CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

7. AP 6 Bijlagen bij de toelichting Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek

Raadsvergadering 25 april 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan en exploitatieplan 't Hul Noord.26.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT:

Diverse (water)bodemonderzoeken, Onderzoekslocaties gelegen tussen de Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet

PROJECTNUMMER: B23.8813 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse (water)bodemonderzoeken, Onderzoekslocaties gelegen tussen de Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet (Kadastraal B31, B1490, B1810, B1812, B1814, B1816, B3927, B5457 en B6328)

PROJECTNUMMER: B23.8813 Versie: 01

OPDRACHTGEVER: Buro SRO

DATUM: 17 augustus 2023

Auteur:

Autorisatie:

Ing. M. Hennekes Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B23.8813/R8813-01/MH Alle informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2 SAMENVATTING Buro SRO heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse verkennende bodemonderzoeken en een verkennend waterbodemonderzoek, inclusief historische onderzoeken, ter plaatse van de onderzoekslocaties gelegen tussen de Kolmansweg en Hullerweg (perceel B31, B1490, B1810, B1812, B1814, B1816, B3927, B5457 en B6328) te Nunspeet. De diverse (water)bodemonderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingswijziging en/of herontwikkeling op de onderzoekslocaties. Voorafgaand is door Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) een historisch onderzoek uitgevoerd conform de normen van de NEN 5725:2017 en de NEN 5717:2017 met kenmerk B23.8813HO, d.d. 23 juni 2023. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform c.q. afgeleid van de normen de NEN 5740/A1:2016 en de NEN 5720:2017. De diverse (water)bodemonderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem (inclusief deels PFAS) op de onderzoekslocatie vast te leggen om vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen bestemmingswijziging en/of herontwikkeling op de onderzoekslocaties. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V.

heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van de (water)bodemonderzoeken. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk. Conclusies historisch onderzoek en vervolgtraject Op basis van het historisch onderzoek is de actuele bodemkwaliteit voor de onderhavige onderzoekslocaties niet vast te stellen en dient, in verband met de voorgenomen bestemmingswijziging en/of herontwikkeling, er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN5740. Hierbij vormen de voormalige weg op perceel B31 / B1490 en de voormalige watergangen op deellocatie 1 en 3 aandachtspunten. Perceel B6328 is grotendeels recent (2020) in voldoende mate onderzocht. Wel wordt aanbevolen om perceel B6328, waar bijmengingen met asfalt in de grond werden aangetroffen, aanvullend te onderzoeken. Met voorgaand onderzoek is deze laag niet onderzocht. Een onderzoek naar asbest wordt vooralsnog niet noodzakelijk geacht, echter kan nog niet definitief worden uitgesloten dat er op de onderzoekslocaties geen asbestverdachte/-houdende bijmengingen in de grond aanwezig zijn. In verband met de aanwezige watergangen op de onderzoekslocatie is tevens een waterbodemonderzoek noodzakelijk conform NEN 5720. De (voormalige) agrarische activiteiten en PFAS vormen hier een aandachtspunt.

Met het locatiebezoek op 30 maart 2023 is op perceel B5457 een gronddepot waargenomen. Aangenomen wordt dat het betreffende depot niet meer aanwezig is en/of niet aanvullend onderzocht dient te worden.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

3 Conclusies en aanbevelingen Conclusies verkennende en aanvullende bodemonderzoeken Deellocatie 1 t/m 3 Voor de deellocaties 1 t/m 3 is de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Wel vormden de voormalige watergangen en/of voormalige weg op de deellocaties 1 en 3 aandachtspunten. Op basis van de resultaten dient de gestelde onverdachte hypothese te worden aangenomen, aangezien op de locaties geen tot maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters zijn aangetoond in de boven- en/of ondergrond en het grondwater. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarden van 0,5 en de interventiewaarden niet overschrijden, zijn er geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. Ter plaatse van de voormalige watergangen en voormalige weg zijn analytisch geen afwijkingen aangetroffen ten opzichte van de overige locatie. Aangenomen wordt dat voorafgaand aan de demping van de voormalige watergangen, het slib is verwijderd en dat de watergangen zijn gedempt met gebiedseigen grond. De voormalige weg zijn naar verwachting volledig verwijderd. Deellocatie 4 Voor de deellocatie 4 is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging in verband met het voorkomen van bijmengingen met asfalt tijdens voorgaand onderzoek.

Op basis van de resultaten dient de gestelde verdachte hypothese te worden verworpen, aangezien op de locatie maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters zijn aangetoond in de bovengrond. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarden van 0,5 en de interventiewaarden niet overschrijden, zijn er geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NENparameters aangetoond. De bijmengingen met asfalt uit voorgaand onderzoek zijn niet meer aangetroffen. Conclusies verkennend waterbodemonderzoek Op basis van de resultaten van het waterbodemonderzoek blijkt dat de watergangen op de deellocaties 1, 3 en 4 ten tijde van het onderzoek waterhoudend zijn en er geen slib aanwezig is. Als hypothese werd uitgegaan van verspreidbare waterbodems (maximaal klasse Industrie/klasse B). Op basis van de resultaten (inclusief PFAS) kan de hypothese worden aangenomen, aangezien de waterbodems geclassificeerd zijn als ‘verspreidbaar’ voor T5. Voor T1 en T3 hebben de waterbodems de klasse “altijd toepasbaar”. Met betrekking tot PFAS kan worden geconcludeerd dat de waterbodems voor toepassing op de bodem (T1) zijn geclassificeerd als klasse ‘landbouw/natuur’ (achtergrondwaarde).

