CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 13 Bijlage toelichting en regels Weversweg fase 2 Hulshorst vastgesteld

Raadsvergadering 21 maart 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Weversweg fase 2.17.409 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij wadi's met een diepte van 30 cm is hiervoor een oppervlakte van circa 1.485 m² nodig (445 / 0,3). In het plangebied betreft de totale oppervlakte dat als groen wordt ingericht 7.912 m². Hiermee is er ruim voldoende ruimte om in de waterbergingshoefte te voorzien. Het plangebied ligt, net als een groot gebied eromheen, in een grondwaterfluctuatiezone. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Uit de rapportage van het bodemonderzoek is op te maken dat de grondwaterstand is vastgesteld op circa 2, 00 m -mv. Aangezien de grondwaterflucuatiezone uitgaat van mogelijke verhoging van de grondwaterstand van enkele decimeters, levert dit geen belemmeringen op voor het planvoornemen. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect water.

4.3

Ecologie

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden.

De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is.

Weversweg fase 2 Hulshorst

29

Planspecifiek Gebiedsbescherming Om de gevolgen van gebiedsbescherming te beoordelen is een quickscan Wet natuurbescherming (zie bijlage 8) uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat 'gezien de afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebieden en de aard en omvang van de beoogde ontwikkeling is uitgesloten dat er tijdens de aanleg- en gebruiksfase sprake is van effecten in Natura 2000-gebieden, als gevolg van storingsfactoren zoals geluid, licht, trillingen, optische verstoring, et cetera. Om de gevolgen met betrekking tot stikstofdepositie te beoordelen is een voortoets stikstofdepositie uitgevoerd (zie bijlage 9). Uit de berekeningen komt naar voren dat voor het plan, afgezet tegen de referentiesituatie, de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar. Ten opzichte van de referentiesituatie is er dus geen sprake van een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000. Er is geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Het aspect stikstof vormt geen belemmering voor het plan. Daarmee zijn vanuit het aspect gebiedsbescherming geen belemmeringen ten aanzien van het plan. Soortenbescherming De mogelijke gevolgen van het plan ten aanzien van soortenbescherming zijn eveneens getoetst in de Quickscan Wet natuurbescherming in bijlage 8.

De beoogde ontwikkeling heeft mogelijk negatieve effecten op door de Wnb beschermde soorten, namelijk steenuil, rugstreeppad en broedvogels. Door het nemen van mitigerende maatregelen kunnen negatieve effecten op broedvogels en rugstreeppad worden voorkomen. Nader onderzoek naar deze soorten is daarom niet nodig. Naar de steenuil (en kerkuil) is vervolgonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 10). In de omgeving van het plangebied is een nestplaats van de steenuil vastgesteld. Om effecten zoveel mogelijk te voorkomen zijn mitigerende en/of compenserende maatregelen nodig. Deze worden uitgewerkt in een activiteitenplan bij het aanvragen van een ontheffing. Dit activiteitenplan is voorzien van een onderbouwing met betrekking tot het ontbreken van alternatieven en dat het plan een in de wet genoemd belang dient. Als het bevoegd gezag akkoord gaat hiermee, verleent deze de ontheffing. Er is gezien het onderzoek geen reden om aan te nemen dat, indien de te treffen maatregelen worden genomen, de ontheffing niet verkregen zou kunnen worden. Gelet op het voorgaande wordt gesteld dat het plan uitvoerbaar is met betrekking tot soortenbescherming. De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.

4.4

Verkeer

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Het toevoegen van 37 woningen leidt tot een toename van het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie. Navolgende tabel toont een indicatie van het totaal aantal verkeersbewegingen in de toekomstige situatie. Omdat in de huidige situatie geen verkeersaantrekkende functies in het plangebied gevestigd zijn, betreft navolgende tabel tevens de totale toename aan verkeersbewegingen. Er is uitgegaan van 'Niet stedelijk' gebied met ligging in 'Rest bebouwde kom'. Type woning

Aantal

Koop, twee-onder-een-kap 6 Koop, tussen/hoek 21 Sociale huur 10

Maximaal aantal verkeersbewegingen 8,2 7,8 6

Totaal 49,2 163,8 60 273

Het plangebied beslaat een groot oppervlak dat op verschillende plekken en door meerdere wegen in de omgeving bereikbaar is, waardoor bestemmingsverkeer zich over het aangrenzende wegennet verspreidt.

