CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

Ap. 11 Bijlage BP toelichting en regels Oosteinderweg 116-118 vastgesteld

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente NunspeetBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan "Oosteinderweg 116-118", Nunspeet (hamerstuk)17.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

is, deze die inrichting niet verbieden; 1.42 evenement: een verplaatsbare, voor het publiek toegankelijke, georganiseerde gebeurtenis, (openlucht-)manifestatie, (thema-)dag of week; 1.43 extensief recreatief medegebruik: een extensief dagrecreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, waaronder in elk geval niet wordt verstaan: boerengolf, paintball, gemotoriseerde sport; 1.44 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.45 gebruiken: het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.46 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.47 horeca: een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.48 huisvesting in verband met mantelzorg: huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen,

van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning;

36

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

1.49 internetwinkel een (bedrijfsmatige) dienst bestaande uit een keten van activiteiten gericht op het maken, onderhouden en exploiteren van een website met een afhaalcentrum*. Ondersteunend aan de website kan tevens een fysieke bezoekmogelijkheid aanwezig zijn gericht op het showen en informeren (etc.) van klanten. Er wordt onderscheid gemaakt in 4 type internetwinkels:  A1. Zonder fysieke bezoekmogelijkheid op locatie. Indien een fysieke bezoekmogelijkheid elders aanwezig is dient deze aldaar passend bestemd te zijn. Dit geldt ook voor het elders aanwezige afhaalcentrum;  A2. Zonder fysieke bezoekmogelijkheid en met een afhaalcentrum. Indien een fysieke bezoekmogelijkheid elders aanwezig is dient deze aldaar passend bestemd te zijn;  B1. Met fysieke bezoekmogelijkheid. Het afhaalcentrum is elders gevestigd en aldaar passend bestemd;  B2. Met fysieke bezoekmogelijkheid en met een afhaalcentrum.

*: Een locatie waar de consument uitsluitend via internethandel bestelde goederen kan afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten verkoop en/of overige activiteiten; 1.50 inwoning: twee huishoudens in een woning waarbij er sprake is van een hoofdtoegang, die toegang verschaft tot een gemeenschappelijke hal van waaruit rechtstreekse toegang tot de beide woonruimtes wordt verschaft en waarbij er sprake blijft van één aansluiting op de nutsvoorzieningen; 1.51 kampeermiddel: een tent, een vouwwagen, een camper, een caravan, een wagonette of een huifkar; 1.52 kampeerterrein: een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief dag- en nachtverblijf; 1.53 kap: een dak dat loodrecht geprojecteerd voor minder dan 50% in het horizontale vlak ligt; 1.54 kas: een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen of planten; 1.55 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q.

het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, geen detailhandel en prostitutie zijnde, waarvan de omvang zodanig is, dat het woonhuis of de bedrijfswoning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.56 kwetsbaar object onder een kwetsbaar object wordt verstaan: a. woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde woningen, woonschepen of woonwagens die aangemerkt worden als beperkt kwetsbare objecten. Dit zijn: verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare, en dienst- en bedrijfswoningen van derden; b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen, of 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object, of 2.

complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

37

dan 2000 m2 per winkel, voorzover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd, en d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen. 1.57 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.58 lichte horeca: een bedrijf waar bedrijfsmatig overdag dranken en/of etenswaren worden verstrekt aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals theehuisjes, ijssalons, croissanterieën, dagcafés, dagrestaurants en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven; 1.59 maatschappelijke voorzieningen: culturele, educatieve, medische, sociale, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.60 mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts,

wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.61 natuurlijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de geologische, geomorfologsiche, bodemkundige en/of biologische elementen, voorkomend in dat gebied; 1.62 normaal agrarisch gebruik: het regulier gebruik dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor het agrarisch gebruik van de gronden; 1.63 normaal bosbeheer: het onderhoud en beheer, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede instandhouding van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden van de bosgebieden en landgoederen; 1.64 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden: werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.65 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.66 ondergeschikte bouwdelen: hieronder wordt verstaan plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken.

