AP 13. Bijlage Beleidsnotitie kleinschalige windmolens in de bebouwde kom
Tekst van het document
Beleidsnotitie kleinschalige windmolens in de bebouwde kom (2022) ___________________________________________________________________________
Voorstel 1. Op particuliere en zakelijke initiatieven voor opwek van windenergie in de bebouwde kom te reageren met Ja, mits. 2. De criteria in tabel 1,2,3,4 te hanteren als criteria. 3. Deze beleidsnotitie na besluitvorming samen te voegen met de beleidsnotitie kleinschalige windmolens voor het landelijk gebied. Aanleiding Op 24 juni 2021 is de beleidsnotitie kleinschalige windmolens in de gemeente Nunspeet vastgesteld. Hierin staan criteria voor plaatsing van kleine windmolens bij agrarische bedrijven. Bij de behandeling van de notitie is afgesproken dat 1 jaar na vaststelling een evaluatie zou plaatsvinden, ook om te bepalen of de reikwijdte van de notitie moet worden vergroot naar de bebouwde kom. Echter, er zijn tot nu toe geen aanvragen uit het landelijk gebied binnengekomen. Wel is er een vraag gekomen van een initiatiefnemer voor de bebouwde kom. Daarom is gekozen voor een aanvullende notitie voor de bebouwde kom. Zie voor de begrenzing van de bebouwde kom bijlage 2. Zoals gezegd heeft zich een initiatiefnemer gemeld voor de bebouwde kom, met de vraag wat de mogelijkheden zijn voor het plaatsen van een kleine windmolen. Op dit moment zijn deze initiatieven strijdig met de bepalingen van de bestemmingsplannen over de toegestane bouwhoogte. De verwachting is dat er meer initiatieven zullen komen.
In het kader van de duurzaamheidsopgave is het wenselijk initiatieven van particulieren te ondersteunen. Echter een windmolen op of bij een gebouw is toch een zichtbaar vreemd element, en heeft daarmee een (beperkt)ruimtelijk effect. Daarom moet ook duidelijk zijn wat wel en niet wenselijk is en wat ruimtelijk en milieutechnisch inpasbaar is. Probleemstelling Initiatieven voor kleine windmolens in de bebouwde kom worden nu afgewezen, terwijl de gemeente Nunspeet graag duurzame initiatieven wil stimuleren. Dat is een onwenselijke situatie. Doel Het bieden van een afwegingskader voor beoordelen van initiatieven voor kleine windmolens in de bebouwde kom: Het bieden van duidelijkheid richting initiatiefnemers over wat is toegestaan. Het geven van input geven voor bestemmingsplanherzieningen, daarvoor is een parapluplan een optie.
-2-
Oplossingsrichtingen Om de duidelijkheid te bieden zijn verschillende opties mogelijk: 1. Nergens windmolens toestaan en daarmee andere duurzame initiatieven, bijvoorbeeld zonnepanelen, stimuleren. 2. Geen beperkingen opleggen aan windmolen qua aantal, locatie en bouwhoogte en kleur. 3. Windmolens onder voorwaarden toestaan. Windmolens hebben een ruimtelijke en visuele impact. Overweging De gemeente Nunspeet wil graag duurzame initiatieven toestaan. Daarom wordt gekozen voor een ja, mits aanpak. Windmolens worden toegestaan, als ze voldoen aan een aantal voorwaarden. In tabel 1 tot en met 4 staan criteria voor de plaatsing van windmolens in de bebouwde kom. Hiermee kan een duurzaam initiatief ruimtelijk ingepast worden. Deze criteria zijn algemeen geformuleerd, in specifieke gevallen kan maatwerk nodig zijn. Hierover moet het college separaat een besluit nemen. Zie voor een uitleg van de begrippen en de manier van meten bijlage 1. Tabel 1: Gebiedsgerichte keuze Locatie
Ruimtelijk inpasbaar
Hoog-dynamische omgeving, bijv. bedrijventerrein of langs grootschalige infrastructuur
Het heeft de voorkeur windmolens op dit type locatie te plaatsen.
