22. AP 6a. Bijlage Ingediende zienswijzen geanonimiseerd
Tekst van het document
Ingekomen zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan ’t Hul Noord
Ingekomen zienswijze 1
Ingekomen zienswijze 2
Aan!Gemeente!Nunspeet! T.a.v.!College,!gemeenteraad! Markt!1!! Mail:!gri"e@nunspeet.nl!! 8071GJ!Nunspeet! ! Datum:!19-12-2023!te!Nunspeet.! ! Betre#:!zienswijze!voorlopig!bestemmingsplan!’t!Hul!Noord! ! Geachte!leden!van!de!gemeenteraad!en!leden!van!het!college,! ! Hierbij!willen!we!een!zienswijze!indienen!met!betrekking!tot!het!voorgestelde!ontwerp! bestemmingsplan!-t!Hul-Noord.!Als!belanghebbenden,!hebben!wij!erns$ge!zorgen!en!bezwaren!met! betrekking!tot!enkele!aspecten!van!dit!plan.! Wij!zijn!ervan!overtuigd!dat!de!voorgestelde!veranderingen!in!het!bestemmingsplan!nadelige! gevolgen!zullen!hebben!voor!het!hoogwaardig!en!cultuurhistorisch!landschap,!verkeer!en! verkeersveiligheid!in!onze!omgeving.!Daarom!verzoeken!wij!u!dringend!om!deze!punten!in! overweging!te!nemen!en!waar!nodig!aanpassingen!te!maken!in!het!voorgestelde!bestemmingsplan.! Na!de!stukken!ontwerp!bestemmingsplan!’t!Hul!Noord!te!hebben!gelezen!en!deelgenomen!aan!de! inloopavond!op!28!november!wil!ik!graag!de!volgende!punten!aan!de!orde!brengen!als!zienswijze!op! het!voorgestelde!ontwerp!bestemmingsplan.! ·
·
· ·
·
Aantal!woningen!750!max.!is!niet!acceptabel!daar!al$jd!beloofd!is!’t!Hul!Noord!een!groen! open!wijk!te!maken!met!als!voorbeeld!wijk!Molenbeek.!Teveel!huizen!op!beschikbare! oppervlakte.!Verstening!van!hoogwaardig!natuurlandschap.! Lint!bebouwing!aan!de!randen!van!het!totale!woon!plan!en!niet!alleen!langs!Hulllerweg.!Een! deel!van!de!Hullerweg!(vanaf!Oude!Zeeweg!rich$ng!Molenweg)!is!redelijk!goed!rekening!mee! gehouden,!echter!het!laatste!stuk!op!einde!van!Hullerweg,!Molenweg!staan!nu! appartementen!ingetekend.!Dat!is!niet!acceptabel!als!lint!bebouwing!ook!al!wordt!er!groen! omheen!geplaatst.!Geen!rijtjeshuizen!of!appartementen!aan!de!randen!van!deze!nieuwe! woonwijk.! Hoogbouw!(14!meter)!in!deze!groene!wijk!niet!acceptabel!en!dus!niet!toestaan.!Bouwhoogte! van!9!of!11!meter!maximaal!met!1!verdieping!en!zolder!is!acceptabel.! Diverse!zo!niet!alle!onderzoeken!en!rapporten!zijn!gebaseerd!op!400-500!woningen.!Nu! worden!er!ineens!getallen!van!750!benoemd!wat!deze!rapporten!en!onderzoeken!op!moeten! verwerken.!Daardoor!komen!er!knelpunten!verder!in!gevaar!wat!we!niet!achteraf!willen! ervaren!maar!vooraf!feitelijk!aangetoond!of!het!past!in:!natuur,!CO2,!WNB!vergunning,! verkeersontslui$ng,!open!karakter,!vitaal!en!veilige!wijk!?! Verzoek!aan!provincie!om!400-600!woningen!maar!is!nu!aanzienlijk!hoger!750!stuks!wat!
afgestemd!moet!worden!of!dit!voor!provincie!acceptabel!is!in!dit!hoogwaardige! natuurlandschap.!
·
·
·
·
·
·
· · ·
!
In!communica$e!met!!de!provincie!werd!door!gemeente!Nunspeet!gesuggereerd!dat!dit!de! enige!mogelijkheid!zou!zijn!om!woningen!te!bouwen!waarop!de!provincie!verzoekt!dit!beter! te!beargumenteren!en!aantoonbaar!voorleggen!dat!er!geen!andere!alterna$even!zijn.! Beter!aantoonbaar!plan!opstellen!door!gemeente!waaruit!blijkt!dat!men!ook!echt!voor!de! Nunspeters!bouwt,!hoeveel!wachtenden!zijn!er!en!hoe!borgt!de!gemeente!dat!deze! Nunspeter!zekerheid!hebben!dat!ze!een!huis!krijgen!?!Om!te!voorkomen!dat!er!een!zeer! waardevol!landschap!wordt!opgeo%erd!aan!buitenstaanders!en!de!Nunspeters!nog!steeds!in! de!rij!staan!voor!een!woning!in!het!dorp.! Bestemming!percelen!gelegen!tussen!Hullerweg,!Oude!Zeeweg,!Kolmansweg,!Molenweg!op! agrarische!bestemming!houden!omdat!een!groot!aantal!zo!niet!de!grote!meerderheid!niet!in! eigendom!van!de!gemeente!is.!Dus!bestemming!ongewijzigd!agrarisch!laten!bestaan.! Verkeersno$$e!Royal!HaskoningDHV!adviseerd!uitgebreid!onderzoek!voor!de!rotonde’s! Wezenland!en!Elburgerweg(N310)!ivm!knelpunten!overbelas$ng!verkeersafwikkeling.! o Verwach&e!verkeersintensiteit!Bovenweg!6800!mvt/etmaal!boven!de!bovengrens! (6000!mvt/etmaal)!vd!maximaal!gewenste!intensiteit!op!dit!type!wegen.!! o Mogelijk!geen!sprake!meer!van!eventuele!restcapaciteit.!Nader!onderzoek!nodig.! Bovenweg!in!samenhang!met!Elburgerweg.! o
Capaciteit!Elburgerweg!wordt!nauwelijks!genoemd.!Levert!nu!al!wachtrijen!op!voor! de!rotondes!bij!Rondweg-Kolk,!Oenenburgweg,!Molenbeek,!Molijnlaan/Molenweg,! Zeeweg/Poort!van!‘tHul,!Waterweg.!Motorisch!verkeer!met!bestemming!centrum!of! andere!woonplaatsen!zullen!niet!via!de!A28!naar!hun!bestemming!gaan!maar!via!de! kortste!route.! o Ontslui$ng!A28!op-en!afri&en!Eperweg!en!Elspeterweg!zijn!nu!al!overbelast!met! name!smiddags!16:00!–!18:30!uur!en!ook!smorgens!zeer!druk.!Met!toename! inwoners!door!dit!soort!woonwijken!zal!dat!knelpunt!vergroten!in!zeer!onveilige! situa$es!doordat!auto’s!niet!$jdig!de!snelweg!kunnen!verlaten!en!de!vluchtstroken! moeten!gebruiken.! Omliggende!wegen!als!Kolmansweg,!Waterweg!zullen!veel!meer!verkeer!toename!krijgen!dan! nu!in!modellen!wordt!voorgesteld!daar!de!route!vanuit!Hul!Noord!naar!centrum!Nunspeet! veel!aantrekkelijker!is!dit!via!de!Kolmansweg,!Waterweg!te!rijden!dan!via!Bovenweg!met!de! nodige!knelpunten!een!sneller!route!is!met!minder!hindernissen.! Geluidsoverlast!wegen:! o Hullerweg!grasblokken!in!berm!verwijderen!maken!veel!lawaai.!Nieuw!asfalt!voorzien! met!geluidsreducerend!asfalt.! o Molenweg,!Bovenweg,!Kolmansweg!ook!voorzien!met!geluidreducerend!asfalt! Groenstroken!tussen!bestaande!woningen!en!woonwijk!als!1 e!ac$e!aanleggen!zodat!er!zo! snel!mogelijk!een!groene!a'akening!is.!
