CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 15. GroenbeleidsenBeheerplan gemeente Nunspeet 2019-2029

Raadsvergadering 26 februari 2026, gemeente NunspeetBij agendapunt: Herijking Groenbeleids- en beheerplan 2019-2029.7.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Groenbeleids- en beheerplan 2019-2029 Gemeente Nunspeet: een groene beleving!

2

Voorwoord

3

Voorwoord Voor u ligt het nieuwe groenbeleidsplan. Ik ben als wethouder Beheer en Openbare ruimte trots op het plan wat voorligt. Dit plan bevat een prachtige basis om het groenbeleid van de aankomende jaren vorm te geven. Onze gemeente Nunspeet, met de vier kernen Hulshorts, Nunspeet, Vierhouten en Elspeet ligt pal naast, of eigenlijk in N2000 gebied. Natura 2000 gebied is een beschermd natuurgebied. Dat maakt Nunspeet heel erg bijzonder. We hebben in Nunspeet zowel bos, heide, stuifzand als water. Met dit nieuwe groenbeleid maken we verbinding met de ons omringende natuur. De gemeente heeft dit tenslotte als een van de belangrijkste kenmerken. Als gemeente dragen we bij aan deze kenmerken door in te zetten op inheemse soorten. Een zeer belangrijk onderdeel in het plan is dan ook de biodiversiteit vergroten. Dit staat onder druk en als gemeente kunnen we door gerichtere inrichting hieraan bijdragen. Ook het ecologisch beheren van bermen draagt daaraan bij. Dit zal voor onze inwoners soms wennen zijn, want het gras wat er altijd goed gemaaid bijlag zal nu een andere uitstraling krijgen. Met in de zomer wilde bloemen, die veel insecten trekken. Maar ook in het najaar uitgebloeide bloemen die wat langer moeten staan om op die manier zijn zaden te kunnen verspreiden. Een mooi voorbeeld hiervan is nu al gerealiseerd bij de Rondweg De Kolk.

Ook richten we ons de aankomende jaren op coproductie in de openbare ruimte, oftewel samenwerken met onze inwoners aan de openbare ruimte. We ondersteunen inwonersinitiatieven en zullen vaker samen optrekken als het gaat om inrichten en onderhouden van de openbare ruimte. Hier ligt een uitdaging voor onze inwoners, maar ook voor onze gemeente om dit te faciliteren. Dit plan vormt dus de basis voor het groenbeheer van de aankomende tien jaar. Het zorgt ervoor dat Nunspeet aantrekkelijk is en blijft voor onze inwoners en ook voor onze toeristen. Marije Storteboom Wethouder Beheer en Openbare ruimte

4

Inhoud Samenvatting

6

1. 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding Doel Leeswijzer

9 10 10 10

2. 2.1 2.2

Procesaanpak en opgave De procesaanpak De opgave

11 12 13

3. 3.1 3.2 3.3 3.4

Algemene kaders en kwaliteitsniveaus De waarde van groen Bestuurlijke doelen Effecten met groenbeheer Kwaliteitsniveaus

14 15 15 23 33

4.

Specifieke kaders

35

5. 5.1 5.2

Groen in cijfers Areaalgegevens Huidige staat

40 41 43

6.

Financiën

45

5

Samenvatting

6

Samenvatting De gemeente Nunspeet kenmerkt zich door recreatie, toerisme en veel groen. Om de waarde van dit groen te borgen is consequent en planmatig beheer nodig. Dit groenbeleids- en beheerplan biedt de kaders hiertoe en vervangt het groenbeleids- en beheerplan 2011-2017. Het plan speelt in op actuele ontwikkelingen, wet- en regelgeving en specifieke thema's en vertaalt bestuurlijke doelen naar effecten en kwaliteitsniveaus voor het groenbeheer. Het plan bevat daarmee richtlijnen voor de uitvoering van het groenbeheer. Helder wordt welke bijdrage groen levert aan de bestuurlijke doelen. Allereerst is het oude groenbeleids- en beheerplan geëvalueerd. Hieruit blijkt dat communicatie over groenbeleid, maatwerk leveren buiten en aansluiten bij gebruikerswensen belangrijke tips zijn voor het nieuwe plan. De geambieerde kwaliteit is behaald en de budgetten zijn toereikend geweest. Het nieuwe groenbeleids- en beheerplan zet daarom in op effectgestuurd groenbeheer, waardoor meer maatwerk en vrije ruimte in de uitvoering mogelijk wordt alsmede een bewustere bijdrage wordt geleverd aan de bestuurlijke en maatschappelijke doelen. Na de evaluatie is met het Directieteam Openbare Ruimte een vertaling gemaakt van bestuurlijke doelen naar gewenste kaders voor het groenbeheer. De aanzet voor deze kaders is verwerkt in de Startnotitie Groenbeleid 20192029.

Deze notitie is unaniem door de raad vastgesteld op 1 november 2018 en vormt daarmee het kader voor het voorliggende plan. Vanuit deze notitie is het voorliggende groenbeleids- en beheerplan concreet uitgewerkt tot doelen en effecten voor het groenbeheer en zijn vanuit deze kaders de beeldkwaliteitniveaus afgeleid en de benodigde beheerbudgetten berekend. Met het vaststellen van dit groenbeleids- en beheerplan liggen de kaders voor het groenbeheer voor de periode 20192029 vast. Het Directieteam Openbare Ruimte kan hiermee de uitvoering buiten realiseren.

De te bereiken bestuurlijke doelen zijn: 1) realiseren basisplus niveau, 2) maatwerk leveren per kern, 3) stimuleren actief burgerschap, 4) vergroten van biodiversiteit en duurzaamheid, 5) inzetten op toeristische waarde, 6) ontwikkelen van coproductie in openbare ruimte en 7) inzetten van social return in de uitvoering. De te bereiken effecten in dit plan zijn: 1) flora en fauna beleving wordt altijd geborgd, 2) nieuwe plannen en uitvoering creëren voldoende uitdagend-, gebruiks- en ecologisch groen, 3) zorg voor het op orde houden van voldoende kwantitatief groen; geen areaalverlies creëren, 4) alle groen is minimaal verzorgd op een beeldniveau Basis, 5) plannen en bestekken zijn gericht op het handelen op bewonerswensen en met bewoners in de uitvoering, 6) in planvorming en uitvoering participeert het Team Openbare Ruimte samen met de gebruikers in de openbare ruimte, 7) uitvoering van maatregelen creëren een landschappelijk gevoel, 8) nieuwe plannen of herinrichting creëert voldoende (bio)diversiteit in groen en 9) elk plan of bestek heeft aandacht voor duurzaamheid, hittestress en waterberging.

7

Samenvatting Vanuit de geformuleerde bestuurlijke doelen en effecten voor het groenbeheer is onderstaand scenario op beeldkwaliteit (uitleg van de niveaus Hoog en Basis zie blz. 34) afgeleid.

