CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 14. Bijlage 5d - De Kijktuinen Toelichting

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan De Kijktuinen.15.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.2

Water

Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien nodig wordt overtollig water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen niet meer mogelijk is wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden.

Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten.

Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek gaan voorafgaand aan de vaststelling van het plan. De watertoets bestaat uit twee onderdelen: de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt

34

bestemmingsplan De Kijktuinen

doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan. Planspecifiek Door de ligging van de gasleiding moet het plangebied in tweeën gedeeld worden. In de Kienschulpenweg ligt geen riool. Aan de Kienschulpenweg kan op twee punten worden aangesloten op het riool. Voor het gehele woonplan wordt een rioolontwerp opgesteld waar dit verder wordt uitgewerkt. Hemelwater en waterberging Bij nieuwbouw en/of verbouw mag het nieuwe verhard oppervlak (daken, maar ook terreinverharding) niet worden aangesloten op de riolering. Binnen het plangebied moet hiervoor bergings- en infiltratiecapaciteit worden gerealiseerd. Dit kan zowel bovengronds als ondergronds. Door het veranderende klimaat vallen er steeds heftigere buien. De gemeente Nunspeet is daarom overgestapt naar de eis van een bui T=10, waarbij er in drie kwartier 36 mm regen valt. Naast de eis van de gemeente, hanteert het Waterschap Vallei en Veluwe de eis dat bij projecten van grote omvang een bui T=100 op eigen terrein wordt opgevangen en verwerkt. Bij deze bui valt er 111 mm regen in 48 uur. De gehanteerde eisen komen uit de “Hemelwatervisie – het realiseren van een robuuste, duurzame en veilige leefomgeving zonder schade uit wateroverlast” van de gemeente Nunspeet. Het plangebied heeft een verhard oppervlak van circa 50.230 m2 , zonder de bestaande bebouwing en verharde gronden.

De op het terrein aan te leggen bergingsvoorziening moet een overstortmogelijkheid krijgen, deze mag niet op het riool worden aangesloten. In het plan wordt gekozen voor wadi’s om de benodigde berging te realiseren. De bergingseis wordt berekend voor de verhardingen op openbaar terrein en 50% van de particuliere tuinen. Het hemelwater van de bebouwing moet worden geïnfiltreerd op eigen terrein. Het afvoerende verharde oppervlak (12.932 m2) vermenigvuldigd met de neerslag geeft de benodigde berging. De zes wadi's in het plangebied hebben een gezamenlijke bergingscapaciteit van ca 855 m3 . Daarnaast is er in totaal een infiltratiecapaciteit (48 uur) van circa 928 m3 . In totaal wordt er 1.682 m3 hemelwater geborgen en geïnfiltreerd. Aan de bergingseis van zowel T=10 als T=100 wordt voldaan. Materiaalkeuze Door niet uitlogende materialen toe te passen wordt voorkomen dat het te infiltreren hemelwater het grond- en/of oppervlaktewater verontreinigt. Omgaan met water voor het gehele plangebied Voor het gehele plangebied moet er rekening worden gehouden met een T=100 bui (60mm). Er moet bekeken worden wat er gebeurt met het teveel aan water wanneer de infiltratievoorzieningen in de weg (tbv 36 mm) gevuld zijn en het water gaat stromen.

Dit regenwater zal geleid worden, bij voorkeur oppervlakkig en anders ondergronds, naar een voorziening waar het water geen overlast veroorzaakt voor het eigen plan maar ook niet voor aanliggende percelen. Grondwaterstand Voor het gebied moet de grondwaterstand inzichtelijk zijn. Er staan geen peilbuizen in het gebied. De dichtstbijzijnde peilbuis is in onderstaand figuur weergegeven (klein symbooltje). Deze geeft een grondwaterstandverloop weer van een gemiddeld hoogste grondwaterstand van 2,40 m onder maaiveld tot een gemiddeld laagste grondwaterstand van 2,85 m onder maaiveld. Dit geeft voldoende ruimte om ondergronds water te kunnen infiltreren. Om de lokale grondwaterstand te monitorren wordt een aantal tijdelijke peilbuizen geplaatst.

