AP 14. Bijlage 5e - De Kijktuinen Bijlagen Toelichting
Tekst van het document
De wegen ten westen van het plangebied zijn bedoeld voor de ontsluiting
deel van het plangebied ligt binnen de zone die mogelijk risico loopt
van de woningen aldaar en kennen geen doorgaand karakter.
bij ontploffing en/of brand van de leiding. Om deze reden worden
Ten zuiden van het plangebied is de begraafplaats ontsloten via de Van
vanuit het onderzoek voorwaarden gesteld aan de inrichting van het
Oordtstraat. Vanaf deze Van Oordtstraat loopt een fietsroute richting de
gebied. De gestelde voorwaarden dienen enerzijds te zorgen dat
Schotweg. Vanaf deze fietsroute loopt een bospad het Natura 2000 ge-
de bestrijdingsmogelijkheden van de hulpdiensten bij een calamiteit
bied in richting het plangebied en loopt daar dood op ca. 5 meter van de
optimaal zijn en anderzijds dat bewoners veilig kunnen vluchten. Bij de
erfgrens.
verdere planuitwerking moet daarom de brandweer (veiligheidsregio noord- en oostgelderland) om advies worden gevraagd. Daarnaast
Conclusie
levert het externe veiligheidsonderzoek een beperking op van het
De Kienschulpenweg biedt voldoende capaciteit voor de verwachte ver-
maximaal aantal te bouwen woningen.
keerstoename door het plan. Het aantal aansluitingen op de Kienschul-
• In het zuidelijk gedeelte van het plangebied ligt, ook in noordoost-
penweg moet vanwege het doorgaande karakter beperkt zijn. Aanslui-
zuidwest richting, een rioolpersleiding van het Waterschap Vallei en
ting op het omliggende netwerk voor langzaam verkeer is belangrijk.
Veluwe. Hiervoor geldt ook een bebouwingsvrije zone boven en direct naast de leiding. In overleg met het Waterschap is besloten om deze rioolleiding om te leggen.
Kijktuinen Nunspeet
13
• Ten zuiden van het nabij gelegen industrieterrein ligt de Crossbaan
Conclusie
Nunspeet. Het plangebied ligt voor een groot deel in de geluidzone
Bij de ontwikkeling van het plangebied moet rekening worden gehou-
van het motorcrossterrein. Dit betekent dat er een geluidsgevoelige
den met bestaande aardgasleiding en de bijbehorende bebouwingsvrije
functie gebouwd mag worden indien de geluidsbelasting vanwege
zones. Het nog uit te voeren akoestisch onderzoek kan nog gevolgen
het motorcrossterrein op de gevel van de geluidsgevoelige functie niet
hebben voor de exacte ligging van woningen.
hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde. • Het plangebied wordt aan de noord- en oostzijde omsloten door twee
14
2.7 Overige randvoorwaarden
doorgaande wegen, de Harderwijkerweg en de Kienschulpenweg.
Om de mogelijke effecten van het plan op beschermde dier- en plantensoor-
De geluidbelasting van het wegverkeer van deze wegen is een
ten in te schatten, zijn enkele ecologische onderzoeken uitgevoerd. Hieruit
aandachtspunt en zal nader onderzocht worden. Deze geluidbelasting
volgt dat door de ontwikkeling van Kijktuinen gevolgen heeft voor enkele
kan bepalend zijn bij de afstand tussen bebouwing en de weg.
soorten, maar geen invloed heeft op de instandhouding van deze soorten
• Uit de uitgevoerde onderzoeken naar bodemvervuiling blijkt dat de
omdat er sprake is van een tijdelijke en plaatselijke verstoring, er voldoende
bodem niet vervuild is en geschikt wordt geacht voor de beoogde
leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Nader
functies. Daarbij valt echter een kanttekening te maken, de bodem is
onderzoek naar deze beschermde soorten of een ontheffing in het kader
nog niet onderzocht op vervuiling van PFAS. Dit zal voorafgaand aan
van de Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. Wel dient er bij
de fysieke ingrepen worden uitgevoerd.
werkzaamheden rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht.
In het vervolgproces zal in het kader van de bestemmingsplanprocedure (of
Op grond van het ecologisch onderzoek wordt geadviseerd om sleedoorns
vergelijkbare ruimtelijke procedure) verder aangetoond worden dat de be-
te planten voor de sleedoornpage (vlindersoort) en moeten er maatrege-
treffende plannen uitvoerbaar zijn. Mogelijk zijn hiervoor nog aanvullende
len worden getroffen om in de toekomst vleermuizen te kunnen blijven
milieukundige onderzoeken vereist. Dit zal in het vervolg worden opgepakt.
huisvesten. Op grond van het eerste ecologisch onderzoek heeft er nader
Kijktuinen Nunspeet
onderzoek plaats gevonden naar de das waaruit gebleken is dat dit gebied niet tot zijn essentieel leefgebied behoort. In het plangebied heeft verkennend archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Hierbij zijn vuursteenresten gevonden. Op grond van dit onderzoek zal bij de planuitwerking een aanvullend proefsleuvenonderzoek moeten worden uitgevoerd. Hieruit zal moeten blijken of deze vuursteenresten behoudenswaardig zijn. Als gevolg van deze vondst moet het plan mogelijk worden aangepast, omdat het niet wenselijk is om op de vindplaats te bouwen. In het vervolgproces zal in het kader van de bestemmingsplanprocedure (of vergelijkbare ruimtelijke procedure) verder aangetoond worden dat de betreffende plannen uitvoerbaar zijn. Mogelijk zijn hiervoor nog aanvullende onderzoeken vereist. Dit zal in het vervolg worden opgepakt. Conclusie De conclusies van de uitgevoerde onderzoeken moeten worden meegenomen worden het uit te werken en plan en de aanleg. De geadviseerde maatregelen zullen worden getroffen.
Kijktuinen Nunspeet
15
3 Beleidsanalyse In dit hoofdstuk worden de meest relevante provinciale en gemeentelijke beleidsstukken behandeld die uitgangspunt vormen voor de ontwikkeling van de locatie Kijktuinen.
3.1 Omgevingsvisie en -verordening Gelderland Het provinciaal beleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening van Gelderland. Deze zijn in 2014 vastgesteld en sindsdien een aantal keren geactualiseerd naar aanleiding van nieuwe wetgeving of nieuwe initiatieven. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Door de nabijheid van verschillende natuurgebieden is voor de locatie Kijktuinen het natuur- en landschapsbeleid in deze verordening van belang. De houtsingel op de grens van het plangebied en ook het zuidelijk gelegen bosperceel liggen in het Gelders NatuurNetwerk (GNN). Ten zuiden van het plangebied ligt het Natura2000-gebied Veluwe. Beide gebieden
Natura 2000 gebied
overlappen elkaar (zie kaartbeeld). Binnen het GNN en het Natura2000gebied zijn in principe geen nieuwe stedelijke functies mogelijk. Gedeeltelijk ligt het plangebied binnen het Nationaal Landschap. Hier-
Nationaal Landschap
Gelders NatuurNetwerk
binnen zijn alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten of versterken. Dit deel van het Natio-
Plangebied
naal Landschap maakt onderdeel uit van het deelgebied: “Randmeerkust Uitsnede natuurbeleid Gelderland
16
Kijktuinen Nunspeet
Harderwijk-Elburg, het groene woonlint“. De kernkwaliteit die een rol speelt
gemeentelijke thema’s.
