AP 13 Bijlage 2 Cie RenW Ruimtelijke Onderbouwing Molijnlaan 166 en 172 versie 1.3 2022 05 16
Tekst van het document
Het project voor de bouw van het appartementengebouw (acht appartementen) en de vier vrijstaande woningen past binnen de doelstellingen van de SVIR.
24
3.1.2
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de nieuwe Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. De NOVI zal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervangen. Dit laatste zal - hoewel de NOVI is vastgesteld op grond van de (oude) Wet ruimtelijke ordening (Wro) - gebeuren op het moment dat de (nieuwe) Omgevingswet in werking treedt (op 1 juli 2022). Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI wordt ingegaan op urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal, als wereldwijd spelen. Deze opgaven omvatten onder andere klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid, en woningbouw. Het uitgangspunt in de aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Nationale belangen en prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de lange termijnvisie in beeld. Er zijn 21 nationale belangen bij de fysieke leefomgeving waarbij het Rijk een rol voor zichzelf ziet en waarvoor het kabinet in politieke zin aanspreekbaar is. De behartiging van de nationale belangen. en de realisatie van de daaruit voortvloeiende beleidsdoelen en opgaven gebeurt niet alleen door het Rijk, maar ook door de provincie en door de gemeenten.
Er zijn vier prioriteiten waar het Rijk op wil sturen en richting geven:
Prioriteit 1: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Prioriteit 2: Duurzaam economisch groeipotentieel. Prioriteit 3: Sterke en gezonde steden en regio's. Prioriteit 4: Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om een combinatie te maken en win-win-situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: •
•
•
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgevingen zoveel mogelijk voorzien in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
Uitvoeringsagenda De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht opgenomen van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd.
25
NOVI - Planspecifiek Het onderhavige plan voor de F.A. Molijnlaan 166-172 maakt de bouw van acht appartementen en van vier vrijstaande woningen mogelijk, dat is in totaal twaalf woningen. Het plan/project past binnen de beleidsdoelstellingen van de NOVI, zoals in het bijzonder binnen de “Prioriteit 3: Sterke en gezonde steden en regio’s”. De conclusie is dat het project F.A. Molijnlaan 166-172 past binnen de beleidsdoelstellingen van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Om die reden kan het project worden uitgevoerd en kan (kunnen) de aangevraagde omgevingsvergunning(en) worden verleend.
3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Rijk heeft met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) de nationale ruimtelijke belangen juridisch vastgelegd. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-)AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 (aangevuld d.d. 1 oktober 2012) in werking getreden. Barro - Planspecifiek Het Barro doet geen uitspraken met betrekking tot het projectgebied met het plan voor de bouw van acht appartementen en van vier vrijstaande woningen, en dus van in totaal twaalf woningen, of met betrekking tot soortgelijke situaties. Het Barro vormt derhalve geen belemmering voor het onderhavige project. Het Barro bevat geen belemmeringen voor het onderhavige project voor de bouw van een appartementengebouw (acht appartementen) en voor de vier vrijstaande woningen.
3.1.4
Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Ladder voor Duurzame Verstedelijking
Een ruimtelijk plan dient te worden beoordeeld aan de hand van de zogenoemde “Ladder voor duurzame verstedelijking”. Vraaggericht programmeren en vraaggericht realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en om krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en dient overprogrammering te worden voorkomen. Om beide te bereiken, is in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de "Ladder voor duurzame verstedelijking" opgenomen. Dit artikel is hieronder weergegeven. Artikel 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” Zie verder over de toetsing aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking” Hoofdstuk 5, Paragraaf 5.13. In Hoofdstuk 5, Paragraaf 5.13 wordt het onderhavige plan concreet getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Dit aan de hand van de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals deze is opgenomen in het bovengenoemde artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
26
3.2
Provinciaal en Regionaal Beleid
Het ruimtelijk beleid van de provincie Gelderland komt vooral tot uitdrukking in de door Provinciale Staten vastgestelde Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening.
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (2018)
In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid verwoord. In de Omgevingsvisie is het ruimtelijk-maatschappelijk beleid uiteengezet, en in de Omgevingsverordening wordt de juridische borging van het beleid geregeld om op die manier de provinciale belangen veilig te stellen. Vrijwel elke ontwikkeling in Gelderland heeft van doen met de inhoud van de Omgevingsvisie en met de bepalingen uit de Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie beschrijft hoe de provincie de komende jaren wil omgaan met ontwikkelingen en initiatieven. De provincie heeft twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie benadrukken. Deze doelen zijn: 1. een duurzame economische structuurversterking. 2. het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving. De Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening integreren en verbinden met het Waterplan, het Provinciaal Verkeer en Vervoerplan, het Streekplan (Structuurvisie), het Milieuplan en de Reconstructieplannen, zodat er één visie en één verordening is ontstaan. De Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening bevatten de hoofdlijnen voor de volgende maatschappelijke opgaven in Gelderland voor:
water; natuur en landschap; cultuur en erfgoed; milieu; energietransitie; landbouw; verkeer en vervoer; ruimtelijke ordening; wonen;
Met betrekking tot het wonen streeft de provincie er naar om vraag en aanbod op de woningmarkt met elkaar in balans te brengen en te houden. In de Regionale Agenda Wonen agenderen alle (relevante) partijen in een regio de regionale opgaven op het gebied van wonen. Zij maken afspraken over wat zij hieraan gaan doen. De provincie is één van de partijen. Als belangrijke doelgroepen van beleid zijn genoemd:
ouderen; mensen met een zorgindicatie; jongeren; arbeidsmigranten; middeninkomens.
De provincie Gelderland streeft op de woningmarkt naar een vraaggerichte in plaats van naar een aanbodgerichte benadering. Aangetoonde woningbehoefte (de vraag) zou moeten kunnen worden gefaciliteerd, in de vorm, op de plaats en op het moment dat deze zich voordoet.
27
Omgevingsvisie - Planspecifiek Er is sprake van een concrete plaatselijke vraag, met het project/plan F.A. Molijnlaan 166 - 172. Dit plan past geheel binnen het beleid als verwoord in de Omgevingsvisie Gelderland, omdat het project een binnen het bestaand stedelijk gebied te realiseren woningbouwproject is, waarmee een appartementengebouw (met acht appartementen) en vier vrijstaande woningen, zijnde in totaal twaalf woningen, worden gerealiseerd. Geconstateerd wordt daarom dat het plan in overeenstemming is met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie. Het plan/project voor een appartementengebouw (acht appartementen) en voor vier vrijstaande woningen past binnen het beleid van provincie Gelderland zoals is verwoord in de provinciale Omgevingsvisie.
3.2.2
Omgevingsverordening
Op 24 september 2014 werd door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De Omgevingsverordening van de provincie Gelderland is gebaseerd op de bovengenoemde Omgevingsvisie. Deze Omgevingsverordening werd op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de Omgevingsvisie van 2018. Op dit moment (april 2021) is een nieuw ontwerp van de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze nieuwe provinciale Omgevingsverordening zal aan het eind van 2021 worden vastgesteld. Een nieuw bestemmingsplan, zoals het onderhavige, moet worden getoetst aan de Regels van de Omgevingsverordening van de provincie. Volgens artikel 2.1, lid 1 (regionale woonagenda) stellen de gemeentebesturen een Regionale Woonagenda op. Volgens artikel 2.1, lid 2 zullen Gedeputeerde Staten de Regionale Woonagenda vaststellen. Volgens artikel 2 maakt een bestemmingsplan nieuwe woningen alleen mogelijk indien die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgesteld Regionale Woonagenda. Dit is getoetst in Paragraaf 3.3.3 “Woonvisie Goed Wonen in de Gemeente Nunspeet”. Omgevingsverordening - Planspecifiek Een nieuw bestemmingsplan moet voldoen aan de Instructieregels voor bestemmingsplannen zoals in de Omgevingsverordening zijn opgenomen.
