CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 13. Eindrapport Evaluatie proces inventarisatie ondernemersfonds 22 dec 2023 def

Raadsvergadering 29 februari 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Rapport Evaluatie van het proces inventarisatie Ondernemersfonds Nunspeet.8.107 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie van het proces inventarisatie ondernemersfonds Nunspeet

Erik van Steden 22-12-2023

Inhoud 1. Opdracht

3

2. Uitvoering

3

3. Feiten en normen

4

Overzicht van het bestuurlijk besluitvormingsproces inzake het ondernemersfonds Bestuurlijk besluitvormingsproces in z’n algemeenheid Werkgroep/stuurgroep Draagvlak Soorten ondernemersfonds 4. Bevindingen en conclusies

11

Rollen en samenwerking Initiatief College Stuurgroep Gemeenteraad Ondernemers/Werkgroep Communicatie Proces Soorten ondernemersfonds Draagvlak Besluitvorming 5. Aanbevelingen

20

6. Slot

21

2

1 Opdracht Op 3 juli 2023 heb ik de opdracht ontvangen een evaluatie van het proces “inventarisatie ondernemersfonds Nunspeet” uit te voeren. Op 7 juli 2023 heb ik deze opdracht aanvaard. De evaluatie is erop gericht inzicht te krijgen in het proces rondom de inventarisatie ondernemersfonds Nunspeet (proces, rollen, communicatie en samenwerking). Doel van de evaluatie is om op basis van conclusies en aanbevelingen aanknopingspunten te krijgen zodat er in de toekomst constructiever gewerkt kan worden aan gedeelde opgaven.

2 Uitvoering Bij de uitvoering van de opdracht heb ik ondersteuning gehad van mevrouw S. van Klompenburg en de heer W. Balfoort, beiden zijn directieadviseur bij de gemeente Nunspeet. Hun rol was: het aanleveren van documentatie voor het feitenoverzicht, verslaglegging van interviews, linking pin met de organisatie en het organiseren van de gesprekken. Voorliggende rapportage is geheel onder mijn onafhankelijke verantwoordelijkheid tot stand gekomen. De beide ondersteuners hebben hier geen verantwoordelijkheid voor. Naast deskresearch heb ik, conform hetgeen hierover in de opdracht is opgenomen, met de volgende personen een interview gehouden: Betrokken wethouders: de heren M. van de Bunte (economie) en W. Stoffer (financiën); Betrokken ambtenaren: mevrouw L. Franken (bedrijvencontactfunctionaris) en de heren P. Klopman (heffingsambtenaar), J.L. van den Broek (griffier) en A. Heijkamp (gemeentesecretaris); Fractievoorzitters1: de heren H.J. Polinder (SGP), K.M. van Bronswijk (CDA Lokaal), G. Pluim (CU) en M. Konings (Gemeentebelang)2; Met bovenstaande personen heb ik individueel een interview gehad. Verder heb ik met een aantal insprekers tijdens de vergadering van de commissie Algemeen Bestuur van 15 september 2022 twee groepsinterviews gehad, te weten: mevrouw S. Bonestroo en de heren W. Bonestroo, J. van de Ridder, E. van den Hardenberg en S. Klugt.

Van opdrachtgever heb ik begrepen dat de ondernemers die betrokken waren bij de uitvoering van de inventarisatie helaas niet bereid zijn hun medewerking te verlenen aan dit onderzoek. Via mail is naar aanleiding van de raadsvergadering van 29 juni 2023 contact opgenomen met vier leden van de werkgroep om deel te nemen aan het onderzoek door middel van een interview. Hier is door één lid negatief op gereageerd, andere leden hebben niet gereageerd. Met de externe leden van de werkgroep heb ik dan ook geen interviews kunnen houden. De paragraaf “feiten en normen” in de onderliggende notitie is voor een feitencheck voorgelegd aan de geïnterviewde leden van het college en de ambtelijke organisatie. Ook heeft de griffier een feitencheck gedaan.

1

De fractievoorzitter van PvdA/Groenlinks, de heer S.M. Kouwenberg heeft aangegeven dat dit zijn eerste periode is als raadslid en hij daardoor nauwelijks kennis en ervaring heeft met het onderwerp. Een interview lijkt hem derhalve overbodig. 2 De huidig fractievoorzitter van Gemeentebelang (de heer P.V. van Rossen) heeft aangegeven dat het, gelet op de betrokkenheid bij dit onderwerp, voor dit onderzoek beter is de voormalige fractievoorzitter te interviewen.

3

3 Feiten en normen In deze paragraaf geef ik een overzicht van de voor dit onderzoek relevante feiten en normen. Hiervoor heb ik o.a. gebruik gemaakt van door de organisatie aangeleverde documenten en de na afloop van interviews door de geïnterviewden aangeleverde documenten.

Overzicht van het bestuurlijke besluitvormingsproces inzake het ondernemersfonds: Besluit/actie Collegeprogramma 2018-2022. In de paragraaf “een sterke economie” staat: “een ondernemersfonds kan werken als aanjager van de lokale economie” Jaarprogramma Centrum Nunspeet 2019-2024 “Onderdeel B (Belanghebbenden werken nauw samen om het centrum aantrekkelijk te houden), nummer 8: Onderzoek naar invoering van een ondernemersfonds samen met OVN (Ondernemersvereniging Nunspeet) zodat alle centrumondernemers en -eigenaren meebetalen aan stimuleringsmaatregelen en de organisatie ervan” Mededelingenbrief stand van zaken Ondernemersfonds Nunspeet van college aan commissie algemeen bestuur. Hierin staat o.a.: • dat, naar aanleiding van het vastgestelde werkplan Centrum, voor een eerste aanzet voor een onderzoek naar de haalbaarheid van een ondernemersfonds in de gemeente Nunspeet op 13 februari 2020 3door de gemeente een informatiebijeenkomst is georganiseerd. • dat de Nunspeetse ondernemersverenigingen gaan uitzoeken of zij kartrekkers (ondernemers) kunnen vinden om de haalbaarheid van een ondernemersfonds in de gemeente Nunspeet te onderzoeken. • dat de gemeente graag contact wil houden en de kartrekkers wil ondersteunen in het onderzoek naar het ondernemersfonds. • door corona is dit zoeken vertraagd.

In een overleg tussen de politieke commissie van de BKN en de gemeente op 8 december 2020 is afgesproken dat het onderzoek naar kartrekkers weer wordt opgepakt. College besluit (op voorstel 22 juli 2021) akkoord te gaan met het proces voor de inventarisatie naar een ondernemersfonds Nunspeet door de ondernemersverenigingen met ondersteuning van de gemeente Nunspeet. Uitgangspunt is “voor en door ondernemers”. Bij het voorstel is een bijlage met tijdlijn en procesvoorzet gevoegd. Tevens heeft het college besloten bij de uitwerking de (juridische) aspecten van het “innen van gelden voor het fonds” goed te betrekken en te borgen.

College 25-9-2018

Raad(scommissie)

20-8-2019 en 15-102019

9-9-2019 commissie Ruimte en Wonen

5-2-2021

9-2-2021 (geagendeerd als mededeling, maar niet inhoudelijk besproken)

3-8-2021

3

Genodigden: BKN (Bedrijven Kring Nunspeet), OVN (sinds 1-7-2021: Nunspeet Onderneemt Samen, NOS) en OVE (Ondernemersvereniging Elspeet).

