AP 12. St.t.i. Bijlage 4. Aanvullend onderzoek ecologie Secretaris Mulderweg e.o
Tekst van het document
Aanvullend onderzoek ecologie Secretaris Mulderweg e.o. te Nunspeet Aanvullend onderzoek naar huismus, gierzwaluw en vleermuizen in het kader van de Wet natuurbescherming
Colofon Status:
Definitief
Project:
2022-1011
Datum:
25 oktober 2023
Samensteller:
ing. P. Kalkman
Collegiale toets:
ing. G. Fairhurst
Opdrachtgever:
NOM B.V.
Contactpersoon:
T. T. Ras
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
Inhoud 1 Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Doel
4
1.3
Beschrijving plangebied
5
1.4
Voorgenomen werkzaamheden
5
1.5
Mogelijk aanwezige soorten
5
1.6
Kader Wet natuurbescherming
6
2 Methode onderzoek
7
2.1
Theoretisch kader
7
2.2
Praktische uitvoering
8
2.3
Materialen en aanvullende onderzoeksmethodes
9
2.4
Veldbezoeken
9
2.5
Specifieke omstandigheden
10
3 Resultaten
11
3.1
Huismus
11
3.2
Gierzwaluw
12
3.3
Vleermuizen
13
3.4
Overige soorten
16
4 Conclusie
18
4.1
Huismus
18
4.2
Gierzwaluw
18
4.3
Vleermuizen
18
4.4
Overige soorten
18
4.5
Samenvatting
19
4.6
Vervolgstappen
19
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Aan de Secretaris Mulderweg e.o. te Nunspeet zijn diverse woningen, bijgebouwen, een recentelijk gerealiseerde zorginstelling en diverse groene elementen gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing te slopen ten behoeve van de realisatie van drie appartementencomplexen (figuur 1.1).
Figuur 1.1
Het plangebied is gelegen te Nunspeet.
Gezien de beoogde ingreep mogelijk leidt tot de aantasting van natuurwaarden beschermd onder de Wet natuurbescherming (Wnb) is een quickscan Wnb uitgevoerd naar de potentie van het plangebied en mogelijke negatieve effecten ten gevolge van de beoogde werkzaamheden (Bogers, 2022). Op basis van de quickscan Wnb kon de aanwezigheid van nestlocaties van jaarrond beschermde vogels (huismus en gierzwaluw) en vleermuisverblijfplaatsen niet uitgesloten worden (zie tabel 1.1). Om vast te stellen of het plangebied daadwerkelijk een functie heeft voor vorengenoemde soorten dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. NOM B.V. heeft Blom Ecologie verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven.
1.2
Doel In dit aanvullende ecologische onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: • Zijn huismussen, gierzwaluwen en/of vleermuizen aanwezig in het onderzoeksgebied? • Op welke wijze maken vorengenoemde soorten gebruik van het onderzoeksgebied? Zijn in het onderzoeksgebied jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied aanwezig? • Resulteert de voorgenomen ingreep in het beschadigen of wegnemen van jaarrond beschermde nestlocaties, verblijfplaatsen of essentiële onderdelen van het leefgebied? Is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk voor de voorgenomen ingreep uitgevoerd kan worden?
4
1.3
Beschrijving plangebied Het plangebied betreft een bebouwd gebied met meerdere woningen en zorginstellingen te Nunspeet (figuur 1.1). De bebouwing is opgetrokken uit gemetselde muren met een dakpannen of een bitumen dak (figuur 1.2). Een uitgebreide beschrijving van het plangebied en de directe omgeving hiervan is te vinden in de quickscan Wnb (Bogers, 2022).
Figuur 1.2 De bebouwing in het plangebied betreft onder andere deze woningen.
