CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 13. St.t.i. Ruimtelijke onderbouwing Stationslaan 38

Raadsvergadering 25 januari 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) en zienswijzen Stationslaan 38 in Nunspeet.13.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing

Stationslaan 36-38, Nunspeet

Maart 2022

Definitief

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ‘STATIONSLAAN 36-38, NUNSPEET’

Plannaam: Plantype: Status: Datum:

Stationslaan 36-38, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing Definitief Maart 2022

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................. 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING .............................................................................................................................................4 LIGGING PROJECTGEBIED .............................................................................................................................4 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ....................................................................................................................5 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING .................................................................................................6 LEESWIJZER ..............................................................................................................................................7

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 8 2.1

BESCHRIJVING PROJECTGEBIED EN OMGEVING .................................................................................................8

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING .................................................................... 10 3.1 3.2 4.1. 4.2 4.3

RUIMTELIJKE ONTWIKKELING ......................................................................................................................10 VERKEER EN PARKEREN .............................................................................................................................12 RIJKSBELEID ............................................................................................................................................14 PROVINCIAAL BELEID ................................................................................................................................16 GEMEENTELIJK BELEID...............................................................................................................................18

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 22 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

GELUID ..................................................................................................................................................22 BODEM..................................................................................................................................................24 LUCHTKWALITEIT .....................................................................................................................................24 EXTERNE VEILIGHEID .................................................................................................................................25 MILIEUZONERING ....................................................................................................................................27 ECOLOGIE...............................................................................................................................................30 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE ............................................................................................................33 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ............................................................................................................34

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN....................................................................... 36 6.1 6.2

VIGEREND BELEID.....................................................................................................................................36 WATERTOETS ..........................................................................................................................................38

HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................. 39 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ...................................... 40 8.1 8.2

VOOROVERLEG ........................................................................................................................................40 INSPRAAK EN BURGERPARTICIPATIE ..............................................................................................................40

BIJLAGEN

.............................................................................................. 41

BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7

BODEMONDERZOEK .........................................................................................................................42 STIKSTOFONDERZOEK........................................................................................................................43 QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING ..............................................................................................44 NADER ONDERZOEK MARTERACHTIGEN ................................................................................................45 VLEERMUISONDERZOEK.....................................................................................................................46 WATERTOETSRESULTAAT ...................................................................................................................47 PARTICIPATIEVERSLAG.......................................................................................................................48

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op de gronden achter de woningen aan de Stationslaan 36 en 38 in het centrumgebied van Nunspeet. Ter plaatse bevindt zich een gebouw welke in het verleden in gebruik was bij een wolfabriek. De overige gronden zijn in gebruik als tuin bij de woningen aan de Stationslaan 36 en 38 en bestaan uit gazon, bomen, struiken en heesters. Initiatiefnemer is voornemens om het terrein te herontwikkelen met woningbouw. Concreet gaat de ontwikkeling uit van de bouw van een appartementencomplex met 11 appartementen. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt de aanwezige bebouwing gesloopt. Tevens wordt de buitenruimte opnieuw ingericht. Het voornemen is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan ‘Nunspeet Centrum’. De gemeente Nunspeet heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling. In voorliggend geval kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend middels een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 30 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied is gelegen in het centrum van Nunspeet. Het projectgebied is kadastraal bekend als gemeente Nunspeet, sectie B, nummers 9404 (gedeeltelijk) en 9180 (gedeeltelijk). In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied in Nunspeet (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omkadering) weergegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied (Bron PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied is voor het grootste gedeelte gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Nunspeet Centrum” (vastgesteld op 29 maart 2012) en voor een gedeelte binnen het bestemmingsplan “Winckelweg van de gemeente Nunspeet” (vastgesteld 1 november 2012). Tevens valt het projectgebied binnen het bestemmingsplan “Parapluplan parkeren” (vastgesteld op 29 april 2021). In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij de bestemmingsplan “Nunspeet Centrum” en “Winckelweg te Nunspeet” opgenomen. Het projectgebied is weergegeven met de rode contour.