4

In de toelichting op het collegevoorstel staat dat bekeken moet worden welk van de in het voorstel benoemde soorten van ondernemersfondsen het best bij de gemeente Nunspeet past. Naar aanleiding van dit besluit komt het college met een Mededeling aan commissie Algemeen Bestuur over het proces ondernemersfonds: met verwijzing naar de tekst uit het collegeprogramma, “de ondernemersverenigingen in de gemeente Nunspeet willen, met ondersteuning van de gemeente, inventariseren of het haalbaar is om een ondernemersfonds Nunspeet op te richten”.

14-9-2021

16-9-2021 Op vragen over de mededelingenbrief in de commissie Algemeen Bestuur gaf de burgemeester aan dat het Ondernemersfonds iets is van en voor de ondernemers en dat de gemeente hierin uitsluitend faciliteert. “Waar mogelijk zal het college de raad informeren over de ontwikkelingen”. Presentatie werkgroep inventarisatie Ondernemersfonds Nunspeet in commissie Algemeen Bestuur. Volgens de besluitenlijst zijn er drie afspraken gemaakt:

10-2-2022

1. De werkgroep zal de gemeente een voorzet doen op grond waarvan in gezamenlijkheid vooraf de kaders/spelregels voor het uiteindelijke draagvlak bepaald kunnen worden. 2. De burgemeester merkt op dat na ontvangst van deze voorzet het college een standpunt zal innemen waarna het aan de raadscommissie voorgelegd kan worden. 3. De burgemeester zal nagaan of en op welke wijze de gemeente de benodigde gegevens over de ozb beschikbaar kan stellen aan de werkgroep. Het college neemt op basis van een ambtelijk rapport kennis van een tussentijdse stand van zaken van de werkgroep inventarisatie ondernemersfonds en besluit aan het eerder vastgestelde proces (3 augustus 2021) vast te blijven houden. Het college vraagt aandacht voor een zorgvuldig invoeringsproces waarin nadrukkelijk ook de andere relevante partijen dan de ondernemers/winkeliers worden meegenomen. In de toelichting op de stand van zaken staan twee alinea’s hoe door de ondernemers aan draagvlak wordt gewerkt. Besluit college om gedeeltelijke WOZ-niet-woningen-gegevens (adres en economische waarde en functie) te delen met bureau Blaauwberg. Informele (niet-openbare) bijeenkomst werkgroep en commissieleden Algemeen Bestuur voorafgaand aan de vergadering van de commissie Algemeen Bestuur. De werkgroep heeft hierin een presentatie gegeven over het ondernemersfonds.

Aanleiding van deze presentatie was een verzoek daartoe van de werkgroep. De stuurgroep heeft op 24

12-4-2022

14-6-2022

16-6-2022

5

mei 2022 ingestemd met dit verzoek. De leden van raadscommissie AB hebben eind mei per mail aan de griffie eveneens ingestemd met het verzoek. Raadsakkoord 2022-2026 “Samen meer voor elkaar”, met o.a. de volgende tekst: “Verder hebben we goede verwachtingen van het ondernemersfonds. Wij zijn benieuwd naar het draagvlak van het ondernemersfonds, waardoor gezamenlijke initiatieven in een afgebakend gebied tot stand kunnen komen”. Besluit college om de van bureau Blaauwberg ontvangen “analyse trekkingsrechten Ondernemersfonds Nunspeet i.o.” te delen met de werkgroep Ondernemersfonds Nunspeet. College besluit (voorstel van 25 juli 2022), op verzoek van het bestuur van het Ondernemersfonds Nunspeet in oprichting, de raad voor te stellen in te stemmen met het Ondernemingsfonds Nunspeet, o.a. inhoudende een OZB-verhoging niet-woningen met een ingroeiscenario.

Gepresenteerd op 12 mei 2022. Raadsbehandeling op 2 juni 2022 9-8-2022

30-8-2022

Dit besluit wordt onderbouwd met een raadsnotitie van het extern adviesbureau Blaauwberg, “innovatie en ondernemerschap in Nunspeet”. Volgens de toelichting bij het collegevoorstel begeleidt dit bureau het sinds het voorjaar van 2021 functionerende bestuur in oprichting ondernemingsfonds Nunspeet. 4 Bij het voorstel is een commissie- en een raadsvoorstel gevoegd. Omdat het college deels afwijkend besloot (toevoeging “ingroeiscenario”), kregen de wethouders Van de Bunte en Stoffer het mandaat om het commissie- en raadsvoorstel dienovereenkomstig aan te passen. Voor verzending zouden de stukken voor instemming aan alle collegeleden worden gemaild. In het concept raadsvoorstel staat dat de gemeente inhoudelijk niet verantwoordelijk is voor het aanbiedingsdocument dat is opgesteld door het bestuur in oprichting in samenwerking met Bureau Blaauwberg. In de aanhef van het commissievoorstel staat bij Bijlage(n): “uitkomsten nulmeting (wordt nagezonden)”. Gezamenlijk fractieberaad met diverse insprekers; hier is geen verslag van gemaakt. Uit interviews is afgeleid wat hier is besproken. Commissie Algemeen Bestuur komt tot de eindconclusie dat het voorstel (van 30 augustus 2022) niet ter vaststelling wordt aangeboden aan de gemeenteraad.

5-9-2022

15-9-2022

4

Toen Bureau Blaauwberg werd ingehuurd was er nog alleen sprake van een werkgroep (voor inventarisatie ondernemersfonds Nunspeet), richting het einde van deze inventarisatie is binnen deze werkgroep een deel van het bestuur in oprichting ontstaan.

6

Bestuurlijk besluitvormingsproces in z’n algemeenheid Verordening op de raadscommissies gemeente Nunspeet 2022 De agendacommissie heeft tot taak het voorlopig vaststellen van de agenda’s van de gemeenteraadsvergaderingen. De voorlopige agenda van een raadscommissie en de daarbij behorende stukken worden tenminste zeven dagen voor een vergadering beschikbaar gesteld aan de commissieleden. De agenda en de daarbij behorende stukken worden, indien elektronisch beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst. De raadscommissie heeft onder andere de taak advies uit te brengen aan de raad over een voorstel. Wanneer de raadscommissie een voorstel onvoldoende voorbereid acht voor de beraadslaging, kan zij aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Spelregels gezamenlijk fractieberaad De gezamenlijke fracties bieden de mogelijkheid tijdens het gezamenlijk fractieberaad in te spreken. Het is informeel en bedoeld om de fracties te informeren. Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Nunspeet 2022. De agendacommissie heeft tot taak het vaststellen van de voorlopige agenda’s van de gemeenteraadsvergaderingen.

In de toelichting is opgenomen dat de agendacommissie in Nunspeet haar taken uitvoert tijdens de vergaderingen van de raadscommissie Algemeen Bestuur. Overige Er is geen verordening op het burgerinitiatief. Specifiek met betrekking tot een ondernemersfonds: de gemeenteraad heeft de bevoegdheid tot het vaststellen van belastingverordeningen tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting, zoals de onroerende-zaakbelastingen en het vaststellen van subsidiekaders voor een ondernemersfonds.

