvorming in uw raad en de uiteindelijke verlening van een garantstelling, moet VV Nunspeet (en Maatschappelijk Financieren) verder werken aan de haalbaarheid van een financiële businesscase en de uitvoering hiervan. De rol van de gemeente is in het vervolgproces beperkt, los van de collegebesluiten die genomen moeten worden aangaande een lening- en garantstellingsovereenkomst. Mocht toekomstige uitwerking van invloed zijn op de voorlopige uitgangspunten en kaders die uw raad hanteert, dan wordt dit opnieuw aan uw raad voorgelegd. Mocht dit niet het geval zijn dan wordt uw raad op de hoogte gehouden over de voortgang. Risico’s Precedent Precedentwerking is in zeer beperkte mate aanwezig binnen het brede kader van exploitatie en nieuwbouw van buitensportaccommodaties. Vergelijkingen zijn met name met VV Hulshorst en VV Elspeet te maken, daar de voorzieningen (kleedkamers en kantine) van VV Vierhouten onderdeel uitmaken van Dorpshuis Horsterhoek. VV Hulshorst maakt onderdeel uit van het masterplan sportpark Hulshorst.

Op het moment dat VV Elspeet nieuw wil bouwen en een rol van de gemeente vraagt, zal deze ter zijne tijd beoordeeld moeten worden. VV Elspeet beschikt momenteel over een aantal nieuwe kleedkamers en hebben verduurzamingsmaatregelen getroffen met een lening van de gemeente (stimuleringslening duurzaamheid bedrijven). Daarnaast is in de kadernota sportaccommodaties 2018 afgesproken dat - bij gebleken geschiktheid van deze pilot en proeftuin de Wiltsangh - deze werkwijze betrokken zal worden bij het opstellen van nieuw sportaccommodatiebeleid en daarmee voor andere verenigingen ook toegepast kunnen worden. Dit wordt meegenomen in de nieuwe kadernota sport 2024, waarbij proeftuin de Wiltsangh formeel komt te vervallen. Bij realisatie van toekomstige noodzakelijke

- 12 -

voorzieningen kan de gedeelde verantwoordelijkheid vanuit de gemeente als uitgangspunt dienen. Dit zal dan ook gelden voor andere buitensportaccommodaties zoals de hockey (momenteel de ‘basissporten’). Precedent naar andere (maatschappelijke) organisaties voor de realisatie van voorzieningen met een maatschappelijk financieringsplan is groter. Het openstaan voor Maatschappelijk Financieren voor de sport zal ook de interesse aanwakkeren voor andere domeinen binnen het brede maatschappelijke speelveld (bijvoorbeeld cultuur). Maatschappelijk Financieren Qua solvabiliteit wordt vanuit bedrijven vaak een percentage gehanteerd van groter dan 20%. Desondanks gelden er vanuit mogelijke financierders hierin geen normen. Verenigingen hoeven geen winst te maken waarbij binnen de maatschappelijke sector (dan wel vrijwilligersorganisaties) de solvabiliteit met een percentage van 10% als voldoende wordt ervaren. Voor de gemeente heeft een garantstelling van € 500.000 invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. Een voetbalvereniging kan failliet gaan, maar er zal (bijna) altijd sprake zijn van een doorstart. Het risico zit dan met name in de tijdelijke overname van de jaarlast (zowel in de garantstelling als in de terugbetaling van de lening) en niet in de totale schulden op de balans van VV Nunspeet. Dit risico is weliswaar klein.

In het geval de gemeente garant zou staan voor de wenselijke garantstelling van € 1.440.000 ziet deze toe op de rente- en aflossingsverplichting van de lening van € 1.440.000 die VV Nunspeet gaat afsluiten bij de bank. De jaarlijkse rente- en aflossingsverplichting behorende bij een annuïtaire lening van € 1.440.000 en een rente van 3,6% bedraagt € 70.131. Uit de opgestelde meerjarenprognose blijkt dat VV Nunspeet in staat is deze financieringsverplichtingen te kunnen voldoen. Uit de gevoeligheidsanalyse blijkt het volgende: indien de komende 10 jaar de inkomsten structureel 10% lager zijn dan begroot; jaarlijks gemiddeld €41.000 lager en de kosten blijven gelijk (dus er worden geen bezuinigingen doorgevoerd), dan is VV Nunspeet in staat circa 75% van de jaarlijkse annuïteit te voldoen. Het risico van de gemeente voor de komende 10 jaar is dan een jaarlijks risico van 25% x € 70.131 = € 17.532. In dit soort situaties zal de gemeente VV Nunspeet opdracht moeten geven om te gaan bezuinigingen, dan wel VV Nunspeet sommeren om deze bedragen op termijn aan de gemeente terug te betalen. Ondanks dat er diverse controlemechanismes ingebouwd zijn (jaarlijkse controles door SWS en leningsverstrekkers om te bepalen of VV Nunspeet financieel gezond is en blijft), is dit een zeker risico en geen gewenste situatie.