Bestemming!percelen!van!bestaande!bewoners!blijven!deze!ongewijzigd!?! Nogmaals!benadrukken!eerst!alle!inbreiding!volledig!benu&en!en!als!die!op$es!allemaal! uitgevoerd!zijn!uitbreiden!als!dat!nog!noodzakelijk!is.!Dat!zal!betekenen!dat!de!aantallen! mogelijk!niet!allemaal!op!1!plaats!gebouwd!kunnen!worden!maar!dat!is!geen!doel!op!zich.!Er! zijn!intussen!meerdere!mogelijkheden!extra!beschikbaar!gekomen!als!Feitenhof,!loca$es! Vennenpad,!Molijnlaan,!Nunspeet-Oost!(tussen!Oenenburg!en!De!Kolk)!
Wij!verzoeken!u!vriendelijk!om!onze!zienswijze!serieus!te!overwegen!en!mee!te!nemen!in!de!verdere! besluitvorming!omtrent!het!bestemmingsplan.!Tevens!stellen!wij!het!op!prijs!als!u!ons!op!de!hoogte! houdt!van!de!voortgang!van!dit!proces.! ! Mocht!u!nog!aanvullende!informa$e!of!toelich$ng!nodig!hebben,!dan!ben!ik!graag!bereid!om!dit!te! verstrekken.! ! In!afwach$ng!van!uw!reac$e,!verblijf!ik,! ! Hoogachtend,!
! !! !
! ! ! ! !
Ingekomen zienswijze 3
AANGETEKEND
Hemwood
Gemeenteraad Nunspeet
Keizersgracht 477
Postbus 79
1017 DL Amsterdam
8070 AB NUNSPEET Advocaat Amsterdam, 20 december 2023 Onze referentie Betreft
: SZ/20213374
T M : Zienswijze over het Ontwerpbestemmingsplan “'t Hul Noord” en het bijbehorende vormvrije mer-beoordelingsbesluit
Geachte leden van de raad, Namens cliënte, statutair gevestigd te Nunspeet, dien ik hierbij een zienswijze in over het Ontwerpbestemmingsplan “’t Hul Noord” en het bijbehorende vormvrije mer-beoordelingsbesluit. Het Ontwerpbestemmingsplan en het vormvrije mer-beoordelingsbesluit liggen ter inzage tot en met 20 december 2023. Een kopie van de kennisgeving ter zake in het Gemeenteblad van 7 november 2023 (nr. 473539) is aangehecht als bijlage 1. I. 1.
INLEIDING Het Ontwerpbestemmingsplan voorziet volgens de plantoelichting, kort samengevat, in de realisatie van maximaal 750 woningen, een school en ondersteunende voorzieningen ten noorden van de bestaande woonwijk ’t Hul en ten westen van de wijk Molenbeek. Het nieuwe woongebied zal worden ontsloten door een nieuwe bovenlokale uitsluiting via de Bovenweg. Het plan voorziet derhalve ook in een reconstructie van een deel van de Bovenweg.
Figuur 1. Verbeelding Ontwerpbestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
II.
BELANGEN CLIËNTE
2.
Cliënte is op 16 april 2021 opgericht en heeft volgens haar statuten ten doel het behouden van het dorpse en groene karakter van de gemeente Nunspeet. Dit doel tracht cliënte te bereiken door alternatieven te onderzoeken voor de woningbouw waarin het Ontwerpbestemmingsplan voorziet, de daadwerkelijke woningbehoefte van Nunspeet (eigen inwoners) centraal te stellen, de kansen te benutten die ontstaan bij veranderende omstandigheden, het verduurzamen van bestaande bouw te vorderen en die bestaande bouw aantrekkelijk te maken voor starters en senioren, het behouden van flora en fauna, in het bijzonder in en nabij beschermde gebieden, waaronder de Natura 2000 gebieden.
3.
In dit verband kan cliënte zich niet verenigen met het Ontwerpbestemmingsplan en het vormvrije mer-beoordelingsbesluit. Zij is niet tegen woningbouw an sich en onderkent de woningopgave waar we in Nederland vandaag de dag voor staan, maar hecht eraan te benadrukken dat het planprogramma waarin het Ontwerpbestemmingsplan zorgt voor een onevenredige verdichting van het waardevolle landschap ter plaatse. Dit doet geen recht aan het dorpse en groene karakter van Nunspeet, nog los van het feit dat de beschermde waarden van het plangebied worden aangetast. Ook biedt het Ontwerpbestemmingsplan naar haar mening onvoldoende waarborgen voor verduurzaming en klimaatadaptie, kan met de huidige stand van de onderzoeken niet worden vastgesteld of flora en fauna (waaronder Natura 2000) al dan niet verloren gaan en baart zij zich ernstige zorgen over de nadelige verkeersgevolgen.
4.
Kortom, cliënte heeft kennisgenomen van het Ontwerpbestemmingsplan (verbeelding, regels en toelichting) en constateert dat de inhoud daarvan in strijd is met artikel 3.1 Wro, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, de provinciale verordening van Gelderland, de Wet natuurbescherming, de Wet milieubeheer en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. In dat kader voert zij het volgende aan.
III.
GRONDEN ZIENSWIJZE
III.1.
Opmerking vooraf
5.
Alvorens hierna (voor zover mogelijk) inhoudelijk op de zienswijzegronden wordt ingegaan, merkt cliënte op voorhand op dat zij belangrijke informatie mist om adequaat en volledig op het Ontwerpbestemmingsplan en het vormvrije mer-beoordelingsbesluit te kunnen reageren. Het gaat onder meer om de volgende essentiële stukken: de aanvraag tot afwijking van de Omgevingsverordening, de onderliggende gegevens van de relevante onderzoeken (waaronder in ieder geval met betrekking tot het aspect verkeer en ontsluiting), het nadere onderzoek naar de
aantasting
van
beschermde
flora
en
fauna,
het
ontwerp-exploitatieplan
en
een
planschaderisicoanalyse. 6.