voor het plangebied van de locatie Kijktuinen is: Deel van gradiënt van
• Gebiedsgerichte streefbeelden als uitgangspunt voor beheer en
stuwwal naar Randmeer: bos - essen - strokenverkaveling – blokverkave-
ontwikkeling hanteren, benoemen van acties op basis daarvan.
ling op strandwallen; van besloten boslandschap via kleinschaligheid naar
Gericht op de relatie gezondheid en inrichting leefomgeving, worden uit-
grootschalig open; de overgang is eerst steil, daarna geleidelijk.
gangspunten gehanteerd als:
De overige kernkwaliteiten hebben betrekking op specifieke onderdelen uit
• Voldoende groen, water en speelvoorzieningen ook in de kernen en
de omgeving en zijn daarom niet van toepassing voor de locatie Kijktuinen.
goed bereikbaar vanuit de kernen. • Het stimuleren van fiets en openbaar vervoergebruik en het
Conclusie
verminderen van het autogebruik.
De bestaande houtsingel is onderdeel van het GNN en moet worden
• Een aantrekkelijke en veilige inrichting van de openbare ruimte.
gerespecteerd. Rekening moet verder worden gehouden met de nabij-
• Letten op gezondsheisaspecten als luchtkwaliteit, zoönosen en fijnstof.
heid van het Natura2000-gebied ten zuiden van de locatie. Dit wordt betrokken bij de nadere uitwerking. Tevens moet er bij de ontwikkeling
Bij de locatie Kijktuinen is het gebiedsstreefbeeld Wonen uitgangspunt. De
van het plangebied rekening worden gehouden met de kernkwaliteit die
belangrijkste punten voor de Kijktuinen zijn:
van toepassing is op deze locatie: de overgang van besloten bosland-
• Leefbaarheid (sociale veiligheid, verhouding huur/koop, letten op een
schap via kleinschaligheid naar grootschalig open.
goede verhouding van doelgroepen). • Bewegen en groen (er moet voldoende groen ingepast worden:
3.2 Omgevingsvisie 2018 Nunspeet
speelgroen, beweeggroen met de juiste voorzieningen die uitnodigen
De gemeente Nunspeet heeft een integrale toekomstvisie voor de gehele
tot bewegen en ontmoeten).
gemeente opgesteld, de Omgevingsvisie Nunspeet. De omgevingsvisie Nunspeet is opgebouwd in thema’s en een gebiedsgerichte uitwerking. De visie heeft als planhorizon 2030.
• Luchtkwaliteit en wegverkeerslawaai zijn een aandachtspunt omdat er mogelijk dicht op de weg wordt gebouwd. • De externe veiligheid is een aandachtspunt voor de Kijktuinen (ligging gasleiding, zie ook ruimtelijke analyse).
Eén van de thema’s is het initiëren en accommoderen van gebiedsgericht milieu- en gezondheidsbeleid. De kernpunten van dit thema zijn:
• Hittestress is een aandachtspunt. Er moet voldoende groen/water worden gerealiseerd.
• Integraal verweven van gezondheids- en milieuaspecten in alle
Kijktuinen Nunspeet
17
Uitsnede kaart omgevingsvisie 2018 Nunspeet
18
Kijktuinen Nunspeet
Onderstaande figuur geeft grafisch de samenvatting weer van de streefbeelden voor het gebiedstype Wonen.
• Behoud en versterken van de diversiteit, in beleving, in gebruiken naar ecologische waarden. • Koesteren van kleinschaligheid. • Zorgdragen voor geleidelijke en aantrekkelijke overgangen tussen de (nieuwe) bebouwingsclusters en het buitengebied. • Behoud van het open landschap en agrarische karakter. • Versterking van natuurwaarden en bekenstructuur in het veenweidegebied. • Behoud van doorzichten naar de bosrand en naar het grootschalige open landschap. • Versterken van de landschapstructuur; houtwallen in het coulissenlandschap en de open enken. • Nieuwe ontwikkeling zorgvuldig inpassen in de bosrand en het kampenlandschap. • Bosrand bestaande uit loofhout behouden en versterken. Conclusie Het plan voor de Kijktuinen moet getoetst worden aan het streefbeeld
Bij de gebiedsgerichte uitwerking is opgenomen dat aan de kernranden
voor wonen. Hieruit volgen enkele aandachtspunten die voor de visie
kleinschalige uitbreidingen van woon- en werkgebieden kunnen plaatsvin-
van belang zijn.
den. Deze zijn afgestemd op de concrete behoefte, goed landschappe-
Voor kleinschalige uitbreidingen aan de kernrand is het belangrijk om
lijk ingepast, sluiten aan op de gebiedskarakteristiek en waarborgen een
de diversiteit te versterken, rekening te houden met een geleidelijke
goede bereikbaarheid. Collectief particulier opdrachtgeverschap wordt
overgang tussen nieuwbouw en het buitengebied en het versterken van
gestimuleerd. Nieuwbouw en herontwikkeling moeten zo goed mogelijk
de landschapsstructuur.
voldoen aan de uitbreidingsbehoefte, zowel in aantallen, woningtypen als woningprijzen. Verder worden de volgende punten genoemd:
Kijktuinen Nunspeet
19
3.3 Landschapsontwikkelingsplan 2005 Met het Landschapsontwikkelingsplan 2005 (LOP) wil de gemeente de aandacht en het draagvlak vergroten voor het in stand houden en ontwikkelen van landschapskwaliteit binnen de gemeente Nunspeet. Daarnaast biedt het opstellen van een LOP de mogelijkheid om subsidies voor landschapsbeheer in de toekomst optimaal te kunnen benutten. Er dient te worden gewerkt aan verbetering van de beeldkwaliteit door herstel en beheer van o.a. kenmerkende houtwallen, singels en laanbeplanting. De Harderwijkerweg als ontginningsbasis dient ruimtelijk versterkt te worden door het aanbrengen van een uniforme laanbeplanting, zowel buiten als binnen de kernen. Verder vormen behoud van gave delen en ontwikkeling van de karakteristieke beplantingstructuur van singelpatronen, bosstroken en erfbeplantingen het uitgangspunt. De locatie Kijktuinen ligt in de overgangszone dat een halfopen, kleinschalig gebied vormt in een strook tussen de Harderwijkerweg en de overgang naar de bossen van de Veluwe. Houtsingels, -wallen en bosstroken zijn identiteitsdragers voor de overgangszone. Om de verbinding tussen veenweidegebied en de bossen van de Veluwe te verbeteren, wordt versterking van noord-zuid gerichte beplantingsstructuren in de vorm van bosstroken voorgestaan.