30

Weversweg fase 2 Hulshorst

De locatie wordt ontsloten door de Braambosch en Vlakken Eng. Deze wegen hebben voldoende capaciteit om de toegenomen verkeersgeneratie te verwerken. Binnen het plangebied worden erftoegangswegen opgenomen. Deze zijn enkel bedoeld voor bestemmingsverkeer. Doorgaand verkeer maakt geen gebruik van de wegen. Tevens worden voetpaden en verbindingen voor langzaam verkeer binnen het plangebied toegevoegd. Parkeren Met het betreffende initiatief vergroot als een gevolg van het toevoegen van 37 woningen de parkeerbehoefte. Om aan te tonen dat het plan voorziet in voldoende parkeerruimte, wordt aangesloten bij de normen zoals opgenomen in de Parkeernota Nunspeet 2014. Navolgende tabel geeft een berekening van de toekomstige parkeerbehoefte. Type woning Twee-onder-een-kapwoning Rijwoning Sociale huurwoning Totaal

Beoogd aantal 6 21 10

Parkeernorm

Benodigd aantal parkeerplaatsen

2,4 2,2 1,8

14,4 46,2 18 78,6

Navolgende tabel toont het aantal parkeerplaatsen waarin het plan voorziet. Deze parkeerplaatsen worden zoveel mogelijk geclusterd in parkeerkoffers. Bij drie van de vier de hoekwoningen van de starterswoningen en bij de twee-onder-één-kap woningen is ruimte voor parkeren op eigen terrein. Type parkeerplaats

Beoogd aantal

Parkeernorm

Regulier Lange oprit met garage Totaal

67 9

1 1,3

Totaal aantal parkeerplaatsen 67 11,7 78,7

Gelet op het voorgaande voorziet het plan in voldoende parkeerplaatsen om te voorzien in de parkeerbehoefte. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot verkeer en parkeren.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken.

Weversweg fase 2 Hulshorst

31

Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie In (de directe omgeving van) het plangebied zijn geen objecten van cultuurhistorische waarde (rijks- of gemeentelijke monumenten) gelegen. Het plan leidt daarmee niet tot aantasting van deze cultuurhistorische waarden. Molenbiotoop Circa 310 meter ten zuidoosten van het plangebied is de molen 'De Maagd' aanwezig. Dit betreft een zogenoemde stellingsmolen. Bij het bepalen van de maximale bouwhoogte van de nieuwe bebouwing dient met de molenbiotoop rekening gehouden te worden.

Bij de molenbiotoop van stellingmolens geldt, dat een bouwhoogte is toegestaan indien de hoogte daarvan lager is dan het niveau van de stelling over een afstand tot de molen van minimaal 100 m.Tussen de 100 en 400 meter is de uitkomst van de zogenaamde biotoopformule maatgevend: H(x) = x/n+c*z waarin:  H(x) = maximale toelaatbare hoogte van een obstakel op afstand x (in meters)  x = afstand van een obstakel tot de molen (in meters)  n = een constante, afhankelijk van de ruwheid van de omgeving en de maximaal toelaatbare windreductie. In dit plan geldt de waarde 50 voor gesloten gebied.  c = een constante, afhankelijk van de maximaal toelaatbare windreductie, gewoonlijk met de waarde 0,2  z = askophoogte (helft van lengte gevlucht + de hoogte van de stelling) = 14.90 meter Berekening:  Over een afstand tot 100 meter van de molen is een hoogte toegestaan van: 3.40 m.  Op een afstand van 100 meter van de molen is volgens de biotoopformule een hoogte toegestaan van 5.00 meter (H(100) = 100/50 + o,2 * 14.90 H(100) = 4.98 m. = afgerond 5.00 m);  Op een afstand van 200 meter van de molen is volgens de biotoopformule een hoogte toegestaan van 7.00 meter (H(200) = 200/50 + o,2 * 14.90 H(200) = 6.98 m. = afgerond 7.00 m);  Op een afstand van 250 meter van de molen is volgens de biotoopformule een hoogte toegestaan van 8.00 meter (H(250) = 250/50 + o,2 * 14.90 H(250) = 7.98 m.

= afgerond 8.00 m);  Op een afstand van 300 meter van de molen is volgens de biotoopformule een hoogte toegestaan van 9.00 meter (H(300) = 300/50 + o,2 * 14.90 H(300) = 8.98 m. = afgerond 9.00 m);  Op een afstand van 310 meter van de molen is volgens de biotoopformule een hoogte toegestaan van 9.20 meter (H(310) = 310/50 + o,2 * 14.90 H(310) = 9.18 m. = afgerond 9.20 m);  Op een afstand van 400 meter van de molen is volgens de biotoopformule een hoogte toegestaan van 11.00 meter (H(400) = 400/50 + o,2 * 14.90 H(400) = 10.98 m. = afgerond 11.00 m).