(Schotel)antennes voor zover gelegen aan het voorerf vallen hier niet onder; 1.67 onderkomens: voor verblijf geschikte al dan niet aan de bestemming onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen; 1.68 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;

38

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

1.69 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.70 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden, dan wel met twee wanden, waarvan maximaal één wand tot de constructie behoort; 1.71 paardenbak: een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen; 1.72 pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.73 peil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het plaatselijke niveau ten opzichte van Nieuw Amsterdams Peil; d.

indien de onder a tot en met c genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen peil; 1.74 perifere detailhandel: detailhandel volgens een formule die vanwege de aard en/of omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans, tuininrichtingsartikelen, bouwmaterialen, keukens en sanitair, alsmede woninginrichtingsartikelen, waaronder meubelen; 1.75 praktijkruimte: een niet voor bewoning bestemd gebouw of deel van een gebouw, dat uitsluitend dienstbaar is aan de uitoefening van een vrij beroep, zoals dat van accountant, advocaat, architect, arts of kunstenaar; 1.76 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.77 recreatief medegebruik: vormen van recreatief gebruik van het agrarisch gebied en/of bossen en natuurterreinen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen; 1.78 recreatieve overnachting: de overnachting die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie (dus niet als hoofdverblijf); 1.79 recreatieve voorzieningen: bezigheden, tijdverdrijf of

lichamelijke activiteiten die door mensen en dieren worden ondernomen met als enig doel de activiteit zelf, of ter ontspanning en vermaak; 1.80 recreatiewoning een gebouw dat dient voor recreatief (nacht)verblijf voor recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.81 risicovolle inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.82 sexinrichting: een inrichting bestemd voor het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische aard en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar sexuele handelingen worden verricht; onder sex

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

39

en/of pornobedrijf wordt mede begrepen: a. sexbioscoop: Een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van film- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; b. sexclub: een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar sexuele handelingen worden verricht; c. sexautomaat: een inrichting, bestemd voor het door middel van automaten doen plaatsvinden van film- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; d. sexwinkel: een ruimte, bestemd voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van sexartikelen, waaronder begrepen pornografische lectuur en videobanden, aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker; e. prostitutiebedrijf: een ruimte, bestemd dan wel in gebruik voor het daarin uitoefenen van prostitutie, zijnde het tegen betaling hebben van sexuele omgang met anderen; 1.83 stacaravan: een gebouw, bestaande uit een lichte constructie, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf, dat geen vaste verankering in de grond heeft en binnen 24 uur demontabel is.

De stacaravan mag niet zijn/worden opgebouwd uit steenachtige materialen; 1.84 standplaats een locatie gelegen op of aan de weg, plein, (gras)veld, water of aan een andere voor het publiek toegankelijk ruimte waar vanuit / vanaf een middel zoals een gebouw, (open) voertuig, een kraam of tafel of hiermee vergelijkbaar middel handel wordt gedreven en / of informatie wordt verstrekt en / of dienstverlening wordt bedreven. Bij het middel, en onderdeel van de standplaats, kan bijbehorend meubilair voorkomen zoals een terras, statafels, parasols en afvalbakken. Het al dan niet incidenteel of vast voorkomen van het middel op de standplaats is hierbij niet van belang; 1.85 teeltondersteunende kassen: kassen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven bij plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven:  verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating;  verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; of  het voorkomen van schade door vorst; 1.86 teeltondersteunende voorzieningen: voorzieningen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven bij plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven:  verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade;  verbetering van

de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen;  het bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringing onkruidbestrijding, effectief omgaan met water); of  het voorkomen van schade door vorst; 1.87 tuincentrum: een detailhandelsvestiging met daarbij behorende kwekerij in kwekerijprodukten, zoals bomen, (kamer)planten, bollen en bloemen, alsmede in artikelen voor tuinaanleg, -inrichting en -onderhoud; 1.88 uitvoeren: het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven;

40

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

1.89 veldschuur: een vrij in het open veld staande schuur, die wordt of werd gebruikt voor het stallen of het melken van vee, en/of de opslag van agrarische producten of agrarische werktuigen; 1.90 verblijfsrecreatie: elke vorm van recreatie gericht op verblijf buiten de eigen woning, waarbij ten minste één overnachting plaats vindt in een recreatief nachtverblijf; 1.91 volumineuze detailhandel: detailhandel in volumineuze goederen zoals auto's, boten en caravans. In dit bestemmingsplan wordt de detailhandel in keukens, badkamers, landbouwwerktuigen, grove bouwmaterialen en bouwmarkten hier niet onder begrepen; 1.92 voorerfgebied: erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.93 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw of, bij onduidelijkheid daarover, de als zodanig door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.94 voorgevelrooilijn: voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan, de beheersverordening dan wel de gemeentelijke bouwverordening; 1.95 vuurwerkbedrijf: een inrichting waar professioneel vuurwerk en/of meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk aanwezig is; 1.96 Wgh-inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen en vergunningenbesluit milieubeheer; 1.97 woning: een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.98 woonwagen: voor bewoning

bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst.