Er zijn een achttal categorieën groen aanwezig die volgens deze beeldkwaliteit onderhouden dienen te worden. De uitgewerkte kaders voor het bereiken van de bestuurlijke doelen en gewenste effecten worden in het voorliggende groenbeleids- en beheerplan uitgewerkt. Deze kaders zijn tevens voorzien van handvatten voor nadere uitwerking tot beheer- of uitvoeringsplannen of bestekken. Voor het technische en dagelijks/verzorgende onderhoud is per jaar een bedrag van € 1.116.230,00 beschikbaar. In theorie is als benodigd budget ruim € 1.306.651,00 berekend. Vervangingen worden projectmatig opgepakt en aan de gemeenteraad voorgelegd.

8

1. Inleiding

9

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Nunspeet is gelegen in een groene omgeving met eigen bossen en natuurterreinen. Een omgeving die zich kenmerkt door veel recreatie en toerisme en wonen in het groen. De prettige woon- en verblijfsomgeving wordt erkend door veel inwoners en toeristen. Groen draagt hier nadrukkelijk toe bij. Om de waarde van het groen te borgen is consequent en planmatig beheer nodig. Voorliggend groenbeleids- en beheerplan betreft het actuele groenbeleiden beheer voor de periode 2019-2029. Dit plan vervangt het huidige groenbeleids- en beheerplan 2011-2017, waarvan de looptijd is afgelopen.

1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de procesaanpak om te komen tot voorliggend plan en de opgave voor het Nunspeets groenbeheer. Hoofdstuk 3 gaat vervolgens in op de bestuurlijke doelen en maakt deze concreet voor het thema groen, beschrijft vervolgens de gewenste effecten voor het groenbeheer en leidt hieruit de te hanteren beeldkwaliteitsniveaus af. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op enkele specifieke kaders rondom het thema groen. Een beschrijving van het aanwezige groen, zowel kwantitatief als kwalitatief wordt in hoofdstuk 5 inzichtelijk gemaakt. De financiën die gepaard gaan met het groenbeheer komen in hoofdstuk 6 aan bod.

1.2 Doel Het doel van voorliggend groenbeleids- en beheerplan is:

• • • •

Inspelen op actuele ontwikkelingen, wet- en regelgeving en specifieke thema’s Bestuurlijke doelen en thema’s vertalen naar effecten en kwaliteitsniveaus voor het groenbeheer Richtlijnen voor de uitvoering van groenbeheer Inzichtelijk maken welke bijdrage groen levert aan het realiseren van de bestuurlijke doelen

10

2. Procesaanpak en opgave

11

2. Procesaanpak en opgave 2.1 De procesaanpak Stap 1: evalueren groenbeleids- en beheerplan 2011-2017 Het huidige groenbeleids- en beheerplan is geëvalueerd. Hiervoor is: • het coalitieakkoord bekeken op gestelde en gerealiseerde doelen • een aantal interviews afgenomen met college, ambtelijke organisatie, aannemers en bewonersplatform waarbij gevraagd is naar ervaringen en wensen • een kwaliteitsschouw uitgevoerd op de huidige kwaliteit van het groen in relatie tot de geambieerde kwaliteit • het bestede en beschikbare budget vergeleken Samengevat zijn de belangrijkste bevindingen uit de evaluatie: • Beter informeren over beleid, meer maatwerk leveren, aansluiten bij wensen gebruikers, omgaan met hoge verwachtingen en eisen, goede relatie met aannemer levert kwaliteit op en doorbreek traditionele houding aannemer • De geambieerde kwaliteit is gehaald • Het budget bleek de afgelopen jaren toereikend om de ambitie te behalen, doch voor areaal- of kaderwijzigingen is in de toekomst zo nodig extra budget nodig van ruim €190.000 De belangrijkste aanbevelingen zijn: • Breng doelen, effecten van bestuur en inwoner in beeld en bepaal impact op het groen. Leg dit vast tot kaders.

Leidt uit deze kaders de beeldkwaliteitsniveaus af als basis voor het tactische en operationele niveau • Werk dit alles uit in een beeldend en bondig beleidsplan met bijbehorende financiële paragraaf • Realiseer budget voor een gebiedsregisseur die wensen op maat kan financieren en uitvoeren • Houd het plan strategisch en overweeg een separaat beheerplan voor het ‘hoe’ op tactisch/operationeel niveau • Geef de buitendienst duidelijk waarde en positie op servicegerichtheid, inzet van eigen kennis en een plus geven aan het werk van aannemers

Stap 2: kaderrichting bepalen voor het nieuwe groenbeheer De evaluatie is aan het Team Openbare Ruimte gepresenteerd. Met behulp van de bevindingen en aanbevelingen en de bestuurlijke doelen is door het team interactief gewerkt aan het formuleren van gewenste kaders in de vorm van effectbeschrijvingen, waarmee bijgedragen wordt aan de bestuurlijke- én bewonerswensen. Stap 3: besluitvorming startnotitie De ambtelijk voorbereide kaderrichting voor het groenbeheer is tezamen met de evaluatie uitgewerkt in de Startnotitie Groenbeleid 2019-2029. De strekking van deze notitie is in juli aan het college van burgemeester en wethouders gepresenteerd en met hun input is de startnotitie afgerond voor presentatie tijdens het fractieberaad in september en bespreking tijdens de commissie Ruimte en Wonen in oktober. Tijdens de raadsvergadering van 1 november 2018 heeft de raad unaniem met de startnotitie ingestemd. Stap 4: opstellen groenbeleids- en beheerplan Na het vaststellen van het startnotitie op 1 november 2018, het bijbehorende raadsvoorstel en de suggesties tijdens de commissievergadering zijn de ingrediënten gereed om de kaderrichting concreter uit te werken tot het voorliggende beleids- en beheerplan.

Stap 5: besluitvorming groenbeleids- en beheerplan Het voorliggende groenbeleids- en beheerplan, als uitwerking van de startnotitie met bijbehorend raadsvoorstel is door de gemeenteraad besproken en vastgesteld. Het vastgestelde plan wordt op de gemeentelijke website geplaatst en wordt gecommuniceerd met inwoners en gebruikers via diverse kanalen.

12

2. Procesaanpak en opgave 2.2 De opgave De nieuwe kaders voor het groenbeleidsplan dienen optimaal aan de bestuurlijke doelen bij te dragen! Om dit te bewerkstelligen is de navolgende werkwijze als opgave overeengekomen. • De bestuurlijke doelen (coalitieakkoord) worden op een rij gezet, met name in relatie tot de openbare ruimte. • Vervolgens wordt geformuleerd welk effect een groen kapitaalgoed kan leveren, waarmee het bijdraagt aan het realiseren van het bestuurlijke doel. • Vanuit de geformuleerde effecten kan een scenario op beeldkwaliteit worden afgeleid. • Bij een bepaalde beeldkwaliteit hoort een bepaalde frequentie van inzet van beheermaatregelen om het beeld te behalen. • Tot slot weet de uitvoering buiten dan precies hoe zij de uitvoering moet doen.

Bestuurlijke doelen in coalitieakkoord 2018-2022 1. Nunspeet is een sterk merk door een aantrekkelijk centrum, een groene omgeving, goede bereikbaarheid en een mooi cultuuraanbod. Zo nodig extra middelen voor ‘grijs en groen’ om een aantrekkelijke leefomgeving te maken, waar bewoners zich goed voelen. 2. Extra middelen voorzien in een gezond en gevarieerd planten- en bomenbestand en dragen bij aan een aantrekkelijke woonomgeving. 3. Het onderhoudsniveau op toegangswegen, begraafplaatsen en parken is basis +. 4. Extra middelen om de onkruidbestrijding op ecologische wijze uit te voeren. 5. Inwoners die initiatieven nemen en zelf groen of een plein willen beheren, krijgen onze steun.