32

Weversweg fase 2 Hulshorst

Het plan voorziet niet in het toevoegen van bebouwing of beplanting van meer dan 9 meter hoog ter plaatse van het plangebied. Daarmee heeft het plan geen negatieve gevolgen ten aanzien van de windvang van de molen. Archeologie Voor onderhavig initiatief is, gelet op de aard van de ontwikkeling en de geldende archeologische dubbelbestemmingen, archeologisch onderzoek uitgevoerd middels proefsleuven (zie bijlage 11). Hierbij werden sporen van een middeleeuwse boerderij aangetroffen. Met de ontwikkeling zouden de archeologische waarden verstoord worden. Daarom is op advies van de regioarcheoloog een definitieve opgraving uitgevoerd. Deze vond plaats in week 40 van 2022. Het Archeologisch Diensten Centrum (ADC) heeft het werk uitgevoerd. Bij het onderzoek zijn sporen van twee middeleeuwse huisplattegronden aangetroffen. Daarnaast een aantal kuilen en greppels. De verwachte waterput is niet gevonden binnen het opgravingsterrein. Met de opgraving zijn de archeologische waarden ex-situ behouden. Omdat het onderzoek in het veld is afgerond, is voldaan aan de onderzoeksplicht van de gemeente. In die zin wordt het terrein archeologisch vrijgegeven. Conclusie Het plan is uitvoerbaar vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie.

4.6

Klimaatadaptatie

Het klimaat verandert en steeds vaker worden we geconfronteerd met de gevolgen, zoals hitte, droogte, extreme neerslag en overstromingen. Klimaatverandering is in een vergaand stadium en de effecten en risico’s voor onze samenleving worden steeds groter. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen, zodat de opwarming beperkt blijft. Aan de andere kant is het noodzakelijk om ons als samenleving aan te passen en voor te bereiden op de reeds ingezette klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan. Niet alleen om schade te beperken, maar ook om kansen te benutten. De nationale opgave voor klimaatadaptatie is beschreven in het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie met daarin een prominente rol voor gemeenten. Lokale gevoeligheden voor klimaatverandering moeten in kaart worden gebracht en als integraal onderdeel van beleid daadkrachtig worden aangepakt. Daarbij is het van belang zowel te kijken naar aanpassingen aan de bestaande openbare ruimte als naar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Planspecifiek De gemeente Nunspeet heeft in het rapport 'Uitvoeringsplan Ruimtelijke Adaptatie 2022-2026' de risico's met betrekking tot klimaatverandering in de gemeente in kaart gebracht. Dit resulteert in ambities voor het omgaan met klimaatverandering.

Navolgende aanpak sluit hierop aan: Wateroverlast Uitgangspunt van het plan is dat water zoveel mogelijk wordt opgevangen in de bodem en hier wordt vastgehouden. Ten behoeve van een goede waterhuishoudkundige situatie is in het plan een waterbergingsvoorziening opgenomen. Door woningen hoger dan het omliggende maaiveld aan te leggen, kan wateroverlast op de erven beperkt worden. Hitte Met het plan wordt gezorgd voor natuurlijke verkoeling in de vorm van planten en bomen. Hierdoor is de temperatuur in de openbare ruimte en in gebouwen aangenamer. De woningen worden gerealiseerd conform de actuele isolatienormen uit het Bouwbesluit. Daarmee zijn de woningen minder gevoelig voor hitte.

Weversweg fase 2 Hulshorst

33

Droogte Bij de aanplanting van groen kan rekening gehouden worden met soorten die aangepast zijn op het veranderende klimaat. Hemelwater wordt op eigen terrein geborgen en geïnfiltreerd. Overstroming Het plangebied ligt niet in de nabijheid van grote rivieren. Voor het plangebied zijn er geen overstromingsrisico's in het geval een dijk bezwijkt. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot klimaatadaptatie.

4.7

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De plankosten worden gedragen door de gemeente Nunspeet en daarvoor is voldoende budget beschikbaar. Het plan wordt gedekt vanuit de reserve grondexploitaties. Eventuele planschade als gevolg van onderhavig bestemmingsplan komt voor rekening van de gemeente Nunspeet. Overige planschade zal mogelijk worden doorgelegd naar derden ontwikkelende partijen. Het bestemmingsplan is daarmee economisch uitvoerbaar.

