CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 12. St.t.i. Bijlage 5. Memo AERIUS-berekening van Marleplantsoen

Raadsvergadering 28 november 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Ontwerp Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) Van Marleplantsoen.4.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Berekening t.b.v. Wet natuurbescherming Van Marleplantsoen, Nunspeet Gemeente Nunspeet

1

Gegevens over het plan: Plannaam: Datum: Projectnummer Buro SRO:

Berekening t.b.v. Wet natuurbescherming van Marleplantsoen 16 mei 2024 SR230079

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

Lengkeek

Gegevens Buro SRO: Adres: Telefoon: E-mail: Internet:

’t Goylaan 11 3525 AA te Utrecht 030-2679198 utrecht@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl

2

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding ................................................................................................................. 4

1.1

Aanleiding ........................................................................................................................... 4

1.2

Projectbeschrijving ............................................................................................................. 5

1.3

Wettelijk kader .................................................................................................................... 6

1.4

Leeswijzer ........................................................................................................................... 6

Hoofdstuk 2

Verkeers- en ruimtelijke gegevens ......................................................................... 7

2.1

Ruimtelijke gegevens ......................................................................................................... 7

2.2

Gebruiksfase ....................................................................................................................... 7

2.3

Sloop- en bouwfase ............................................................................................................ 7

2.4

Referentie situatie .............................................................................................................. 9

Hoofdstuk 3 Berekeningen en resultaten gebruiksfase en sloop- en bouwfase ........................... 11 3.1

Verschilberekening gebruiksfase .................................................................................... 11

3.2

Verschilberekening bouwfase .......................................................................................... 12

3.3

Verschilberekening sloop en bouwrijp maken ................................................................ 13

Hoofdstuk 4 Samenvatting en conclusies ..................................................................................... 14

3

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens om op de planlocatie aan het Secretaris van Marleplantsoen de bestaande woningen te slopen en hier nieuwe woningen te bouwen. Het voorgenomen plan gaat gepaard met de uitstoot van stikstof in de gebruiks- en aanlegfase. Derhalve moet in beeld gebracht worden wat de mogelijke effecten van de ontwikkeling zijn op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. In voorliggende rapportage worden de mogelijke effecten in beeld gebracht. De onderzoek locatie is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ bevindt zich op ca. 900 m afstand van de onderzoek locatie. Tevens ligt het Natura 2000-gebied ‘Veluwerandmeren’ op ca. 3,2 km afstand. De onderstaande afbeelding laat de locatie zien ten opzichte van de omliggende Natura 2000gebieden.

Ligging plangebied (rood) ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)

4

1.2

Projectbeschrijving

Het planvoornemen is om diverse bebouwingstypologiën en groenstructuren in het plangebied toe te passen die aansluiten op de omgeving. Binnen het plangebied worden drie gebouwen gerealiseerd; twee losse parkvilla's en één geschakeerde bouwmassa. De villa's komen langs de Secretaris Mulderweg te liggen en het derde gebouw komt aan de zijde van de Elburgerweg te liggen. Dit gebouw heeft een langere vorm, waardoor een groene binnenruimte ontstaat die aansluit op de tuinen van De Bunterhoek. De twee gebouwen aan de Secretaris Mulderweg worden twee- en drielaags uitgevoerd. Het merendeel van de appartementen in deze gebouwen zijn 70-90 m². Het derde gebouw vormt een begrenzing voor het park. In harmonie met de Bunterhoek gaat het in dit gebouw om de golvende lengte in het park. Ook hiervoor zal de hoogte wat gebroken moeten worden, echter is het goed mogelijk om een accent te brengen aan het centrale deel van het nieuwe Marleplantsoen. Het aantal sociale huurwoningen is in dit gebouw hoger dan in de andere gebouwen. In totaal worden er 86 woningen gerealiseerd: • 34 sociale huurwoningen • 16 midden huurwoningen • 10 goedkope koopwoningen • 26 hoge koopwoningen Het parkeren wordt grotendeels mogelijk gemaakt aan de zijde van de Elburgerweg, zodat er in het hart van het gebied meer ruimte is voor een groene invulling. Op de navolgende afbeelding is de toekomstige situatie weergegeven.