Het aantal nieuwe woningen dat wordt gebouwd volgens het onderhavige project (acht woningen in het appartementengebouw en vier vrijstaande woningen) past in woningbouwbeleid van de provincie en van de gemeente (zie paragraaf 3.3.3. de Paragraaf “Woonvisie Goed Wonen in de Gemeente Nunspeet” voor de toetsing aan het gemeentelijke woningbouwbeleid). Er staan geen Regels in de Omgevingsverordening die het besluit over de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan “Nunspeet Noord en Oost” ten behoeve van het plan F.A. Molijnlaan 166 – 172 kunnen belemmeren.
28
Een nieuw bestemmingsplan moet voldoen aan de Instructieregels voor bestemmingsplannen zoals in de Omgevingsverordening zijn opgenomen. Het aantal nieuwe woningen dat wordt gebouwd volgens het onderhavige project (8 woningen in het appartementengebouw en 4 vrijstaande woningen) past in het woningbouwbeleid van de provincie en van de gemeente, zie ook Paragraaf 3.3.3. “Woonvisie Goed Wonen in de Gemeente Nunspeet” voor de toetsing aan het gemeentelijke woningbouwbeleid. Er staan geen regels in de Omgevingsverordening die het besluit over de omgevingsvergunning voor afwijken van voor het plan F.A. Molijnlaan 166 – 172 zullen belemmeren.
29
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Algemeen
In deze Paragraaf 3.3 wordt het beleid van de gemeente Nunspeet besproken dat gebruikt wordt zijn voor de Ruimtelijke Onderbouwing van het onderhavige project voor de voorgenomen bouw van het appartementengebouw(acht appartementen) en voor de bouw van de vier vrijstaande woningen op het perceel F.A. Molijnlaan 166 – 172 te Nunspeet.
3.3.2
Omgevingsvisie Nunspeet 2030
De Omgevingsvisie Nunspeet 2030, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 29 november 2018, is een richtinggevend beleidsstuk, dat een algemeen beeld geeft van de toekomst van Nunspeet. Het doel ervan is om samenhang te bereiken in diverse grote en kleine ontwikkelingen, die in de gemeente spelen en op stapel staan. Door een integrale benadering en het vormen van een eigen visie en wensbeeld, wil de gemeente meer grip krijgen op de ontwikkelingen, om zo meerwaarde te creëren. De structuurvisie is kaderstellend voor de lange termijn. Voor de kortere termijn gaat de structuurvisie uit van flexibiliteit waar het gaat om het benoemen van projecten. De Omgevingsvisie loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet die is gepland op 1 juli 2022. In deze Omgevingsvisie kijkt de gemeente met haar beleid vooruit tot circa 2030. De Omgevingsvisie vormt de beleidsmatige basis voor het toekomstige Omgevingsplan van de gemeente. In de Omgevingsvisie wordt een strategische ontwikkelrichting voor de gemeente neergelegd. De Omgevingsvisie is opgesteld in NEO-verband, dus door de drie gemeenten Nunspeet, Elburg, en Oldebroek gezamenlijk. In deel 2, onderdeel B, van de Omgevingsvisie is de centrale koers voor de drie NEO-gemeente uitgezet. Er zijn voor de gezamenlijke NEO-Omgevingsvisie de volgende overkoepelende thema's en opgaven uitgewerkt. • • • • •
Leefbare dorpen met een actieve samenleving! Aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit. Een vitaal economisch klimaat. Duurzaam, energieneutraal, en klimaatbestendig. Bereikbaar, nabij- en toegankelijk.
In deel 2, Onderdeel C, van de Omgevingsvisie volgt een Gebiedsgerichte uitwerking voor de drie NEOgemeenten. De volgende vijf deelgebieden worden hierbij onderscheiden: Deelgebied 1: Grootschalig open landschap / Randmerengebied. Deelgebied 2: Gemengd kleinschalig overgangsgebied. Deelgebied 3: Natura 2000-gebied Veluwe. Deelgebied 4: Agrarische enclaves. Deelgebied 5: Kernen. In deel 3 van de Omgevingsvisie is de visie voor de gemeente Nunspeet gegeven. De Thematische uitwerking (speerpunten) voor de gemeente Nunspeet zijn volgens deel 3, onderdeel B: Thema 1: Versterken sociaal-economische positionering. Thema 2: Een duurzame ontwikkeling van het (agrarische) buitengebied. Thema 3: Een vitale toeristisch-recreatieve sector bereiken.
30
Thema 4: Ruimtelijk inpassen van duurzame energieopwekking. Thema 5: Ontwikkeling stationsomgeving als levendig knooppunt in Nunspeet. Thema 6: Milieu- en gezondheidsbeleid initiëren en accommoderen. Thema 7: Behouden en versterken van de rijke cultuurhistorie van Nunspeet. De gebiedsgerichte uitwerking voor de gemeente Nunspeet vindt plaats in Ideekaarten in deel 3, onderdeel C, namelijk: Deelgebied 1: Grootschalig open landschap / Randmerengebied. Deelgebied 2: Gemengd kleinschalig overgangsgebied. Deelgebied 3: Natura 2000-gebied Veluwe. Deelgebied 4: Kern Nunspeet. Deelgebied 5: Kern Hulshorst. Deelgebied 6: Kern en agrarische enclave Vierhouten. Deelgebied 7: Kern en agrarische enclave Elspeet.
Omgevingsvisie Planspecifiek Voor het onderhavige plangebied is vooral van belang datgene wat in de Omgevingsvisie wordt geschreven in Deel C van de Gebiedsgericht Uitwerken Nunspeet (Ideekaarten) bij “Deelgebied 4, Kern Nunspeet”, en dat voor het onderhavige project van belang is. Hierin is geschreven: “Ambitie: Nunspeet is en blijft de centrumkern van onze gemeente. We ambiëren het minimaal behoud en zo mogelijk versterken van het voorzieningenniveau, zowel commercieel als niet-commercieel. De levendigheid en de uitstraling van het centrumgebied vormt een belangrijke toeristisch-recreatieve aantrekkingskracht, welke we graag verder uitbouwen met de betrokken ondernemers. (…..) Ook naar de toekomst toe heeft Nunspeet een belangrijke opvangfunctie voor de behoefte aan woningen en locaties voor bedrijvigheid. We gaan aan de slag met het [in] beeld brengen van de (on)mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen gezien de vele waarden in en om de kern Nunspeet.” Uitgangspunten kwaliteit: Veilige, stedenbouwkundige en landschappelijk goed ingepaste spoor kruisingen en een betere verkeersafwikkeling zowel voor snel als langzaam verkeer. Aanpak van stationsomgeving (dorpse karakteristiek herstellen). Groene structuren versterken en indien mogelijk water terugbrengen in de kern. Autoluw centrum, parkeren aan de randen, fietsvriendelijke kern.
De plannen voor de bouw van het appartementengebouw (met acht appartementen) en van de vier vrijstaande woningen passen binnen de Omgevingsvisie Nunspeet 2030. Dit, volgens het beleid voor de kern van Nunspeet, volgens het hoofdstuk “Deelgebied 4 Kern Nunspeet” (blz. 41) van de Omgevingsvisie Nunspeet.
31
3.3.3
Woonvisie “Goed Wonen in de gemeente Nunspeet”
De woonvisie "Goed wonen in de gemeente Nunspeet" is vastgesteld op 20 februari 2020. Met deze woonvisie wil het gemeentebestuur een nieuw fundament leggen voor voldoende aantrekkelijke woningen voor iedereen, een kwalitatief en energetisch hoogwaardige woningvoorraad, waar iedereen in elke levensfase, met of zonder zorgbehoefte, kan (blijven) wonen. In de woonvisie zijn de volgende ambities opgenomen: • • •
Betaalbare en passende woningen voor de lokale behoefte. Een duurzaam huis. Zorgzame en inclusieve wijken.