34

Weversweg fase 2 Hulshorst

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

Weversweg fase 2 Hulshorst

35

5.2

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen:  De bestemming 'Agrarisch' ter plaatse van het zuidoostelijk deel van het plangebied. Hierbinnen is de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bloemenweide' opgenomen.  De bestemming 'Groen', ten behoeve van de groenstructuur, groenvoorzieningen en waterberging.  De bestemming 'Verkeer', ten behoeve van de ontsluiting van het plangebied en parkeervoorzieningen als ook groenvoorzieningen.  De bestemming 'Wonen', voor het realiseren van de woningen en parkeervoorzieningen. Voor de situering van de woningen zijn bouwstroken opgenomen, waarbinnen met aanduidingen de toegestane woningtypen, het maximaal aantal wooneenheden en de maximale goot- en bouwhoogte zijn aangegeven.  De gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop', ter bescherming van de windvang van de molen De Maagd. Voor een aantal groenstroken in het plangebied is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het aanleggen en in stand houden van deze groenstroken. Dit plan kent verder geen noemenswaardige bijzonderheden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

36

Weversweg fase 2 Hulshorst

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

6.2

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de resultaten van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro opgenomen.

6.3

Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro

In september 2022 heeft een informatiebijeenkomst plaatsgevonden voor de omwonenden. N.a.v. hiervan is het schetsontwerp op enkele punten aangepast. Tevens is er met direct omwonenden een uitgebreid participatietraject doorlopen. Naar aanleiding hiervan is het schetsontwerp op diverse onderdelen aangepast.

6.4

Verslag zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 23 augustus 2023 tot en 4 oktober 2023 voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn er acht zienswijzen ingediend. In de zienswijzennota in bijlage 12 zijn de zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. De zienswijzen hebben op enkele onderdelen geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Deze wijzigingen zijn vermeld in de zienswijzennota.

Weversweg fase 2 Hulshorst

37

38

Weversweg fase 2 Hulshorst

Bijlagen bij de toelichting

Weversweg fase 2 Hulshorst

39

40

Weversweg fase 2 Hulshorst

Bijlage 1

Schetsontwerp

Weversweg fase 2 Hulshorst

41

42

Weversweg fase 2 Hulshorst

Bijlage 2

Beplantingsplan i.r.t. molenbiotoop

Weversweg fase 2 Hulshorst

43

44

Weversweg fase 2 Hulshorst

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

Weversweg fase 2 Hulshorst

45

46

Weversweg fase 2 Hulshorst

Bijlage 4

Quickscan externe veiligheid

Weversweg fase 2 Hulshorst

47

48

Weversweg fase 2 Hulshorst

Bijlage 5

Externe veiligheid buisleidingen

Weversweg fase 2 Hulshorst

49

50

Weversweg fase 2 Hulshorst

Bijlage 6

Verantwoording hoogte groepsrisico

Weversweg fase 2 Hulshorst

51

52

Weversweg fase 2 Hulshorst

Bijlage 7

Digitale watertoets

Weversweg fase 2 Hulshorst

53

54

Weversweg fase 2 Hulshorst

Bijlage 8

Quickscan Wet natuurbescherming

Weversweg fase 2 Hulshorst

55

56

Weversweg fase 2 Hulshorst

Bijlage 9

Voortoets stikstofdepositie

Weversweg fase 2 Hulshorst

57

58

Weversweg fase 2 Hulshorst

Bijlage 10

Nader onderzoek kerkuil en steenuil

Weversweg fase 2 Hulshorst

59

60

Weversweg fase 2 Hulshorst

Bijlage 11

Archeologisch onderzoek

Weversweg fase 2 Hulshorst

61

62

Weversweg fase 2 Hulshorst

Bijlage 12

Zienswijzennota

Weversweg fase 2 Hulshorst

63

64

Weversweg fase 2 Hulshorst

Regels

Weversweg fase 2 Hulshorst

65

66

Weversweg fase 2 Hulshorst

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan Weversweg fase 2 Hulshorst met identificatienummer NL.IMRO.0302.BP01210-vg01 van de gemeente Nunspeet; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aan huis gebonden beroep: een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebied, uitgezonderd prostitutie, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend door de gebruiker, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Het oppervlakte dat hiervoor gebruikt wordt is maximaal 40% van het oppervlakte van de woning tot een maximum van 50 m2.