1.4
Voorgenomen werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens om een deel van de bebouwing in het plangebied te slopen ten behoeve van de realisatie van drie appartementencomplexen. De ingreep zal indicatief op hoofdlijnen bestaan uit de volgende werkzaamheden: • slopen van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; • kappen van bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout; • verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; • egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; • realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; • revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
1.5
Mogelijk aanwezige soorten Uit de quickscan Wnb (Bogers, 2022) is gebleken dat binnen het plangebied mogelijk jaarrond beschermde nestlocaties van huismus en gierzwaluw en/of vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn (tabel 1.1). In tabel 1.2 wordt de potentie naar vleermuissoort en type verblijfplaats gespecificeerd.
5
Tabel 1.1
Overzicht van de potentie van het plangebied voor beschermde soorten (Bogers, 2022). Onderzoek nodig
Bescherming Wnb
Mogelijke functie plangebied
Ja
art. 3.5
Verblijfplaatsen in gebouwen
Huismus
Ja
art. 3.1
Nestlocaties en leefgebied
Gierzwaluw
Ja
art. 3.1
Nestlocaties
Soortgroep Planten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën, reptielen en vissen Insecten en ongewervelden Vogels (Cat. 1 t/m 4)
Vogels (Algemeen en cat. 5)
Tabel 1.2
Overzicht van de potentie voor vleermuissoorten en type verblijfplaatsen (Bogers, 2022).
Vleermuissoort
1.6
Zomer
Kraam
Paar
Massawinter
Gewone dwergvleermuis
Ja
Ja
Ja
Nee
Ruige dwergvleermuis
Ja
Nee
Ja
Nee
Laatvlieger
Ja
Ja
Ja
Nee
Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van de Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen en nationaal beschermde soorten uiteen in drie verschillende beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De bescherming van de gierzwaluw en huismus valt onder de Vogelrichtlijn. Binnen de Vogelrichtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan het leefgebied en de nestplaats jaarrond beschermd zijn en overige broedvogels waarvan de nestplaats en het leefgebied enkel beschermd zijn tijdens de broedperiode. Vleermuizen vallen onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden: Wnb, art. 3.1 (Vogelrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Wnb, art. 3.5 (Habitatrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
Voorliggend onderzoek en rapportage zijn uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Binnen de Omgevingswet blijven de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn onverminderd van kracht. Uitvoeringskaders, termijnen en processen vinden binnen de Omgevingswet op andere wijze plaats. Implementatie en wijze van uitvoering zijn vooralsnog niet vastgesteld.
6
2 Methode onderzoek 2.1
Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de huismus en de gierzwaluw zijn deze richtlijnen vastgelegd in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017). Voor vleermuizen geldt het meest actuele Vleermuisprotocol (momenteel NGB, 2021) als richtlijn. De richtlijnen worden door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde gebouwbewonende soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Voor de veldbezoeken wordt een minimale tussenliggende periode aangehouden voor een goede spreiding over de onderzoeksperiode, conform de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol. Tabel 2.1
Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van het aanvullend ecologisch onderzoek zoals geformuleerd in de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol.
Soort Huismus
Gierzwaluw
Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen
Cat. 5 vogels Algemene broedvogels
Type Nest Leefgebied
Nest
Periode
Omschrijving
1 april t/m 15 mei
2 veldbezoeken, idealiter in de ochtend. Inventariseren van baltsende mannetjes, nestbezoeken en het gebruik van leefgebied.
15 mei t/m 15 juli
3 veldbezoeken in de avond, waarvan 1 tussen 20 juni en 7 juli. Inventariseren van in- en uitvliegende individuen.
Kraam
15 mei t/m 15 juli
Zomer
15 april t/m 15 aug.
Paar
15 aug. t/m 30 sep.
Nest
Minimaal 2 veldbezoeken per type verblijfplaats na zonsondergang of voor zonsopkomst. Veldbezoeken kunnen gecombineerd worden uitgevoerd. Inventariseren van in- en uitvliegende individuen alsmede gedrag indicatief voor een verblijfplaats (o.a. baltsende dieren). De nesten van cat. 5 soorten en andere algemene broedvogels worden meegenomen gedurende de overige veldbezoeken.