Daarnaast is het verspreiden van de waterbodems in zoet oppervlaktewater (T3) en op aangrenzend perceel (T5) toegestaan. Zodoende bestaan voor de waterbodem voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens in grondwaterbeschermingsgebieden.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

4 Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie gelegen tussen de Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet (projectlocatie ’t Hul) in voldoende mate vastgelegd en aanvullend onderzocht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen bestemmingswijziging en/of herontwikkeling. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven van grond de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van kracht zijn. Indien grond van de locatie dient te worden afgevoerd, worden mogelijk aanvullende keuring(en) verlangd en kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Indien grond van de locatie wordt afgevoerd en elders tijdelijk wordt opgeslagen en/of wordt toegepast, kan in overleg met het bevoegd gezag worden bepaald of voorliggend onderzoek in combinatie met een aanvullend onderzoek naar PFAS afdoende is voor de acceptatie van de grond. Indien dit niet afdoende is, dient alsnog een keuring conform het Besluit bodemkwaliteit te worden uitgevoerd, alvorens een verwerkingslocatie kan worden geselecteerd.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 6

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 6

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725 EN NEN 5717) ............................................................................... 7

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 7 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 7 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 7

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 8

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 9 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE (WATER)BODEMONDERZOEKEN .................................................... 9 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 10

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 12 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 12 7.2. WATERBODEM .......................................................................................................................................... 13

8.

RESULTATEN ........................................................................................................................................... 16 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 16 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 16 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 20

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 23 9.1. CONCLUSIES VERKENNENDE EN AANVULLENDE BODEMONDERZOEKEN ................................................ 23 9.2. CONCLUSIES VERKENNEND WATERBODEMONDERZOEK ......................................................................... 23 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 24

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 25

BIJLAGEN 1. 2a-d. 3. 4. 5. 6. 7.

Situering in de regio Situatieschetsen met (voormalige) boringen, peilbuizen en grepen Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en waterbodem Achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Toetsingstabellen waterbodem Historische onderzoek (exclusief bijlagen)

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

6 1.

INLEIDING Buro SRO heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse verkennende bodemonderzoeken en een verkennend waterbodemonderzoek, inclusief historische onderzoeken, ter plaatse van de onderzoekslocaties gelegen tussen de Kolmansweg en Hullerweg (perceel B31, B1490, B1810, B1812, B1814, B1816, B3927, B5457 en B6328) te Nunspeet. De diverse (water)bodemonderzoeken worden uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingswijziging en/of herontwikkeling op de onderzoekslocaties. Voorafgaand is door Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) een historisch onderzoek uitgevoerd conform de normen van de NEN 5725:2017 [1] en de NEN 5717:2017 [2] met kenmerk B23.8813HO, d.d. 23 juni 2023. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform c.q. afgeleid van de normen de NEN 5740/A1:2016 [3] en de NEN 5720:2017 [4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van de (water)bodemonderzoeken. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De diverse (water)bodemonderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem (inclusief deels PFAS) op de onderzoekslocatie vast te leggen om vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen bestemmingswijziging en/of herontwikkeling op de onderzoekslocaties.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De onderzoekslocaties zijn gelegen tussen de Kolmansweg en de Hullerweg te Nunspeet. De percelen staan kadastraal bekend als gemeente Nunspeet, sectie B, nummers 31, 1490, 1810, 1812, 1814, 1816, 3927, 5457 en 6328. Alle percelen zijn agrarisch, waarbij de percelen B31, B1490, B1810, B1812, B1814 en B1816 naast elkaar zijn gelegen. In tabel 3.1 is een overzicht weergegeven van de deellocaties met oppervlaktes. Tabel 3.1: overzicht deellocaties Deellocatie Deellocatie 1 Deellocatie 2 Deellocatie 3 Deellocatie 4

Kadastraal B31, B1490, B1810, B1812, B1814 en B1816 B3927 B5457 B6328

Oppervlakte 26.105 m2 2.065 m2 14.530 m2 14.325 m2

Op de onderzoekslocaties zijn daarnaast op de perceelgrenzen diverse watergangen aanwezig. Het betreft één watergang van circa 330 m voor perceel B1810, twee watergangen van respectievelijk circa 225 m en circa 335 m voor perceel B5457 en één watergang van circa 385 m voor perceel B6328. Voor de situering van de percelen in de regio wordt verwezen naar bijlage 1.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

7 3.2.

Historisch onderzoek (NEN 5725 en NEN 5717)

Voorafgaand aan de diverse (water)bodemonderzoeken is een grootschalig historisch vooronderzoek uitgevoerd door Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) conform de NEN 5725 (landbodem) en de NEN 5717 (waterbodem) met kenmerk B23.8813HO, d.d. 23 juni 2023. De onderhavige onderzoekslocaties zijn onderdeel van het betreffende onderzoek. Het historisch onderzoek is onderstaand kort samengevat voor de onderhavige onderzoekslocaties. Voor het volledige historische onderzoek wordt verwezen naar de genoemde rapportage, welke (exclusief bijlagen) is opgenomen als bijlage 7. Conclusies historisch onderzoek en vervolgtraject Op basis van het historisch onderzoek is de actuele bodemkwaliteit voor de onderhavige onderzoekslocaties niet vast te stellen en dient, in verband met de voorgenomen bestemmingswijziging en/of herontwikkeling, er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN5740. Hierbij vormen de voormalige weg op perceel B31 / B1490 en de voormalige watergangen op deellocatie 1 en 3 aandachtspunten. Perceel B6328 is grotendeels recent (2020) in voldoende mate onderzocht. Wel wordt aanbevolen om perceel B6328, waar bijmengingen met asfalt in de grond werden aangetroffen, aanvullend te onderzoeken. Met voorgaand onderzoek is deze laag niet onderzocht.

