CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

23. AP 6 Zienswijzennota BPL def geanonim

Raadsvergadering 25 april 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan en exploitatieplan 't Hul Noord.26.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan ’t Hul Noord

848912

Februari 2024

-2-

Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ’t Hul – Noord heeft met ingang van 8 november 2023 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Tevens is er op 28 november 2023 een inloopavond georganiseerd waarbij mensen kennis konden nemen van het ontwerpbestemmingsplan en vragen konden stellen. Gedurende de zienswijzetermijn zijn er 27 zienswijzen ingediend. Na de zienswijzetermijn is een zienswijze aangevuld. Deze is aan het einde van de zienswijzennota opgenomen en van een reactie voorzien.

-3Zienswijze

Zaaknummer

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14a 14b 15 16 17

1078072/1078061 1077374/1077355 1077374/1077668 1078107/1078058 1076526/1076488 1078034/107738 1079655/1079635 1076730/1076724 1078575/1078554 1077693/1077628 1076603/1076499 1077675/1077626 1077260/1077166/1089754 1077183/1077167/1077164 1078052 1077677/1077670 1075351/1075964 1074386/1074344/ 1075862/1075808 1077341/1077326 1077330/1077315 1077688/1077627 1077336/1077324 1077727/1077631 1077721/1077630 1077716/1077629 1077716/1077836 1076030/1076017 1077748/1077632 1077748/1077633

18 19 20 21 22 23a 23b 24 25 26 27

Datum ontvangst 20 december 2023 20 december 2023 20 december 2023 22 december 2023 18 december 2023 21 december 2023 19 december 2023 18 december 2023 20 december 2023 20 december 2023 19 december 2023 20 december 2023 19 december 2023 19 december 2023 20 december 2023 20 december 2023 14 december 2023 8 december 2023 21 december 2023 21 december 2023 20 december 2023 21 december 2023 20 december 2023 20 december 2023 20 december 2023 20 december 2023 18 december 2023 20 december 2023 20 december 2023

-4Deze zienswijzen zijn hierna, al dan niet samengevat, opgenomen en voorzien van een reactie. Ook al is niet de gehele zienswijze vermeld, dan is wel de ingediende zienswijze integraal beoordeeld. Samenvatting zienswijze Indiener 1 Er is geen rekening gehouden met de omweg die de bewoners van Het Hoge / Oude Molenweg / Kolmansweg moeten maken om straks in het dorp te komen door het afsluiten van de Molenweg en de Oude Zeeweg. De Elburgerweg staat al vol met verkeer uit Molenbeek en de nieuwe Aldi. Tevens is er sprake van extra uitstoot door het extra autoverkeer. Hier is in het verkeersonderzoek geen rekening mee gehouden.

Reactie

1.2

Door de toestroom en verkeersbewegingen vanuit de nieuwe wijk, wordt ook de afrit van de A28 ontzettend druk. Hier is nu al grote verkeersdrukte omdat de rondweg nu ook als ontsluiting voor Doornspijk en Elburg wordt gebruikt. Er staan nu al regelmatig files met alle gevolgen van dien. De doorstroming is niet opgenomen in het verkeersonderzoek.

De verkeersgeneratie wordt naargelang verder van het projectgebied afgereden wordt, te meer verdeeld over de openbare wegen en tevens verdeeld door de tijd. De aansluiting met de A28 heeft voldoende capaciteit om het verkeeraanbod verkeersveilig te verwerken.

1.3

Uitrit ’t Hoge. Door de nieuwe woonwijk zal de drukte op de Kolmansweg toenemen (bezoekers, bewoners en sluipverkeer). Dit leidt tot gevaarlijke situaties bij de uitrit ’t Hoge, daar deze nu al vaak over het hoofd wordt gezien.

Voor de Kolmansweg wordt een beperkte toename van het verkeer verwacht. Deze toename is dermate beperkt dat er op voorhand geen maatregelen te vereist zijn.

1.4

In het plan wordt voorgesteld om de groenstructuur tpv Kolmansweg en ’t Hoge meer open te maken zodat toekomstige bewoners van het open landschap kunnen genieten. Voor de bewoners van ’t Hoge betekent dit dat er direct zicht op de toekomstige woningen. Daarom vinden wij dat de bestaande groenstroken gelijk moeten blijven dan wel eerder verdicht moeten worden. Het verzoek is om de groene dichtheid te behouden en eerder te versterken en uit te breiden langs de Kolmansweg richting de camping. (de horizon is trouwens toch al vervuild door de windmolens in Flevoland).

De inrichting van de landschapszone is nog niet exact bepaald. Er komt een combinatie van nat-draszones en natuurontwikkeling met bestaande en nieuwe bomen. Ter plaatse van ’t Hoge blijft het weiland aanwezig (valt buiten de plangrens van bestemmingsplan ’t Hul Noord). Het weiland wordt onderdeel van de Landschapszone. Hiermee wordt deze zone deels dicht en deels open door de begroeiing. Hul Noord is daarmee ook deels zichtbaar en deels zullen de woningen uit het zicht worden genomen door de landschapszone. Aangezien het plangebied in de provinciale omgevingsverordening is aangewezen als waardevol open landschap is de waarborging van

1.1

In het verkeersmodel zijn alle effecten van infrastructurele wijzigingen zichtbaar, dat geldt ook voor het afsluiten van de Molenweg en Oude Zeeweg. Het effect van extra uitstoot door extra autoverkeer is onderzocht op de onderwerpen luchtkwaliteit en stikstofdepositie in respectievelijk paragraaf 4.1.2 en 4.3 in hoofdstuk 4 van de toelichting van het bestemmingsplan. Hieruit volgt dat er geen sprake is van belemmeringen als gevolg van de extra uitstoot en dat een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden behouden blijft.

-5de openheid van het gebied een relevant aspect bij de invulling van de landschapszone. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijziging van het plan. 2.1

Indiener 2 De voorgestelde veranderingen hebben nadelige gevolgen voor het hoogwaardig en cultuurhistorisch landschap, verkeer en verkeersveiligheid.

Gezien de navolgende beantwoording is er voldoende rekening gehouden met gevolgen voor het cultuurhistorisch landschap, verkeer en verkeersveiligheid.

2.2

Het aantal woningen van 750 is niet acceptabel aangezien is beloofd een groene en open wijk. Teveel huizen te veel verstening van het hoogwaardige landschap

Het bestemmingsplan maakt een groene en open wijk mogelijk, zoals de proefverkaveling in de Stedenbouwkundige visie laat zien. Door de gekozen opzet met veel betaalbare kleine woningen wordt er compact gebouwd en is er nog steeds voldoende ruimte voor groen.

2.3

Lintbebouwing aan de randen van het totale plan en niet alleen langs de Hullerweg. Op het laatste stuk op het einde van de Hullerweg, Molenweg staan nu appartementen ingetekend. Dit is niet acceptabel als lintbebouwing ook al wordt er groen omheen geplaatst. Geen rijtjeshuizen of appartementen aan de randen van het plangebied.

Anders dan de indiener veronderstelt, komen op deze locatie geen appartementen. Dit is een landschappelijk woonveld waarbij de gedachte is om rugaan-rugwoningen te maken in één laag met flauwe kap. Het betreffen een soort schuurachtige woningen in het groen. De maximale bouwhoogte wordt bepaald door de molenbiotoop en bedraagt in ieder geval maximaal 9 m. Dit past bij het landelijke karakter aan de randen en is een verbijzondering in het lint omdat het de wijkentree betreft.

2.4

In diverse zo niet alle onderzoeken en rapportages zijn gebaseerd op 400-500 woningen. Deze rapporten moeten aangepast worden. Indiener vraagt zich af of het plan past in de natuur, Co2, Wnb vergunning ,verkeersontsluiting, open karakter, vitaal en veilige wijk.

In de toelichting van het bestemmingsplan is rekening gehouden met 750 woningen, ook bij de verantwoording van alle uitvoerbaarheidsaspecten. Enkel in het geuronderzoek en de quick scan flora en fauna voor de nieuwe woonwijk is een lager woningaantal genoemd. Het uiteindelijk te realiseren aantal woningen is echter in beide gevallen niet bepalend voor de resultaten van deze onderzoeken.