Het gemeentebestuur wil dat alle inwoners van de gemeente Nunspeet zo passend mogelijk wonen, en wil de vier kernen 'in balans' houden. Daarvoor is een uitbreiding van de woningvoorraad met circa 670 woningen nodig in de periode 2020 tot 2025, en tot 2030 met in totaal 950 woningen. Voor starters bestaat de grootste urgentie, maar ook het passend wonen voor senioren is een grote opgave. Dit vraagt vooral om meer betaalbare woningen: sociale huur en betaalbare koop. In de periode 2020-2025 wil het gemeentebestuur ten minste 135 sociale huurwoningen toevoegen en een vergelijkbaar aantal betaalbare koopwoningen. In Nunspeet zijn de landelijke ambities en normen voor verduurzaming ook vertaald naar het wonen in Nunspeet. Dit om een duurzame woningvoorraad te realiseren die zich kenmerkt door een zuinig energieverbruik of door energie neutrale woningen. De gemeente Nunspeet wil goed wonen voor mensen met een zorgbehoefte mogelijk maken. Dat vraagt om een integrale benadering van wonen, welzijn en zorg, samenwerking, mogelijkheden voor ontmoeting en geschikte woonvormen op de juiste plek. Mensen moeten zoveel mogelijk een wooncarrière in de eigen omgeving kunnen maken, zodat mensen goed wonen in een omgeving waar ze zich thuis voelen en waar zij een netwerk hebben of kunnen opbouwen.
Woonvisie “Goed Wonen in de gemeente Nunspeet” - Planspecifiek In februari 2020 is de woonvisie “Goed wonen in de gemeente Nunspeet” voor de periode 2020-2025 vastgesteld. In deze woonvisie heeft de gemeenteraad zijn ambities vastgelegd op het gebied van wonen. Aan de basis van deze ambities ligt dat de gemeente gaat voor voldoende aantrekkelijke woningen voor iedereen, een kwalitatief en energetisch hoogwaardige woningvoorraad, waar iedereen in elke levensfase, met of zonder zorgbehoefte, kan (blijven) wonen. Voorafgaand aan het opstellen van de woonvisie is een woningbehoefteonderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek is gekeken naar zowel de kwantitatieve woonbehoefte als naar de kwalitatieve woonbehoefte. De kwantitatieve woonbehoefte is gebaseerd op de huishoudensontwikkeling van de gemeente Nunspeet. Een toename van het aantal huishoudens zorgt voor een toename van de woningvoorraad. Voor de periode 2020 -2025 is berekend dat een uitbreiding van onze woningvoorraad met circa 665 woningen nodig is. Deze uitbreiding zal zich vooral moeten richten op de groepen starters en senioren. Maar ook gezinnen blijven een stevige basis vormen in de gemeente Nunspeet. Dit zorgt ervoor dat de behoefte aan koop-eengezinswoningen in Nunspeet ook in de toekomst groot blijft. De voorgenomen woningbouwontwikkeling aan de F.A.
Molijnlaan 166 -172 bestaande uit acht luxe appartementen en vier vrijstaande woningen was opgenomen in de plancapaciteit van de gemeente om in de verwachte woningbehoefte te kunnen voorzien. Voor de kwalitatieve woonbehoefte baseren wij ons op de uitkomsten van het landelijke woonbehoefteonderzoek (WoON 2018) waar de gemeente Nunspeet aan heeft deelgenomen. In dit onderzoek zijn de woonwensen meegenomen van de huishoudens in Nunspeet. Deze woonwensen zijn verbonden met de verwachte huishoudprognose waardoor inzichtelijk gemaakt is wat kansrijke en minder kansrijke segmenten zijn op de woningmarkt in Nunspeet. De gemeente Nunspeet kenmerkt zich
32
als een echte kopersmarkt, waarvoor geldt dat zowel voor de korte termijn als voor de lange termijn er behoefte bestaat aan woningen in alle koopprijssegmenten.
Het onderhavige project voor de bouw van acht appartementen en vier vrijstaande woningen past binnen het beleid van de gemeente Nunspeet zoals deze is vastgelegd in de woonvisie “Goed Wonen in de gemeente Nunspeet”.
3.3.4
Parkeernota gemeente Nunspeet 2014 en het Parapluplan Parkeren van de gemeente Nunspeet
Parkeren maakt deel uit van het totale verkeer- en vervoersysteem. Bij verbouw- of nieuwbouwplannen van bijvoorbeeld woningen of kantoren of bij een functiewijziging van bestaande panden in Nunspeet ontstaat vaak een nieuwe parkeerbehoefte voor auto- en fiets parkeren. Hoeveel parkeerplaatsen voor auto's en fietsen nodig zijn bij een bouwontwikkeling of functiewijziging kan worden berekend aan de hand van parkeernormen. Het is wenselijk dat er een goede parkeerbalans wordt opgesteld die rekening houdt met de gemeentelijke parkeernormen en die uitgaat van de parkeerbeleidsregels in het betreffende gebied. In de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014) wordt aangegeven hoe de parkeerbehoeftes voor auto's en fietsers worden berekend. De gehanteerde parkeernormen zijn gebaseerd op de parkeerkencijfers van het CROW (Nationaal kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur en openbare ruimte). De Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014) heeft de volgende ruimtelijk relevante uitgangspunten: Hoofddoel 1. De gemeente voert een parkeerbeleid dat (afgezien van pieken in de vraag) op acceptabele loopafstand voldoende parkeercapaciteit genereert. Beleidsuitgangspunten 2. De gemeente hanteert een vaste parkeernorm voor alle functies binnen de bebouwde kom. Deze norm komt overeen met de maximale norm van “schil centrum” uit publicatie 317 van de CROW. 3.
De gemeente maakt geen onderscheid in geografische ligging: centrum, schil en rest bebouwde kom. 4. Bij het toetsen van parkeernormen voor woningen moeten de berekeningsnormen worden gebruikt, waarbij er per woning tenminste 0,3 parkeerplaats voor bezoekers in de openbare ruimte of openbaar toegankelijk moet zijn, bij voorkeur binnen 100 m loopafstand. 5. Garages zonder oprit waarop geen ruimte is om de auto te parkeren, worden in de parkeernorm niet meegeteld. 6. Parkeergelegenheid vindt zo veel mogelijk op eigen terrein plaats. 7. De onderlinge uitwisselbaarheid (het dubbelgebruik) wordt door een parkeeronderzoek (uitgevoerd door een onafhankelijke deskundige) bepaald. Het parkeeronderzoek wordt betaald door de aanvrager. 8. Bij de herinrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van voldoende fietsparkeervoorzieningen. Toetsing vindt plaats aan de hand van tellingen en van de kencijfers in bijlage 1b van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014).
33
9. Een parkeerfonds is een goed instrument dat ruimte biedt om mee te werken aan initiatieven die op eigen terrein onvoldoende parkeerplaatsen kunnen realiseren. 10. De gemeente streeft bij herinrichtingen en nieuwbouw naar een indeling in parkeervakken om zodoende de herkenbaarheid te verbeteren. 11. De gemeente reserveert in ruimtelijke plannen parkeermogelijkheden voor gehandicapten. Het initiatief daartoe wordt genomen door de vergunningplichtige. Voor het overige wordt verwezen naar de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014). Van belang is dat er (mede) op basis van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014) er een bestemmingsplan “Parapluplan Parkeren” is vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 29 april 2021. Dit “Parapluplan Parkeren” geldt voor het grondgebied van de gehele gemeente. Nieuwe bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen en projecten die binnen de gemeente Nunspeet worden vastgesteld dienen ook de regels van het “Parapluplan Parkeren” in acht te nemen. Parkeernota gemeente Nunspeet 2014 - Planspecifiek De regels van het “Parapluplan Parkeren” dienen ook in acht worden genomen voor het onderhavige ruimtelijke project voor de realisering van het appartementengebouw voor acht appartementen en voor de vier vrijstaande woningen aan de F.A. Molijnlaan 166 – 172.
Of dit laatste het geval is wordt getoetst in Hoofdstuk 5, de Paragraaf 5.7van deze Ruimtelijke Onderbouwing die voor het onderhavige project is opgesteld.
Bij het onderhavige project wordt voor het onderhavige project rekening gehouden met het parkeerbeleid volgens de “Parkeernota van de gemeente Nunspeet 2014” en met het “Parapluplan Parkeren” van de gemeente Nunspeet. Voor de doorwerking van het parkeerbeleid bij het onderhavige project wordt verwezen naar Hoofdstuk 5, Paragraaf 5.7 van deze Ruimtelijke Onderbouwing.