13

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus

14

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 3.1 De waarde van groen Groen is een belangrijke bouwsteen van de openbare ruimte. Het zorgt voor een prettige leefomgeving en heeft een positief effect op leefbaarheid, gezondheid, milieu en economie. Daarnaast verleent het groen de kernen van Nunspeet hun identiteit en vergroot het de aantrekkelijkheid van de gemeente voor bewoners en bezoekers, waaronder de vele toeristen. 3.2 Bestuurlijke doelen In de Startnotitie Groenbeleid zijn de volgende bestuurlijke doelen opgenomen en door de raad vastgesteld: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Realiseren basisplus niveau Maatwerk leveren per kern Stimuleren actief burgerschap Vergroten van biodiversiteit en duurzaamheid Inzetten op toeristische waarde Ontwikkelen van coproductie in openbare ruimte Inzetten van social return in de uitvoering

Op de volgende pagina’s worden deze bestuurlijke doelen concreter uitgewerkt.

15

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 1. Realiseren basisplus niveau Wat: • Er wordt een beeldkwaliteit voor het groen gerealiseerd dat conform de CROW Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2018 tussen een kwaliteitsniveau B (Basis) en A (Hoog) wordt gewaardeerd. • Er wordt een beeldkwaliteit voor het groen gerealiseerd dat door de inwoners en gebruikers wordt gewaardeerd met minimaal een cijfer 7,0. • De beleving van het groen van inwoners en gebruikers is ruim voldoende, waarbij veiligheid en functionaliteit van het groen nergens in het geding is. • Een hogere kwaliteit mag door de inwoners en gebruikers zelf worden gerealiseerd, waarbij de gemeente faciliteert. Hoe: • De buitendienst of aannemer levert jaarrond een kwaliteitsniveau binnen de bandbreedte van bovengenoemde kaders. • Er wordt een gebiedsregisseur aangewezen die aanvullende wensen van inwoners en gebruikers managet en zelf beschikt over financiële middelen om dit te faciliteren. • De gemeente schrijft de uitvoering zo min mogelijk voor. De buitendienst of aannemer voor het groenonderhoud realiseert en garandeert minimaal kwaliteitsniveau Basis voor het technisch onderhoud en daarmee een constante kwaliteit. Voor het overige is hij vrij om naar eigen inzicht een werkproces te kiezen voor het behalen van de kwaliteit en doelstellingen.

16

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 2. Maatwerk leveren per kern Wat: • In alle kernen wordt het minimaal benodigde technische groenonderhoud voor realisatie van ‘heel en veilig’ geborgd. • Per kern, en binnen een kern kan nuance plaatsvinden op het dagelijkse/verzorgende onderhoud op basis van de wensen van inwoners en gebruikers. • Realiseer een kwaliteitsimpuls bij de entrees van de kernen. • Het groen wordt beschouwd als een dynamisch, levend product. De inrichting en beheerwijze wordt onder meer afgestemd op technische veilig, de wens van de inwoners en gebruikers en de bestuurlijke, maatschappelijke opgave. Hoe: • Het minimaal technisch groenonderhoud wordt planmatig gepland door middel van het beheersysteem GBI. • Om de wensen voor dagelijks/verzorgend onderhoud per kern, efficiënt, overzichtelijk en transparant te verzamelen wordt een digitaal platform opgezet om de wensen in te verzamelen en uit te zetten richting buitendienst of aannemer. • In overleg en in samenwerking met inwoners en gebruikers kan de inrichting van de openbare ruimte zo worden gewijzigd dat deze weer aansluit bij de wens. De gebiedsregisseur is aanspreekpunt voor bewoners, faciliteert en stuurt op realisatie, mits de financiële middelen voorhanden zijn. • De optie voor realiseren van maatwerk wordt in de bestekken voor de buitendienst of aannemer geborgd.

17

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 3. Stimuleren actief burgerschap Wat: • Inwoners worden tijdens de uitvoering van het groenonderhoud enthousiast gemaakt en uitgedaagd om de nuance in het leveren van maatwerk per kern vorm te geven samen met de buitendienst of aannemer. • De gemeente stelt zich op als terugtrekkende overheid en neemt een faciliterende rol aan. Initiatieven van onderaf worden omarmd. • Naast meedenken en meebepalen door inwoners en gebruikers, betekent dit ook door hen verantwoordelijkheid nemen in uitvoering en financiële middelen, daar waar het buiten de scope van de buitendienst of aannemer valt. • Regels worden zoveel mogelijk beperkt en een wettelijke basis blijft geborgd. • Inwoners en gebruikers worden geprikkeld om aanpassingen in de inrichting en de beheer(wijze) aan te dragen bij de gemeente. Hoe: • In plannen en bestekken wordt ruimte gecreëerd voor het oppakken van maatwerk en wensen. • Het Team Openbare Ruimte participeert en faciliteert bij planvorming en uitvoering samen met de gebruikers in de openbare ruimte (bijvoorbeeld schoffelen, harken, snoeien, enz.). • Het digitale platform stelt bewoners in staat ideeën omtrent inrichting en beheer(wijze) aan te dragen. • De gebiedsregisseur is zichtbaar en aanspreekbaar voor inwoners en gebruikers. Hij faciliteert en stuurt in de uitvoering en voortgang.

Ook zoekt de gebiedsregisseur naar verbindingen tussen bewoners, gemeente en ondernemers. Hij stimuleert samenwerking in alle mogelijke vormen. • Extra communicatie en voorlichting rondom bijvoorbeeld "houd uw eigen stoepje schoon”. • Het uitzetten van bladkorven in de kernen. • Actief inzetten op zwerfvuil ruimen. • Actief deelnemen in beheer en onderhoud van het landschap rondom de kernen. • Stimuleren van bijenverenigingen.

18

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 4. Vergroten van biodiversiteit en duurzaamheid Wat: • Er is voldoende variatie in planten- en boomsoorten aanwezig. • In het groen krijgen diverse flora en fauna optimale kansen zich te ontwikkelen tot een gezond ecosysteem; dit wordt niet verstoord. • Planten-, bollen- en boomsoorten worden geselecteerd op een bijdrage aan duurzaamheid, biodiversiteit en bij-vriendelijkheid. • Bij het kiezen van planten- en boomsoorten moeten soorten die allergieën kunnen veroorzaken in beginsel te worden vermeden. • Bij aanleg en herinrichting hebben planten- en boomsoorten garantie op een bestendige toekomst; soort is afgestemd op de situatie/inrichting v.v. • Vrijkomende materialen uit het groen zijn grondstoffen en geen afval; dit wordt als zodanig circulair aangevlogen en verwerkt. • CO2 uitstoot en fijnstof dient de worden gereduceerd. Hoe: • Er wordt een beplantingslijst opgesteld met soorten die goed bijdragen aan de hierboven gestelde kaders. Deze lijst wordt de leidraad voor beheer (herplant, herinrichting en inboet) en voor nieuwe ontwerpen: het ‘Bij-wuste Beplantingsortiment Nunspeet’. • Vrijkomende materialen uit het groen worden als grondstof behandeld en worden lokaal op een circulaire wijze verwerkt. Denk aan: bermgras, slootvuil, houtchips, bladafval, groenafval, stobben en takken-afval.

