CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 12. Ontwerp gemeenschappelijke regeling VNOG 2024

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente NunspeetBij agendapunt: Wijziging gemeenschappelijke regeling VNOG.15.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Artikel 12 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter, en vijf leden. 2. De leden van het dagelijks bestuur met uitzondering van de voorzitter, worden door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen waarbij rekening wordt gehouden met zowel een evenwichtige geografische afvaardiging vanuit de deelnemende gemeenten als de inhoudelijke betrokkenheid bij een toe te wijzen portefeuille.

Ter verduidelijking is de positie van de voorzitter apart toegevoegd, dit beoogd geen inhoudelijke wijziging. Het derde lid is eveneens een verduidelijking en spreekt voor zich.

Hoofdstuk IV Het dagelijks bestuur Artikel 10 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat met inbegrip van de voorzitter, uit zes leden. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen waarbij rekening wordt gehouden met zowel een evenwichtige geografische afvaardiging vanuit de deelnemende gemeenten als de inhoudelijke betrokkenheid bij een toe te wijzen portefeuille.

Pagina 10 van 32

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Artikel 11 Werkwijze en ondertekening stukken 1. Het dagelijks bestuur vergadert tenminste tien keer per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt. 2. In de vergadering van het dagelijks bestuur heeft elk lid één stem. 3. De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 30, 31, 53, 54, 56, 58 en 60 van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing. 4. De leden van het dagelijks bestuur bepalen gezamenlijk de onderlinge taakverdeling en werkwijze. 5. In ieder geval worden de algemeen directeur, de commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris uitgenodigd de vergaderingen bij te wonen. In de vergaderingen kunnen zij hun zienswijze geven ten aanzien van de te behandelen onderwerpen.

Nieuwe tekst Te wijzigen vet 3. Een lid van het dagelijks bestuur treedt af op de dag dat hij ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn. Artikel 13 Werkwijze en ondertekening stukken 1. Het dagelijks bestuur vergadert tenminste tien keer per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt. 2. In de vergadering van het dagelijks bestuur heeft elk lid één stem. 3. De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 30, 31, 53, 54, 56, 58 en 60 van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing. 4. De leden van het dagelijks bestuur bepalen gezamenlijk de onderlinge taakverdeling en werkwijze. 5. In ieder geval worden de algemeen directeur, de commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris uitgenodigd de vergaderingen bij te wonen. In de vergaderingen kunnen zij hun zienswijze geven ten aanzien van de te behandelen onderwerpen. Zij kunnen deelnemen aan de beraadslagingen, maar hebben geen stemrecht

Pagina 11 van 32

Toelichting

Zie voor de toevoeging onder lid 5 de toelichting bij artikel 7.

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

6. De stukken die uitgaan van het dagelijks bestuur worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend.

6. De stukken die uitgaan van het dagelijks bestuur worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend. Artikel VIII.

Artikel 12 Bevoegdheden Onverminderd de bij de wet opgedragen bevoegdheden is aan het dagelijks bestuur opgedragen:

Artikel 14 Bevoegdheden 1. Het dagelijks bestuur oefent de taken en bevoegdheden uit als bedoeld in artikel 33b van de wet. 2. Voorts is het dagelijks bestuur belast met: a. het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio en de gemeenten bij andere overheden en andere instellingen, diensten of personen waarmee contact voor de veiligheidsregio van belang is; b. de coördinatie van de werkzaamheden van de territoriale afstemmingsoverleggen, bedoeld in de artikelen 14, en van de adviescommissies, bedoeld in artikel 24 van de wet; c. het regelen van de vervanging van de algemeen directeur; d het vaststellen van een instructie voor de secretaris; e. het vaststellen van een reglement van orde voor de eigen vergaderingen; f. het vaststellen van de rechtspositieregelingen voor het personeel;

a. het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio en de gemeenten bij andere overheden en andere instellingen, diensten of personen waarmee contact voor de veiligheidsregio van belang is; b. de coördinatie van de werkzaamheden van de territoriale afstemmingsoverleggen, bedoeld in de artikelen 14, en van de adviescommissies, bedoeld in artikel 24 van de wet; c. het regelen van de vervanging van de algemeen directeur; d. het vaststellen van een instructie voor de secretaris; e. het vaststellen van een reglement van orde voor de eigen vergaderingen; f. het vaststellen van de rechtspositieregelingen voor het personeel.