Afbeelding 1.2

1.3.2

Uitsnede geldende bestemmingsplannen “Nunspeet Centrum” en “Winckelweg van de gemeente Nunspeet” (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

1.3.2.1 Bestemmingsplan “Nunspeet Centrum” De gronden van het projectgebied welke zijn gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Nunspeet centrum” kennen de enkelbestemming ‘Wonen’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Hierna worden de bestemmingen verder toegelicht. ‘Wonen’ De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, met bijbehorende gebouwen en voorzieningen zoals tuinen, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals palen, masten, verkeers-, reclame en andere tekens en terreinafscheidingen. Voor de gronden binnen deze bestemming gelden een aantal bouwregels, zoals dat de woningen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd. Binnen het projectgebied is geen bouwvlak aanwezig. ‘Waarde – Archeologie 3’ De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing 1.3.2.2 Bestemmingsplan “Winckelweg van de gemeente Nunspeet” De gronden van het projectgebied welke zijn gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Winckelweg te Nunspeet” kennen de enkelbestemming ‘Groen’. Hierna wordt deze bestemming nader toegelicht. ‘Groen’ De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, kunstobjecten, fiets- en wandelpaden, watergangen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op de gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met uitzondering van speelvoorzieningen die als gebouw aangemerkt worden.

1.3.3

Strijdigheid

De voorgenomen bouw van een appartementengebouw voor 11 appartementen is op basis van de geldende bestemmingsplannen niet toegestaan, aangezien hiervoor de juiste bouw- en gebruiksregels ontbreken. Om het voornemen mogelijk te maken wordt afgeweken van het bestemmingsplan door middel van een omgevingsvergunning.

1.4

Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing

Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3o Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van een ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een ruimtelijke onderbouwing de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Bro van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggend project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.

5.

6.

een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 8; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit zal voor een ieder ter inzage worden gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 7.

Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8.

9.

een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 5.8. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 5 is aandacht besteed aan diverse relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. De milieu- en omgevingsaspecten zijn beschreven in hoofdstuk 5.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie van het projectgebied gegeven. Hoofdstuk 3 omvat een beschrijving van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Nunspeet beschreven. In hoofdstuk 5 passeren de relevante milieuaspecten de revue en in hoofdstuk 6 wordt in gegaan op het aspect water. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het project en tot slot wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2 2.1

HUIDIGE SITUATIE

Beschrijving projectgebied en omgeving

Het projectgebied is gelegen in het centrum van de kern Nunspeet op de overgang naar een rustiger woongebied. De omgeving van het projectgebied bestaat met name uit uiteenlopende centrumfuncties, maatschappelijke functies en woonfuncties. In de nabijheid van het projectgebied zijn onder andere een basisschool en diverse detailhandelsvestigingen gelegen. De belangrijkste ruimtelijke structuurdrager van de omgeving vormt de Stationslaan. Het projectgebied zelf wordt aan de noord- en westzijde begrensd door een parkachtig gebied en aan de overige zijden door woonpercelen. Het projectgebied betreft het terrein achter de woningen aan de Stationslaan 36 en 38. Het terrein bestaat grotendeels uit tuin met gazon, bomen, struiken en heesters. Daarnaast is bebouwing behorende bij een voormalige wolfabriek aanwezig. De bebouwing staat in de huidige situatie leeg en verkeerd in een slechte bouwkundige staat. Omdat de bebouwing geen duurzame vervolgfunctie heeft, wordt niet meer in het onderhoud geïnvesteerd. In afbeelding 2.1 en 2.2 zijn respectievelijk een luchtfoto en een foto van het projectgebied weergegeven. Het projectgebied is met de rode contour aangeduid.