Werkgroep/Stuurgroep In het collegevoorstel van 22 juli 2021 (besluit van 3 augustus 2021) staat dat de BKN, nadat enkele bestuursleden van de ondernemersverenigingen in de gemeente Nunspeet in februari 2020 zijn geïnformeerd door de Stichting Ondernemersfonds Heerde, een werkgroep heeft geformeerd die een inventarisatie wil oppakken/trekken naar een ondernemersfonds Nunspeet. De OVE is vertegenwoordigd als kartrekker en de OVN wordt nog aangehaakt. Ook staat in het voorstel dat, na een eerste informatiebijeenkomst5, een stuurgroep Ondernemersfonds wordt ingesteld “met een afvaardiging vanuit verschillenden branches, verenigingen, kernen om ervoor te zorgen dat de dekkingsgraad breed is”. In het procesoverzicht dat bij het voorstel is gevoegd staat dat er volgens planning in oktober 2021 een stuurgroep wordt opgericht met de volgende deelnemers: “kartrekkers, wethouders EZ en Fin. 5

Op 20 september 2021 was er een voorlichting van Stichting CLOK (Centrum voor Lokale Ondernemingskringen) aan drie wethouders en een vertegenwoordiger van de BKN.

7

Bedrijfscontactfunctionaris, ambtenaar Belastingen, werkgroep BKN”. De begeleiding van de werkgroep BKN wordt verzorgd door Stichting CLOK (Centrum voor Lokale Ondernemingskringen). De financiering hiervan komt voor rekening van de gemeente. Voor een groot deel wordt hiervoor o.a. gebruik gemaakt van een provinciale subsidie “impuls organiserend vermogen bedrijventerrein Nunspeet”, toegekend op 3 mei 2021. Bijeenkomsten Werkgroep (waarvan -niet openbare- verslagen beschikbaar zijn) 18 januari 2022

Overleg werkgroep inventarisatie Ondernemingsfonds Nunspeet. Afvaardiging BKN, bedrijfscontactfunctionaris en heffingsambtenaar.

22 maart 2022

Overleg Ondernemersfonds. Afvaardiging BKN, ondernemers Hulshorst, OVE, NOS (Nunspeet Onderneemt Samen) en bedrijfscontactfunctionaris.

2 mei 2022

idem.6

13 juli 2022

Overleg OFGN (Ondernemersfonds Gemeente Nunspeet)7. Afvaardiging BKN, bedrijfscontactfunctionaris en een vertegenwoordiger van bureau Blaauwberg.

22 juli 2022

Bijeenkomst werkgroep. Vertegenwoordigers BKN, vertegenwoordigers dorps- en gemeenschappen (Elspeet, Vierhouten en Hulshorst) en Stichting Nunspeet uit de Kunst en bedrijfscontactfunctionaris.

Er is geen briefwisseling tussen werkgroep en college. Bijeenkomsten Stuurgroep (waarvan -niet openbare- verslagen beschikbaar zijn) 10 mei 2022

Stuurgroep gemeentebreed Ondernemersfonds gemeente Nunspeet i.o. (wethouders economie en financiën, bedrijfscontactfunctionaris en heffingsambtenaar).

24 mei 2022

Idem.

7 juni 2022

Idem met als gast de voorzitter van de werkgroep Ondernemingsfonds Nunspeet.

21 juni 2022

Idem, zonder gast.

5 juli 2022

Idem.

29 augustus 2022

Idem, plus afdelingshoofd financiën.

6

Hier wordt o.a. gesproken over het oprichten van een stichtingsbestuur, bestaande uit vier onafhankelijke personen. En er is een voorzet voor indeling van trekkingsgebieden voor de gelden van het toekomstige gemeentebrede ondernemersfonds gemaakt. 7 In april 2022 wordt de website ondernemersfonds Nunspeet gelanceerd (www.ofgn.nl). Deze is inmiddels niet meer “in de lucht”.

8

Draagvlak In het collegevoorstel van 22 juli 2021 (besluit van 3 augustus 2021) staat in de toelichting dat de OVN samen met de gemeente in 2015 een onderzoek naar een BIZ (bedrijveninvesteringszone) in het centrumgebied van Nunspeet heeft gedaan. Een BIZ is er toen niet gekomen vanwege te weinig draagvlak/stemmen van de centrumondernemers. Sinds dat moment is er, volgens de toelichting, een wijziging in visie en bestuur van de OVN en is er de wens om nogmaals een inventarisatie naar een ondernemersfonds te doen. Verder staat in de toelichting dat de groep van betrokken ondernemers aan de slag moet om draagkracht te verwerven voor het ondernemersfonds. Daarbij wordt uitgegaan van het beleggen van verschillende avonden in de diverse kernen om het fonds onder de aandacht te brengen en te peilen wat voor- en tegenstand is. Tijdens de commissievergadering van 16 september 2021 (waarin vragen werden gesteld over de mededelingenbrief van het college van 14 september 2021) verwoordt de burgemeester dat de bal wat betreft het realiseren van draagvlak bij de ondernemers ligt. In de commissievergadering van 10 februari 2022 herhaalt de burgemeester dit en specificeert dat van de ondernemers verwacht wordt dat zij met een voorstel komen om vooraf kaders/spelregels voor het draagvlak te kunnen bepalen.

In de ambtelijke rapportage “stand van zaken inventarisatie Ondernemersfonds Nunspeet”, waar het college op 12 april 2022 kennis van heeft genomen, is opgenomen dat vooral ingezet moet worden op het zo goed mogelijk betrekken van alle stakeholders in combinatie met informatiebijeenkomsten. Door ondernemers(verenigingen) in de gemeente Nunspeet te bezoeken en te informeren in 2021 en voorjaar 2022, creëert de werkgroep draagvlak voor het fonds. Daarna wordt bij de vergaderingen van de ondernemersverenigingen gestemd over de komst van een fonds. Ook worden 2 extra informatieavonden georganiseerd in mei 2022 voor de niet-georganiseerden, waarbij ook een stemming zal plaatsvinden. Een en ander wordt zorgvuldig door de werkgroep gedocumenteerd, zodat deze feiten het draagvlak kunnen aantonen. Op 23 mei 2022 (Elspeet) en 24 mei 2022 (Nunspeet) zijn door de werkgroep informatieavonden georganiseerd waarbij ook gestemd kon worden. Deze bijeenkomsten waren vooral bedoeld voor de niet-georganiseerden. Op 18 april 2022 was er een door de werkgroep georganiseerde bijeenkomst met de agrarische sector. Ook heeft de werkgroep instellingen/partijen op het gebied van welzijn, onderwijs, dorpshuizen, sport en cultuur bezocht.

Tijdens en na de informele bijeenkomst van commissieleden met een afvaardiging van de werkgroep op 16 juni 2022 zijn de aanwezige werkgroepleden door in ieder geval de heer H.J. Polinder herinnerd aan de op 10 februari 2022 met de commissie gemaakte afspraak over het door de werkgroep doen van een voorzet op grond waarvan in gezamenlijkheid vooraf de kaders/spelregels voor het uiteindelijke draagvlak bepaald kunnen worden. In het verslag van de stuurgroep van 5 juli 2022 staat: “de raad vraagt wel om een draagvlakonderzoek, dus toch uitvoeren online enquête en nulmeting noemen. En de uitkomst als bijlage bij het aanbiedingsdocument voegen”. Tijdens het overleg OFGN van 13 juli 2022 geeft Blaauwberg aan om methodologische redenen niet achter deze enquête te staan. In de notitie van Blaauwberg die het collegebesluit van 30 augustus 2022 onderbouwt, is in paragraaf 12 de rol van draagvlak opgenomen. In hoofdlijn geeft het bureau aan dat “bij een ondernemersfonds is de raad veel meer teruggeworpen op de eigen verantwoordelijkheid….. In het geval van het ondernemersfonds is de enige stemming die er echt toe doet, die in de gemeenteraad…. Bij een 9