3D impressie beoogde situatie (bron: Lengkeek)

5

1.3

Wettelijk kader

In de Wet natuurbescherming is voorgeschreven dat voor alle activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden een vergunning vereist is. Verzuring en vermesting is één van die mogelijk negatieve effecten. Voor ieder habitattype binnen een Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor verzuring en/of vermesting is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld. De KDW geeft de grens aan waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Door middel van het rekeninstrument AERIUS wordt de stikstofdepositie berekend als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden. Het rekeninstrument AERIUS was één van de pijlers van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Het PAS maakt onderdeel uit van de Crisis- en herstelwet (Chw). Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State uitspraak gedaan omtrent het PAS. Het PAS mag niet meer gebruikt worden als basis voor toestemming voor ‘activiteiten’. Hiermee is het PAS buiten werking gesteld. Het systeem van het PAS was erop gebaseerd dat vooruitlopend op toekomstige positieve ontwikkelingen voor beschermde natuurgebieden toestemming gegeven kan worden voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden door stikstofuitstoot.

Die toestemming ‘vooraf’, zoals het PAS mogelijk maakte, mag niet meer, aldus de RvS. Projecten en of activiteiten dienen, in afwachting van een nieuwe PAS, zelfstandig beoordeeld te worden op grond van de Wet natuurbescherming. In de uitspraak van 29 mei 2019 is ook specifiek ingegaan op de AERIUS Calculatie. In rechtsoverweging 39.3 is bepaald dat AERIUS nog wel gebruikt kan worden voor de effectbepaling op grotere (meer dan 50 meter) afstand. Voor berekeningen op kortere afstand wordt een tweede berekening met een ander rekenpakket aanbevolen. De onnauwkeurigheid van AERIUS zat voornamelijk in emissie berekeningen bij agrarische bedrijven waar het emissiepunt zich op enige hoogte bevond. In de AERIUS module van september 2019 zijn de bezwaren van de Afdeling bestuursrechtspraak zoals verwoord in de uitspraak van 29 mei weggenomen. Vervallen bouwvrijstelling Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022, waarbij de ‘bouwvrijstelling’ is komen te vervallen, dient nu ook de aanleg-/aanlegfase berekend te worden. Op 25 november 2022 heeft de minister voor Natuur en Stikstof het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld.

Hiermee zijn de aanwijzingsbesluiten van 101 Natura 2000-gebieden gewijzigd, bijvoorbeeld omdat habitattypen op het moment van aanwijzen aanwezig bleken te zijn, maar destijds niet zijn opgenomen in de oorspronkelijke aanwijzingsbesluiten. Deze nieuwe habitatrichtlijnen zijn opgenomen in de AERIUS Calculator versie 2022.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk worden in hoofdstuk 2 de verkeers- en ruimtelijke gegevens beschreven. De uitgevoerde verschilberekening en de resultaten worden beschreven in hoofdstuk 3. Ten slotte wordt in hoofdstuk 4 de conclusie getrokken.

6

Hoofdstuk 2 2.1

Verkeers- en ruimtelijke gegevens

Ruimtelijke gegevens

Bij een stikstofdepositieberekening wordt rekening gehouden met de Natura 2000-gebieden binnen een straal die relevant is voor de omvang van het plan. Binnen een straal van 10 km zijn meerdere Natura 2000-gebieden aanwezig. Het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ bevindt zich op van ca. 900 meter ten oosten van het plangebied. Het Natura-2000 gebied ‘Veluwerandmeren’ bevindt zich op ca. 3.200 meter ten noordwesten van het plangebied.