Uitsnede kaart landschapsontwikkelingsplan 2005
20
Kijktuinen Nunspeet
Conclusie
te vinden die op kortere termijn daadwerkelijk benut kunnen worden. Er
Het LOP geeft aan dat de kenmerkende houtsingels en de laanbeplan-
is nog onvoldoende aanbod van met name sociale huur- en betaalbare
ting behouden en waarnodig hersteld moeten worden. Houtsingels en
koopwoningen, die bij commerciële en particuliere ontwikkelaars niet de
bosstroken zijn belangrijk voor de overgang van het open landschap
hoogste prioriteit genieten. Omdat de gemeente eigenaar van de gronden
naar de Veluwe.
in de locatie Kijktuinen is, kan maximaal invloed worden uitgeoefend op de invulling en daardoor optimaal tegemoet worden gekomen aan de wo-
3.4 Woonbeleid Nunspeet
ningbehoefte van de desbetreffende doelgroepen.
De gemeentelijke woonvisie is in de basis in 2014 opgesteld en bestrijkt de periode t/m het jaar 2024. In het laatste kwartaal van 2019 en het eerste
Conclusie
kwartaal van 2020 vindt een actualisatie plaats van de Woonvisie, inclu-
Benutting van de locatie Kijktuinen is noodzakelijk om een deel van het
sief de woningbouwcijfers, op basis van Primos 2019. Alhoewel ten tijde
woningbouwprogramma te realiseren waar het gaat om woningbouw
van de totstandkoming van deze structuurvisie nog geen vastgesteld nieuw
voor doelgroepen die door commerciële en particuliere ontwikkelaars
woningbouwprogramma beschikbaar is, is als rode draad wel zichtbaar
niet of nauwelijks bediend worden. Doordat de gemeente de gronden
dat de woningbehoefte zeker tot het jaar 2030 blijft stijgen inclusief een
in eigendom heeft kan ze ervoor zorgen dat op de locatie Kijktuinen in
aanvullende behoefte van bijna 300 woningen in de periode 2025 - 2029.
deze woningcategoriën kan worden voorzien.
Waar op grond van de bestaande woonvisie 2018 de locatie Kijktuinen al nodig was om in de woningbehoefte te kunnen voorzien, geldt dit zeker
3.5 Welstandsnota Nunspeet
tegen de achtergrond van de met vijf jaar verlengde behoeftebepaling.
In een welstandsnota worden de beleidsregels met betrekking tot de verschijningsvorm van de bebouwing vastgelegd. Daarbij horen welstandscriteria
Een deel van de actuele woningbouwplannen in de gemeente betreft zoge-
die worden gehanteerd bij de welstandsbeoordeling van de bouwplannen.
heten ‘zachte plannen’ die - zo leren de ervaringen uit het verleden – om
De Welstandsnota Nunspeet is in 2015 vastgesteld. Een welstandsnota is
diverse redenen zeker niet allemaal zullen worden gerealiseerd. Hierdoor
met name gericht op het handhaven en versterken van de bestaande ge-
is enerzijds enige ‘overprogrammering’ wenselijk en bestaat anderzijds de
bouwde omgeving en niet het meest geëigende beleidsdocument om de
noodzaak om voor de realisatie van gewenste woningcategorieën locaties
ruimtelijke kwaliteit van een nieuw te ontwikkelen gebied vast te leggen.
Kijktuinen Nunspeet
21
nd nunspeet 2015
Gemeente nunspeet
Op basis van de Welstandsnota 2015 moet voor een nieuwe ontwikke-
3.6 Archeologisch beleid
lingslocatie een beeldkwaliteitsparagraaf worden opgesteld. Deze zal on-
Het beleid over het archeologisch bodemarchief is vastgelegd in het rap-
derdeel uit gaan maken van de Welstandsnota en vormt het toetsingskader
port “Archeologische monumentenzorg in de gemeente Nunspeet”. Een
bij de welstandsbeoordeling van de bouwplannen.
groot deel van het plangebied kent een hoge archeologische verwachtingswaarde (donker oranje deel). Een deel van het plangebied is in het verleden
Conclusie
onderzocht op archeologische vondsten. Dit onderzoek is echter verouderd
Voor het plangebied zal een aanvullend beeldkwaliteitsdocument moe-
en omvat niet het gehele plangebied van Kijktuinen. Dit onderzoek is daar-
ten worden opgesteld.
om opnieuw uitgevoerd. In paragraaf 2.7 is hierop al ingegaan.
Legenda Geen toets Eenvoudige toets Uitgebreide toets
Uitsnede kaart toetsniveaus Welstandsnota (buitengebied = eenvoudige toets)
22
Uitsnede kaart archeologisch beleid
Kijktuinen Nunspeet
Conclusie
Conclusie
Conform het archeologisch beleid is er een archeologisch onderzoek
Ontwikkeling van een woongebied en begraafplaats past niet binnen
uitgevoerd in het plangebied.
de vigerende bestemming. Om woningen en een begraafplaats mogelijk te maken, zal de bestemming herzien moeten worden of zal van de
3.7 Vigerend bestemmingsplan
bestemming afgeweken moeten worden. De instandhoudingsverplich-
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan Nunspeet West
ting van de houtsingel, zoals opgenomen in het geldend bestemmings-
dat op 29 januari 2009 is vastgesteld. De huidige bestemming is Kijktuin.
plan, wordt overgenomen in de visie. De gevolgen van de verschillende
Hierbinnen zijn meerdere functies mogelijk, waaronder een dagrecreatieve
milieukundige beperkingen zullen nader onderzocht moeten worden.
voorziening in de vorm van kijktuinen, kleinschalige detailhandel gerelateerd aan de bestemming en een adviesbureau. Ook is er wonen mogelijk in de vorm van één dienstwoning. Ten zuiden van het plangebied liggen de bestemmingen Natuur en Bos, daar weer ten zuiden van ligt de bestemming Maatschappelijk - begraafplaats. Bijna het hele plangebied heeft de gebiedsaanduiding geluidzone - motorsportterrein. Hierbuiten gelden restricties voor de geluidbelasting van het motorcrossterrein. Ook zijn de bebouwingsvrije zones rondom de gasleiding en rioolpersleiding bepaald. Bovendien is er een instandhoudingsverplichting van de houtsingel die gelegen is tussen de Smithstraat en het plangebied.
Uitsnede vigerend bestemmingsregime (ruimtelijkeplannen.nl)
Kijktuinen Nunspeet
23
Structuurvisiekaart Kijktuinen Legenda Woonvlekken met bebouwing die qua dichtheid past bij de dichtheden in de kern van Nunspeet
Woonvlekken met bebouwing gesitueerd in het groen
Gebied voor een meer extensieve functie zoals een begraafplaats
Bestaande woning inpassen
Bestaande historische houtsingel behouden
Nieuwe houtsingel realiseren
Overgang creëren van Natura 2000 gebied naar plangebied en rekening houden met beperkingen
Bomenrij aan Kienschulpenweg behouden
Realiseren beperkt aantal aansluitingen op Kienschulpenweg Verbinding voor langzaam verkeer tussen plangebied en bospad richting begraafplaats creëren Bestaande leidingen en bebouwingsvrije zone respecteren (of onderzoeken omleggen)
4 Visie Kijktuinen 4.1 Vlekkenplan Kijktuinen Nunspeet
huisvesten van bijzondere doelgroepen (senioren, zorg, jongeren etc.). In
Algemeen
het middengebied wordt de bebouwing meer gesitueerd tussen het groen,
Vanuit de ruimtelijke analyse en ook de beleidsanalyse is de hiernaast af-
rekening houdend met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. In
gebeelde visiekaart opgesteld. Uitgangspunt van deze visie is de realisatie
het westelijk gelegen gebied is de bebouwing nog extensiever, ook zijn hier
van een woonbuurt, met een overgang van stedelijk naar wonen in het
mogelijk enkele gebouwde voorzieningen voor de begraafplaats nodig.