• Bij ontwerp en aanleg van groen wordt gekeken naar een zo lang mogelijke levensduur van het ontwerp en de materialen door middel van het principe van beheerbewust ontwerpen. • Beheerwijzen zijn zo duurzaam mogelijk als het gaat om creëren snoeiafval, brandstofverbruik en CO2 uitstoot. Dit wordt in de bestekken geëist van de buitendienst of de aannemer. • Extra aandacht voor meer bloeiende heesters en drachtplanten. • Realiseren van bloemrijke wegbermen langs wegen en recreatieve fietspaden binnen de kom en in het buitengebied waar mogelijk. • In de bestekken wordt voor minimaal 30% gestreefd naar zoveel mogelijk bevorderen van natuurvriendelijk bestrijden door middel van vogels, sluipwespen en dergelijke.

19

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 5. Inzetten op toeristische waarde Wat: • Groenbeheer en -aanleg verstevigt het merk Nunspeet; door aantrekkelijkheid, omgevingsbeleving en bereikbaarheid op die plekken waar de toerist zich begeeft: centra, parken, fietspaden, buitengebied krijgen extra aandacht. • Het groenonderhoud wordt waar mogelijk en bekend, afgestemd op de wensen van de toerist. • Het groenbeheer rondom toeristische plekken krijgt in de bestekken specifiek aandacht.

Hoe: • De toerist beleeft de ‘Veluwe’. Beplantingsoorten rondom verblijfsplekken van de toerist zullen daarom overwegend inheems zijn. Aangevuld met soorten die zorgen voor meerwaarde in bloei, winterbeeld en biodiversiteit. • In gesprek met boeren wordt het onderhoud van onder andere akkerranden vormgegeven. • Bouw- of andere werkzaamheden beperken de kwaliteit van het groenonderhoud rondom toeristische verblijfsplekken niet.

20

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 6. Ontwikkelen van coproductie in openbare ruimte Wat: • De gemeente wil samenwerking tussen partijen laten groeien door hiermee te experimenteren. • De gemeente, inwoners en gebruikers realiseren en beheren (kunst)elementen in de publieke ruimte. • Samenwerking is de basis voor elke vorm van productie in de openbare ruimte inclusief beheer. • Coproductie maakt de publieke ruimte voor nog meer mensen toegankelijk en verstevigt de fysieke plek voor het publieke leven.

Hoe: • Met coproductie wordt gestreefd naar meer efficiency in inzet en financiële middelen, waardoor er financiële middelen vrijkomen voor wensen van inwoners en gebruikers. • De gebiedsregisseur bepaalt welke initiatieven haalbaar zijn en stemt initiatieven op elkaar af. Hij is de schakel tussen gebruiker en gemeente. • Middels een digitaal platform is zichtbaar welke coproducties er bestaan in Nunspeet. Inwoners en gebruikers kunnen hier aanhaken bij bestaande items en initiatieven opzetten om bekendheid te verwerven. • De buitendienst of aannemer betrekt proactief inwoners en andere gebruikers bij het beheer van het groen. Omdat de gemeente een moderne samenwerking aangaat met de buitendienst of aannemer zal de gemeente niet voorschrijven hoe de buitendienst of aannemer dit in gaat vullen. Kernwoorden voor coproductie in groenbeheer zijn: communicatie, samenwerking, veiligheid, efficiency.

21

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 7. Inzetten van social return in de uitvoering Wat: • Een bijdrage aan groeninrichting en –beheer wordt voor elke inwoner van Nunspeet als waardevol gezien. • Inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt worden uitgedaagd mee te doen in de aanleg en uitvoering. • In de uitvoering wordt 5% gebruik gemaakt van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. • Personen kunnen doorstromen naar reguliere werkgevers. • De gemeente leeft de Participatiewet na en voert deze waar mogelijk in het groen uit. Hoe: • In elk bestek aan de buitendienst of aannemer dient minimaal 5% van de loonsom of opdrachtwaarde te worden besteed aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. • De opdrachtnemer draagt zorg voor een goede begeleiding. Hierdoor wordt doorstroming naar reguliere werkgevers mogelijk. • Buitendienst of opdrachtnemer, werkzaam in de publieke ruimte, maakt gebruik van social return on investment (SROI). De opdrachtnemer geeft zelf invulling binnen het vigerend kader. • De inzet binnen de bestekken wordt uitgevoerd als leer/werkplek, met het oog op doorstroming richting reguliere werkgevers.

22

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 3.3 Effecten met groenbeheer Afgeleid van de bestuurlijke doelen zijn onderstaande effecten benoemd dat het groen kan leveren en waarmee het bijdraagt aan het realiseren van het bestuurlijke doel. 1. 2. 3.

4. 5. 6. 7. 8.

9.

Flora en fauna beleving wordt altijd geborgd Nieuwe plannen en uitvoering creëren voldoende uitdagend-, gebruiks- en ecologisch groen Zorg voor het op orde houden van voldoende kwantitatief groen; geen areaalverlies creëren Alle groen is minimaal verzorgd op een beeldniveau Basis Plannen en bestekken zijn gericht op het handelen op bewonerswensen en met bewoners in de uitvoering In planvorming en uitvoering participeert het Team Openbare Ruimte samen met de gebruikers in de openbare ruimte Uitvoering van maatregelen creëren een landschappelijk gevoel Nieuwe plannen of herinrichting creëert voldoende (bio)diversiteit in groen Elk plan of bestek heeft aandacht voor duurzaamheid, hittestress en waterberging

Dit leidt concreet tot……. Aandacht en nadruk op groenbeheer in parken, centra en buitengebied; hier komt de toerist! Groen moet minstens conform of boven de gemiddelde landelijke norm van een niveau Basis (B) worden beheerd, kerngericht in plaats van nadruk op functiegebieden! Bomen, beplanting en grassen langs fietspaden, entrees van de kernen en centra van de kernen dienen een plus te krijgen! Bewoners hebben invloed op aannemer tijdens de uitvoering! Bomen en beplantingen dienen tot volle wasdom te kunnen komen, met vooral inheemse en variabele soorten!

23

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 1. Flora- en faunabeleving wordt altijd geborgd Wat: • Het Veluwse, bosrijke karakter, van Nunspeet en omgeving, met kenmerkende plantsoorten bepalen voor een groot deel de flora en fauna beleving. Onder geen enkele omstandigheid mag er afbreuk ontstaan aan de beleving van flora en fauna. • De kwaliteit van het (leef)gebied van flora en fauna dient te worden versterkt bij aanleg, herinrichting of in de uitvoering van beheer en onderhoud, passend bij het karakter. • Op plekken waar de bewoner flora en fauna zichtbaar beleeft dient er nadrukkelijk(er) aandacht te zijn bij aanleg, herinrichting of in de uitvoering van beheer en onderhoud van deze plekken.