2.2

Gebruiksfase

Het gebruik van het plangebied neemt in de gebruiksfase verkeersbewegingen met zich mee. Voor de berekening van verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren”. Met de beoogde ontwikkeling worden woningen gerealiseerd. Uitgegaan wordt van een ‘weinig stedelijk’-woonmilieu in de ‘schil centrum’. De tabel op navolgende pagina toont de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling. In totaal is er afgerond sprake van een verkeersgeneratie van 464 voertuigbewegingen in licht verkeer per etmaal. CROW-categorie

Aantal

Verkeersgeneratie per woning

Huur, appartement, midden/goedkoop

50

4,1

Verkeersgeneratie per etmaal 205

Koop, appartement, goedkoop

10

5,8

58

Koop, appartement, duur

26

7,7

200,2

Totaal

463,2

Bij de invoer in AERIUS is uitgegaan één route. Deze route loopt van het Secretaris van Marleplantsoen via de Secretaris Mulderweg en de Secretaris Boerhoutweg naar de Laan. Vervolgens rijdt het verkeer in noordelijke richting via de F.A. Molijnlaan naar de Elburgerweg. Vanaf hier gaat het verkeer over in het heersende verkeersbeeld. De nieuwe woningen worden niet aangesloten op het gas, waardoor deze niet meegenomen worden in de berekening.

2.3

Sloop- en bouwfase

Naast het toekomstig gebruik (gebruiksfase) is ook de stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase van het project van belang. Bij de bouw zijn gedurende enige tijd voertuigen en mobiele werktuigen aanwezig en is sprake van voertuigbewegingen van werklieden en materialen van en naar de bouwplaats. Mobiele werktuigen en verkeersgeneratie De voertuigen en mobiele voertuigen die aangedreven worden door een verbrandingsmotor veroorzaken een toename van de stikstofemissie. De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Ten behoeve van de berekening van de emissies NOx door mobiele werktuigen dient de gebruiker per stageklasse het brandstofverbruik aan te geven (liter brandstof per jaar), het aantal draaiuren en (bij aanwezigheid van een SCR) het AdBlue-verbruik. Voor Stage IV werktuigen, waarmee gerekend is, kan uit worden gegaan van het normale AdBlue-verbruik dat door TNO is opgegeven. Dit is 6% van het brandstofverbruik (Ligterink et al 2021). Het dieselverbruik is conform het TNO rapport R12305 bepaald. TNO houdt rekening met de aandrijfconfiguratie (vaste as, transmissie, hydrauliek), de stand-by tijd bij de soort inzet (wisselend

7

en constant) en de verliezen. TNO gaat voor werktuigen met een wisselende inzet uit van een gemiddelde ‘typische motorlast’ van 35% (zie onderstaande tabel).

Voor werktuigen met een constante inzet is 35% een onderschatting, en wordt uitgegaan uit van een gemiddelde motorbelasting van (37,0+45,6+47,3)/3= 43,3%. In onderstaande tabel zijn de te gebruiken mobiele werktuigen met de benodigde invoergegevens beschreven. Werktuig

STAGE-klasse

Bouwjaar

Vermogen (KW)

Brandstofverbruik totaal

Draaiuren/j

AdBlue verbruik (l/j)