Detailhandel is niet toegestaan en reclame-uitingen alléén na een vergunning; Onder een aan huis gebonden beroep wordt tevens verstaan:  een kleinschalige bedrijf zoals deze gevoerd wordt door een elektricien, loodgieter of schilder en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bedrijf en waarbij een kleine voorraad van kleine producten en / of grondstoffen inpandig aanwezig is en waarbij, beperkt en incidenteel, werkzaamheden worden uitgevoerd;  een internetwinkel type A1 en A2; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aaneengebouwd: woningen van het type twee-aaneen of méér dan twee woningen aaneen gebouwd; 1.7 achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.8 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.9 bebouwingsgebied: achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw; 1.10 bebouwingspercentage: de oppervlakte van de

bebouwing binnen een bestemmingsvlak, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat vlak; 1.11 bestaande: bestaand en legaal aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan; 1.12 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;

Weversweg fase 2 Hulshorst

67

1.13 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.15 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.16 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met uitsluiting van kelder(s), onderbouw(en), zolder(s) en/of vliering(en); 1.17 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.19 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.20 dak: iedere bovenbeëindiging boven de goothoogte van een bouwwerk; 1.21 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.22 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke,

overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.23 gebruiken: het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.24 geliberaliseerde woning voor middenhuur: huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste een in een gemeentelijke verordening bepaalde, jaarlijks te indexeren aanvangshuurprijs, waarbij de instandhouding in die verordening voor ten minste tien jaar na ingebruikname is verzekerd; 1.25 gevellijn: de als zodanig aangeduide lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw in moet zijn gebouwd; 1.26 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.27 huishouden: een zelfstandig(e) dan wel samenwonend persoon of groep van personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen, zoals een keuken, sanitaire voorzieningen en de entree; 1.28 kap: een dak dat loodrecht geprojecteerd voor minder dan 50% in het horizontale vlak ligt; 1.29 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes,

telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie;

68

Weversweg fase 2 Hulshorst

1.30 ondergeschikte bouwdelen: hieronder wordt verstaan plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken. (Schotel)antennes voor zover gelegen aan het voorerf vallen hier niet onder; 1.31 onderkomens: voor verblijf geschikte al dan niet aan de bestemming onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen; 1.32 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.33 parkeervoorzieningen parkeerplaatsen t.b.v. (vracht)auto's en overige verkeersvoertuigen waarbij voldaan dient te worden aan het gemeentelijke parkeerbeleid en, voor zover van toepassing, mede dient te worden voldaan aan de eisen t.b.v. de ontsluiting en bevoorrading als opgenomen in het gemeentelijke beleid. Indien het gemeentelijke beleid over een bepaald onderwerp geen (volledig) beeld geeft gelden de normen van het C.R.O.W. als beleidsdocument. Hierbij is voornoemd beleid dat beleid als bedoeld in artikel 3.1.2. lid 2 onder a van Bro en is het hebben en in stand houden van voldoende parkeervoorzieningen een voorwaardelijk verplichting op basis van de Wro; 1.34 peil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b.

voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien de onder a tot en met b genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen peil; 1.35 recreatief medegebruik: vormen van recreatief gebruik van het agrarisch gebied en/of bossen en natuurterreinen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen; 1.36 seksinrichting: een inrichting bestemd voor het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische aard en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar seksuele handelingen worden verricht; onder seks en/of pornobedrijf wordt mede begrepen: a. seksbioscoop:: Een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van film- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; b. seksclub:: een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar seksuele handelingen worden verricht; c. seksautomaat:: een inrichting, bestemd voor het door middel van automaten doen plaatsvinden van film- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; d.

sekswinkel:: Een ruimte, bestemd voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van seksartikelen, waaronder begrepen pornografische lectuur en videobanden, aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker; e. prostitutiebedrijf: Een ruimte, bestemd dan wel in gebruik voor het daarin uitoefenen van prostitutie, zijnde het tegen betaling hebben van seksuele omgang met anderen;

Weversweg fase 2 Hulshorst

69

1.37 uitvoeren: het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.38 voorerfgebied: erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.39 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een woning of, bij onduidelijkheid daarover, de als zodanig door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.40 voorgevelrooilijn: denkbeeldige lijn getrokken langs de voorgevel van een gebouw en het verlengde daarvan; 1.41 woning: een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens: tussen de zijdelingse grens van het perceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de dakhelling: de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak gerekend in graden; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

