AP 14. Raadsvoorstel vaststellen Beleidsplan openbare verlichting 25501
Tekst van het document
Raadsvoorstel 4239 Agendapunt: Nummer: Datum college: Raadsvergadering: Commissie Datum commissie: Portefeuillehouder: Onderwerp:
14 377 11 januari 2022 24 februari 2022 Ruimte en Wonen 7 februari 2022 M.W. Storteboom Beleids- en beheerplan verlichting
openbare
Voorstel Het Beleidsplan Openbare Verlichting 2022 – 2030 vast te stellen. Kiezen voor scenario 1.5 van het beleidsplan Openbare Verlichting 2022 – 2030 en deze extra benodigde middelen afwegen in de tot standkoming van de meerjarenbegroting 2023-2026. Geachte raad, Inleiding De gemeente Nunspeet heeft een uitgestrekte en gevarieerde openbare ruimte. Een deel van deze openbare ruimte is voorzien van openbare verlichting (OVL) waar het een bijdrage levert aan de veiligheid voor voetgangers, fietsers en het gemotoriseerde verkeer. Het vergroot niet alleen de verkeersveiligheid, maar draagt ook bij aan de sociale veiligheid. De gemeente is als wegbeheerder verantwoordelijk voor de instandhouding van de openbare verlichting. De gemeente Nunspeet heeft tot heden het beleidsplan 2011 – 2020 gehanteerd. In dit plan heeft de gemeente voor de openbare verlichting een doelstelling vastgesteld die is te verdelen in de volgende punten: Inzichtelijk maken of de huidige OVL installatie nog actueel is; Bepalen op welke wijze de gemeente Nunspeet energie kan besparen m.b.v. “state of the art” technologieën.
Daarbij heeft de gemeente gesteld om een besparing van € 35.000 op de energiekosten te behalen in 2020, vanuit het beleidsplan blijkt €15.000 besparing haalbaar; Vervangingsplan opstellen op basis van de leeftijd van de huidige OVL installatie, om zodoende zicht te krijgen op het benodigde budget. Uit een evaluatie komen de volgende resultaten naar voren: Het aantal OVL-objecten is licht toegenomen: het aantal objecten (aansluitingen) is met 2,4% toegenomen. Het aantal lichtbronnen is nagenoeg gelijk gebleven, doordat armaturen met dubbele lamp zijn vervangen door een armatuur met enkele lamp;
-2-
In 2010 bedroegen de kosten van de netbeheerder en de energiekosten samen € 128.000. De doelstelling was deze kosten terug te brengen naar € 111.550 in 2020. De berekende energie- en netbeheerkosten in 2021 zijn € 112.000. Dat betekent dat de doelstelling in 2020 hoogstwaarschijnlijk net niet is behaald. Hiervoor zijn twee redenen aan te wijzen, namelijk de areaaluitbreiding en de toename van de energietarieven, met name de energiebelasting en de toevoeging van de Opslag Duurzame Energietransitie (O.D.E.); De doorgaande wegen zijn van (hoogvermogen) SON-verlichting aangepast naar energiezuinige gedimde LED-verlichting; In het buitengebied zijn alle armaturen met niet-energiezuinige SOX-verlichting omgebouwd en voorzien van retrofit LED-lampen; Nieuwbouwplannen zijn uitgevoerd met energiezuinige dimbare LED-verlichting; Voor het realiseren van kwalitatieve hoogwaardige verlichting wordt de NPR-13201 als richtlijn gehanteerd.
Argumenten/overwegingen Het doel van het OVL beleid is gebaseerd op de visie dat in een ideale situatie de OVL optimaal bijdraagt aan de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid. Het energieverbruik dient zo laag mogelijk te zijn en er wordt gestreefd naar duurzame oplossingen. Het doel van het vaststellen van beleid is om een kader te scheppen waarbinnen de openbare verlichting effectief, kostenefficiënt en milieubewust in stand worden gehouden. Dit alles binnen de daarvoor geldende wettelijke bepalingen en richtlijnen. Scenario's Hoe we de openbare verlichting de komende beleidsperiode kunnen verbeteren, is uitgewerkt in twee scenario's. De scenario's geven inzicht in de investering en de gevolgen die deze investeringen hebben. Voor het scenario is een 'score' gegeven op de thema's Veiligheid, Duurzaamheid, Kwaliteit en Kosten efficiënt. Deze score is geen 'exacte wetenschap' maar meer een inschatting van het effect van het scenario voor het betreffende thema, afgezet tegen de huidige situatie. In scenario 1 (Vervangen op basis van de investeringsbedragen in de huidige meerjarenbegroting) wordt het aantal te vervangen masten en armaturen afgestemd op het reeds beschikbaar gestelde investeringen tot en met 2025. In de navolgende periode tot en met 2030 worden de te vervangen masten en armaturen in jaarlijks gelijke aantallen vervangen.