Een onderzoek naar asbest wordt vooralsnog niet noodzakelijk geacht, echter kan nog niet definitief worden uitgesloten dat er op de onderzoekslocaties geen asbestverdachte/-houdende bijmengingen in de grond aanwezig zijn. In verband met de aanwezige watergangen op de onderzoekslocatie is tevens een waterbodemonderzoek noodzakelijk conform NEN 5720. De (voormalige) agrarische activiteiten en PFAS vormen hier een aandachtspunt. Met het locatiebezoek op 30 maart 2023 is op perceel B5457 een gronddepot waargenomen. Aangenomen wordt dat het betreffende depot niet meer aanwezig is en/of niet aanvullend onderzocht dient te worden. 4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.

Bodemopbouw

Op de onderzoekslocatie is een circa 13 meter dikke deklaag aanwezig, bestaande uit midden en fijn zand met plaatselijk zandige klei, behoren tot de Formatie van Boxtel. Hieronder bevinden zich watervoerende lagen, zonder scheidende lagen, tot circa 200 m-mv, bestaande uit hoofdzakelijk midden en grof zand, met weinig fijn zand en/of zandige klei behorend tot de Formaties van Drente, Urk, Appelscha, Peize en Waalre. 4.2.

Geohydrologie

De regionale grondwaterstroming is globaal noordwestelijk gericht, richting het Veluwemeer. De stromingsrichting van het freatisch grondwater wordt mogelijk beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen) en overig oppervlaktewater. De locatie is niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

8 5.

HYPOTHESE

Op basis van de bekende gegevens wordt voor de algemene NEN-kwaliteit van de percelen B31, B1490, B1810, B1812, B1814, B1816, B3927 en B5457 uitgegaan van onverdachte locaties met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Wel vormen de voormalige weg ter plaatse van de percelen B31 / B1490 (deellocatie 1) en de voormalige watergangen op de deellocaties 1 en 3 aandachtspunten. Voor wat betreft perceel B6328 is de algemene kwaliteit grotendeels in voldoende mate onderzocht, maar betreft het voorkomen van asfaltbijmengingen op een gedeelte van de locatie een aandachtspunt, waarvoor een aanvullend verkennend onderzoek conform de verdachte strategie wordt verricht. Voor wat betreft asbest wordt voor de onderzoekslocaties uitgegaan van onverdachte locaties met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. In verband met de mogelijke aanwezigheid van (puin)dammen dient de gestelde hypothese mogelijk plaatselijk te worden bijgesteld. Voor het slib en/of de vaste waterbodem in de watergangen wordt uitgegaan van verspreidbare baggerspecie (maximaal klasse Industrie/klasse B). Daarbij vormen de (voormalige) agrarische activiteiten en PFAS aandachtspunten.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

9 6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategieën diverse (water)bodemonderzoeken

Verkennende en/of aanvullende bodemonderzoeken Verkennend onderzoek algemene bodemkwaliteit percelen B31, B1490, B1810, B1812, B1814 en B1816 Voor de onderzoeksopzet van de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van de diverse percelen, is de NEN 5740 gehanteerd, waarbij is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een “grootschalige onverdachte niet-lijnvormige” (ONV-GR-NL) locatie van maximaal 3 ha. Ter plaatse van de voormalige watergang en weg worden in totaal twee dwarsraaien geplaatst van drie boringen tot 2,0 m-mv. Hierbij wordt de bodem in eerste instantie enkel zintuiglijk beoordeeld. Verkennend onderzoek algemene bodemkwaliteit perceel B3927 Voor de onderzoeksopzet van de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van perceel B3927 is de NEN 5740 gehanteerd, waarbij is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een “onverdachte niet-lijnvormige” (ONV-NL) locatie van maximaal 3.000 m2. Verkennend onderzoek algemene bodemkwaliteit perceel B5457 Voor de onderzoeksopzet van de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van perceel B5457 is de NEN 5740 gehanteerd, waarbij is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een “grootschalige onverdachte niet-lijnvormige” (ONV-GR-NL) locatie van maximaal 2 ha.

Ter plaatse van de voormalige watergang wordt één dwarsraai geplaatst van drie boringen tot 2,0 m-mv. Hierbij wordt de bodem in eerste instantie enkel zintuiglijk beoordeeld. Aanvullend verkennend onderzoek grond met bijmengingen perceel B6328 Voor de onderzoeksopzet van het aanvullend verkennend onderzoek ter plaatse van de bijmengingen met asfalt op een gedeelte van perceel B6328 is de NEN 5740 gehanteerd, waarbij de onderzoeksstrategie is afgeleid van “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigde stof” (VED-HE-NL) voor een onderzoekslocatie van maximaal 500 m2. In verband met de te verwachten bijmengingen worden alle boringen tot minimaal 1,0 m-mv doorgeboord. Op aangeven van de Antea Group is geen grondwateronderzoek uitgevoerd.

Verkennend waterbodemonderzoek De verkennende waterbodemonderzoeken zijn uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN5720:2017, onderzoeksstrategie voor een “lintvormig water, normale onderzoeksinspanning” (LN). Hierbij wordt uitgegaan van vier watergangen van maximaal 500 meter. Het slib en/of de vaste waterbodem wordt per watergang geanalyseerd op het C2 waterbodempakket (standaard pakket baggerspecie uit zoet oppervlaktewater voor toepassing buiten Rijksoppervlaktewater) en PFAS. De veldwerkzaamheden van de diverse (water)bodemonderzoeken zijn zoveel als mogelijk met elkaar gecombineerd. Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en grepen is rekening gehouden met de diverse bekende aandachtspunten.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

10 6.2.

Veldwerkzaamheden

Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPRnormen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 1 t/m 3 augustus 2023 4 augustus 2023 10 augustus 2023

Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V. Verhoeven Milieutechniek B.V. Verhoeven Milieutechniek B.V.