35

bestemmingsplan De Kijktuinen

Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot water. Het plan wordt voorgelegd aan Waterschap Vallei en Veluwe.

4.3

Ecologie

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 01-01-2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten.

Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is.

4.3.1

Planspecifiek

Voor dit bestemmingsplan is verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 9. De onderzoeksresultaten zijn in deze paragraaf opgenomen.

4.3.1.1 Bescherming soorten De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten (nationaal beschermde soorten). Hiervoor zijn door de provincie Gelderland vrijstellingen van de ontheffingsplicht opgesteld. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling van ontheffingsplicht indien het een ruimtelijke ontwikkeling betreft. Nader onderzoek naar deze beschermde soorten of een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. Wel dient bij werkzaamheden rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht. Houd rekening met broedvogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op

36

bestemmingsplan De Kijktuinen

handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In het kader van de zorgplicht dient voorafgaand aan het verwijderen van het aanwezige groen (bomen en hagen) er gecontroleerd te worden op bezette nesten en vogels. Op 13 mei 2019 heeft reeds broedvogelonderzoek plaatsgevonden, zie Bijlage 11. Het verwijderen van begroeiing is voor het overgrote deel van het terrein uitgesteld tot na het broedseizoen om verstoring of vernieling van nesten van algemene broedvogels te voorkomen. Bezette nesten mogen nooit aangetast worden en gezien de situatie (vele dichte struiken, klimplanten en bloemperken) is dit in de periode april juli nagenoeg niet te voorkomen. Uitzondering op bovenstaand punt zijn het maken van een opening in de haag ter hoogte van het paviljoen en het slopen van de muren centraal op het terrein. Deze werkzaamheden kunnen in week 20 worden uitgevoerd omdat een broedvogelcheck uitwees dat er momenteel geen bezette nesten in de directe omgeving zijn.

Behoud plangebied als leefgebied voor vleermuizen Het plangebied is zeer geschikt als leefgebied voor vleermuizen. Met betrekking tot de potentiele verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen, foerargeergebied en de vliegroutes van de vleermuizen zal de herinrichting geen effect hebben op de functionaliteit van het gebied als zodanig, als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: handhaven van bomen; werkzaamheden uitsluitend overdag uitvoeren (m.n. in actieve periode van vleermuizen april t/m november); niet uitstralende armaturen gebruiken; voorkom verlichting van boomkronen zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase. Met voorgenomen ontwikkeling wordt voldaan aan de bovenstaande voorwaarden. In de planregels is vastgelegd dat het gebruik van lichtmasten met uitstralende armaturen niet is toegestaan en boomkronen niet verlicht mogen worden bij het gebruik van lichtmasten. Daarnaast wordt aanbevolen in de nieuwe situatie (gebruiksfase) gebruik te maken van vleermuisvriendelijke verlichting. Om dit te borgen is in de regels van het bestemmingsplan opgenomen dat het gebruik van lichtmasten zonder vleermuisvriendelijke verlichting niet is toegestaan. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is voor vleermuizen niet noodzakelijk. Onderzoek naar das noodzakelijk In het plangebied zijn sporen van das aangetroffen.

Onderzoek naar dassenburchten in de omgeving van het plangebied is noodzakelijk om de functie van het maisveld als essentieel leefgebied voor das te kunnen in- dan wel uitsluiten. Controle 't Paviljoen op verblijfplaatsen grondgebonden zoogdieren Mogelijk maakt het laagbouw 'Paviljoen' deel uit als rustplaats van (algemeen) voorkomende zoogdieren met het beschermingsregime 'andere soorten', zoals egel, konijn en algemene muizensoorten. Vanuit de zorgplicht dient voor de sloop van dit gebouw, het gebouw door een ter zake kundige gecontroleerd te worden op verblijfplaatsen van deze soorten. Aanplanten sleedoorns voor sleedoornpage Uit verspreidingsgegevens is bekend dat de beschermde sleedoornpage in de omgeving van het plangebied voorkomt. Met de ontwikkeling blijven de aanwezige sleedoorns in het plangebied behouden. Er is geen sprake van negatieve effecten op beschermde ongewervelden. In het kader van de zorgplicht wordt geadviseerd voor sleedoornpage extra sleedoorns te planten.