2.5

Verzoek aan provincie was om 400-600 woningen toe te staan; het gaat nu om 750 woningen wat afgestemd moet worden met de provincie i.v.m. het hoogwaardig landschap.

Ten tijde van de structuurvisie in 2021 werd nog globaal uitgegaan van maximaal 600 woningen. Gelet op de behoefte en efficiënt verkavelen komen we op meer woningen uit. Het plan is afgestemd met de provincie en de provincie heeft in haar zienswijze op dit plan aangegeven dat het plan voldoet aan de nieuwe landschapsregels van de sinds 1 januari 2024 geldende Omge-

-6vingsverordening provincie Gelderland. De provincie stemt in met het ontwerpbestemmingsplan, waarmee ook het woningaantal van 750 akkoord is bevonden. 2.6

Er werd gesuggereerd dat deze locatie de enige mogelijkheid zou zijn om woningen te bouwen, dit moet beter beargumenteerd worden en aantoonbaar moet worden voorgelegd dat er geen alternatieven zijn.

Ten tijde van de structuurvisie is een locatie-onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek zijn diverse locaties onderzocht op de haalbaarheid van woningbouwplannen. Op basis van dit onderzoek heeft de raad in het kader van de structuurvisie op 27 mei 2021 de locatie ’t Hul-Noord als uitbreidingslocatie aangewezen. Daarmee is er een zorgvuldig locatieonderzoek gedaan en zijn er geen betere alternatieven beschikbaar.

2.7

Indiener vraagt om een beter aantoonbaar plan op te stellen waaruit blijkt dat er ook echt voor Nunspeters wordt gebouwd, hoeveel wachtenden er zijn. De vraag is ook hoe de gemeente borgt dat Nunspeters deze woningen krijgen. Dit om te voorkomen dat het zeer waardevolle landschap wordt opgeofferd aan buitenstaanders en Nunspeters weer in de rij staan.

De gemeente streeft ernaar om de nieuwe bebouwing zoveel mogelijk te richten op de lokale bevolking. Het toekomstig woningaanbod moet zich daarom richten op alle leeftijdsgroepen en inkomensklassen binnen de gemeente. Nadrukkelijk wordt er niet gericht op het aantrekken van kopers en huurders van buiten Nunspeet. De Huisvestingswet 2014 is gewijzigd. De wijzigen die zijn doorgevoerd en die per 1 januari 2024 van kracht zijn houden onder meer in dat gemeenten voorrang mogen geven aan personen die maatschappelijke of economische binding hebben met de gemeente en/of bepaalde beroepsgroepen, zoals onderwijzers, verpleegkundigen en politieagenten. Dit geldt voor 50% van de sociale huurwoningen maar ook voor 50% van de nieuwbouwkoopwoningen tot de grens van de Nationale Hypotheekgarantie. Als gemeenten dit willen dienen zij dit te regelen in een z.g. huisvestingsverordening. De gemeente Nunspeet heeft een huisvestingsverordening die in 2024 wordt aangepast. Aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd of zij “bindingseisen” willen vastleggen in de huisvestingsverordening. Deze maatregelen vallen buiten het bestek van dit bestemmingsplan.

2.8

Indiener stelt voor om de agrarische bestemming van de percelen gelegen tussen de Hullerweg, Oude Zeeweg, Kolmansweg en Molenweg te houden. De gronden zijn toch in de meerderheid niet in eigendom van de gemeente.

De keuze om deze locatie aan te wijzen voor woningbouw is toegelicht in de Structuurvisie. Het is niet mogelijk de gronden volledig voor agrarisch gebruik te houden binnen de voorgenomen ontwikkeling die de structuurvisie reeds heeft vastgelegd. Er wordt aangesloten bij de lintbebouwing die nadrukkelijk groen is ingepast als een soort nieuwe erven. Of uiteindelijk alle gronden waar dit betreft in eigendom komen voor de gemeente zal moeten

-7blijken. Dit is wel de intentie met de beoogde verwerving en vestiging van het voorkeursrecht. 2.9

Indiener wijst op de verkeersnotitie RHDHV, die als bijlage bij de toelichting is gevoegd. RHDHV adviseert uitgebreid onderzoek voor de rotonde’s Wezenland en Elburgerweg (N310) ivm knelpunten overbelasting verkeersontwikkeling: - Verwachte verkeersintensiteit Bovenweg 6800 mvt/etmaal boven de bovengrens (6000mvt/etmaal) van de maximaal gewenste intensiteit op dit type wegen. - Geen sprake van een restcapaciteit nader onderzoek nodig - De capaciteit van de Elburgerweg wordt nauwelijks genoemd, er is nu al wachtrijen bij de rotondes Rondweg – Kolk, Oenenburgweg, Molenbeek, Molijnlaan/Molenweg, Zeeweg Poort van ’t Hul, Waterweg. Motorisch verkeer met bestemming Centrum of andere woonplaatsen zullen niet via de A28 naar hun bestemming gaan maar via de kortste route. - Ontsluiting A28 en op- en afritten Eperweg en Elspeterweg zijn nu al overbelast. Met de toename van inwoners izal dit knelpunt vergroot worden en ontstaan zeer onveilige situaties doordat auto’s niet meer tijdig de snelweg kunnen verlaten en de vluchtstroken moeten gebruiken.

De verkeersintensiteit op de Bovenweg neemt toe. Dat betekent dat de Bovenweg van functie verandert en feitelijk niet meer als erftoegangsweg functioneert. De erftoegangen worden verzorgd door een parallelstructuur. De intensiteit op de parallelweg blijft ver onder de 6.000 mvt/etmaal. De routeeffecten zijn in het verkeersmodel zichtbaar. RHDHV concludeert dat door de te realiseren maatregelen een vlotte en veilige verkeersafwikkeling voldoende is geborgd.

2.10

Omliggende wegen als Kolmansweg, Waterweg zullen veel meer verkeertoename krijgen dan nu in de modellen wordt voorgesteld, daar de route vanuit ’t Hul Noord naar centrum Nunspeet veel aantrekkelijker is via de Kolmansweg en Waterweg dan via de Bovenweg.

Met het verkeersmodel zijn de toekomstige verkeersstromen inzichtelijk gemaakt. Wij zien geen aanleiding om aan de juistheid daarvan te twijfelen. De door indiener gevreesde route-effecten treden in de prognose niet op.

2.11

De indiener wijst op mogelijke geluidsoverlast. Het verwijderen van de grasblokken in de berm maakt veel lawaai. Indiener ver-

Tijdens de werkzaamheden voor de uitvoering van het bestemmingsplan kan sprake zijn van enige hinder bij omwonenden. Deze hinder zal niet zodanig omvangrijk zijn dat we het plan om deze reden niet kunnen vaststellen.

Omrijbewegingen zullen via de A28 zullen inderdaad niet voorkomen. RHDHV heeft geen afwikkelingsberekeningen gemaakt maar stelt op basis van kentallen dat de belasting de capaciteit kan naderen. Afwikkeling aansluitingen A28 is een aandachtspunt maar de toename van het verkeer door het plan is hier beperkt. RHDHV concludeert dat de capaciteit van de wegen voldoende is om het verkeer van de nieuwe woonwijk af te wikkelen. Daarmee is het plan uitvoerbaar. De verkeersgeneratie wordt naargelang verder van het projectgebied afgereden wordt, te meer verdeeld over de openbare wegen en tevens verdeeld door de tijd. De aansluiting met de A28 heeft voldoende capaciteit om het verkeeraanbod verkeersveilig te verwerken.

-8zoekt verder om eventueel nieuw asfalt te voorzien met geluid reducerend asfalt. Dit zou volgens indiener ook moeten gelden voor de Molenweg, Bovenweg en Kolmansweg.

Voor wat betreft de asfaltverharding merken wij op dat alleen de herstructurering van de Bovenweg onderdeel is van het plan. In het bestemmingsplan wordt het te hanteren wegdektype niet vastgelegd. Wel is voor de Bovenweg stil wegdek beoogd (SMA-NL8 G+ wegdek). Verder is onderzoek gedaan naar de geluidsgevolgen van het verkeer van de toekomstige woonwijk op de nabijgelegen woningen (bijlage 5 bij de toelichting). Uit dit onderzoek blijkt dat er geen sprake is van onevenredige toename van de geluidsbelasting en dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is op het onderdeel geluid. Wij zien dat ook geen aanleiding om andere nabijgelegen wegen ook te voorzien van geluidsreducerend asfalt.