Pagina 12 van 32

Toelichting

De toevoegingen in lid 1 en lid 2 onder g tot en met j betreffen geen inhoudelijk wijzigingen. Dit betreffen taken die reeds uitgevoerd worden door het dagelijks bestuur.

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

Artikel g. IX.de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de veiligheidsregio; h. de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; i. het houden van toezicht op alles wat de veiligheidsregio aangaat; j. de zorg voor de archiefbescheiden van de veiligheidsregio en haar organen.

Hoofdstuk V De voorzitter Artikel 13 De voorzitter 1. De voorzitter van het bestuur wordt bij koninklijk besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten. De voorzitter kan bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen. 2. Het algemeen bestuur wijst een of meer van zijn leden aan die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.

Artikel 15 De voorzitter 1. De voorzitter van het bestuur wordt bij Koninklijk Besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten. De voorzitter kan bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen. 2. Het algemeen bestuur wijst een of meer van zijn leden aan die de voorzitter bij afwezigheid vervangt. 3. De voorzitter is belast met de leiding van Artikel X. de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en draagt er zorg voor dat de besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd.

De toevoeging in lid 3 betreft geen inhoudelijk wijziging. Dit zijn taken die reeds uitgevoerd worden door de voorzitter.

Artikel 16 Commissies van advies

Deze aanvulling betreft een reeds bestaande mogelijkheid in de Wgr. Voor de volledigheid is deze optie overgenomen in de GR.

Hoofdstuk VI Commissies

Pagina 13 van 32

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet 1. Het algemeen bestuur kan vaste commissie van advies instellen overeenkomstig artikel 24, eerste en tweede lid, van de wet. 2. Het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen andere commissies van advies instellen overeenkomstig artikel 24, derde lid, van de wet. Artikel 17 Gemeenschappelijke adviescommissie Het algemeen bestuur stelt op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie in, overeenkomstig artikel 24a van de wet. Deze commissie kan het algemeen bestuur van advies voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling voorbereiden of de raden van advies kan voorzien.

Toelichting

De Wgr biedt de mogelijkheid aan gemeenteraden om het AB te verzoeken een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. VNOG ziet de potentiële meerwaarde van een dergelijke adviescommissie en neemt deze daarom op in de GR. Als een dergelijk verzoek van de gezamenlijke raden wordt ontvangen, wordt de werkwijze van een gemeenschappelijke adviescommissie nader uitgewerkt in een eigen Reglement van Orde.

Hoofdstuk VII Inlichtingen en verantwoording Artikel 14 Algemeen bestuur, dagelijks bestuur – colleges en raden gemeenten 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de colleges en de raden alle inlichtingen die door één of meer leden van die colleges of raden worden verlangd, op een nader bij reglement van orde door het algemeen bestuur te bepalen wijze. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de colleges

Artikel 18 Algemeen bestuur, dagelijks bestuur, voorzitter – colleges en raden gemeenten 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben.

Pagina 14 van 32

De Wgr schrijft voor dat het AB de gemeenteraden alle inlichtingen verstrekt die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De GR moet bepalingen bevatten over de wijze waarop de inlichtingen worden verstrekt. In de nieuwe GR is aangegeven dat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter de raden alle inlichtingen geeft die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. De tekst in de voorgaande Regeling, is met inwerkingtreding van artikel 19a Wgr niet langer

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

en de raden ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is op een nader bij reglement van orde door het algemeen bestuur te bepalen wijze.