34
HOOFDSTUK 4
CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE
4.1
Cultuurhistorie
4.1.1
De F.A. Molijnlaan en omgeving
Volgens het boek “Erfgoedatlas gemeente Nunspeet. Veluws landschap, historie en bewoners (Waanders, Zwolle 1915), was de heer F.A. Molijn waarschijnlijk de eerste die met een stedenbouwkundige bril naar de kern Nunspeet keek. Vanaf 1905 ontwikkelde hij onder de vlag van de “Maatschappij De Veluwe” en in nauwe samenwerking met de landschapsarchitect Leonard Springer een villapark aan de oostkant van het dorp, waarop zij bouwkavels uitgaven, nabij de Grooteweg, die de verbinding vormde tussen het station en de verffabriek Veluvine. De Grooteweg werd de ruggengraaat voor het genoemde project van de heer Molijn, de aanleg van een representatieve woonplek voor beter gesitueerden. De bekende landschapsarchitect L.A. Springer kreeg de opdracht om het gebied tot ontwikkeling te brengen. De omliggende gronden werden met gebogen lanen met de Grooteweg verbonden. Bestaand bos werd geïntegreerd en het plan werd ruimschoots van bomen en groen voorzien. In de nieuwe wijk kon een nieuwe categorie inwoners zich vestigen: bemiddelde import waaronder kunstschilders en andere welgestelden die door de aangename omgeving werden aangetrokken. 1 Deze Grooteweg heet nu de F.A. Molijnlaan, de laan waaraan het onderhavige project F.A. Molijnlaan 166 – 172 wordt ontwikkeld. Aan de bebouwing van de F.A. Molijnlaan is lang gewerkt. De eerste bouwgolf vond rond 2010 plaats.
Na de oorlog trad een verdichting op en werden steeds meer villa’s gebouwd. Het meest noordelijke deel, tussen de Laan en de huidige Secretaris Boerhoutweg, is pas rond 1965 aangelegd, toen de F.A. Molijnlaan via de verlengng van de F.A. Molijnlaan werd doorgetrokken naar de Elburgerweg. 2 Langs deze Grooteweg (de latere F.A. Molijnlaan) kwam ook het tracé van de Zuiderzeestoomtram te liggen, eveneens een project dat mede op initiatief van de heer Molijn was gestart. Doordat de wijk een privé-initiatief was, kreeg de wijk al vroeg elektrische verlichting langs de lanen. Pas in 1932 werden de wegen in het villapark aan de oostkant van het dorp overgenomen door de gemeente. De hiervoor genoemde Veluvine Verffabriek bleef als zelfstandig bedrijf tot 1965 bestaan. Daarna volgden diverse overnames. Uiteindelijk kwam het bedrijf in handen van Hoechst Holland. In 1973-1974 werd het bedrijf overgeplaatst naar Breda. De fabrieksgebouwen zijn in 1987 afgebroken. Sinds 2009 bevindt zich hier een multifunctioneel centrum, ook genaamd Veluvine (F.A. Molijnlaan 186). 3 De inspanningen van de heer Molijn en van de heer Springer hadden succes, en in de beginjaren van de twintigste eeuw vestigden zich schilders en welgestelden in het villapark van de heer Molijn en elders in de gemeente.4
1 Jan Neefjes en Hans Bloemink, Erfgoedatlas Gemeente Nunspeet. Veluws landschap, historie en bewoners (Waanders uitgeverij Zwolle
2015) 178. 2 Jan Neefjes en Hans Bloemink, Erfgoedatlas Gemeente Nunspeet. Veluws landschap, historie en bewoners (Waanders uitgeverij Zwolle 2015) 178. 3 Jan Neefjes en Hans Bloemink, Erfgoedatlas Gemeente Nunspeet. Veluws landschap, historie en bewoners (Waanders uitgeverij Zwolle 2015) 90-91. 4 Jan Neefjes en Hans Bloemink, Erfgoedatlas Gemeente Nunspeet. Veluws landschap, historie en bewoners (Waanders uitgeverij Zwolle 2015) 91.
35
4.1.2
Voormalige Huishoudschool
De voormalige huishoudschool is geen rijksmonument en ook geen gemeentelijk monument. De huishoudschool is in de Welstandnota wel als een karakteristiek pand genoemd, maar aan karakteristieke panden zijn in de bestemmingsplannen tot o.p heden geen regels aan verbonden voor wat betreft slopen en dergelijke. In 2013 werd door het gemeentebestuur de locatie aangekocht in verband met de mogelijke realisatie van een schoolcampus, maar in 2017 besloot de gemeenteraad van dat plan af te zien. In 2019 is de locatie F.A. Molijnlaan 166 (met een akte van ruiling, waardoor het noordelijke deel van het perceel F.A. Molijnlaan 172 in eigendom kwam van de gemeente, verkocht (in eigendom overgegaan) naar de huidige initiatiefnemers van het onderhavige plan.
Het projectgebied voor het onderhavige appartementengebouw en voor de vier vrijstaande woningen is gelegen aan de historische F.A. Molijnlaan. Dit laatste vraagt om een zorgvuldige stedenbouwkundige inpassing in het projectgebied (langs de F.A. Molijnlaan). De voormalige Huishoudschool is in de bijlage bij de Welstandsnota weliswaar als “karakteristiek” aangeduid, maar daar zijn in het bestemmingsplan geen regels met betrekking tot bijvoorbeeld het slopen aan gekoppeld.
4.2
Archeologie
4.2.1
Rijksbeleid
Het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (het Verdrag van Valetta) is in 1992 ondertekend. Het verdrag is middels de Wet op de archeologische monumentenzorg, die met een wijziging van de Monumentenwet (Wet op de archeologische monumentenzorg van 1 september 2007 5) in de Nederlandse wetgeving werd geïmplementeerd. De doelstelling van deze wet is om zo veel mogelijk bodemschatten in de bodem te behouden, waardoor aantasting van het bodemarchief wordt voorkomen. Verder werd met de genoemde aanpassing van de wet bevorderd, dat in een zo vroeg mogelijk stadium van de ruimtelijke planontwikkeling rekening wordt gehouden met archeologische waarden. Uitgangspunt is tevens dat bodemverstoorders zelf archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen betalen. De genoemde Wet op de archeologische monumentenzorg (onderdeel van de Monumentenwet / nu Erfgoedwet) legt de zorgplicht voor het archeologische erfgoed bij de gemeenten. De wet bepaalt, dat archeologie binnen het instrumentarium van de ruimtelijke ordening dient te worden meegewogen. De kern van de wetgeving is als volgt: • het Rijk is verantwoordelijk voor het verlenen van vergunningen ingevolge de Erfgoedwet en dus voor de aanwijzing van archeologische rijksmonumenten.
5 De wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden d.d. 1-9-2007. Deze wet werd onderdeel van de
Monumentenwet 1988. Deze laatste wet is daarna op 1 juli 2016 opgenomen in de Erfgoedwet.
36
•
de provincie kan archeologische attentiegebieden aanwijzen die moeten worden opgenomen in een bestemmingsplan van een gemeente, en de provincie kan verplichtingen opleggen bij ontgrondingen. • het inbedden van archeologie in ruimtelijke projecten. • het behouden en beschermen van waardevolle archeologie in de bodem. • verplicht archeologisch onderzoek bij bodemverstoring. • de bodemverstoorder betaalt de kosten van archeologisch onderzoek. De gemeente heeft ten aanzien van het omgaan met archeologie veel beleidsruimte om belangenafwegingen te maken.
4.2.2
Gemeentelijk Beleid
Het gemeentelijke beleid van de gemeente Nunspeet met betrekking tot archeologie is vastgelegd op de archeologische beleidskaart van de gemeente Nunspeet. De gegevens van deze onderliggende beleidskaart zijn opgenomen in de regels van de bestemmingsplannen van de gemeente en ook op de verbeeldingen van de bestemmingsplannen. Het projectgebied ligt in een zone die volgens het bestemmingsplan “Nunspeet Noord en Oost” deels de bestemming “Waarde Archeologie 2” heeft en deels de bestemming “Waarde Archeologie 3”. Mede naar aanleiding daarvan is het plan / project aan het aspect archeologie getoetst.
