CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 10. Bijlage 5. Ecologische quickscan 2601

Raadsvergadering 25 juni 2026, gemeente NunspeetBij agendapunt: Woningbouw op Maat Tongerenseweg 1 Vierhouten. (hamerstuk)8.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Ecologische Quickscan

Tongerenseweg 1/1a Vierhouten In het k ade r v an sl oo p b e s t a a n d h o t e l e n r e a l i s e re n 9 woningen

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU Het Laar 30d 6733BZ Wekerom 0318 655 626 ecologie@deslijpkruik.nl www.deslijpkruik.nl

Colofon Titel

Ecologische quickscan Tongerenseweg 1 en 1a Vierhouten

Betreft

Ecologische quickscan

Locatie

Tongerenseweg 1/1a 8076 PV Vierhouten

Auteur

M. IJmker & L. van den Berg-Lowijs

Contactpersoon

J. Mossink (mossink@deslijpkruik.nl)

Opdrachtgever

Bureau voor Planvorming & Advies

Datum

26-11-2024

Status

Versie 1

Projectcode

24BPA12

Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving (Omgevingswet). Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. De Slijpkruik Ecologie BV is niet aansprakelijk voor beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door De Slijpkruik Ecologie BV uitgevoerde onderzoek. Daarnaast is De Slijpkruik Ecologie BV niet aansprakelijk voor gevolgschade, of voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van uitgevoerde onderzoeken door De Slijpkruik Ecologie BV. © De Slijpkruik Ecologie B.V. (2024) Niets uit dit rapport mag openbaar worden gemaakt of gepubliceerd door middel van; druk, fotokopie of anderszins, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van De Slijpkruik Ecologie B.V.

of de opdrachtgever. Wijze van citeren: IJmker, M. & van den Berg-Lowijs, L. 2024. Ecologische quickscan Tongerenseweg 1 en 1a Vierhouten, De Slijpkruik Ecologie BV. Omslagfoto: Impressie van het plangebied. Bronvermelding; foto’s zijn door de auteur gemaakt tenzij anders aangegeven.

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Inhoud 1

Inleiding 4

1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborging 2

Resultaten 9

2.1 Vogels 2.2 Vleermuizen 2.3 Overige zoogdieren 2.4 Overige soortgroepen 2.5 Vaatplanten 2.6 Samenvatting bevindingen 3

Gebiedsbescherming 15

3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) en andere provinciaal beschermde natuurgebieden 3.2 Natura 2000 3.3 Houtopstanden 4

Rode Lijst 19

4.1 Resultaten en effectbeoordeling 4.2 Maatregelen zorgplicht 5

Conclusies en aanbevelingen 21

5.1 Overzicht van de bevindingen 5.2 Conclusies en aanbevelingen Bijlagen 24 Bijlage 1 Samenvatting wettelijk kader

3

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt uitgewerkt wat de aanleiding en het doel van het uitgevoerde onderzoek is. Ook wordt een beschrijving gegeven van het plangebied en de beoogde ingreep. Daarnaast komt ook de methode van het onderzoek aan bod. 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de initiatiefnemer voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. een ecologische quickscan uit aan de Tongerenseweg te Vierhouten. Het betreft een perceel met een hotel en bijgebouwen (Tongerenseweg 1) en een bedrijfswoning (Tongerenseweg 1a). De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bebouwing van het hotel te slopen, de bedrijfswoning om te zetten naar reguliere woning en zo 9 woningen te realiseren. Omdat effecten op beschermde soorten en natuurgebieden niet op voorhand zijn uitgesloten is toetsing aan de Omgevingswet (OW) noodzakelijk. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige inschatting wordt gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Ook wordt het effect van de ingreep op nabijgelegen Natura 2000-gebieden of provinciaal beschermde natuurgebieden zoals Natuurnetwerk Nederland beoordeeld. De quickscan betreft een momentopname, er kan dus geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal drie jaar. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep Het onderzochte perceel bevindt zich aan de rand van de bebouwde kom van Vierhouten, in de gemeente Nunspeet, provincie Gelderland (afbeelding 1 en 2). Het terrein rondom het te verbouwen winkelpand bestaat uit gazon, bomen en struiken. De directe omgeving bestaat uit woningen en agrarisch gebied. Het te slopen hotel bestaat uit meerdere delen en bouwlagen met verschillende bouwjaren. Het noordelijk deel heeft een zadeldak met bitumen dakbedekking, maar de voorste delen hebben een zadeldak met dakpannen. Het betreft dakpannen van een plat type. Lage bebouwing met plat dak en bitumen dakbedekking verbind de verschillende onderdelen van het pand. Langs kopgevels zijn boeiplanken aanwezig. Alle delen zijn opgetrokken uit baksteen, maar de delen met platte daken hebben vanaf de eerste verdieping verticale, houten, gevelbekleding. De initiatiefnemer is voornemens om alle bestaande bebouwing van het hotel te slopen en een ‘hofje’ te realiseren met duurzame woningen.

Dit omvat zes seniorenwoningen in het binnengebied, dat kan ingericht worden als collectief erf. Daarnaast worden twee levensloopbestendige woningen gepositioneerd in het lint van de Tongerenseweg. De huidige bedrijfswonining achterop het erf zal worden omgezet naar een reguliere woning. Voorliggende quickscan wijst uit of vervolgonderzoek nodig is voor de uitvoer van de geplande werkzaamheden en zo ja welke soorten onderzocht moeten worden. 1.3 Opzet onderzoek De quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), websites et cetera), veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. Voor het bronnenonderzoek zijn de NDFF-waarnemingen binnen een straal van ongeveer 2 kilometer van het plangebied opgevraagd. Voor wat betreft vogels zijn alleen de vogels genoemd die een jaarrond beschermd nest hebben.

4

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

De locatie is op 25 november 2024 bezocht door M. IJmker, ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op aanwezigheid van en geschiktheid voor verblijfplaatsen van beschermde soorten en de geschiktheid van de aanwezige groenstructuren als foerageergebied voor beschermde soorten of vliegroute van vleermuizen. Het locatiebezoek is onder regenachtige omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 10 0C en weinig wind, 1 Bft. 1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. De Slijpkruik Ecologie B.V. is kandidaat van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en hanteert haar richtlijnen, soortinventarisatieprotocollen en/of richtlijnen uit kennisdocumenten van BIJ12 tenzij anders vermeld. Op regelmatige basis vindt toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen plaats met gemeenten, provincies en collega-onderzoekers.