groen. Ook is er plek voor een extensieve functie zoals een begraafplaats
De bestaande bedrijfswoning wordt omgevormd tot reguliere woning en
die in de toekomst mogelijk nodig is. Ander uitgangspunt is het realiseren
wordt ingepast in het plan. De overige bedrijfsgebouwen worden gesloopt.
van houtsingels parallel met de Kienschulpenweg, refererend aan de hout-
De woningen zullen op het gebied van energiehuishouding zo optimaal
singels die hier vroeger aanwezig waren. Dwars op de Kienschulpenweg
mogelijk worden gerealiseerd. Zongericht verkavelen bevordert de huis-
liggen de leidingen, waarbij de bebouwingsvrije zones zorgen voor een
gebonden opwekking van energie. Op het vlak van circulaire stromen is
onderbreking van de woongebieden. Door de combinatie van houtsingels
van belang dat de gebruikte materialen herbruikbaar zijn en dat bij de
en de haaks daarop gelegen bebouwingsvrije zones, ontstaat er een grid
productie ervan weinig delfstoffen, energiekosten en transportbewegingen
waarbinnen velden op diverse wijzen kunnen worden ingevuld: het vlek-
nodig zijn.
kenplan Kijktuinen.
In het vervolgstadium moeten de woonvlekken verder uitgewerkt worden. Het exacte aantal woningen is nog niet bekend. Dit aantal is nog van veel
Bebouwingsstructuur
aspecten afhankelijk die op dit moment onderzocht worden. Ook de be-
Zoals hierboven al genoemd kennen de woonvlekken een overgang van
grenzing van de woonvlekken hangt onder meer af van de onderzoeken
meer dichtbebouwd aan de Kienschulpenweg tot meer open en groen rich-
naar luchtkwaliteit, wegverkeerslawaai en externe veiligheid. De woonkwa-
ting het zuidwesten. Langs de Kienschulpenweg wordt bebouwing gerea-
liteit en ook de gezondheid van toekomstige bewoners staat daarbij uiter-
liseerd die qua dichtheid past bij de dichtheden die in de kern van Nun-
aard voorop.
speet worden toegepast. Aan deze zijde van het plan is ruimte voor het
Kijktuinen Nunspeet
25
De bouwhoogte van de woningen blijft in dit plangebied beperkt tot drie
regenbuien en een toename van de temperatuur. Het water wordt zoveel
bouwlagen of twee bouwlagen en een kap. Een kleinschalig appartemen-
mogelijk vastgehouden en hergebruikt in het gebied. Een efficiënte wegen-
tencomplex van maximaal 3 bouwlagen is denkbaar. De maximale bouw-
structuur zorgt voor een minimale hoeveelheid verharding en een maxi-
hoogte is 12 meter en is daarmee hetzelfde als in Molenbeek. Bij de uit-
male hoeveelheid groen. Een juiste inrichting van dit groen biedt kansen
werking van de woningbouwplannen zal er voldoende aandacht zijn voor
voor het stimuleren van de biodiversiteit, waarbij diverse leefmilieus kunnen
een gepaste afstand i.v.m. de privacy van en mogelijke schaduwwerking
worden gecreëerd. Door het aanplanten van bomen kan tegelijkertijd de
op bestaande woningen.
CO2 uitstoot worden verminderd. De bomenrijen aan de Kienschulpenweg blijven behouden, benodigde inritten worden zorgvuldig ingepast.
Groen- en waterstructuur
Voor een goede overgang richting het bosperceel aan de zuidzijde (Na-
De te behouden houtsingel aan de westzijde en de nieuw aan te planten
tura2000-gebied), wordt een strook in het plangebied gereserveerd voor
houtsingels vormen een netwerk van groene elementen in het plan. Met de
beplanting. Zo ontstaat er een geleidelijke overgang van het plangebied
nieuwe houtsingels wordt de cultuurhistorie van de plek versterkt en wor-
naar het bosperceel. Dit biedt kansen om een mantel-zoom vegetatie te
den de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Veluwe, deelgebied
realiseren. Afhankelijk van de onderzoeken naar de effecten op het Na-
“Randmeerkust Harderwijk-Elburg, het groene woonlint“ toegepast. De
tura-2000 gebied kan deze strook nog groter of kleiner worden (of anders
woonvlekken liggen hiermee in een parkachtig landschap, wat een plus-
worden ingevuld).
punt vormt voor de woonkwaliteit op de locatie Kijktuinen. Tevens worden de uitgangspunten gevolgd van het beleid vanuit de Omgevingsvisie Nun-
Verkeerstructuur
speet, waarin bij het gebiedsstreefbeeld Wonen wordt aangegeven dat er
Het gebied wordt ontsloten via de Kienschulpenweg. Om de doorstroming
voldoende aandacht moet zijn voor groen: speelgroen en beweeggroen
te bevorderen mogen er niet teveel inritten op de weg aangesloten worden.
met de juiste voorzieningen die uitnodigen tot bewegen en ontmoeten (zie
Uitgangspunt is het ontwikkelen van een duurzaam verkeersveilig gebied.
paragraaf 4.2). De inrichting van de groene ruimte zal in een nader sta-
Het parkeren wordt zorgvuldig ingepast en voorzien van groen om een
dium worden uitgewerkt.
goede omgevingskwaliteit te waarborgen. Het aantal parkeerplaatsen dient te voldoen aan de gemeentelijke parkeernormen. Er wordt een reser-
26
De robuuste groenstructuur komt ten goede aan het tegengaan van hit-
vering opgenomen voor een parkeerplaats voor bezoekers van de toekom-
testress. In het plan is voldoende ruimte voor hemelwaterberging. Hier-
stige begraafplaats.
mee wordt ingespeeld op de verwachte klimaatverandering, met hevigere
Het bestaande pad in het bosperceel ten zuiden van het plangebied wordt
Kijktuinen Nunspeet
verlengd, zodat er een aansluiting komt van het plangebied met de bestaande begraafplaats en het omliggende padennetwerk. De ecologische haalbaarheid hiervan zal bij de uitwerking nog verder onderzocht worden. In het gebied worden ook diverse routes voor langzaam verkeer gerealiseerd zodat er ommetjes ontstaan en het gebied zo verankerd wordt in de structuur van Nunspeet.