Gecertificeerde medewerker De heer M.A.H. van Baal De heer M.A.H. van Baal De heer M.A.H. van Baal

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2003 (v. 6) 2002 (v. 6)

Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van de diverse (water)bodemonderzoeken. Diverse bodemonderzoeken Grond Ten behoeve van het bepalen van de diverse bodemonderzoeken zijn in totaal 76 boringen (B101 t/m B128, B201 t/m B212, B301 t/m PB325 en B401 t/m B405 geplaatst. De boringen B107A-C, B116A-C en B314A-C zijn gesitueerd ter plaatse van de voormalige watergangen en de voormalige weg. De boringen B401 t/m B405 zijn ter verificatie, verticale en horizontale afperking van de asfaltbijmengingen uit voorgaand onderzoek geplaatst. De boringen PB104, PB114, PB120, PB125, PB208, PB304, PB309 en PB325 zijn afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde werkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen / peilbuizen Circa 0,5 m-mv Circa 1,0 m-mv Maximaal 2,0 m-mv Deellocatie 1: percelen B31, B1490, B1810, B1812, B1814 en B1816 B101 t/m B103, B105, B106, B108 B107A-C, B116A-C, B122, t/m B113, B115, B117 t/m B119, B127 B121, B123, B124, B126, B128 Deellocatie 2: perceel B3927 B202 t/m B207, B209, B211, B212 Deellocatie 3: perceel B5457 B301 t/m B303, B305, B307, B308, B310, B311 t/m B313, B315, B316, B318, B319, B321 t/m B324 Deellocatie 4: perceel B6328 -

Peilbuis (filterstelling m-mv) PB104 (1,50-2,50) PB114 (1,50-2,50) PB120 (1,50-2,50) PB125 (1,50-2,50)

-

B201, B210

PB208 (1,50-2,50)

-

B306, B314A-C, B317, B320

PB304 (1,50-2,50) PB309 (1,50-2,50) PB325 (1,50-2,50)

B402 t/m B405

B401

-

Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB104, PB114, PB120, PB125, PB208, PB304, PB309 en PB325 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 10 augustus 2023 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

11 Verkennend waterbodemonderzoek Ten behoeve van het verkennend waterbodemonderzoek zijn totaal 40 grepen (G101 t/m G110, G301 t/m G310, G311 t/m G320 en G401 t/m G410), evenredig verdeeld over de watergangen op de perceelgrenzen, van de waterbodem genomen. De watergangen waren tijdens de veldwerkzaamheden watervoerend en er is geen slib aangetroffen. De grepen zijn derhalve van de vaste waterbodem genomen. Van elke greep is de vaste waterbodem (zand) separaat en dubbel bemonsterd voor analyse op een C2-pakket en PFAS. De situatieschets met de boringen, peilbuizen en grepen is opgenomen als bijlage 2a-d.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

12 7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd.  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 13 december 2021), worden gehanteerd.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

13 In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOS een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020, met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Waterbodem

De verontreinigingssituatie en/of toepassingsmogelijkheden van baggerspecie kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de betreffende normwaarden. De normwaarden zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de baggerspecie. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de normwaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar de waarden voor standaard bodem. Indien deze niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Afhankelijk van de toepassing van de baggerspecie, nadat deze uit de watergang is verwijderd, moet deze op een andere wijze worden getoetst. In voorliggende rapportage zullen de volgende toepassingsmogelijkheden worden besproken: - Toepassen van de baggerspecie op de bodem (T.1); - Toepassen van de baggerspecie in een zoet oppervlaktewaterlichaam (T.3); - Verspreiden van de baggerspecie over het aangrenzend perceel (T.5). De tussen haakjes weergegeven T.1, T.3 en T.5 hebben betrekking op de opgegeven naamgeving bij de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). Bij het beoordelen van de kwaliteit van de baggerspecie zal gebruik worden gemaakt van BoToVa.

Tevens wordt per toepasmogelijkheid aanvullend getoetst aan het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Toepassen van baggerspecie op de bodem (T.1) Voor het toepassen van baggerspecie op de bodem volgens het generieke beleid worden de meetwaarden getoetst aan de achtergrondwaarde, de waarde voor wonen en de waarde voor industrie zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Daarnaast zal worden bepaald of de interventiewaarde niet wordt overschreden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Aangezien de baggerspecie gaat worden toegepast op de bodem, worden de resultaten getoetst als grond. Afhankelijk van de aangetroffen concentraties van de onderzochte parameters wordt de partij baggerspecie ingedeeld als grond met de kwaliteit zoals deze in de tabel 7.1 is weergegeven.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

14 Tabel 7.1: Interpretatie resultaten conform het Besluit bodemkwaliteit (generiek beleid) Concentratieniveau1 Kwaliteit onderzochte partij Kleiner dan de achtergrondwaarde (AW-waarde); kleiner dan 2 maal de AWAchtergrondwaarde waarde en kleiner dan de waarde voor wonen (WO-waarde)2; 3 Groter dan de AW-waarde en kleiner dan de WO-waarde Wonen Groter dan de WO-waarde en kleiner dan de waarde voor industrie (IND-waarde) Industrie Groter dan de IND-waarde en/of interventiewaarde Niet toepasbaar Toelichting bij tabel 7.1: 1 De normen (AW, WO en IND) voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager is dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien sprake is van verhoogde barium gehalten t.o.v. de natuurlijke achtergrond gehalte als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte voor barium worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s.