5

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afbeelding 1: Kaart met ligging plangebied in Vierhouten. Bron ondergrond: PDOK viewer BRT achtergrondkaart (app.pdok.nl/viewer). Schaal ca. 1:10000

Afbeelding 2: Luchtfoto van het plangebied aan de Tongerenseweg 1/1a te Vierhouten (rood kader). Het deel in geel kader wordt niet gesloopt. Bron: Pdok Viewer luchtfoto (app.pdok.nl/viewer)

6

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afbeelding 1.3: Bestaande situatie. Bron: Bestaande situatie Versteegh Hofman Architecten, 2023.

Afbeelding 1.4: Beoogde nieuwe situatie. Bron: Gewijzigde situatie Versteegh Hofman Architecten, 2023.

7

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Sfeerimpressie plangebied

Afbeelding 1.5: Het voorste deel van het hotel, gezien vanaf het zuiden.

Afbeelding 1.6: Het middelste, westelijke deel van het hotel, gezien vanaf het noordwesten.

Afbeelding 1.7: Het noordelijke deel van het hotel, met houten gevelbekleding vanaf de eerste verdieping.

Afbeelding 1.8: Schuur en oprit in het westen van het plangebied.

Afbeelding 1.9: De voortuin met daaromheen bomen met meerdere nestkasten voor vogels.

Afbeelding 1.10: Tussen de verschillende onderdelen van het hotel is verbindende bebouwing zonder verdieping aanwezig. Dakpannen zijn van een plat type en lopen steil en diep door in de dakgoot.

8

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2

Soor tenbescher ming

De Omgevingswet maakt onderscheidt tussen soorten- en gebiedsbescherming. Bij het onderdeel ‘soortenbescherming’ wordt de aanwezigheid van beschermde soorten en de beoordeling van een mogelijk (in)direct effect door de voorgenomen activiteiten op deze soorten behandeld. Als er sprake is van een mogelijk negatief effect, dan zijn vervolgstappen zoals aanvullend onderzoek en mogelijk planaanpassing nodig. Dit hoofdstuk beschrijft per soortgroep de bevindingen voor het onderzochte plangebied.

2.1 Broedvogels 2.1.1 Vogels met jaarrond beschermde rust- en nestplaatsen categorie 1 Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing. Daarnaast gaat het om soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode in gebruik wordt genomen. Ook andere onderdelen van de leefomgeving die van belang zijn voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd, zoals schuil- en slaapplekken van huismussen. In de omgeving van het plangebied zijn in de laatste vijf jaar waarnemingen bekend van vogels met jaarrond beschermde nesten. Deze soorten worden opgedeeld in categorieën waarbij de nestplaatsen (en bijbehorende functionele leefomgeving) van categorie 1 soorten onder alle omstandigheden beschermd zijn. In de omgeving van het plangebied zijn vanuit de NDFF de volgende categorie 1 soorten waargenomen: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, sperwer, steenuil en wespendief. Huismus en gierzwaluw Vanuit het plangebied zelf zijn geen waarnemingen van huismussen of gierzwaluwen bekend. Wel zijn enkele NDFF-waarnemingen van beide soorten bekend uit de dorpskern van Vierhouten.

Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen waargenomen, ook niet op omliggende percelen. Gierzwaluwen zijn migrerende vogels, ten tijde van het veldbezoek bevond de soort zich niet in Nederland en is logischerwijs niet waargenomen. Huismussen hebben een sterke voorkeur voor nestplaatsen onder een pannendak en soms komen nestjes van huismussen ook op andere plekken onder de dakbedekking of in bebouwing voor. Incidenteel wordt ook wel in dichte struiken genesteld als andere mogelijkheden ontbreken maar de locatie verder wel geschikt is. Op de gebouwen bevindt zich een pannendak, maar het betreft een plat type dakpan die bovendien relatief ver en steil doorloopt in de dakgoot. Voor huismussen betreft dit geen geschikte nestlocaties, omdat hierdoor onvoldoende ruimte is om onder de dakpannen te kruipen. Andere geschikte openingen in gevels of bijvoorbeeld op balken of onder loodslabben of andere dakbedekking zijn niet waargenomen. Ook voor gierzwaluwen is het pand om dezelfde redenen ongeschikt: er bevinden zich geen openingen met een vrije aanvliegroute naar geschikte nestlocaties. Om bovenstaande redenen is aanwezigheid van jaarrond beschermde nestplaatsen van huismus en gierzwaluw in de te slopen bebouwing uitgesloten.

Overige soorten categorie 1 Voor overige soorten met jaarrond beschermde nestplaats (roofvogels, uilen, ooievaar en roek) ontbreken geschikte broedplekken en/of geschikt leefgebied. Steenuil en kerkuil kunnen weliswaar in gebouwen nestelen, maar geschikte openingen naar bijvoorbeeld een zolder of andere donkere besloten ruimte zijn niet aanwezig. Ook nestkasten voor deze soorten zijn niet aangetroffen. Ook voor roofvogels en de andere soorten met jaarrond beschermde nesten ontbreken mogelijkheden. Er zijn een meerdere grote bomen aanwezig in en rond het plangebied, hierin zijn geen grote nesten of potentiële nestholtes aangetroffen die geschikt zijn als broedplek voor vogels van categorie 1.

9

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Het terrein rondom de te slopen bebouwing bestaat uit (half )verharding en groen (gazon, hagen en struiken). Aanwezigheid van foerageer- of schuilmogelijkheden voor vogels met een jaarrond beschermde nestplaats is niet uitgesloten vanwege de aanwezigheid van meerdere groenstructuren op en rond het plangebied, maar gezien het ontbreken van geschikte nestplaatsen en het aanbod aan groenstructuren op omliggende percelen, en elders in de directe omgeving, betreft het met zekerheid geen essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving van vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats. Conclusie en advies Aanwezigheid van vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats, zogenaamde categorie 1 soorten, is uitgesloten binnen het plangebied. Aanvullend onderzoek naar vogelsoorten van categorie 1 is niet noodzakelijk. 2.1.2 Vogels categorie 2 (nest jaarrond beschermd, tenzij voldoende alternatieven) Naast de soorten uit categorie 1, waarvan de nesten altijd jaarrond beschermd zijn, zijn er de categorie 2-soorten waarvan de nestplaatsen (en bijbehorende functionele leefomgeving) jaarrond beschermd zijn tenzij er voldoende alternatieven in de omgeving zijn. Als kan worden aangetoond dat er voor de betreffende soort voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is, zijn nesten niet jaarrond beschermd.