37

bestemmingsplan De Kijktuinen

4.3.1.1.1

Nader onderzoek das

In augustus - september 2019 is nader onderzoek uitgevoerd naar de functie van het plangebied voor das, zie Bijlage 10. Een vaste rust- en verblijfplaats was bij eerder onderzoek reeds uitgesloten. Er zijn geen dassen aangetroffen die van het plangebied gebruik maakten als onderdeel van het foerargeergebied. Essentieel foerargeergebied wordt daarmee uitgesloten. 4.3.1.1.2

Actualisatie ecologisch onderzoek

Doordat de gegevens van het onderzoek dat is uitgevoerd nog actueel zijn, is nader onderzoek niet noodzakelijk. De uitwerpselen geven aan dat das (inmiddels) het plangebied heeft ontdekt. Om te voorkomen dat dassen of andere beschermde soorten zich in het plangebied gaan vestigen, wordt aanbevolen maatregelen te nemen zoals het onderhouden van het terrein. Daardoor wordt het gebied minder aantrekkelijk voor soorten om zicht te vestigen. Ook zorgt verstoring door licht, geluid en trillingen ervoor dat het plangebied onaantrekkelijk wordt voor das. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een ontheffing Tijdelijke natuur, wanneer de gebiedontwikkeling langer dan een jaar duurt, of een Gedragscode Tijdelijke natuur. De Gedragscode is snel toepasbaar, al moet goed worden gelet op het naleven van de voorwaarden die van toepassing zijn. 4.3.1.2 Bescherming gebieden Direct grenzend aan het plangebied ligt Natura 2000-gebied de Veluwe. In het onderzoek wordt nog uitgegaan van de aanleg van een nieuw wandelpad door het bos (onderdeel van het Natura 2000-gebied de Veluwe). Uit het onderzoek blijkt dat door gebruik van het wandelpad door Natura 2000-gebied getoetst dient te worden of er sprake is van een significant negatief effect voor de wespendief en zwarte specht. De aanleg van het wandelpad vervalt. Er is geen noodzaak tot nader onderzoek.

Bij de inzet van verlichting dient gebruik te worden gemaakt van amberkleurige verlichting, zodat geen negatief effect wordt veroorzaakt op broedvogels zoals de boomleeuwerik. Dit is vastgelegd in de specifieke gebruiksregels van de bestemming Groen. Stikstofdepositie Middels een AERIUS berekening (8 februari 2020) is de uitstoot en depositie van stikstof berekend, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden, zie de Voortoets stikstofdepositie Kijktuinen in Bijlage 13. Op 18 september hebben Gedeputeerde Staten een Wnb vergunning verleend voor de realisatie en het gebruik van het woongebied bestaande uit 100 woningen, zie Bijlage 17 Vergunning Wnb provincie GLD voor Kijktuinenen incl. stikstofcalculaties. In de beoordeling wordt ingegaan op de effecten van stikstof aan de hand van geactualiseerde AERIUS-berekeningen (15 juli 2020). De depositie in de aanleg en gebruiksfase komt uit op meer dan 0,00 mol/ha/jr. Voor het project wordt gebruik gemaakt van de ruimte uit het stikstofregistratiesysteem. Uit de beoordeling volgt dat er geen sprake is van significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden. Geologie en hydrologie Op 2 november 2021 is getoetst welke hydrologische effecten optreden door het project en of deze significante negatieve invloed hebben op de bomen op de Veluwe, zie Bijlage 18.

Uit het onderzoek blijkt dat er geen essentiële invloed is van de realisatie van het project op de grondwaterstand in de natuurgebieden eromheen. 4.3.1.3 Bescherming houtopstanden Binnen het plangebied worden enkele bomen in de voorbeeldtuinen gekapt. De te kappen bomen zijn geen rij onderdeel van beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are en bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. De kap van de enkele bomen in de voorbeeldtuinen is niet meldingsplichtig.