4.2.3
Archeologie en het Projectgebied
Met name vanwege het feit dat het projectgebied in een zone ligt die volgens het bestemmingsplan “Nunspeet Noord en Oost” deels de bestemming “Waarde Archeologie 2” heeft, en deels de bestemming “Waarde Archeologie 3”, was de reden om het plan/project nader aan het aspect archeologie te toetsen. Om die reden is er een archeologisch onderzoek verricht. In verband met eventuele archeologische vondsten is archeologisch onderzoek gedaan. Het onderzoek is verricht door bureau De Steekproef te Zuidhorn. Het naar aanleiding van het onderzoek opgestelde rapport is genoemd “Nunspeet, F.A. Molijnlaan 166-172. Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O). Verkennende Fase Definitief” (Steekproefrapport 2020-08/07) d.d. 31 augustus 2020. De aanleiding van het archeologisch onderzoek is de sloop van de huidige bebouwing en de nieuwbouw van vier huizen en van een appartementengebouw. De hiermee gepaard gaande graafwerkzaamheden vormen een bedreiging voor eventuele aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. In het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is bij het onderzoek uitgegaan van een hoge verwachtingswaarde voor vindplaatsen vanaf de steentijd.
Door de hoge ligging was het gebied tijdens alle archeologische periodes namelijk een geschikte vestigingsplek voor de mens. Er zijn tijdens het veldonderzoek (verkennende fase) twaalf boringen verricht. Deels in overeenstemming met wat verwacht werd op basis van het bureauonderzoek bestaat de opbouw van het plangebied uit een geroerde / verstoorde laag op dekzandafzettingen. In geen van de boringen zijn intacte bodemhorizonten gevonden, noch archeologische cultuurlagen of indicatoren. De bodem in het plangebied is tot in de Chorizont reeds verstoord geraakt. Op basis van het verrichte onderzoek is door drs. C.R.C. Schamp (senior KNA-archeoloog / prospector van het onderzoeksbureau De Steekpoef) een selectieadvies gegeven.
37
Selectieadvies door drs. C.R.C. Schamp (senior KNA-archeoloog / prospector) “In het plangebied is in alle boringen een verstoord / vergraven pakket aanwezig met een gemiddelde diepte van 90 centimeter beneden maaiveld. De bodem in het plangebied is niet meer intact en tot in de C-horizont reeds verstoord geraakt. Waarschijnlijk is dit gebeurd tijdens de bouw en terreininrichting van de opslagloods en van de oude huishoudschool. Op basis van de afwezigheid van intacte bodemhorizonten, cultuurlagen en/of archeologische indicatoren achten wij de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied Nunspeet, F.A. Molijnlaan 166-172, klein. Er zijn in het verleden en tijdens het veldwerk geen archeologische vondsten gedaan in het plangebied of in de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 500 meter). Wij adviseren daarom geen archeologisch vervolgonderzoek voor het onderzochte terrein aan de F.A. Molijnlaan 166-172 te Nunspeet. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gedaan bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Nunspeet.” Advies Regioarcheoloog De archeologische adviseur van de gemeente Nunspeet bij de Omgevingsdienst Noord Veluwe, de heer M.
Wispelwey, heeft op 31 augustus 2020 laten weten het bovenstaande selectieadvies op te volgen. De gemeente Nunspeet volgt het advies in dezen op.
Uit het verrichte archeologisch onderzoek zoals daarvan verslag is gedaan in het rapport “Nunspeet, F.A. Molijnlaan 166-172 (Gemeente Nunspeet, Gld). Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O). Verkennende Fase Definitief” van 31 augustus 2020 is geconcludeerd, dat er geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is.
Voor het rapport “Nunspeet, F.A. Molijnlaan 166-172 (Gemeente Nunspeet, Gld.) Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O). Verkennende Fase Definitief” (Steekproefrapport 2020-08/07) d.d. 31 augustus 2020, wordt verwezen naar Bijlage 1 bij deze Ruimtelijke Onderbouwing.
38
HOOFDSTUK 5
5.1
PLAN- EN PROJECTBESCHRIJVING
Toekomstige Stedenbouwkundige Structuur
De plannen voor het project herontwikkeling F.A. Molijnlaan 166 en 172 zijn, dat er een appartementengebouw wordt gerealiseerd voor acht luxe appartementen op het zuidelijke deel van het perceel F.A. Molijnlaan 166-172, en dat er daarnaast vier vrijstaande woningen op het noordelijke deel van het perceel F.A. Molijnlaan 166 – 172 worden ontwikkeld. Voor een overzicht van het project wordt verwezen naar onderstaande Afbeelding 5.1 “Projectgebied met de toekomstige stedenbouwkundige structuur”.
Afbeelding 5.1: Projectgebied met de toekomstige stedenbouwkundige structuur
39
5.2
Toekomstige Woonfunctie van het Appartementengebouw met 8 Appartementen
Volgens het plan zal er op het terrein van de voormalige huishoudschool , F.A. Molijnlaan 166, een appartementengebouw voor acht luxe appartementen worden ontwikkeld. Voor enkele gevelaanzichten volgens de bouwtekeningen d.d. 11 januari 2022, zie de Afbeeldingen hieronder.
Afbeelding 5.2: Bouwtekening van de Voorgevel (westgevel) van het Appartementengebouw (8 luxe Appartementen (d.d. 11 januari 2022)
40
Afbeelding 5.3: Bouwtekening van de Zijgevel (zuidgevel) van het Appartementengebouw (8 luxe Appartementen (d.d. 11 januari 2022) In de Afbeelding 5.2 (de voorgevel / de westgevel van het gebouw) en 5.3 (de zijgevel / de zuidgevel van het gebouw) hierboven is het definitieve ontwerp van het appartementengebouw weergegeven, volgens de bouwtekeningen d.d. 11 januari 2022 (zie ook Bijlage 25 bij deze Ruimtelijke Ordening).
5.3
Toekomstige Terreininrichting bij het appartementengebouw F.A. Molijnlaan 166
In onderstaande Afbeelding 5.4 is de toekomstige terreininrichting van het nieuwe appartementengebouw F.A. Molijnlaan 166 weergegeven., volgens de ingediende bouwtekeningen van d.d. 11 januari 2022 overeenkomstig het definitieve ontwerp.
41
Afbeelding 5.4: Terreininrichting en Plattegrond van het Gebouw. Appartementengebouw Molijnlaan 166
5.4
Aanvullende Functies aan de Woonfuncties
Er zijn geen aanvullende functies aan de woonfuncties gepland. Het geplande zwembad in het appartementengebouw is bedoeld voor het gebruik van de bewoners van het toekomstige appartementengebouw. Aan de achterzijde van het appartementengebouw wordt een relatief groot bijgebouw (bijbehorend bouwwerk) gebouwd. Dit bijgebouw is bedoeld voor garages voor privéauto’s (naast de parkeergarage die binnen het appartementengebouw zal worden gerealiseerd).
5.5
Huidige verkeerssituatie Plangebied F.A. Molijnlaan 166-172
5.5.1
Opname van de Huidige Verkeerssituatie F.A. Molijnlaan 166-172
Er is een verkeersonderzoek uitgevoerd voor het onderhavige gebied door het adviesbureau Bonotraffics. Dit onderzoek heeft geresulteerd in het rapport “Verkeerskundig Onderzoek. Herontwikkeling Huishoudschool Nunspeet (projectnummer 20.0172) d.d. 8 maart 2021. De verkeersfunctie- en situatie van de huidige situatie van het projectgebied zijn in het rapport als eerste uitgewerkt. In de huidige situatie ligt het plangebied er wat “verloren” bij. Zowel de voormalige huishoudschool als de loods ontsieren het beeld van de F.A. Molijnlaan. De F.A. Molijnlaan wordt gekenmerkt door een fraaie bomenrij en luwe villa’s langs beide zijden van de weg.