2.12

Groenstroken tussen de bestaande woningen en woonwijk als eerste actie aanleggen zodat er zo snel mogelijk een groene afbakening is.

Dit betreft geen onderdeel van het bestemmingsplan. Ten tijde van de voorbereidende werkzaamheden voor het bouwrijp maken, zal aandacht worden besteed aan dit verzoek van indiener.

2.13

Blijft de bestemming van de percelen van de bestaande bewoners ongewijzigd?

Percelen buiten het plangebied blijven dezelfde bestemming houden.

2.14

Eerst alle inbreiding benutten als vorens uitbreiden als dat noodzakelijk is. er zijn meerdere mogelijkheden voor woningbouw: Feithenhof, locaties Vennenpad, Molijnlaan, Nunspeet – Oost (Oenenburg en De Kolk)

De discussie over inbreiden vs uitbreiden is reeds gevoerd ten tijde van de structuurvisie. De raad heeft hierover een besluit genomen en ’t Hul aangewezen als uitbreidingslocatie. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijziging van het plan.

3 3.1

Indiener 3 Opmerking vooraf: er mist informatie om adequaat en volledig op het ontwerpbestemmingsplan en het vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit te kunnen reageren, namelijk: de aanvraag tot afwijking van de omgevingsverordening, de onderliggende gegevens van de relevante onderzoeken, het nadere onderzoek naar de aantasting van de beschermde flora en fauna, het ontwerp-exploitatieplan en een planschaderisico-analyse.

Nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen is ook het ontwerp-exploitatieplan ter inzage gelegd. De onderzoeken met bijlagen zijn onderdeel van het bestemmingsplan Het nader onderzoek ecologie was nog niet gereed ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en wordt bij de vaststelling van het bestemmingsplan opgenomen.

3.2

-9Daarnaast is een Woo-verzoek ingediend op 4 oktober 2022. Het eerste deelbesluit is op 12 december aan cliënt bekendgemaakt. Het is niet gelukt om stukken nu te betrekken in de zienswijzen, bovendien is relevante informatie weggelakt. Cliënt beraadt zich tot het instellen van rechtsmiddelen.

Dit onderdeel van de zienswijze is voor kennisgeving aangenomen.

3.3

Derhalve wordt verzocht om niet eerder over te gaan tot besluitvorming omtrent dit bestemmingsplan nadat alle stukken zijn gedeeld en er voldoende gelegenheid is geweest om stukken te beoordelen, het tweede Woo-deelbesluit aan cliënte is bekendgemaakt en zij voldoende gelegenheid heeft gehad deze zorgvuldig te beoordelen en de onderhavige zienswijze zo nodig aan te vullen.

Het verzoek geeft geen aanleiding om de procedure stil te leggen en besluitvorming aan te houden.

3.4

De omgevingsverordening Gelderland kent instructieregels ten aanzien van de bescherming van waardevol Gelders landschap. Ingevolge artikel 2.55 lid 1 van de omgevingsverordening en 2.56 lid 1 mag het bestemmingsplan geen bestemmingen mogelijk maken die de openheid van een waardevol open gebied respectievelijk de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap aantasten. De kernkwaliteiten moeten op zijn minst worden behouden, en indien mogelijk versterkt. Bij de beoordeling van ruimtelijke initiatieven geldt de afwegingsformule ‘ja mits,’ de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden.

In de nieuwe Omgevingsverordening provincie Gelderland, die op 1 januari 2024 in werking is getreden, is geen sprake meer van een classificatie ‘waardevol open gebied’. Dit nieuwe beleid stelt dat bij een ontwikkeling rekening gehouden moet worden met de aanwezige kernkwaliteiten. De aanduiding die hier aan de orde is betreft Randmeerkust. Hiervoor zijn met name de kernkwaliteiten 2 en 7 uit de bijlage van de Omgevingsverordening relevant: 2 Kleinschalig half-open coulisselandschap langs de bosrand van de Veluwe met afwisseling van oude bouwlanden (open essen), houtwallen, buurtschappen, lanen, landgoederen, parkbossen en recreatievoorzieningen. Met als bijbehorend ontwikkeldoel: Behouden en versterken van het kleinschalig landschap door o.a. herstel, aanleg en beheer van groene landschapselementen en zorgvuldig openhouden van oude bouwlanden. 7 Microreliëf door aanwezigheid van dekzandruggen en (fragmenten van) strandwallen met onregelmatige en kleinschalige blokverkaveling, inclusief kunstmatig opgeworpen pollen of terpen in het noorden. Met als bijbehorend ontwikkeldoel: Zoveel mogelijk het microreliëf respecteren. De provincie heeft hierover het volgende geoordeeld:

- 10 “Met het plan vindt een transformatie van het gebied plaats van agrarisch gebied naar een woongebied. In deze transformatie wilt u de bestaande hagenstructuur meenemen en aanvullen. Dit is ook als voorwaardelijke verplichting meegenomen in het plan. Tevens wordt het microreliëf van de dekzandrug (Rug van Wessinge) gerespecteerd. Om die reden zijn wij van mening dat met dit plan de kernkwaliteiten landschap niet worden aangetast en zoveel mogelijk in het ontwerp worden meegenomen. Conclusie Wij concluderen dat er geen sprake is van aantasting van de landschappelijke kernkwaliteiten. Het plan voldoet daarmee aan de nieuwe landschapsregels uit de Omgevingsverordening die per 1 januari geldt. Wij stemmen dan ook in met het nu voorliggende ontwerp-bestemmingsplan.” De toetsing aan de nieuwe Omgevingsverordening provincie Gelderland wordt in de toelichting van het bestemmingsplan verwerkt. 3.5

In de plantoelichting wordt onderkend dat de openheid van het waardevolle open gebied met het ontwerpbestemmingsplan wordt aangetast. Ten onrechte is ook niet ondertekend dat de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Veluwe, deelgebied ‘Randmeerkust agrarisch’ wordt aangetast. In tegendeel, gesteld wordt juist dat het Nationaal Landschap niet wordt aangetast. Er wordt in de toelichting naar de stedenbouwkundige visie verwezen, waarin rekening zou zijn gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap.

De kernkwaliteiten worden niet aangetast, zie de reactie op zienswijze 3.4.

3.6

Er is in de stedenbouwkundige visie op geen enkele wijze concreet onderbouwd waarom de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Veluwe niet worden aangetast. Dit is ook niet mogelijk aangezien ze worden aangetast. De stedelijke ontwikkeling staat immers haaks op de karakteristiek open veeweidegronden met zuid-noord stromende sloten. Er is geen sprake van lintbebouwing parallel aan de hoogtelijnen. Ten onrechte wordt de aantasting van het Nationaal Landschap dus miskend.

De kernkwaliteiten worden niet aangetast, zie de reactie op zienswijze 3.4.

3.7

3.8

- 11 Van de omgevingsverordening kan alleen worden afgeweken indien er geen reële alternatieven zijn, er sprake is van een reden van groot openbaar belang en compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. De plantoelichting ontbeert in dit kader een deugdelijke onderbouwing en is derhalve in strijd met de Omgevingsverordening. Ook ontbreekt de provinciaal ontheffing op dit punt, zodat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is. In de plantoelichting wordt onderbouwd waarom ingevolge 1.a3 en artikel 1.a6 van de Omgevingsverordening kan worden afgeweken. Dit kan echter geen stand houden: - Er is geen sprake van een reëel openbaar belang. Er moet sprake zijn van een groot openbaar belang. De provincie heeft expliciet benadrukt dat van de afwijkingsmogelijkheid in 1.a3 uitsluitend gebruik kan worden gemaakt voor de gevallen die er echt toe doen. Bij een groot openbaar belang moet o.a. gedacht worden aan het veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening. De enkele stelling dat er sprake is van een nationaal woningtekort is te summier (kijkend naar de uitleg in het Barro). Hierbij speelt ook de vraag mee of er geen reële alternatieven zijn en zo niet of er tijdig effectieve compenserende maatregelen worden getroffen. -

Voor de vraag of er alternatieven zijn wordt verwezen naar de locatiestudie. De provincie heeft aangegeven dat zij in principe positief tegen de ontwikkeling staan, maar dat zij hierbij geen alternatieve locaties heeft beoordeeld en dat er nader gemotiveerd moet worden dat er geen alternatieven zijn. Ook is de provincie kritisch op de behoefte onderbouwing en de stelling dat de woningen niet binnenstedelijk kunnen worden opgelost. Er kan dus niet zonder meer aangenomen worden dat er geen betere alternatieven beschikbaar zijn, waaronder niet uitsluitend een alternatieve locatie in het buitengebied , maar ook gedacht moet worden aan binnenstedelijke oplossingen.