In de omgeving van het plangebied komen verschillende soorten van categorie 2 voor. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten waargenomen van categorie 2. Voor vogelsoorten van categorie 2 geldt deels hetzelfde als voor vogels van categorie 1: Er zijn geen nesten of boomholtes waargenomen binnen en in de omgeving van het plangebied die geschikt kunnen zijn als nestplaats. De enige uitzondering hierop zijn de nestkasten die aan verschillende bomen op het terrein zijn opgehangen. Deze zijn geschikt voor kleine zangvogels, waaronder enkele holenbroeders uit categorie 2 zoals de bonte vliegenvanger en boomklever. In en rond Vierhouten zijn echter ruimschoots voldoende alternatieven voor dergelijke soorten. Conclusie en advies Aanwezigheid van nesten van vogelsoorten van categorie 2 is uitgesloten binnen het plangebied, met uitzondering van kleine zangvogels in nestkasten aan bomen. Voor deze soorten is voldoende alternatieve nestgelegenheid in de omgeving beschikbaar en leiden de ontwikkelingen niet tot aantasting van de functionele leefomgeving, afgezien van een tijdelijke en zeer lokale toename van verstoring tijdens de aanlegfase. Aanvullend onderzoek naar vogelsoorten van categorie 2 is niet noodzakelijk. 2.1.3 Overige broedvogels Bij het veldbezoek zijn enkele algemene broedvogels waargenomen, namelijk kauw, houtduif, koolmees, merel en pimpelmees.

Van deze soorten zijn meerdere potentiële nestlocaties aangetroffen in de vorm van nestkasten aan bomen. Daarnaast is ook een oud nest in een vormboom in het noorden van het onderzochte terrein waargenomen. Het betrof een nest van vermoedelijk houtduif. Tijdens het broedseizoen zijn bezette nesten van algemene broedvogels in groenstructuren en nestkasten niet uitgesloten. Conclusie en advies Een deel van het plangebied is geschikt als broedlocatie voor algemene broedvogels. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kunnen eventueel aanwezige nesten in of rond het plangebied beschadigd/vernietigd of verstoord worden. Dit is in strijd met de Omgevingswet en moet voorkomen worden, het is niet mogelijk hiervoor een vergunning te krijgen. Negatieve effecten op broedvogels zijn te voorkomen door werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Daarom is het belangrijk om de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen of de (oude) nesten en nestkasten te verwijderen voor deze periode zodat vogels geen mogelijkheid

10

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

hebben om een nest te bouwen. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. In de periode oktober t/m februari is de kans op nesten het kleinst. Bij werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient 3 tot 5 dagen voorafgaand aan de sloop een broedvogelcheck, uitgevoerd door een broedvogeldeskundige, uitgevoerd te worden om verstoring van eventuele broedgevallen uit te sluiten. Indien bij de broedvogelcheck bezette nesten worden aangetroffen, moeten werkzaamheden worden uitgesteld of moeten maatregelen getroffen worden om verstoring van de nesten te voorkomen. 2.2 Vleermuizen 2.2.1 Inventarisatie Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn strikt beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop, renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en watervleermuis.

Afbeelding 2.1: De kantpannen langs kopgevels staan voldoende af van de boeiplank om invliegen voor vleermuizen naar ruimte onder de dakpannen mogelijk te maken.

Afbeelding 2.2: Een open stootvoeg en een gat naar de ruimte achter de gevelbekleding is mogelijk geschikt voor vleermuizen.

Afbeelding 2.3: Opening naar de ruimte onder de gevelbekleding; geschikt voor vleermuizen.

Afbeelding 2.4: Kier tussen gevel en gevelbekleding aan de zuidkant van het gebouw; de kier is langs een groot deel van de gevel aanwezig.

11

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten wordt voornamelijk in gebouwen en holtes en scheuren in bomen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte, toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. Dat zijn vaak donkere, tochtvrije ruimtes die toegankelijk zijn via een geschikte opening met vrije aanvliegroute. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de bebouwing binnen het plangebied kan niet worden uitgesloten. Potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen zijn op meerdere plaatsen aanwezig in de vorm van kieren langs dakranden, gaten achter regenpijpen, onder gevelbekleding en onder kantpannen op kopgevels (zie o.a. afbeelding 2.1 t/m 2.4). Te verwachten soorten zijn gewone, kleine en ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. Hoewel franjestaart en rosse vleermuis soms ook in gebouwen worden aangetroffen, worden verblijfplaatsen in de bebouwing hier niet aannemelijk geacht. Franjestaart en rosse vleermuis hebben normaal gesproken een sterke voorkeur voor bomen als verblijfplaats en gezien de bosrijke omgeving zijn zeer waarschijnlijk verblijfplaatsen in bomen beschikbaar in de omgeving. Te onderzoeken functies voor de mogelijk aanwezige soorten zijn zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen.

Een functie al massawinterverblijfplaats ligt niet voor de hand, maar is onder andere vanwege de geschakelde bouw niet geheel uitgesloten. Er zijn meerdere bomen aanwezig in het plangebied, maar in geen van deze bomen zijn holtes, scheuren of loshangende stukken schors waargenomen. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen van overwegend boombewonende soorten, zoals rosse vleermuis en watervleermuis, is daarom uitgesloten in het plangebied. Foerageergebied en vliegroutes Er zijn groenstructuren aanwezig binnen het plangebied, waardoor de mogelijkheden van het plangebied als foerageergebied van vleermuizen mogelijk zijn. Grotere bomen rondom het plangebied blijven behouden, waardoor van wezenlijke aantasting van foerageergebied op voorhand geen sprake is. Bovendien is in de omgeving ruim voldoende alternatief foerageergebied, bijvoorbeeld in de vorm van bomen op aangrenzende percelen en langs toegangswegen en bosranden in het omliggende gebied. Voor de groenstructuren binnen het plangebied geldt daarom dat dit met zekerheid geen essentieel foerageergebied betreft. Er zijn geen lijnvormige groenstructuren zoals bomenrijen of andere doorlopende lineaire landschappelijke structuren aanwezig binnen het plangebied, waardoor een functie als vliegroute kan worden uitgesloten.

2.2.2 Conclusie en advies Aanwezigheid van jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet worden uitgesloten. De bebouwing binnen het plangebied is op meerdere manieren geschikt voor vleermuizen. Via openingen langs gevelbekleding, kantpannen en andere gevelonderdelen kunnen potentiële verblijfplaatsen bereikt worden. Aanvullend onderzoek naar vleermuizen, conform Vleermuisprotocol 2021, is noodzakelijk om vast te stellen in hoeverre het pand een functie heeft voor vleermuizen. Wanneer verblijfplaatsen in de te slopen bebouwing worden aangetroffen is voor de sloop een ‘omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit’ van de provincie Gelderland nodig. Negatieve effecten op essentieel foerageergebied of vliegroutes zijn niet aan de orde, met mogelijke uitzondering van lichtverstoring van (niet-essentieel) foerageergebied. Voorkom lichtverstoring van eventuele langsvliegende of in de omgeving foeragerende vleermuizen door spaarzaam om te gaan met (bouw-)verlichting. Voer werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uit of neem maatregelen om uitstraling van kunstlicht richting bomen te voorkomen. Beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik afgeschermde armaturen en zorg ervoor dat lampen niet op omliggende bomen gericht worden. Door deze maatregelen in acht te nemen wordt invulling gegeven aan de zorgplicht ten aanzien van vleermuizen.