7
2.2 Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het onderzoeksgebied wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities het onderzoeksgebied (gevels/daken/dakranden met potentie) het meest efficiënt en strategisch kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van obstructies, struiken/bomen, verlichting en diverse typen van bebouwing. Tevens zijn deze afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep. Binnen de kaders van de relevante Kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol (tabel 2.1) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek het aantal onderzoekers, en dergelijke, worden door de diverse onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd. Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie reactief onderzoek uitgevoerd.
Dit type onderzoek houdt vast aan strategische punten, looproutes en zichtlijnen waarbij het geobserveerde gedrag van de te onderzoeken soort en de lokale omstandigheden leidend zijn voor de keuze van de strategische punten of looproute en de verblijfsduur per punt. De strategische punten worden bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de soort in kwestie. Deze punten kenmerken zich door goed overzicht binnen het onderzoeksgebied en zicht op zoveel mogelijk potentiële in- of uitvliegopeningen. Tijdens het aanvullend onderzoek huismus wordt met name gebruik gemaakt van strategische looproutes waarbij alle potentiële nesten gedurende het veldbezoek visueel gecontroleerd worden. Hierbij wordt specifiek gelet op de aanwezigheid van baltsende mannetjes, het gebruik van het leefgebied en het in/uit vliegen bij de nestlocaties. Voor huismus geldt dat strategische punten veelal liggen nabij geschikt leefgebied. Tijdens het aanvullend onderzoek gierzwaluw wordt met name gebruik gemaakt van strategische punten. Deze strategische punten worden gekozen op basis van overzicht van het onderzoeksgebied, relatieve potentie, sporen van nesten en in latere rondes de gegevens van de eerdere bezoeken.
Tijdens het gehele veldbezoek worden het aantal laagvliegende gierzwaluwen geteld voor het inschatten van het aantal nesten op locatie. De wisseling van de strategische punten is een reactie op het gedrag van de gierzwaluw, de waarnemer verandert van strategisch punt als er sprake is van laagvliegende, bouncende en roepende gierzwaluwen in een bepaald deel van het onderzoeksgebied. Het onderzoek wordt afgerond rond zonsondergang. De onderzoeker verlaat het onderzoeksgebied echter pas wanneer alle gierzwaluwen zijn ingevlogen of uit het gebied weggetrokken zijn. Afhankelijk van de periode kan het onderzoek daardoor doorlopen tot circa 30 minuten na zonsondergang. Tijdens deze laatste 30 minuten is er vaak sprake van relatief lage activiteit waardoor dit onderzoek waar nodig zonder kwaliteitsrisico’s kan overlopen in de veldbezoeken ten aanzien van vleermuizen. Het aanvullend onderzoek vleermuizen wordt uitgevoerd door een combinatie van strategische punten en looproutes. Tijdens het eerste veldbezoek (zowel in het voorjaar als najaar) worden strategische punten ingenomen.
Op het moment dat er sprake is van uitvliegende vleermuizen beweegt de onderzoeker zich in tegenovergestelde richting (dus de vleermuis tegemoet) naar het volgende strategische punt om zo een eventueel tweede of daaropvolgende uitvliegend individu, en uiteindelijk zo mogelijk de kolonieverblijfplaats, te lokaliseren. Hierbij blijft de nadruk op de woningen die binnen het plangebied vallen. Tijdens de vervolgonderzoeken wordt per seizoen de strategische punten ingenomen waar op dat moment de hoogste trefkans is. Voor alle onderzoeken geldt dat tijdens de rondes de keuze van strategische punten en/of looproutes beïnvloed worden door veranderende omstandigheden. Dit kan zijn een plotselinge verandering van windrichting, sterke toename of afname van windkracht, defecte straatverlichting en andere omstandigheden. 8
Het aantal factoren dat bepaalt waarom een onderzoeker juist de ene richting meer op kijkt dan de andere of er juist voor kiest af te wijken van een gebruikelijke route zijn niet of nauwelijks definieerbaar. De wijze van onderzoek verschilt, met in achtneming van de randvoorwaarden van de relevante Kennisdocumenten en het meest actuele Vleermuisprotocol, dus per datum, per loopronde en per moment. Er is derhalve geen sprake van vaste transecten maar veel eerder van diverse looproutes naar strategische punten waarbij de frequentie van stilstaan en beweging afhankelijk zijn van de omstandigheden op dat moment. De personele inzet van ieder veldbezoek is afhankelijk van het type onderzoek, de ervaring van de waarnemers en de potentie van het plangebied. Alle veldwerkers van Blom Ecologie zijn bedreven en ervaren in onderzoeken in urbaan gebied. Het onderzoek is er niet op gericht om met volledige zekerheid alle mogelijke nesten en/of verblijfplaatsen te vinden of de aanwezigheid hiervan volledig uit te sluiten. Hiervoor zou een onderzoeksinspanning geleverd moeten worden die de onderzoeksprotocollen ver overstijgt. Van de geleverde onderzoeksinspanning wordt beoordeeld dat deze voldoende is zoals dat redelijkerwijs van een initiatiefnemer gevraagd kan worden.