Hoe: • De sortimentskeuze van beplanting dient vanwege het ‘Veluwse karakter’ overwegend inheems en gebiedseigen te zijn. Aangevuld met soorten die extra waarde toevoegen op gebied van bloei, winterbeeld en biodiversiteit. • De beleving van flora en fauna wordt verder vergroot door in de beplantingen ook te kiezen voor soorten met eetbare noten, zaden en vruchten en deze te laten liggen, ter consumeren. • Op plekken in de openbare ruimte met een hoge gebruiksdruk wordt extra inzet gepleegd, bijvoorbeeld door werkgroepen om flora- en faunabeleving te waarborgen. • Op plekken waar de gebruiksdruk laag is wordt ecologisch beheer toegepast. • Inzet op bijenlinten wordt in de bestekken uitgewerkt.

24

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 2. Nieuwe plannen en uitvoering creëren voldoende uitdagend-, gebruiks- en ecologisch groen Wat: • Bij nieuwe plannen en herinrichtingen in de openbare ruimte, wordt ingezet op de drie kernwaarden voor ruimtelijke kwaliteit: gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Onder deze waarden vallen een viertal ‘belangen’. Deze zijn: economisch-, sociaal-, ecologisch- en cultureel belang. Samen vormen de drie kernwaarden en de vier belangen de matrix ruimtelijke kwaliteit. Bij elke (her)inrichting wordt deze matrix gevuld met begrippen en beelden om een heldere visie voor project neer te zetten. • Bij uitvoering van beheer en onderhoud worden de drie kernwaarden en vier belangen bewust behartigd en aan bijgedragen. Hoe: • Bij nieuwe plannen en herinrichtingen neemt de groenbeheerder deel aan de ontwerptafel. Er worden zogezegd beheer inclusieve ontwerpen gemaakt. • Het groen valt op door bloei, herfstbeeld, structuur en grootte passend bij het straatprofiel. De soort wordt hierop afgestemd. • Nieuw en bestaand groen wordt meer gebruiksvriendelijk gemaakt om te verblijven, te begeleiden, te bewegen en van te genieten. • Huidige en nieuwe groenstructuren worden, op alle mogelijke plekken, ecologisch waardevoller gemaakt.

Onder andere door meer eetbaar groen toe te passen, meer afwisseling in soorten toe te passen en door soorten toe te passen die biodiversiteit bevorderen. • Bij de soortkeuze wordt tevens rekening gehouden met mogelijke nadelige eigenschappen van beplanting zoals bijvoorbeeld hooikoortsgevoeligheid.

25

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 3. Zorg voor het op orde houden van voldoende kwantitatief groen; geen areaalverlies creëren Wat: • Onder geen enkele omstandigheid mag de hoeveelheid groenareaal verminderen. • Wanneer groenareaal een andere bestemming krijgt zal dit areaalverlies elders moeten worden gecompenseerd om het totaal areaal groen op peil te houden. • Ontwikkelingen in het groen mogen alleen plaatsvinden indien dit de functionaliteit van het aanwezige groen verstevigt, bijvoorbeeld op het gebied van gebruik en beleving. • Bouwen in het groen is in beginsel niet toegestaan, indien hiervoor groen moet wijken. • Het kwalitatieve groen dient wel voldoende kwalitatief ingericht en onderhouden te zijn. Hoe: • Het huidige areaal groen wordt niet verkleind, waar mogelijk vergroot. Indien areaalverlies optreedt wordt dit gecompenseerd op een andere plek binnen de gemeentegrenzen. • Het huidige groen wordt levensvatbaar gehouden en waar nodig aan het einde van de levensduur tijdig vervangen. • Er wordt volop versterkt op variatie in leeftijd en soorten om het kwantitatieve areaal te allen tijd voldoende kwalitatief te laten zijn. • Kaalslag wordt voorkomen, door in het beheer rekening te houden met de belevingswaarde en werkzaamheden te spreiden over meerdere jaren.

26

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 4. Alle groen is minimaal verzorgd op een beeldniveau Basis Wat: • Al het groen wordt beheerd op minimaal onderhoudsniveau Basis, waardoor voor inwoners en gebruikers een minimaal acceptabel niveau wordt bewerkstelligd. • Technisch groenonderhoud voor het realiseren van ‘heel en veilig’ wordt door de gemeente gewaarborgd, conform wet- en regelgeving. • Verzorgend onderhoud gaat over de eisen voor schoonheid en netheid van het groen. Dit betreft onder andere onkruid, zwerfafval en natuurlijk vuil. Op deze onderdelen is het gewenst onderhoud te plegen op een beeldniveau dat inwoners en gebruikers minimaal accepteren. Hoe: • Groen wordt technisch onderhouden volgens minimaal noodzakelijke normen, die de gemeente borgt. • Dagelijks/verzorgend onderhoud wordt verricht op die plekken waar de inwoner en gebruiker dit wenst. De aannemer stemt dit met hen af. Deze afspraak is niet statisch maar dynamisch en wordt door de gebiedsregisseur geborgd. • Deze input wordt verzameld in een digitaal systeem (bijvoorbeeld een webGIS omgeving) en hieruit is output te genereren voor de buitendienst of aannemer.

27

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 5. Plannen en bestekken zijn gericht op het handelen op bewonerswensen en met bewoners in de uitvoering Wat: • Wensen en participatie van inwoners en gebruikers in de openbare ruimte zijn de leidraad bij het opstellen van plannen en bestekken. • Het handelen vanuit wensen heeft betrekking op dagelijks/verzorgend onderhoud, (her)inrichting, nieuwe plannen en beplanting. • Inwoners worden gestimuleerd om mee te doen in de uitvoering van onderhoud, binnen het bestek van de buitendienst of aannemer. Dit wordt in een overeenkomst tussen de buitendienst of aannemer en gegadigde vastgelegd. Verwachtingen kunnen zo naar elkaar toe geborgd en afgebakend worden. Hoe: • Bestekken worden opgesteld met een minimaal kwaliteitsniveau (conform kaders groenbeleid) als garantie en een vrije ruimte voor de buitendienst of aannemer om een plus te zetten op deze ondergrens voor dagelijks/verzorgend onderhoud, op basis van wensen van bewoners en gebruikers. • De buitendienst of aannemer geeft de mogelijkheid aan inwoners en gebruikers om zelf een plus te zetten op het dagelijks/verzorgend onderhoud. De aannemer faciliteert hierin samen met de gebiedsregisseur. De coproductie die op deze wijze ontstaat worden door middel van een overeenkomst vastgelegd, waarin taken, rollen, verwachtingen en afbakeningen staan opgenomen.