Afbeelding 2.1

Ligging projectgebied en directe omgeving (Bron: PDOK, 2019)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.2

Foto van projectgebied (Bron: habitus, 2021)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Ruimtelijke ontwikkeling

Het voornemen bestaat uit de bouw van een appartementengebouw binnen het projectgebied. Om de bouw van het appartementengebouw mogelijk te maken wordt de bestaande bebouwing binnen het projectgebied gesloopt. Het appartementengebouw bestaat uit twee bouwlagen, waarbinnen elf appartementen worden gerealiseerd. Het gaat om koopappartementen uit het segment ‘betaalbare koop’ (€200.000,- tot €265.000) en ‘middeldure koop’ (€ 265.000,- tot € 350.000,-). De appartementen zijn verdeeld over drie grote appartementen (85 m2) en acht kleinere appartementen (70 m2) met aparte bergingen. Het appartementengebouw wordt voorzien van een trappenhuis en een lift. De ontsluiting vindt plaats via een bestaande (te verlengen) toerit op de Winckelweg. Langs de inrit worden ten behoeve van de ontwikkeling 21 parkeerplaatsen gerealiseerd. Van belang bij de stedenbouwkundige opzet is dat het ontwerp passend is in de omliggende woonomgeving en aansluit op bestaande bebouwingsstructuren. Door oog te hebben voor deze aspecten ontstaat er een stedenbouwkundig verantwoord beeld. Het pand zal qua schaal en verschijningsvorm aansluiten bij het bebouwingsbeeld van de omgeving. Ook de aan te leggen groenvoorzieningen, bestaand uit bomen en hagen, sluiten aan bij de bestaande groenstructuur van de openbare ruimte (zie afbeelding 3.1).

Ten aanzien van het aspect duurzaamheid wordt opgemerkt dat de appartementen zullen voldoen aan de wettelijke BENG (bijna energieneutraal gebouw) eisen. Daarboven worden de appartementen extreem energiezuinig uitgevoerd als zogenaamde ‘nul op de meter’ woningen. In afbeelding 3.1 is ter impressie de situatieschets van het projectgebied weergegeven. Afbeelding 3.2 en 3.3 geven de plattegrond van het appartementencomplex weer en tenslotte geeft afbeelding 3.4 een impressieschets van de voorgevel weer.

Afbeelding 3.1

Situatieschets (Bron: Slaa + van Asselt architecten BNA)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 3.2

Plattegrond appartementencomplex begaande grond (Bron: Slaa + van Asselt architecten BNA)

Afbeelding 3.3

Plattegrond appartementencomplex eerste verdieping (Bron: Slaa + van Asselt architecten BNA)

Afbeelding 3.4

Impressie van het gewenste appartementengebouw (Bron: Slaa + van Asselt architecten BNA)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiervoor kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren` (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. De gemeente Nunspeet beschikt samen met de buurgemeenten (Elburg, Hattem en Oldebroek) over een eigen parkeernota. Hierin zijn de uitgangspunten zoals vermeld in de CROW-publicatie ‘verkeer en parkeren’ omtrent verstedelijkingsgraad, stedelijke zone en functie grotendeels overgenomen. Wel zijn er enkele maatwerkvormen waarmee rekening moet worden gehouden: De gemeente hanteert een vaste parkeernorm voor alle functies binnen de bebouwde kom. Deze norm komt overeen met de maximale norm van ‘’schil centrum’’. 3.2.2

Uitgangspunten

Qua verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • 3.2.3

verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (gemeente Nunspeet); stedelijke zone: schil centrum (maximale parkeernorm, conform beleid); Parkeren

De ontwikkeling gaat uit van de realisatie van 8 koopappartementen uit de goedkope sector en 3 koopappartementen uit de middeldure sector. In onderstaand overzicht is voor deze woningen de parkeernorm weergegeven. Functie Koop, etage, goedkoop

Aantal 8

Koop, etage, midden

3

Totaal

Parkeernorm 1,8 parkeerplaats per woning 2,1 parkeerplaats per woning

Totaal 14,4 parkeerplaatsen 6,3 parkeerplaatsen 20,7 parkeerplaatsen

Conclusie parkeren Gezien vorenstaande wordt geconcludeerd dat in de parkeerbehoefte van de onderhavige ontwikkeling op eigen terrein kan worden voorzien. Er worden namelijk 21 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein, zoals te zien in afbeelding 3.1. De parkeerplaatsen worden in het verlengde van de bestaande parkeerplaatsen ten westen van het projectgebied gerealiseerd, langs een bestaande (te verlengen) inrit vanaf de Winckelweg. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘parkeren’ geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling. 3.2.4

Verkeersgeneratie

De te realiseren appartementen verhoogt het aantal verkeersbewegingen met zich mee. Het aantal verkeersbewegingen heeft invloed op omgeving van het projectgebied en moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Nunspeet (Bron: CBS Statline); BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing •

Stedelijke zone: Centrum.