ondernemersfonds is de vraag aan de politiek niet wat de belastingplichtigen er van vinden…, maar of er voldoende vertrouwen is in het voorstel….Bij een ondernemersfonds gaat het om de politieke bereidheid zelf verantwoordelijkheid te nemen en een goed burgerinitiatief te steunen…Dit neemt niet weg dat er gestreefd moet worden naar een goed draagvlak…niet om een referendumachtige stemming. Wat nodig is, is een draagvlak in de zin van actieve betrokkenheid”. In deze paragraaf onderbouwt Blaauwberg deze visie. In paragraaf 13 van de notitie en de daarbij behorende bijlage geeft Blaauwberg inzicht in de verrichte communicaties en de reacties op een fonds. Door de heffingsambtenaar van de gemeente Nunspeet worden op 9 augustus 2022 uitnodigingbrieven gestuurd naar alle mensen die zouden moeten meebetalen aan het op te richten gemeentebrede ondernemersfonds. Deelname aan deze nulmeting gaat online. De reactietermijn loopt tot 7 september 2022. In het commissievoorstel horende bij het collegebesluit van 30 augustus 2022 wordt als bijlage een nulmeting genoemd, die wordt nagezonden.

Soorten ondernemersfonds In de toelichting op het collegebesluit van 3 augustus 2021 staat dat bij de inventarisatie bekeken moet worden welk van de drie soorten ondernemersfondsen (Gemeentebreed, Reclamefonds en BIZ) het best bij de gemeente Nunspeet past. Waarbij binnen deze driedeling ook nog variaties mogelijk zijn. In de tussentijdse stand van zaken inventarisatie Ondernemersfonds Nunspeet (college van 12 april 2022) wordt niet gesproken over de afweging in soorten ondernemersfondsen. Wel wordt de mogelijkheid van trekkingsgebieden genoemd. In een dergelijke situatie wordt het geld weer beschikbaar gesteld aan de gebieden en sectoren waar het wordt opgebracht. Tijdens de eerste bijeenkomst van de Stuurgroep gemeentebreed Ondernemersfonds gemeente Nunspeet i.o. op 10 mei 2022 wordt door de stuurgroep het standpunt ingenomen: “keuzes ook door politiek laten maken: meerdere varianten voorleggen aan de raad”. In de actielijst van de stuurgroep van 24 mei 2022 staat: “meerdere opties voor de opzet van het ondernemersfonds in het aanbiedingsdocument aan de raad opnemen en hierin de voorkeur van de werkgroep benoemen”. In het invulveld van de nulmeting (9 augustus 2022) staat “nulmeting gemeentebreed ondernemersfonds Nunspeet”. Tevens wordt er uitleg gegeven wat een gemeentebreed ondernemersfonds is.

In de notitie van Blaauwberg die het collegebesluit van 30 augustus 2022 onderbouwt, worden in paragraaf 8 “Balans gemeentebreed en gebiedsgericht in Nunspeet”, de voorkeuren van de werkgroep uiteengezet. Samenvattend: de werkgroep is voorstander van een gemeentebreed fonds waarbinnen gewerkt kan worden met verschillende trekkingsgebieden in verschillende groottes of branches, bijvoorbeeld: de drie kernen Elspeet, Hulshorst en Vierhouten en de agrarische sector. Voor Nunspeet zelf wordt de waarde-opbouw wel zichtbaar gemaakt aan de hand van het WOZ-bestand – wat is bedrijventerrein, wat is dorpskern, wat is ‘not for profit’- maar komen geen afzonderlijke trekkingsrechten.

10

4 Bevindingen en conclusies In deze paragraaf geef ik mijn bevindingen en conclusies op basis van de voor dit onderzoek aangeleverde documenten en gehouden interviews. Hoewel ik de indruk heb hiermee te beschikken over alle voor dit onderzoek relevante feiten, sluit ik niet uit dat dit niet geheel het geval is. Dit komt omdat ik niet heb kunnen spreken met leden van de werkgroep.

Rollen en samenwerking Aan de orde komen de rollen en samenwerking van de belangrijkste participanten in dit proces: college (inclusief stuurgroep), gemeenteraad en ondernemers (werkgroep). De rol van de ambtelijke ondersteuning komt niet apart aan de orde. Ambtenaren zijn onderdeel van de stuurgroep, ondersteuning van de werkgroep en adviseurs van het college. Om de conclusies over rollen en samenwerking mede te kunnen duiden geef ik eerst een beeld van wie het initiatief heeft genomen tot de inventarisatie. Initiatief De eerste keer na het spaak lopen van een BIZ in 2015 dat een ondernemersfonds wordt genoemd in officiële stukken is het collegeprogramma 2018-2022 (“een ondernemersfonds kan werken als aanjager van de lokale economie”). Vervolgens wordt door het college in het jaarprogramma Centrum Nunspeet 2019-2024 aangestuurd op een onderzoek naar een ondernemersfonds met als doel om alle centrumondernemers en -eigenaren mee te laten betalen aan stimuleringsmaatregelen en de organisatie ervan. Op 13 februari 2020 organiseert de gemeente een informatiebijeenkomst met de voorzitters en secretarissen van de plaatselijke ondernemersverenigingen over een mogelijk ondernemersfonds. Tijdens die bijeenkomst wordt aan de Nunspeetse ondernemersverenigingen gevraagd de kar te gaan trekken om een haalbaarheidsonderzoek op te pakken. Dit met ondersteuning van de gemeente.

Door het college wordt op 3 augustus 2021 besloten akkoord te gaan met het proces voor de inventarisatie naar een ondernemersfonds Nunspeet. Dit besluit kan gezien worden als start en basis van de inventarisatie. Door middel van dit besluit legt het college de coördinatie van de inventarisatie neer bij de ondernemers. Uitgangspunt: “voor en door ondernemers”.

Conclusie 1 1.1 Het initiatief voor de inventarisatie van een ondernemersfonds Nunspeet komt, in ieder geval in formele zin, van het college burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet. Het ligt voor de hand dat ondernemers en gemeenteraadsfracties een inbreng hebben gehad in het formuleren van de intentie om een onderzoek te doen naar een dergelijk fonds. Immers het college zal bij het formuleren van haar besluiten luisteren naar wensen vanuit de gemeenschap. 1.2 In de raadsnotitie van Bureau Blauwberg is opgenomen: “Het Ondernemersfonds komt op de kaart als gevolg van een ‘herenakkoord’ tussen initiatiefnemers en gemeenteraad”. Hoewel deze conclusie begrijpelijk is, blijkt deze te kort door de bocht. Er is geen akkoord tussen gemeenteraad en initiatiefnemers. Zoals gezegd: initiatiefnemers en raadsleden zullen in communicatieve zin een inbreng hebben gehad, maar het college heeft de formele stappen gezet om te komen tot een inventarisatie van een ondernemersfonds. 11