Daarnaast heeft cliënte op 4 oktober 2022 een verzoek ingediend op grond van de Wet open overheid, waarbij onder meer informatie is opgevraagd over de voor de planontwikkeling aan te kopen gronden. Een eerste deelbesluit op het Woo-verzoek is, nadat de gemeente daartoe overigens eerst door cliënte in gebreke moest worden gesteld, pas op 12 december jl. aan cliënte bekendgemaakt. En gelet op de hoeveelheid aan stukken die zijn overgelegd bij dat besluit, is het cliënte onvoldoende gelukt om deze stukken (voor zover relevant) nu reeds te betrekken in deze zienswijze. Bovendien is een deel aan belangrijke informatie weggelakt. Cliënte beraadt zich op dit punt tot het instellen van rechtsmiddelen.
2 | 12
7.
Gelet op het voorgaande, verzoekt cliënte de raad dan ook vriendelijk om niet eerder over te gaan tot een definitieve beslissing over het voorliggende bestemmingsplan, dan nadat alle bovenstaande stukken met cliënte zijn gedeeld, zij voldoende gelegenheid heeft gehad de stukken van het eerste Woo-deelbesluit zorgvuldig te beoordelen, het tweede Woo-deelbesluit aan cliënte bekend is gemaakt en zij voldoende gelegenheid heeft gehad deze zorgvuldig te beoordelen en de onderhavige zienswijze vanwege het voorgaande door cliënte zo nodig is aangevuld.1
III.2.
Aantasting beschermd landschap
8.
De Omgevingsverordening Gelderland (hierna: “Omgevingsverordening”) kent een tweetal instructieregels ten aanzien van de bescherming van waardevol Gelders landschap, die bij de totstandkoming van een bestemmingsplan in acht moeten worden genomen. In de eerste plaats gaat het om de bescherming van waardevolle open gebieden en in de tweede plaats om de bescherming van Nationale Landschappen. Voor het plangebied zijn beide instructieregels van toepassing (zie ter verduidelijking onderstaande Figuur 2).
Figuur 2. Uitsnede kaart Omgevingsverordening (bron: Planoviewer, www.gelderland.nl).
9.
Zowel de Nationaal Landschappen als de beschermde waardevolle open gebieden zijn symbolen voor
het
Gelders
landschap
en
hebben
een
bovenregionale
waarde.
In
de
bij
de
Omgevingsverordening behorende bijlage ‘Kernkwaliteiten Gelderse Nationale Landschappen’ staan de kernkwaliteiten van deze beschermde gebieden beschreven. De kernkwaliteit van de waardevolle open gebieden is volgens deze bijlage de openheid. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Veluwe, en in het bijzonder het van toepassing zijnde deelgebied ‘Randmeerkust agrarisch’, zijn (zakelijk weergegeven):
1
Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak blijkt dat er geen rechtsregel is die zich ertegen verzet dat een zienswijze na afloop van de termijn nader wordt gemotiveerd. Zie bijv. ABRvS 19 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:807. 3 | 12
Ø
Zichtbare beeldbepalende gradiënt van stuwwal naar Randmeer: bos - open essen strokenverkaveling
-
onregelmatige
blokverkaveling
op
strandwallen;
van
besloten
boslandschap via kleinschaligheid naar open; de overgang is eerst steil, daarna geleidelijk. Ø
Karakteristieke open veeweidegronden met een groot aantal zuid-noord stromende sloten en
Ø
Kleinschalige flank van het Veluwemassief met dorpen en buurtschappen, houtsingels en
laaglandbeken; van hieruit zicht op de bossen van Flevoland en het Veluwemassief. grasland. Ø
Lintbebouwing parallel aan de hoogtelijnen.
Ø
Enkele landgoederen in de strokenverkaveling vormen mooie ensembles.
Ø
Relatief
gaaf
ontwaterings-,
veenlandschap,
onregelmatig
ontsluitingsin
het
en
verkavelingspatroon:
kleilandschap;
het
regelmatig
in
vroegmiddeleeuws
ontginningslandschap bij Doornspijk en Wessingen springt eruit. Ø 10.
Rust, ruimte, donkerte in het veengebied.
Ingevolge artikel 2.55, eerste lid, van de Omgevingsverordening en artikel 2.56, eerste lid, van de Omgevingsverordening mag het Ontwerpbestemmingsplan geen bestemmingen mogelijk maken die de openheid van een waardevol open gebied respectievelijk de hiervoor genoemde kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap aantasten. De kernkwaliteiten moeten op zijn minst worden behouden en, indien mogelijk, worden versterkt. Bij de beoordeling van nieuwe ruimtelijke initiatieven geldt dan ook de afwegingsformule ‘ja-mits, de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden’.
11.
In de plantoelichting wordt in dit verband onderkend dat de openheid van het waardevolle open gebied met het Ontwerpbestemmingsplan wordt aangetast. Ten onrechte is niet ook onderkend dat de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Veluwe, deelgebied ‘Randmeerkust agrarisch’ worden aangetast. Integendeel, gesteld wordt juist dat het Nationaal Landschap niet wordt aangetast. In dit kader wordt in de toelichting naar de stedenbouwkundige visie verwezen, waarin rekening zou zijn gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap.
12.
In de stedenbouwkundige visie is echter op geen enkele wijze (concreet) onderbouwd waarom de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Veluwe niet worden aangetast. Dat kan ook niet, de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap worden zonder meer aangetast. De stedelijke ontwikkeling waarin het plan voorziet staat immers haaks op de karakteristieke open veeweidegronden met zuid-noord stromende sloten. Ook is er met de planopzet geen, althans niet uitsluitend, sprake van lintbebouwing parallel aan de hoogtelijnen. Ten onrechte wordt de aantasting van het Nationaal Landschap dus miskend.
13.
Dit is van belang, omdat van het verbod op aantasting van de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap als bedoeld in artikel 2.56, eerste lid, Omgevingsverordening ingevolge het tweede lid uitsluitend kan worden afgeweken, indien er geen reële alternatieven zijn, er sprake is van een reden van groot openbaar belang en compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van het Nationale Landschap. De plantoelichting ontbeert in dit kader een deugdelijke
onderbouwing;
het
Ontwerpbestemmingsplan
is
in
strijd
met
de
Omgevingsverordening. Ook ontbreekt een provinciale ontheffing op dit punt, zodat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is.
4 | 12
14.