28

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 6. Planvorming en uitvoering participeert het Team Openbare Ruimte samen met de gebruikers in de openbare ruimte Wat: • Een succesvolle openbare ruimte wordt bepaald door de ruimtelijke kwaliteit. Bewoners en gebruikers waarderen de ruimtelijke kwaliteit op gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde. Plannen en bestekken zijn dus geënt op wensen van de bewoners en gebruikers. Ook de uitvoering biedt plaats aan gebruikers om te participeren. • Het Team Openbare Ruimte borgt technisch onderhoud door middel van onderhoudsplanningen en het beheersysteem GBI. Gebruikers hebben hier geen rol in. • Gebruikers kunnen wel een rol nemen bij het dagelijks/verzorgende onderhoud. Hoe: • Het Team Openbare Ruimte faciliteert de participatie met inwoners en gebruikers, in het voor- en najaar. • Een digitaal platform wordt hiervoor ingezet. • Het Team Openbare Ruimte is in de lead bij de start van nieuwe ruimtelijke ordening plannen of herinrichting. De groenkaders in dit plan staan centraal en worden nader uitgewerkt tot een leidraad inrichting groen die leidend is voor planvorming en uitvoering. Inwoners en gebruikers worden aan de voorkant, zoals ook beschreven in de nieuwe Omgevingswet, vroegtijdig betrokken bij keuzes en wensen.

29

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 7. Uitvoering van maatregelen creëren een landschappelijk gevoel Wat: • Beheer-, uitvoeringsplannen en bestekken dragen bij aan een landschappelijk gevoel bij de inwoners en gebruikers. Dit landschappelijke gevoel is de groene identiteit van Nunspeet en haar omgeving. • In de, nader te ontwikkelen, Leidraad Openbare Groene Inrichting en Duurzame Soortkeuze (LOGIDS) komt een hoofdstuk omtrent landschapsidentiteit. Hoe: • De soortkeuze van groen en het beheer ervan dient, bij nieuwe aanleg of herinrichting ervoor te zorgen dat een landschappelijk gevoel wordt bewerkstelligd. • Ontwikkel de LOGIDS inclusief een hoofdstuk Landschapsidentiteit. In dit hoofdstuk zal worden beschreven wat de landschappelijke identiteit van Nunspeet is en wat de doelen ten aanzien van de identiteit zijn. • Een landschappelijk gevoel creëren betekent onder andere het realiseren van het ‘Veluwse gevoel’; het bosrijke karakter van Nunspeet en omgeving, met kenmerkende inheemse, eetbare plant- en boomsoorten. • Bomen en beplanting krijgen optimaal de ruimte om in volle wasdom te komen en het groen dient vrijuit, zoveel mogelijk natuurlijk, te kunnen groeien. Er mag geen cultuurlijk, ingeperkt snoeibeeld ontstaan.

30

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 8. Nieuwe plannen of herinrichting creëert voldoende (bio)diversiteit in groen Wat: • Nieuwe plannen en/of herinrichting borgt of realiseert minimaal de aanwezige biodiversiteit en draagt waar mogelijk bij aan een verhoging/versterking van de biodiversiteit. • Verder zijn voor dit thema de kaders zoals vermeld onder bestuurlijk doel: 4. Vergroten van biodiversiteit en duurzaamheid van toepassing. Hoe: • De huidige biodiversiteit wordt vastgelegd in de te ontwikkelen LOGIDS met daarnaast een toekomstvisie en streefbeeld(en). Een groeipad hiertoe wordt in de onderhoudsbestekken meegenomen.

31

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus 9. Elk plan of bestek heeft aandacht voor duurzaamheid, hittestress en waterberging Wat: • Een van de ruimtelijke kwaliteiten is toekomstwaarde. Genieten van een groene ruimte en wonen en werken in een gezonde groene omgeving zijn van groot belang. Om dit te kunnen garanderen zal aandacht moeten worden besteed aan duurzaamheid, hittestress, droogtestress en waterberging. • Hittestress wordt actief tegengegaan. • Er is voldoende waterberging om pieken op te vangen. Voor zowel natte als droge perioden. • Elk nieuw plan wordt integraal op deze thema’s uitgewerkt. • Groenplannen en –bestekken zoomen specifiek in op deze thema’s gericht op het groen. • Invasieve exoten worden bestreden. Hoe: • In de nieuwe bestekken worden duurzaamheidseisen, hittestress keuzes en waterberging als bestek eisen opgenomen. • Eisen omtrent duurzaamheid, hittestress en waterberging worden als onderdeel van de scoring bij bestekken, voor buitendienst of aannemers meegenomen. • In de LOGIDS wordt duurzaamheid beschreven en staan praktische invullingen voor beheer en inrichting. De sortimentslijst met beplantingen zal bijvoorbeeld bestaan uit duurzame soorten met aandacht voor zaken als ‘soorten die allergieën opwekken’. • Hittestress, droogtestress en waterberging komen elk ook terug in de LOGIDS met uitleg en praktische invullingen.

Denk hierbij aan onttegeling en toepassen van wadi’s. • In de LOGIDS komt tevens een paragraaf over exotenbeheersing.

32

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus

Woonwijken

Begraafplaatsen extensief

Parken/ Begraafplaatsen intensief

Industrie

Hoofdstructuurwegen

Centrum

Buitengebied

3.4 Kwaliteitsniveaus De kaders zoals in dit hoofdstuk beschreven kunnen vertaald worden naar een uitgangspunt voor de uitvoering van het beheer op beeldkwaliteit. Met onderstaand beeldkwaliteit scenario kan een bijdrage aan de kaders geleverd worden. Per onderdeel wordt het kwaliteitsniveau per functiegebied getoond:

BOMEN

Basis

Hoog

Hoog

Basis

Hoog

Basis

Basis

CULTUURLIJKE BEPLANTING

Basis

Hoog

Hoog

Basis

Hoog

Basis

Basis

NATUURLIJKE BEPLANTING

Basis

Hoog

Hoog

Basis

Hoog

Basis

Basis

GRASSEN

Basis

Hoog

Hoog

Basis

Hoog

Basis

Basis

HAGEN

Basis

Hoog

Hoog

Basis

Hoog

Basis

Basis

BLOEMBAK

Basis

Hoog

Hoog

Basis

Hoog

Basis

Basis

WATER

Basis

Hoog

Hoog

Basis

Hoog

Basis

Basis

ONKRUID OP VERHARDING

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

Basis

33

3. Algemene kaders en kwaliteitsniveaus De beeldkwaliteitsystematiek maakt gebruik van een indeling in vijf kwaliteitsniveaus. Deze niveaus laten zich als volgt in het algemeen omschrijven:

Zeer hoog

Hoog

Basis

Laag

Zeer laag

34

4. Specifieke kaders

35

4. Specifieke kaders In voorgaande hoofdstukken zijn de bestuurlijke doelen en de gewenste effecten voor het groenbeheer concreet uitgewerkt tot kaders en afgeleide beeldkwaliteitsniveaus per functiegebied. Daarnaast zijn nog enkele aandachtspunten van belang, die in dit hoofdstuk zijn uitgewerkt. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Uitbreiding centrumgebieden Extra aandacht aan parken Onderscheid begraafplaatsen Groen- blauwe netwerken Boombeheer Onkruidbeheersing verhardingen Waarde groen andere beleidsvelden Landschapsbeheer Bermen en watergangen

36

4. Specifieke kaders 1. Uitbreiding centrumgebieden

2. Extra aandacht aan parken

3. Onderscheid begraafplaatsen

•

•

•

•

•

Alle centrumgebieden in de kernen worden jaarrond op niveau Hoog onderhouden. In een aantal centrumgebieden van Nunspeet en Elspeet is sprake van uitbreiding van centrumgebieden, deze worden ook op niveau Hoog onderhouden: • Centrumgebied tussen Laan, Markt en Stationslaan Nunspeet • De Brink Elspeet • Dorpsplein Hulshorst • Centrumgebied Vierhouten Centrum gebieden krijgen qua inrichting en beheer een niveau Hoog. In de uitbreidingen van de centra zie je dit terug door de toepassing van bomen, gebruik van vaste planten, hanging baskets en verplaatsbare bloembakken.