(standaard bodem) 2 Indeling in de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde bij kleiner dan 2 maal de AW-waarde en kleiner dan de WO-waarde geldt voor maximaal het volgende aantal stoffen: - Bij analyse van 2 stoffen, maximaal 1 verhoogd; - Bij analyse van 7 stoffen, maximaal 2 verhoogd; - Bij analyse van 16 stoffen, maximaal 3 verhoogd; - Bij analyse van 27 stoffen, maximaal 4 verhoogd; - Bij analyse van 37 stoffen, maximaal 5 verhoogd 3 Bij nikkel hoeft bij de uitzonderingsregel slechts te worden voldaan aan kleiner dan 2 maal de achtergrondwaarde (AW-waarde) en vindt geen toetsing plaats aan de maximale waarde voor wonen (WO-waarde)

In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het toepassen van baggerspecie op de bodem moet worden gemeld via het landelijke meldpunt bodemkwaliteit. Toepassen van de baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam (T.3) Voor het toepassen van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam volgens het generieke beleid worden de meetwaarden getoetst aan de achtergrondwaarde, de maximale waarde kwaliteitsklasse A en de maximale waarde kwaliteitsklasse B zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Daarnaast zal worden bepaald of de interventiewaarde niet wordt overschreden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Aangezien de baggerspecie gaat worden toegepast onder water, worden de resultaten getoetst als baggerspecie.

Afhankelijk van de aangetroffen concentraties van de onderzochte parameters wordt de partij baggerspecie ingedeeld als baggerspecie met de kwaliteit zoals deze in tabel 7.2 is weergegeven. Tabel 7.2: Interpretatie resultaten conform het Besluit bodemkwaliteit (generiek beleid) Concentratieniveau 1 Kwaliteit onderzochte partij Kleiner dan de achtergrondwaarde (AW-waarde); kleiner dan 2 maal de AWAchtergrondwaarde waarde en kleiner dan de maximale kwaliteitsklasse A2; 3 Groter dan de AW-waarde en kleiner dan de maximale kwaliteitsklasse A Klasse A Groter dan de maximale kwaliteitsklasse A en kleiner dan de maximale Klasse B kwaliteitsklasse B Groter dan de maximale kwaliteitsklasse B en/of interventiewaarde Niet toepasbaar Toelichting bij tabel 7.2: 1 De normen (AW, kwaliteitsklasse A en B) voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager is dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien sprake is van verhoogde barium gehalten t.o.v. de natuurlijke achtergrond gehalte als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte voor barium worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s.

(standaard bodem) 2 Indeling in de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde bij kleiner dan 2 maal de achtergrondwaarde (AW-waarde) en kleiner dan de waarde voor wonen (WO-waarde) geldt voor maximaal het volgende aantal stoffen: - Bij analyse van 2 stoffen, maximaal 1 verhoogd - Bij analyse van 7 stoffen, maximaal 2 verhoogd - Bij analyse van 16 stoffen, maximaal 3 verhoogd - Bij analyse van 27 stoffen, maximaal 4 verhoogd - Bij analyse van 37 stoffen, maximaal 5 verhoogd 3 Bij nikkel hoeft bij de uitzonderingsregel slechts te worden voldaan aan kleiner dan 2 maal de achtergrondwaarde (AW-waarde) en vindt geen toetsing plaats aan de maximale waarde voor wonen (WO-waarde) Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

15 In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat bij toepassen van baggerspecie in een ander oppervlaktewaterlichaam in ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd in bepaalde diepe plassen (voor exacte omschrijving zie het handelingskader), voor PFOS een toepassingsnorm van 1,1 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 0,8 μg/kg d.s. Het toepassen van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam moet worden gemeld via het landelijke meldpunt bodemkwaliteit. Verspreiden van de baggerspecie over het aangrenzend perceel (T.5) Voor het verspreiden van baggerspecie over het aan de watergang grenzend perceel, met het oog op het herstellen of verbeteren van de aan de watergang grenzende percelen, worden de meetwaarden getoetst aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzend perceel zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Naast deze individuele maximale waarden wordt er voor een aantal metalen en voor een aantal organische stoffen een msPAF toets (meer stoffen Potentieel Aangetaste Fractie van lagere organismen) uitgevoerd. De msPAF toets is een methode om ecologische risico’s te bepalen, waarbij rekening wordt gehouden met de milieueffecten van meerdere stoffen tegelijk (combinatie toxicologie). De msPAF waarde wordt berekend waarbij de resultaten als percentage worden weergegeven.

De maximale percentages waaraan moet worden voldaan zijn weergegeven in de Regeling bodemkwaliteit. Daarnaast mogen de individuele stoffen waarmee de msPAF toets wordt uitgevoerd de interventiewaarde zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 niet overschrijden. Voor parameters die niet in de msPAF toets worden meegenomen en waar geen maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzend perceel zijn vastgesteld, moeten worden getoetst aan de achtergrondwaarde uit de Regeling bodemkwaliteit. In het handelingskader hergebruik is de toepassingsnorm voor verspreiding op aangrenzend perceel vastgesteld op 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Afhankelijk van de aangetroffen concentraties van de onderzochte parameters wordt de partij baggerspecie ingedeeld als baggerspecie die wel of niet verspreidbaar is over het aangrenzend perceel. Indien de partij verspreidbaar is over het aangrenzend perceel hoeft er niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. Daarnaast is het verspreiden niet meldingsplichtig.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

16 8.

RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem op de onderzoekslocaties bestaat vanaf het maaiveld tot circa 0,5 uit matig fijn, zwak siltig, matig humeus zand. Vanaf circa 0,5 m-mv tot aan de maximale boordiepte van 2,5 m-mv is matig fijn, zwak siltig zand aanwezig. Ter plaatse van de voormalige watergang op deellocatie 1 zijn in de bodemlaag van 1,0 tot 1,5 m-mv van boring B107A-C brokken veen aangetroffen. De watergangen waren tijdens de uitvoering van het veldwerk watervoerend. In de watergangen is echter geen slib aangetroffen. De vaste waterbodem betreft matig fijn, zwak siltig, zwak humeus zand. De tijdens de veldwerkzaamheden zintuiglijk aangetroffen bijzonderheden zijn weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen Boring

Diepte boring Traject Grondsoort Waargenomen bijzonderheden (m -mv) (m -mv) Deellocatie 1: percelen B31, B1490, B1810, B1812, B1814 en B1816 B107A 2,00 1,00 - 1,50 Zand Brokken veen B107B 2,00 1,00 - 1,50 Zand Brokken veen B107C 2,00 1,00 - 1,50 Zand Brokken veen Deellocatie 4: perceel B6328 B404 1,00 0,00 - 0,50 Zand Sporen baksteen

Het gronddepot op perceel B5457 was met de veldwerkzaamheden niet meer aanwezig. Verder zijn tijdens de veldwerkzaamheden geen overige waarnemingen (zoals puin en/of slib) gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar het voorkomen van asbest is derhalve definitief niet noodzakelijk. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en waterbodem). De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. De waterbodem is getoetst aan de T.1, T.3 en T.5 volgens de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de waterbodem is opgenomen als bijlage 6. In tabel 8.2 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd. Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaatnummer Grond 13918107

(Meng) monster

Parameter

Opmerking

Toelichting

MM102

Naftaleen

Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.

Aangezien de som parameter voor PAK de achtergrondwaarde niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

17 Grond Op basis van de onderzoeksopzetten en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn diverse (meng)monsters samengesteld. In verband met het aantreffen van brokken veen is voor deellocatie 1 een extra (meng)monster samengesteld en geanalyseerd op een standaard NEN-pakket. De (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng) monster

Omschrijving

Boringen (traject in m -mv)

Deellocatie 1: percelen B31, B1490, B1810, B1812, B1814 en B1816 MM101 Bovengrond, zand B101 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B102 (0,00 - 0,50) B105 (0,00 - 0,50) B106 (0,00 - 0,50) B107B (0,00 - 0,50) B109 (0,00 - 0,50) B110 (0,00 - 0,50) PB104 (0,00 - 0,50) MM102 Bovengrond, zand B111 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B112 (0,00 - 0,50) B113 (0,00 - 0,50) B116B (0,00 - 0,50) B117 (0,00 - 0,50) B118 (0,00 - 0,50) PB114 (0,00 - 0,50) PB120 (0,00 - 0,50) MM103 Bovengrond, zand B121 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B122 (0,00 - 0,50) B123 (0,00 - 0,50) B124 (0,00 - 0,50) B126 (0,00 - 0,50) B127 (0,00 - 0,50) B128 (0,00 - 0,50) PB125 (0,00 - 0,50) M104 Ondergrond, zand B107B (1,00 - 1,50) Zintuiglijk: brokken veen MM105 Ondergrond, zand B107B (0,50 - 1,00) Zintuiglijk: B107B (1,50 - 2,00) B116B (1,00 - 1,50) B116B (1,50 - 2,00) PB104 (1,00 - 1,50) PB104 (1,50 - 2,00) PB114 (0,50 - 1,00) PB114 (1,00 - 1,50) MM106 Ondergrond, zand B122 (0,50 - 1,00) Zintuiglijk: B122 (1,00 - 1,50) B127 (1,00 - 1,50) B127 (1,50 - 2,00) PB120 (0,50 - 1,00) PB120 (1,50 - 2,00) PB125 (1,00 - 1,50) PB125 (1,50 - 2,00) Deellocatie 2: perceel B3927 MM201 Bovengrond, zand B201 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B202 (0,00 - 0,50) B203 (0,00 - 0,30) B204 (0,00 - 0,50) B205 (0,00 - 0,20) B206 (0,00 - 0,30) MM202 Bovengrond, zand B207 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: B209 (0,00 - 0,30) B210 (0,00 - 0,30) B211 (0,00 - 0,30) B212 (0,00 -

0,30) PB208 (0,00 - 0,50)

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

Analysepakket

Resultaten > AW < I >I

NEN

-

-

NEN

-

-

NEN

-

-

NEN

-

-

NEN

-

-

NEN

-

-

NEN

Cu

-

NEN

Cu

-

18 Vervolg tabel 8.3: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng) monster

Omschrijving

Deellocatie 2: perceel B3927 MM203 Ondergrond, zand Zintuiglijk: -

Deellocatie 3: perceel B5457 MM301 Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

MM302

Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

MM303

Ondergrond, zand Zintuiglijk: -

MM304

Ondergrond, zand Zintuiglijk: -

Deellocatie 4: perceel B6328 M401 Bovengrond, zand Zintuiglijk: sporen baksteen MM402 Bovengrond, zand Zintuiglijk: MM403

Boringen (traject in m -mv)

Analysepakket

Resultaten > AW < I >I

B201 (0,50 - 1,00) B201 (1,00 - 1,50) B201 (1,50 - 2,00) B210 (0,50 - 1,00) B210 (1,00 - 1,50) B210 (1,50 - 2,00) PB208 (1,00 - 1,50) PB208 (1,50 - 2,00)

NEN

PAK

-

B301 (0,00 - 0,50) B302 (0,00 - 0,50) B305 (0,00 - 0,50) B307 (0,00 - 0,50) B308 (0,00 - 0,50) B310 (0,00 - 0,50) B311 (0,00 - 0,50) PB304 (0,00 - 0,50) B314B (0,00 - 0,50) B315 (0,00 - 0,50) B317 (0,00 - 0,50) B318 (0,00 - 0,50) B320 (0,00 - 0,50) B321 (0,00 - 0,50) B323 (0,00 - 0,50) B324 (0,00 - 0,50) B306 (0,50 - 1,00) B306 (1,00 - 1,50) B306 (1,50 - 2,00) PB304 (0,50 - 1,00) PB304 (1,50 - 2,00) PB309 (0,50 - 1,00) PB309 (1,00 - 1,50) PB309 (1,50 - 2,00) B314B (1,00 - 1,50) B314B (1,50 - 2,00) B317 (0,50 - 1,00) B317 (1,50 - 2,00) B320 (0,50 - 1,00) B320 (1,00 - 1,50) PB325 (1,00 - 1,50) PB325 (1,50 - 2,00)