In de plantoelichting wordt overigens wel onderbouwd waarom ingevolge artikel 1.a3 en artikel 1.a6 van de Omgevingsverordening kan worden afgeweken van het verbod tot het aantasten van waardevolle openbare gebieden als bedoeld in artikel 2.55, eerste lid, Omgevingsverordening. Cliënte meent echter dat deze onderbouwing geen stand kan houden.
15.
In de eerste plaats wordt gesteld dat er sprake is van een ‘reëel openbaar belang’. Volgens de Omgevingsverordening is dit niet het juiste criterium. Er moet sprake zijn van een groot openbaar belang. Dit is van betekenis, omdat de provincie in de toelichting op de Omgevingsverordening expliciet heeft benadrukt dat van de afwijkmogelijkheid als bedoeld in artikel 1a.3 uitsluitend gebruik kan worden gemaakt voor de gevallen die er écht toe doen. Bij een groot openbaar belang moet volgens het tweede lid van artikel 1a.3 worden gedacht onder meer aan het veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening. Niet zonder reden is daarom aangesloten bij het aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: “Barro”) ontleende criterium ‘groot openbaar belang’. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een groot openbaar belang volgens het Barro, dient het belang naar aard en omvang voldoende zwaarwegend te zijn om de afwijking van de Omgevingsverordening te rechtvaardigen. De enkele stelling dat er sprake is van een nationaal woningtekort, is in zoverre te summier. Hierbij speelt ook mee de vraag of er geen reële alternatieven zijn, en zo niet, of er tijdig effectieve compenserende maatregelen worden getroffen.
16.
Voor de vraag of er alternatieven zijn, wordt in de plantoelichting verwezen naar de locatiestudie die is opgenomen in de Structuurvisie ’t Hul Noord van 4 mei 2021 (hierna: “Structuurvisie”). Er zijn vijf locaties onderzocht, waarna definitief is gekozen voor ’t Hul Noord. Volgens de plantoelichting speelt de positieve grondhouding van de provincie met betrekking tot woningbouw in het plangebied bij de locatiekeuze een belangrijke rol. Cliënten wijzen in dit verband evenwel op de brief van de provincie d.d. 12 februari 2021 met zaaknummer 2020-018805, waarin de provincie uw gemeente met zoveel woorden verzoekt deze stelling te nuanceren. De provincie heeft weliswaar in beginsel positief gereageerd op woningbouw op de locatie ’t Hul-Noord, maar tekent daarbij wel aan dat zij de andere alternatieve locaties niet heeft beoordeeld en dat er een extra motiveringsplicht geldt om te onderbouwen dat er geen alternatieven zijn (gelet op de aantasting
van
de
landschappelijke
waarden).
Ook
is
de
provincie
kritisch
op
de
behoefteonderbouwing en de gemeentelijke stelling dat (een deel van) de gewenste woningen niet binnenstedelijk kunnen worden opgelost (hetgeen volgens de provincie een minder grote impact zou hebben op het waardevolle landschap). Gelet op het voorgaande, kan niet zonder meer aangenomen worden dat er geen betere, alternatieven beschikbaar zijn, waaronder niet uitsluitend een alternatieve locatie in het buitengebied maar waarbij ook moet worden gedacht aan binnenstedelijke oplossingen. En voor zover de woningvraag niet uitsluitend binnenstedelijk is op te vangen, is niet gemotiveerd en inzichtelijk gemaakt in hoeverre dat wel mogelijk is, hoeveel woningen per saldo dan buitenstedelijk moeten worden gebouwd en op welke wijze de inbreuk op de provinciale belangen tot het minimum wordt beperkt. 17.
In de derde plaats wordt in de plantoelichting in het kader van te treffen compenserende maatregelen gesteld dat weliswaar afbreuk wordt gedaan aan de open ruimtes tussen de historische groene kamerstructuur, maar dat de landschapsstructuur zoveel mogelijk wordt behouden en versterkt. Hierbij wordt gewezen op de groene strook aan de noordzijde voor waterretentie. De groene zone tussen de Hullerweg en de bestaande woonwijken met het Ontwerpbestemmingsplan, zoals opgenomen in de Structuurvisie, wordt niet meer vermeld.
5 | 12
18.
De groenmaatregelen, die zijn bedoeld om de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap zoveel mogelijk te behouden en te herstellen, kunnen echter niet gelden als compenserende maatregelen voor het tenietgaan van het waardevolle open gebied. Beide inbreuken op de provinciale belangen (de landschapskwaliteiten van het Nationale Landschap Veluwe én het waardevolle open gebied) moeten op hun eigen merites worden beoordeeld. Feit is dat de openheid van het landschap teniet gaat vanwege het Ontwerpbestemmingsplan, hetgeen ook in de plantoelichting wordt onderkend. Er worden met het Ontwerpbestemmingsplan in dat verband geen, althans onvoldoende, maatregelen getroffen ter compensatie. In zoverre wordt niet voldaan aan de voorwaarden die in artikel 1a.3, eerste lid, Omgevingsverordening zijn gesteld aan een afwijking van artikel 2.55, eerste lid, Omgevingsverordening.
19.
Gelet op het voorgaande concludeert cliënte dat het Ontwerpbestemmingsplan in strijd is met de Omgevingsverordening. In de plantoelichting staat overigens dat een afwijking van de Omgevingsverordening reeds is aangevraagd, maar die aanvraag is - voor zover cliënte bekend - niet gepubliceerd. Gelet op het voorgaande kan die afwijking ook niet worden verleend, nu hiervoor is vastgesteld dat niet aan alle afwijkvoorwaarden in de Omgevingsverordening wordt voldaan.
III.3.
Behoefte
20.
Niet in geschil is dat het Ontwerpbestemmingsplan een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, Bro. In dit verband wordt in de plantoelichting geconcludeerd dat er (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte bestaat aan 750 woningen, een school en buurtfuncties. Ter onderbouwing hiervan wordt verwezen naar de Structuurvisie en het nadien verschenen regionale woningmarktonderzoek ‘Noord-Veluwe en Zeewolde 2022-20302040’ d.d. 9 december 2022 (hierna: “Woningmarktonderzoek”). Cliënte concludeert dat deze onderbouwing geen stand kan houden. Ik licht dit als volgt toe.
21.
Ter bepaling van de kwantitatieve behoefte is de plancapaciteit afgezet tegen de geraamde woningbehoefte. Hierbij is gerekend met een woningbehoefte per 1 oktober 2020 van 1.020 woningen tot 2025 en nadien 570 extra woningen tot 2040, aldus in totaal 1.590 woning tot 2040. Voorts is de plancapaciteit van de woningbehoefte afgetrokken. Bij de berekening van de totale plancapaciteit is een tweetal correcties toegepast: 20% planuitval bij uitbreidingslocaties en 50% planuitval bij inbreidingslocaties WOM. Dit leidt ertoe dat er volgens de Structuurvisie sprake is van een realistisch tekort aan plancapaciteit van 877 woningen tot 2040. Het feit dat er sprake is van ‘planuitval’ betekent echter niet zonder meer dat de onbenutte capaciteit niet alsnog kan worden ingevuld voor woningbouw. Hier heeft de provincie uw gemeente bij brief van 12 februari 2021 ook reeds op gewezen. Door te rekenen met een ‘realistische plancapaciteit’ in plaats van de ‘nominale plancapaciteit’ wordt ten onrechte kunstmatig een grotere vraag aan woningen gecreëerd (877 in plaats van 372). Nog daargelaten dat de percentages voor planuitval zijn gebaseerd op niet te verifiëren aannames.