Met het uitgevoerde onderzoek worden derhalve resultaten geleverd die een goed beeld bieden van de aantallen individuen en de actieve nesten en/of verblijfplaatsen op die momenten binnen het onderzoeksgebied.
2.3 Materialen en aanvullende onderzoeksmethodes Het huismus- en gierzwaluwonderzoek is uitgevoerd met behulp van een verrekijker en het vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een batdetector, type Petterson D-200x.
2.4 Veldbezoeken Het onderzoeksgebied is geïnventariseerd door ter zake deskundig ecologen van Blom Ecologie of externe ter zake deskundig ecologen onder verantwoordelijkheid van Blom Ecologie. De relevante omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken zijn opgenomen in onderstaande tabel (tabel 2.2). In tegenstelling tot de onderzoeksrondes naar gierzwaluwen en vleermuizen zijn de huismusrondes door één persoon uitgevoerd. Aangezien huismussen gedurende de twee uur van het veldbezoek constant indicatief gedrag vertonen (nestbetreding of baltsgedrag) is dit voldoende onderzoeksinspanning om de nestlocaties binnen de planlocatie in kaart te brengen. Daarnaast worden waarnemingen van huismussen ook meegenomen tijdens de ochtendronde voor vleermuizen en de rondes voor gierzwaluwen. Dit heeft niet geleid tot de vondst van meer nestlocaties. De derde ronde voor gierzwaluwen is uitgevoerd met één persoon, terwijl de eerdere bezoeken zijn uitgevoerd met drie personen. Onderzoek naar gierzwaluwen is vormvrij (BIJ12, 2017) in tegenstelling tot het vleermuisonderzoek waarbij ten minste 75% van de bebouwing overzien moet worden. Er is gekozen voor de uitvoering met één persoon, aangezien het in de periode van 20 juni t/m 10 juli gemakkelijker is nesten van de gierzwaluw waar te nemen.
Aangezien de jongen dan uit het ei zijn, vliegen de ouders vaker in en uit het nest, waardoor er meer dan één in- en uitvliegmoment is. Hierdoor is het inventariseren veel eenvoudiger. De najaarsrondes voor vleermuizen zijn met twee personen uitgevoerd, terwijl de voorjaarsrondes zijn uitgevoerd met drie personen. Tijdens de najaarsrondes wordt er vooral gekeken naar baltsgedrag van de vleermuizen, terwijl er tijdens de voorjaarsrondes vooral wordt gekeken naar verblijfplaatsen. Het baltsgedrag van vleermuizen vindt vaak de gehele avond plaats, waardoor het mogelijk is een groter oppervlak van de planlocatie kan onderzoeken met minder mensen.
9
Tabel 2.2
Uitgevoerde veldbezoeken gedurende het aanvullend onderzoek.