70

Weversweg fase 2 Hulshorst

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatief medegebruik; b. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplantingen; c. paden; d. waterlopen en waterpartijen; e. een bloemenweide ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bloemenweide'. 3.2 Bouwregels a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 4 m bedragen.; c. de hoogte van (nieuw aan te leggen) beplanting mag niet meer dan 8 m (in volwassen staat) bedragen. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Strijdig gebruik Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. bemesting van de gronden. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden op of in de in lid 3.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, uit te voeren: 1. het aanleggen of verharden van wegen, paden en banen en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; 2. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; 3. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse constructies, installaties of apparatuur met een grotere hoogte of diepte dan 75 cm; 4. het vellen of rooien van houtgewas; 5.

het aanleggen of dempen van waterlopen, sloten en andere wateren. b. Geen aanlegvergunning als bedoeld onder a is vereist voor werken en werkzaamheden die: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer van de grond; 3. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning slechts verlenen indien door de onder a genoemde werken of werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden en kwaliteiten van het gebied niet in onevenredige mate (kunnen) worden aangetast, dan wel de mogelijkheden tot herstel van die waarden en kwaliteiten niet in onevenredige mate (kunnen) worden verkleind.

Weversweg fase 2 Hulshorst

71

Artikel 4

Groen

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplantingen; b. speelvoorzieningen; c. kunstobjecten en speeltoestellen; d. paden, waaronder voet- en fietspaden; e. watergangen en waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. een groene erfafscheiding ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - groene erfafscheiding'. 4.2 Bouwregels a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, tenzij de gebouwen worden gebouwd ten behoeve van speelvoorzieningen en speeltoestellen; b. De bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 4 m; c. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 m bedragen; d. De hoogte van (nieuw aan te leggen) beplanting mag niet meer dan 8 m (in volwassen staat) bedragen.

Artikel 5

Verkeer

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden; b. voet- en fietspaden; c. groenvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen; e. speelvoorzieningen. 5.2 Bouwregels a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, tenzij de gebouwen worden gebouwd ten behoeve van speelvoorzieningen en speeltoestellen; b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 4 m; c. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer dan 6 m bedragen.

Artikel 6

Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in een woning; en in samenhang daarmee voor: b. aan-huis-verbonden beroep; c. tuinen en erven; met bij een en ander behorende gebouwen en voorzieningen zoals paden, bermen, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken, zoals een

72

Weversweg fase 2 Hulshorst

geluidscherm, palen, masten, verkeers-, reclame- en andere tekens, kunstwerken, technische installaties en terreinafscheidingen. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. uitsluitend de volgende woningtypologieën mogen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding: Verbeelding aeg tae c. d. e. f. g.

aanduiding 'aaneengebouwd' 'twee-aan-een'

bouwwijze aaneengebouwde (rij)woningen twee-aaneen gebouwde woningen

het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan het aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' is aangegeven; de maximale diepte en breedte van het hoofdgebouw bedraagt 12 m; de afstand van de niet-aaneen gebouwde zijden van twee-aaneen gebouwde woningen tot de zijdelingse bouwperceelsgrens bedraagt tenminste 3 m.; voorzien moet worden in voldoende parkeervoorzieningen (zie 1.33).

6.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de maximale goothoogte bedraagt 3,5 m; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 5 m; c. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd op minimaal 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw; d. de gezamelijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per woning mag niet meer bedragen dan 60 m2; e. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan 50% van het bebouwingsgebied; f. en het bebouwingspercentage per bouwperceel bedraagt niet meer dan 50%; g. afwijkend van de bepalingen onder: 1. a en b geldt dat de goothoogte 5 m mag bedragen en de bouwhoogte 7 m als ten minste 15 m van de zijdelingse bouwperceelsgrens wordt gebleven en ten minste 15 m van het hoofdgebouw mits het hoofdgebouw ten minste 9 m hoog is; 2. b geldt, daar waar de kapconstructie in het verlengde ligt van het hoofdgebouw, als maximale bouwhoogte de hoogte van het hoofdgebouw minus 1,5 m; 3. c geldt, dat bij de rug-aan-rug woningen in het meest noordelijke bouwvlak, bijbehorende bouwwerken ook voor de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd; h. voorzien moet worden in voldoende parkeervoorzieningen (zie 1.33). 6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn van een woning bedraagt 1 m; b. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn van een woning bedraagt 2 m;

Weversweg fase 2 Hulshorst

73

c. d.

de maximale bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt 6 m; de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 3 m.