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

41

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens: tussen de zijdelingse grens van het perceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de dakhelling: de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak gerekend in graden; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

42

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van het agrarisch bedrijf, met uitzondering van: 1. een houtteelt- of fruitteeltbedrijf; en 2. fokkerijen en mesterijen van eenden, ganzen en kalkoenen in de open lucht en van pelsdieren, alsmede vis-, wormen- en madenkwekerijen; b. het weiden van vee, anders dan in het kader van de uitoefening van het agrarisch bedrijf; c. bos- en/of natuurelementen met een oppervlakte van minder dan 2 hectare; d. bestaande wegen, wandel-, fiets- en ruiterpaden, toegangswegen; e. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water, niet zijnde voorzieningen ten behoeve van ijsbanen of siervijvers; f. teeltondersteunende voorzieningen; g. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarde en de landschappelijke waarde van de gronden; met andere bouwwerken, andere werken, tuinen en erven. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Bouwen Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

3.2.2 Eisen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 3.2.1 mag de goothoogte en bouwhoogte van bouwwerken niet meer bedragen dan hierna is aangegeven: maximale bouwwerken bouwhoogte teeltondersteunende voorzieningen 0,3 m erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van het dichtst bij de weg gelegen bouwwerk: 1 m overige erf- en terreinafscheidingen en overige andere bouwwerken: 2m 3.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten behoeve van de bouw van nieuwe schuilgelegenheden voor het bieden van schuilgelegenheid voor vee de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - veldschuur" aanbrengen, met dien verstande dat: a. het gaat om de huisvesting van hobbymatig te houden dieren; b. is aangetoond dat de schuilgelegenheid noodzakelijk en doelmatig is in het kader van dierenwelzijn; c. de schuilgelegenheid een oppervlakte van niet meer dan 30 m2 mag hebben; d. de omvang van het perceel waarop de schuilgelegenheid wordt gebouwd niet minder bedraagt dan 2.000 m2 en als zodanig in gebruik is bij de aanvrager, welk gebruik aantoonbaar van langere duur moet zijn; e. het perceel waarop de schuilgelegenheid wordt gebouwd niet grenst aan het huisperceel van de aanvrager; f. per perceel niet meer dan één schuilgelegenheid mag worden gebouwd;

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

43

g.

de schuilgelegenheid aan de rand of in een hoek van het perceel wordt gesitueerd en bij voorkeur aansluitend bij bestaande houtopstanden; h. de schuilgelegenheid landschappelijk wordt ingepast; i. ten minste tweederde van één zijde van de schuilgelegenheid open moet zijn; j. de goothoogte niet meer bedraagt dan 2 m; k. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m; l. de volgende bouwmaterialen worden gebruikt: gepotdekselde houten gevelbekleding in een gedekte kleur, schuine afdekking met een dakbedekking van bitummen singels, leitjes of donkere dakpannen; m. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

Artikel 4

Gemengd

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. bedrijven ter plaatse van de aanduiding: 'specifieke vorm van bedrijf - algemene een bedrijf voor metaalbewerking metaalbewerking' c. dienstverlening; d. kantoren (zonder baliefunctie); e. maatschappelijke voorzieningen; f. recreatieve voorzieningen in de vorm van overdekte (kinder)speeltuinen, outdoorcentra of daarmee naar aard, omvang en uitstraling vergelijkbare activiteiten; g. buitenopslag van goederen met een hoogte van maximaal 3 meter voor zover het gronden betreft tussen een hoofdgebouw en een niet naar een openbare ruimte gekeerde zijde van het perceel; h. het oppervlakte van een bouwperceel mag niet meer zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte' is aangegeven, met uitzondering van bouwpercelen die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan een grotere oppervlakte hebben. Hiervoor geldt het oppervlak op het moment van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan als maximum; met daarbij behorende gebouwen en voorzieningen zoals wegen, paden, bermen, tuinen, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere bouwwerken, zoals palen, masten, verkeers-, reclame- en andere tekens, kunstwerken, technische installaties en terreinafscheidingen.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Bedrijfsgebouwen Bedrijfsgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd binnen het bouwvlak; b. afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens is minimaal 5 m; c. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' is aangegeven. Als geen goot- en bouwhoogte is aangegeven mag de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan de bestaande situatie; d. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ is aangegeven;