4.2 Mogelijke uitwerkingen Uitwerking vlekken Op de pagina hiernaast zijn de vlekken uit de structuurvisie wat verder uitgewerkt tot een voorbeeldtekening. Het daadwerkelijke stedenbouwkundig plan kan hiervan nog afwijken. In de voorbeeldschets is gekozen voor een oplossing met een hofje aan de oostkant langs de Kienschulpenweg: hier is ruimte gezocht voor specifieke doelgroepen. Op het noordwest gelegen gedeelte van het plangebied is ruimte voor een invulling met meer reguliere woningbouw, die wel moet passen bij het karakter van de Kienschulpenweg. In het middengebied worden woonvelden in een wat meer groene setting gerealiseerd. De invulling per woonveld is flexibel en er is een combinatie van woontypologieën mogelijk. Op deze manier is er ook ruimte voor initiatieven van bewonersgroepen, zoals een knarrenhof of een constructie via een collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO). De ontsluiting haakt op twee plekken aan op de Kienschulpenweg en loopt met een lus langs de houtwal door het plangebied. De exacte invulling zal nog nader onderzocht worden op haalbaarheid in verband met de milieukundige beperkingen. Voorbeelduitwerking Vlekkenplan Kijktuinen Kijktuinen Nunspeet
27
Voorbeelduitwerking tijdelijke invulling met zonnepanelen 28
Kijktuinen Nunspeet
In het zuidwestelijk deel wordt ruimte gereserveerd voor de uitbreiding van
Een andere gedachte is een tijdelijke invulling met starterswoningen. Een
de begraafplaats Nunspeet - West. De inrichting van de begraafplaats
belangrijk aandachtspunt daarbij is de ligging van de een aardgasleiding
wordt uitgewerkt met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap en
van de Gasunie (zie ook paragraaf 2.6). In het kader van de visie is on-
het Landschapsontwikkelingsplan in het achterhoofd.
derzoek gedaan naar de externe veiligheidsrisico’s voor het bouwen van woningen in de nabijheid van deze gasleiding. In het onderzoek worden
Tijdelijke invulling
voorwaarden gesteld aan de inrichting van het gebied en het maximaal
De huidige begraafplaats beschikt voorlopig nog over voldoende ruimte
aantal woningen dat gerealiseerd mag worden. Door deze beperking is het
om de komende jaren in de behoefte aan plekken te voorzien. Uitbreiding
niet mogelijk om alle plandelen in te vullen met woningbouw.
van de begraafplaats wordt daarom pas over een aantal jaren noodzakelijk geacht. Bovendien wordt er onderzocht of de huidige begraafplaats
De opgenomen voorbeeldschetsen zijn slechts een voorbeelduitwerking
Nunspeet - West efficiënter kan worden ingericht, waardoor op deze loca-
van het plangebied. In de vervolgfase zal het stedenbouwkundig ontwerp
tie voldoende begraafruimte kan worden gecreëerd. Hierdoor kan de re-
verder worden uitgewerkt.
servering voor uitbreiding in het plangebied kleiner zijn of (deels) vervallen. De ruimte die in het vlekkenplan is gereserveerd voor de begraafplaats kan dan op de korte termijn ingevuld worden met andere functies. Zo is het denkbaar om de ruimte die beoogd was voor de begraafplaats, tijdelijk in te richten met een zonnepark. Zonnepanelen zijn demontabel en op een gegeven moment aan vervanging toe. Daarom kan dit een goede manier zijn om het tijdelijk gebruik in te vullen. De panelen liggen relatief besloten tussen de houtsingels en hebben daarom een geringe impact op het omliggende landschap. Wel moet er voldoende ruimte zijn voor de flora en fauna in het gebied.
Kijktuinen Nunspeet
29
30
Kijktuinen Nunspeet
5 Uitvoerbaarheid 5.1 Inleiding
is. De gemeente ontwikkelt het plan. Het uitgangspunt is dat de gemeente
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) vereist dat een gemeente bij de struc-
de gronden bouw- en woonrijp maakt en oplevert aan de ontwikkelaars.
tuurvisie een uitvoeringsparagraaf opstelt, waarin wordt toegelicht op wel-
Uit de verkoopopbrengsten van de gronden dienen alle kosten van de ge-
ke wijze de gemeenteraad de gewenste ontwikkelingen wil uitvoeren en
meente te worden gedekt, waaronder de verwervingskosten, gemeentelijke
financieren. Deze structuurvisie vormt daarmee een overkoepelend afwe-
plankosten en de kosten voor het bouw- en woonrijp maken.
gings- en sturingskader voor de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en de daarbij gekozen principes voor de locatie Kijktuinen. Dit betekent dat de
Het college heeft voornemen om het woonveld, dat direct naast de voor-
visie globaal van aard is en gepaard gaat met onzekerheden. Deze onze-
malige bedrijfswoning aan de Kienschulpenweg 28 ligt, te bestemmen als
kerheden zullen naarmate het plan verder uitgewerkt en geconcretiseerd
zorgwoningen. Daarnaast zal het college aan de woningcorporatie één of
wordt, kleiner worden.
meer velden aanbieden voor de realisatie van sociale woningbouw. Ook heeft het college het plan om één of meer velden te benutten voor mid-
Deze uitvoeringsparagraaf gaat in op vier uitvoerbaarheidsaspecten: de
denhuurwoningen (€ 740-950 per maand) en voor initiatieven van bewo-
ontwikkelingsstrategie, de financiële uitvoerbaarheid en onzekerheden, de
nersgroepen (CPO).
maatschappelijke uitvoerbaarheid en als laatste de planning.
Met dit woningprogramma draagt het college bij aan het verkleinen van het tekort aan betaalbare woningen binnen Nunspeet. Er wordt gestreefd
5.2 Ontwikkelingsstrategie
om het tekort aan deze woningen zo snel mogelijk te verkleinen. Met invoe-
De gemeente heeft de gronden van de Kijktuinen verworven met het oog
ring van de nieuwe tranche van de Crisis- en herstelwet is het mogelijk om
om hierop zowel woningbouw als een toekomstige begraafplaats op te
middels het instrument projectuitvoeringsbesluit ten opzichte van een be-
ontwikkelen. De gemeente ontwikkelt daarbij het plan zelf zodat de ge-
stemmingsplanherziening de proceduretijd te verkleinen van één jaar naar
meente maximaal sturing heeft op de invulling van het plan. Hierdoor is
een half jaar (bij geen beroep). Daarom wordt de gemeenteraad verzocht
het mogelijk om de woningbouwontwikkeling grotendeels te richten op
om op basis van de structuurvisie een verklaring van geen bezwaar af te
specifieke doelgroepen (jongeren, senioren en zorg). De reden hiervan is
geven om met toepassing van de Crisis- en herstelwet dit plan middels één
dat op dit moment te weinig aanbod voor deze doelgroepen beschikbaar
of meer projectuitvoeringsbesluiten te realiseren.
Kijktuinen Nunspeet
31
5.4 Financiële uitvoerbaarheid
5.5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het kader van de Structuurvisie is een globale financiële verkenning uit-
Om bewoners, omwonenden en belangstellenden te betrekken bij de vast-
gevoerd naar de financiële haalbaarheid van de plannen. Daarbij wordt
stelling van de plannen voor de Kijktuinen is er een inspraakprocedure
uitgegaan van conservatieve uitgangspunten en zijn er diverse ontwikke-
gevolgd.
lingsscenario’s doorgerekend. Hieruit blijkt dat het plan in alle scenario’s naar verwachting leidt tot een klein positief financieel resultaat voor de ge-
De concept-structuurvisie Kijktuinen (hierna: visie) heeft (na publicatie op 9
meente. Het resultaat wordt met name bepaald door de keuze om sociale
juli 2019) in Nunspeet-Huis-aan-Huis en op de gemeentelijke website voor
huurwoningen en betaalbare woningen te realiseren, waarvan de grond-
omwonenden en belanghebbenden van woensdag 10 juli 2019 tot en met
opbrengsten relatief laag zijn.
dinsdag 20 augustus ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is aan een ieder de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. De direct
De grootste risico’s voor het project zijn:
omwonenden van het plan zijn over de terinzagelegging schriftelijk bericht.