12

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2.3 Overige zoogdieren 2.3.1 Inventarisatie Met ‘overige zoogdieren’ worden hier alle zoogdieren bedoeld met uitzondering van vleermuizen. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat de volgende beschermde soorten in de omgeving voorkomen: boommarter, damhert, das, edelhert, eekhoorn, steenmarter, wild zwijn en wolf. Van bovengenoemde soorten heeft alleen steenmarter zijn verblijfplaats ook in het type bebouwing dat op de locatie aanwezig is. Voor steenmarter geldt echter dat geen openingen naar mogelijk geschikte verblijfplaatsen (van tenminste 5 centimeter diameter) zijn waargenomen. Aanwezigheid van steenmarter is daarom uitgesloten. Boommarters kunnen om dezelfde reden niet in de bebouwing komen, bovendien is voor deze soort de ligging op voorhand al te verstoringsgevoelig. Voor de overige grondgebonden zoogdieren waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving geldt dat het plangebied met zekerheid geen essentiële functie vervuld voor deze soorten. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom en qua groenstructuren wordt het terrein intensief beheerd. Specifieke ecologische structuren zoals burchten, takkenstapels, boomholtes of eekhoornnesten zijn niet waargenomen.

Een wezenlijke functie als foerageergebied voor één of meerdere van bovengenoemde soorten is eveneens uitgesloten gezien het beperkte oppervlak aan groenstructuren rond het gebouw en het feit dat in de omgeving ruim voldoende alternatief leefgebied aanwezig is in de vorm van Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ en omliggende agrarische percelen. 2.3.2 Conclusie en advies Aanwezigheid van verblijfplaatsen of andere essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving van overige zoogdieren is uitgesloten. Aanvullend soortgericht onderzoek naar overige zoogdieren is niet nodig. Eventueel aan te treffen soorten zijn (spits-)muizen of egels, maar voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen of deze zijn in het geheel niet beschermd. Voor deze soorten volstaat inachtneming van de algemene zorgplicht, wat inhoudt dat ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden en onnodige schade aan natuur vermeden moet worden.

2.4 Overige soortgroepen 2.4.1 Inventarisatie Vanuit verspreidingsgegevens (NDFF) is het voorkomen van de volgende beschermde soorten uit overige soortgroepen in de omgeving bekend; amfibieën: Alpenwatersalamander, poelkikker; reptielen: adder, gladde slang, hazelworm, levendbarende hagedis, ringslang en zandhagedis; ongewervelden: bosparelmoervlinder, gevlekte witsnuitlibel, grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, kommavlinder en vliegend hert; vaatplanten: kleine schorseneer en veenbloembies. Daarnaast komen de algemene, vrijgestelde amfibieën bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, groene kikker en kleine watersalamander in de omgeving voor. Binnen het plangebied zijn geen wezenlijke mogelijkheden voor bovengenoemde soorten aangetroffen. Oppervlaktewater is niet in het plangebied, of de directe omgeving, aanwezig waardoor functies als leefgebied, voorplantingswater of landhabitat voor ringslang, beschermde amfibieën en watergebonden ongewervelden op voorhand zijn uitgesloten. Desondanks is niet uitgesloten dat algemene amfibieën gebruik kunnen maken van het plangebied, omdat deze zich relatief ver van voortplantingswater kunnen begeven en niet kieskeurig zijn wat betreft hun leefgebied. Voor deze soorten geldt echter een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen.

Dergelijke soorten zijn eventueel aan te treffen in en rond groenstructuren, maar hiervoor zal inachtneming van de zorgplicht volstaan. Waard- en voortplantingsplanten voor bosparelmoervlinder, grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, kommavlinder of vliegend hert zijn ook niet waargenomen binnen het

13

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

plangebied, daarom is ook uitgesloten dat het plangebied een wezenlijke functie heeft voor deze soorten. Gezien de cultuurlijke inrichting en intensieve beheer van het omliggende terrein is ook aanwezigheid van leefgebied of voortplantingsplaatsen voor reptielen en groeiplaatsen van beschermde planten uitgesloten binnen het plangebied. Aanwezigheid van beschermde soorten uit overige soortgroepen is vanwege voorgaande redelijkerwijs uitgesloten. 2.4.2 Conclusie en advies Aanwezigheid van beschermde, niet-vrijgestelde soorten uit overige soortgroepen is uitgesloten. Bovendien leiden de voorgenomen werkzaamheden niet tot effecten op mogelijk leefgebied. Vervolgonderzoek naar soorten uit overige soortgroepen is niet nodig. Wel is de zorgplicht van toepassing voor de algemene amfibieën die buiten de voortplantingsperiode op en rond het plangebied kunnen voorkomen. Bij werkzaamheden in of aan groenstructuren dient men rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van algemene amfibieën. Werk in één richting en op een rustig tempo, zodat eventueel aanwezige fauna tijd en ruimte heeft om een veilig heenkomen te zoeken.

2.5 Samenvatting bevindingen Wat beschermde soorten betreft zijn de mogelijke aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen en algemene broedvogels de belangrijkste aandachtspunten. Voordat de bebouwing gesloopt kan worden is aanvullend vleermuisonderzoek nodig in de daarvoor geschikte onderzoeksperiode(s). Een samenvatting van de bevindingen per soortgroep is terug te vinden in tabel 5.1 en hoofdstuk 5.1. Hierin staat aangegeven of de voorgenomen werkzaamheden kunnen leiden tot effecten op beschermde soorten en zo ja, welke consequenties dit heeft. Daarnaast geldt voor alle in het wild levende dieren en planten de zorgplicht.

14

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

3

Ge b i e d sb e sc h e r m ing en h o uto p sta nden

Bij het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ wordt de aanwezigheid van beschermde natuurgebieden en een verkennende beoordeling van een mogelijk effect door de voorgenomen activiteiten op deze gebieden behandeld. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde gebieden waaronder het Gelders Natuurnetwerk en weidevogelgebieden. Als er sprake is van een mogelijk negatief effect, dan zijn vervolgstappen zoals aanvullend onderzoek en mogelijk planaanpassing nodig. 3.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN) en andere provinciaal beschermde natuurgebieden Het plangebied bevindt zich volledig binnen de bebouwde kom van Vierhouten. Het plangebied ligt daarmee weliswaar op korte afstand van, maar volledig buiten, de begrenzing van het GNN, GO en andere provinciaal beschermde natuurgebieden of weidevogelgebieden (afbeelding 3.1). Eventuele toetsing aan externe werking is daarom op voorhand niet aan de orde.