2. Het algemeen bestuur verstrekt de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, ten minste door: a. het beschikbaar stellen aan de raden van verslagen en besluitenlijsten van vergaderingen van het algemeen bestuur; b. het informeren van de raden over de wijze waarop het bestuur uitvoering geeft aan de openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet open overheid. Artikel XI.Het algemeen bestuur, het dagelijks en 3. de voorzitter verstrekken de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het algemeen bestuur geeft het college en de raad van zijn gemeente de door een of meer leden van die organen gevraagde inlichtingen. De inlichtingen kunnen schriftelijk of mondeling worden gegeven. 5. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan de raad en het college van zijn gemeente over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 6. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. Artikel 19 Inlichtingen aan Minister en Provincie

juist; de inlichtingen die het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven, moeten de raden nodig hebben met het oog op de uitoefening van hun taak.

3.[vervallen]

Pagina 15 van 32

De actieve inlichtingenplicht is verder geconcretiseerd door in het tweede lid op te nemen dat het algemeen bestuur deze inlichtingen ten minste verstrekt door: a. het beschikbaar stellen aan de raden van verslagen en besluitenlijsten van vergaderingen van het algemeen bestuur; b. het informeren van de raden over de wijze waarop het bestuur uitvoering geeft aan de openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet open overheid.

Het nieuwe artikel 19 betreft geen inhoudelijke wijziging.

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

1. Het dagelijks bestuur dient Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en het provinciebestuur desgevraagd van bericht en raad. 2. Het dagelijks bestuur doet mededeling van het verzoek en de inhoud daarvan aan de gemeenten. Artikel 15 Leden algemeen bestuur – colleges en raden gemeenten 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college en de raad alle inlichtingen die door het college respectievelijk de raad, of door één of meer leden daarvan, worden verlangd. Het college respectievelijk de raad bepaalt de wijze waarop dit zal geschieden. 2. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het college en de raad voor het door hem in dat bestuur gevoerde en te voeren bestuur en beleid. Het college respectievelijk de raad bepaalt de wijze waarop dit zal geschieden.

Dit artikel is in de nieuwe GR opgenomen in lid 4 en 5 van artikel 18.

Artikel XII.

Hoofdstuk VIII Vergoedingen Artikel 16 Tegemoetkoming in de kosten Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 21 van de wet, nadere regels vaststellen betreffende het verlenen van een tegemoetkoming in de kosten, die de leden

Artikel 20 Tegemoetkoming in de kosten Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 21 van de wet, nadere regels vaststellen betreffende het verlenen van een tegemoetkoming in de kosten, die de leden

Pagina 16 van 32

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur maken in de uitoefening van hun functie.

van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur maken in de uitoefening van hun functie. Artikel XIII.

Toelichting

Hoofdstuk IX De algemeen directeur Artikel 17 Algemeen directeur 1. De algemeen directeur staat als secretaris het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij in de uitoefening van hun taken. 2. De bepalingen van de Gemeentewet betreffende de secretaris zijn zo veel mogelijk van toepassing op de algemeen directeur. 3. De algemeen directeur vervult tevens de functie van commandant brandweer.

Artikel 21 Algemeen directeur 1. De algemeen directeur staat als secretaris het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij in de uitoefening van hun taken. 2. De bepalingen van de Gemeentewet betreffende de secretaris zijn zo veel mogelijk van toepassing op de algemeen directeur. 3. De algemeen directeur vervult tevens de functie van commandant brandweer. Artikel XIV.

Hoofdstuk X Archiefbepalingen Artikel 18 Archief 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de bewaring van de archiefbescheiden.

2. Bij opheffing van de veiligheidsregio of organisatieonderdelen daarvan worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Apeldoorn.

Artikel 22 Archief 1. Het dagelijks bestuur is verplicht de onder hem berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de veiligheidsregio en haar organen, overeenkomstig een door het algemeen bestuur vastgestelde verordening. Deze verordening bevat in elk geval voorschriften voor het beheer Pagina 17 van 32

De archiefbepalingen zijn op verzoek van het streekarchivariaat Noordwest-Veluwe verder ingevuld en geconcretiseerd. Daarnaast zijn bevoegdheden en taken op het gebied van archiefbeheer duidelijker belegd. Voor de huidige werkwijze heeft deze aanvulling geen gevolgen.

van deXV. archiefbescheiden van de organen van Artikel de veiligheidsregio die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. Deze verordening wordt door het algemeen bestuur aan Gedeputeerde Staten medegedeeld. 3. De secretaris van het dagelijks bestuur is belast met het beheer van de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid overeenkomstig de vastgestelde verordening. 4. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 en 13 Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan. 5. De beheerder van de in het vorige lid aan te wijzen archiefbewaarplaats oefent overeenkomstig de verordening als bedoeld in het tweede lid toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden van de veiligheidsregio en haar organen, voor zover de archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. 6. De archivaris brengt tweejaarlijks verslag uit aan het dagelijks bestuur over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7. Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hem opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam. Pagina 18 van 32

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

8. Bij opheffing van de veiligheidsregio of organisatieonderdelen daarvan worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Apeldoorn.