Rupskraan 50 ton

Stage-IV

Mobiele kraan 17 ton

Stage-IV

≥2015

270

3.577

136

215

≥2015

128

918

72

Rupskraan 30 ton

55

Stage-IV

≥2015

197

3.093

160

186

Rupskraan 3,5 ton

Stage-IV

≥2015

17,9

1.834

800

nvt

Rekenjaar 2024 Sloop

Infrastructuur/bouwrijp maken Rupskraan 30 ton

Stage-IV

≥2015

197

851

44

51

Mobiele kraan

Stage-IV

≥2015

263

615

24

37

Shovel

Stage-IV

≥2015

155

613

40

37

Vervoer personeel en materiaal - Bouwfase

Type Licht verkeer Zwaar vrachtverkeer

Totaal aantal verkeersbewegingen 2.600 1.040

Rekenjaar 2025 Bouw en woonrijp maken Graafmachine

Stage-IV

≥2015

200

2.354

120

141

Mobiele kraan

Stage-IV

≥2015

128

3.825

300

230

Betonpomp

Stage-IV

≥2015

112

1.437

128

86

Betonmixer

Stage-IV

≥2015

64

851

128

51

Trilplaat

Stage-IV

≥2015

3,1

49

50

nvt

Heistelling

Stage-IV

≥2015

202

2.972

150

178

Hoogwerker

Stage-IV

≥2015

67

887

128

53

Verreiker

Stage-IV

≥2015

33

3.206

128

192

Shovel

Stage-IV

≥2015

155

1.533

100

92

Vervoer personeel en materiaal - Bouwfase

Type Licht verkeer Zwaar vrachtverkeer

Totaal aantal verkeersbewegingen 5.000 1.500

Bij de invoer in AERIUS is uitgegaan één route. Deze route loopt van het Secretaris van Marleplantsoen via de Secretaris Mulderweg en de Secretaris Boerhoutweg naar de Laan. Vervolgens rijdt het verkeer in noordelijke richting via de F.A. Molijnlaan naar de Elburgerweg. Vanaf hier gaat het verkeer over in het heersende verkeersbeeld.

8

De beoogde ontwikkeling zal geleidelijk plaatsvinden in verschillende fasen. De exacte duur van elke fase is momenteel niet nauwkeurig vastgesteld. In de onderstaande berekening is rekening gehouden met de rekenjaren 2024 en 2025. In het geval dat de ontwikkeling een periode van meer dan twee jaar in beslag neemt, wordt dit als een positief aspect beschouwd in vergelijking met de stikstofdepositie. Dit komt doordat de jaarlijkse uitstoot dan afneemt, wat gunstig is voor de totale stikstofdepositie. Deze berekening kan derhalve gezien worden als een worst-case scenario. Stationair draaien Met betrekking tot het laden en lossen zal er op de planlocatie zwaar vrachtverkeer aanwezig zijn dat stationair draait. Gedurende de periode dat het zwaar vrachtverkeer op de planlocatie aanwezig is zal er sprake zijn van stikstofuitstoot. De uitstoot die ontstaat tijdens het stationair draaien kan berekend worden met de kencijfers beschreven in bijlage 1 van de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023.2’. In de bijlage zijn kencijfers opgenomen voor de NOx en NH3 uitstoot. De uitstoot dient handmatig in AERIUS ingevoerd te worden. Voor het rekenjaar 2024 geldt voor ‘Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers’ een uitstoot van 0,90 NH3 g/uur en 80,67 NOx g/uur. De gemiddelde laad/lostijd per vracht is ingeschat op circa 15 minuten.

Uitgaande van 520 vrachten is er in totaal sprake van ca. 130 stationaire draaiuren. Voor het rekenjaar 2024 geldt voor ‘Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers’ een uitstoot van 0,90 NH3 g/uur en 80,67 NOx g/uur. De gemiddelde laad/lostijd per vracht is ingeschat op circa 15 minuten. Uitgaande van 520 vrachten is er in totaal sprake van ca. 130 stationaire draaiuren. De onderstaande tabel toont de totale uitstoot van het stationair draaien voor NO x en NH3. Stationair draaien

Aantal draaiuren

NOx uitstoot kg/j

NH3 uitstoot kg/j

Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers 2024

130

10,49

0,12

Vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers 2025

187,5

13,98

0,17

2.4

Referentie situatie

De voorgenomen ontwikkeling leidt tot stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten. Omdat de verwachting is dat significante gevolgen hiervan niet voor alle instandhoudingsdoelstellingen van die habitattypen en soorten zijn uit te sluiten, is interne saldering toegepast voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Intern salderen betreft het reduceren van door een project veroorzaakte stikstofdepositie op stikstofgevoelig habitat in Natura 2000-gebied door binnen de begrenzing en vergunning van één project of locatie ten behoeve van het project andere stikstof emitterende activiteiten te geheel of gedeeltelijk te stoppen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder geoordeeld dat voor de beoordeling van de gevolgen van een plan voor Natura 2000-gebieden alle samenhangende gevolgen dienen te worden betrokken, zoals bijvoorbeeld bij de uitspraak van de Randweg Haps (Uitspraak 201406796/1/R3) waarbij werd geconcludeerd dat “De raad daarbij terecht ook de positieve gevolgen van de aanleg van de randweg als gevolg van het feitelijk verdwijnen van landbouwgronden heeft betrokken. Het betreft in dit geval een rechtstreeks, onlosmakelijk gevolg van het plan, nu de weg ter plaatse van deze gronden zal worden aangelegd en deze gronden zodoende niet meer agrarisch kunnen worden gebruikt.”.