NEN

-

-

NEN

PAK

-

NEN

-

-

NEN

-

-

B404 (0,00 - 0,50)

NEN

Pb, PAK, PCB

-

B401 (0,00 - 0,50) B402 (0,00 - 0,50) B403 (0,00 - 0,50) B405 (0,00 - 0,50) B401 (0,50 - 1,00) B404 (0,50 - 1,00)

NEN

PCB

-

Ondergrond, zand NEN Zintuiglijk: Toelichting bij de tabel: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetroffen / waargenomen.

Grondwater Ten behoeve van het grondwateronderzoek zijn op basis van de onderzoeksopzetten diverse grondwatermonsters geanalyseerd. De grondwatermonsters met de bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

19 Tabel 8.4: Peilbuizen met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid AnalyseResultaten (m-mv) (m-mv) (µS/cm) (NTU) pakket >S<I >I Deellocatie 1: percelen B31, B1490, B1810, B1812, B1814 en B1816 PB104 1,50 - 2,50 0,64 6,3 371 9,14 NEN Ba, Cd, Cu, Ni, Zn PB114 1,50 - 2,50 0,59 6,1 673 8,47 NEN Ba PB120 1,50 - 2,50 0,48 6,2 549 12,1 NEN Ba PB125 1,50 - 2,50 0,30 6,3 633 18,3 NEN Ba Deellocatie 2: perceel B3927 PB208 1,50 - 2,50 0,57 6,5 297 6,23 NEN Cu, Ni Deellocatie 3: perceel B5457 PB304 1,50 - 2,50 0,50 6,6 379 9,91 NEN Ba PB309 1,50 - 2,50 0,46 6,5 706 8,26 NEN Ba PB325 1,50 - 2,50 0,42 6,5 622 5,17 NEN Ba Toelichting bij de tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In de genomen grondwatermonsters uit de peilbuizen PB120 en PB125 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid wordt verwacht (< 10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuizen minder dan 50 cm (niet belucht) is gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor de troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Waterbodem Ten behoeve van het verkennend waterbodemonderzoek zijn op de onderzoekslocaties totaal 40 grepen (G101 t/m G110, G301 t/m G310, G311 t/m G320 en G401 t/m G410), evenredig verdeeld over de watergangen, van de waterbodem genomen. De watergangen waren tijdens de uitvoering van het veldwerk waterhoudend, er is echter geen slib aangetroffen in de watergangen. Van de vaste waterbodem zijn 4 mengmonsters in het lab samengesteld (MMWB101, MMWB301, MMWB302 en MMWB401) en geanalyseerd op het C2 waterbodempakket.

Daarnaast zijn 4 mengmonsters in het lab samengesteld (MMWBP101, MMWBP301, MMWBP302 en MMWBP401) en geanalyseerd op PFAS. In tabel 8.5 is een overzicht weergegeven van de analyseresultaten. Tabel 8.5: Samenstelling en analyseresultaten waterbodem Monstercode

Monstersamenstelling

Traject (m-ws)

Type

Analysepakket

Deellocatie 1: percelen B31, B1490, B1810, B1812, B1814 en B1816 MMWB101 G101 t/m G110 0,30-0,80 Zand C2 MMWBP101 PFAS Deellocatie 3: perceel B5457 MMWB301 G301 t/m G310 0,30-0,80 Zand C2 MMWBP301 PFAS MMWB302 G311 t/m G320 0,30-0,80 Zand C2 MMWBP302 PFAS Deellocatie 4: perceel B6328 MMWB401 G401 t/m G410 0,30-0,80 Zand C2 MMWBP401 PFAS

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

Toepassen op de bodem (T1)

Toetsingsresultaten Toepassen in zoet Verspreiden oppervlaktewater aangrenzend (T3) perceel (T5)

Altijd toepasbaar AW

Altijd toepasbaar Toegestaan

Verspreidbaar Toegestaan

Altijd toepasbaar AW Altijd toepasbaar AW

Altijd toepasbaar Toegestaan Altijd toepasbaar Toegestaan

Verspreidbaar Toegestaan Verspreidbaar Toegestaan

Altijd toepasbaar AW

Altijd toepasbaar Toegestaan

Verspreidbaar Toegestaan

20 Toelichting bij tabel 8.5: C2 Standaard waterbodempakket (C2): De zware metalen Arseen [As], barium [Ba], cadmium [Cd], chroom [Cr], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB), minerale olie (MO) en organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) inclusief lutum en organische stof (humus); PFAS Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); AW achtergrondwaarde (landbouw/natuur); m-ws Meters minus waterspiegel.

8.3.

Interpretatie analyseresultaten

Deellocatie 1: percelen B31, B1490, B1810, B1812, B1814 en B1816 Grond In de mengmonster MM101 t/m MM103 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In de mengmonsters MM105 en MM106 van de zintuiglijk schone ondergrond (zand) en monster M104 van de ondergrond (zand) met brokken veen zijn eveneens geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB104 zijn licht verhoogde gehalten voor barium, cadmium, koper, nikkel en zink aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de betreffende streefwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden, alsmede onder index van 0,5. In de grondwatermonster uit de peilbuizen PB114, PB120 en PB125 zijn licht verhoogde gehalten voor barium aangetoond, ten opzichte van de betreffende streefwaarden. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Waterbodem Uit de toetsing van de analyseresultaten van de waterbodemmonsters MMWB(P)101, kan worden geconcludeerd dat de vaste waterbodem uit de watergang is geclassificeerd als ‘altijd toepasbaar’ voor toepassing op de landbodem (T1) en in zoet oppervlaktewater (T3).