Hoofdstuk XI Financiële bepalingen Artikel 19 Administratie en controle Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de uitgangspunten voor het financiële beleid, het financiële beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle op het financiële beheer, met inachtneming van de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet.

Artikel 23 Administratie en controle Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de uitgangspunten voor het financiële beleid, het financiële beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle op het financiële beheer, met inachtneming van de artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet, voor zover daarvan bij of krachtens de wet niet is afgeweken. Artikel XVI.

Dit betreft een wetstechnische aanpassing

Artikel 20 Begroting 1. De begroting geeft inzicht in de door elke gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage. 2. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot maandelijks voor de 16e van elke maand één twaalfde (1/12) van de verschuldigde bijdrage. 3. Als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage geldt de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het

Artikel 24 Begroting 1. De begroting geeft inzicht in de door elke gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage. 2. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot maandelijks voor de 16e van elke maand één twaalfde (1/12) van de verschuldigde bijdrage. 3. Als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage geldt de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid.

In de te vervallen regeling is opgenomen dat als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage de verhouding van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/brandweer en rampenbestrijding geldt. De naam van dit cluster is gewijzigd en het subcluster brandweer en rampenbestrijding bestaat niet langer.

Pagina 19 van 32

NB. Op moment van verzenden van deze versie (16 maart 2023) is duidelijk dat het subcluster brandweer en rampenbestrijding uit het gemeentefonds is verdwenen. Onduidelijk is wat

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

cluster openbare orde en veiligheid/brandweer en rampenbestrijding. 4. De verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/ brandweer en rampenbestrijding wordt één maal per vier jaar vastgesteld op basis van de laatste septembercirculaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en geldt als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdragen in de volgende vier jaren. Bij de herijking wordt de toename van de fictieve wooneenheden uit de septembercirculaire 2015 in mindering gebracht bij het bepalen van de omvang van de woonruimten. 5. Als de verhouding per gemeente, zoals vastgesteld op grond van het vierde lid van dit artikel, in enig jaar als gevolg van wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde en veiligheid/brandweer en rampenbestrijding in het gemeentefonds meer dan 5% afwijkt, dan zal de verhouding opnieuw worden vastgesteld; de nieuwe verhouding zal gelden met ingang van het jaar dat de wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde/brandweer en rampenbestrijding van kracht zijn. 6. De verdeelsleutel geldt niet voor de gemeentelijke bijdragen voor de kosten van

4. De verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid wordt één maal per vier jaar vastgesteld op basis van de laatste septembercirculaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en geldt als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdragen in de volgende vier jaren.

het effect hiervan is op de gemeentelijke bijdrage. In samenwerking met een gemeentefondsspecialist uit de regio en het ministerie van BZK wordt nu gezocht naar het beste alternatief. Opgemerkt dient te worden dat conform de afspraken die in de nieuwe tekst overeind blijven (lid 4) in 2024 de verdeelsleutel wordt geherijkt.

5. Als de verhouding per gemeente, zoals vastgesteld op grond van het vierde lid van dit artikel, in enig jaar als gevolg van wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde en veiligheid in het gemeentefonds meer dan 5% afwijkt, dan zal de verhouding opnieuw worden vastgesteld; de nieuwe verhouding zal gelden met ingang van het jaar dat de wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde van kracht zijn. 6. De verdeelsleutel geldt niet voor de gemeentelijke bijdragen voor de kosten van onderwerpen waarvoor dit door het algemeen bestuur is vastgesteld. Pagina 20 van 32

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

functioneel leeftijdsontslag en voor huisvestingskosten. Deze kosten worden per gemeente berekend en in rekening gebracht.