Door de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening van de provincie Gelderland is de eerder beoogde ontheffing van de provincie niet meer nodig. De provincie heeft ingestemd met het ontwerpbestemmingsplan.

Zie de reactie op zienswijze 3.7.

- 12 Voor zover de woningvraag niet uitsluitend binnenstedelijk is op te vangen, is niet gemotiveerd en inzichtelijk gemaakt in hoeverre dat wel mogelijk is, hoeveel woningen er per saldo buiten stedelijk moeten worden gebouwd en op welke wijze de inbreuk op de provinciale belangen tot het minimum worden beperkt. -

In de plantoelichting wordt in het kader van te treffen compenserende maatregelen gesteld dat weliswaar afbreuk wordt gedaan aan de open ruimtes tussen de historische groene kamerstructuur, maar dat de landschapsstructuur zoveel mogelijk wordt behouden en versterkt. Hierbij wordt gewezen op de groene strook aan de noordzijde voor waterretentie. De groene zone tussen de Hullerweg en de bestaande woonwijken met het Ontwerpbestemmingsplan, zoals opgenomen in de Structuurvisie, wordt niet vermeld. De groenmaatregelen kunnen echter niet als compenserende maatregelen voor het tenietgaan van het waardevolle gebied gelden. Beide inbreuken op de provinciale belangen moeten op hun eigen merites worden beoordeeld. Feit is dat de openheid van het landschap teniet gaat vanwege het ontwerpbestemmingsplan, hetgeen ook in de plantoelichting wordt onderkend. Er worden met het ontwerpbestemmingsplan geen, althans onvoldoende, maatregelen getroffen ter compensatie. In zoverre wordt niet voldaan aan de voorwaarden die in artikel 1a.3, eerste lid, Omgevingsverordening zijn gesteld aan een afwijking van artikel 2.55, eerste lid, Omgevingsverordening.

In de plantoelichting staat overigens dat een afwijking van de Omgevingsverordening reeds is aangevraagd, maar die aanvraag is -voor zover cliënte bekend- niet gepubliceerd. 3.9

Niet in geschil is dat het ontwerpbestemmingsplan een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt zoals bedoeld in artikel

Door indiener wordt de behoefteberekening (Primos 2020) aangehaald, die is opgenomen in de structuurvisie die in 2021 is vastgesteld. Het is bekend dat woningbouwprognoses een houdbaarheidsdatum hebben van ongeveer

- 13 3.1.6, tweede lid, Bro. In de plantoelichting wordt er geconcludeerd dat er een behoefte bestaat aan de 750 woningen, een school en buurtfuncties. Ter onderbouwing wordt verwezen naar de Structuurvisie en het regionale woningmarktonderzoek ‘NoordVeluwe en Zeewolde 2022-2030-2040’. Volgens cliënte kan dit geen stand houden om de volgende redenen: - Ter bepaling van de kwantitatieve behoefte is de plancapaciteit afgezet tegen de geraamde woningbehoefte. Er is gerekend met een woningbehoefte van 1.590 woningen tot 2040 (per 1 okt. 1.020 tot 2025 en nadien 570 woningen tot 2040). Bij de berekening zijn een tweetal correcties toegepast: 20% planuitval bij uitbreidingslocaties en 50% planuitval bij inbreidingslocaties WOM. Dit leidt ertoe dat volgens de Structuurvisie sprake is van een realistisch tekort aan plancapaciteit van 877 woningen tot 2024. Het feit dat er sprake is van ‘planuitval’ betekent echter niet zonder meer dat de onbenutte capaciteit niet alsnog kan worden ingevuld door woningbouw. Hier heeft de provincie de gemeente bij brief van 12 februari 2021 ook reeds op gewezen. Door te rekenen met een ‘realistisch plancapaciteit’ in plaats van de ‘nominale plancapaciteit’ wordt ten onrechte kunstmatig een grotere vraag aan woningen gecreëerd (877 i.p.v. 372). Nog daargelaten dat de percentages voor planuitval zijn gebaseerd op niet te verifiëren aannames.

Voorts wordt in het Woningmarktonderzoek in de plantoelichting gesteld dat de woningbehoefte sinds de Structuurvisie is gegroeid van 885-1.195 woningen tot 2030. De gemeente ziet hierin de rechtvaardiging voor het vermeerderen van het woonprogramma van 500-600 woningen in de Structuurvisie naar 750 woningen in het ontwerpbestemmingsplan. Waar in de toelichting aan voorbij is gegaan, is dat het Woningmarktonderzoek ook is vermeld dat de bestaande plancapaciteit is berekend op 1128 woningen tot 2030, waarmee de plancapaciteit volgens het rapport binnen de bandbreedte van de verwachte behoefte valt. Cliënt ziet geen rechtvaardiging om de locatie nog meer te verdichten.

2 jaar. Dat is ook de reden waarom in de onderbouwing van het bestemmingsplan is verwezen naar het regionale woningmarktonderzoek Noord – Veluwe eind 2022 is verschenen. Voor de onderbouwing van de woningbehoefte in het bestemmingsplan is ook een doorkijk gemaakt naar de periode na 2030. In de genoemde woningmarktrapportage is voor de regio Noord – Veluwe een doorkijk gemaakt tot 2040 en er wordt nog een groei voorzien op de Noord – Veluwe van 5000 huishoudens. De verwachting is dat van de genoemde groei 13% (650 woningen) in Nunspeet terecht komt. Omdat de gemeente voorziet dat de totale realisatie van ’t Hul Noord niet voor 2030 zal zijn afgerond krijgt een deel van deze groei een plek in ’t Hul Noord. Wij zien in dat wat indiener heeft aangevoerd geen reden om te concluderen dat het bestemmingsplan niet voorziet in een behoefte.

- 14 -

3.10

Indiener verwacht als gevolg van het ontwerpbestemmingsplan verkeers- en parkeerproblemen en brengt een notitie in van een verkeerskundige, waarmee de zienswijze wordt aangevuld. Vooruitlopend heeft indiener reeds de volgende gebreken c.q. inconsistenties in de uitgevoerde verkeersonderzoeken geconstateerd: -

Indiener constateert dat op geen enkele wijze inzicht is gegeven in de berekening die aan de verkeerstoename ten grondslag heeft gelegen. Bij welke verkeersgeneratiecijfers is aangesloten, blijft onvermeld. Indiener kan hierdoor niet nagaan of de verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de juiste invoergegevens.

-

De toename van de verkeersgeneratie (tabel 2 notitie Royal Haskoning DHV, figuur 4.1 notitie Goudappel) komt niet overeen met de berekende verkeerstoename van 6.600 mvt/etmaal. Bij het optellen van de toe- en afnames van de verkeersgeneratie per omliggende weg volgt een verkeersgeneratie van 5.700 mvt/etmaal i.p.v. de 6.600 mvt/etmaal zoals uit de berekening volgt. De notities bevatten op dit punt tegenstrijdigheid. Als gevolg van deze tegenstrijdigheid valt niet uit te sluiten dat de verkeersgeneratie op bijvoorbeeld de Bovenweg meer bedraagt dan 6.800 mvt/etmaal. Dit heeft vervolgens weer gevolgen voor de benodigde aanpassingen die aan die weg moeten worden uitgevoerd om knelpunten als gevolg van de verkeerstoename te voorkomen.

-

Het is indiener in dit verband ook niet helder op welke manier is vastgesteld hoe de verkeerstoename over de omliggende wegen wordt verdeeld. Hierbij is relevant dat ter hoogte van het kruispunt Hullerweg en Molenweg in een afsluiting wordt voorzien, waardoor deze wegen niet langer bereikbaar zijn voor auto’s vanaf de Bovenweg.