•

•

•

In verband met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is een aantal nieuwe parkachtige gebieden ontwikkeld. Denk hierbij aan nieuwbouwwijk Molenbeek (Wezenlandenpark) en park tussen Winckelweg - Stationslaan en museum Noord-Veluwe (Park Winckelweg). In deze gebieden wordt extra aandacht besteed aan sortiment, kleurgebruik, bloeitijd, spelen in de openbare ruimte, bloembollen, kunst in de openbare ruimte en dergelijke. Deze gebieden vertegenwoordigen een belangrijke waarde en worden op een niveau Hoog onderhouden.

•

•

Onderscheid maken tussen intensieve en extensieve begraafplaatsen. Intensieve begraafplaatsen onderhouden op niveau Hoog. Dit zijn begraafplaatsgedeeltes waar nog intensief begrafenissen en bijzettingen plaatsvinden. • Begraafplaats Elspeet nieuwe gedeelte (tussen hoofdas en Kleine Kolonieweg); • Begraafplaats west (gehele begraafplaats). • Begraafplaats Eperweg 51 (gehele begraafplaats). Extensieve begraafplaatsen onderhouden op niveau Basis. Dit zijn begraafplaatsgedeeltes waar niet meer intensief begrafenissen en bijzettingen plaatsvinden. • Oud gedeelte begraafplaats Elspeet (tussen hoofdas en aanliggend bosperceel); • Begraafplaats Eperweg 22 (gehele begraafplaats).

37

4. Specifieke kaders 4. Groen-blauwe netwerken •

•

• •

5. Boombeheer

Bestendigen van nieuwe • groenretentiegebieden als De Kolk en Molenbeek als een groen-blauw netwerk rondom de kern Nunspeet. • In deze gebieden staan het samenspel van groen-natuur en water voorop. Indien mogelijk • kan een link worden gelegd met Spelen. Er wordt ingezet op uitbreiding van het areaal ten behoeve van groenretentie. Deze extra groengebieden vragen om een • extensief beheer en onderhoud (niveau Basis) en betreffen een extra areaal uitbreiding. Hierbij gaat het onder andere om: • • Groenretentiegebieden (o.a. vogelbosjes, poelen, bloemrijke graslanden); • • Wadi en groen; • Natuurlijk spelen – speelnatuur; • • Zwaluwenwanden; • Recreatieve wandelpaden. •

Bomen zijn beeldbepalend en dragen bij aan de aankleding en inrichting van de openbare ruimte. Zowel boven- als ondergrondse ruimte is nodig om tot volle wasdom te komen. Richtlijnen worden opgesteld vanaf initiatieffase Om zo een planmatig en duurzaam bomenbestand te krijgen en te houden. Er is aandacht voor: functie, plek, soort, groeiplaatsfactoren aanleg en groeibegeleiding. De landelijke Richtlijn Boombeheer en het boomstructuurplan wordt gehanteerd. Er wordt aan de zorgplicht bomen voldaan, controle alle bomen elke 3-5 jaar. Weersinvloeden, de aanwezigheid van dood hout, ziekten en plagen vormen een risico. Hiervoor dient vierjaarlijks planmatig onderhoud plaats te vinden. De locatie van bomen en de ondergrondse infrastructuur, wegen en voetpaden en nutsvoorzieningen worden op elkaar afgestemd.

6. Onkruidbeheersing verhardingen • •

• •

•

•

•

Onkruidbestrijding dient aan de wettelijke normen te voldoen Gebruik van bestrijdingsmiddel Roundup met de werkzame stof Glyfosaat is niet meer toegestaan voor gebruik van onkruidbestrijding op (half-)verhardingen. Kwaliteitsniveau Basis dient minimaal te worden nagestreefd. Voor nieuwbouwwijken als Molenbeek, Elspeet Noord, Weversweg en de komst van de oostelijke rondweg is een forse areaaluitbreiding te verwachten van het te behandelen oppervlakte en hier dient niveau Basis tevens minimaal gegarandeerd te worden. De gebruikte technieken mogen nooit leiden tot schade aan (half)verhardingen, elementen, objecten en/of beplantingen. De LOGIDS bevat een hoofdstuk ‘onkruid op (half)verharding’. In dit hoofdstuk worden beheerwijze (methodiek en materieel) en onkruid werende materialen beschreven. Maatwerk wordt geleverd daar waar het noodzakelijk is: bijvoorbeeld gebieden met natuursteen en obstakels.

38

4. Specifieke kaders 7. Waarde groen andere beleidsvelden

8. Landschapsbeheer

9. Bermen en watergangen

•

•

•

•

• •

•

•

Benadruk de waarde van groen bij elk nieuw plan samen met andere beleidsvelden. De drie waarden van ruimtelijke kwaliteit (gebruik, beleving en toekomst) en vier belangen (economisch, sociaal, ecologisch en cultureel) zijn leidend. Laat aan andere beleidsvelden en het bestuur zien hoe de groene kapitaalgoederen bijdragen aan bestuurlijke- en maatschappelijke opgaven. Neem een rol als Team Openbare Ruimte in elk projectteam. Denk binnen het projectteam integraal aan: klimaat, hittestress, sport/bewegen, gezondheid, recreatie, ecologie, stedenbouwkundige lay-out, sociaal-, economische en cultuurhistorie. Koppel deze raakvlakken als projectteam aan de bijdragen aan welzijn, gezondheid, welbevinden en beleving van de openbare ruimte Investeer extra in het groenbeheer tijdens de loopduur van dit beleid. Wanneer de waarde van groen bij andere beleidsvelden ingezien wordt kan vanuit deze velden worden geïnvesteerd in groen.

•

•

Inwoners en gebruikers kunnen meewerken aan beheer en onderhoud van landschappelijke beplantingen in het buitengebied. Het betreft bijvoorbeeld het onderhoud aan knotwilgen, houtwallen, groensingels. De activiteiten van de bosbrigade wordt gestimuleerd.

• • •

•

Bermen dienen in het buitengebied en waar mogelijk binnen de bebouwde kom een nadrukkelijk ecologisch karakter te hebben. Bermen dienen kruidrijk en ruige uitstraling te hebben. Het beheer dient extensief te zijn om biodiversiteit te bevorderen. Watergangen dienen voldoende afvoercapaciteit te hebben. Watergangen dienen waar nodig in capaciteit vergroot en kwantitatief meer aanwezig te zijn, om waterberging in eigen gebied te borgen.