Deze kosten worden per betreffende gemeente berekend en per betreffende gemeente in rekening gebracht.

Toelichting

7.[vervallen] Artikel XVII. Artikel 21 Begrotingswijzigingen De bepalingen met betrekking tot de ontwerpbegroting zijn mede van toepassing op wijzigingen van de begroting, met uitzondering van het bepaalde in artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de wet, voor zover het betreft wijzigingen van de begroting die voor de gemeenten budgettair neutraal zijn, zowel wat betreft de exploitatie-uitgaven als de investeringen en die geen invloed hebben op de omvang van de algemene reserve en het weerstandsvermogen van de veiligheidsregio.

Dit artikel is opgenomen bij artikel 10

Artikel XVIII. Artikel 22 Financiële middelen 1. De gemeenten zullen er steeds voor zorgdragen dat de veiligheidsregio over voldoende middelen beschikt om tijdig aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen. 2. Indien het algemeen bestuur constateert dat de raad van een gemeente weigert de

Artikel 25 Financiële middelen 1. De gemeenten zullen er steeds voor zorgdragen dat de veiligheidsregio over voldoende middelen beschikt om tijdig aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen 2. Indien het algemeen bestuur constateert dat de raad van een gemeente weigert de Pagina 21 van 32

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

uitgaven voor de veiligheidsregio op de gemeentebegroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van het bepaalde in de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

uitgaven voor de veiligheidsregio op de gemeentebegroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van het bepaalde in de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. Artikel XIX.

Toelichting

Hoofdstuk XII Gebruiken eigendommen en verplichtingen Artikel 23 Gevolgen voor de roerende en onroerende zaken 1. De veiligheidsregio maakt bij de uitoefening van de brandweerzorg gebruik van de roerende en onroerende zaken, die in eigendom toebehoren aan ieder van de gemeenten en klaarblijkelijk zijn bestemd voor de uitoefening van de brandweerzorg. 2. De veiligheidsregio maakt nadere afspraken met de gemeenten, ieder voor zover bevoegd, met betrekking tot het gebruik van de in het eerste lid bedoelde roerende en onroerende zaken.

3. De colleges, ieder voor zover bevoegd, houden de in het eerste lid bedoelde roerende en onroerende zaken in stand ten behoeve van de uitoefening van de brandweerzorg tot het moment dat nadere afspraken zijn gemaakt met

Artikel 26 Gebruik roerende en onroerende zaken in eigendom bij gemeenten 1. De veiligheidsregio maakt bij de uitoefening van de taken gebruik van de roerende en onroerende zaken, die in eigendom toebehoren aan ieder van de gemeenten en klaarblijkelijk zijn bestemd voor de uitoefening van de taken van de veiligheidsregio. 2. De gemeenten dragen zorg voor instandhouding van de roerende en onroerende zaken als bedoeld in eerste lid, zodanig dat de veiligheidsregio hiervan ten behoeve van haar taken gebruik kan maken. De veiligheidsregio zal zich redelijkerwijze als een verantwoord gebruiker gedragen. 3. Over de toepassing van het eerste en tweede lid worden nadere afspraken gemaakt tussen de gemeenten en de veiligheidsregio

Pagina 22 van 32

De huidige GR bevat verschillende bepalingen die te maken hebben met de taakoverdracht en rechtsopvolging. De taakoverdracht ligt zover in het verleden, dat het niet langer nodig is hier afspraken over te maken. Artikelen die niet langer relevant zijn, zijn geschrapt. Dit heeft geleid tot een gewijzigd hoofdstuk XII, met daarin artikelen 26 en 27. Artikel 26 beschrijft de grondslag dat brandweerkazernes in eigendom van gemeenten blijven, die ze ter beschikking stelt aan VNOG. Over het gebruik, beheer en onderhoud hebben VNOG en gemeenten afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in de regeling Demarcatie.