Veldbezoek
Functie
Huismus 1
Nest + leefgebied
Huismus 2
Aantal
Datum
Zon
Tijd
Weersomstandigheden
1
18-04-2023
06.36
07.30-09.30
7/8, droog, 3 Bft, 5˚C
Nest + leefgebied
1
04-05-2023
06.10
07.10-09.10
3/8, droog, 2 Bft, 6˚C
Gierzwaluw 1
Nest
3
31-05-2023
21.39
19.30-23.45
0/8, droog, 1 Bft, 18˚C
Gierzwaluw 2
Nest
3
26-06-2023
22.06
20.00-00.15
0/8, droog, 3 Bft, 16˚C
Gierzwaluw 3
Nest
1
05-07-2023
22.00
19.55-22.30
4/8, droog, 2 Bft, 15˚C
Vleermuis 1
Kraam + zomer
3
31-05-2023
21.39
21.35-23.45
0/8, droog, 1 Bft, 18˚C
Vleermuis 2
Kraam + zomer
3
26-06-2023
22.06
22.00-00.15
0/8, droog, 3 Bft, 16˚C
Vleermuis 3
(Kraam) + zomer
3
19-07-2023
05.37
03.30-05.45
6/8, droog, 1 Bft, 15˚C
Vleermuis 4
Paar
2
22-08-2023
20.48
23.00-01.00
0/8, droog, 1 Bft, 15˚C
Vleermuis 5
Paar
2
13-09-2023
19.56
20.45-23.00
0/8, droog, 1 Bft, 15˚C
pers.
2.5 Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake zijn van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten en Vleermuisprotocol. Tijdens het onderzoek was er, voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan, geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.
10
3 Resultaten 3.1
Huismus Per veldbezoek zijn in totaal circa tien huismussen waargenomen. Gemiddeld waren er circa twee individuen binnen het onderzoeksgebied. De hoogste concentratie waargenomen huismussen bevond zich ten zuidwesten van de planlocatie. Gezien het aantal waarnemingen van huismussen is er sprake van een kleine populatie binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied (klein < 10 paar, gemiddeld 10-25 paar, groot > 25 paar). Gedurende het onderzoek zijn drie nesten van de huismus vastgesteld. Van deze nesten bevonden zich geen binnen het plangebied, alle nesten zijn aangetroffen in de directe nabijheid van het plangebied. De exacte vindplaats van de huismusnesten zijn weergeven in tabel 3.1. In figuur 3.1 worden de aangetroffen nestlocaties weergeven. Ten gevolge van de beoogde ingreep worden geen nestlocaties weggenomen. Het waargenomen functionele leefgebied van huismussen is verspreid aanwezig. Op deze plaats zijn een afwisseling van stofplekken, inheems groen en enkele grote bomen, groenblijvende struiken en planten, water en voedsel aanwezig. In figuur 3.1 wordt weergeven welke delen van het onderzoeksgebied en de omgeving veelvuldig door huismussen worden gebruikt om te rusten, foerageren en als dekking tegen predatoren.
Het gedefinieerde functioneel leefgebied is niet van essentieel belang voor het functioneren van nestlocaties van huismussen, vanwege de grote hoeveelheid alternatief leefgebied in de directe omgeving. Ten gevolge van de beoogde ingreep wordt het functioneel leefgebied deels weggenomen. Tabel 3.1
Locaties van de aangetroffen huismusnesten.
Woonblok Secretaris Mulderweg 24-30
Aantal nesten 3
Plangebied
Omschrijving
Buiten
Via dakvoet en kantpannen aan oost- en zuidzijde
Figuur 3.1 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties en leefgebied van huismussen binnen het onderzoeksgebied.
11
Figuur 3.2 Nestlocatie van een huismus onder de kantpan van Secretaris Mulderweg 24.
3.2 Gierzwaluw Per veldbezoek zijn in totaal circa zestien gierzwaluwen waargenomen. Het aantal laagvliegende gierzwaluwen waargenomen boven het onderzoeksgebied betreft circa acht individuen. De hoogste concentratie laagvliegende gierzwaluwen bevond zich nabij de bebouwing ten zuidoosten. Het aantal wegtrekkende en aannemelijk niet-broedende individuen betreft circa vier individuen. Als richtlijn voor het aantal te verwachten nesten wordt het aantal laagvliegende gierzwaluwen gedeeld door 1,5. Gezien het aantal waargenomen vogels worden in en rondom het onderzoeksgebied circa acht nesten verwacht. Gedurende het onderzoek zijn weinig tot geen foeragerende gierzwaluwen waargenomen. Het functioneel leefgebied van gierzwaluwen laat zich vrijwel niet definiëren. Gedurende het onderzoek zijn zes nesten van de gierzwaluw vastgesteld. Van deze nesten bevonden zich er geen binnen het plangebied, de overige nesten zijn aangetroffen in de directe nabijheid van het plangebied. De locatie van de waargenomen gierzwaluwnesten zijn weergeven in tabel 3.2. In figuur 3.3 worden de aangetroffen nestlocaties weergeven. Tabel 3.2
Locaties van de aangetroffen gierzwaluwnesten.