6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2 ten behoeve van het: a. bouwen van bijbehorende bouwwerken tot aan én voor (het verlengde van de) voorgevelrooilijn; b. verhogen van de toegelaten bouwhoogte voor bouwwerken geen gebouwen zijnde met 1 m; c. verhogen van de toegelaten goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken met niet meer dan 2 m. 6.3.2 Voorwaarden voor afwijken Bij de afweging om, al dan niet, tot afwijking over te gaan worden in elk geval de volgende aspecten betrokken: a. het belang van de aanvrager; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden; c. de stedenbouwkundige, milieukundige, planologische en verkeerskundige belangen; d. de vraag of een zekerheidstelling nodig is m.b.t. de (plan)kosten; e. de vraag of er eisen gesteld moeten worden aan het plan met betrekking tot bijvoorbeeld de (perceels)inrichting, sloop, situering, gebruik, termijnen, vormgeving, materiaal- en kleurgebruik etc. 6.4 Specifieke gebruiksregels 6.4.1 Voorwaardelijke verplichting groene erfafscheidingen a.

Er mag op de woonpercelen direct grenzend aan de aanduiding 'specifieke vorm van groen - groene erfafscheiding' uitsluitend worden gewoond conform artikel 6.1 als ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - groene erfafscheiding' binnen de bestemming 'Groen' binnen twee jaar na inwerkingtreding van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen op de desbetreffende percelen een groene erfafscheiding is aangelegd, welke bij de aanplant 1 tot 1,5 meter hoog is en in volgroeide staat 2 tot 2,5 meter hoog en bestaat uit streekeigen soorten. Na de aanleg dient deze groene erfafscheiding in stand te worden gehouden. b. Er mag op de woonpercelen van de rug-aan-rug woningen waarbij de tuinen grenzen aan de reeds bestaande straat “Braambosch” (in het meest noordelijke bouwvlak) uitsluitend worden gewoond conform artikel 6.1 als binnen twee jaar na inwerkingtreding van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen op de desbetreffende percelen een groene erfafscheiding, zoals aangegeven op het schetsontwerp in bijlage 1, in de vorm van een beukenhaag is aangeplant met een maximale hoogte van 1 meter. Na de aanleg dient deze groene erfafscheiding in stand te worden gehouden. c.

Voor de overige delen van de onder sub a beschreven groenstrook, de groenstrook gelegen tussen de bestaande woningen aan de Klarenweg en het plangebied, is ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Dit betreft de delen van de groenstrook die grenzen aan de bestemming “Verkeer” en aan de achterpaden van de 6 rijwoningen waarbij de achtertuinen zich oriënteren richting de Klarenweg. Middels deze voorwaardelijke verplichting conformeert de gemeente Nunspeet zich aan de realisatie en instandhouding van het deel van de groenstrook welke grenst aan openbaar gebied. De gemeente Nunspeet spant zich in om binnen 2 jaar na de oplevering van alle woningen in het plangebied de groenstrook aan de rand van het plangebied tussen de bestaande woningen aan de Klarenweg conform de uitgangspunten van het in bijlage 2 bij de toelichting opgenomen beplantingsplan en de planregels te realiseren. Onder een groenstrook wordt het volgende verstaan: de groenstrook is bij aanplant 1 tot 1,5 meter hoog is en in volgroeide staat 2 tot 2,5 meter hoog en bestaat uit streekeigen soorten. Na de aanleg dient deze groenstrook in stand te worden gehouden

74

Weversweg fase 2 Hulshorst

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8

Algemene aanduidingsregels

8.1 Vrijwaringszone - molenbiotoop 8.1.1 Algemeen De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringzone – molenbiotoop' zijn bestemd voor de bescherming van de molenbiotoop. 8.1.2 Bouwregels Voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone – molenbiotoop' geldt dat de bouwhoogte van bebouwing niet meer mag bedragen dan aangegeven.

Artikel 9

Algemene bouwregels

9.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,75 m bedraagt.

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

10.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden strijdig met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken als of ten behoeve van een seksinrichting; b. het gebruik van onbebouwde gronden: 1. als stand- of ligplaats van onderkomens; 2. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten; een en ander tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; c. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van zwembaden met een oppervlakte van meer dan 40 m²; d. het gebruik van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardenbak. 10.2 Afwijken van de gebruiksregels 10.2.1 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. artikel 10.2.1 onder c in die zin dat gronden en bouwwerken gebruikt mogen worden ten behoeve van zwembaden met een oppervlakte van niet meer dan 60 m², met dien verstande dat het bouwperceel ten minste 1000 m² groot moet zijn.