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

de veiligheidsregio over de eigendomsverhoudingen of de beheerovereenkomsten. 4.Tot de nadere afspraken behoren in ieder geval afspraken over de wijze waarop en de mate waarin de veiligheidsregio treedt in de rechten en plichten van de betreffende gemeenten. Artikel XX. Artikel 24 Verplichtingen van de colleges 1. De colleges stellen, met inachtneming van de gemaakte afspraken bedoeld in artikel 23, voor de uitvoering van de brandweerzorg kosteloos de volgende faciliteiten en informatie ter beschikking aan de veiligheidsregio: a. bereikbare en bruikbare blusvoorzieningen; b. toegang tot geografische en bouwkundige informatie; c. informatie over wegomleggingen en afsluitingen en dergelijke; d. informatie over relevante vergunningen en ontheffingen; e. voor de veiligheidsregio relevante informatie voortvloeiende uit handhaving en toezicht door de gemeenten; f. alle overige informatie, die redelijkerwijs nodig is om de opgedragen taken te kunnen vervullen.

Artikel 27 Verplichtingen van de colleges De colleges stellen, met inachtneming van de gemaakte afspraken bedoeld in artikel 26, voor de uitvoering van de brandweerzorg kosteloos de volgende faciliteiten en informatie ter beschikking aan de veiligheidsregio: a. bereikbare en bruikbare blusvoorzieningen; b. toegang tot geografische en bouwkundige informatie; c. informatie over wegomleggingen en afsluitingen en dergelijke; d. informatie over relevante vergunningen en ontheffingen; e. voor de veiligheidsregio relevante informatie voortvloeiende uit handhaving en toezicht door de gemeenten; f. alle overige informatie, die redelijkerwijs nodig is om de opgedragen taken te kunnen vervullen.

Pagina 23 van 32

Artikel 27 beschrijft de overige verplichtingen aan de colleges om blusvoorzieningen en diverse informatieproducten ter beschikking aan VNOG te blijven stellen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. Deze beide artikelen laten zien hoe belangrijk de voortdurende samenwerking tussen VNOG en de gemeenten is en blijft.

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

2. Alle archiefbescheiden die betrekking hebben op de taken, genoemd in artikel 4, voor zover deze niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, worden op verzoek tot minimaal vijf jaar na vaststelling van deze regeling kosteloos aan de veiligheidsregio ter beschikking gesteld. Artikel XXI. Artikel 25 Claims 1. Reeds bestaande en toekomstige claims, in welke vorm ook, die samenhangen met de uitvoering van de basisbrandzorgweertaken en hun oorsprong vinden in de periode voor 1 januari 2011 gaan niet mee over naar de veiligheidsregio, maar blijven voor rekening en risico van de betreffende gemeente. 2. Reeds bestaande en toekomstige claims, in welke vorm ook, die samenhangen met het eigendomsrecht van enige voorziening als bedoeld in artikel 23 en hun oorsprong vinden in de periode voor de eigendomsoverdracht gaan niet mee over naar de veiligheidsregio, maar blijven voor rekening en risico van de betreffende gemeente, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Zie toelichting artikel 26

Artikel XXII.

Hoofdstuk XIII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Pagina 24 van 32

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

Artikel 26 Toetreding en uittreding 1. Toetreding tot en uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s, als bedoeld in artikel 8 van de Wvr. 2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding.

Artikel 28 Toetreding 1. Toetreding tot en uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s, als bedoeld in artikel 8 van de Wvr. 2. De toetreding door colleges van andere gemeenten kan plaatsvinden wanneer in de vergadering van het algemeen bestuur blijkt, Artikel XXIII. dat ten minste twee derde van de colleges die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, daarmee instemmen. 3. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding. Aan de toetreding kunnen voorwaarden worden verbonden. 4. De toetreding gaat in op dezelfde dag als die waarop de voor de toetreding noodzakelijke wijziging van de regeling in werking is getreden.