Woonblok
Aantal nesten
Plangebied
Omschrijving
Secretaris Mulderweg 24 t/m 30
3
Buiten
Via kantpannen van kopgevels en missende stuk bakpan
Secretaris Mulderweg 17 t/m 23
1
Buiten
Via kantpan
Secretaris Mulderweg 25 t/m 31
1
Buiten
Via kantpan
Secretaris Mulderweg 40 en 42
1
Buiten
Via kantpan
12
Figuur 3.3 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties van gierzwaluwen nabij het onderzoeksgebied.
Figuur 3.4 Invliegopening van gierzwaluwen aan het adres Secretaris Mulderweg 25.
3.3 Vleermuizen Tijdens de onderzoeksrondes zijn in totaal een viertal soorten waargenomen in het onderzoeksgebied (tabel 3.3). Waargenomen soorten betreffen de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. De meest waargenomen soort betrof de gewone dwergvleermuis. De watervleermuis is uitsluitend waargenomen in het voorjaar.
13
Tabel 3.3
Waarnemingen en aantallen van vleermuizen gedurende de veldbezoeken in en rondom het onderzoeksgebied. Een verblijfplaats kan bij meerdere veldbezoeken zijn vastgesteld, het totaal aantal verblijfplaatsen wordt weergegeven in tabel 3.4 en figuur 3.5.
Veldbezoek
Vleermuis 1
Vleermuis 2
Vleermuis 3
Vleermuis 4
Vleermuis 5
Soort
Aantal individuen
Gedrag en verblijfplaatsen
Gewone dwergvleermuis
3
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
2
Overvliegend
Rosse vleermuis
6
Overvliegend
Ruige dwergvleermuis
1
Foeragerend
Ruige dwergvleermuis
4
Overvliegend
Gewone dwergvleermuis
12
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
8
Overvliegend
Gewone dwergvleermuis
5
Zomerverblijfplaats vastgesteld 2x
Laatvlieger
3
Overvliegend
Laatvlieger
2
Foeragerend
Rosse vleermuis
5
Overvliegend
Rosse vleermuis
3
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
6
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
5
Overvliegend
Gewone dwergvleermuis
1
Zomerverblijfplaats vastgesteld 1x
Rosse vleermuis
4
Overvliegend
Rosse vleermuis
3
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
1
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
1
Overvliegend
Laatvlieger
3
Foeragerend
Rosse vleermuis
2
Overvliegend
Rosse vleermuis
2
Foeragerend
Ruige dwergvleermuis
1
Foeragerend
Ruige dwergvleermuis
2
Paarverblijfplaats vastgesteld 1x
Gewone dwergvleermuis
5
Foeragerend
Gewone dwergvleermuis
3
Overvliegend
Laatvlieger
2
Foeragerend
Gedurende het vleermuisonderzoek zijn vier vleermuisverblijfplaatsen vastgesteld. Hiervan zijn er drie vleermuisverblijfplaatsen aanwezig binnen het plangebied en de overige vleermuisverblijfplaats is aanwezig buiten het plangebied. Binnen het plangebied is sprake van twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en één paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis. Bij de beoogde ingreep worden de zomerverblijfplaatsen weggenomen, terwijl de paarverblijfplaats behouden blijft aangezien deze aanwezig is in een gebouw dat niet wordt aangetast. De exacte vindplaats van de vleermuisverblijfplaatsen zijn weergegeven in tabel 3.4 en in figuur 3.5. Gedurende het vleermuisonderzoek is geen essentiële vliegroute en/of essentieel foerageergebied vastgesteld binnen de planlocatie. Op basis van het aantal waargenomen individuen is de aanwezigheid van een veel gebruikte vliegroute uitgesloten. De waargenomen individuen verspreiden zich nabij de bebouwing en groenstructuren diffuus door het onderzoeksgebied waardoor er geen sprake is van de aanwezigheid van een vaste vliegroute.