22.
Voorts wordt onder verwijzing naar het Woningmarktonderzoek in de plantoelichting gesteld dat de woningbehoefte sinds de Structuurvisie is gegroeid. In het Woningmarktonderzoek wordt een woningbehoefte van 885-1.195 woningen tot 2030 verwacht. De gemeente ziet hierin de rechtvaardiging voor het vermeerderen van het woonprogramma van 500-600 woningen in de Structuurvisie naar 750 woningen in het onderhavige Ontwerpbestemmingsplan.
6 | 12
23.
Waar in de plantoelichting echter aan voorbij wordt gegaan, is dat het Woningmarktonderzoek (blz. 121) ook is vermeld dat de bestaande plancapaciteit is berekend op 1.128 woningen tot 2030, waarmee de plancapaciteit volgens het rapport binnen de bandbreedte van de verwachte behoefte valt. In zoverre ziet cliënte anders dan de gemeente geen rechtvaardiging om de locatie ’t Hul Noord nog meer te verdichten.
24.
Daarbij speelt ook mee dat onvoldoende is onderzocht, althans inzichtelijk is gemaakt, waarom de woningvraag niet (deels) kan worden opgelost binnen bestaand stedelijk gebied. Ook is de (extra) verdichting van het ’t Hul Noord niet afgezet tegen de nadelige consequenties daarvan, zoals de grotere negatieve impact op het beschermde landschap en het bestaande woon-/leefen bedrijfsklimaat van de huidige bewoners/ondernemers.
III.4.
Verkeer
25.
De gevolgen van het Ontwerpbestemmingsplan voor de verkeersgeneratie zijn uiteengezet in de notitie van Royal Haskoning DHV d.d. 22 september 2023 en de notitie van Goudappel Coffeng d.d.
10
augustus
2023.
In
deze
notities
wordt
geconcludeerd
dat
er
door
het
Ontwerpbestemmingsplan een verkeerstoename zal zijn van 6.600 mvt/etmaal. Om deze toename op te kunnen vangen vindt er onder meer een reconstructie van de Bovenweg plaats, zodat deze weg kan dienen als enige toegangsweg naar de voorziene woonwijk. 26.
Omdat cliënte als gevolg van het Ontwerpbestemmingsplan verkeers- en parkeerproblemen verwacht, zal zij een notitie van een verkeersdeskundige inbrengen waarmee onderhavige zienswijze wordt aangevuld. Vooruitlopend hierop, heeft cliënte reeds de volgende gebreken c.q. inconsistenties in de uitgevoerde verkeersonderzoeken geconstateerd.
(a) 27.
Verkeerstoename Allereerst constateert cliënte dat op geen enkele wijze inzicht is gegeven in de berekening die aan de verkeerstoename ten grondslag heeft gelegen. In de notitie van Goudappel wordt in dit verband slechts opgemerkt dat de verkeersgeneratie is geschat aan de hand van de verkeersgeneratiecijfers van de CROW en dat is uitgegaan van een worst-case benadering doordat is gerekend met 750 ééngezinswoningen. Bij welke verkeersgeneratiecijfers exact is aangesloten, blijft echter onvermeld. Cliënte kan hierdoor niet nagaan of de verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de juiste invoergegevens.
28.
Verder valt het cliënte op dat de toename van de verkeersgeneratie opgenomen in tabel 2 van de notitie van Royal Haskoning DHV, respectievelijk figuur 4.1 in de notitie van Goudappel, niet overeenkomt met de berekende verkeerstoename van 6.600 mvt/etmaal. In de tabel is inzichtelijk gemaakt hoe de toename van de verkeersgeneratie wordt verdeeld over de omliggende wegen in de omgeving. Per omliggende weg valt af te lezen hoeveel de verkeersgeneratie toe- of afneemt ten opzichte van de situatie zonder Ontwerpbestemmingsplan. Indien de toe- en afnames echter bij elkaar worden opgeteld, volgt uit die berekening dat de verkeersgeneratie slechts toeneemt met 5.700 mvt/etmaal, terwijl 6.600 mvt/etmaal berekend is. De notities bevatten op dit punt dus een innerlijke tegenstrijdigheid.
29.
De tabel is opgenomen in onderstaande Figuur 3. Uit de rechterkolom volgt een totale toename van de verkeersgeneratie van 5.700 mvt/etmaal in plaats van 6.600 mvt/etmaal.
7 | 12
Figuur 3. Tabel toedeling verkeerstoename n.a.v. het Ontwerpbestemmingsplan (bron: notitie Royal Haskoning DHV d.d. 22 september 2023)
30.
Als gevolg van deze tegenstrijdigheid, valt niet uit te sluiten dat verkeersgeneratie op bijvoorbeeld de Bovenweg meer bedraagt dan 6.800 mvt/etmaal zoals nu in de tabel is aangegeven. Dit heeft vervolgens weer gevolgen voor de benodigde aanpassingen die aan die weg moeten worden uitgevoerd om knelpunten als gevolg van de verkeerstoename te voorkomen. Deze aanpassingen zijn thans bepaald aan de hand van een verkeersgeneratie van 6.800 mvt/etmaal. Als de verkeersgeneratie verhoogd moet worden, zijn automatisch meer aanpassingen benodigd.
31.
Het is cliënte in dit verband ook niet helder op welke manier is vastgesteld hoe de verkeerstoename over de omliggende wegen wordt verdeeld. Hierbij is relevant dat ter hoogte van het kruispunt Hullerweg en Molenweg in een afsluiting wordt voorzien, waardoor deze wegen niet langer voor auto’s bereikbaar zijn vanaf de Bovenweg. Hetzelfde geldt voor de Oude Zeeweg. Deze wegen worden door de afsluitingen uitsluitend bereikbaar voor voetgangers en fietsverkeer. Desondanks neemt de verkeersdrukte op de Molenweg toe.
32.
Ten slotte merkt cliënte op dat in de tabel van verkeerde gegevens lijkt te zijn uitgegaan, althans in ieder geval in de autonome situatie voor de Hullerweg. Op de Hullerweg wordt gesteld dat er sprake is van 300 mvt/etmaal, terwijl uit gemeentelijke verkeerstellingen van maart 2022 blijkt dat er ruim 5000 auto’s in 11 dagen zijn geteld, met een gemiddelde van 458 mvt/etmaal.