In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Functie

Verkeersbewegingen per dag

Aantal appartementen

Koop, appartement, goedkoop Koop, appartement, midden Totaal afgerond

5,2 5,8

8 3

Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld) 41,6 17,4 59

De totale toename aan verkeersgeneratie komt neer op afgerond 59 verkeersbewegingen per weekdag. De appartementen worden via een bestaand parkeerterrein ontsloten op de Winckelweg. De Winckelweg betreft een twee richtingsverkeer weg waar een snelheidsregime van 30 km/uur geldt. De weg kan worden aangemerkt als een erftoegangsweg (type A en of type B). Dergelijke wegen beschikken over een capaciteit van 4.000 tot 6.000 verkeersbewegingen per etmaal. Als gevolg van de beperkte toename in verkeersbewegingen wordt deze capaciteit naar verwachting niet overschreden. De Winckelweg wordt aan de noordzijde ontsloten op de Harderwijkerweg en aan de zuidzijde op de Nijverheidsweg. De Nijverheidsweg wordt ontsloten op de Elspeterweg. De Elspeterweg vormt een belangrijke ontsluitingsweg van de stad Nunspeet en is van voldoende omvang om de toegenomen verkeersgeneratie op te vangen. Gezien het vorenstaande kan worden gesteld dat de omliggende infrastructuur de beperkte toename van verkeersbewegingen eenvoudig kan afwikkelen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1.

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio’s

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

4.1.2

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

Het voornemen betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoorde in de NOVI. De herontwikkeling van een bestaande locatie in het centrum van Nunspeet met woningbouw draagt bij aan het behouden en versterken van het aantrekkelijk leefklimaat in Nunspeet. Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt in Bro 1.1.1. als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Om te bepalen of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet eerst duidelijk worden of er überhaupt sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Gezien het feit dat onderhavig plan voorziet in de realisatie van 11 appartementen, wordt gesteld dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking hoeft derhalve niet doorlopen te worden. 4.1.4

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, de Omgevingsverordening Gelderland en het Kwalitatieve woonprogramma tot 2024. 4.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

4.2.1.1 Algemeen De provincie Gelderland heeft een integraal provinciaal beleidsplan, de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De Provinciale Staten van Gelderland heeft de Omgevingsvisie op 19 december 2018 vastgesteld. In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: 1. 2.

een duurzame economische structuurversterking, het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving.

Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied. 4.2.1.2 Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeren we in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt.

Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Gelderland geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing Gelderland gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De ambities zijn als volgt geformuleerd: •

• •

Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.

Om vorenstaande ambities te realiseren gaat de provincie in overleg met de Gelderse regio’s, om zodoende regionale afspraken te maken. 4.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland In de kwantitatieve opgave t/m 2024, de opvolger van de KWP3, zijn de afspraken over de groei van de woningvoorraad vastgelegd. De gemeentelijke kwantitatieve woningbouwcapaciteit in Nunspeet ligt tot en met 2024 op 260 woningen. Het plan voorziet in 11 appartementen, en past hiermee binnen de kwantitatieve afspraken. Wat betreft de kwalitatieve behoefte wordt gesteld dat het plan voorziet in huisvesting voor onder andere starters en senioren. Ten aanzien van het aspect duurzaamheid wordt opgemerkt dat de appartementen zullen voldoen aan de wettelijke BENG (bijna energieneutraal gebouw) eisen. Daarboven worden de appartementen extreem energiezuinig uitgevoerd als zogenaamde ‘nul op de meter’ woningen. Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief past binnen de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Gelderland. 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

4.2.2.1 Algemeen Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn het bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval is in het kader van deze onderbouwing is hoofdzakelijk artikel 2.2 van belang. Dit artikel luidt: Artikel 2.2 Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda 1. 2.

Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing b. c. d.

de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling

4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland Zoals in het voorgaande is aangegeven zijn in de Kwantitatieve opgave t/m 2024 de afspraken over de groei van de woningvoorraad vastgelegd. De plancapaciteit waarin voorliggende bestemmingsplan voorziet kan worden ondergebracht in de aan de gemeente Nunspeet toegekende plancapaciteit. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.3.2 (Woonvisie). Er wordt dan ook voldaan aan artikel 2.2.1.1 van de Omgevingsverordening Gelderland. 4.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Voorliggend initiatief is in overeenstemming met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie Gelderland en verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Nunspeet

De gemeente Nunspeet heeft op 29 november 2018 de Omgevingsvisie Nunspeet vastgesteld. De Omgevingsvisie Nunspeet beschrijft de integrale toekomstvisie voor de gehele gemeente en kijkt daarbij vooruit in een periode tot 2030. De visie is opgebouwd in thema’s en een gebiedsgerichte uitwerking. Eén van de thema's is het initiëren en accommoderen van gebiedsgericht milieu- en gezondheidsbeleid. De kernpunten van dit thema zijn: • •

Integraal verweven van gezondheids- en milieuaspecten in alle gemeentelijke thema's. Gebiedsgerichte streefbeelden als uitgangspunt voor beheer en ontwikkeling hanteren, benoemen van actie op basis daarvan.

Gericht op de relatie gezondheid en inrichting leefomgeving, worden uitgangspunten gehanteerd als: • • • •

Voldoende groen, water en speelvoorzieningen ook in de kernen en goed bereikbaar vanuit de kernen. Het stimuleren van fiets en openbaar vervoergebruik en het verminderen van het autogebruik. Een aantrekkelijke en veilige inrichting van de openbare ruimte. Letten op gezondheidsaspecten als luchtkwaliteit, zoönosen en fijnstof.

Wat betreft wonen wil de gemeente dat iedereen moet kunnen blijven wonen in een woning en op een plek waar men zich thuis voelt. Dat geldt ook voor degene die zich vanwege werk of om andere redenen in de gemeente wil vestigen. Dit betekent dat nieuwbouw en herontwikkeling zo goed mogelijk voldoen aan de uitbreidingsbehoefte, zowel in aantallen, woningtypen als woningprijzen. De gemeente wil aantrekkelijke woonmilieus behouden en toevoegen. De ligging van de kernen te midden van natuurwaarden levert daarbij zowel kansen als uitdagingen op. Toevoegingen van woonlocaties zijn in balans met de uitbreidingsbehoefte. Er is geen sprake van een grote herstructureringsopgave, zodat dergelijke projecten kleinschalig van karakter zijn en een kwaliteitsimpuls moeten vormen voor de (woon)omgeving. Kernwoorden zijn duurzaam, energieneutraal en levensloopbestendig. 4.3.1.1 Toetsing van het initiatief aan de ‘Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030’ Voorliggend initiatief voorziet in het realiseren van 11 appartementen op een inbreidingslocatie. De appartementen zijn (mede gezien de ligging in het centrum) geschikt voor (vitale) senioren. Met name de appartementen op de begane grond zijn geschikt voor deze doelgroep (alle voorzieningen gelijkvloers). De

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing appartementen op de verdieping zijn daarnaast zeer geschikt voor starters en jongeren, gezien de prijsklasse. Daarmee wordt kwalitatief gezien een bijdrage geleverd aan het doel om te voorzien in woonruimte voor starters en senioren. Ten aanzien van het aspect duurzaamheid wordt opgemerkt dat de appartementen zullen voldoen aan de wettelijke BENG (bijna energieneutraal gebouw) eisen. Daarboven worden de appartementen extreem energiezuinig uitgevoerd als zogenaamde ‘nul op de meter’ woningen. Door het slopen van de bestaande verouderde gebouwen behorende bij een voormalige wolfabriek en het op een adequate wijze inpassen (zowel stedelijk als landschappelijk) van het appartementengebouw wordt de kwaliteit van de kern Nunspeet vergroot. Gezien de locatie van het initiatief op een inbreidingslocatie wordt tevens aangesloten bij het voornemen om met name binnen bestaand bebouwd gebied te bouwen. Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met de ‘Omgevingsvisie Nunspeet’. 4.3.2