39

5. Groen in cijfers

40

5. Groen in cijfers 5.1 Areaalgegevens Onderstaand zijn de actuele hoeveelheden van het groen weergegeven.

74

8

1 1 6

110 8

76 7 35 1 190 5 1.924 508

514 75

37 6.804 1.377

15

515 77 19

493

71

3.140 1.386 32

22.492 1.128

3 1 359 11

403 139 5 13 16

11

264 261

11 187

1.600

4.537 266

404 132

968

10.055

983

1.762 333 23.315 14.366

10.675 932 1.157

680 372 8 707 159 104 36 366 131 5.521 723

54.736 7.604 64 70 47.903 188

31.367 1.108

10 8 12 2 62 5 235 6.652 1.087 860 10.129 835 16 20.774

16.712 137.649 410 98.380

Eenheid

Eindtotaal

Overig

Woonwijken

Sportpark

Parken/Begraafplaatsen

52 22

30 9 1 7 1 781 6

Industrie

Hoofdstructuurwegen

STEDELIJK

Centrum

Categorieën Bomen in beplanting Bomen in gras Bomen in verharding Boom in bosplantsoen Knotbomen Lei-, vormboom BOMEN Mandelige waardevolle/Monument Monumentale particuliere boom Solitaire boom Straat-, laanboom Waardevolle particuliere boom Overig Beheer derden Bodembedekkers Botanische rozen Illegaal grondgebruik Particulier in gebruik CULTUURLIJKE BEPLANTING Sierheesters Sponsor rotonde Vaste planten Wisselperken Overig Bos binnen de kom Bosplantsoen NATUURLIJKE BEPLANTING Hakhoutwallen Heide Overig

Buitengebied

LANDELIJK

1.143 st. 543 st. 13 st. 816 st. 213 st. 166 st. 38 st. 583 st. 413 st. 9.205 st. 1.261 st. 235 st. 37 m² 75.246 m² 10.541 m² 924 m² 70 m² 73.767 m² 1.386 m² 2.894 m² 368 m² 20.774 m² 40.027 m² 217.112 m² 3.577 m² 1.157 m² 98.380 m²

41

5. Groen in cijfers

GRASSEN

HAGEN BLOEMBAK

SPEELOG.

WATERLOOP

WATERVLAK

115

375

7.076

335 29

6.784 12.288 548

1.235

7.838 38.702 22.940

1.099

82 144

1.483 1.379

2.502 17

4.248 636

209 94

1.543 2.091 60.296 91.526 1.075

2.713 248.680

41

7

150

6.186 8.353 5.549 8.057 76 3.886

4.704 6.316

438 4.200

5

85 318 90

2.219 3.274 748 215 486 822

1.040

726

148 1.782

39

133 2.646 12.317 7.244

Eenheid

3.246 75.708 45.656

Eindtotaal

2.854 376

Overig

Parken/Begraafplaatsen

Industrie 182 245 500

Woonwijken

983

1.136 21.307 46.443

Sportpark

5.473 187 22.748 289.438 5.718

Hoofdstructuurwegen

STEDELIJK

Centrum

Categorieën Bermen - 2x maaien Bermen - 4x maaien Bermen - 8x maaien Bermen buitengebied 1x maaien Bermen buitengebied 2x maaien Bermen, 1x maaien Gazon - 10x maaien Gazon - 25x maaien Zwarte grond Overig Hagen blok Hagen strak Overig Losse bloembakken Ondergrond rubber Ondergrond schors Ondergrond zand Zandbak Overig Dubbelzijdige bermsloot Dubbelzijdige watergang Enkelzijdige bermsloot Enkelzijdige watergang Maaien zaksloten Slootvuil Waterschap Overig Vijvers (m2) Overig

Buitengebied

LANDELIJK

4.564 m² 105.960 m² 94.145 m² 22.748 m² 298.056 m² 7.809 m² 74.918 m² 147.898 m² 24.706 m² 248.680 m² 13.269 m² 9.024 m² 4.200 m² 12 st. m² 2.304 m² 3.742 m² 838 m² 941 m² 7.712 m 9.175 m 5.696 m 8.057 m 2.029 m 3.886 m 2.646 m 12.317 m² 7.244 m²

42

5. Groen in cijfers 5.2 Huidige staat Algemeen Uit de schouw komt naar voren dat het groen een 7,3 (niveau B) krijgt. En de verzorging krijgt een 7,6 (niveau A). Groen Bij Resultaten Groen scoren sierheesters en bomen het hoogst. Grassen en bermen scoren aanzienlijk lager, dit is te verklaren door de kale plekken die zijn aangetroffen.

Verzorging Hondenpoep scoort zeer hoog (9,5). Wel is er incidenteel op locaties wat onkruid aangetroffen op verhardingen, daardoor scoort deze het laagste van de vier (7,9). Ambitie De kwaliteit van de openbare ruimte komt overeen met de bepaalde ambitie (niveau A (Hoog) en niveau B (Basis)). Kwaliteitsniveau Structuurelement

Technisch

Verzorgend

Centrum en accentgebieden

Hoog

Hoog

Hoofdstructuurwegen + rotondes

Hoog

Hoog

Parken en begraafplaatsen

Hoog

Hoog

Woonwijken

Basis

Basis

Bedrijventerreinen en industriegebieden

Basis

Basis

43

5. Groen in cijfers

44

6. Financiën

45

6. Financiën Om de kaders in dit groenbeleids- en beheerplan te realiseren zijn financiële middelen noodzakelijk. De afgelopen jaren zijn de benodigde middelen toereikend geweest voor de uitvoering van het groenbeleid.

TOTAAL OVERZICHT BESCHIKBAAR BUDGET Stedelijke openbaar groen

€ 854.850,00

Door areaalvergroting, invoering van gifvrije bestrijding van onkruid op verharding, toename van het aantal wensen en toename van de zorgplicht voor bomen en groen zijn budgetverhogingen wellicht noodzakelijk.

Landschappelijke groen

€

Maaien bermen en sloten watergangen

€ 150.320,00

Onkruidbeheer verhardingen

€

Totaal beschikbaar budget

€ 1.116.230,00

In de tabel hiernaast staan de beschikbare budgetten voor de uitvoering van het groenbeheer op een rij voor het jaar 2019. In totaal is ruim € 1.116.230,00 beschikbaar voor het technische en dagelijks/verzorgende onderhoud.

52.060,00

59.000,00

In theorie (op basis van een landelijke kennisbank van Antea Group) is als benodigd budget ruim € 1.306.651,00 berekend voor het technische en dagelijks/verzorgende onderhoud.

TOTAAL OVERZICHT BENODIGD BUDGET Onderhoud technische staat

€ 776.169,00

Het verschil tussen het huidige en benodigde budget bedraagt circa € 190.000,-.

Onderhoud verzorging

€ 329.372,00

Onderhoud onkruid op verharding

€ 201.110,00

Totaal benodigd budget

€ 1.306.651,00

Na vaststelling van het groenbeleids- en beheerplan door de raad wordt gestart met de uitvoering van het nieuwe groenbeleids- en beheerplan en wordt het financiële verloop gemonitord (jaarlijkse evaluatie). Bij afwijkingen wordt er gerapporteerd en bijgesteld bij de hoofdlijnenrapportages. Bij de opgave van nieuw beleid voor de meerjarenbegroting 2021-2024 zal ook de financiële structurele doorwerking worden meegenomen.

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16610966/1