Uit de uitspraak blijkt dat alle positieve gevolgen beschouwd mogen worden. De raad heeft daarbij ook de positieve gevolgen van de aanleg van de randweg als gevolg van het feitelijk verdwijnen van landbouwgronden betrokken.’

9

De ontwikkeling van de woningen kan alleen maar plaatsvinden als het huidige gebruik is beëindigd. De beëindiging van de woningen tijdens de bouwfase is het rechtstreekse, onlosmakelijke gevolg van de ontwikkeling en het bestemmingsplan. Om te bepalen of de voorgenomen herontwikkeling een verschil (toename/afname) van de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden veroorzaakt, is de verkeersgeneratie en het gasverbruik in de voormalige situatie van het plangebied berekend. Onderstaand is de uitstoot van de verkeersgeneratie en het gasverbruik nader toegelicht. Aanwijzing Natura 2000-gebied Bij het intern salderen moet gekeken worden naar de legaal vergunde situatie op de referentiedatum ten aanzien van het aanwijsbesluit van het betreffende Natura 2000-gebied. De ‘Veluwe’ is in 1992 aangewezen als Natura 2000-gebied. Met behulp van de BAG Viewer zijn de oorspronkelijke bouwjaren van de bestaande woningen geraadpleegd. Hieruit is gebleken dat twee woningen in 1998 gebouwd zijn, namelijk Secr. van Marleplantsoen 31 en 32. Deze woningen worden niet berekend in de referentiesituatie. De overige woningen zijn tussen 1953 en 1986 gebouwd. Verkeersgeneratie Ten tijde van de vaststelling van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ zijn 4 vrijstaande woningen en 33 sociale huurwoningen aanwezig. Deze hebben een totale verkeersgeneratie van ca.

211 verkeersbewegingen in licht verkeer per etmaal. Voor de berekening van deze verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren”. Bij de invoer in AERIUS is uitgegaan één route. Deze route loopt van het Secretaris van Marleplantsoen via de Secretaris Mulderweg en de Secretaris Boerhoutweg naar de Laan. Vervolgens rijdt het verkeer in noordelijke richting via de F.A. Molijnlaan naar de Elburgerweg. Vanaf hier gaat het verkeer over in het heersende verkeersbeeld. Voor de bestaande woningen komt de uitstoot door de verkeersgeneratie neer op 12,9 kg/j voor NOx en 0,5 kg/j voor NH3. Gasverbruik Ten tijde van de vaststelling van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ zijn 4 vrijstaande woningen en 33 sociale huurwoningen. Op grond van de emissiewaarden van AERIUS, d.d. 5 juli 2018, dient voor oudere woningen uit te worden gegaan van bepaalde waarden van NOx en NH3. Onderstaande tabel geeft een weergave van deze emissiefactoren per woning. Emissie per woning Appartement

Aantal

NOx uitstoot kg/j

NH3 uitstoot kg/j

Totaal NOx

Totaal NH3

12

1,25

0,47

15

5,64

Tussenwoning

15

2

0,47

30

7,05

Hoekwoning

6

2,42

0,47

14,52

2,82

Vrijstaande woning

4

3,59

0,47

14,36

1,88

Voor de bestaande woningen komt het gasverbruik in de bestaande situatie uit op 73,9 kg/j voor NOx en 17,4 kg/j voor NH3.