Woonvisie Nunspeet

4.3.2.1 Algemeen De woonvisie "Goed wonen in de gemeente Nunspeet" is op 20 februari 2020 vastgesteld door de gemeenteraad van Nunspeet. Deze woonvisie geldt voor de periode 2020-2025. De woonvisie is een belangrijk beleidsdocument voor de gemeente. Het geeft richting aan de woonontwikkeling van de gemeente en geeft een kwantitatieve en kwalitatieve inkleuring aan het wonen in de gemeente. 4.3.2.2 Kwantitatieve behoefte Hoewel de gemeente Nunspeet de afgelopen jaren de woningproductie fors heeft verhoogd, is er nog steeds sprake van druk op de woningmarkt. Het aantal huishoudens neemt toe en er is sprake van een inhaalvraag, als gevolg van de huidige krapte in de markt. Naast de natuurlijke groei van het aantal huishoudens, komt daarbovenop nog het woningtekort van starters en spoedzoekers. Op basis van de huishoudensprognose en 25% extra woningbehoefte van spoedzoekers is de totale woningbehoefte berekend. Tot en met 2025 moeten 670 woningen worden toegevoegd. 4.3.2.3 Kwalitatieve behoefte Een plancapaciteit tot 2025 die aansluit bij de woningbehoefte ziet er bij benadering als volgt uit: Sociale huur (huur tot circa € 720,- per maand) Middeldure huur (€ 720,- tot € 1.000,- per maand) Sociale koop (tot € 200.000,-) Betaalbare koop (€ 200.000 tot €265.000,-) Middeldure koop (€ 265.000,- tot € 350.000,-) Dure koop € 350.000,- en meer)

135 50 90 135 130 130

Middeldure/betaalbare koopwoningen Op korte termijn bestaat er een behoefte in alle koopprijssegmenten, waarbij de tekorten bij goedkopere koopwoningen met een prijs tussen € 200.000,- en € 265.000,- het grootst zijn. Ook het segment tot € 200.000,- is op korte termijn kansrijk. 4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de ‘Woonvisie Nunspeet’ Voorgenomen ontwikkeling levert zowel kwantitatief als kwalitatief een bijdrage aan het verwezenlijken van de Woonvisie. De te realiseren appartementen bevinden zich in het segment ‘betaalbare koop’ en ‘middeldure koop’, waar (op korte termijn) veel behoefte aan is.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing De appartementen zijn (mede gezien de ligging in het centrum) geschikt voor (vitale) senioren. Met name de appartementen op de begane grond zijn geschikt voor deze doelgroep (alle voorzieningen gelijkvloers). De appartementen op de verdieping zijn daarnaast zeer geschikt voor starters en jongeren, gezien de prijsklasse. 4.3.3

Welstandnota Nunspeet 2015

4.3.3.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft op 9 december 2015 de Welstandsnota ‘Welstand Nunspeet 2015’ vastgesteld. In deze welstandsnota zijn de beleidsregels met daarbij welstandscriteria die worden gehanteerd bij de welstandbeoordeling van bouwplannen vastgelegd. 4.3.3.2 Deelgebied Centrum Het projectgebied is gelegen in het deelgebied ‘Centrum’. Voor dit deelgebied geldt een uitgebreide welstandstoets. Bij de uitgebreide toets wordt getoetst aan de volgende criteria: • • • • • •

Relatie tussen vorm, gebruik en constructie; Relatie tussen bouwwerk en omgeving; Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context; Evenwicht tussen helderheid en complexiteit; Schaal en maatverhoudingen; Materiaal, textuur, kleur en licht.