De Wgr schrijft voor dat in de GR regels worden opgenomen over het toe- en uittreden tot of uit de regeling. VNOG is een verplichte gemeenschappelijke regeling voor de 22 gemeenten in de regio Noord- en OostGelderland. Pas als de Wet veiligheidsregio’s hierop wordt aangepast is toe- of uittreding mogelijk. Dit ligt niet voor de hand, daarom was deze bepaling tot op heden niet verder uitgewerkt. In de voorgestelde uitwerking is aangesloten bij een werkwijze die GGD NOG in het verleden reeds heeft gehanteerd voor de uitname van taken door gemeenten en die ook toepasbaar zijn op het uittreden uit de regeling. De leden 2 en 3 van artikel 28 lopen samen op met het besluitvormingsproces voor wijziging van de indeling van de veiligheidsregio’s in de bijlage van de Wvr (door de Minister). Zie toelichting artikel 28

Artikel 29 Uittreding 1. Het college dat voornemens is uit te treden, maakt dit kenbaar aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de overige colleges. 2. Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de VNOG. Het algemeen bestuur stelt een Pagina 25 van 32

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de VNOG. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: a. de uittredende gemeente draagt de kosten die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en de overige gemeenten ondervinden geen financieel nadeel van de uittreding; b. de kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de financiële, personele en overige gevolgen komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden; c. in het voorstel voor de gevolgen van de voorgenomen uittreding worden de volgende kostensoorten onderscheiden: • frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden); • direct vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken); • op termijn te vervallen kosten (kosten die op termijn door te bezuinigen vervallen); • schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden gedurende vijf jaar na uittreding); • aandeel in de reserves en voorzieningen. 3. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld Pagina 26 van 32

Toelichting

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid, van de wet. De uittreding vindt plaats per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een vol kalenderjaar

Artikel 27 Wijziging 1. Zowel het dagelijks bestuur als een college kan voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de colleges. 3. Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van tenminste tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen

4. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, vastgesteld door de colleges. Voor het tot stand komen van een besluit hierover is de meerderheid vereist van ten minste twee derde van de colleges die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen. Artikel 30 Wijziging 1. Zowel het dagelijks bestuur als een college kan voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de colleges. 3. Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van tenminste tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen

Pagina 27 van 32

Toelichting

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

vertegenwoordigen, tot deze wijziging hebben besloten. 4. In aansluiting op het bepaalde in het derde lid bepaalt het algemeen bestuur de datum van inwerkingtreding van de wijziging. 5. Het dagelijks bestuur stelt de colleges en de raden zo spoedig mogelijk in kennis van de tot stand gekomen wijziging.

vertegenwoordigen, tot deze wijziging hebben besloten. 4. In aansluiting op het bepaalde in het derde lid bepaalt het algemeen bestuur de datum van inwerkingtreding van de wijziging. 5. Het dagelijks bestuur stelt de colleges en de raden zo spoedig mogelijk in kennis van de tot stand gekomen wijziging.

Toelichting

Artikel XXIV. Artikel 28 Opheffing 1. De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dat op grond van de Wet veiligheidsregio´s mogelijk is. Indien de Wet veiligheidsregio’s niet tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling verplicht maar opheffing wel mogelijk maakt en opheffing wenselijk is, wordt een besluit tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling niet genomen voordat de colleges van tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, daarmee hebben ingestemd. 2. Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor

Artikel 31 Opheffing 1. De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven indien dit door een wijziging van artikel 8 jo. artikel 9 Wvr mogelijk wordt. Indien de Wvr niet tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling verplicht maar opheffing wel mogelijk maakt en opheffing wenselijk is, wordt een besluit tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling niet genomen voordat de colleges van tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, daarmee hebben ingestemd. 2. Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor Pagina 28 van 32

Tekstuele verduidelijking

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

een liquidatieplan vast. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 3. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld. 4. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. 5. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de veiligheidsregio. 6. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan.

een liquidatieplan vast. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 3. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld. 4. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. 5. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de veiligheidsregio. 6. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan. Artikel XXV.

Artikel 29 Geschillenregeling 1. Alvorens ten aanzien van een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, wordt de zaak voorgelegd aan een geschillencommissie. 2. Het dagelijks bestuur benoemt deze commissie in overleg met de betrokken gemeente of gemeenten. 3. De geschillencommissie onderzoekt de mogelijkheden om partijen alsnog tot overeenstemming te brengen en brengt aan partijen advies uit.

Artikel 32 Geschillenregeling Bij geschillen zal de geschillenregeling in artikel 28 van de wet gevolgd worden.