10

Hoofdstuk 3 Berekeningen en resultaten gebruiksfase en sloop- en bouwfase De berekeningen zijn verricht met het web-based programma AERIUS versie 2023.2 op 15 mei 2024. Met de beoogde ontwikkeling is intern gesaldeerd met de voormalige situatie van het plangebied. Onderstaand is voor de gebruiksfase, bouwfase en voor het slopen en bouwrijp maken een verschilberekening gemaakt. De sloop en bouw van het project is verdeeld over een periode van twee jaar. De voorschriften van BIJ12 stellen het volgende: Uitgangspunt is dat de depositiebijdrage van een project inzichtelijk wordt gemaakt in mol per hectare per jaar en dat daarvoor de aaneengesloten 12 maanden worden gemodelleerd waarvoor de depositie het hoogst is. De emissies van het bouwproject worden berekend voor de verschillende fasen, waarbij de periodes elkaar opvolgen. De depositie voor de bouwfase is het hoogst, waardoor deze fase als maatgevend beschouwd dient te worden.

3.1

Verschilberekening gebruiksfase

Met de stikstofberekening worden de oude en de toekomstige situatie met elkaar vergelijken. Beoogde situatie In de beoogde situatie is uitgegaan van het rekenjaar 2027, de verwachte oplevering van de beoogde ontwikkeling. Hierbij is uitgegaan van één bron. Voor deze bron is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 464 voertuigbewegingen van licht verkeer per etmaal, wat overeen komt met 100% van de totale verkeersgeneratie. Deze route loopt van het Secretaris van Marleplantsoen via de Secretaris Mulderweg en de Secretaris Boerhoutweg naar de Laan. Vervolgens rijdt het verkeer in noordelijke richting via de F.A. Molijnlaan naar de Elburgerweg. Vanaf hier gaat het verkeer over in het heersende verkeersbeeld. Uit de berekening volgt dat de uitstoot door de gebruiksfase voor NOx 23,8 kg/j en voor NH3 <1,0 kg/j bedraagt. Referentie situatie In de referentie situatie is uitgegaan van 16 bronnen. Bron 1 t/m 15 geeft de emissie van het gasverbruik van de bestaande woningen weer. Voor bron 16 is uitgegaan van 100% van de totale verkeersgeneratie, in totaal gaat dit over 211 voertuigbewegingen in licht verkeer. Uit de referentiesituatie blijkt dat er sprake is van een uitstoot van 86,8 kg/j NOx en 17,9 kg/j NH3.

Resultaten Uit de berekening van de AERIUS Calculator blijkt dat in de gebruiksfase, door met de huidige situatie te salderen, er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn op Natura 2000gebieden. Onderstaande tabel toont het resultaat van de stikstofberekening.

Vergelijking oude situatie en toekomstige situatie (bron: AERIUS Calculator)

11

3.2

Verschilberekening bouwfase

Beoogde situatie In de beoogde situatie is uitgegaan van het rekenjaar 2026. Hierbij is uitgegaan van drie bronnen. Bron 1 toont de emissie van de mobiele werktuigen tijdens het bouwen. Bron 2 geeft de verwachte verkeersgeneratie van de bouwfase weer. Hierbij is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 5.000 voertuigbewegingen van licht verkeer en 1.500 van zwaar verkeer per etmaal. Deze route loopt van het Secretaris van Marleplantsoen via de Secretaris Mulderweg en de Secretaris Boerhoutweg naar de Laan. Vervolgens rijdt het verkeer in noordelijke richting via de F.A. Molijnlaan naar de Elburgerweg. Vanaf hier gaat het verkeer over in het heersende verkeersbeeld. Bron 3 geeft de uitstoot weer die plaatsvindt tijdens het station draaien van het zwaar vrachtverkeer. Uit de berekening volgt dat de uitstoot door de bouwfase voor NOx 164,8 kg/j en voor NH3 3,6 kg/j bedraagt. Referentie situatie In de referentie situatie is uitgegaan van 16 bronnen. Bron 1 t/m 15 geeft de emissie van het gasverbruik van de bestaande woningen weer. Voor bron 16 is uitgegaan van 100% van de totale verkeersgeneratie, in totaal gaat dit over 211 voertuigbewegingen in licht verkeer. Uit de referentiesituatie blijkt dat er sprake is van een uitstoot van 86,6 kg/j NOx en 17,9 kg/j NH3.

Resultaten Uit de berekening van de AERIUS Calculator blijkt dat in de gebruiksfase, door met de huidige situatie te salderen, er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn op Natura 2000gebieden. Onderstaande tabel toont het resultaat van de stikstofberekening.