Beleid centrum De veranderingen van de laatste jaren hebben het centrum in zijn ruimtelijke hoofdopzet sterk verbeterd en een evenwichtiger karakter gegeven. Het beleid is erop gericht de aanwezige kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te versterken. 4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Welstandsnota Nunspeet 2015’ Het stedenbouwkundige ontwerp is met de gemeente besproken en akkoord bevonden. Het plan voldoet daarmee aan de welstandsnota. 4.3.4

Notitie ‘woningbouw op maat’

4.3.4.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft samen met Axon Adviseurs een strategische aanpak en afwegingskader ontwikkeld waarmee de gemeente gerichter sturing kan geven aan nieuwe woningbouwinitiatieven in de gemeente. Deze notitie is een uitwerking van de woonvisie. Het doel van de visie in dat ik de toekomst de juiste woning op de juiste plek wordt gebouwd. Tevens moet zuinig omgegaan worden met de beschikbare capaciteit. De notitie is vastgesteld op 20 oktober 2015. In de visie wordt beschreven waar de gemeente de komende jaren met de woningbouw op in wil zetten, hoe zij dit samen met de partners zou willen bereiken en aan welke criteria de nieuwe initiatieven worden getoetst. De visie functioneert daarmee als communicatiemiddel tussen de gemeente en initiatiefnemers. Het doel is om de visie in een zo vroeg mogelijk stadium met de initiatiefnemers te delen, zodat al tijdens de initiatieffase bekend is hoe de gemeente Nunspeet om wil gaan met nieuwe initiatieven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing 4.3.4.2 Maatregelen vrijmaken nieuwe plancapaciteit Eén van de maatregelen om ruimte te creëren voor nieuw initiatieven is het herprogrammeren van niet benutte locaties. De gemeente heeft geïnventariseerd welke bestaande woningbouwcapaciteit jarenlang onbenut is gebleven, waarom dat het geval is en wat de gevolgen zijn als tot herprogrammering van de bouwmogelijkheden zou worden overgegaan. Voor deze locaties is het volgende afgesproken: • •

Herprogrammeren van woningbouwmogelijkheden voor locaties die vanuit stedenbouwkundig en/of programmatisch oogpunt niet strikt noodzakelijk zijn; Stimuleren van realisering of herprogrammering als blijkt dat de locatie vanuit stedenbouwkundig en/of programmatisch oogpunt dringend gewenst is;

Met de herprogrammering wordt bereikt dat de overprogrammering van 47 woningen per saldo teniet wordt gedaan. 4.3.4.3 Visie De gemeente ziet de noodzaak om het woningbouwprogramma bij te stellen en er voor te zorgen dat nieuwe initiatieven beter aansluiten op de behoefte. Om de toetsing concreet handen en voeten te geven, is een nieuw afwegingskader voor initiatieven noodzakelijk. De gemeente heeft een afwegingskader met daarin 7 uitgangspunten opgesteld: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Het benutten van inbreidingslocaties heeft de prioriteit; Bij inbreidingslocaties inzetten op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse; Innovatie en maatwerk op individuele locaties in het buitengebied; Geen mogelijkheden voor nieuwe uitbreidingslocaties; Het plan past binnen de beschikbare gemeentelijke kwantitatieve woningbouwcapaciteiten tot en met 2024 (capaciteit is voor Nunspeet geraamd op 260 woningen) Doelgroepen/woningtypen passen binnen de behoefte van de Woonvisie; Inzetten op kleinschalige locaties, organische groei en flexibele concepten.