(b)
Ontsluiting
33.
Cliënte meent dat ’t Hul Noord niet geschikt is voor de gewenste planontwikkeling, waarbij de Bovenweg uitsluitend kan fungeren als enige ontsluitingsweg van de voorziene woonwijk met voorzieningen. Een toename van het aantal verkeersbewegingen op de Bovenweg zal de huidige verkeersproblemen alleen maar vergroten, ongeacht de voorgestelde reconstructie. Hierbij is van belang dat in de notities expliciet is opgemerkt dat de toekomstige verkeersintensiteit van de weg met 6.800 mvt/etmaal boven de theoretische capaciteit van de weg ligt (maximaal 6.000 mvt/etmaal). Daar komt bij dat het op grond van de hiervoor geconstateerde tegenstrijdigheid aannemelijk is dat verkeersintensiteit op de Bovenweg meer zal bedragen dan 6.800 mvt/etmaal.
8 | 12
34.
Uit de notities volgt bovendien dat de daadwerkelijke capaciteit van de weg hoofdzakelijk zal worden bepaald door de afwikkelingscapaciteit van de kruispunten op de weg. Juist ter hoogte van de kruispunten worden er echter problemen verwacht blijkens notities. Zo wordt ten aanzien van de rotonde Elburgerweg opgemerkt dat de toekomstige belasting van deze rotonde in de buurt komt van de theoretische maximale capaciteit. Hierdoor is het ontstaan van knelpunten op deze rotonde niet uit te sluiten.
(c)
Parkeren
35.
In de plantoelichting wordt voor de parkeerberekening verwezen naar de parkeerbalans die is opgenomen in de stedenbouwkundige visie. In die parkeerbalans is aan de hand van de ‘Parkeernota Nunspeet 2014’ per woonveld de parkeerbehoefte berekend. Volgens cliënte is de parkeerbehoefte in de parkeerbalans evenwel onjuist berekend. Zo is de parkeerbehoefte van de maatschappelijke functies niet berekend en is onduidelijk of is uitgegaan van de meest maximale invulling van het plan, gelet op de in de planregels voorschreven woningsegmentering. Ter staving van dit argument zal cliënte zo nodig nog een onderbouwing van een deskundige indienen.
III.5.
Ecologie
(a)
Gebiedsbescherming
36.
Uit artikel 2.8 van de Wnb, in samenhang gelezen met artikel 2.7 van die wet, volgt dat een passende beoordeling moet worden gemaakt als een plan significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Dat is het geval als een plan voorziet in ruimtelijke ontwikkelingen die ten opzichte van de referentiesituatie significante negatieve gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Onder referentiesituatie wordt volgens vaste rechtspraak de feitelijke, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan verstaan.
37.
Als een plan ten opzichte van de referentiesituatie leidt tot een toename van de stikstofdepositie op reeds overbelaste stikstofgevoelige natuurwaarden in een Natura 2000-gebied, dan dienen de gevolgen van die toename voor de vaststelling van het plan te worden onderzocht. Als daaruit volgt dat significante gevolgen niet op voorhand op grond van objectieve gegevens kunnen worden uitgesloten (‘de voortoets’), dient een passende beoordeling te worden gemaakt. Het plan kan in dat geval worden vastgesteld zodra en nadat de raad uit de aldus gemaakte passende beoordeling de zekerheid heeft verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten.
38.
Bij het Ontwerpbestemmingsplan is een voortoets aangehecht, opgesteld door Buro SRO d.d. 31 oktober 2023. In de voortoets wordt geconcludeerd dat de stikstofdepositie als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied op de (bijna) overbelaste hexagonen van de Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie niet toeneemt in zowel de gebruiksfase, aanlegfase als in de periode waarin gebruik en aanleg elkaar overlappen. Cliënte zet echter vraagtekens bij deze conclusie. Onder meer omdat lijkt te zijn uitgegaan van een verkeerde referentiesituatie en niet intern kan worden gesaldeerd, althans interne saldering op onjuiste wijze is toegepast. Ook is het maar de vraag of de invoergegevens juist zijn, met name gezien de onjuist berekende verkeersbewegingen. Cliënte zal deze grond zo nodig aanvullen op een later moment, nadat ook een eventuele verkeersnotitie van externe deskundige gereed is.
9 | 12
(b) 39.
Soortenbescherming De vragen of voor de uitvoering van een bestemmingsplan een vrijstelling dan wel een ontheffing op grond van het soortenbeschermingsregime in de Wet natuurbescherming nodig is, en zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, komen in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wnb. Dit neemt volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak echter niet weg dat de raad het bestemmingsplan niet mag vaststellen indien en voor zover de raad op voorhand had moeten inzien dat het soortenbeschermingsregime in de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.
40.
Uit de ecologische quick scans voor de woonwijk en de Bovenweg volgt dat beschermde diersoorten worden gestoord, althans dat ten aanzien van die diersoorten niet zonder nader onderzoek kan worden uitgesloten of er een ontheffing op grond van de Wnb benodigd is. Nu op dit punt onzekerheid bestaat, is het bestemmingsplan in zoverre (vooralsnog) niet uitvoerbaar.
III.6.
Geluid
41.
Ten aanzien van het aspect geluid wordt in de plantoelichting verwezen naar het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd door Adviesburo Van Der Boom en waarvan de resultaten zijn neergelegd in het rapport van 12 oktober 2023 (bijlage 5 bij het Ontwerpbestemmingsplan). Uit het rapport volgt dat de geluidsbelasting op de gevels van de bestaande woningen aan de Bovenweg toeneemt door de reconstructie van die weg.
42.
De geluidsbelasting op de gevel van de woning aan de Bovenweg 14 neemt volgens het rapport toe met 8 dB. Op grond van artikel 100a, eerste lid, onder a, Wet geluidhinder is deze toename in beginsel niet toegestaan. In de plantoelichting wordt hierover opgemerkt dat de toename geen belemmering voor het Ontwerpbestemmingsplan vormt, omdat de bestaande woning in een afzonderlijke procedure wordt omgezet naar een niet geluidgevoelige bestemming. Volgens cliënte is deze werkwijze evenwel onjuist. Op geen enkele manier is namelijk geborgd dat het afzonderlijke besluit daadwerkelijk zal worden genomen. Daarnaast kan het afzonderlijke besluit worden
vernietigd,
zonder
dat
dit
gevolgen
heeft
voor
de
geldigheid
van
het
Ontwerpbestemmingsplan. 43.
De geluidsbelasting op de gevels van de overige bestaande woningen aan de Bovenweg neemt minder toe dan 5 dB. Hoewel niet aan de voorkeursgrenswaarde (48 dB) wordt voldaan, kan de maximale grenswaarde (58 dB) wel worden gehaald. Voor deze woningen zal daarom door het College een hogere waarde besluit worden genomen als bedoeld in artikel 100a, eerste lid, onder b, sub 1, Wet geluidhinder in samenhang gelezen met artikel 110a Wet geluidhinder. Ingevolge artikel 110c, tweede lid, Wet geluidhinder had het ontwerpbesluit van het hogere waardenbesluit tegelijkertijd met het Ontwerpbestemmingsplan ter inzage moeten worden gelegd. Dat is niet gebeurd.