De verkeersgeneratie is bepaald op basis van kencijfers van het CROW, afgestemd op het feitelijk woningtypes en de ligging van de planlocatie. De geprognosticeerde verkeersgeneratie van het plan bedraagt 5.300 mvt/etmaal op een weekdag en 5.800 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag.

3.11

3.12

- 15 Hetzelfde geldt voor de Oude Zeeweg. Deze zijn uitsluitend nog voor voetgangers en fietsverkeer toegangelijk. Desondanks neemt de verkeersdrukte op de Molenweg toe. Indiener merkt op dat in de tabel van verkeerde gegevens lijkt te zijn uitgegaan, althans in ieder geval voor de Hullerweg. Uit de gemeentelijke verkeerstelling van maart 2022 blijkt een gemiddelde van 458 mvt/etmaal in plaats van 300 mvt/etmaal. Indiener meent dat ’t Hul Noord niet geschikt is voor de gewenste planontwikkeling, waarbij de Bovenweg uitsluitend kan fungeren als enige ontsluitingsweg van de voorziene woonwijk met voorzieningen. Een toename van het aantal verkeersbewegingen zal het de huidige verkeersproblematiek alleen maar vergroten, ongeacht de voorgestelde reconstructie. In de notities is expliciet opgemerkt dat de toekomstige verkeersintensiteit van de weg met 6.800 mvt/etmaal boven de theoretische capaciteit van de weg ligt (maximaal 6.000 mvt/etmaal). Daar komt bij dat het op grond van de hiervoor geconstateerde tegenstrijdigheid aannemelijk is at de verkeersintensiteit op de Bovenweg meer dan 6.800 mvt/etmaal bedraagt. Uit de notities volgt bovendien dat de daadwerkelijke capaciteit van de weg hoofdzakelijk zal worden bepaald door de afwikkelingscapaciteit van de kruispunten op de weg. Juist ter hoogte van de kruispunten worden problemen verwacht blijkens de notities.

De verkeersintensiteit op de Bovenweg zal toenemen als gevolg van ontwikkeling ’t Hul Noord. Uit onderzoek van RHDHV blijkt dat de gereconstrueerde Bovenweg het gewijzigde verkeersaanbod op een passende wijze kan afwikkelen. De gereconstrueerde Bovenweg zal in de toekomstige situatie van functie veranderen en niet meer als erftoegangsweg functioneren. De erftoegangen worden verzorgd door een parallelstructuur. De intensiteit op de parallelweg blijft ver onder de 6.000 mvt/etmaal.

RHDHV heeft geconcludeerd dat ter hoogte van de rotonde Wezenland geen verkeerskundige knelpunten worden verwacht. Ten aanzien van de rotonde aan de Elburgerweg is opgemerkt dat de belasting van deze rotonde in de buurt komt van de ondergrens van de theoretisch maximale capaciteit van een enkelstrooksrotonde. Dit betekent dat de uitvoering van het bestemmingsplan naar verwachting niet zal leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. In zoverre is het bestemmingsplan uitvoerbaar. In de toekomst is er een kans op het ontstaan van knelpunten met de verkeersafwikkeling op deze rotonde. Dit is onder meer afhankelijk van de exacte verkeersbelasting tijdens piekmomenten (de spitsperioden), de samenstelling en richtingverdeling van de verkeersstromen op de rotonde. Door middel van verkeerstellingen zal dit gemonitord worden. Voor het onderhavige bestemmingsplan heeft dit geen gevolgen.

- 16 -

3.13

Volgens de indiener is de parkeerbehoefte in de parkeerbalans onjuist berekend. Zo is de parkeerbehoefte van de maatschappelijke functies niet berekend en is onduidelijk of is uitgegaan van de meest maximale invulling van het plan, gelet op de in de planregels voorgeschreven woningsegmentering. Indiener behoudt zich het recht voor om alsnog een onderbouwing van een deskundige in te dienen.

In het bestemmingsplan en het exploitatieplan ligt het prijssegment en de woontypologie van de nieuwe woningen vast. Op basis van deze verdeling is de parkeerbehoefte per woongebied berekend. De buurtfuncties zijn meegenomen in de parkeerberekening zoals opgenomen in de stedenbouwkundige visie. Uitgegaan is van de parkeernormen conform de gemeentelijke parkeernota. In dat wat indiener heeft aangevoerd zien wij geen reden voor de conclusie dat de parkeerbehoefte onjuist zou zijn vastgesteld.

3.14

Bij het ontwerpbestemmingsplan is een voortoets gevoegd. In de voortoets wordt geconcludeerd dat de stikstofdepositie als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied op de overbelaste hexagonen van de Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie niet toeneemt in zowel de gebruiksfase, aanlegfase als in de periode waarin gebruik een aanleg elkaar overlappen. Indiener plaatst vraagtekens bij deze conclusie. Er lijkt te zijn uitgegaan van een verkeerde referentiesituatie en er kan niet intern worden gesaldeerd, althans interne saldering op onjuiste wijze is toegepast. Ook is de vraag of de invoergegevens juist zijn, met name gezien de onjuist berekende verkeersbewegingen. Indiener zal deze grond zo nodig aanvullen op een later moment, nadat ook een eventuele verkeersnotitie van externe deskundige gereed is. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak mag de raad het bestemmingsplan niet vaststellen indien en voor zover de raad op voorhand had moeten inzien dat het soortenbeschermingsregime in de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Uit de ecologische quick scans volgt dat voor de woonwijk en de Bovenweg beschermde diersoorten worden gestoord, althans dat niet zonder nader onderzoek kan worden uitgesloten of er een ontheffing op grond van de Wnb benodigd is.

Nu op dit punt onzekerheid bestaat, is het bestemmingsplan in zoverre (vooralsnog) niet uitvoerbaar.

Onduidelijk is waarom zou zijn uitgegaan van een verkeerde referentiesituatie. In het vast te stellen bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee is geborgd dat deelgebied 2 pas in gebruik kan worden genomen en kan worden bebouwd als het bedrijf Oude Zeeweg 2 is beëindigd.

3.15

Zie ook de reactie bij de zienswijzen 18.33 en zienswijze 18.34 over de wijze waarop intern salderen is toegepast.

Nader ecologisch onderzoek is inmiddels uitgevoerd en wordt toegevoegd als bijlage bij de toelichting. De conclusies van het onderzoek worden verwerkt in paragraaf 4.3 van de toelichting. Op de verbeelding wordt een aanduiding weergegeven met daaraan gekoppeld in de regels een bouwverbod, waarvan kan worden afgeweken als wordt aangetoond dat er geen negatieve effecten zijn voor de uil. Er zijn geen andere mogelijke belemmeringen of beperkingen vanuit de soortenbescherming.

3.16

- 17 De geluidbelasting op de gevels van bestaande woningen neemt aan de Bovenweg toe. Op de gevel van de Bovenweg 14 neemt de geluidbelasting toe met 8 dB. Op grond van artikel 100a, eerste lid, onder a, Wet geluidhinder is deze toename in beginsel niet toegestaan. In de plantoelichting staat dat dit geen belemmering vormt, omdat de bestaande woning in een afzonderlijke procedure wordt omgezet naar een niet geluidgevoelige bestemming. Volgens indiener is deze werkwijze onjuist en is er op geen enkele manier geborgd dat het afzonderlijke besluit daadwerkelijk wordt genomen. Daarnaast kan het afzonderlijke besluit worden vernietigd, zonder dat dit gevolgen heeft voor de geldigheid van het ontwerpbestemmingsplan.

De gemeente is eigenaar van dit pand aan de Bovenweg 14. De gemeente zal passende maatregelen treffen om te voorkomen dat zich ten aanzien van geluidsoverlast een onaanvaardbare situatie ontstaat. De maatregel bestaat uit het stoppen van bewoning. In ieder geval zal de bewoning van het pand tijdig worden beëindigd, zodat de belangen van de Wet geluidhinder en de Wro niet in het gedrang komen.

3.17

Voor de geluidbelasting op de gevels van overige bestaande woningen aan de Bovenweg neemt de geluidbelasting toe met 5 dB. Aan de voorkeursgrens (48 dB) wordt niet voldaan, maar aan de maximale grenswaarde (58 dB) wel. Het college dient daarbij een hogere waarde besluit te nemen (100a lid 1 onder b sub 1 jo 110a Wgh). Ingevolge artikel 110c, tweede lid, Wet geluidhinder had het ontwerpbesluit van het hogere waardenbesluit tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage moeten worden gelegd. Dit is niet gebeurd.