42
Afbeelding 5.5: Huidige situatie F.A. Molijnlaan ter plaatse van F.A. Molijnlaan 166 (ontleend aan rapport “Verkeerskundig Onderzoek Herontwikkeling Voormalige huishoudschool” van adviesbureau Bonotraffics d.d. 8 maart 2021, blz. 4.
Bij een bezoek is een aantal zaken opgevallen. De Molijnlaan is vrij smal voor een functie als “gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom”. De maximum toegestane snelheid bedraagt 50 km/uur, er is sprake van vrijliggende fietspaden en van een enkele onderbroken asstreep. De bromfietsen rijden conform het landelijke beleid over de rijbaan. Door de bomenrijen aan weerskanten van de weg wordt een druk verkeersbeeld versterkt. Het deel van de F.A. Molijnlaan tussen de Laan en de Oosterlaan is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg met een snelheidsregime van 50 km/uur. 5.5.2
Verkeersonveiligheid
Op wegvakniveau komen op dit deel van de F.A. Molijnlaan over het algemeen eenzijdige niet ernstige ongevallen voor. Het aantal geregistreerde ongevallen ligt laag, naar verwachting ligt het werkelijke aantal hoger. De geringe breedte van de weg en de kort aan de weg gesitueerde bomen zal naar verwachting geregeld leiden tot kleine ongevallen met alleen materiële schade.
5.6
Toekomstige Verkeerssituatie Plan F.A. Molijnlaan 166-172
De verkeersfunctie- en situatie en ook de parkeersituatie van het projectgebied zijn uitgewerkt in het rapport “Verkeerskundig Onderzoek. Herontwikkeling Huishoudschool Nunspeet” (projectnummer 20.0172) van Adviesbureau Bonotraffics d.d. 8 maart 2021. Onder het appartementengebouw komt een parkeervoorziening met 2 parkeerplaatsen per woning. Voor het appartementengebouw wordt voorzien in een inrit voor de bezoekers en een gecombineerde in-/uitrit voor bewoners en bezoekers. Voor de kavels van de vier vrijstaande woningen geldt, dat deze rechtstreeks worden ontsloten op de F.A. Molijnlaan en op de Boterdijk.
43
Afbeelding 5.6: Kaart “wegencategorisering rondom F.A Molijnlaan 166-172” (ontleend aan het rapport “Verkeerskundig Onderzoek Herontwikkeling Voormalige Huishoudschool” van Adviesbureau Bonotraffics d.d. 8 maart 2021, blz. 6.
Bij inpassing van het onderhavige project in de bestaande situatie wordt aangesloten op de bestaande wegen F.A. Molijnlaan en de Boterdijk.
5.6.1
Verkeersgeneratie naar functie
De toekomstige bestemming bestaat uit één functie, te weten de woonfunctie.de verkeersgeneratie is bepaald op basis van kencijfers van het CROW (publicatie 381). De verkeersgeneratie is gebaseerd d op de volgende kenmerken: • weinig stedelijk • schil centrum • de maximale norm van de gegeven bandbreedte Bij de verkeersgeneratie geldt nog een belangrijke vuistregel: • Hoofdgroep wonen: een weekdag wordt omgerekend naar werkdag door de kencijfers te vermenigvuldigen met 1,11.
44
In de onderstaande Tabel 5.A (gebaseerd op de tabel 2 uit het onderzoeksrapport) is de verkeersgeneratie per functie in kaart gebracht. Tabel 5.A
Verkeersgeneratie naar functie en totaal (ontleend aan tabel 2 van het onderzoeksrapport van Bonotraffics, blz. 8)
Categorie Koop, huis, vrijstaand Appartement
Verkeersgeneratie 8,3 (per woning) 7,6 (per woning)
Aantal 4 8
Totaal (afgerond)
5.6.2
Weekdag 33,2 60,8
Werkdag 36,85 67,49
94
105
Verdeling verkeer over het netwerk
Het appartementengebouw kent twee inritten op de F.A. Molijnlaan. De noordelijkste inrit zal naar verwachting worden gebruikt door de bewoners en de zuidelijke inrit door de bezoekers. Voor wat betreft de geplande vrijstaande woningen geldt, dat de twee woningen elk rechtstreeks op de F.A. Molijnlaan ontsluiten en de andere twee rechtstreeks op de Boterdijk.
5.6.3
Toekomstige verkeersintensiteiten nabij F.A. Molijnlaan 166 en 172
Op basis van de ontsluitingsstructuur van de geplande ontwikkeling F.A. Molijnlaan 166 en 172 is gekeken naar de gevolgen voor de verkeersintensiteiten op de F.A. Molijnlaan. In de onderstaande Tabel 5.B zijn de toekomstige te verwachten verkeersintensiteiten weergegeven voor de Molijnlaan. Voor de verdeling van de verkeersgeneratie vanaf de herontwikkeling is een 50/50 verdeling aangehouden. Gekozen is voor het avondspitsuur, gezien het feit dat dit het maatgevende spitsuur betreft. Tabel 5.B
Toekomstige verkeersintensiteiten (ontleend aan de tabel 3 uit het onderzoeksrapport van Bonotraffics, blz. 8) Weg Etmaalintensiteit Eén-uurs Avondspits Molijnlaan, richting station 3.843 304 Molijnlaan, richting rotonde Veluvine 4.343 370 Gevolgen voor de F.A. Molijnlaan voor wat betreft de toename van de verkeersintensiteiten De F.A. Molijnlaan is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg. De capaciteit van een 2x1 (2 maal één rijstrook) gebiedsontsluitingsweg wordt gesteld op circa 1.400 – 1.600 pae (personenautoeenheden) per uur. Dit komt overeen met circa 1.300 – 1.500 motorvoertuigen per uur. De verwachte verkeersintensiteiten komen in 2030 in de avondspitsperiode op in totaal circa 730 motorvoertuigen per uur. Zelfs met de relatief smalle rijbaan, en de dichtbij de rijbaan gesitueerde bomen, zal de toename in verkeersintensiteit ten gevolge van de herontwikkeling van F.A. Molijnlaan 166 en 172 niet tot problemen leiden. De toename van circa 10 voertuigen in het maatgevend spitsuur bedraagt slechts circa 1,5 % van de huidige verkeersbelasting. Gevolgen voor de Boterdijk voor wat betreft de toename van de verkeersintensiteiten Op de Boterdijk worden alleen de twee vrijstaande woningen ontsloten. Dit geeft een verwaarloosbare extra verkeersbelasting van nog geen 20 verkeersbewegingen per etmaal. 5.6.4
Ontsluiting geplande ontwikkeling
De uitritten kunnen net als bij de bestaande woningen rechtstreeks op de F.A. Molijnlaan worden ontsloten. Dit is doorgerekend door het adviesbureau Bonotraffics. Uit deze berekeningen blijkt dat de
45
wachttijd gering is. Dit is van belang, aangezien hieruit de conclusie kan worden getrokken dat er geen onacceptabele risico’s worden genomen bij het oprijden of verlaten van de F.A. Molijnlaan vanaf of richting de nieuwe woningen/appartementen. De vier vrijstaande woningen worden alle vier via een eigen uitrit ontsloten op de F.A. Molijnlaan of op de Boterdijk. Voor met name de F.A. Molijnlaan geldt dat aandacht is gewenst voor de uitzichtshoeken in relatie tot de aanwezige bomen. De keuze van de exacte locatie van de uitritten zal in overleg met de deskundigen van de gemeente moeten worden bepaald. Niet alleen de verkeerskundige, maar ook een specialist op het gebied van de kwaliteit van bomen zal hierna moeten kijken. Vanzelfsprekend betreft het hier ook het zicht op de fietsers op het fietspad langs de F.A. Molijnlaan. Voor wat betreft de ontsluiting van de appartementen is gekozen voor een dubbele inrit, waarbij één inrit tevens een uitrit is. Op zich is dit goed inpasbaar, mits ook hier rekening wordt gehouden met de uitzichtshoeken in relatie tot de aanwezige bomen. Ook hier geldt dat de exacte locatie samen met de deskundigen van de gemeente moet worden bepaald bij de uitvoering van het project. Zie voor het rapport “Verkeerskundig Onderzoek Huishoudschool Nunspeet” door het adviesbureau Bonotraffics (20.0172) d.d.