Losstaande elementen mogelijk.
Bebouwd gebied zijnde woongebieden en dorpskernen en centrumgebieden
Mogelijk, onder voorwaarden.
Losstaand niet mogelijk
Gemeentelijke- en rijksmonumenten
Na overleg met de monumentencommissie, is altijd maatwerk.
-3-
Tabel 2: Minimale eisen Voor indienen aanvraag overleg met omgeving; voeren van omgevingsdialoog. Omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan of omgevingsplan.
In woongebieden: binnen bouwvlak. Maximaal 1 windmolen per perceel, met uitzondering van wokkels.
Op bedrijventerreinen: wel buiten bouwvlak mogelijk.
-4-
Tabel 3 : Locatie specifieke eisen Hoog-dynamische omgeving, vb. bedrijventerrein of langs grootschalige infrastructuur
Alle kleuren mogelijk, behoudens accentkleuren. Geen bedrijfsreclame op windmolen Op dakrand maximaal 1,5 m hoog Losstaand toegestaan, mits 5 meter achter de voorgevel. In principe maximaal 1 losstaande windmolen Meerdere windmolens alleen in overleg met de gemeente mogelijk. Afhankelijk van grootte en ligging perceel Maximale hoogte vrijstaande windmolen 15 meter tiphoogte, zie figuur 1. Niet plaatsen op de erfgrens. Rotorbladen mogen niet over de erfgrens reiken. Richtafstand losstaande windmolen tot gevoelige bestemming 50 meter.
-5-
Bebouwd gebied zijnde woongebieden en dorpskernen
Geen rotorbladen, maar compact model Niet vrijstaand, maar onderdeel van het gebouw Alleen in grijstinten Plaatsing bij voorkeur op plat dak en niet buiten de gevellijn Maximaal 1,5 m boven dak- of nokhoogte Minimaal 3 meter van de perceelgrens buren. Dit wordt gemeten vanaf de as van de windmolen tot aan de perceelsgrens.
Aan deze referentie beelden kunnen geen rechten worden ontleend
Geen rotorbladen buiten de gevellijn
Niet vrijstaand
-6-
Geen accentkleuren en geen reclame. Kleurgebruik niet dominant, ondergeschikt aan het geheel.
Tabel 4 positie als onderdeel van bebouwing Schilddak
Maximaal 70 cm hoog op de nok bij horizontale constructie.
Verticaal maximaal 1,5 m bij turbine met verticale as.
Plat dak
Verticale turbines (wokkels) bij voorkeur op plat dak. Maximaal 1, 5 meter hoog
-7-
Afstand dakrand plat dak (woningen)
Minimaal 1 meter van dakrand
Diameter
Maximaal 1 meter.
Overige aandachtspunten De wet- en regelgeving over windmolens richt zich voornamelijk op de onderstaande aspecten. Daarbij wordt de term windturbine gebruikt, waarmee ook een windmolen wordt bedoeld. In de loop van de tijd kunnen verschillende normen en regels wel veranderen. Bij een vergunningsprocedure worden altijd de eisen meegenomen die op dat moment gelden, ook als die niet als zodanig staan benoemd in het beleidskader. Het Activiteitenbesluit wetten.nl - Regeling - Activiteitenbesluit milieubeheer - BWBR0022762 (overheid.nl) en de Activiteitenregeling milieubeheer wetten.nl - Regeling - Activiteitenregeling milieubeheer - BWBR0022830 (overheid.nl) geven een set van algemene regels voor beveiliging en onderhoud, slagschaduw en lichtschittering, geluidhinder en externe veiligheid. Geluid van windturbines is een aandachtspunt. Voor windturbines met een rotordiameter gelijk aan of groter dan 2 meter gelden de volgende normen: Een windturbine of een combinatie van windturbines voldoet ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder aan de norm van ten hoogste 47 dB Lden overdag en aan de norm van ten hoogste 41 dB Lnight in de nacht op de gevel van gevoelige gebouwen en bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein. Artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit.