44

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

4.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt: a. voor zover gelegen vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het gebouw, of het verlengde daarvan: 1. erf- en terreinafscheidingen maximaal 2 m; 2. vlaggen- en lichtmasten maximaal 6 m; 3. overige bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 3 m; b. voor zover gelegen achter de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het gebouw, of het verlengde daarvan: 1. erf- en terreinafscheidingen maximaal 2,5 m; 2. vlaggen- en lichtmasten maximaal 10 m; 3. overige bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 10 m. 4.2.3 Welstand De geldende welstandseisen staan beschreven in hoofdstuk 5. 4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2 ten behoeve van het: a. een grotere bouwhoogte dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte’ is aangegeven tot maximaal 12 m; b. een hoger bebouwingspercentage dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ is aangegeven; c. een kleinere afstand van gebouwen tot perceelsgrenzen; d. het doorbreken van het bouwvlak. 4.3.2 Voorwaarden voor afwijken Bij de afweging om, al dan niet, tot afwijking over te gaan worden in elk geval de volgende aspecten betrokken: a. het belang van de aanvrager; b.

de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden; c. de stedenbouwkundige, milieukundige, planologische en verkeerskundige belangen; d. de vraag of een zekerheidstelling nodig is m.b.t. de (plan)kosten; e. de vraag of er eisen gesteld moeten worden aan het plan met betrekking tot bijvoorbeeld de (perceels)inrichting, sloop, situering, gebruik, termijnen, vormgeving, materiaal- en kleurgebruik etc. 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Voorwaardelijke verplichting waterberging Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken dient aangetoond te worden dat het hemelwater dat valt op het desbetreffende bouwperceel op datzelfde bouwperceel duurzaam wordt geïnfiltreerd danwel op het terrein van anderen waarbij, indien terrein van anderen gebruikt wordt, dient te worden aangetoond dat dit terrein daar duurzaam voor mag, kan en zal worden gebruikt. Deze (civiele) voorzieningen dienen daarna in stand te worden gehouden. 4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.1 ten behoeve van het: a. uitoefenen van bedrijfsactiviteiten welke vallen in een hogere categorie en / of anders dan genoemd in artikel 4.1 en de bijhorende Staat van bedrijfsactiviteiten en waarbij de invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan de in artikel 4.1 gegeven categorie;

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

45

b. c.

buitenopslag tot 8 m hoog alsmede buitenopslag waar dat niet is toegestaan; toelaten van een groter bouwperceel dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte' is aangegeven.

4.5.2 Voorwaarden voor afwijken Bij de afweging om, al dan niet, tot afwijking over te gaan worden in elk geval de volgende aspecten betrokken: a. het belang van de aanvrager; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden; c. de stedenbouwkundige, milieukundige, planologische en verkeerskundige belangen; d. de vraag of een zekerheidstelling nodig is m.b.t. de (plan)kosten; e. de vraag of er eisen gesteld moeten worden aan het plan met betrekking tot bijvoorbeeld de (perceels)inrichting, sloop, situering, gebruik, termijnen, vormgeving, materiaal- en kleurgebruik etc.

Artikel 5

Natuur - Landschap

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bos, houtwallen, solitaire bomen; b. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarde en de landschappelijke waarde; c. bestaande wegen, wandel-, fiets- en ruiterpaden; d. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; met daarbijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken en terreinen. 5.2 Bouwregels Op de voor 'Natuur - Landschap' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 5.2.1 Gebouwen Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat bestaande gebouwen mogen worden gehandhaafd met de bestaande omvang. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m mag bedragen. 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in a. 5.2.1 ten behoeve van onderhouds- en beheersgebouwen en jacht- en vogelkijkhutten, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 40 m2; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6 m; 3.