Vergelijking oude situatie en toekomstige situatie (bron: AERIUS Calculator)

12

3.3

Verschilberekening sloop en bouwrijp maken

Beoogde situatie In de beoogde situatie is uitgegaan van het rekenjaar 2025. Hierbij is uitgegaan van drie bronnen. Bron 1 toont de emissie van de mobiele werktuigen tijdens het slopen en bouwrijp maken. Bron 2 geeft de verwachte verkeersgeneratie van het slopen en bouwrijp maken weer. Hierbij is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 2.600 voertuigbewegingen van licht verkeer en 1.040 van zwaar verkeer per etmaal. Deze route loopt van het Secretaris van Marleplantsoen via de Secretaris Mulderweg en de Secretaris Boerhoutweg naar de Laan. Vervolgens rijdt het verkeer in noordelijke richting via de F.A. Molijnlaan naar de Elburgerweg. Vanaf hier gaat het verkeer over in het heersende verkeersbeeld. Bron 3 geeft de uitstoot weer die plaatsvindt tijdens het station draaien van het zwaar vrachtverkeer. Uit de berekening volgt dat de uitstoot door de bouwfase voor NOx 108,3 kg/j en voor NH3 2,5 kg/j bedraagt. Referentie situatie In de referentie situatie is uitgegaan van 16 bronnen. Bron 1 t/m 15 geeft de emissie van het gasverbruik van de bestaande woningen weer. Voor bron 16 is uitgegaan van 100% van de totale verkeersgeneratie, in totaal gaat dit over 211 voertuigbewegingen in licht verkeer. Uit de referentiesituatie blijkt dat er sprake is van een uitstoot van 86,6 kg/j NOx en 17,9 kg/j NH3.

Resultaten Uit de berekening van de AERIUS Calculator blijkt dat in de gebruiksfase, door met de huidige situatie te salderen, er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn op Natura 2000gebieden. Onderstaande tabel toont het resultaat van de stikstofberekening.

Vergelijking oude situatie en toekomstige situatie (bron: AERIUS Calculator)

13

Hoofdstuk 4 Samenvatting en conclusies Op de planlocatie aan het van Marleplantsoen wordt een nieuwe buurt met woningen gerealiseerd. Voor de beoogde ontwikkeling is ten behoeve van de Wet natuurbescherming een AERIUSberekening voor de gebruiksfase, bouwfase en het slopen en bouwrijp maken uitgevoerd. Hierbij is intern gesaldeerd met de verkeersgeneratie en het gasverbruik van voorgaande situatie van het plangebied. Bij de stikstofberekening is intern gesaldeerd met de verkeersgeneratie en het gasverbruik van de huidige situatie. Uit de AERIUS-berekening en vergelijking blijkt dat er in de gebruiksfase sprake is van een emissieafname en dat voor de Natura 2000-gebieden geldt dat er geen verschillen hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Bij de bouwfase is uitgegaan van de te gebruiken mobiele werktuigen en de voertuigbewegingen van werklieden en materialen van en naar de bouwplaats. Ook uit de berekening voor de bouwfase blijkt dat er geen verschillen hoger dan 0,00 mol/ha/j voor de Natura 2000-gebieden zijn. Bij het slopen en bouwrijp maken is uitgegaan van de te gebruiken mobiele werktuigen en de voertuigbewegingen van werklieden en materialen van en naar de bouwplaats. Ook uit de berekening voor deze fase blijkt dat er geen verschillen hoger dan 0,00 mol/ha/j voor de Natura 2000-gebieden zijn.

Er kan geconcludeerd worden dat de stikstofdepositie vanwege de beoogde ontwikkeling geen significante gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden. Daarmee is er geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. Uit de uitspraak van de Raad van State van 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:71) blijkt dat voor situaties waarin intern wordt gesaldeerd geen natuurvergunning meer nodig is. Met het oog op de Wet natuurbescherming (Wnb) is het plan derhalve uitvoerbaar.

14

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14831776/1