Afbeelding 3.1: Ligging van het plangebied (rood kader) ten opzichte van het GNN (donkergroen) en de groene ontwikkelingszone (GO). Andere provinciaal beschermde natuurgebieden, rustgebieden van winterganzen, of weidevogelgebieden zijn niet aanwezig rond het plangebied. Bron: kaart Omgevingsverordening Gelderland.

15

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

3.2 Natura 2000-gebieden De kortste afstand tot Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ is circa 30 meter ten oosten van het plangebied. Hier ligt een smalle bosstrook die een uitloper van het Natura 2000-gebied vormt en doorloopt tot aan de kruising Tongerenseweg-Waskolkweg. Natura 2000-gebied ‘Veluwerandmeren’ ligt op circa 9,7 kilometer ten noordwesten (afbeelding 3.2 en 3.3). Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer. Gezien de voorgenomen activiteiten, toekomstige inrichting en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn negatieve effecten op doelstellingen van Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ niet op voorhand uitgesloten. Volgens de effectenindicator Natura 2000 dient bij de activiteit ‘woningbouw’ getoetst te worden aan de volgende storingsfactoren: • • • • • • • • •

Oppervlakteverlies Versnippering Verontreiniging Verdroging Verstoring door geluid Verstoring door licht Verstoring door trilling Optische verstoring Verstoring door mechanische effecten

Daarnaast kan een toename van stikstofdepositie tijdens de realisatiefase en toekomstige gebruiksfase leiden tot verzuring en/of vermesting van stikstofgevoelige relevante habitattypen. Oppervlakteverlies, versnippering, verstoring door mechanische effecten Het plangebied ligt geheel buiten de begrenzing van Natura 2000. Er worden geen materialen in Natura 2000-gebied opgeslagen, er wordt alleen gebruik gemaakt van bestaande infrastructuur die geen onderdeel is van Natura 2000 en ook andere werkzaamheden of activiteiten vinden geheel plaats buiten Natura 2000-gebieden. Effecten door oppervlakteverlies, versnippering en verstoring door mechanische effecten zijn daarom uitgesloten. Verontreiniging, verdroging De voorgenomen ontwikkelingen leiden niet tot een verandering in hydrologie. Er is evenmin sprake van vervuiling tijdens de realisatiefase en toekomstige gebruiksfase. Negatieve effecten door verontreiniging en verdroging zijn daarom niet aan de orde. Verstoring door geluid, licht, trilling, optische verstoring De kortste afstand tot het Natura 2000-gebied Veluwe is ongeveer 30 meter. Dit is een relatief kleine afstand. Het plangebied ligt echter wel binnen de bebouwde kom van Vierhouten aan een zeer toeristische route. Met name in het zomerhalfjaar wordt de Tongerenseweg intensief gebruikt door recreanten, vooral fietsers.

Tussen het plangebied en de uitloper van het Natura 2000-gebied staat een dubbele woning met erfafscheiding. Aan de overkant van de weg ligt een agrarisch graslandperceel (buiten begrenzing N2000). Over een lengte van 200 meter langs de smalle strook N2000 liggen links en rechts van de Tongerenseweg nog erven met woningen op korte afstand van de weg. In de recreatiezonering staat de uitloper aangemerkt als ‘zone C - rustig gebied met extensief recreatief medegebruik’. Gezien de mate van bebouwing en de drukke toeristische verbinding die de Tongerenseweg voor recreanten is, kan redelijkerwijs worden uitgesloten dat de eerste honderden meters leefgebied van verstoringsgevoelige soorten zijn. Pas na ruim 600 meter gezien vanaf het plangebied begint het grotere aaneengesloten bosgebied van de Veluwe waar wél soorten zoals bijvoorbeeld zwarte specht, wespendief en boomleeuwerik voor kunnen komen.

16

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afbeelding 3.2: Ligging van het plangebied (rood kader) ten opzichte van Natura 2000-gebied. Bron: Aerius Calculator.

Afbeelding 3.3: Close-up ligging van het plangebied (rood kader) ten opzichte van Natura 2000-gebied. Bron ondergrond: Aerius Calculator.

De werkzaamheden behorend tot het plan zijn relatief kleinschalig. Er worden geen werkzaamheden uitgevoerd die op 250 meter afstand nog een merkbare invloed kunnen hebben op Natura 2000-doelsoorten. De meervleermuis is een soort met kraamverblijfplaatsen, mannenverblijfplaatsen en migratieroutes tussen zomer- en winterverblijfplaatsen. Op de noordelijke Veluwe zijn meerdere verblijfplaatsen bekend, maar het plangebied ligt buiten de ‘home range’ van bekende verblijfplaatsen (6 kilometer voor kraamverblijfplaatsen en 10 kilometer voor mannenverblijven) (bron: Haarsma 2024). Het plangebied ligt ook niet aan een bekende migratieroute en het is redelijkerwijs uitgesloten dat het plangebied toch aan een migratieroute ligt gezien het ontbreken van verblijfplaatsen en grotere watergangen in de omgeving.

17

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Er worden geen heiwerkzaamheden uitgevoerd en alle andere werkzaamheden hebben een (veel) kleinere invloedssfeer. Zeker gezien de tussenliggende bebouwing en huidige, relatief intensieve gebruik van de Tongerenseweg door recreanten zijn vrijwel alle negatieve effecten op doelsoorten van het N2000-gebied daardoor uitgesloten. Wat betreft de toekomstige gebruiksfase zullen de 9 woningen niet leiden tot een toename van recreatiedruk op het Natura 2000-gebied, integendeel. Doordat de hotelfunctie verdwijnt zullen er met name in het broedseizoen minder recreanten vanuit het hotel het omringende natuurgebied bezoeken. Een wezenlijk effect zal dit niet hebben gezien het feit dat het hotel als kleinschalig gezien kan worden en de aantallen toeristen in het niet vallen bij de grote aantallen toeristen die in en rond Vierhouten verblijven of als dagtoerist Vierhouten bezoeken. Negatieve effecten door geluid, licht, trilling en optische verstoring op aangewezen doelsoorten van Natura 2000-gebieden is daarom uitgesloten mits geluidsverstoring tijdens het broedseizoen voorkomen wordt. Verzuring en vermesting door stikstofdepositie Gezien de aard en schaal van het project ten opzichte van de afstand van Natura 2000-gebieden zijn negatieve effecten door een toename van stikstofuitstoot niet op voorhand uitgesloten. Voer daarom een berekening uit in Aerius Calculator.