College Zoals hiervoor aangegeven, is de basis van de inventarisatie het collegebesluit van 3 augustus 2021. Kern ervan is dat de ondernemersverenigingen, vanuit het principe “voor en door ondernemers”, het onderzoek oppakken met ondersteuning van de gemeente Nunspeet. In het besluit zijn geen kaders opgenomen. Wel is bij het collegebesluit een tijdlijn gevoegd inzake het proces van de inventarisatie. In die tijdlijn staat dat er, bij een positieve uitkomst van de inventarisatie, medio 2022 een voorstel aan de gemeenteraad zou volgen. Er is niet bepaald wie de afweging van de inventarisatie zou maken en wie met een raadsvoorstel komt. Gelet op de Gemeentewet en de gebruikelijke bestuurlijke verhoudingen mag verwacht worden dat het college op basis van eigen afwegingen en een eigen oordeel met een raadsvoorstel komt na positieve advisering van de ondernemers. Er is immers geen sprake van een burgerinitiatief of hierover duidelijk anders geformuleerde en vastgelegde afspraken. De praktijk blijkt echter anders. Het college stelt zich hoofdzakelijk passief op, onder andere blijkend uit: • • • • • • •

uitspraak van de burgemeester in de commissie Algemeen Bestuur van 16 september 2021 “het fonds is iets van en voor de ondernemers, de gemeente faciliteert uitsluitend”; het college heeft geen invloed op de samenstelling en werkwijze van de werkgroep (zie hierna); er wordt geen brede stuurgroep in het leven geroepen die het gehele proces zou moeten sturen, maar een intern bestuurlijk overleg; op 10 februari 2022 is het de werkgroep die een presentatie aan de commissie Algemeen Bestuur geeft; op 12 april 2022 neemt het college kennis van een ambtelijke tussenrapportage vanuit de werkgroep; op 16 juni 2022 geeft de werkgroep een presentatie aan commissieleden Algemeen Bestuur; op 30 augustus 2022 besluit het college de raad voor te stellen in te stemmen met het instellen van het Ondernemersfonds Nunspeet. De onderbouwing van dit besluit is de notitie ’Innovatie en ondernemerschap in Nunspeet’ van Bureau Blaauwberg gemaakt onder verantwoordelijkheid van het bestuur in oprichting. Het college neemt geen inhoudelijke verantwoordelijkheid voor dit aanbiedingsdocument en voor het doorlopen inventarisatietraject. Het college neemt geen standpunt in ten aanzien van bijvoorbeeld het ontbreken van een afweging welk ondernemersfonds gewenst wordt en het niet nakomen door de werkgroep van de afspraak over draagvlakmeting.

Uit stukken en interviews komt naar voren dat in ieder geval het college er van uit ging dat de werkgroep een voorstel tot het instellen van een ondernemersfonds aan de raad zou maken. Dit blijkt bijvoorbeeld uit verslagen van stuurgroepvergaderingen: •

• •

Bureau Blaauwberg wordt ingehuurd (en betaald via een subsidie van de provincie die via de gemeente aan de werkgroep is doorgezet) door de werkgroep voor begeleiding van o.a. het aanbiedingsdocument aan de raad; Keuzes ook door politiek laten maken: meerdere varianten laten voorleggen aan de raad; Gemeente wil best positieve grondhouding aannemen en faciliteren. Ondernemersfonds moet van onderop komen. Gemeente wil wel uitleggen en betaalt ook mee in het ondernemersfonds, dit is het proces. De gemeenteraad beslist uiteindelijk.

Het college werd door sommige geïnterviewden en op basis van interpretatie van de documenten gezien als “doorgeefluik”. 12

Uitzondering op deze passieve lijn is de rol die het college uiteindelijk neemt in het kader van een draagvlakmeting. Zie hiervoor de betreffende sub-paragraaf. Stuurgroep Volgens de procestijdlijn die hoort bij het collegebesluit van 3 augustus 2021 zou een brede stuurgroep bestaande uit ondernemers, wethouders en ambtenaren worden opgericht. Dit is niet gebeurd. Er is geen sprake van een stuurgroep in de zin van projectmatig werken, maar van een bestuurlijk overleg. Pas sinds 10 mei 2022 is er een interne stuurgroep, hoofdzakelijk bestaande uit de verantwoordelijke wethouders, de bedrijfscontactfunctionaris en de heffingsambtenaar. Deze groep heeft eenmaal vergaderd met een afgevaardigde van de werkgroep. Alle overige vergaderingen waren zonder aanwezigheid van externen. Het ontstaan van deze stuurgroep blijkt niet voort te vloeien uit het hiervoor genoemde collegebesluit, maar uit de behoefte om als wethouders economie en financiën gezamenlijk sturing te geven aan het interne proces, met name inzake het aanleveren van WOZ- en ozb-gegevens. Gemeenteraad Het collegebesluit van 3 augustus 2021 is via een mededelingenbrief aan de orde geweest in de commissie Algemeen Bestuur van 16 september 2021.

Hoewel in de bijlagen van dit collegebesluit staat opgenomen dat bij een positieve uitkomst van de inventarisatie een raadsbehandeling zou volgen, is het voor de raadsleden niet vanaf de start helder wat via dat voorstel van de gemeenteraad verwacht zou kunnen worden. Gaande het inventarisatieproces neemt de gemeenteraad via leden van de commissie Algemeen Bestuur de rol op zich van het volgen van het proces. Tot het raadsvoorstel van 30 augustus 2022 hebben de commissieleden tweemaal een presentatie gehad van de werkgroep (10 februari 2022 en 16 juni 2022). De commissieleden hebben daarbij vooral aandacht gevraagd voor het realiseren van draagvlak. Ondernemers/Werkgroep Al voordat het college besloot tot de inventarisatie naar een ondernemersfonds bestaat er een, door de BKN geformeerde, werkgroep die een rol wil oppakken in een eventuele inventarisatie naar een ondernemersfonds Nunspeet. Het is aannemelijk dat deze werkgroep zijn oorsprong vindt in de gesprekken tussen afgevaardigden van het college/ambtelijke organisatie en de BKN in 2020. Gesprekken die vooral gingen over de haalbaarheid van een ondernemersfonds en wie de kar zou trekken. In de toelichting van het collegebesluit van 3 augustus 2021 staat dat er een stuurgroep wordt ingesteld met een afvaardiging vanuit verschillende branches, verenigingen en kernen om ervoor te zorgen dat de dekkingsgraad breed is.

Dit lijkt een andere stuurgroep te zijn dan die hiervoor aangegeven staat onder de kop “Stuurgroep”. Immers hier worden geen afgevaardigden genoemd vanuit de gemeente. Aannemelijk is dat met deze stuurgroep de werkgroep wordt bedoeld. Uit de verslagen van de werkgroep blijkt dat de werkgroep vooral bestaat uit vertegenwoordigers van de BKN en enkele vertegenwoordigers vanuit de kernen. Gaandeweg de inventarisatie is door en binnen de werkgroep een groep samengesteld zijnde het bestuur in oprichting van de op te richten Stichting ondernemersfonds Nunspeet. Dit bestuur in oprichting bood de raadsnotitie van Bureau Blaauwberg aan, aan het college en de gemeenteraad. Dit bestuur is later ingesteld dan het in het begeleidende voorstel genoemde voorjaar 2021. In de 13

werkgroep van 2 mei 2022 wordt gesproken over het onderzoeken wie in het stichtingsbestuur zitting zou kunnen nemen. De communicatie tussen de werkgroep en de gemeente ging in schriftelijke zin via verslagen van de werkgroep. Mondelinge communicatie was er vooral met de wethouder economie en de bedrijfscontactfunctionaris, die als linking pin vanuit de gemeente deel nam aan de werkgroep. Verder gaf de werkgroep twee keer een presentatie aan (leden) van de commissie Algemeen Bestuur. In beide gevallen had het college hierbij geen formele rol. Lastig element in de rollenscheiding is de functie van de bedrijfscontactfunctionaris. Deze is zowel adviseur van de werkgroep als adviseur van het college. Op zich gebeurt dit vaker en hoeft het geen probleem op te leveren. Probleem in dit dossier is echter dat het advies van de werkgroep beoordeeld werd/had moeten worden door het college. Daarbij wordt van de bedrijfscontactfunctionaris een dubbele loyaliteit verwacht. Immers deze moet ook het college onafhankelijk adviseren (deels over eigen werk). Conclusie 2 2.1 Er zijn onvoldoende heldere en toetsbare kaders en criteria vastgesteld en gecommuniceerd inzake de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de ondernemers, college en gemeenteraad in de inventarisatie en uiteindelijke besluitvorming.