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

46

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Strijdig gebruik Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van de gronden ten behoeve van de aanleg van nieuwe wandel-, fiets- en ruiterpaden. 5.5 Afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. 5.4.1 in die zin dat nieuwe wandel-, fiets- en/of ruiterpaden worden aangelegd dan wel de tracees van bestaande wandel-, fiets- en/of ruiterpaden worden gewijzigd, met dien verstande dat: 1. de afwijking uitsluitend wordt toegepast voor de aanleg van nieuwe paden en/of het verleggen van bestaande paden ten behoeve van de verbetering van natuurwaarden vanuit beheerinrichting; 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.6.1 Vergunningsplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. het verwijderen van landschaps- en/of natuurelementen; b. het vergraven en egaliseren van gronden; c. de wijziging van de waterhuishouding of van waterstanden beogen of ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten; d.

het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en het aanleggen van oppervlakteverhardingen; e. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; f. het aanleggen van nieuwe waterlopen en het vergraven, verbreden en dempen van bestaande waterlopen en vennen; g. het ophogen van gronden en aanleggen van geluid- en/of grondwallen; h. het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters i. het vellen of rooien van houtopstanden, houtwallen, singels, bomenrijen, boomgroepen en bos. 5.6.2 Uitzondering Het bepaalde in 5.6.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die; a. normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden en/of normaal bosbeheer betreffen; b. worden uitgevoerd krachtens een vastgesteld beheersplan; c. aangelegd worden op basis van een voorwaardelijke verplichting. 5.6.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk en werkzaamheden als bedoeld in 5.6.1 kan slechts worden verleend, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de gronden.

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

47

Artikel 6

Tuin

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen met bij een en ander behorende voorzieningen zoals in- en uitritten, paden, bermen, parkeervoorzieningen en andere bouwwerken geen gebouw zijnde. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Erkers Bijhorende bouwwerken aan de voorzijde van een woning, zoals erkers, ingangspartijen en daarmee vergelijkbare bijhorende bouwwerken, mogen worden gebouwd, mits de: 1. diepte ten hoogste 1,5 m bedraagt; 2. diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde voortuin ten minste 2,5 meter bedraagt; 3. breedte niet groter is dan 2/3 van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw; 4. bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt. 6.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt: a. bij erf- en terreinafscheidingen 1 m; b. bij overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3 m; c. vlaggenmasten tot maximaal 6 m; d. reclame-uitingen. 6.2.3 Welstand De geldende welstandseisen staan beschreven in hoofdstuk 5. 6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2 ten behoeve van het: a. het bouwen van bijhorende bouwwerken: 1. tot maximaal 40 m2; 2. goothoogte en bouwhoogte maximaal 3,5 respectievelijk 5 meter; b. verhogen van de toegelaten bouwhoogte voor bouwwerken geen gebouwen zijnde met 1,5 m.

6.3.2 Voorwaarden voor afwijken Bij de afweging om, al dan niet, tot afwijking over te gaan worden in elk geval de volgende aspecten betrokken: a. het belang van de aanvrager; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden; c. de stedenbouwkundige, milieukundige, planologische en verkeerskundige belangen; d. de vraag of een zekerheidstelling nodig is m.b.t. de (plan)kosten; e. de vraag of er eisen gesteld moeten worden aan het plan met betrekking tot bijvoorbeeld de (perceels)inrichting, sloop, situering, gebruik, termijnen, vormgeving, materiaal- en kleurgebruik etc.

48

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

Artikel 7

Wonen - Gemengd

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen waarbij geldt dat deze woning als bedrijfswoning moet worden gebruikt bij een binnen de naastgelegen bestemming Gemengd aanwezig bedrijf. en in samenhang daarmee voor: b. de ontsluiting ten behoeve van de achtergelegen percelen met de bestemming Gemengd als opgenomen in artikel 4; c. aan-huis-verbonden beroep; met bij een en ander behorende gebouwen en voorzieningen zoals paden, bermen, tuinen, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken, zoals palen, masten, verkeers-, reclame- en andere tekens, kunstwerken, technische installaties en terreinafscheidingen. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Hoofdgebouwen Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd binnen het bouwvlak; b. per bouwvlak is één woning toegestaan; c. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' is aangegeven. d. de inhoud van nieuw te bouwen woningen mag niet meer bedragen dan 800 m³; 7.2.2 Bijhorende bouwwerken Bijhorende bouwwerken mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken: a. goothoogte maximaal 3,5 m; b. bouwhoogte maximaal 5 m; c. minimaal 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw; d.