Het hogere waarden besluit is genomen op 8 november 2023, de dag waarop het bestemmingsplan in ontwerp ter inzage is gelegd. Daardoor is het niet direct tezamen met het bestemmingsplan in ontwerp ter inzage gelegd. Hoewel dit idealiter wel was gebeurd, zijn wij van mening dat de belangen van derden hierdoor niet zijn geschaad.

3.18

Er is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van categorie D.11.2 bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is als bijlage 7 een mer-beoordelingsnotitie van Buro SRO aangehecht, maar deze beoordeling is niet in lijn met de artikelen 7.16-7.19 Wm en de criteria van de Europese richtlijn betreffende de mer. Het mer-beoordelingsbesluit ontbreekt bovendien.

In bijlage 7 bij de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is een uitgebreide m.e.r.-beoordelingsnotitie gevoegd. De notitie voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De indiener motiveert ook niet waarom de notitie niet in lijn met artikel 7.16-7.19 Wm en Europese richtlijn zou zijn. Verder wordt opgemerkt dat het college op 31 oktober 2023 heeft besloten dat voor de ontwikkeling van ’t Hul Noord geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden.

3.19

Indiener zet vraagtekens bij de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan om de volgende redenen: - Op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, onder f, Bro dient in de plantoelichting inzicht te worden gegeven onder meer in de financieel-economische uitvoerbaarheid van het

Nader onderzoek is gebleken dat het bestemmingsplan een tekort kent in de grondexploitatie en dat er een voorziening wordt genomen en dit is toegevoegd aan de paragraaf over economische uitvoerbaarheid.

- 18 plan. In paragraaf 4.7 van de plantoelichting wordt in dit verband aangegeven dat de gemeente actieve grondpolitiek voert om de gronden in het plangebied te verwerven en tot ontwikkeling te brengen. Dit is bij de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan (nog) niet het geval; de gemeente beschikt niet over het eigendom van alle gronden in het plangebied. Andere (financiële) onzekerheden staan opgesomd in paragraaf 9.3 van de Structuurvisie, zoals de te verwachten hoge realisatiekosten voor de reconstructie van de Bovenweg. In de plantoelichting is evenwel geen enkel inzicht gegeven in de kosten, de financiële risico’s van het plan en de exploitatieopzet. Onduidelijk is of de kosten worden gedekt door de (te verwachten) baten, mede gelet op de risico’s (die bijv. spelen in het kader van de grondwerving en de wijziging van de infrastructuur), en of het plan in dat geval ook zal worden gerealiseerd. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot de volgende wijzigingen:  In de toelichting wordt de onderbouwing dat het plan past in het provinciale beleid aangepast op basis van de nieuwe Omgevingsverordening provincie Gelderland;  Het nader ecologisch onderzoek wordt toegevoegd als bijlage bij de toelichting en de resultaten van het onderzoek worden verwerkt in paragraaf 4.3 van de toelichting.

Op de verbeelding wordt een aanduiding met daaraan gekoppeld in de regels een bouwverbod opgenomen waarvan kan worden afgeweken als wordt aangetoond dat er geen negatieve effecten zijn voor de uil.  Wijziging van toelichting van het bestemmingsplan en de paragraaf van de economische uitvoerbaarheid is herschreven. 4

Indiener 4

De zienswijze van indiener 4 is gelijkluidend aan de zienswijze van indiener 3. Voor de samenvatting en beoordeling van de zienswijze wordt op deze plaats verwezen naar dat wat onder indiener 3 is vermeld.

- 19 Conclusie De zienswijze van indiener 3 geeft aanleiding tot het doorvoeren van wijzigingen. Aangezien indiener 4 een gelijkluidende zienswijze heeft ingediend leidt de zienswijze van indiener 4 tot dezelfde wijzigingen. Voor deze wijzigingen wordt verwezen naar dat wat onder ‘Conclusie’ bij indiener 3 is vermeld. 5

Indiener 5

5.1

Er wordt gesproken over een ‘woonwijk met een ruime opzet’. Wanneer gekeken wordt naar de bebouwingsgraad, dan wordt gezien dat de bebouwingsgraad in plan Molenbeek aanzienlijk lager ligt. Daarnaast is het aantal te verwachten woningen gedurende het traject naar boven bijgesteld naar 750. Hoe vaak wordt dit nog bijgesteld, en in hoeverre is met dit aantal te verwachten woningen nog te spreken over ‘ruime opzet’, en in hoeverre doet men nog recht aan de toegezegde groen- en waterstructuren waarmee het plan inclusief alle woonvelden omgeven zouden worden?

De groen- en waterstructuren blijven aanwezig. In het exploitatieplan is de realisatie ervan verzekerd. In het bestemmingsplan is na realisatie de instandhouding van deze structuren met een voorwaardelijke verplichtingen geborgd. Dit bestemmingsplan legt het woningaantal vast en er is geen verdere ophoging van het aantal woningen voorzien. De bebouwingsgraad voor het onderhavige plan ligt net als voor Molenbeek onder de 20 woningen per hectare. Dit is qua dichtheid aan de lage kant voor een dorp.

5.2

In de participatienota wordt gesproken over een separate onderbouwing met betrekking tot de openheid afgezet tegen de woningbouw, waaruit de conclusie volgt dat de locatie geen uitzonderlijke waarde heeft op het gebied van openheid. Indieners verzoeken de onderbouwing te ontvangen.

Zie de reactie bij zienswijze 3.4.

5.3

Indieners worden graag op de hoogte gehouden over de concrete invulling van de grondhoogten in het plangebied, met name voor de percelen langs de Hullerweg. Dit graag in het voorstadium met de betrokkenen delen.

In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen over het begrip peil, dat relevant is voor de bouwhoogten van bouwwerken (artikel 1.61 van de planregels). Bij de uitvoering van het bestemmingsplan moet hieraan worden voldaan. Gelet op de omvang van het plan kunnen wij afzonderlijke partijen helaas niet actief en individueel informeren over de uitvoering.

5.4

In het bestemmingsplan kan worden afgeweken van de maximale hoogte als gevolg van de molenbiotoop. Dit komt op indieners over als eigenhandig aan de knoppen draaien, zodat beoogde

De molenbiotoop beoogt de windvang van de molen te beschermen. De regeling van de molenbiotoop is een verplichte vertaling van het provinciaal beleid.

- 20 plannen ten kosten van de regelgeving toch doorgang kunnen vinden.

Niet iedere bouwontwikkeling binnen de molenbiotoop zorgt ook daadwerkelijk voor een verslechtering van de windvang, daarom is de afwijkingsmogelijkheid opgenomen. De opgenomen afwijkingsmogelijkheid in het bestemmingsplan heeft als voorwaarde dat de windvang van de molen niet onevenredig mag worden beperkt door de afwijking. Dit betekent dat een afwijking van de in artikel 13.3.2. van de regels opgenomen bouwhoogte pas kan worden toegestaan, als uit onderzoek blijkt dat de windvang van de molen niet in het gedrang komt. Hiermee wordt geen regelgeving doorkruist, maar wordt recht gedaan aan het belang van bescherming van de molenbiotoop.

5.5

Indieners worden graag op de hoogte gehouden over (wijziging in) het aantal te verwachten en type woningen binnen de lintbebouwing, met name in de zone tegenover de Hullerweg 21/23.

Indien er een aanvraag wordt ingediend voor omgevingsvergunning voor woningbouw zal dit worden gepubliceerd zodat eenieder daar kennis van kan nemen. Zie verder de reactie bij zienswijze 5.3.

5.6

Participatienota: Individuele schriftelijke reacties + individuele reacties Maptionnaire (digitaal platform) onder 1.1, 7.3, v12/v13, v30 leiden tot het verzoek om op de hoogte gehouden te worden van de functionele uitvoering van de knippen.

Over de knippen van de weg zal via een separaat proces een besluit worden genomen en daar zal via de reguliere communicatiekanalen kenbaar gemaakt worden. Zie verder de reactie bij zienswijze 5.3.