2.2 Bij het ontbreken van deze kaders mag verwacht worden dat het college een maatschappelijk gedragen voorstel aan de gemeenteraad voorlegt. Het college heeft, na de start van de inventarisatie, in z’n algemeenheid een passieve houding aangenomen in het proces inventarisatie ondernemersfonds. De werkgroep heeft de regie over het traject gehad. 2.3 Het college is het bevoegde orgaan om de gemeenteraad te adviseren en had een eigen inhoudelijk standpunt moeten innemen over de advisering door de werkgroep. 2.4 De wijze waarop de stuurgroep en werkgroep zijn ingericht en functioneerden past binnen de hiervoor omschreven lijn van een verwachte actieve rol van ondernemers en een faciliterende rol van de gemeente. 2.5 Uit de documentatie en de interviews komt het beeld naar voren dat de werkgroep uit ging van een wens van de politiek voor een ondernemersfonds. Gecombineerd met een in hoofdzaak passieve houding van het college, is het aannemelijk dat de werkgroep uit ging van een opdracht van de politiek/gemeenteraad. 2.6 Daar waar het lijkt dat er een bestuurlijk opdrachtgever/-nemer verhouding is tussen gemeenteraad en werkgroep, had dit gemeenteraad/college en college/werkgroep moeten zijn. 2.7 In diverse collegebesluiten zijn impliciete besluiten opgenomen.

Onderwerpen die voor het vervolgtraject van belang zijn, zijn in toelichtingen op de besluiten opgenomen en niet expliciet als beslispunt aan het college voorgelegd. Hierdoor is de status niet helder en de bewaking ervan lastiger.

14

Conclusie 3 3.1 Hoewel in de toelichting van het collegebesluit van 3 augustus 2021 niet duidelijk nader geduid wordt wat de beoogde samenstelling van de werkgroep zou moeten zijn, kan gesteld worden dat de werkgroep niet de door het college beoogde brede samenstelling met afgevaardigden vanuit verschillende branches, verenigingen en kernen had. Zo ontbrak in ieder geval de branche van agrariërs. 3.2 De werkgroep is organisch ontstaan vanuit een aantal betrokken (centrum)ondernemers vanuit het principe “van, voor en door ondernemers”. 3.3 De werkgroep is niet door het college ingesteld en het college heeft zich niet met de samenstelling van de werkgroep bemoeid.

Communicatie De communicatie vanuit de gemeente beperkte zich hoofdzakelijk tot het publiceren van raadscommissie stukken, een link op de gemeentelijke website naar de website van OFGN en verwijzing naar voorlichtingsavonden op 23 en 24 mei 2022. Volgens de stuurgroep (24 mei 2022) is “de werkgroep verantwoordelijk voor het informeren van iedereen”. In de interviews met extern betrokkenen kwam een duidelijk signaal dat stukken voor de raadscommissie -zeker in dit geval nogal uitgebreide stukken- in een laat stadium via de gemeentelijke site beschikbaar waren. Volgens de Verordening op de raadscommissies gemeente Nunspeet 2022 worden de stukken tenminste zeven dagen voor de vergadering beschikbaar gesteld. Rekening houdend met de functie van het Gezamenlijk Fractieberaad (en daar kunnen inspreken) is dat een beperkte tijd om stukken door te kunnen nemen en te doorgronden. Op het punt van draagvlakonderzoek wijkt het college, via de stuurgroep, af van de gekozen passieve lijn. Begin augustus 2022 zet de heffingsambtenaar, in afstemming met de stuurgroep, een nulmeting online, met een reactietermijn tot 7 september 2022. Hoewel begrijpelijk in verband met het moment van aanbieden van het raadsvoorstel betreffende het ondernemersfonds, is de timing ervan in de zomervakantie ongelukkig. De gemeenteraad was vooraf niet op de hoogte van het houden van de nulmeting.

De uitkomsten van de nulmeting zijn in een laat stadium met de raadscommissie gedeeld. Het college heeft de uitkomsten niet geduid. Alvorens er door de commissieleden op 15 september 2022 gesproken zou worden over het voorstel tot invoering van het ondernemersfonds, verschijnen er na het Gezamenlijk Fractieberaad van 5 september 2022 in de lokale media berichten over het ondernemingsfonds met als koppen “Ondernemersfonds Nunspeet lijkt van de baan” en “Omstreden ondernemersfonds Nunspeet van de baan”. Volgens deze media geven fractievoorzitters aan tegen het ondernemersfonds te zullen stemmen met als kernargument het gebrek aan draagvlak. Uit de interviews blijkt dat de meeste fractievoorzitters dit desgevraagd inderdaad aan de betreffende media kenbaar hebben gemaakt.

15

Conclusie 4 4.1 In verband met de door het college gekozen passieve houding in de inventarisatie was de communicatie vanuit de gemeente begrijpelijk beperkt. 4.2 De nulmeting lijkt een uiterste poging van het college om (gedeeltelijk) aan de wens van de raadscommissie inzake draagvlakmeting te voldoen. 4.3 Doordat de meeste fractievoorzitters hun visie over het raadsvoorstel al voor de betreffende commissievergadering kenbaar hebben gemaakt aan de media, heeft onder andere de werkgroep via de pers het -toen nog niet formele- standpunt vernomen.

Proces Na het hiervoor gegeven beeld van de diverse rollen en samenwerking, ga ik in deze paragraaf dieper in op een aantal in mijn ogen bepalende elementen in het doorlopen proces, te weten: soorten ondernemersfonds, draagvlak en besluitvorming. Soorten ondernemersfonds In de toelichting op het startbesluit van 3 augustus 2021 worden drie soorten ondernemersfondsen genoemd: Gemeentebreed, Reclamefonds en BIZ. Bekeken moet worden welke het best bij de gemeente Nunspeet past. De keuze welke van deze drie het beste past in Nunspeet wordt gemaakt in de raadsnotitie van Bureau Blaauwberg. Het voorstel is uit te gaan van een gemeentebreed fonds waarbinnen gewerkt kan worden met trekkingsgebieden. De afweging van de keuze wordt niet weergegeven. Op diverse momenten tussen het startbesluit van 3 augustus 2021 en het collegevoorstel aan de raad medio 2022 is gesproken over het soort fonds: • • •

•

stand van zaken van 12 april 2022: gemeentebreed ondernemersfonds, met trekkingsrechten systematiek; stuurgroep 10 mei 2022: afweging opnemen in aanbiedingsdocument en opnemen voorkeur werkgroep; in het raadsakkoord 2022-2026 staat: “.. initiatieven in een afgebakend gebied…”. Volgens de opstellers van dit akkoord wordt hiermee gedoeld op trekkingsgebieden en niet bijvoorbeeld op zones als bedoeld in een BIZ; Uitnodiging OFGN om op 23 en 24 mei 2022 te komen stemmen over het ondernemersfonds: “Via een heffing op de OZB niet-woningen dragen alle ondernemers evenredig bij aan dit ondernemersfonds”. Dit impliceert een gemeentebreed fonds.