Weversweg fase 2 Hulshorst

75

10.3 Parkeerregels 10.3.1 Omgevingsvergunning a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en / of voor het wijzigen van het gebruik van een gebouw dan wel voor het wijzigen van het gebruik van een onbebouwd terrein wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw of het terrein in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor: 1. het parkeren of stallen van auto's en fietsen; 2. het laden of lossen van goederen; 3. het realiseren van parkeervoorzieningen voor invaliden. b. De onder a genoemde voorzieningen voor parkeren en laden of lossen worden gerealiseerd op eigen terrein, in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort respectievelijk op of onder het onbebouwde terrein waarvan het gebruik wordt gewijzigd. 10.3.2 Afwijken van de parkeerregels Burgemeester en Wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.3.1: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; b. of voor zover aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

10.3.3 Voorwaarden voor het afwijken van de parkeerregels De in lid 10.3.2 genoemde omgevingsvergunningen worden uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de parkeersituatie in de openbare ruimte; b. het woon- en leefklimaat; c. de sociale veiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 10.3.4 Parkeerfonds a. Van de parkeerregels genoemd in lid 10.3.1 kan, indien er geen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, en de parkeerplaatsen niet voldoende in het openbaar gebied aanwezig (kunnen) zijn, door het college van Burgemeester en Wethouders ook worden afgeweken met een omgevingsvergunning, door de aanvrager van een omgevingsvergunning een financiële bijdrage te doen storten in het parkeerfonds. b. Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in lid a, komt tot stand volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014). c. De financiële bijdrage voor het parkeerfonds wordt berekend volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014).

10.3.5 Beleidsregels Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 10.3.1, 10.3.2, 10.3.3, en 10.3.4, wordt getoetst aan de beleidsregel Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014) in Bijlage 1 bij de planregels dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde, respectievelijk vervangende, beleidsregel.

76

Weversweg fase 2 Hulshorst

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

11.1 Algemeen Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van de regels: a. ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes en transformatorhuisjes, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen, van welke bouwwerken de oppervlakte niet meer dan 45 m 2 en de goothoogte niet meer dan 3 m mag bedragen; b. indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van grens of richting van wegen, paden, bebouwingsgrenzen en aanduidingen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen; c. voor afwijkingen van eisen, gesteld ten aanzien van maten, afmetingen en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten, afmetingen en percentages. 11.2 Voorwaarden voor afwijken Bij de afweging om, al dan niet, tot afwijking over te gaan worden in elk geval de volgende aspecten betrokken: a. het belang van de aanvrager; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden; c. de stedenbouwkundige, milieukundige, planologische en verkeerskundige belangen; d. de vraag of een zekerheidstelling nodig is m.b.t. de (plan)kosten; e.

de vraag of er eisen gesteld moeten worden aan het plan met betrekking tot bijvoorbeeld de (perceels)inrichting, sloop, situering, gebruik, termijnen, vormgeving, materiaal- en kleurgebruik etc.

Weversweg fase 2 Hulshorst

77

Artikel 12

Algemene wijzigingsregels

12.1 Geringe veranderingen Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van (bestaande) bestemmings- en bouwgrenzen tot niet meer dan 5 m. 12.2 Planopzet Burgemeester en wethouders kunnen de planopzet wijzigen in de vorm van het wijzigen van de in Hoofdstuk 2 opgenomen bestemmingen in andere bestemmingen en/of aanduidingen mits deze zijn opgenomen in Hoofdstuk 2 van dit plan en waarbij, aanvullend op het bepaalde in 12.3, geldt dat de hoofdgroenstructuur in takt moet blijven. 12.3 Uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan De uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan moet zijn gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad; c. dat het wijzigingsplan milieutechnisch aanvaardbaar is; d. dat het wijzigingsplan past in een goede waterhuishouding; e. dat het wijzigingsplan inpasbaar is in het volkshuisvestingsprogramma indien het gaat om woningbouw; f. dat het wijzigingsplan economisch uitvoerbaar is; g. verhaal van gemeentelijke (plan-)kosten is zeker gesteld; h. dat het wijzigingsplan stedenbouwkundig inpasbaar is.

78

Weversweg fase 2 Hulshorst

Hoofdstuk 4 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Weversweg fase 2 Hulshorst'.

Weversweg fase 2 Hulshorst

79

80

Weversweg fase 2 Hulshorst

Bijlagen bij de regels

Weversweg fase 2 Hulshorst

81

82

Weversweg fase 2 Hulshorst

Bijlage 1

Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014)

Weversweg fase 2 Hulshorst

83

84

Weversweg fase 2 Hulshorst

Verbeelding

Weversweg fase 2 Hulshorst

85

86

Weversweg fase 2 Hulshorst

Weversweg fase 2 Hulshorst

87

88

Weversweg fase 2 Hulshorst

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13914583/1