De vaste waterbodem is daarnaast als ‘verspreidbaar’ geclassificeerd voor verspreiding op het aangrenzende perceel (T5). Op basis van de toetsing van het waterbodemmonster aan het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie valt de vaste waterbodem voor de toetsing T1 voor PFAS onder de functieklasse ‘landbouw/natuur’, mits toegepast buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast is het verspreiden in zoet oppervlaktewater (T3) en op aangrenzend perceel (T5) toegestaan. Deellocatie 2: perceel B3927 Grond In de mengmonsters MM201 en MM202 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) zijn licht verhoogde gehalten voor koper aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarde, maar blijven ruim onder de interventiewaarde, alsmede onder de index van 0,5. In mengmonster MM203 van de zintuiglijk schone ondergrond (zand) is een licht verhoogd gehalte voor PAK aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim onder de interventiewaarde, alsmede onder de index van 0,5. Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

21 Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB208 zijn licht verhoogde gehalten voor koper en nikkel aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de betreffende streefwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden, alsmede onder index van 0,5. Deellocatie 3: perceel B5457 Grond In mengmonster MM302 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) is een licht verhoogd gehalte voor PAK aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim onder de interventiewaarde, alsmede onder de index van 0,5. In mengmonster MM301 van de zintuiglijk schone bovengrond en de mengmonsters MM303 en MM304 van de zintuiglijk schone ondergrond (allen zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Grondwater In de grondwatermonster uit de peilbuizen PB304, PB309 en PB325 zijn licht verhoogde gehalten voor barium aangetoond, ten opzichte van de betreffende streefwaarden. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden.

Waterbodem Uit de toetsing van de analyseresultaten van de waterbodemmonsters MMWB(P)301 en MMWB(P)302 kan worden geconcludeerd dat de vaste waterbodems uit de watergangen is geclassificeerd als ‘altijd toepasbaar’ voor toepassing op de landbodem (T1) en in zoet oppervlaktewater (T3). De vaste waterbodems zijn daarnaast als ‘verspreidbaar’ geclassificeerd voor verspreiding op het aangrenzende perceel (T5). Op basis van de toetsing van de waterbodemmonsters aan het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie vallen de vaste waterbodems voor de toetsing T1 voor PFAS onder de functieklasse ‘landbouw/natuur’, mits toegepast buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast is het verspreiden in zoet oppervlaktewater (T3) en op aangrenzend perceel (T5) toegestaan. Deellocatie 4: perceel B6328 Grond In monster M401 van de bovengrond (zand) met sporen baksteen zijn licht verhoogde gehalten voor lood, PAK en PCB aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim onder de interventiewaarden, alsmede onder de index van 0,5. In mengmonster MM402 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) is een licht verhoogd gehalte voor PCB aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim onder de interventiewaarde, alsmede onder de index van 0,5.

In mengmonster MM403 van de zintuiglijk schone ondergrond (zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters aangetoond, ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Waterbodem Uit de toetsing van de analyseresultaten van de waterbodemmonsters MMWB(P)401 kan worden geconcludeerd dat de vaste waterbodem uit de watergang is geclassificeerd als ‘altijd toepasbaar’ voor toepassing op de landbodem (T1) en in zoet oppervlaktewater (T3). De vaste waterbodem is daarnaast als ‘verspreidbaar’ geclassificeerd voor verspreiding op het aangrenzende perceel (T5). Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

22 Op basis van de toetsing van het waterbodemmonster aan het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie valt de vaste waterbodem voor de toetsing T1 voor PFAS onder de functieklasse ‘landbouw/natuur’, mits toegepast buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast is het verspreiden in zoet oppervlaktewater (T3) en op aangrenzend perceel (T5) toegestaan.

Diverse (water)bodemonderzoeken, Kolmansweg en Hullerweg te Nunspeet Rapportnr.: B23.8813 versie: 01 datum: 17 augustus 2023

23 9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.

Conclusies verkennende en aanvullende bodemonderzoeken

Deellocatie 1 t/m 3 Voor de deellocaties 1 t/m 3 is de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Wel vormden de voormalige watergangen en/of voormalige weg op de deellocaties 1 en 3 aandachtspunten. Op basis van de resultaten dient de gestelde onverdachte hypothese te worden aangenomen, aangezien op de locaties geen tot maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters zijn aangetoond in de boven- en/of ondergrond en het grondwater. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarden van 0,5 en de interventiewaarden niet overschrijden, zijn er geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. Ter plaatse van de voormalige watergangen en voormalige weg zijn analytisch geen afwijkingen aangetroffen ten opzichte van de overige locatie. Aangenomen wordt dat voorafgaand aan de demping van de voormalige watergangen, het slib is verwijderd en dat de watergangen zijn gedempt met gebiedseigen grond. De voormalige weg zijn naar verwachting volledig verwijderd. Deellocatie 4 Voor de deellocatie 4 is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging in verband met het voorkomen van bijmengingen met asfalt tijdens voorgaand onderzoek.

Op basis van de resultaten dient de gestelde verdachte hypothese te worden verworpen, aangezien op de locatie maximaal licht verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters zijn aangetoond in de bovengrond. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarden van 0,5 en de interventiewaarden niet overschrijden, zijn er geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NENparameters aangetoond. De bijmengingen met asfalt uit voorgaand onderzoek zijn niet meer aangetroffen. 9.2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14055425/1