• Het risico bestaat dat uit het aanvullende archeologische onderzoek
Ook is in het kader van de inspraak op 16 juli 2019 een inspraakavond
blijkt dat er sprake is van een behoudenswaardige vindplaats,
georganiseerd. Op deze avond kwamen circa 70 belangstellenden. De
waardoor een deel van het programma niet kan worden gerealiseerd.
inspraak is georganiseerd op basis van de gemeentelijke inspraakveror-
• Het zou kunnen dat het omleggen van de riolering van het Waterschap
dening.
en de daarvoor benodigde procedures de ontwikkeling van de woningvelden vertraagd. Om deze reden moet dit zo spoedig mogelijk
Op de concept-structuurvisie zijn in totaal 15 zienswijzen ingediend. De
i.s.m. het waterschap worden geconcretiseerd. De resultaten zullen bij
zienswijzen van de insprekers zijn binnen de termijn van terinzagelegging
vaststelling van de visie bekend zijn.
binnengekomen en allen ontvankelijk.
• De regelgeving rond stikstofdepositie blijft nog lange tijd onduidelijk,
32
waardoor de benodigde juridische procedures niet kunnen worden
Naast de gebruikelijke inspraakprocedure, zijn er door de gemeentelijke
afgerond.
projectleider 12 keukentafelgesprekken gevoerd met direct omwonenden.
Kijktuinen Nunspeet
Hoewel de genoemde opmerkingen tijdens deze gesprekken geen ziens-
Geen bezwaar- en/of beroepsmogelijkheid
wijzen zijn, zijn deze in het kader van de inspraak wel meegenomen in dit
Tegen het raadsbesluit om de structuurvisie vast te stellen kan geen be-
document, zodat de Raad kennis kan nemen hoe invulling is gegeven aan
zwaar worden gemaakt of beroep worden ingesteld. Dit is wettelijk be-
de geuite wensen van de omwonenden.
paald in Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak en in artikel 8.5 van
De (inspraak)reacties en het antwoord van het college zijn opgenomen in
de Algemene wet bestuursrecht. Dit komt omdat een structuurvisie niet leidt
de inspraakreactienota zienswijzen Kijktuinen, die separaat is te raadple-
tot wettelijke verplichtingen, zoals bijvoorbeeld een bestemmingsplan, een
gen.
projectuitvoeringsbesluit of een omgevingsvergunning. De structuurvisie fungeert slechts als beleids- en ontwikkelingskader voor de verdere ruim-
Op 26 november 2019 heeft het college besloten om naar aanleiding van
telijk ontwikkeling.
de ingediende zienswijzen de gemeenteraad voor te stellen om de concept structuurvisie op onderdelen aan te passen. De indieners van een
5.6 Vervolgproces
zienswijze zijn door het college van burgemeester en wethouders over dit
Bij een positieve besluitvorming zal het vervolgproces er als volgt uit zien:
collegebesluit (en bijbehorende reacties op de zienswijzen) schriftelijk geïnformeerd, zodat zij eventueel in de raadscommissie Ruimte en Wonen
1. december 2019:
Vaststelling structuurvisie en grondexploitatie.
gebruik kunnen maken van hun inspreekrecht om hun zienswijze toe te
2. 1e kwartaal 2020:
Vaststelling stedenbouwkundig ontwerp en op
lichten. De gemeenteraad beslist vervolgens over de vaststelling van de
basis hiervan de start van één of meer
structuurvisie en eventuele voorgestelde aanpassingen naar aanleiding
projectuittvoeringsbesluiten of bestemmingsplan-
van de ingediende zienswijzen.
procedures.
De wijzigingen die naar aanleiding van de inspraak zijn doorgevoerd zijn opgenomen in bijlage 2.
Kijktuinen Nunspeet
33
buro-sro.nl
stedenbouw + ruimtelijke ordening + ontwikkelingsmanagement
bestemmingsplan De Kijktuinen
Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek
89
Rapport Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in puin en indicatief puinonderzoek) Kienschulpenweg 26 te Nunspeet
Rapport Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in puin en indicatief puinonderzoek) Kienschulpenweg 26 te Nunspeet
Opdrachtgever: Contactpersoon:
Projectnummer: 173086/PK Opgesteld door:
Gemeente Nunspeet Dhr. P. Neuman
Datum:
Status:
11 januari 2018 Definitief Paraaf: Gecontroleerd door: Paraaf:
T. Blok MSc
Mateboer Milieutechniek B.V. Postbus 99, 8260 AB Ambachtsstraat 27 Kampen T. 038 - 33.15.020 www.mateboer.nl Info@mateboer.nl
P. Kuipers
INHOUDSOPGAVE
Pagina: 1
INLEIDING.................................................................................................................................. 4 1.1 1.2 1.3
2
INVENTARISATIE ........................................................................................................................ 6 2.1
3
LOCATIESPECIFIEKE GEGEVENS .............................................................................................................6
ONDERZOEKSPROGRAMMA .................................................................................................... 12 3.1 3.2 3.3 3.4
4
AANLEIDING EN DOELSTELLING ONDERZOEK ...........................................................................................4 OPBOUW RAPPORT ...........................................................................................................................4 VERANTWOORDING ..........................................................................................................................4
ONDERZOEKSHYPOTHESE EN -STRATEGIE .............................................................................................12 VELDWERK ....................................................................................................................................14 GESELECTEERDE (MENG)MONSTERS EN ANALYSES .................................................................................14 GESELECTEERDE (MENG)MONSTERS EN ANALYSES FUNDATIEONDERZOEK ...................................................17
RESULTATEN ............................................................................................................................ 18 4.1 LOKALE BODEMOPBOUW..................................................................................................................18 4.2 ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ..........................................................................................................18 4.3 VELDMETINGEN GRONDWATER .........................................................................................................18 4.4 ANALYSERESULTATEN ......................................................................................................................19 4.4.1 Terminologie toetsing ......................................................................................................19 4.4.2 Resultaten verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740.........................................20 4.4.3 Uitwerking resultaten verkennend onderzoek asbest in puin NEN 5897 en indicatief grondonderzoek asbest ..................................................................................................................22 4.4.4 Uitwerking resultaten indicatief samenstellingsonderzoek puinverharding ....................23
5