16

Overigens is tijdens de commissievergadering van 9 september 2019, bij de bespreking van het Jaarprogramma Centrum Nunspeet 2019-2024, door de toenmalige wethouder ook al gesproken over een gemeentebreed fonds. Conclusie 5 5.1 Vanaf de start lijkt bij alle betrokkenen een voorkeur voor een gemeentebreed ondernemersfonds te bestaan. Een inhoudelijke afweging is kennelijk niet gemaakt. Als deze al is gemaakt, is deze niet zichtbaar gemaakt. 5.2 De stuurgroep heeft gevraagd, naast de keuze, ook de afweging in het raadsvoorstel mee te nemen. Hoewel het college heeft aangegeven inhoudelijk niet verantwoordelijk te zijn voor de raadsnotitie, is door het college over het ontbreken van de afweging ook geen nuancering in het raadsvoorstel gemaakt.

Draagvlak Vanaf de start van de inventarisatie is duidelijk dat een breed draagvlak voor de gemeenteraad een wezenlijk onderdeel en een cruciale voorwaarde is voor het slagen van een ondernemersfonds. Dit mede omdat een eerder onderzoek naar een BIZ vanwege het ontbreken van draagvlak bij centrumondernemers werd beëindigd. Duidelijk was ook dat de ondernemers aan de slag moesten om draagkracht te verwerven. Duidelijke afspraken over hoe draagvlak verworven/gepeild moest worden zijn niet gemaakt. Wel is in de toelichting van het collegebesluit van 3 augustus 2021 opgenomen dat er wordt uitgegaan van het beleggen van verschillende avonden in de diverse kernen om het fonds onder de aandacht te brengen. Dit is ook waarmee de werkgroep aan de slag is gegaan. Dit blijkt uit de diverse communicatiemomenten die de werkgroep heeft gehad. In de eindrapportage van Bureau Blaauwberg worden deze momenten benoemd. Belangrijk moment in de nadere definiëring van draagvlak is de commissievergadering van 10 februari 2022. Hier wordt een duidelijke afspraak gemaakt: de werkgroep zal een voorzet doen op grond waarvan in gezamenlijkheid vooraf kaders/spelregels voor het uiteindelijke draagvlak bepaald kunnen worden.

Verder geeft de burgemeester als vertegenwoordiger van het college daarbij aan dat deze voorzet aan het college wordt voorgelegd en dat het college hierover een standpunt zal innemen waarna het aan de raadscommissie kan worden voorgelegd. De burgemeester neemt als collegelid, conform de juiste bestuurlijke verhoudingen, een actieve rol. De afgevaardigde van de werkgroep zegt toe een voorzet te doen hoe de werkgroep een draagvlakmeting wil invullen en spreekt de hoop uit dat er dan in gezamenlijkheid aan de voorkant kaders en spelregels geformuleerd kunnen worden waarmee de werkgroep aan het werk kan. Ondanks de afspraak tussen raadscommissie en college en de toezegging namens de werkgroep is deze voorzet niet aangeleverd door werkgroep en college. De toezegging gedaan door de afgevaardigde van de werkgroep is niet opgenomen op de toezeggingenlijst die standaard van een commissievergadering wordt gemaakt. Dit is begrijpelijk aangezien het op die lijst gaat om de bewaking van toezeggingen gedaan door het college en waar het college bij de commissie op moet terugkomen. Opmerkelijk is dat in de tussenrapportage van 12 april 2022 de al ingezette lijn van het door informatiebijeenkomsten onder de aandacht brengen van het fonds en het door het betrekken van stakeholders trachten draagvlak te creëren, wordt doorgezet. De vraag is of deze lijn van de 17

werkgroep bewust is gekozen als invulling van de wens van de raadscommissie of dat het een voortzetting is van de ingezette lijn. In ieder geval is deze keuze niet expliciet aan het college voorgelegd. Het college heeft op basis van deze tussenrapportage besloten om vast te houden aan het op 3 augustus 2021 vastgestelde proces. Hoewel het college hierbij aandacht vraagt voor een zorgvuldig invoeringsproces waarin nadrukkelijk ook de andere relevante partijen dan de ondernemers/winkeliers worden meegenomen, neemt het college geen expliciet besluit over definiëring van het creëren van draagvlak. Het college heeft hierin evenmin een link gelegd met de in de raadscommissie gemaakte afspraak. Uit interviews blijkt dat zowel tijdens als na de informele bijeenkomst op 16 juni 2022 raadsleden de werkgroep en de portefeuillehouder hebben herinnerd aan de afspraken gemaakt in de commissie van 10 februari 2022. Uit de verslagen van de werkgroep ontstaat de indruk dat de werkgroep de procesafspraak heeft uitgelegd als zijnde “we moeten aan gaan tonen dat er voldoende draagvlak is voor de oprichting van het OFGN”. Met andere woorden: geen voorzet hoe, maar verder aan het werk om draagvlak te creëren. Blijkens haar rapport heeft Bureau Blaauwberg als adviseur van de werkgroep een duidelijke visie inzake draagvlak.

Een visie die invloed kan hebben gehad op de mening en werkwijze van de werkgroep. Bureau Blaauwberg geeft samengevat aan dat gestreefd moet worden naar een goed draagvlak via actieve betrokkenheid en dat het bij een ondernemersfonds niet gaat om wat belastingplichtigen er van vinden, maar dat het om de politieke bereidheid gaat zelf verantwoordelijkheid te nemen als gemeenteraad. Het meten van draagvlak in de vorm van een enquête vond bureau Blaauwberg “methodologisch niet verantwoord”. Als de werkgroep deze visie onderschrijft had zij deze kunnen en moeten voorleggen aan het college om als basis te kunnen dienen voor een voorzet aan de gemeenteraad/raadscommissie. Het college neemt (naar aanleiding van de “herinnering” van 16 juni 2022) bij monde van de stuurgroep het standpunt in om als gemeente zelf een draagvlakonderzoek te gaan doen. Dit gebeurt door middel van een online enquête: de nulmeting.

Conclusie 6 Hoewel zowel de gemeente als de ondernemers zich bewust waren van de importantie van draagvlak voor een ondernemersfonds, is niet duidelijk afgesproken hoe draagvlak aangetoond kon worden. Met name op het punt van draagvlak is er een mogelijkheid geweest om lopende het traject nadere kaders te stellen. Dit was in ieder geval na de commissievergadering van 10 februari 2022. Deze procesafspraak is niet nagekomen. Hierdoor is er onduidelijkheid blijven bestaan over wat onder draagvlak moet worden verstaan. Het college heeft de procesafspraak niet bewaakt en de werkgroep niet nadrukkelijk gewezen op de nakoming ervan.