Voor windturbines met een rotordiameter kleiner dan 2 meter gelden volgens het Bor geen milieunormen. (Categorie 20.2 bijlage 1 Bor). Uitgangspunt is dat de kleine windturbines ook voldoen aan deze normen. Bij aanvraag moet een rapport worden geleverd waarin de geluidsspecificaties van de windmolen beschreven staan. Slagschaduw In het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling Milieubeheer staan daarom normen voor
-8-
hinder door slagschaduw. Hier moet de turbine aan voldoen. Als er sprake is van hinder door slagschaduw bij een gevoelig object, dan is men verplicht om een automatische stilstand voorziening aan te brengen bij de windturbine (artikel 3.12 lid 1 van de Activiteitenregeling). Verder geeft de wetgeving aan dat de windturbine zoveel mogelijk van niet-reflecterende materialen of coatingslagen voorzien moet zijn. Toetsing aan bestemmingsplan De plaatsing van een windturbine moet getoetst worden aan vigerende bestemmingsplan. Bij strijdigheid is een Wabo vergunning voor afwijking van het bestemmingsplan nodig. Deze memo geldt als basis voor toetsing van de afwijking. Bouwbesluit Een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) getoetst worden aan het Bouwbesluit. Natuur en Milieu Bij plaatsing van een kleine windturbine moet voldaan worden aan de Wet milieubeheer/Activiteitenbesluit en de Wet natuurbescherming. Planschade Voorafgaand aan een verleende vergunning moet een planschade-overeenkomst getekend worden. Omgevingswet Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking. De vergunningprocedure voor een kleine windturbine zal hierdoor in de toekomst ook veranderen. Voor de plaatsing van kleine windturbines kan in een omgevingsplan een omgevingsvergunningplicht worden opgenomen.
-9-
Bijlage 1: Begrippenlijst en manier van meten Een windturbine is binnen het Activiteitenbesluit een apparaat voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind. (Categorie 20 bijlage 1 Bor) Categorie 20
20.1. Inrichtingen: o a. voor het omzetten van: ▪ 1°. windenergie in mechanische, elektrische of thermische energie; ▪ 2°. hydrostatische energie in elektrische of thermische energie; ▪ 3°. elektrische energie in stralingsenergie; ▪ 4°. thermische energie in elektrische energie; o b. transformatorstations, met niet in een gesloten gebouw ondergebrachte transformatoren, met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer. 20.2. Voor de toepassing van onderdeel 20.1, onder a, 1°, blijven buiten beschouwing windmolens of windturbines met een rotordiameter kleiner dan 2 m.
Accentkleuren: felle aanwezige kleuren zoals rood, geel en blauw. As: middelpunt van de windmolen. Afhankelijk van verticale of horizontale windmolen. Wokkel: verticale windmolen zonder rotorbladen, in de vorm van een wokkel. Voorgevel: de gevel aan de voorzijde van een gebouw. Gevellijn: de denkbeeldige lijn op een bouwperceel die in het verlengde ligt van de gevel van het hoofdgebouw. Tiphoogte: masthoogte, vermeerderd met de helft van de rotordiameter. Omgevingsdialoog: De bedoeling hiervan is dat de initiatiefnemer, tijdig de omgeving betrekt bij de plannen en hierover actief communiceert. De omgevingsdialoog moet zijn uitgevoerd voordat de aanvraag binnenkomt, het verslag moet bij de aanvraag gevoegd worden. Zie ook: Handreiking_Omgevingsdialoog.pdf (nunspeet.nl)
- 10 -
- 11 -
Bijlage 2: afbakening bebouwde kom gemeente Nunspeet