gezamenlijke maximaal oppervlakte in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan: 1. 60 m2 in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2; 2. 70 m2 in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 maar kleiner dan of gelijk aan 150 m2; 3. 80 m2 in geval van een bebouwingsgebied groter dan 150 m2 maar kleiner dan of gelijk aan 200 m2; 4. 90 m2 in geval van een bebouwingsgebied groter dan 200 m2 maar kleiner dan of gelijk aan 250 m2; 5. 100 m2 in geval van een bebouwingsgebied groter dan 250 m2 maar kleiner dan of gelijk aan 300 m2; 6. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m2 maar kleiner dan 1.500 m2: 100 m2 vermeerderd met 10% van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m 2 tot een maximum van 200 m2; 7. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 1.500 m2: 200 m2 vermeerderd met 5% van het bebouwingsgebied dat groter is dan 1.500 m2 tot een maximum van 300 m2; e. afwijkend van de bepalingen onder: 1. a en b geldt dat de goothoogte 5 m mag bedragen en de bouwhoogte 7 m als ten minste 15 m van de zijdelingse perceelsgrens wordt gebleven en ten minste 15 m van het hoofdgebouw mits het hoofdgebouw ten minste 9 m hoog is; 2. b geldt, daar waar de kapconstructie in het verlengde ligt van het hoofdgebouw, als maximale bouwhoogte de hoogte van het hoofdgebouw minus 1,5 m.

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

49

7.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt: a. bij erf- en terreinafscheidingen 2 m; b. bij overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3 m; c. vlaggenmasten tot maximaal 6 m. 7.2.4 Welstand De geldende welstandseisen staan beschreven in hoofdstuk 5. 7.3 Afwijken van de bouwregels 7.3.1 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.2 ten behoeve van het: a. bouwen van hoofdgebouwen tot aan de zijdelingse perceelgrens; b. overschrijden van het bouwvlak tot niet meer dan 5 m; c. bouwen tot (het verlengde van de) voorgevelrooilijn; d. verhogen van de toegelaten bouwhoogte voor bouwwerken geen gebouwen zijnde met 1 m; e. verhogen van de toegelaten goot- en bouwhoogte bij hoofdgebouwen met niet meer dan 3 m en bij bijhorende bouwwerken met niet meer dan 2 m; f. vergroten van het oppervlakte aan bijhorende bouwwerken tot niet meer dan 100 m 2. 7.3.2 Voorwaarden voor afwijken Bij de afweging om, al dan niet, tot afwijking over te gaan worden in elk geval de volgende aspecten betrokken: a. het belang van de aanvrager; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden; c. de stedenbouwkundige, milieukundige, planologische en verkeerskundige belangen; d. de vraag of een zekerheidstelling nodig is m.b.t. de (plan)kosten; e.

de vraag of er eisen gesteld moeten worden aan het plan met betrekking tot bijvoorbeeld de (perceels)inrichting, sloop, situering, gebruik, termijnen, vormgeving, materiaal- en kleurgebruik etc. 7.4 Specifieke gebruiksregels 7.4.1 Voorwaardelijke verplichting waterberging Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken dient aangetoond te worden dat het hemelwater dat valt op het desbetreffende bouwperceel op datzelfde bouwperceel duurzaam wordt geïnfiltreerd danwel op het terrein van anderen waarbij, indien terrein van anderen gebruikt wordt, dient te worden aangetoond dat dit terrein daar duurzaam voor mag, kan en zal worden gebruikt. Deze (civiele) voorzieningen dienen daarna in stand te worden gehouden. 7.5 Afwijken van de gebruiksregels 7.5.1 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.1 ten behoeve van het toestaan van: a. een aan huis verbonden beroep tot een oppervlakte van 100 m²; b. een aan huis verbonden bedrijf, al dan tevens ook tot een oppervlakte van 100 m²; c. een bed & breakfast, met dien verstande dat: 1. deze uitsluitend mag plaatsvinden in een legale woning, waarbij geldt dat ook de deel van een (voormalige) boerderij wordt geacht deel uit te maken van de woning; 2.

de gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan 40% van de gebruiksoppervlakte van de woning en tevens niet meer dan 120 m², waarbij onder de oppervlakte voor bed & breakfast worden begrepen:

50

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

d.