14
Tabel 3.4
Overzicht van de aangetroffen vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.
Adres
Soort
Functie
Plangebied
Omschrijving
Secretaris Mulderweg 14
Gewone dwergvleermuis
Zomer
Binnen
Vier individuen invliegend via kier naast kozijn
Secretaris van Marleplantsoen 36
Gewone dwergvleermuis
Zomer
Binnen
Onder de nok aan de zuidzijde
Secretaris Boerhoutweg 1 t/m 105
Ruige dwergvleermuis
Paar
Buiten
Baltsend vanuit verblijfplaats
Secretaris van Marleplein 1a
Gewone dwergvleermuis
Zomer
Buiten
Invliegend in open stootvoeg
Figuur 3.5 Overzicht van de aangetroffen vleermuisverblijfplaatsen, foerageergebieden binnen en rondom het onderzoeksgebied.
het
territorium
en
Figuur 3.6 Foto van de vleermuisverblijfplaats aan het Secretaris van Marleplantsoen 36. 15
Figuur 3.7 Overzicht van aangetroffen foerageergebieden op en rondom de planlocatie. Dit betreffen geen essentiële foerageergebieden vanwege het grote aantal alternatieven in de omgeving.
3.4 Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken waarnemingen van overige soorten gedaan. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: boomklever, ekster, grote bonte specht, groenling, holenduif, houtduif, kauw, koolmees, merel, pimpelmees, roodborst, spreeuw, Turkse tortel, zanglijster, zwarte kraai. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels. In één geval is een nest van de ekster en in één geval is een nest van de groenling waargenomen. De vindplaats van deze nestlocaties wordt weergegeven in figuur 3.8. Het nest van de ekster zal behouden blijven, die van de groenling niet. Nesten van algemene broedvogels zijn beschermd gedurende het broedseizoen. Het broedseizoen loopt indicatief van 15 maart t/m 15 juli. Werkzaamheden die mogelijk nesten van algemene broedvogels aantasten dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. In het plangebied is geen sprake van nesten van cat. 5 vogels die worden weggenomen.
16
Figuur 3.8 Overzicht van de aangetroffen nestlocaties van algemene broedvogels en vogels die vallen onder cat. 5.
17
4 Conclusie 4.1
Huismus In de periode april en mei 2023 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de huismus in het plangebied aan de Secretaris Mulderweg e.o. te Nunspeet. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument huismus (BIJ12, 2023). Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat in het onderzoeksgebied nesten van huismus aanwezig zijn. Hierbij zijn geen huismusnesten aangetroffen binnen het plangebied. De drie aangetroffen nesten bevinden zich in woningen buiten het plangebied. Wel maakt het plangebied (in beperkte mate onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde ingreep leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.1, lid 2 (wegnemen nesten). Er hoeft ten aanzien van huismus geen ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de bebouwing op de planlocatie gesloopt kan worden.
4.2 Gierzwaluw In de maanden mei, juni en juli 2023 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de gierzwaluw in het plangebied aan de Secretaris Mulderweg e.o. te Nunspeet. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument gierzwaluw (BIJ12, 2017). Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat in het onderzoeksgebied nesten van gierzwaluw aanwezig zijn. Hierbij zijn geen gierzwaluwnesten aangetroffen binnen het plangebied. De zes aangetroffen nesten bevinden zich in woningen buiten het plangebied. De beoogde ingreep leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.1, lid 2 (wegnemen nesten). Er hoeft ten aanzien van gierzwaluw geen ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de bebouwing op de planlocatie gesloopt kan worden.