38

bestemmingsplan De Kijktuinen

4.3.1.4 Gelders Natuurnetwerk De houtwallen aan de zuidwestelijke grens van het maisveld zijn onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk. De rest van het plangebied is geen onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk. Met de ontwikkeling blijven de houtwallen behouden en worden deze versterkt. Van afname van areaal is geen sprake, tevens worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van de GNN significant aantasten. Naar aanleiding van het stedenbouwkundig plan is een aanvullend ecologisch advies opgesteld over de volgende onderdelen: Nieuwe natuur: Hoe kan voor de tussenliggende periode het ontstaan van nieuwe natuur worden voorkomen? Aanleg vijver/poel: Hoe kan een nieuwe vijver worden aangelegd om te zorgen dat deze ook ecologische waarde krijgt? Houtwallen: Kan het ontwerp houtwal worden beoordeeld en worden geadviseerd hoe deze te verbeteren. Realiseren woningen: Wat zijn de consequenties als in plaats van een zonnepanelenveld (starters)woningen worden gerealiseerd? In Bijlage 12 is het advies opgenomen.

4.3.2

Conclusie

Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot ecologie.

4.4

Verkeer en parkeren

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Het plangebied wordt ontsloten via de Kienschulpenweg. Om de doorstroming te bevorderen takt de verkeersstructuur op twee plekken aan op de Kienschulpenweg. Zie voor een gedetailleerde beschrijving van de verkeerstructuur paragraaf 2.2. Conform de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' levert een woonwijk van maximaal 100 woningen en begraafplaats en/of zonnepaneleneveld de volgende verkeersgeneratie op: Woningen (koop, vrijstaand) Begraafplaats

huis, 100

verkeersgeneratie (schil 770 - 850 mvt per dag centrum, weinig stedelijk)

-

verkeersgeneratie bebouwde kom)

(rest 37,4 - 51,4 mvt plechtigheid

per

Het zonnepanelenveld heeft, met uitzondering van verkeer in verband met onderhoudswerkzaamheden, geen verkeersaantrekkende werking. De Kienschulpenweg biedt voldoende capaciteit voor de toename aan verkeersbewegingen. In het openbaar gebied is ruimte voor circa 137-140 parkeerplaatsen. Daarnaast is er bij de twee vrijstaande woningen en zes twee-onder-een kapwoningen ruimte voor 8 parkeerplaatsen op eigen terrein. In totaal zijn er circa 145-148 parkeerplaatsen voorzien. Het bestemmingsplan biedt het juridisch-planologisch kader voor de realisatie van maximaal 100 woningen, een begraafplaats en/of een zonnepanelenveld. Bij de invulling van deze functies dienen er voldoende parkeerplaatsen aanwezig te zijn. Om dit te borgen is in artikel 11.3 van de planregels een parkeerregeling opgenomen. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en / of voor het wijzigen van het gebruik van een gebouw dan wel voor het wijzigen van het gebruik van een onbebouwd terrein dient te zijn aangetoond dat er in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor parkeren. Hierbij wordt getoetst aan de parkeernormen in de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014), dan wel diens rechtsopvolger.

39

bestemmingsplan De Kijktuinen

Onderdeel van de herontwikkeling is het amoveren van drie langparkeervakken aan de Kienschulpenweg. Ter realisatie hiervan is door middel van parkeeronderzoek inzichtelijk gemaakt of de parkeerdruk kan worden opgevangen in de directe omgeving met een verminderde parkeercapaciteit, zie Bijlage 19 Rapportage Parkeeronderzoek Kienschulpenweg, Nunspeet. Uit het onderzoek blijkt dat er geen reden is om de herontwikkeling van de Kienschulpenweg niet plaats te laten vinden. De parkeerdruk zal minimaal worden verstoord door het amoveren van drie langparkeerstroken. Conclusie Gezien de hiervoor beschreven aspecten is het plan uitvoerbaar ten aanzien van verkeer.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.

Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Het stedenbouwkundige plan wordt ingepast in de bestaande historische landschappelijke structuur. Het respecteren en versterken van de cultuurhistorie van de plek is een van de uitgangspunten bij de ontwikkeling van het plangebied, zie Bijlage 1 Inrichtings- en beeldkwaliteitsplan. In het plangebied liggen geen rijks- of gemeentelijke monumenten. Met de uitvoering van het pan komen geen cultuurhistorische waardevolle aspecten in het geding. Archeologie In november 2019 is een archeologisch vooronderzoek bestaande uit een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 14. In het plangebied blijken archeologische resten aanwezig te zijn, die mogelijk bedreigd worden door toekomstige bodemingrepen. In mei 2020 is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd,

40

bestemmingsplan De Kijktuinen

zie Bijlage 15. In het overgrote deel van het plangebied zijn geen behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen. Hier zin alleen solitair gelegen sporen aanwezig met een lage informatiewaarde. In het oosten van het plangebied is een vuursteenvindplaats aangetroffen. Het betreft een kampement met een datering in het laatpaleolithicum of vroeg-mesolithicum. De vuursteenvindplaats is niet begrensd. Gesteld kan worden dat deze zich binnen een straal van 10 meter bevindt vanaf de concentratie in wp 2, 4 en 11. Voor deze zone is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische vindplaats' opgenomen. In deze zone is het niet toegestaan werkzaamheden uit te voeren die dieper reiken dan 40 cm beneden maaiveld. Wanneer dit niet mogelijk is, dient de vindplaats ex situ veilig te worden gesteld middels een opgraving. Conclusie Het plan is uitvoerbaar vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie.

4.6

M.e.r.-beoordeling

Beleidskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel. In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden. 1. 2. 3.

De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op. Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer).

Vormvrije m.e.r-beoordeling De realisatie van woningen en begraafplaats kunnen worden beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject en vallen in categorie D11.2 uit het Besluit m.e.r.: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Voor deze activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang van het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De oppervlakte van de voorgenomen activiteit blijft onder de drempelwaarden van 100 hectare en het bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m². De voorgenomen activiteit voorziet niet in het bouwen van 2.000 of meer woningen. Conclusie De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Er zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en daarom hoeft geen milieueffectrapport te worden opgesteld. Als bijlage 16 van deze toelichting is een aanmeldnotitie MER opgenomen.

In de aanmeldnotitie zijn de gevolgen voor het milieu beoordeeld op basis van de selectiecriteria genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU. In artikel 7.16 Wm is beschreven waar een aanmeldnotitie aan moet voldoen. In de aanmeldnotitie worden de voorgenomen activiteiten en de waarschijnlijke gevolgen van de activiteit voor het milieu beschreven.

4.7

Economische uitvoerbaarheid

Inleiding In deze paragraaf wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan

41

bestemmingsplan De Kijktuinen

voorziet in de uitvoering van bouwplannen door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Economische uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) rust op de gemeente de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan indien sprake is van in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangewezen bouwplannen. Voor het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien indien één van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen van toepassing is of indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd; en het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is; en het stellen van eisen aan, het opstellen van regels, of de uitwerking van regels voor het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen, het inrichten van de openbare ruimte en het specificeren van gewenste woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is. Het bestemmingsplan De Kijktuinen voorziet in de realisering van meerdere bouwplannen, als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro. De eigenaar van het plangebied is de gemeente Nunspeet. De gronden worden door de gemeente uitgegeven aan verschillende ontwikkelende partijen.