Hierin dient de tijdelijke uitstoot te worden meegenomen (mobiele werktuigen, verkeersbewegingen tijdens de bouw) en de uitstoot in de toekomstige situatie (alleen verkeer, want de nieuwe woningen gaan ‘van het gas af’). De beoordeling van het aspect ‘stikstof’ is verder geen onderdeel van voorliggende rapportage. 3.3 Toets houtopstanden Het plangebied ligt binnen de bebouwingscontour houtkap. Er zijn daarom geen vervolgacties nodig ten aanzien van beschermde houtopstanden van de Omgevingswet. Indien kap van bomen noodzakelijk blijkt voor uitvoering van de herontwikkeling van het perceel is mogelijk wél een gemeentelijke kapvergunning vereist. Dit is geen onderdeel van voorliggende rapportage.

18

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

4

Specifieke zorgplicht

In dit hoofdstuk worden de bevindingen beschreven met betrekking tot soorten van de Rode Lijst die binnen het plangebied zijn aangetroffen of waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving. Voor deze soorten geldt de specifieke zorgplicht. In dit hoofdstuk worden enkel de soorten beschreven die op de Rode Lijst als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld en waarvoor het plangebied een wezenlijke functie heeft. Voor soorten van de Rode Lijst waarvoor een wezenlijk negatief effect te verwachten is door toedoen van de geplande werkzaamheden, wordt beschreven op welke manier aan de specifieke zorgplicht kan worden voldaan door aanpassing van de werkwijze, het implementeren van maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of door het bieden van compenserende voorzieningen.

4.1 Resultaten en effectbeoordeling Vaatplanten Vanuit de NDFF zijn enkele waarnemingen bekend van plantensoorten van de Rode Lijst. Groenoppervlakten binnen het plangebied zijn echter cultuurlijk ingericht en worden intensief beheerd en zijn hierdoor ongeschikt als groeiplaats voor Rode Lijst-planten. Extensief beheerde akkerranden of andere mogelijke groeiplaatsen van bijzondere planten zoals moerassig terrein of oevervegetatie is niet binnen het plangebied aanwezig. Het is daarom uitgesloten dat werkzaamheden ten behoeve van herinrichting van het plangebied een negatief effect hebben op mogelijke groeiplaatsen van bedreigde of kwetsbare soorten van de Rode Lijst. Broedvogels Voor vogelsoorten van de Rode Lijst die in de omgeving voorkomen geldt dezelfde effectbeoordeling als voor algemene broedvogels (zie paragraaf 2.1.3, pagina 10). Het plangebied en de directe omgeving zijn niet geschikt als broedlocatie voor vogels van de Rode Lijst. Van de te verwachten broedvogels is het nest alleen beschermd in de periode dat het voor de voortplanting gebruikt wordt, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. Laat bij werkzaamheden binnen het broedseizoen altijd een broedvogelcheck uitvoeren om verstoring van eventuele broedgevallen te voorkomen. Zoogdieren Uit de omgeving zijn waarnemingen bekend van haas en konijn.

Voor deze soorten is echter ruim voldoende alternatief leefgebied aanwezig in de omgeving. Negatieve effecten door toedoen van de geplande sloopwerkzaamheden en aansluitende ontwikkelingen op deze soorten of andere zoogdieren van de Rode Lijst is daarom uitgesloten. Overige soorten Voor overige soorten van de Rode Lijst waarvan waarnemingen bekend zijn uit de omgeving (ongewervelden, mossen, zwammen, weekdieren) heeft het plangebied geen functie of wordt geen negatief effect verwacht door toedoen van de geplande werkzaamheden. 4.2 Maatregelen zorgplicht De werkzaamheden vinden uitsluitend plaats aan bebouwing, (half )verharding en cultuurlijk ingerichte tuin, waar de kans op aantreffen van soorten van de Rode Lijst gering is. Er wordt daarom geen wezenlijk negatief effect verwacht op de meeste soorten van de Rode Lijst die in de omgeving voorkomen en die als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld. Bij werkzaamheden in en rond groenstructuren zijn negatieve effecten op soorten van de Rode Lijst echter niet uitgesloten. Hiervoor zijn de volgende maatregelen van toepassing, die ook gelden voor algemene soorten zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk:

19

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

• Werk in en nabij vegetatie zoveel mogelijk in één richting, zodanig dat dieren in een veilige richting kunnen vluchten. • Voer de werkzaamheden zoveel mogelijk tussen zonsopkomst en zonsondergang uit, of beperkt tenminste de uitstraling van verlichting richting bomen en omgeving. • Verwijder niet meer groen dan nodig en beperk voor zover mogelijk geluid en trillingen die vrijkomen bij de werkzaamheden. • Start werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen, zodat de kans op verstoring van broedgevallen zoveel mogelijk wordt beperkt. Indien werkzaamheden worden gestart in het broedseizoen (grofweg tussen maart en augustus), laat dan een broedvogelcheck uitvoeren door een broedvogeldeskundige. Indien broedende vogels worden aangetroffen moeten werkzaamheden worden uitgesteld of moeten mitigerende maatregelen (bijv. een verstoringsvrije zone rondom het nest) worden getroffen om verstoring te voorkomen. • Als er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen of vermoed worden dan dient het werk tijdelijk te worden stilgelegd en contact te worden opgenomen met een ecologisch deskundige (voor definitie ecoloog zie bijvoorbeeld website RVO) om te bepalen hoe om te gaan met de situatie.

20

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

5

Conclusies en aanbevelingen

Vanuit de resultaten worden conclusies getrokken. Aan de hand van deze conclusies worden aanbevelingen gedaan. Dit kan wijziging van de plannen en/of nader(e) onderzoek(en) inhouden. 5.1 Overzicht van de bevindingen Soortbescherming

Aanwezig

Effect

Overtreding

Nader onderzoek

Vervolgacties

Vogels - jaarrond beschermde nesten

Nee

Geen

Nee

Nee

Vogels - overige broedvogels

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Nee

Verwijdering nestkasten buiten broedseizoen; Werkzaamheden uitvoeren buiten broedseizoen, preventieve maatregelen treffen of broedvogelcheck ivm kans algemene broedvogels in groenstructuren.

Vleermuizen - verblijfplaatsen

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Ja

Soortgericht vervolgonderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen in te slopen bebouwing.