 slaapkamers;  bad-, douche- en toiletruimten, die niet gedeeld worden met bewoners;  een gemeenschappelijke ruimte van niet meer dan 30 m2; 3. niet meer dan vier slaapkamers met elk maximaal twee bedden (exclusief kinderbedjes) zijn toegestaan; 4. een kookvoorziening niet is toegestaan; 5. de maximum verblijfsduur per recreant niet meer dan tien dagen achtereen mag bedragen; 6. het gebruik ten behoeve van bed & breakfast geen onevenredige afbreuk mag doen aan:  de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;  de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven;  het straatbeeld;  de verkeersveiligheid; 7. parkeervoorzieningen op eigen terrein moeten worden gerealiseerd, waarbij geldt dat het aantal parkeerplaatsen ten minste gelijk niet zijn aan het aantal slaapkamers dat voor bed & breakfast wordt aangewend; 8. deze alleen geëxploiteerd mag worden door de bewoner(s) van de woning; 9. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeerssituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het gebruik van de woning voor meer dan één huishouden ten behoeve van inwoning, met dien verstande dat: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van de huisvesting van een tweede of derde (huishouden van een) persoon; 2. de bestaande bouwmassa van de woning niet wordt vergroot en er geen sprake is van splitsing in meerdere woningen; 3.

er sprake blijft van één hoofdtoegang en één aansluiting op de verschillende nutsvoorzieningen en er geen toename van het aantal inritten naar het perceel plaatsvindt; 4. er geen sprake is van kadastrale splitsing van het perceel;

7.5.2 Voorwaarden voor afwijken Bij de afweging om, al dan niet, tot afwijking over te gaan worden in elk geval de volgende aspecten betrokken: a. het belang van de aanvrager; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden; c. de stedenbouwkundige, milieukundige, planologische en verkeerskundige belangen; d. de vraag of een zekerheidstelling nodig is m.b.t. de (plan)kosten; e. de vraag of er eisen gesteld moeten worden aan het plan met betrekking tot bijvoorbeeld de (perceels)inrichting, sloop, situering, gebruik, termijnen, vormgeving, materiaal- en kleurgebruik etc.

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

51

Artikel 8

Leiding - Gas

8.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding als zodanig aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstroken. 8.2 Voorrangsbepaling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 8.3 Bouwregels Op of in de in 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. 8.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies Is Ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend Indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 8.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt In ieder geval gerekend: het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b.v. van Inspectie en onderhoud van de gastransportleiding.

8.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.6.1 Verbod werkzaamheden Het Is verboden op of In de gronden met de bestemming 'Leiding - Gas' zonder of In afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen In de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 8.6.2 Uitzondering verbod Het in 8.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden; a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. die het normale onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten; d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

52

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

8.6.3 Omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden. 8.6.4 Advies leidingbeheerder Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 8.6.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

53

Hoofdstuk 3 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10

Algemene bouwregels

10.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 10.2 Bestaande afmetingen, afstanden, oppervlaktes en percentages In die gevallen dat de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of de afstand tot enige op de plankaart aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de regels in hoofdstuk 2 is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, percentage en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.

10.3 Ontbreken maatvoeringsaanduidingen In die gevallen dat op de verbeelding een noodzakelijke maatvoeringsaanduiding ontbreekt gelden de maatvoeringen van de bestaande bouwwerken, voor zover deze in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen, zoals aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan waarbij voor het bebouwingspercentage geldt dat dit met 10% mag toenemen ten opzichte van de aanwezige bebouwing.

Artikel 11

Algemene gebruiksregels

11.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden strijdig met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken als of ten behoeve van een seksinrichting; b. het gebruik van onbebouwde gronden: 1. als stand- of ligplaats van onderkomens; 2. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en produkten; een en ander tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; c. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van zwembaden met een oppervlakte van meer dan 40 m²; d. het gebruik van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardenbak tenzij het specifiek wordt toegestaan. 11.2 Afwijken van de gebruiksregels 11.2.1 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in:

54

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

a.

artikel 1.41 onder c in die zin dat gronden en bouwwerken gebruikt mogen worden ten behoeve van zwembaden met een oppervlakte van niet meer dan 60 m², met dien verstande dat het bouwperceel ten minste 1000 m² groot moet zijn;

11.2.2 Voorwaarden voor afwijken Bij de afweging om, al dan niet, tot afwijking over te gaan worden in elk geval de volgende aspecten betrokken: a. het belang van de aanvrager; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden; c. de stedenbouwkundige, milieukundige, planologische en verkeerskundige belangen; d. de vraag of een zekerheidstelling nodig is m.b.t. de (plan)kosten; e. de vraag of er eisen gesteld moeten worden aan het plan met betrekking tot bijvoorbeeld de (perceels)inrichting, sloop, situering, gebruik, termijnen, vormgeving, materiaal- en kleurgebruik etc.