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................................ 24 5.1 SAMENVATTING .............................................................................................................................24 5.1.1 Aanleiding en doelstelling ................................................................................................24 5.1.2 Zintuiglijke waarnemingen...............................................................................................24 5.1.3 Interpretatie analyseresultaten .......................................................................................25 5.2 CONCLUSIES ..................................................................................................................................26
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in puin en indicatief puinonderzoek) Kienschulpenweg 26 te Nunspeet, 173086/PK
2
TABELLEN TABEL 3.1: OVERZICHT VELDWERKZAAMHEDEN EN ANALYSES ONDERZOEKSLOCATIE...................................................13 TABEL 3.2: GESELECTEERDE (MENG)MONSTERS EN ANALYSES GROND EN GRONDWATER.............................................14 TABEL 3.3: GESELECTEERDE (MENG)MONSTERS EN ANALYSES FUNDATIEMATERIAAL ..................................................17 TABEL 4.1: VELDMETINGEN BEMONSTERING GRONDWATER ..................................................................................18 TABEL 4.2: TOETSING ANALYSES GROND EN GRONDWATER AAN WET BODEMBESCHERMING .......................................20 TABEL 4.3: ASBESTGEHALTE FRACTIE < 20 MM IN ACTUELE CONTACTZONE ..............................................................22 TABEL 4.4: INDICATIEVE TOETSING ANALYSES FUNDATIEMATERIAAL ........................................................................23
BIJLAGEN BIJLAGE 1: GEOGRAFISCHE LIGGING BIJLAGE 2: TERREINSITUATIE MET BORINGEN, INSPECTIEGATEN EN PEILBUIZEN BIJLAGE 3: BOORPROFIELEN BIJLAGE 4: ANALYSECERTIFICATEN BIJLAGE 5: GETOETSTE ANALYSERESULTATEN EN TOETSINGSWAARDEN BIJLAGE 6: TOELICHTING TOETSINGSKADER BIJLAGE 7: FOTO’S ASBESTONDERZOEK BIJLAGE 8: MONSTERNEMINGSFORMULIER BIJLAGE 9: TOELICHTING ASBESTBEREKENINGEN
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in puin en indicatief puinonderzoek) Kienschulpenweg 26 te Nunspeet, 173086/PK
3
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doelstelling onderzoek
In opdracht van de gemeente Nunspeet heeft Mateboer Milieutechniek B.V. (MMT) in november en december 2017 een verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in puin en indicatief puinonderzoek) uitgevoerd ter plaatse van de locatie aan de Kienschulpenweg 26 te Nunspeet. Aanleiding voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in puin en indicatief puinonderzoek) betreft de voorgenomen grondtransactie. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). Doel van het onderzoek naar asbest in het puin is het bepalen of het puin asbesthoudend is of niet. Het doel van het indicatieve puinonderzoek op samenstelling- en emissiewaarden is het indicatief bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van het puin ten behoeve van mogelijk hergebruik.
1.2
Opbouw rapport
In het onderhavige rapport wordt verslag gedaan van het uitgevoerde bodemonderzoek en komen de volgende aspecten aan de orde: inventarisatie (hoofdstuk 2); onderzoeksprogramma (hoofdstuk 3); resultaten (hoofdstuk 4); samenvatting en conclusies (hoofdstuk 5).
1.3
Verantwoording
Dit rapport is uitsluitend samengesteld voor het gebruik door de opdrachtgever. De conclusies in dit rapport zijn alleen geldig binnen de context waarbinnen het onderzoek is uitgevoerd en het rapport is opgesteld. Het rapport is alleen geldig in originele en volledige vorm. Ieder ander dan de opdrachtgever, die het rapport gebruikt zonder specifieke referentie en schriftelijke toestemming van Mateboer Milieutechniek B.V. (MMT), doet dit op eigen risico. De conclusies zijn gebaseerd op de analyse van gegevens die door de opdrachtgever en derden zijn verstrekt. Wij nemen daarom geen verantwoording voor de gevolgen van fouten door verzuiming in informatie of factoren dan wel informatie die niet toegankelijk was voor MMT of die MMT niet heeft kunnen achterhalen in het normale verloop van het onderzoek. Opgemerkt wordt dat het verkennend bodemonderzoek gebaseerd is op het uitvoeren van een beperkt aantal boringen, berekend volgens de wettelijk gestelde richtlijnen. Hierdoor
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in puin en indicatief puinonderzoek) Kienschulpenweg 26 te Nunspeet, 173086/PK
4
blijft het mogelijk dat er afwijkingen in de kwaliteit van de bodem aanwezig zijn, die tijdens het bodemonderzoek niet geconstateerd zijn. Verder geeft een bodemonderzoek geen uitsluitsel over niet onderzochte stoffen en is een bodemonderzoek een momentopname. In de loop der tijd kan een eventuele verontreinigingssituatie zich wijzigen. Voor de eventueel hieruit voortvloeiende schade of gevolgen stelt MMT zich niet verantwoordelijk. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat van de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 en conform de protocollen 2001, 2002 en 2018. Het hierbij behorende procescertificaat en keurmerk van Mateboer Milieutechniek B.V. is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. Mateboer Milieutechniek B.V. is geen eigenaar van het onderzochte terrein en heeft buiten de opdracht juridisch, financieel, personeel of op andere wijze geen verbintenis met de opdrachtgever.
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in puin en indicatief puinonderzoek) Kienschulpenweg 26 te Nunspeet, 173086/PK
5
2
INVENTARISATIE
2.1
Locatiespecifieke gegevens
(Bron: informatie offerteaanvraag gemeente Nunspeet (Dhr. P. Neuman) d.d. 23 en 27 november 2017, website bodemloket.nl d.d. 27 november 2017, informatie bodematlas provincie Gelderland d.d. 27 november 2017, locatiebezoek d.d. 24 juli 2017 en veldwerk in november en december 2017)
De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de locatie Kienschulpenweg 26 te Nunspeet. De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte van ca. 47.000 m2. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als Nunspeet, sectie I, nummers 4319 en 3927. Ter plaatse van perceel 4319 zijn 2 panden aanwezig. Eén betreft een informatiepunt met kassa en de andere een bezoekerscentrum. Verder zijn op de locatie kijktuinen (bezichtigen van modeltuinen) aanwezig. De locaties tussen de tuinen zijn verhard met klinkers, tegels en gebroken schelpen. Ter plaatse van de tuinen zijn de locaties onverhard. Tevens is een parkeerplaats aanwezig voor bezoekers van de kijktuinen (verhard met gebroken schelpen en klinkers met plaatselijk een direct daaronder gelegen puinverharding). Ter plaatse van de oostzijde van dit perceel is een pand aanwezig. Dit betreft een werkplaats met opslag van diverse materialen (olie, bestrijdingsmiddelen e.d.). De werkplaats is voorzien van een vloeistofdichte betonvloer. In overleg met de huidige eigenaresse (mevrouw H. Goedegebuure-Niebeek) is besloten om tijdens het onderzoek niet door de betonvloer te boren. De boringen zijn, buiten, direct aan de gevel te worden geplaatst. Perceel 3927 is voornamelijk in gebruik als maisland (waarin in het hoogseizoen een doolhof is gerealiseerd). Momenteel is het perceel braakliggend aangezien de mais kortgeleden is verwijderd.