8 maart 2021, Bijlage 17 bij deze Ruimtelijke Onderbouwing.
5.7
Parkeren bij het Project F.A. Molijnlaan 166 - 172
5.7.1
Uitgangspunten voor het parkeren
Het aspect parkeren voor het project F.A. Molijnlaan 166-172 is onderzocht door het adviesbureau Bonotraffics. De resultaten van het onderzoek zijn verwoord in het rapport “Verkeerskundig Onderzoek Herontwikkeling Huishoudschool Nunspeet” (Projectnummer 20.0172) d.d. 8 maart 2021, waarbij het onderwerp Parkeren is uitgewerkt in Hoofdstuk 5. Verwezen wordt naar de Parkeernota van de gemeente Nunspeet uit 2014. In deze Parkeernota is aangeven dat voor de parkeernomen deze is gebaseerd op: • De parkeernomen zoals opgenomen in de Parkeernota. • De parkeernormen in de Parkeernota zijn gebaseerd op publicatie 317 van het CROW. • De parkeernorm in de Parkeernota is gebaseerd op de volgende kenmerken uit de genoemde publicatie: o Weinig stedelijk. o Schil centrum. o De maximale norm van de gegeven bandbreedte. De verwachte parkeervraag van het bouwplan is vastgesteld aan de hand van de parkeernormen, zoals beschreven in de Parkeernota van de gemeente Nunspeet. 5.7.2
Parkeerbehoefte
Woningen In de Parkeernota wordt gesteld dat het parkeren voor bewoners bij voorkeur op eigen terrein dient te worden geregeld. Voor de bezoekers van woningen dient bij voorkeur binnen een loopafstand van 100 meter voldoende parkeergelegenheid aanwezig te zijn.
46
Tabel 5.C
Parkeernormen (ontleend aan paragraaf 5.1 van het onderzoeksrapport van Bonotraffics, blz. 11)
Parkeernormen Woningen Vrijstaande woningen Appartementen
5.7.3
Aantal woningen 4 8
Parkeernormen 2,5 (incl. 0,3 bezoekersaandeel) 2,1 (inclusief 0,3 bezoekersaandeel)
Parkeervraag
De verwachte parkeervraag van het project/plan is vastgesteld aan de hand van de parkeernormen zoals hiervoor staan beschreven. Om de parkeervraag in beeld te brengen is allereerst de parkeerbalans vastgesteld. Aansluitend hierop is gekeken naar de maximale parkeervraag per moment. Tabel 5.D
Parkeervraag (ontleend aan Tabel 4 van het onderzoeksrapport van Bonotraffics, blz. 12)
Parkeerbalans Bestemming Vrijstaande woningen, koop Bewoners Bezoekers Appartementen Bewoners Bezoekers
Eenheden Aantal 4 4
Parkeerkencijfers
Parkeervraag
2,2 0,3
8,8 1,2
8 8
1,8 0,3
14,4 2,4
De theoretische parkeervraag voor de appartementen is zowel voor de werkdag als het weekend bepaald. De aanwezigheidspercentages die hierbij zijn gebruikt zijn, afkomstig van de CROW - publicatie 317 “kencijfers parkeren en verkeersgeneratie”. Tabel 5.E
Theoretische parkeervraag appartementen (ontleend aan tabel 6 van het onderzoeksrapport van Bonotraffics, blz. 13)
Theoretische parkeervraag naar moment van het appartementencomplex Tijdstip Functie Werkdag Werkdag Werkdag Werkdag ochtend middag avond nacht Bewoners 7,2 7,2 12,96 14,4 Bezoekers 0,24 0,48 1,92 0 Totaal 7,44 7,68 14,88 14,4
5.7.4
Zaterdag middag 8,64 1,44 10,08
Zaterdag avond 11,52 1,92 13,44
Faciliteren parkeervraag
Vrijstaande woningen Voor de vier vrijstaande woningen geldt een parkeernorm van 2,5 per woning, inclusief het bezoekersdeel. Gezien deze parkeernorm en het parkeerbeleid van de gemeente Nunspeet, met een theoretisch gemiddeld autobezit van 2,2 per woning, geldt dat bij iedere woning 3 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Hiermee is tevens in de praktijk de bezoeker van een woning gefaciliteerd. Appartementen Voor de appartementen geldt dat voor de bewoners in de parkeervoorziening onder het complex per woning twee parkeervoorzieningen worden opgenomen. De maximale theoretische parkeervraag van de
47
bewoners van de appartementen komt op 14,4, waarmee voor de bewoners wordt voorzien in de parkeervraag met de 16 parkeervoorzieningen onder het complex. Voor de bezoekers komt de maximale parkeervraag op 1,92. Geadviseerd wordt om dan ook minimaal 2 parkeerplaatsen op maaiveld in het plan te realiseren. (Volgens de bouwtekeningen is er rekening gehouden met 10 parkeerplaatsen op maaiveldniveau). 5.7.5
Aanbevelingen van het rapport m.b.t. het parkeren
Voor het invullen van de parkeervraag geldt voor de vrijstaande woningen dat kan worden volstaan met 3 parkeerplaatsen op eigen terrein per woning. Voor de appartementen geldt dat het parkeren voor de bewoners wordt voorzien in de parkeergarage met de 16 parkeerplaatsen. Voor de bezoekers van de appartementen moeten minimaal 2 parkeerplaatsen op maaiveld worden gerealiseerd. Het verdient echter aanbeveling om bij de appartementen het aantal parkeerplaatsen op maaiveld te verhogen naar bijvoorbeeld 4 of 6. Volgens de laatste bouwtekeningen is rekening gehouden met 10 parkeerplaatsen op maaiveldniveau,
Bij het project moet worden voldaan aan de parkeernormen zoals deze zijn berekend. Voor de vrijstaande woningen geldt dat kan worden volstaan met 3 parkeerplaatsen op eigen terrein per woning. Voor het parkeren voor de appartementen geldt dat het parkeren voor de bewoners wordt voorzien in de parkeergarage met 16 parkeerplaatsen. Voor de bezoekers van de appartementen moeten minimaal 2 parkeerplaatsen op maaiveld worden gerealiseerd. Het verdient volgens het parkeeronderzoek echter aanbeveling om bij de appartementen het aantal parkeerplaatsen op maaiveld te verhogen naar bijvoorbeeld 4 of 6. Volgens de laatste bouwtekeningen is rekening gehouden met 10 parkeerplaatsen op maaiveldniveau,
Zie voor het rapport “Verkeerskundig Onderzoek Huishoudschool Nunspeet” door het adviesbureau Bonotraffics (20.0172) d.d. 8 maart 2021, de Bijlage 17 Bij deze Ruimtelijke Ordening.
5.8
Water in de omgeving van het projectgebied
Er is naar aanleiding van de Watertoets, vooroverleg gevoerd met het Waterschap Vallei en Veluwe. In verband daarmee is er op 26 maart 2021 een e-mailbericht gezonden door het Waterschap (mw. J. de Ruijter). Uit de digitale watertoets komt naar voren dat voor de ontwikkeling het verhard oppervlakte zal toenemen met circa 1.500 m2. De Keur van het Waterschap stelt dat wanneer er meer dan 1.500 m 2 extra
48
verharding (o.a. wegen en daken) in stedelijk gebied wordt toegevoegd en dit wordt afgevoerd op oppervlaktewater er watercompensatie gerealiseerd dient te worden. Er is geen oppervlaktewater aanwezig in het plangebied en niet in de buurt, dus het Waterschap stelt geen eisen aan waterberging. Dit neemt niet weg dat er waterberging nodig is. Voor dit plan gelden de eisen van de gemeente Nunspeet voor waterberging. Dit houdt in dat er hemelwaterinfiltratie dient plaats te vinden op het erf van het appartementengebouw en bij de vier vrijstaande woningen. Dit zal bij de omgevingsvergunningen voor de “activiteit bouwen” als een voorschrift worden opgenomen. Voor het appartementengebouw zijn reeds berekeningen uitgevoerd voor de hemelwaterafvoer (HWA), zie bijlage 20 bij deze Ruimtelijke Onderbouwing. Zie ook Hoofdstuk 6, Paragraaf 6.6 van deze Ruimtelijke Onderbouwing. Voor wat betreft het Waterschap was er geen nader overleg nodig, omdat er geen water zal worden afgevoerd op het oppervaktewatersysteem en de waterberging met de gemeente zal worden afgestemd. Er dient hemelwaterinfiltratie plaats te vinden op het erf van het appartementengebouw en bij de vier vrijstaande woningen. Dit zal bij de omgevingsvergunningen voor de “activiteit bouwen” als een voorschrift worden opgenomen.