Besluitvorming Het college besluit op 30 augustus 2022 de raad voor te stellen in te stemmen met het ondernemersfonds Nunspeet. Een voorstel dat op dat moment nog incompleet was. Immers de uitkomst van de nulmeting was nog niet bekend. De timing van het raadsvoorstel komt overeen met

18

hetgeen op 3 augustus 2021 door het college in de tijdplanning is opgenomen. De intentie was om de belastingverhoging in te laten gaan per belastingjaar 2023. Binnen de ambtelijke organisatie en het college mag kritisch vermogen verwacht worden. De heffingsambtenaar heeft, zeker bij het (niet) nakomen van de afspraak uit de commissie van 10 februari 2022, zijn bedenkingen geuit. Deze bedenkingen hebben de collegetafel kennelijk niet/onvoldoende bereikt. De vraag is waarom de werkgroep en het college met een voorstel naar de gemeenteraad gaan terwijl dit voorstel op het zo belangrijke punt van draagvlak onvoldragen is en er vraagtekens gesteld kunnen worden ten aanzien van het aanwezig zijn van draagvlak. Voor wat betreft de werkgroep is mijn indruk zoals verwoord bij de sub-paragraaf “draagvlak”. Vanuit de interviews en documenten komt naar voren dat het college zich meer als tussenstation zag tussen de werkgroep en de raad. Zijn taak was volgens het college het op tijd doorgeleiden van het voorstel van de werkgroep. Door een nuance in het voorstel van de werkgroep aan te brengen (ingroeiscenario) koos het college voor een “zachte landing” van het invoeren van een ondernemersfonds. Volgens het college was het nu aan de raad om een oordeel te geven.

Voordat het voorstel voor invoering van het ondernemersfonds in de raadscommissie wordt behandeld, is er op 5 september 2022 Gezamenlijk Fractieberaad geweest. Hierbij hebben belanghebbenden kunnen spreken met raadsfracties. Zoals bij het onderdeel “communicatie” aangegeven, hebben de fractievoorzitters na deze bijeenkomst hun standpunt ten aanzien van het voorstel kenbaar gemaakt aan de lokale media. Tijdens de behandeling van het voorstel tot het instellen van het Ondernemersfonds Nunspeet op 15 september 2022 gaven de commissieleden aan positief te (blijven) staan ten opzichte van (een vorm van) een ondernemersfonds, maar dat het ontbreken van voldoende draagvlak voor een gemeentebreed ondernemersfonds voor hen de doorslaggevende reden was om op dat moment en op die wijze hier niet mee door te gaan. Conclusie 7 7.1 Voor college en werkgroep had het geen verrassing moeten zijn dat de raadscommissie besloot om het voorstel niet rijp te achten voor raadsbesluitvorming. Immers beiden hadden niet voldaan aan een gemaakte afspraak. Mijn indruk is dat beiden uitgingen van een procesafspraak die geen grote invloed zou hebben op de politieke wens en wil om het ondernemersfonds in te stellen.

7.2 Door voor de commissievergadering hun standpunt kenbaar te maken ten aanzien van het voorstel tot invoering van het ondernemersfonds, hebben de fracties het college, de werkgroep en ambtelijke ondersteuning onvoldoende gelegenheid gegeven de argumenten nader toe te lichten. Hierdoor kwam de functie van de raadscommissie onvoldoende tot z’n recht. Immers de commissievergadering is vooral bedoeld voor de beeldvorming/informatievoorziening van de raadsleden. Het ontbreken van een belangrijk deel van de beeldvorming is een gemis in maatschappelijke gedragen besluitvorming en doet geen recht aan de inspanningen van de werkgroep. 7.3 Formeel heeft de raadscommissie besloten dat het voorstel niet ter vaststelling wordt aangeboden aan de gemeenteraad. Dit kan als de raadscommissie van mening is dat het voorstel onvoldoende voorbereid is. In dat geval bepaalt de raadscommissie in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Dit is niet gebeurd.

19

7.4 Het college lijkt in de eindfase van het traject te hebben gekozen voor snelheid in plaats van zorgvuldigheid. Voor invoering van de belastingverhoging in 2023 was besluitvorming in de gemeenteraad van september 2022 nodig.

Eindconclusie Zoals uit de hiervoor geformuleerde conclusies blijkt is er het nodige mis gegaan bij de inventarisatie van een ondernemersfonds gemeente Nunspeet. Er is wel enige nuancering nodig. Gedurende de periode voorafgaand aan de officiële start en de beginfase gooide corona roet in het eten. Dit bevorderde de afstemming en de ontmoeting niet. Ook door de wisseling van de burgemeester en de, als gevolg van de verkiezingen, wisseling van raadsleden en bestuurders hadden geen positief effect op het collectief geheugen. Deze gebeurtenissen hebben effect gehad op de continuïteit van bestuur, waaronder het (niet) nakomen van eerder gemaakte afspraken. Neemt niet weg dat het college te passief is geweest en de regie uit handen heeft gegeven aan de werkgroep. Hierdoor kon de werkgroep eigen afwegingen maken op bijvoorbeeld het gebied van de samenstelling van de werkgroep en het creëren van draagvlak. Mijn overall conclusie is dat het traject inventarisatie ondernemersfonds in 2021 met goede bedoelingen en met enthousiasme is (door)gestart. Met name door het ontbreken van heldere afspraken over welke rollen en verantwoordelijkheden de participanten hebben en het ontbreken van kaders en criteria voor het meten en verwerven van draagvlak, heeft de uiteindelijke raadsbesluitvorming over het instellen van een eventueel fonds de eindstreep niet gehaald.

5 Aanbevelingen Door het via een evaluatie op deze wijze diep onderzoeken wat er in dit traject is gebeurd, is het logisch dat er zaken worden ontdekt die beter hadden kunnen c.q. moeten gaan. Dit is ook het doel van deze evaluatie: leren van hetgeen niet goed ging. Vandaar dat ik tot de volgende aanbevelingen kom. College van B&W 1.1 Werk bij grote trajecten, zeker met meerdere extern betrokkenen, met een kaderstellend startdocument. Neem hierin in ieder geval op: doel/verwachtingen en rollen/verantwoordelijkheden. 1.2 Communiceer in geval van externe partners ook schriftelijk (leg afspraken vast). 1.3 Voorkom impliciete besluitvorming. Neem relevante onderdelen van het betreffende onderwerp op in de beslispunten van het collegevoorstel/-besluit. Gemeenteraad 2.1 Neem geen standpunten in voordat de beeldvormende fase is afgerond. 2.2 Onderzoek en heroverweeg de functie/spelregels van het Gezamenlijk Fractieberaad in relatie tot de beeldvormende fase in de raadscommissie.

20

College van B&W en Gemeenteraad 3.1 Ga bij trajecten met extern betrokkenen altijd uit van de formele besluitvormingslijnen: het college is de adviseur van de gemeenteraad. De gemeenteraad geeft opdracht aan het college.8 3.2 Benut de toezeggingenlijst van de raadscommissie breder dan alleen de toezeggingen gedaan door een collegelid. Gebruik het als inzichts- en bewakingsdocument van in de commissie gemaakte afspraken.

6 Slot Ik heb het onderzoek overwegend met plezier uitgevoerd. Daarbij ben ik uitstekend geholpen door Sandra van Klompenburg en Wim Balfoort, waarvoor mijn dank. Mijn dank gaat ook uit naar alle betrokkenen die bereid waren deel te nemen aan een interview. Tijdens mijn documentenonderzoek viel mij op dat er personen zijn die in dit dossier twijfelen aan de integriteit van een aantal betrokkenen. Hoewel het niet tot mijn opdracht behoort hier onderzoek naar te doen en/of hier een oordeel over te vellen, merk ik op dat ik tijdens mijn onderzoek geen waarnemingen heb gedaan die duiden op enige vorm van (schijn van) integriteitsschending. Ik hoop dat in deze rapportage een helder beeld is gegeven in de voor dit onderwerp relevante feiten en dat mijn aanbevelingen aanleiding geven voor opvolging ervan. Ik wens het college en de gemeenteraad succes bij de mogelijke vervolgstappen.

8

Uiteraard uitgezonderd de rol die de raad zelf heeft met commissies en de griffier.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13824231/1