III.7.
Vormvrije mer-beoordeling
44.
Met de onderhavige ontwikkeling is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van categorie D.11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Bij de toelichting op het Ontwerpbestemmingsplan
is
weliswaar
als
bijlage
7
in
dit
verband
aangehecht
een
mer-beoordelingsnotitie van Buro SRO d.d. 9 oktober 2023, maar deze beoordeling is niet in lijn met de artikelen 7.16-7.19 Wet milieubeheer en de criteria van die de Europese richtlijn mer. Het mer-beoordelingsbesluit ontbreekt bovendien.
10 | 12
III.8. 45.
Economische uitvoerbaarheid Op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, onder f, Bro dient in de plantoelichting inzicht te worden gegeven in onder meer de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan. In paragraaf 4.7 van de plantoelichting wordt in dit verband aangegeven dat de gemeente actieve grondpolitiek voert om de gronden in het plangebied te verwerven en tot ontwikkeling te brengen. Dit is bij de tervisielegging van het Ontwerpbestemmingsplan (nog) niet het geval; de gemeente beschikt niet over het eigendom van alle gronden in het plangebied. Andere (financiële) onzekerheden staan opgesomd in paragraaf 9.3 van de Structuurvisie, zoals de te verwachten hoge realisatiekosten voor reconstructie van de Bovenweg.
46.
In de plantoelichting is evenwel geen enkel inzicht gegeven in de kosten, de financiële risico’s van het plan en de exploitatieopzet. Onduidelijk is of de kosten worden gedekt door de (te verwachten) baten, mede gelet op de risico’s (die bijvoorbeeld spelen in het kader van grondverwerving en de wijziging van infrastructuur), en of het plan in dat geval ook zal worden gerealiseerd. Ook ontbreekt een planschaderisicoanalyse. Kortom, cliënte zet vraagtekens bij de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
IV.
CONCLUSIE
47.
Gelet op het voorgaande concludeert cliënte ten aanzien van het Ontwerpbestemmingsplan dat: Ø
een aantal essentiële stukken ontbreken en cliënte nog in afwachting is van een volledig besluit op haar Woo-verzoek in dit verband, zodat op dit moment niet volledig en adequaat genoeg kan worden gereageerd;
Ø
er sprake is van strijd met de Omgevingsverordening Gelderland;
Ø
de behoefte aan 750 woningen, een school en voorzieningen niet, althans op onvoldoende
Ø
niet wordt voldaan aan de eisen die gelden ten aanzien van de relevante ruimtelijke aspecten
wijze, overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede lid, Bro is onderzocht en inzichtelijk is gemaakt; als verkeer en parkeren, stikstof, geluid en soortenbescherming, althans dat de gevolgen van het plan met betrekking tot deze aspecten niet of niet naar behoren in kaart zijn gebracht, althans dat de betrokken onderzoeken ontbreken en/of niet volledig zijn dan wel op onjuiste uitgangspunten zijn gebaseerd; Ø
de vormvrije mer-beoordeling niet voldoet aan de eisen die de Wet milieubeheer in dat kader
Ø
de (financiële) uitvoerbaarheid niet, althans onvoldoende, inzichtelijk is gemaakt;
Ø
er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening in het licht van artikel 3.1 Wro en in
stelt;
dat kader geen zorgvuldige en deugdelijke onderbouwing aan het plan ten grondslag ligt als bedoeld in artikel 3.1.6 Bro; Ø
er sprake is van strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb), het evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4 Awb), het motiveringsbeginsel (artikel 3:46 Awb) en het rechtszekerheidsbeginsel.
48.
Gezien deze conclusies verzoekt cliënte de raad, althans het college, deze zienswijze gegrond te verklaren en af te zien van de vaststelling van het bestemmingsplan zoals deze nu voorligt. Hierbij wijst cliënte zekerheidshalve nogmaals op het verzoek als vermeld onder randnummer 7.
11 | 12
49.
Cliënt is graag bereid om deze zienswijze nader mondeling toe te lichten en met uw gemeente in overleg te treden over de noodzakelijke aanpassingen aan het plan.
Hoogachtend,
12 | 12
BIJLAGE 1
GEMEENTEBLAD
Nr. 473539 7 november 2023
Officiële uitgave van de gemeente Nunspeet
Ontwerpbestemmingsplan 't Hul-Noord Met ingang van 8 november 2023 tot en met 20 december 2023 ligt in het gemeentehuis voor eenieder ter inzage het ontwerp van het bestemmingsplan en het vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit. Het ontwerpbestemmingsplan is ook te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl (IMRO NR. NL.IMRO.0302.BP01218-ow01).
Waar ligt het plangebied? De nieuwe woonwijk ’t Hul-Noord ligt ten noorden van de bestaande woonwijk ’t Hul en ten westen van de wijk Molenbeek. Het plangebied wordt globaal begrensd door de wegen Kolmansweg, Hullerweg, Molenweg en Oude Zeeweg. Daarnaast is het nieuwe tracé van de Bovenweg onderdeel van het plangebied.
Wat is de inhoud van dit plan? Het voornemen is om in het plangebied maximaal 750 woningen en een onderwijsvoorziening te realiseren met bijbehorende straten, parkeer- en groenvoorzieningen en wijkfuncties. Daarnaast omvat het bestemmingsplan de reconstructie van een deel van de Bovenweg.
Kennisgeving besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling Voor deze ontwikkeling is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Hieruit blijkt dat het bestemmingsplan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben. Burgemeester en wethouders hebben op basis van deze beoordeling besloten dat er geen m.e.r. hoeft te worden opgesteld. Gelet op artikel 7.17 van de Wet milieubeheer kan volstaan worden met de vormvrije m.e.r.-beoordeling die is opgenomen als bijlage bij de toelichting bij het bestemmingsplan.
Indienen zienswijze ontwerpbestemmingsplan Gedurende de termijn waarin het ontwerpbestemmingsplan ter inzage ligt, kan eenieder zijn of haar zienswijze naar voren brengen bij de gemeenteraad van Nunspeet. Dit kan op de volgende manieren:
1. 2.
U kunt uw zienswijze schriftelijk indienen bij de gemeenteraad van Nunspeet, Postbus 79, 8070 AB Nunspeet. U kunt uw zienswijze mondeling naar voren brengen, door contact op te nemen met het team Ruimtelijke ordening en Volkshuisvesting via telefoonnummer (0341) 25 99 11.