5.7

Participatienota: Individuele schriftelijke reacties + individuele reacties Maptionnaire (digitaal platform) onder 7.2, wa2 en wo17 leiden tot het verzoek om op de hoogte te worden gehouden van de concrete invulling van de grondhoogten in het plangebied.

Zie de reactie bij zienswijze 5.3.

5.8

Participatienota: Individuele schriftelijke reacties + individuele reacties Maptionnaire (digitaal platform) onder 7.6, 16.1, wo6, wo14, wo15 en wo16 leiden tot het verzoek om op de hoogte te worden gehouden over (wijzigen in) het aantal te verwachten en type woningen binnen de lintbebouwing. Daarnaast geven indieners aan dat het onjuist is dat de goot- en nokhoogte langs de linten is aangepast naar respectievelijk 4 m en 10 m. De nokhoogte is volgens indiener aangepast naar 9 m.

De bouwhoogte is voor de lintbebouwing inderdaad aangepast naar 9 meter in plaats van 10 meter en correct opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Zie verder de reactie bij zienswijze 5.4.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijziging van het plan.

- 21 6

Indiener 6

6.1

Indiener geeft aan dat er gestreefd wordt naar het behoud van de openheid van karakteristieke landschappen. Nieuwe bestemmingen mogen de openheid niet aantasten. Per 1 januari treden echter nieuwe regels in werking voor landschap. Bij ingrepen in het landschap moet in heel Gelderland rekening worden gehouden met de kwaliteiten van het landschap. Indiener concludeert dat er geen sprake is van aantasting van de landschappelijke kernkwaliteiten. Het plan voldoet daarmee aan de nieuwe landschapsregels uit de Omgevingsverordening die per 1 januari geldt. Indiener stemt in met het nu voorliggende ontwerpbestemmingsplan.

De indiener merkt terecht op dat de provinciale Omgevingsverordening met ingang van 1 januari 2024 is aangepast. Als gevolg hiervan worden ook wijzigingen doorgevoerd in het bestemmingsplan. Zie daarvoor de reactie op zienswijze 3.4.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot de volgende wijzigingen:  In de toelichting wordt de onderbouwing dat het plan past in het provinciale beleid aangepast op basis van de nieuwe Omgevingsverordening provincie Gelderland. 7

Indiener 7

7.1

Indiener geeft aan dat het aantal woningen van 750 niet acceptabel is, aangezien altijd beloofd is dat ’t Hul Noord een groene open wijk zal worden met als voorbeeld wijk Molenbeek. Volgens indiener zijn het te veel woningen op de beschikbare oppervlakte en een verstening van hoogwaardig natuurlandschap.

Zie de reactie op zienswijze 2.2.

7.2

De appartementen aan het einde van de Hullerweg/ Molenweg zijn niet acceptabel als lint bebouwing ook al wordt er groen omheen geplaatst.

Anders dan de indiener stelt, worden er geen appartementen geplaatst aan het einde van de Hullerweg / Molenweg. Zie de reactie op zienswijze 2.3.

7.3

De hoogbouw van 14 m in deze groene wijk is niet acceptabel. Een bouwhoogte van 9 of 11 m met maximaal 1 verdieping en zolder is acceptabel.

In het participatieverslag is deze opmerking van een stedenbouwkundig reactie voorzien, welke hierna nogmaals is opgenomen.

- 22 “Binnen het plan hebben de reguliere woonvelden een maximum goothoogte van 6 meter en bouwhoogte van 11 meter. Dit betekent dat een woning binnen deze reguliere woonvelden kan bestaan uit maximaal twee lagen met kap. Dit is vergelijkbaar met de maximale hoogtes in Molenbeek en bestaande Hul (ten zuiden van de Hullerweg). Er is gekozen om midden in het plan een hogere bouwhoogte toe te passen om ook ruimte te maken voor andere woningtypes zoals appartementen wat geschikt kan zijn voor het goedkopere segment/sociale huur. Dit betekent een maximum goothoogte van 9 meter en een maximum bouwhoogte van 14 meter. Dit betreft één extra woonlaag in vergelijking met de reguliere woonvelden. Dit sluit hiermee aan op de reguliere woonvelden waardoor het verschil niet te groot is. Er is bewust gekozen om deze woonvelden niet aan de randen te leggen om te voorkomen dat dit verschil te groot wordt met de bestaande omgeving. De plek van de buurtfuncties zijn bovendien op een ruime kavel gesitueerd met groene omzoming en hierdoor is deze hoogte ook verantwoord. Deze bebouwing is vanuit het landelijk gebied niet zichtbaar.” 7.4

Indiener vindt dat er een te hoog percentage sociale huur en koop is. Daardoor is er een grotere kans op veel statushouders en type bewoners die overlast veroorzaken. Indiener stelt een percentage van maximaal 10% voor, waardoor ook het aantal huizen volgens indiener drastisch omlaag kunnen. Dit gezien duurdere woningen meer opleveren en er minder woningen nodig zijn om het financieel haalbaar te laten zijn.

In 2023 heeft de gemeente de Woondeal ondertekend. Deze regionale woondeal vormt de doorvertaling van de afspraken tussen het Rijk en de provincie naar de gemeenten over de bijdrage die wordt geleverd aan de landelijke woonopgave van 900.000 woningen tot en met 2030. Hierin is ook opgenomen dat elke gemeente 30% sociale huur opneemt in haar bouwplannen, naast afspraken over andere woningbouwcategorieën. Met de invoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting wordt het genoemde percentage een wettelijke verplichting. In het onderhavige bestemmingsplan komen wij deze eerder gemaakte afspraken na.

7.5

Diverse dan niet alle onderzoeken en rapporten zijn gebaseerd op 400-500 woningen. Indiener geeft aan dat vooraf feitelijk aangetoond dient te worden of deze 750 woningen passen op de volgende aspecten: natuur, CO2, Wnb vergunning, verkeersontsluiting, open karakter, vitaal en veilige wijk. Verzoek aan provincie ging om 400-600 woningen, maar dit is nu aanzienlijk verhoogd naar 750 woningen. Met de provincie moet volgens indiener worden afgestemd of zij dit acceptabel vindt in dit hoogwaardige natuurlandschap.

Zie de reactie op zienswijze 2.4.

7.6

Zie de reactie op zienswijze 2.5.

7.7

7.8

7.9

- 23 Door de gemeente Nunspeet zou in de communicatie met de provincie zijn gesuggereerd dat dit de enige mogelijkheid zou zijn om woningen te bouwen. De provincie heeft hierbij verzocht dit beter te beargumenteren en aantoonbaar te overleggen dat er geen andere alternatieven zijn. Indiener verzoekt om een beter aantoonbaar plan op te stellen waaruit blijkt dat men ook echt voor de Nunspeters bouwt en hoeveel wachtenden er zijn. Hoe borgt de gemeente dat deze Nunspeter zekerheid hebben dat zij een woning krijgen? Dit ter voorkoming dat waardevol landschap wordt opgeofferd aan buitenstaanders en de Nunspeters de rij staan voor een woning in het dorp. Indiener voert het volgende aan ten aanzien van de verkeersnotitie van Royal HaskoningDHV: - Verwachtte verkeersintensiteit Bovenweg 6800 mvt/etmaal boven de bovengrens (6000 mvt/etmaal) van de maximaal gewenste intensiteit op dit type wegen. -

Indiener geeft aan dat er mogelijk geen sprake meer is van eventuele restcapaciteit en dat er nader onderzoek benodigd is.

-

De capaciteit van de Elburgerweg wordt nauwelijks genoemd. Volgens indiener levert dat nu al wachtrijen op voor de rotondes bij de Rondweg-Kolk, Oenenburgweg, Molenbeek, Molijnlaan/ Molenweg, Zeeweg/ Poort van ’t Hul en Waterweg. Volgens indiener zal motorisch verkeer met de bestemming centrum of andere woonplaatsen niet via de A28 naar hun bestemming gaan, maar via de kortste route.

-

De ontsluiting A28 op- en afritten Eperweg en Elspeterweg zijn nu al overbelast met name in de middag tussen 16:00-18:30 en ook in de ochtend. Met toename van de inwoners door dit soort woonwijken zal dat knelpunt vergroten in zeer onveilige situaties doordat auto’s niet tijdig

Zie de reactie op zienswijze 2.6.

Zie de reactie op zienswijze 2.7.