Vleermuizen -essentieel foerageergebied

Nee

Geen*

Nee

Nee

*= uitstraling van verlichting richting omgeving (boomkronen) voorkomen

Vleermuizen - vliegroutes

Nee

Geen

Nee

Nee

Geen

Overige zoogdieren beschermd

Nee

Geen

Nee

Nee

Geen

Overige beschermde soorten

Nee

Geen

Nee

Nee

Geen

Overige soorten - vrijgesteld of niet beschermd

Mogelijk

Mogelijk

Nee, wel zorgplicht

Nee

Zorgplicht

Flora - beschermd

Nee

Geen

Nee

Nee

Geen

Rode Lijst soorten

Aanwezig

Effect

Specifieke zorgplicht van toepassing?

Vervolgacties

Alle soorten

broedvogels

Nee*

Nee*

*= Werkzaamheden uitvoeren buiten broedseizoen om verstoring te voorkomen

Gebiedsbescherming

Aanwezig

Effect

Vergunning nodig

Nader onderzoek

Vervolgacties

Gelders Natuurnetwerk (en overige provinciaal beschermde natuurgebieden)

Nee

Geen

Nee

Nee

Geen

Natura 2000 m.u.v. stikstof

Op 30 meter

Geen**

Nee**

Nee**

** = Geen, mits werkzaamheden die kunnen leiden tot geluidsverstoring uitgevoerd worden buiten het broedseizoen. Te bepalen door ecoloog.

Natura 2000 - stikstof

n.v.t.

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Voer een stikstofberekening uit in AERIUS-Calculator om te bepalen of er sprake is van een vergunningplicht ten aanzien van stikstof.

Houtopstanden

Aanwezig

Effect

Vergunning nodig

Meldingsplicht

Beschermde houtopstand OW

Nee

Geen

Nee

n.v.t., in geval van bomenkap mogelijk wel gemeentelijke kapvergunning nodig.

21

OW

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

5.2

Conclusies en aanbevelingen

Vogels • Binnen het plangebied zijn jaarrond beschermde nesten van vogels uitgesloten. Nesten van algemene vogels zijn echter niet uitgesloten. Van de te verwachten soorten zijn de nesten beschermd vanaf het aanvoeren van nestmateriaal totdat de jongen het nest op eigen kracht permanent verlaten hebben. Nestkasten zijn veeldvuldig aanwezig binnen het plangebied en ook in bomen en struiken kunnen algemene broedvogels hun nest bouwen. Daarom is het belangrijk om de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. In de periode oktober t/m februari is de kans op nesten het kleinst. Bij werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient 3 tot 5 dagen voorafgaand aan de sloop een broedvogelcheck, uitgevoerd door een broedvogeldeskundige, uitgevoerd te worden om verstoring van eventuele broedgevallen uit te sluiten. Indien bij de broedvogelcheck bezette nesten worden aangetroffen, moeten werkzaamheden worden uitgesteld of moeten maatregelen getroffen worden om verstoring van de nesten te voorkomen. Vleermuizen • De bebouwing binnen het plangebied is geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De voorgenomen (sloop)werkzaamheden leiden daarom mogelijk tot negatieve effecten op vaste, jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen en daarmee overtreding van de OW.

Soortgericht vervolgonderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen is noodzakelijk om vast te stellen of uit te sluiten of deze aanwezig zijn binnen het plangebied. Indien bij het vervolgonderzoek verblijfplaatsen van vleermuizen worden vastgesteld moet een omgevingsvergunning ‘flora- en fauna-activiteit’ worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. Een onderdeel van een vergunningaanvraag is een activiteitenplan waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven om negatieve effecten op beschermde soorten zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. • De richtlijnen voor het vleermuisonderzoek zijn vastgelegd in het Vleermuisprotocol (vigerende versie op moment van schrijven: versie 2021).Het bestaat uit meerdere nachtelijke inventarisaties in verschillende jaargetijden. De onderzoeksperioden zijn globaal 15 mei 15 juli (zomer-/kraamverblijven) en, 1 augustus - 10 oktober (massawinterverblijven) en 15 augustus - 1 oktober (paarverblijven). • Van aantasting van essentieel foerageergebied of een vaste (essentiële) vliegroute van vleermuizen door toedoen van de geplande werkzaamheden is geen sprake. Mogelijk wordt rond bomen en tuinen in de omgeving gefoerageerd door vleermuizen. Voorkom lichtverstoring. Dit kan in eerste instantie door werkzaamheden zoveel mogelijk tussen zonsopkomst en zonsondergang uit te voeren.

Is dit niet mogelijk pas dan niet meer verlichting dan noodzakelijk toe, richt deze uitsluitend op de bebouwing binnen het plangebied zelf, beperk de verlichtingshoogte en maak gebruik van afschermende armaturen. Overige zoogdieren • Aantasting van verblijfplaatsen van beschermde, niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdieren zoals steenmarters en eekhoorns is uitgesloten door het ontbreken van geschikte mogelijkheden voor schuil- en verblijfplaatsen zoals bomen met holtes, burchten, of takkenstapels. • Houdt rekening met het voorkomen van algemene kleine zoogdiersoorten in het plangebied zoals (spits)muizen. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling en is geen nader onderzoek nodig. Wel is de zorgplicht van toepassing.

22

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Overige soortgroepen • Wat betreft beschermde soorten uit overige soortgroepen (amfibieën, vissen, reptielen, ongewervelden en flora) is aanwezigheid binnen het plangebied uitgesloten. Nader onderzoek naar overige soortgroepen is niet nodig. Ten aanzien van (specifieke) zorgplicht en calamiteiten Hieronder volgt een aantal maatregelen om aan de zorgplicht te voldoen: • Werk in en nabij vegetatie zoveel mogelijk in één richting, zodanig dat dieren in een veilige richting kunnen vluchten. • Voer de werkzaamheden zoveel mogelijk tussen zonsopkomst en zonsondergang uit, of beperkt tenminste de uitstraling van verlichting richting bomen en omgeving. • Verwijder niet meer groen dan nodig en beperk voor zover mogelijk geluid en trillingen die vrijkomen bij de werkzaamheden. • Als er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen of vermoed worden dan dient het werk tijdelijk te worden stilgelegd en contact te worden opgenomen met een ecologisch deskundige (voor definitie ecoloog zie bijvoorbeeld website RVO) om te bepalen hoe om te gaan met de situatie. • Als er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen waarvoor geen aanvullend onderzoek is uitgevoerd of omgevingsvergunning is verkregen, dan dient het werk tijdelijk te worden stilgelegd en contact te worden opgenomen met een ecoloog.

Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan. Gebiedsbescherming • Een eventuele externe werking van de geplande werkzaamheden op beschermde natuurgebieden (Natura 2000, GNN, of andere beschermde natuurgebieden) is niet aan de orde. Het plangebied ligt buiten de begrenzing en op voldoende afstand van beschermd natuurgebied. • Gezien de voorgenomen activiteiten, toekomstige inrichting en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn directe negatieve effecten (geluid, licht, trillingen, etc.) op aangewezen soorten uitgesloten, met mogelijke uitzondering van stikstofdepositie. Negatieve effecten door een toename van stikstofuitstoot tijdens de sloop- en aanlegfase en ook de toekomstige gebruiksfase zijn niet op voorhand uitgesloten. Voer een berekening uit in Aerius Calculator om te bepalen of er sprake is van een vergunningplicht ten aanzien van stikstof. Beschermde houtopstanden • Kap van bomenrijen van meer dan 20 stuks of een oppervlakte van meer dan 10 are buiten de bebouwde kom is geen onderdeel van de ontwikkelingsplannen, een toets houtopstanden is derhalve niet aan de orde.

23

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Bijlage 1 Samenvatting wettelijk kader Bij een ecologische quickscan wordt de ingreep door ons getoetst aan de huidige natuurwetgeving, de omgevingswet. In deze bijlage vindt u een korte samenvatting van deze wetgeving. 1. Omgevingswet in het kort De Omgevingswet (OW) is de huidige wetgeving in de Nederlandse wet die bescherming van natuurgebieden reguleert. De wet vervangt sinds 1 januari 2024 de Wet natuurbescherming, die in 2017 werd ingevoerd als samenvoeging van de daarvoor geldende natuurwetten: de Floraen Faunawet voor dier- en plantensoorten, de Natuurbeschermingswet voor natuurgebieden en landschappen, en de Boswet voor bos- en houtopstanden. Deze wetten zijn destijds samengevoegd om de wetgeving omtrent natuurbescherming duidelijker en overzichtelijker te maken. De nieuwe omgevingswet regelt zowel de bescherming van natuurgebieden als dat van individuele soorten en bijbehorende habitats. 2. Zorgplicht In afdeling 1.3 van de OW wordt de algemene zorgplicht uitgewerkt. In deze zorgplicht is bepaald dat iedereen zorg draagt voor natuurgebieden, planten, en dieren.

Artikel 1.7(a) van de OW luidt als volgt: Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht: • alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, • voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, • als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. Het is verboden een activiteit te verrichten of na te laten als door het verrichten of nalaten daarvan aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan. 3. Soortenbescherming De soortenbescherming bestaat uit drie beschermingsregimes met ieder hun eigen beschermde soortenlijsten en verbodsbepalingen: • • •

De Vogelrichtlijnsoorten (VR) De Habitatrichtlijnsoorten (HR) Overige soorten (genoemd in bijlage IX behorend bij artikel 11.54 van het besluit activiteiten leefomgeving)

Per beschermingsregime is vastgesteld aan welke voorwaarden voldaan moet worden om een omgevingsvergunning of vrijstelling verleend te krijgen door het bevoegd gezag (de provincie). Een tabel met een samenvatting van de geldende verbodsbepalingen is op de volgende pagina opgenomen (tabel 1.1). De beschermde soorten uit de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn vastgesteld door de EU. Voor de soorten uit de derde categorie geldt dat provincies de vrijheid hebben om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid.

24

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Tabel 1.1: Samenvatting verbodsbepalingen soortenbescherming Omgevingswet, beschreven in het besluit activiteiten leefomgeving (BAL) Paragraaf Artikel Lid Verbodsbepaling § 11.2.2.: Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning soorten vogelrichtlijn

§ 11.2.3.: Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning soorten habitatrichtlijn

§ 11.2.4.: Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning andere soorten

11.37

11.46

11.54

1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor:

1a

Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn;

1b

Het opzettelijk vernielen van of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels;

1c

Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of

1d

Het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a.

3

Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort.

1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten geldt voor:

1a

Het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn;

1b

Het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a;

1c

Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a;

1d

Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en

1e

Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied

1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden:

1a

Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A;

1b

Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en

1c

Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen, of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B.

Het wegnemen van nesten is toegestaan MITS het buiten het broedseizoen en niet behorend tot een soort met een jaarrond beschermd nest.

25

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

4. Gebiedsbescherming De Omgevingswet regelt de bescherming van de door de EU aangewezen beschermde gebieden genaamd Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebieden zijn opgedeeld in Vogelrichtlijn-gebieden en Habitatrichtlijn-gebieden. Alle activiteiten die een mogelijk negatief effect kunnen hebben op Natura 2000-gebieden zijn verboden, mits een vergunning is uitgegeven na het uitvoeren van een Habitattoets. Uit deze Habitattoets moet zijn gebleken dat door de geplande activiteiten geen natuurlijke kenmerken van het gebied worden aangetast. Daarnaast moet hieruit zijn gebleken dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie. Bovendien verordent de wet de provincies om natuur aan te wijzen met bijzondere natuurlijke of landschappelijke waarde onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen ecologische hoofdstructuur). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen.

Wat betreft de provinciale regels omtrent het NNN kunnen provincies zelf kiezen of een ‘nee-tenzij’ toets verplicht is, of dat in plaats daarvan een ‘ja, mits’-toets moet worden uitgevoerd bij ruimtelijke ontwikkelingen met een mogelijk effect op het NNN. Het ‘nee, tenzij’-principe kan als volgt worden samengevat: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële) waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. Bij het ‘ja, mits’-principe zijn ruimtelijke ontwikkelingen in beginsel toegestaan, mits deze niet leiden tot negatieve effecten op het NNN of wanneer het NNN per saldo versterkt wordt. Provincies hebben in beide gevallen de mogelijkheid om zelf specifieke regels of voorwaarden op te stellen voor ruimtelijke ontwikkelingen. 5. Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringsfunctie en hadden onder de Wet natuurbescherming geen juridische status.

Onder de huidige wetgeving (Omgevingswet) betekent plaatsing op de lijst niet automatisch dat de soort beschermd is; Daarvoor is opname van de soort onder de Omgevingswet nodig. De Omgevingswet voorziet echter wel in enige mate in bescherming voor soorten van de Rode Lijst, door de specifieke zorgplicht. De omgevingswet vereist van provincies dat zij de nodige maatregelen nemen voor het behoud en herstel van soorten van de Rode Lijst. Eventuele negatieve effecten op Rode Lijst soorten door toedoen van ruimtelijke ingrepen of ontwikkelingen dienen door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt en/of gecompenseerd te worden.

26

Ecologische quickscan Tongerenseweg te Vierhouten

26 november 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17097262/1