BOSA rijkssubsidie De BOSA (stimulering bouw en onderhoud van sportaccommodaties) betreft een landelijke regeling waarbij verenigingen aanspraak kunnen maken op subsidie. Dit betreft 20% (of 30% in het geval van verduurzaming) van de totale financiering en kosten. Jaarlijks is er vanuit de rijksoverheid een gelimiteerd bedrag beschikbaar. Voor 2024 is reeds gecommuniceerd dat een groot gedeelte van de beschikbare middelen is besteed. Desondanks kunnen verenigingen zowel voor als na realisatie van nieuwbouw aanspraak maken op middelen. Ondanks dat niet met volledige zekerheid aan te nemen is dat het geraamde bedrag van € 766.200 wordt ontvangen, is deze kans wel zeer aannemelijk. De hoogte van BOSA subsidie kan ook positief uitvallen,

- 13 -

aangezien verduurzaming verwerkt is in het nieuwbouwplan. Voor bepaalde elementen is een subsidie van 30% mogelijk i.p.v. 20%. Vergunning Er moet nog een omgevingsvergunning aangevraagd worden. Het is nog onduidelijk wat dit voor invloed heeft op de looptijd en aanvang van mogelijke nieuwbouw. Legeskosten en overige voorbereidingskosten maken onderdeel uit van de financiële meerjarenprognose, en zijn voor rekening van VV Nunspeet. Garantstelling SWS SWS moet nog betrokken worden en is nog niet benaderd. Dit initiatief komt vanuit VV Nunspeet. Het is op dit moment nog onduidelijk of SWS kan bijdragen middels een garantstelling. Alternatieven Fasering In de basis genomen gaat VV Nunspeet voor een volledige realisatie van zowel de noodzakelijke als wenselijke voorzieningen. Uiteindelijk moet blijken of dit realistisch is, ook met een maximale garantstelling van € 500.000 door de gemeente. Er kan als alternatief geopteerd worden voor een fasering. Uiteindelijk zijn twee scenario’s mogelijk: - Fasering, waarbij in eerste instantie alleen realisatie centraal staat van de noodzakelijke voorzieningen (fase 1), en op termijn realisatie van ook de wenselijke voorzieningen (fase 2).

- Geen fasering, waarbij realisatie van noodzakelijke en wenselijke voorzieningen gelijktijdig plaatsvinden Als we aansturen op fasering met in eerste instantie alleen realisatie van de noodzakelijke voorzieningen, dan zou dit de aanpassing van de verhoging van de garantstelling van de tot dusver maximale € 250.000 voorlopig overbodig maken. Dit geldt naar alle waarschijnlijkheid ook voor een te verstrekken lening. Met fasering zullen er wel meerkosten ontstaan vanwege een (bouwkundig) gescheiden realisatie. Subsidie / garantstelling Als gemeente kunnen we ervoor kiezen om € 800.000 (huidig begrote bedrag) of een indexatie hiervan beschikbaar te stellen aan VV Nunspeet zonder terugbetalingsverplichting, ter realisatie van de noodzakelijke voorzieningen. Hierbij wordt afgesproken dat de gemeente vervolgens geen enkele betrokkenheid meer heeft in de vorm van een lening of garantstelling, los van de maximale € 250.000 garantstelling conform de huidige ‘beleidsregel borgstelling sportverenigingen’. Een indexatie kan 50% zijn van het geraamde bedrag van € 1.703.000 voor de realisatie van de noodzakelijke voorzieningen, wat een bedrag maakt van € 851.500. Dit is conform de kadernota sportaccommodaties en gaat uit van een gedeelde verantwoordelijkheid.

Financiële toelichting Subsidie De gemeente verstrekt een subsidie van € 637.500 ten behoeve van realisatie van de noodzakelijke voorzieningen en conform proeftuin de Wiltsangh. Voorgesteld wordt om een subsidie van €637.500 (eenmalige exploitatielast) middels een begrotingswijziging te dekken vanuit de algemene reserve.

- 14 -

In de Programmabegroting is € 800.000 opgenomen als investeringskrediet, belast met een afschrijving van 40 jaar en een jaarlast van € 27.800. In het geval de gemeente een subsidie verstrekt is het geen investering maar een incidentele exploitatielast. Het bedrag van € 800.000 en de bijbehorende gereserveerde kapitaallasten binnen de projectbegroting de Wiltsangh vervallen hierdoor. Lening In de financiële businesscase is een bedrag opgenomen van € 637.500 als annuïtaire lening. Deze lening wordt verstrekt met een looptijd van 30 jaar en een rentepercentage van 2,90%. Hiervoor wordt een leningsovereenkomst aangegaan. Garantstelling / Risicoparagraaf weerstandvermogen Een garantstelling van € 500.000 heeft zijn weerslag op het weerstandvermogen van de gemeente. Een mogelijke garantstelling wordt dan ook opgenomen in de risicoparagraaf / paragraaf weerstandvermogen binnen de begroting, met tevens een toelichting op de balans (passiva-zijde) onder de noemer gewaarborgde geldleningen. De garantstelling wordt aangegaan voor een periode van 40 jaar. SWS staat garant voor maximaal 15 jaar, waarbij de garantstelling van € 250.000 lineair wordt afgebouwd. Na 15 jaar vervalt de contragarantie van SWS. Geheimhouding Het voorstel is openbaar. Stukken ter inzage Geen.

Bijlage(n)  Ontwerp nieuwbouwplan VV Nunspeet  Raming kosten nieuwbouw VV Nunspeet  Raming – memo ruimtelijk PVE noodzakelijke voorzieningen  Financiële businesscase Maatschappelijk Financieren  Referentielijst Maatschappelijk Financieren  Beleidsregel borgstelling sportverenigingen Burgemeester en wethouders van Nunspeet, de secretaris, de burgemeester, mr. A. Heijkamp

C.W.J. Blom

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14293470/1