4.3.4.4 Toetsing van het initiatief aan de notitie ‘Woningbouw op maat’ Voorliggend initiatief heeft betrekking op een inbreidingslocatie binnen het centrum van Nunspeet. De kwaliteit van deze locatie wordt fors verbeterd aangezien bestaande, verouderde bebouwing wordt gesloopt en het nieuwe appartementengebouw op een adequate wijze wordt ingepast in de omgeving (zowel stedelijk als landschappelijk). Het initiatief is gelegen op een inbreidingslocatie, wat tevens aansluit bij het voornemen om met name binnen bestaand bebouwd gebied te bouwen. Het plan is passend binnen de beschikbare gemeentelijke kwantitatieve woningbouwcapaciteit. Met de woningen wordt aangesloten bij de wens om woningen te bouwen voor doelgroepen zoals opgenomen in de woonvisie (zie ook paragraaf 4.3.2). Tenslotte wordt met het initiatief aangesloten op de wens om in te zetten op kleinschalige locaties. Tijdens het proces van concept tot ontwerp van het plan is uitvoering en intensief contact geweest met de gemeente. In deze fase is het bouwplan/ontwerp uitvoering besproken. Hiermee is uitvoering gegeven aan de werkwijze zoals opgenomen in de notitie. Geconcludeerd wordt dat onderhavig initiatief in overeenstemming is met de notitie ‘Woningbouw op maat’. 4.3.5

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het in dit bestemmingsplan besloten initiatief past binnen de gemeentelijke beleidskaders.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie projectgebied

De geplande woningen worden op basis van de Wgh aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben. De grootte hiervan is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

In de directe omgeving van het projectgebied zijn enkel 30 km/uur wegen gelegen. Uit jurisprudentie blijkt dat 30 km/uur wegen in de beoordeling moeten worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze wegen een geluidbelasting veroorzaken die hoger ligt dan de voorkeurswaarde (48 dB). Deze wegen hebben echter geen formele geluidzone. De geluidbelasting door wegverkeer op deze wegen wordt dan ook formeel niet getoetst aan de grenswaarden uit de Wgh. In voorliggend geval bedraagt de afstand van het gewenste appartementengebouw tot de dichtstbijzijnde (30 km/uur) wegen, Stationslaan en Winckelweg, respectievelijk circa 45 meter en circa 70 meter. In beide gevallen is sprake van tussenliggende bebouwing, wat zorgt voor een afschermende werking. Gezien de ruime afstand van het appartementengebouw tot omliggende wegen in combinatie met de afschermende

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing werking van tussenliggende bebouwing valt niet te verwachten dat omliggende wegen een geluidsbelasting veroorzaken die hoger ligt dan de voorkeurswaarde (48 dB). Een akoestisch onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Met inachtneming van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect ‘wegverkeerslawaai’ geen belemmering vormt voor het planvoornemen. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai De dichtstbijzijnde spoorweg bevindt zich op ruime afstand van het gewenste appartementengebouw (circa 300 meter). Op basis van de geluidskaart spoorwegen is het appartementengebouw op voldoende afstand van de spoorweg gelegen. Eén en ander is weergegeven in afbeelding 5.1. Het projectgebied is in de afbeelding aangegeven met een blauwe cirkel. Ten aanzien van spoorweglawaai is ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Afbeelding 5.1

Ligging van het projectgebied (blauwe cirkel) t.o.v. nabijgelegen spoorweg (Bron: Geluidskaart spoorwegen PDOK)

5.1.2.3 Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen geluidsgezoneerde bedrijventerreinen aanwezig. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op milieuhinder (o.a. geluid) als gevolg van individuele bedrijven. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het aspect industrielawaai geen belemmering vormt. 5.1.3

Conclusie

De wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

5.2

Bodem

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan en het nemen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. In voorliggend geval is door Terra Agribusiness een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het gewenste appartementengebouw. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 1. 5.2.2

Resultaten

In het bovengrondmengmonster BM1 zijn lichte verhogingen zink, cadmium, kwik, lood en PAK 10 VROM aangetroffen. In het ondergrondmengmonster OM1 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster (PB1 WM1) zijn lichte verhogingen barium, koper en zink aangetroffen. Aangezien de verhogingen de tussenwaarden niet overschrijden, is er geen reden om een nader bodemonderzoek uit te voeren. De locatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik (wonen met tuin). 5.2.3

Conclusie

De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1 Beoordelingskader Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); • Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). 5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • •

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing •

kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie projectgebied

Voorliggend initiatief heeft betrekking op het realiseren 11 appartementen met bijbehorende voorzieningen. Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgesteld in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

‘Stationslaan 36-38, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13704856/1