Pagina 29 van 32

Toelichting

In de huidige GR is een geschillencommissie in het leven geroepen als voorportaal voor de in de Wgr voorgeschreven behandeling van geschillen door GS. Vanwege opgedane ervaringen is ervoor gekozen om deze bepaling te schrappen, en bij ev. geschillen direct het geschil voor te leggen aan GS. Dit is niet ongebruikelijk onder veiligheidsregio’s; ruwweg de helft van de regio’s beschikt niet over een bepaling over de geschillencommissie (en gaat dus al rechtstreeks naar GS).

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

4. Betrokken partijen kunnen van tevoren overeenkomen, dat het in het derde lid bedoelde advies van de geschillencommissie bindend zal zijn. 5. Onder geschil wordt hier mede begrepen een aangelegenheid, die door één partij als zodanig wordt beschouwd. Artikel XXVI. Artikel 30 Rechtsopvolging 1. De veiligheidsregio is, met ingang van 1 april 2004, in de rechten en plichten van de Regio Achterhoek, het ISV Noordwest-Veluwe en de Regio Stedendriehoek getreden voor wat betreft de in artikel 5 van de Gemeenschappelijke Regeling 2004 omschreven Regionale Brandweer, GHOR- en Centrale Post Ambulancevervoertaken. 2. De rechten en plichten worden door het bestuur van de veiligheidsregio uitgeoefend dan wel voldaan ten behoeve of ten laste van de gemeenten van de in het eerste lid genoemde toenmalige regio’s met inachtneming van het bepaalde in het volgende lid. 3. De voor de Regio Achterhoek, het ISV Noordwest-Veluwe en de Regio Stedendriehoek vastgestelde begrotingen voor het dienstjaar 2004 zijn bepalend voor de in het tweede lid genoemde rechten en plichten.

De huidige GR bevat verschillende bepalingen die te maken hebben met de taakoverdracht en rechtsopvolging. De taakoverdracht en daarmee rechtsopvolging ligt zover in het verleden, dat het niet langer nodig is hier afspraken over te maken.

Pagina 30 van 32

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Toelichting

Artikel XXVII.

Hoofdstuk XIV Overgangs- en slotbepalingen Artikel 31 Werkingsduur Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 33 Werkingsduur Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel XXVIII. Artikel 34 Evaluatie 1. Tenminste eenmaal per vier jaar vindt een evaluatie van deze regeling plaats. Deze evaluatie vindt als voorbereiding op een nieuw regionaal beleidsplan plaats. 2. De evaluatie richt zich op de inhoud van de regeling zelf en op de ervaringen met de gehanteerde werkwijzen.

Artikel 32 Inwerkingtreding De wijziging van de regeling treedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 26 van de wet in werking.

Artikel 35 Inwerkingtreding De wijziging van de regeling treedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 26 van de wet in werking. Artikel XXIX.

Artikel 33

Artikel 36 Overgangsbepaling Pagina 31 van 32

De gewijzigde Wgr verplicht tot het maken van afspraken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Evaluatie vindt uiteraard voortdurend plaats in vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur en in de rechtstreekse contacten tussen gemeenten en VNOG op verschillende niveaus. Het kan meerwaarde hebben om in een periodieke evaluatie bewust stil te staan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. Is deze bepaling is opgenomen dat dit tenminste een keer per vier jaar gebeurt, als voorbereiding op een nieuw regionaal beleidsplan. In het nieuwe artikel 10 is opgenomen dat de evaluatie wordt voorgelegd aan de raden voor een zienswijze.

Tekstuele wijziging

Bestaande tekst Te vervallen cursief

Nieuwe tekst Te wijzigen vet

Besluiten, genomen krachtens deze regeling die golden op het moment van de eerste wijziging van deze regeling en waarvoor de eerste wijziging overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze regeling.

Besluiten, genomen krachtens deze regeling die golden op het moment van eerdere wijzigingen van deze regeling en waarvoor de wijzigingen overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze regeling. Artikel XXX.

Artikel 34 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2010’

Artikel 37 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2024’.

Pagina 32 van 32

Toelichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12902411/1