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

12.1 Algemeen Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van de regels: a. ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes en transformatorhuisjes, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen, van welke bouwwerken de oppervlakte niet meer dan 45 m2 en de goothoogte niet meer dan 3 m mag bedragen; b. ten behoeve van het bouwen van ondergrondse bergbezinkbassin met een maximale oppervlakte van 2500m², maximaal 3 meter diep, maximaal 1 meter hoog, met een regelkast van 2 meter hoog en een oppervlakte van 6 vierkante meter; c. indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van grens of richting van wegen, paden, bebouwingsgrenzen en aanduidingen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen; d. voor afwijkingen van eisen, gesteld ten aanzien van maten, afmetingen en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten, afmetingen en percentages. 12.2 Standplaats Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van de regels t.b.v. het toestaan van een standplaats.

12.3 Voorwaarden voor afwijken Bij de afweging om, al dan niet, tot afwijking over te gaan worden in elk geval de volgende aspecten betrokken: a. het belang van de aanvrager; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden; c. de stedenbouwkundige, milieukundige, planologische en verkeerskundige belangen; d. de vraag of een zekerheidstelling nodig is m.b.t. de (plan)kosten; e. de vraag of er eisen gesteld moeten worden aan het plan met betrekking tot bijvoorbeeld de (perceels)inrichting, sloop, situering, gebruik, termijnen, vormgeving, materiaal- en kleurgebruik etc.

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

55

Artikel 13

Overige regels

13.1 Parkeren 13.1.1 Parkeerregels a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en / of voor het wijzigen van het gebruik van een gebouw dan wel voor het wijzigen van het gebruik van een onbebouwd terrein wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw of het terrein in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor: 1. het parkeren of stallen van auto's en fietsen; 2. het laden of lossen van goederen; 3. het realiseren van parkeervoorzieningen voor invaliden. b. De onder a genoemde voorzieningen voor parkeren en laden of lossen worden gerealiseerd op eigen terrein, in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort respectievelijk op of onder het onbebouwde terrein waarvan het gebruik wordt gewijzigd. 13.1.2 Afwijken van de parkeerregels Burgemeester en Wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.1.1: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; b. of voor zover aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

13.1.3 Voorwaarden voor het afwijken van de parkeerregels De in lid 13.1.2 genoemde omgevingsvergunningen worden uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:  de parkeersituatie in de openbare ruimte;  het woon- en leefklimaat;  de sociale veiligheid;  de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 13.1.4 Parkeerfonds a. Van de parkeerregels genoemd in lid 13.1.1 kan, indien er geen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, en de parkeerplaatsen niet voldoende in het openbaar gebied aanwezig (kunnen) zijn, door het college van Burgemeester en Wethouders ook worden afgeweken met een omgevingsvergunning, door de aanvrager van een omgevingsvergunning een financiële bijdrage te doen storten in het parkeerfonds. b. Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in lid a, komt tot stand volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014). c. De financiële bijdrage voor het parkeerfonds wordt berekend volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014).

13.1.5 Beleidsregels Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 13.1.1, 13.1.2, 13.1.3, en 13.1.4, wordt getoetst aan de beleidsregel Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014) dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde, respectievelijk vervangende, beleidsregel.

56

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

Hoofdstuk 4 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

14.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; 2. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het eerste lid onder artikel 14.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; 3. Het eerste lid onder artikel 14.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 2.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 14.2, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 14.2, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; 4. Het eerste lid onder artikel 14.2 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 15

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118'.

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

57

Hoofdstuk 5

Welstand

Voor dit plan geldt aanvullend welstandsbeleid, conform het vastgestelde "Beeldkwaliteitplan De Kolk Nunspeet", zoals is toegevoegd als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan "Actualisatie De Kolk" vastgesteld op 20 april 2017. Na realisatie van het plan conform de eisen uit dit beeldkwaliteitplan zijn de regels van het bestemmingsplan Welstand Nunspeet 2015 van toepassing.

58

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

Verbeelding

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

59

60

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

61

62

bestemmingsplan Oosteinderweg 116-118

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13176710/1