Rondom dit perceel is een blotenvoetenpad gelegen. Bij de gemeente en de eigenaresse zijn, met uitzondering van de aanwezige werkplaats, geen gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten (zoals bijvoorbeeld boven- en ondergrondse brandstoftanks. Door de opdrachtgever is één bodemonderzoek aangeleverd welke in het verleden is uitgevoerd op onderhavige onderzoekslocatie (uit 1995, voor informatie zie hieronder). Verder zijn (bij de opdrachtgever en huidige eigenaresse) van onderhavige onderzoekslocatie geen gegevens bekend van met betrekking tot overig uitgevoerde bodemonderzoeken en/of saneringen. Tevens zijn bij de opdrachtgever geen gegevens bekend met betrekking tot dempingen, ophogingen en/of calamiteiten. Door de gemeente Nunspeet zijn de oude luchtfoto's vanaf 1998 bekeken en hierbij zijn geen aanwijzingen gevonden voor verdachte locaties met betrekking tot een eventuele bodemverontreiniging.
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in puin en indicatief puinonderzoek) Kienschulpenweg 26 te Nunspeet, 173086/PK
6
Bodemloket Op basis van de website bodemloket.nl blijkt dat, met uitzondering van een verkennend bodemonderzoek uit 1995 (zie voorgaande bodemonderzoeken hieronder), ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie geen informatie bekend is met betrekking tot voor bodemverontreiniging verdachte activiteiten en voorgaande onderzoeken/saneringen. Wel is informatie bekend van een locatie ten westen van onderhavige onderzoekslocatie (Harderwijkerweg 189a). Op het perceel Harderwijkerweg 189a (ten westen van onderhavige onderzoekslocatie) zijn 2 bodemonderzoeken en een Plan van Aanpak uitgevoerd, te weten: -Verkennend bodemonderzoek (Elementair, 030626, juli 2003); -Evaluatierapport (Grondvitaal, AS0330, 16 december 2003); -Aanvullend bodemonderzoek (Elementair, 031128, december 2003). Verder wordt aangegeven dat een historisch onderzoek in 2010 (Tauw) is uitgevoerd op de Harderwijkerweg 189a. Hieruit blijkt dat op de locatie een bovengrondse en een ondergrondse brandstoftank hebben gelegen (tot 2002). Tijdens het uitgevoerde bodemonderzoek uit 2003 zijn 2 locaties van de bovengrondse tanks onderzocht. In de bodemonderzoeken wordt niet gesproken over een ondergrondse brandstoftank. Op basis van het bodemregistratieprogramma (IBIS) van de gemeente Nunspeet wordt het historisch onderzoek van Tauw ook genoemd, maar in het systeem is volgens de gemeente niets ingevuld.
In het dossier van de locatie is dit historisch onderzoek niet aanwezig. De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming. Bodematlas provincie Op basis van de bodematlas van de provincie Gelderland is geen informatie bekend omtrent uitgevoerde bodemonderzoeken, saneringen en bodembedreigende activiteiten op de locatie. Volgens de bodematlas is op perceel 4319 een grote kans op het aantreffen van asbest. De reden hiervoor is niet bekend. Tijdens het voorgaande onderzoek uit 1995 zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een eventuele verontreiniging met asbest (geen puinbijmengingen en/of asbest aangetoond). Op basis van de website topotijdreis blijkt dat op de locatie sinds 1996 een gebouw aanwezig is (=huidige bezoekerscentrum). Verder zijn er in de periode vanaf de 2e wereldoorlog (1945) tot heden geen gebouwen aanwezig geweest. In overleg met de gemeente Nunspeet (28 november 2017) is besloten vooralsnog geen bodemonderzoek asbest uit te voeren. Verder wordt op een zeer klein deel (westzijde) van perceel 3927 aangegeven dat ter plaatse een grote kans is op het aantreffen asbest. Dit zal te maken hebben met het aangetroffen asbest tijdens een bodemonderzoek uit 2003 op het naastgelegen perceel Harderwijkerweg 189a.
Deze is in 2003 gesaneerd. Op basis van de website topotijdreis blijkt dat op deze gehele locatie in de periode vanaf de 2e wereldoorlog (1945) tot heden geen gebouwen aanwezig zijn geweest. In overleg met de gemeente Nunspeet (28 november 2017) is besloten vooralsnog geen bodemonderzoek asbest uit te voeren.
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in puin en indicatief puinonderzoek) Kienschulpenweg 26 te Nunspeet, 173086/PK
7
Voorgaande bodemonderzoeken/saneringen onderhavige onderzoekslocatie Rapport verkennend milieukundig bodemonderzoek, Centraal Bodemkundig Bureau, kenmerk: 50175591, d.d. februari 1995 Ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie is in 1995 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is op de noordzijde van perceel 4319 uitgevoerd. Aanleiding voor het onderzoek zijn plannen voor de verkoop van de betreffende percelen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond van de locatie geen verhoogde gehalten aan verontreinigende stoffen zijn aangetroffen. In het grondwater op het noordelijk perceelsdeel zijn licht verhoogde gehalten met cadmium, chroom, koper en zink aangetoond. Tevens is een sterk verhoogd gehalte met lood aangetoond (ter plaatse van Pb B01 uit onderhavig onderzoek). In het grondwater op het zuidelijk perceelsdeel zijn licht verhoogde gehalten met cadmium, chroom, koper en zink aangetoond. In het grondwater op het centrale perceelsdeel zijn licht verhoogde gehalten aan zink aangetoond. De licht verhoogde gehalten aan zware metalen in het grondwater hangen vermoedelijk samen met de lage zuurgraad van het water. Oorzaak hiervoor is de afwezigheid van zuurbufferende systemen in de bodem, waardoor zware metalen die van nature in vastgelegde vorm in de bodem aanwezig zijn in oplossing kunnen gaan.
De verhoogde gehalten cadmium, chroom, koper en zink in het grondwater zijn dan ook zeer waarschijnlijk van natuurlijke oorsprong. Het bovenstaande is volgens het rapport mogelijk niet van toepassing voor het plaatselijk sterk verhoogde (peilbuis 3) gehalte lood in het grondwater. Mogelijk is dit een gevolg van versmering. Het is dan ook raadzaam de peilbuis opnieuw te bemonsteren alvorens verdere acties (nader onderzoek) te ondernemen. Op basis van de onderzoeksresultaten kan niet met voldoende zekerheid worden gesteld dat de kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie geen belemmering vormt voor de verkoop van het terrein. Om hierover meer zekerheid te krijgen zal in principe nader onderzoek verricht moeten worden naar aard, omvang en risico's van de aangetroffen verontreiniging van het grondwater met lood. In eerste instantie wordt een herbemonstering uitgevoerd. Wanneer bij deze herbemonstering een acceptabel loodgehalte wordt aangetroffen, vormt de kwaliteit van de bodem geen belemmering voor het gebruik van de locatie. Er zijn bij Mateboer Milieutechniek geen gegevens bekend met betrekking tot een eventuele herbemonstering. Naastgelegen locaties binnen een straal van 25 meter Verkennend bodemonderzoek Harderwijkerweg 189a Hulshorst, Elementair, kenmerk: 030626, d.d.
juli 2003 In 2003 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel Harderwijkerweg 189a te Nunspeet (aangrenzende locatie ten westen van onderhavige onderzoekslocatie). De aanleiding tot het laten uitvoeren van het onderzoek is nieuwbouw. Het woonhuis dat momenteel op deellocatie 1 aanwezig is dateert uit eind 1800. Deellocatie 2 is altijd weiland, cq akkerland geweest.
Verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in puin en indicatief puinonderzoek) Kienschulpenweg 26 te Nunspeet, 173086/PK
8