4.3 Vleermuizen In mei t/m september is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied aan de Secretaris Mulderweg e.o. te Nunspeet. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek zijn vier verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de bebouwing in het plangebied (Secretaris Mulderweg 14 en Secretaris van Marleplantsoen 36) een functie heeft voor de gewone dwergvleermuis als zomerverblijfplaats. De aangetroffen zomerverblijfplaatsen worden bij de beoogde ingreep weggenomen. Tevens maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde ingreep leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.5, lid 2 (verstoren vleermuizen) en lid 4 (wegnemen twee verblijfplaatsen). Er dient ten aanzien van gewone dwergvleermuis een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de woningen met vleermuisverblijfplaatsen gesloopt kunnen worden.
4.4 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Er is één nest van de groenling aangetroffen binnen het plangebied, welke zal worden weggenomen. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. 18
Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden.
4.5 Samenvatting Tabel 4.1
Samenvatting van de aangetroffen nestlocaties en vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.
Soort
Type
Aantal wegnemen
Aantal behouden
Bescherming Wnb
Ontheffing nodig
Huismus
Nest
0
3
Art. 3.1
Nee
Gierzwaluw
Nest
0
6
Art. 3.1
Nee
Gewone dwergvleermuis
Zomer
2
1
Art. 3.5
Ja
Laatvlieger
Zomer
0
0
Art. 3.5
Nee
Ruige dwergvleermuis
Paar
0
1
Art. 3.5
Nee
Nesten broedvogels en cat. 5 vogels
Ekster
0
1
Groenling
1
0
Art. 3.1
Nee
4.6 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is ontheffing nodig van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (tabel 4.1). Conform de relevante wetteksten en Kennisdocumenten wordt aanbevolen om de navolgende aspecten te onderbouwen. Deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het projectplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag. 1. De activiteit is nodig met een wettelijk belang (Wnb, art. 3.8, lid 5b); 2. Voor de activiteit is geen alternatieve bevredigende oplossing (Wnb, art. 3.8, lid 5a); 3. De staat van instandhouding van de soort blijft gewaarborgd (Wnb, art. 3.8, lid 5c); 4. Bepaal compensatie en mitigatie (Wnb, art. 3.8, lid 5c). Een ontheffingsaanvraag Wnb is enkel succesvol als al deze aspecten voldoende onderbouwd kunnen worden. Indien de ingreep geen wettelijk belang kent of indien de staat van instandhouding van de aanwezige soorten in het geding komt kan een ontheffing Wnb mogelijk geweigerd worden. Bevoegd gezag heeft de wettelijke termijn van 20 weken (13 + 7 weken verlenging) om een ontheffingsaanvraag Wnb te beoordelen. De planning van de werkzaamheden dient aangepast te worden aan de aanwezige soorten om zoveel mogelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten kwetsbare periodes. Dergelijk maatwerk kan ervoor zorgen dat het project enkel in bepaalde periodes van het jaar uitgevoerd kan worden.
Indien de werkzaamheden leiden tot het wegnemen van nesten of verblijfplaatsen dienen alternatieve verblijfplaatsen gedurende een bepaalde periode aanwezig te zijn naast de huidige nesten of verblijfplaatsen. Deze gewenningsperiode is afhankelijk van de soort en het aantal individuen en betreft indicatief een aantal maanden en/of een specifiek seizoen. Het tijdig aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen is van belang om onnodige vertraging te voorkomen. Raadpleeg voor de plaatsing van de voorzieningen een ter zake deskundig ecoloog.
19
Bronvermelding Bogers, D., 2023. Quickscan Wet natuurbescherming Secretaris Mulderweg te Nunspeet. Oriënterend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming. Blom Ecologie B.V., Waardenburg. NGB, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, 2021. Vleermuisprotocol, versie januari 2021. Geraadpleegde documenten (BIJ12, 2017) Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Kennisdocument Gierzwaluw (Apus apus) Kennisdocument Huismus (Passer domesticus) (2023) Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)
20
Koeweistraat 2 4181 CD Waardenburg 0418 820 288
blomecologie.nl 21