Zie de reactie op zienswijze 2.9.

- 24 de snelweg kunnen verlaten en de vluchtstroken moeten gebruiken. 7.10

Omliggende wegen als de Kolmansweg en de Waterweg zullen veel meer verkeer toename krijgen dan nu in de modellen wordt voorgesteld, aangezien de route vanuit Hul Noord naar het centrum van Nunspeet via deze wegen aantrekkelijker is dan de route via de Bovenweg.

Zie de reactie op zienswijze 2.10.

7.11

Indiener geeft aan dat de 2 knippen in de Oude Zeeweg en de Molenweg voor aanwonenden tussen / achter de knips voorzien moeten worden in een elektronische doorgangsmogelijkheid met behulp van: - Ontheffing door middel van kentekenscanner op verzinkbare paaltjes in beide rijrichtingen of - Bediening met transponder.

Het plan is passend en uitvoerbaar ten aanzien van het onderdeel verkeer. De uitwerking van de knippen in de Oude Zeeweg en Molenweg moeten nog nader bekeken worden. De suggestie nemen we mee voor de toekomst.

7.12

Indiener doet de volgende suggesties met betrekking tot geluidsoverlast van de wegen: - Hullerweg grasblokken in berm verwijderen maken veel lawaai. Nieuw asfalt voorzien van geluidsreducerend asfalt. - De Molenweg, de Bovenweg, de Kolmansweg ook voorzien van geluidsreducerend asfalt.

Zie de reactie op zienswijze 2.11.

7.13

Indiener doet de suggestie om de aanleg van de groenstroken tussen de bestaande woningen en de woonwijk als eerste uit te voeren zodat er zo snel mogelijk een groene afbakening is. Indiener vraagt zich af of de bestemming van de percelen van bestaande bewoners ongewijzigd blijven.

Zie de reactie op zienswijze 2.12.

7.14 7.15

Indiener benadrukt nogmaals om eerst alle inbreidingsmogelijkheden volledig te benutten. Uitbreiding dient dan pas gedaan te worden wanneer alle opties zijn uitgevoerd en uitbreiding noodzakelijk is. Er zijn intussen meerdere mogelijkheden extra beschikbaar gekomen als Feitenhof, locaties Vennepad, Molijnlaan, Nunspeet-Oost (tussen Oenenburg en De Kolk).

Zie de reactie op zienswijze 2.13. Zie de reactie op zienswijze 2.14.

- 25 Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijziging van het plan. 8

Zienswijze 8

8.1

Zowel in het ontwerp van de structuurvisie als in de vastgestelde structuurvisie wordt aangegeven dat de bestaande groenstructuur gehandhaafd blijven en dat de oude structuur wordt hersteld. In het ontwerpbestemmingsplan is hiervan afgeweken. De bestaande structuur wordt bestemd als groen, maar het herstel van de groenstructuur wordt als wonen bestemd. Indiener ziet graag dat deze ook bestemd wordt en dat de bebouwing en de wegen daarop aansluiten. Indiener heeft in de bijlage suggesties gedaan voor de verbeelding.

In de structuurvisie is het concept van het versterken van de groenstructuur verbeeld. In de nadere uitwerking naar het structuurmodel is op deze locatie niet gekozen voor een houtwal. Wel is er langs de hoofdontsluitingsweg een groene begeleiding beoogd. De nieuwe groenstructuur van houtwallen die in het structuurmodel is opgenomen is als Groen bestemd. Binnen de bestemming Groen wordt in ieder geval groen gerealiseerd. In de bestemmingen Woongebied en Verkeer kan ook groen gerealiseerd worden, zoals de beoogde groene begeleiding van de hoofdontsluitingsweg. De proefverkaveling is niet de definitieve verkaveling, deze heeft geen bindende status.

8.2

Indiener heeft eerder aangegeven het belangrijk te vinden dat de bebouwing aan de randen van ’t Hul Noord aansluiten bij de omliggende woningen qua korrelgrootte en bouwhoogte. In het ontwerpbestemmingsplan is aangegeven dat een deel van de bebouwing, welke aansluit op de Oude Zeeweg, een nokhoogte van 11 m en een goothoogte van 6 m mag hebben. Dit terwijl de maximale bouwhoogte aan de Oude Zeeweg 9 bedraagt en de maximale goothoogte 4 m. Daarnaast wordt in het ‘voorbeeld uitwerking structuurmodel’ aangegeven dat aan de rand van de Oude Zeeweg twee volumes met 6 en 11 woningen komen. De voorgaande punten sluiten volgens indiener niet aan op de bestaande bebouwing aan de Oude Zeeweg. Indiener verzoekt dat de bebouwing van de eerste rij (de rand) wordt omgewisseld met de vrijstaande bebouwing van de tweede rij (indiener heeft hiervoor voorstellen gedaan in de bijlage). Daarnaast verzoekt indiener om de bouwhoogtes aan te laten sluiten bij de bestaande bebouwing van de Oude Zeeweg.

Direct aan de Oude Zeeweg is de maximale goot- en bouwhoogte respectievelijk 4 en 9 meter om een overgang van de bebouwing aan de Oude Zeeweg naar de rest van de nieuwe bebouwing in ’t Hul Noord te creëren. In zoverre is in het bestemmingsplan is al voorzien in de maximale bouwhoogten, waarop de indiener wijst. De locatie waar indiener op doelt ligt niet direct aan de Oude Zeeweg. De maximale goot- en bouwhoogte op deze locatie is respectievelijk 6 en 11 meter. Daarmee wordt een passende overgang gerealiseerd tussen de bestaande en nieuwe bebouwing. De voorbeeld uitwerking structuurmodel heeft geen juridische status. In het bestemmingsplan is nog niet uitgewerkt welke woningen waar worden gerealiseerd binnen het woonveld. Dit wordt later nader uitgewerkt.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijziging van het plan.

- 26 9

Indiener 9

De zienswijze van indiener 9 is gelijkluidend aan de zienswijze van indiener 3. Voor de samenvatting en beoordeling van de zienswijze wordt op deze plaats verwezen naar dat wat onder indiener 3 is vermeld. Conclusie De zienswijze van indiener 3 geeft aanleiding tot het doorvoeren van wijzigingen. Aangezien indiener 9 een gelijkluidende zienswijze heeft ingediend leidt de zienswijze van indiener 9 tot dezelfde wijzigingen. Voor deze wijzigingen wordt verwezen naar dat wat onder ‘Conclusie’ bij indiener 3 is vermeld.

10

Indiener 10

10.1

Door de gemeente worden termen als ‘instandhouding van een dorpskarakter’, ‘plan met een ruimtelijke opzet’, ‘benadrukking van een open en landelijk karakter’, ‘landschappelijk inpassing’ en ‘het groene karakter in stand houden’ gebruikt. Het plan begon eerder ook met circa 450 woningen, zoals ook bij Molenbeek, maar dit zijn er nu 750. Indiener vraagt zich af waarom de gemeente (steeds meer) woningen op hetzelfde gebied wilt plaatsen. Indiener geeft daarbij aan dat aan de termen geen recht wordt gedaan.

Zie de reactie op zienswijze 5.1.

10.2

Indiener geeft aan dat het beter is het plan ’t Hul Noord spiegelbeeldig (qua aantallen/ qua aanzicht) aan Molenbeek in te richten. Dit doet volgens indiener meer recht aan een evenwichtige, dorpse, open en landelijk karakter.

Zie de reactie op zienswijze 5.1.

10.3

Door de gemeente is een voorkeursrecht gevestigd op de centrumlocatie Feitenhof en dit was niet gepland bij aanvang van de bouwplannen ’t Hul Noord. In Feitenhof zou voldoende ruimte moeten zijn om grotere aantallen woningen te bouwen. ’t Hul Noord zou dan volstaan met fors minder woningen dan 750 woningen.

Deze twee projecten ’t Hul Noord en Feitenhof worden beiden gefaseerd gerealiseerd. Deze twee plannen zijn complementair aan elkaar. De woningtypen van beide plannen verschillen van elkaar, vandaar dat ze complementair zijn. Zelfs met de realisatie van deze twee projecten wordt niet voldaan aan de woningbehoefte. Om deze reden is er geen aanleiding tot verlaging van de woningaantallen in ’t Hul Noord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14055673/1