Voor het appartementengebouw zijn reeds berekeningen uitgevoerd voor de hemelwaterafvoer (HWA), zie hiervoor bijlage 20 bij deze Ruimtelijke Onderbouwing. Zie ook Hoofdstuk 6, Paragraaf 6.6 van deze Ruimtelijke Onderbouwing.
Voor de “Watertoets” van het Waterschap Vallei en Veluwe” (dossiernummer 20210310-10-25793) d.d. 10 maart 2021, zie Bijlage 19 bij deze Ruimtelijke Onderbouwing. Voor de Berekening Hemelwater (HWA) Infiltratie voor het appartementengebouw (8 appartementen) d.d. 12 oktober 2021, zie hiervoor Bijlage 20 bij deze Ruimtelijke Onderbouwing.
5.9
Groen in de omgeving van het projectgebied
Bomen bij/op het perceel F.A. Molijnlaan 166 In verband met het groen en de aanwezige bomen is het volgende onderzoek t.b.v. het onderhavige project uitgevoerd, namelijk: “Boom Effect Analyse F.A. Molijnlaan 166 te Nunspeet” door BSN Bomenservice Inspectie & Advies (projectcode 170117) d.d. 17 oktober 2017, zie Bijlage 21 bij deze Ruimtelijke Onderbouwing. De standaardvraag van een Boom Effect Analyse (BEA) is; “Kunnen de bomen, in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden, in hun verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden blijven?” In de conclusies van het onderzoek wordt aanbevolen om in elk geval de eiken langs de Molijnlaan te behouden (dit zijn gemeentelijke bomen). Verder wordt aanbevolen om in elk geval de vijf beuken (zie voor de locatie daarvan het rapport), die aan de noordzijde van het perceel F.A. Molijnlaan 166 staan, te behouden. Verder wordt in het rapport aanbevelingen gedaan over aan te houden afstanden die in acht moeten worden genomen bij de bouw- en andere werkzaamheden (zie Paragraaf 5.2 “Bomen en afstand tot werkzaamheden” van het rapport). Daarnaast worden aanbevelingen gedaan voor de in- en uitritten voor het (werk)verkeer (zie Paragraaf 5.3 “Bomen en in- en uitrit werkverkeer”). Met het rapport dient nadrukkelijk rekening te worden gehouden bij de uitvoering van de plannen.
49
Boomzonegebied Het project F.A. Molijnlaan 166 -172 bevindt zich volgens de Bomenverordening (laatstelijk vastgesteld d.d. 28 oktober 2021) in een “Boomzonegebied”. Een “Boomzonegebied” is “een door de raad vastgesteld gebied met een bosachtig karakter binnen de bebouwde kom(men) zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaarten (bijlage 1), waar afwijkende regels zijn gesteld voor het vellen van bomen”. In artikel 4 van de Bomenverordening is onder meer een verbod opgenomen om zonder vergunning van het bevoegd gezag “bomen staande in [een] Boomzonegebied (….) met een stamomtrek van 120 centimeter of groter te vellen of te doen vellen (….)”. Dergelijke bomen, staande in het projectgebied, worden derhalve als zodanig beschermd. Bomen bij/op het perceel F.A. Molijnlaan 172 Voor de bomen bij/op het perceel F.A. Molijnlaan 172 wordt verwezen naar het memo van de gemeente van juni 2018 dat als Bijlage 22 is opgenomen bij deze Ruimtelijke Onderbouwing, met een verwijzing naar de Tekeningen (juni 2018) die als Bijlage 23 zijn opgenomen bij deze Ruimtelijke Onderbouwing. Met deze inventarisatie van het groen en van de bomen dient rekening te worden gehouden bij de verdere uitwerking en uitvoering van de plannen. Groenstructuur / Groenzone De groenstructuur in het gebied tussen F.A.
Molijnlaan 166 (appartementengebouw op het terrein van de voormalige Huishoudschool) en het perceel waar de 4 nieuwe vrijstaande woningen worden gebouwd is in het Beeldkwaliteitsplan (BKP) voor de vier vrijstaande woningen (zie Bijlage 18 bij deze Ruimtelijke Onderbouwing) vastgelegd. De verplichting tot het realiseren en het instandhouden van deze groenstrook, als een buffer, zal in de anterieure overeenkomst, die zal worden gesloten met de initiatiefnemers van het plan, worden opgenomen, en tevens zal deze verplichting worden opgenomen als een voorwaarde bij de te verlenen omgevingsvergunning(en). Nader onderzoek naar waardevolle eiken op het perceel Molijnlaan 166 Er wordt op verzoek van de gemeente (na 13 mei 2022) nog een nader onderzoek uitgevoerd naar de waardevolle eiken die zich op het perceel Molijnlaan 166 bevinden. Dit als aanvulling op het rapport “Boom Effect Analyse F.A. Molijnlaan 166 te Nunspeet” van 17 oktober 2017.
De verplichting tot het realiseren en instandhouden van de groenstrook, als een buffer, zoals aangegeven op de tekening bij het Beeldkwaliteitplan (BKP) (zie Afbeelding 5.7), en zie ook Bijlage 18 bij deze Ruimtelijke Onderbouwing, zal in de anterieure overeenkomst, die zal worden gesloten met de initiatiefnemers van het plan, worden opgenomen. Deze verplichting tot het realiseren en het instandhouden van deze groenstrook, zal tevens als een voorwaarde/voorschrift bij de te verlenen omgevingsvergunning(en) worden opgenomen.
Voor het rapport “Boom Effect Analyse F.A. Molijnlaan 166 te Nunspeet” door BSN Bomenservice Inspectie & Advies (projectcode 170117) d.d. 17 oktober 2017, zie Bijlage 21 bij deze Ruimtelijke Onderbouwing. Voor het “Memo van de Gemeente Nunspeet met betrekking tot het Groen en de Bomen op de percelen F.A. Molijnlaan 166 en 172” van juni 2018, zie Bijlage 22 bij deze Ruimtelijke Onderbouwing. Voor de “Tekeningen met nummers van de geïnventariseerde bomen waarnaar wordt verwezen in het Memo van de Gemeente” van juni 2018, zie Bijlage 23 bij deze Ruimtelijke Onderbouwing.
50
5.10 Beeldkwaliteit / Welstand en het Plan voor de Bouw van het Appartementengebouw (acht luxe appartementen) Als appartementengebouw op het perceel F.A. Molijnlaan 166 dient er een “bijzonder” en “voornaam” gebouw te worden gerealiseerd die past in de omgeving van de Molijnlaan, waaraan reeds eerder karakteristieke gebouwen zijn gerealiseerd in de loop der tijd (vanaf circa 1905). Er zijn gebouwen onder architectuur gerealiseerd langs de F.A. Molijnlaan, zoals veel villa’s en andere grotere gebouwen (zoals de Veluvine). Het appartementengebouw moet in een groene setting komen te staan. Dit, zonder fysieke scheidingen, zodat de openbare ruimte overgaat in het groene tuinplan. De aanwezigheid van bomen, die behouden dienen te blijven, zorgen voor een filtering en voor een achtergrond. Het appartementengebouw is in twee delen opgezet en er is sprake van gelaagdheid in architectuur. De maximale bouwhoogte van het gebouw is 13,50 meter. Het is een eis dat de kleuren en materialen van het appartementengebouw moeten passen in het palet van de Molijnlaan.