AP 10. Bijlage Aanbiedingsbrief Definitief Advies Verordening bekostiging leerlingenvervoer 2021
Tekst van het document
Lokaal Advies Verordening Bekostiging Leerlingenvervoer 2021
Aan: het college van B & W van de Gemeente Nunspeet 2021
Nunspeet, 1 december
Geacht college van B & W, Zoals aangegeven in ons schrijven van 30 september 2021 sturen wij u een aanvulling op het gegeven regionale advies met betrekking tot de verordening bekostiging leerlingenvervoer 2021 Wij hebben in een eerste reactie op het regionale advies deze punten ook ingebracht, maar omdat ze niet allemaal zijn overgenomen willen we middels dit schrijven uw aandacht alsnog hierop vestigen en benadrukken dat wij het zeer belangrijk vinden. Gezien de beschikbare tijd hebben we geen gelegenheid gehad om ouders te bevragen op hun ervaringen, wel hebben we scholen die Nunspeetse leerlingen onderwijs geven een korte vragenlijst voorgelegd. Ook hun reacties hebben we verwerkt in ons advies, we zullen in deze brief aangeven wanneer dat aan de orde is. 1)
We vinden dat beide documenten erg geschreven zijn vanuit een defensieve opstelling van de gemeente. Er wordt op heel veel punten nauwgezet aangegeven wat er allemaal NIET kan, welke grenzen de gemeente trekt, welke kaders en richtlijnen gevolgd moeten worden. Er lijkt veel aandacht geweest te zijn om het document zo op te stellen dat misbruik voorkomen kan worden. Tegelijkertijd zien we op diverse plekken staan dat “Maatwerk” mogelijk is/moet zijn, en zelfs dat waar de artikelen tekort schieten het college B & W kan afwijken. Wat ons betreft is het document zo dichtgetimmerd dat juist “Maatwerk” bijna uitgesloten wordt. De praktijk leert ons uit eigen ervaring, maar juist ook uit de antwoorden van de scholen, dat “Maatwerk” voor leerlingen met complexe problematiek essentieel is. Juist daar waar aangepaste schooltijden belangrijk zijn voor het kunnen volgen van onderwijs, mag vervoer nooit de belemmerende factor worden. Juist in die situaties is het belangrijk om aan te sluiten bij de deskundigheid van de scholen, die deze kinderen proberen onderwijs te geven. Juist als leerlingen teruggeplaatst worden, en/of als er veranderingen kunnen optreden in de vervoerssituatie, vraagt dit om Maatwerk. De effecten kunnen uiteindelijk meer geld kosten dan opleveren.
De Adviesraad adviseert om in specifieke situaties, die duidelijk om Maatwerk, te kijken naar het Ontwikkelings Ondersteuningsplan dat scholen op moeten stellen voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. In dit OPP kan het item vervoer worden opgenomen, en wordt beschreven waarom de leerling vervoer nodig heeft en hoe dat vorm gegeven moet worden. Tegelijkertijd kan het “vervoersontwikkelingsplan”, dat nu door de gemeente wordt opgesteld, hier onderdeel van worden. School, leerling en ouders kunnen gezamenlijk een plan maken of en hoe de leerling kan groeien naar een andere vorm van vervoer. Het lijkt ons dat er dan meer gelijkwaardigheid ontstaat tussen aanvrager en toewijzer, met het onderwijs als belangrijke schakel. In het OOGO kan het onderwijs, via het Samenwerkingsverband, regelmatig met de gemeente toetsen hoe de scholen hun rol invullen en bijsturen, waar dat nodig is. 2) De suggestie, gedaan door de Participatieraad Putten, om te komen tot een platform van/voor ouders, vinden we begrijpelijk en we zien zeker dat dit zou kunnen werken. Echter heeft dit alleen kans van slagen wanneer iedere gemeente dit niet alleen ondersteunt, maar ook samen met ouders zorg kan en wil dragen voor een verhoging van de kwaliteit van het vervoer.
De uitvoerders van het vervoer dienen te voldoen aan kwaliteitscriteria, die duidelijk beschreven en getoetst moeten worden, met daarbij de mogelijkheid om bij “in gebreke blijven’, in te grijpen. Wanneer dit door de gemeenten op deze manier wordt opgepakt, kan het succesvol werken.