De grondprijs van deze bouwkavels wordt bepaald op basis van de actuele gemeentelijke grondprijzennota 2021, waarin actuele en vergelijkbare referentieprijzen voor woningen zijn opgenomen. Hiermee borgt de gemeente dat de grondprijs marktconform is en wordt staatssteun voorkomen. Indien de grondprijzennota niet voorziet in een categorie woningen of beschikt over onvoldoende vergelijkbare referenties, dan wordt de grondprijs vastgesteld op basis van onafhankelijke taxatie door een deskundig en erkend bureau. Ten behoeve van deze bouwplannen, zal de gemeente met diverse ontwikkelende partijen een gronduitgifteovereenkomst met anterieure afspraken afsluiten zoals bedoeld in artikel 6.24 van de Wro. Voorwaarde bij het afsluiten van deze overeenkomsten is dat tenminste de gemeentelijke plankosten, de kosten voor inrichting van de openbare ruimte, de kosten voor het bouw- en woonrijp maken en de aanleg van de nutsvoorzieningen volledig worden gedekt uit de grondopbrengsten. De gemeentelijke kosten betreffen de kosten die opgenomen zijn in de kostensoortenlijst (art. 6.2.3 t/m 6.2.6 Bro). Hieronder vallen onder meer de gemeentelijke plankosten. De gemeentelijke plankosten worden vastgesteld op basis van de Regeling plankosten Exploitatieplan. Een ander onderdeel van de kostensoortenlijst betreft de kosten voor het bouw- en woonrijp maken.

Deze kosten worden naar rato van het uitgeefbaar verdeeld over de ontwikkelende partijen die deelnemen aan het plan. Ten behoeve van de overeenkomst wordt getoetst of geselecteerde ontwikkelende partijen in staat zijn de gemaakte financiële afspraken na te komen. Dit is gedaan op basis van het laatste jaarverslag met behulp van een solvabiliteits- en een liquiditeitstoets. Uitsluitend in het geval een ontwikkelende partij hier voldoende op toetst wordt een overeenkomst aangegaan. Uitsluitend indien de twee bovengenoemde financiële toetsen positief doorlopen worden, wordt door de gemeenten met de ontwikkelende partijen een overeenkomst aangegaan, omdat uit deze toetsen blijkt dat zij goed in staat zijn om de gemaakte afspraken na te komen, waardoor de economische uitvoerbaarheid is gegarandeerd. Bovendien wordt ter beperking van de risico's van de gemeente bij het afsluiten van de overeenkomsten met partijen de gemaakte financiële afspraken door partijen verzekerd middels een gedeeltelijke betaling van de plankosten na ondertekening en een aan de gemeente verstrekte ongeclausuleerde en onherroepelijk bankgarantie. De garantie dient ter afdekking van eventuele gemeentelijke kosten en risico's, zoals de kosten voor het bouwrijp maken, de nog niet betaalde plankosten, etcetera..

Verder wordt in de planexploitatie ook rekening gehouden met de kosten voor het omleggen van de persleiding van het Waterschap en de kosten voor de aanleg van geluidsreducerend asfalt.

42

bestemmingsplan De Kijktuinen

Conclusie Het verhaal van de kosten van grondexploitatie wordt dus middels meerdere overeenkomst(en) en de afgegeven bankgarantie verzekerd, waardoor het plan economisch uitvoerbaar is. Een exploitatieplan is derhalve niet nodig. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan zal de raad worden voorgelegd af te zien van een exploitatieplan om dat anderszins, via meerdere overeenkomst(en), voorzien wordt in het verhaal van de gemeentelijke plankosten.

43

bestemmingsplan De Kijktuinen

44

bestemmingsplan De Kijktuinen

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het uitwerkingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart). Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend.

Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Bestemming Groen In de bestemming 'Groen' is de functie van het openbaar groen neergelegd. Binnen deze bestemming is ook de as van de weg aangegeven. Tot maximaal 10 meter van de as van de weg mogen woonstraten en wegen met een buurtontsluitende functie worden aangelegd. De zuidwestelijke gronden zijn aangeduid als 'maatschappelijk'. Ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' is een begraafplaats toegestaan. De realisatie van het zonnepanelenveld is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - duurzame energievoorzieningen'. Voor het bouwen van een transformatorgebouw bij het zonnepanelenveld dient een afstand van minimaal 30 meter tot de bestemmingsgrens Wonen aangehouden te worden om geluidshinder te voorkomen. De bouwhoogte van het transformatorstation bedraagt ten hoogste 3 m. Om het zicht op de zonnepanelen vanaf de woonstraten en buurtontsluitingsweg te beperken is in de regels opgenomen dat de bouwhoogte van zonnepanelen niet meer dan 3 m bedraagt.