Er worden geen masten en armaturen vervangen vóór het verstrijken van de technische levensduur. In scenario 2 (Versneld ombouw naar LED) wordt in 2022 het aantal te vervangen masten en armaturen afgestemd op het reeds beschikbaar gestelde investeringsbedrag. Vanaf 2023 tot en met 2030 worden de te vervangen lichtmasten in jaarlijks gelijke aantallen vervangen. In dezelfde periode worden alle conventionele armaturen vervangen, ongeacht de leeftijd, in jaarlijks gelijke aantallen. Er wordt een beperkt aantal armaturen vervroegd vervangen.
Scenario 2 scoort iets beter op veiligheid, omdat in dezelfde periode een groter deel van het areaal verbeterd wordt, hetgeen ook de kwaliteit ten goede komt. Scenario 1 sluit vanwege een betere score op kostenefficiënt beter aan bij de missie en visie van de gemeente voor openbare verlichting.
-3-
Beide scenario’s scoren hetzelfde op duurzaamheid, maar met als verschil dat in scenario 1 minder kapitaal vernietigd wordt (vervroegd vervangen armaturen), terwijl in scenario 2 het energieverbruik eerder afneemt.
De huidige werkwijze voor het instandhouden van het areaal openbare verlichting voldoet aan de doelstellingen van dit beleidsplan. Ook voldoet deze werkwijze aan de missie en visie voor openbare verlichting en wordt ruimschoots voldaan aan de doelstelling van het Klimaatakkoord in 2030, namelijk het realiseren van 50% energiebesparing ten opzichte van 2013. In het scenario waarbij in 2030 alle verlichtingsobjecten versneld zijn voorzien van een LED armatuur betekent dat investeringen vervroegd moeten worden, en een deel van de armaturen vroegtijdig wordt vervangen. Hierdoor vindt kapitaalvernietiging plaats en moet restwaarde van armaturen worden afgeschreven, terwijl de extra besparingen op energieverbruik en onderhoudskosten minimaal is.
Financiële toelichting Bij de kosten zijn de beleidsuitgangspunten als uitgangspunten genomen. In de onderstaande tabellen is een samenvatting van het financiële effect van de scenario's weergegeven, uitgesplitst naar kostensoorten.
De overige exploitatielasten (Beheer- en onderhoudskosten, Energie- en netwerkkosten) nemen in de periode tot en met 2025 in scenario 2 sneller af dan in scenario 1, omdat er meer wordt geïnvesteerd in armatuurvervanging. LED armaturen vergen minder onderhoud en verbruiken minder energie. In de periode 2026 tot en met 2030 wordt in scenario 1 meer geïnvesteerd in armatuurvervanging, het verschil in exploitatielasten is slechts gering in 2030 . Omdat in deze beleidsperiode in scenario 2 eerder dan in scenario 1 geïnvesteerd wordt in armatuurvervanging, nemen de kapitaallasten (rente en afschrijving) sterker toe. Voor het uitvoeren van de scenario’s zijn investeringen nodig. De investeringen voor 2022 blijven ongewijzigd, voor de periode tot en met 2025 zijn de op te voeren investeringen boven op de bestaande investeringen uit de meerjarenbegroting in onderstaande tabel weergegeven. Vanaf 2026 zijn de investeringen uit de scenario’s opgenomen.
-4-
Indicatoren De beleidsindicator wordt jaarlijks ingevuld via de 4e kwartaalrapportage. De indicator is het percentage oude verlichtingsarmaturen welke zijn vervangen door LED-armaturen. Hieronder is de tabel uit de kwartaalrapportage weergegeven.
Standpunt commissie Dit onderwerp is in de commissie Ruimte en Wonen tijdens haar vergadering van 7 februari 2022 aan de orde geweest. Daaruit zijn de volgende punten naar voren gekomen. Wethouder Storteboom heeft toegezegd dat een tussenscenario (scenario 1.5) wordt doorgerekend, waarbij alles wat technisch en economisch afgeschreven is, versneld wordt vervangen, laten doorrekenen en zal voorleggen in de raadsvergadering. In onderstaande tabel is dit scenario toegevoegd. Het aantal armaturen dat vervroegd wordt afgeschreven is hierin tot het minimum beperkt.
Voor het uitvoeren van de scenario 1.5 zijn investeringen nodig. In onderstaande tabel zijn de financiële verschillen van de scenario's qua investeringsbedragen weergegeven. De investeringen voor 2022 blijven ongewijzigd, voor de periode tot en met 2025 zijn de op te voeren investeringen boven op de bestaande investeringen uit de meerjarenbegroting weergegeven.
Stukken ter inzage <Benoem hier de stukken die ter inzage liggen> Bijlage(n) 1. NSP-21-01 BPOVL v4.0 Beleidsplan Openbare Verlichting 2022 - 2030
-5-
BS
Burgemeester en wethouders van Nunspeet, de secretaris, de burgemeester, mr. A. Heijkamp
B. van de Weerd