De Adviesraad adviseert om (ook lokaal) te bekijken hoe een dergelijk platform tot stand kan komen, en te beschrijven welke rol de gemeente Nunspeet daarin voor zichzelf ziet. Tot slot willen we nog enkele opmerkingen maken bij de artikelen en de toelichting. Een aantal van deze opmerkingen is kort opgenomen in het regionale advies De ASDN wil ze echter nog een keer onder de aandacht brengen, met een toelichting erbij. Artikel 1: In beide documenten wordt gesproken over de deskundige(n). De opsomming bij punt d is naar ons idee onvolledig en onduidelijk, omdat er voortdurend gesproken wordt over deskundigen, die echter ook aan andere functies en organisaties gekoppeld worden. Wij pleiten voor eenduidig beschrijven bij definities wat de lijst met deskundigen omvat, en verder overal te volstaan met “deskundige”, zonder de toelichting er steeds bij te noemen. Niet alleen taalkundig, maar ook inhoudelijk zet het de lezer(=de ouder) af en toe op het verkeerde been. Bij de definitie van vervoer zijn de ouders als vervoerder niet genoemd Ook is bij artikel 1 de definitie van “stage” weggehaald, terwijl dit in de eerdere verordening wel wordt genoemd. Ons voorstel is om dit hier ook weer op te nemen Bij artikel 1 zouden we graag een definitie zien van de “meerderjarige en handelingsbekwame leerling’.
Deze wordt in verschillende artikelen genoemd, maar leidt ook weer tot verwarring (wat ons betreft) als het bijvoorbeeld gaat over wie de vergoeding krijgt in die situatie. Artikel 8-4 In de toelichting wordt op pagina 18/19 duidelijk aangegeven dat dit aan het SWV is om duidelijk te maken, niet zozeer aan de ouders. Wij pleiten ervoor dat aangegeven wordt dat ouders de noodzakelijk geachte informatie daar dus kunnen opvragen, en dat ze niet zelf “op onderzoek” uit hoeven te gaan voor deze informatie. In de toelichting wordt op pagina 19 een alinea geschreven over “symbiose”. Het lijkt ons goed om dat ook op te nemen in de verordening, zodat deze mogelijkheid duidelijk is voor ouders. Artikel 13 13-2 Wij begrijpen de strekking van de situatie(s), maar pleiten ervoor om hierbij heel goed te kijken naar de problematiek van de leerlingen die het betreft, en de mening van de school hierbij te betrekken. Zij zijn immers degenen die dan opvang moeten bieden aan deze leerlingen, die vaak niet zonder begeleiding lange tijd door kunnen brengen. Ook hier missen we dus eigenlijk de maatwerk mogelijkheden door een te strakke regelgeving. 13-3
Wij lezen dit artikel als “wanneer de leerling gebruik maakt van een gedeeltelijke ontheffing van leerplicht” Als dit zo bedoeld wordt, dan zouden we dit graag duidelijk vermeld zien, zodat het begrijpelijk is voor ouders. Als dit niet zo wordt bedoeld, dan graag duidelijker omschrijven om welke situatie(s) het dan gaat.
Artikel 14 Wij vinden diverse opmerkingen m.b.t. de stages niet realistisch in alle situaties. Aangezien er wordt vermeld dat alleen dan een vergoeding wordt toegekend pleiten we ervoor dit artikel nog eens goed te bezien op de haalbaarheid en wenselijkheid. Wij vermoeden dat scholen en leerlingen hierdoor moeilijk(er) stageplaatsen zullen kunnen vinden. We denken dat met name aan teksten als: “stagetijden komen overeen met schooltijden” en “het stageadres moet op de bestaande schoolroute liggen, of binnen een straal van 5 km”. Artikel 18 Bij lid 1-b wordt geen zin geschreven, alleen “de gehandicapte leerling”.. Wat wordt hier bedoeld ? Verder sluiten we ons aan bij de reactie van de andere adviesraden betreffende het gebruik van het woord “gehandicapt”.
Artikel 20We vinden artikel 20 lid 5 verwarrend en onduidelijk. In de toelichting wordt een heldere beschrijving gegeven. Wij pleiten ervoor die over te nemen. Het betreft de volgende tekst: Wanneer ouders toestemming vragen meerdere kinderen met een eigen busje te vervoeren, kan het college bij wijze van uitzondering op grond van artikel 27 (de zogenaamde hardheidsclausule) een andere bekostiging vaststellen. Dit vervoer kan goedkoper zijn dan aangepast vervoer per leerling. Artikel 25 We vinden dat de term “handicap” toegelicht moet worden, daar niet duidelijk is over welke leerlingen het betreft.
Tot slot Het is een (bijna) onmogelijke opgave om beide documenten te doorgronden, omdat er veel geschreven wordt over problematiek van de leerling (de beperking en de mogelijkheden) en de problemen rond schooltijden, wachttijden, opstapplaatsen, afstanden etc. We begrijpen dat een verordening als deze vraagt om veel richtlijnen, maar wij vinden dat deze ook duidelijk en overzichtelijk zouden moeten zijn voor de gebruikers. Daarnaast wordt er naar ons idee (te) weinig gebruik gemaakt van de expertise van het onderwijs zelf. Weliswaar worden hier en daar overlegvormen benoemd, maar de rol van scholen zou naar ons idee een belangrijk aspect kunnen (moeten) zijn bij de handhaving van deze verordening.
Namens de Adviesraad Sociaal Domein Nunspeet
Marnix Wiersma voorzitter