45

bestemmingsplan De Kijktuinen

Voor de bouw van zonnepanelen dient te worden voldaan aan de randvoorwaarden ten aanzien van landschappelijke inpassing die zijn opgenomen in het Beleidskader Zonne-energie (2020) dan wel diens rechtsopvolger. Bestemming Natuur - Landschap De strook gronden aan de randen van het plangebied die door de provincie zijn aangewezen als Gelders Natuurnetwerk zijn bestemd als 'Natuur - Landschap'. De bestaande bosstrook naast de woning aan Kienschulpenweg 28 en de nieuw te realiseren natuur (de houtwal langs de Kienschulpenweg, de toegevoegde mantelvegetatie ter hoogte van het Gelders Natuurnetwerk en de verbreding van de houtwal Smithstraat) zijn tevens bestemd als Natuur - Landschap. Deze gronden zijn o.a. bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarde en de landschappelijke waarde van het gebied. Daarnaast mogen de gronden worden gebruikt voor bos, houtwallen, solitaire bomen, heide, zandverstuivingen, vennen, houtproductie en natuurlijk beheerde graslanden. Ook zijn voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding en extensief recreatief medegebruik toegestaan. Binnen de bestemming Natuur - Landschap mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van maximaal 2 m worden gebouwd.

In de bestemming Natuur - Landschap is een vergunningplicht opgenomen voor het uitvoeren van een limitatieve lijst van werken en werkzaamheden, zoals het verwijderen van landschaps- en/of natuurelementen. Genoemde werken en werkzaamheden kunnen landschappelijke en natuurlijke waarden aantasten. Daarom moet eerst getoetst worden in hoeverre de werken of werkzaamheden de waarden niet onevenredig aantasten. Bestemming Wonen In de bestemming 'Wonen' is de woonfunctie van het nieuw te ontwikkelen woongebied neergelegd. In het woongebied mogen maximaal 100 nieuwe woningen worden gebouwd. In het plangebied dient minimaal 31% van de woningen te worden gebouwd als sociale koopwoning, 21% als geliberaliseerde woning voor middenhuur en 27% als sociale huurwoning. Op de verbeelding is door middel van de bouwaanduidingen 'specifieke bouwaanduiding – middenhuur en sociale koop' en 'specifieke bouwaanduiding – sociale huur' aangegeven waar de woningen gebouwd mogen worden. Om flexibiliteit te kunnen bieden mogen woningen vrijstaand, twee-aaneen en aangebouwd worden gebouwd én zijn woningen toegestaan binnen het bestemmingsvlak Wonen. Gestapelde woningen zijn slechts toegestaan op de locatie die op de verbeelding is aangeduid als 'gestapeld'. Het hoofdgebouw van de gestapelde woningen mag slechts uit twee bouwvlagen bestaan.

De toegestane goot- en bouwhoogte van woningen in het plangebied bedraagt 6 m respectievelijk 11 m. De maximale diepte en breedte van de woningen bedraagt 12 m. Voor de woningen gelegen langs de Kienschulpenweg geldt dat, de voorgevel van het hoofdgebouw dient te worden gebouwd in de figuur 'gevellijn', zoals aangeduid op de verbeelding. Voor de voormalige bedrijfswoning aan Kienschulpenweg 28 gelden afwijkende bouwregels, conform het vigerende bestemmingsplan Nunspeet west. De woning mag slechts worden gebouwd binnen het daarvoor aangegeven bouwvlak en de maximaal toegestane bouwhoogte bedraagt 9 m. In de specifieke gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting voor wonen opgenomen. Hierin is opgenomen dat wonen in een woning slechts is toegestaan indien de geluidsbelasting op een geluidsgevoelig object en/of een geluidsgevoelige functie voldoet aan de bij of krachtens de Wet geluidhinder gestelde eisen en de Kienschulpenweg is uitgevoerd met geluidreducerend asfalttype SMA-NL8 G+. Ook bevat dit bestemmingsplan de volgende dubbelbestemmingen: Dubbelbestemming Leiding - Gas De hoofdgastranportleiding in het plangebied is bestemd als 'Leiding - Gas'. Binnen de dubbelbestemming is geen bebouwing toegestaan, anders dan ten dienste van het gebruik van de hoofdaardgastransportleiding.

Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 Voor de gronden in het plangebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde is de

46

bestemmingsplan De Kijktuinen

dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' opgenomen. Voor deze gronden is archeologisch onderzoek nodig als er een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 120 m², waarbij grondroerende werkzaamheden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld plaatsvinden. Uit dit onderzoek zal moeten blijken op welke wijze meegewerkt kan worden aan een ingreep. Het kan zijn dat er geen waarden worden aangetroffen, in welk geval de ingreep zonder verdere voorwaarden kan worden uitgevoerd. Het kan ook zijn dat er wel archeologische resten worden gevonden, in welk geval één of meer voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Voor werken en werkzaamheden, anders dan bouwen, groter dan 2500m² is een vergunning vereist. Een omgevingsvergunning is niet vereist voor werken en werkzaamheden onder bestaande gebouwen of in een zone van 5 meter rondom bestaande gebouwen. Dubbelbestemming Waarde - Archeologische vindplaats Ter bescherming van de zone rond de vuursteenvindplaats is de dubbelbestemming 'Waarde Archeologische vindplaats' opgenomen. Binnen de dubbelbestemming is geen bebouwing toegestaan. Er geldt een vergunningplicht voor grondwerkzaamheden die dieper dan 0,4 m beneden maaiveld plaatsvinden.

47

bestemmingsplan De Kijktuinen

48

bestemmingsplan De Kijktuinen

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het bestemmingsplan "De Kijktuinen" is aan de relevante instanties toegezonden in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro. De vooroverlegreacties zijn hieronder samengevat en van een antwoord voorzien. De voorgestelde aanpassingen zijn verwerkt in dit ontwerpbestemmingsplan. Provincie Gelderland De provincie heeft het bestemmingsplan bekeken. Het plan sluit aan bij de doelen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. Daarnaast zijn de provinciale belangen met betrekking tot woningbouw en Nationaal Landschap goed meegewogen in het plan. De provincie blijft graag betrokken bij de verdere planvorming. Reactie gemeente: De gemeente neemt de reactie voor kennisgeving aan. Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze reactie niet gewijzigd. Waterschap Vallei en Veluwe De afbeelding 'Watercompensatie De Kijktuinen' in de toelichting komt niet overeen met de verbeelding en niet met de genoemde getallen (verhard oppervlak) en locaties (van wadi's) in het Waterhuishouding- en rioleringsplan Kijktuinen. Voor al het overige geeft het waterschap een positief advies. Reactie gemeente: In paragraaf 4.2 is de afbeelding 'Watercompensatie De Kijktuinen' verwijderd. De paragraaf is aangepast conform het Waterhuishouding- en rioleringsplan Kijktuinen. Gasunie De Gasunie merkt op dat de gasleiding in het plangebied door middel van proefsleuven is gelokaliseerd.

De gasleiding is geheel ingepast in het woongedeeld aldus de verbeelding en lig bestemd in openbare ruimte. Bomen dienen te worden geplant of gehandhaafd buiten de stroken. Half verharding is akkoord. In het bestemmingsplan staan meerdere varianten ten aanzien van het zuid-westelijk gelegen veld. De Gasunie wijst de gemeente op het vrijhouden van de belemmeringenstrook van 10 m (zonnepark gebonden gelimiteerde afstand) in totaal en de voorwaarden voorafgaand in gebruikstelling.

49

bestemmingsplan De Kijktuinen

Reactie gemeente: De gasleiding in het plangebied is bestemd als 'Leiding - Gas'. Binnen de dubbelbestemming is geen bebouwing toegestaan, anders dan ten dienste van het gebruik van de hoofdaardgastransportleiding. Voor het rooien en aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting geldt een vergunningplicht.

6.3

Verslag zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan 'De Kijktuinen' heeft vanaf 7 juli 2021 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn vijf zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10901706/1