Zienswijze vormvrije m.er.-beoordelingsbesluit Op grond van artikel 6.3 van de Algemene wet bestuursrecht staat tegen een m.e.r.-beoordelingsbesluit geen bezwaar of beroep open, tenzij het besluit een belanghebbende rechtstreeks in zijn belang treft. Eventuele bezwaren tegen dit m.e.r. -beoordelingsbesluit kunt u inbrengen als zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan. Voor de wijze waarop de zienswijze kan worden ingediend, wordt verwezen naar de vorige alinea (‘Indienen zienswijze ontwerpbestemmingsplan’).
Toepassing Crisis- en herstelwet
1
Gemeenteblad 2023 nr. 473539
7 november 2023
Dit ontwerpbestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 750 woningen en bijbehorende voorzieningen mogelijk. Als gevolg daarvan is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Voor een eventueel later in te stellen beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gelden bijzondere procedurele bepalingen.
Inloopavond Op dinsdag 28 november 2023 organiseren wij een inloopavond vanaf 19:30 uur tot 21.00 uur in het gemeentehuis, Markt 1 in Nunspeet. U hebt dan de gelegenheid om het ontwerpbestemmingsplan te bekijken en vragen te stellen. Er is geen algemene toelichting. Deze avond heeft alleen betrekking op het bestemmingsplan. Informatie over uitgifte van de woningen, prijzen e.d. kan op dit moment nog niet verstrekt worden. Voor vragen over het ontwerpbestemmingsplan kunt u contact opnemen met de gemeente Nunspeet, telefoonnummer (0341) 25 99 11.
2
Gemeenteblad 2023 nr. 473539
7 november 2023
Ingekomen zienswijze 4
AANGETEKEND
Hemwood
Gemeenteraad Nunspeet
Keizersgracht 477
Postbus 79
1017 DL Amsterdam
8070 AB NUNSPEET
Amsterdam, 20 december 2023 Onze referentie Betreft
: SZ/20213374
T M : Zienswijze over het Ontwerpbestemmingsplan “'t Hul Noord” en het bijbehorende vormvrije mer-beoordelingsbesluit
Geachte leden van de raad, Namens cliënte, statutair gevestigd te Nunspeet, dien ik hierbij een zienswijze in over het Ontwerpbestemmingsplan “’t Hul Noord” en het bijbehorende vormvrije mer-beoordelingsbesluit. Het Ontwerpbestemmingsplan en het vormvrije mer-beoordelingsbesluit liggen ter inzage tot en met 20 december 2023. Een kopie van de kennisgeving ter zake in het Gemeenteblad van 7 november 2023 (nr. 473539) is aangehecht als bijlage 1. I. 1.
INLEIDING Het Ontwerpbestemmingsplan voorziet volgens de plantoelichting, kort samengevat, in de realisatie van maximaal 750 woningen, een school en ondersteunende voorzieningen ten noorden van de bestaande woonwijk ’t Hul en ten westen van de wijk Molenbeek. Het nieuwe woongebied zal worden ontsloten door een nieuwe bovenlokale uitsluiting via de Bovenweg. Het plan voorziet derhalve ook in een reconstructie van een deel van de Bovenweg.
Figuur 1. Verbeelding Ontwerpbestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
II.
BELANGEN CLIËNTE
2.
Cliënte is op 16 april 2021 opgericht en heeft volgens haar statuten ten doel het behouden van het dorpse en groene karakter van de gemeente Nunspeet. Dit doel tracht cliënte te bereiken door alternatieven te onderzoeken voor de woningbouw waarin het Ontwerpbestemmingsplan voorziet, de daadwerkelijke woningbehoefte van Nunspeet (eigen inwoners) centraal te stellen, de kansen te benutten die ontstaan bij veranderende omstandigheden, het verduurzamen van bestaande bouw te vorderen en die bestaande bouw aantrekkelijk te maken voor starters en senioren, het behouden van flora en fauna, in het bijzonder in en nabij beschermde gebieden, waaronder de Natura 2000 gebieden.
3.
In dit verband kan cliënte zich niet verenigen met het Ontwerpbestemmingsplan en het vormvrije mer-beoordelingsbesluit. Zij is niet tegen woningbouw an sich en onderkent de woningopgave waar we in Nederland vandaag de dag voor staan, maar hecht eraan te benadrukken dat het planprogramma waarin het Ontwerpbestemmingsplan zorgt voor een onevenredige verdichting van het waardevolle landschap ter plaatse. Dit doet geen recht aan het dorpse en groene karakter van Nunspeet, nog los van het feit dat de beschermde waarden van het plangebied worden aangetast. Ook biedt het Ontwerpbestemmingsplan naar haar mening onvoldoende waarborgen voor verduurzaming en klimaatadaptie, kan met de huidige stand van de onderzoeken niet worden vastgesteld of flora en fauna (waaronder Natura 2000) al dan niet verloren gaan en baart zij zich ernstige zorgen over de nadelige verkeersgevolgen.
4.
Kortom, cliënte heeft kennisgenomen van het Ontwerpbestemmingsplan (verbeelding, regels en toelichting) en constateert dat de inhoud daarvan in strijd is met artikel 3.1 Wro, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, de provinciale verordening van Gelderland, de Wet natuurbescherming, de Wet milieubeheer en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. In dat kader voert zij het volgende aan.
III.
GRONDEN ZIENSWIJZE
III.1.
Opmerking vooraf
5.
Alvorens hierna (voor zover mogelijk) inhoudelijk op de zienswijzegronden wordt ingegaan, merkt cliënte op voorhand op dat zij belangrijke informatie mist om adequaat en volledig op het Ontwerpbestemmingsplan en het vormvrije mer-beoordelingsbesluit te kunnen reageren. Het gaat onder meer om de volgende essentiële stukken: de aanvraag tot afwijking van de Omgevingsverordening, de onderliggende gegevens van de relevante onderzoeken (waaronder in ieder geval met betrekking tot het aspect verkeer en ontsluiting), het nadere onderzoek naar de
aantasting
van
beschermde
flora
en
fauna,
het
ontwerp-exploitatieplan
en
een
planschaderisicoanalyse. 6.
Daarnaast heeft cliënte op 4 oktober 2022 een verzoek ingediend op grond van de Wet open overheid, waarbij onder meer informatie is opgevraagd over de voor de planontwikkeling aan te kopen gronden. Een eerste deelbesluit op het Woo-verzoek is, nadat de gemeente daartoe overigens eerst door cliënte in gebreke moest worden gesteld, pas op 12 december jl. aan cliënte bekendgemaakt. En gelet op de hoeveelheid aan stukken die zijn overgelegd bij dat besluit, is het cliënte onvoldoende gelukt om deze stukken (voor zover relevant) nu reeds te betrekken in deze zienswijze. Bovendien is een deel aan belangrijke informatie weggelakt. Cliënte beraadt zich op dit punt tot het instellen van rechtsmiddelen.
2 | 12
7.
Gelet op het voorgaande, verzoekt cliënte de raad dan ook vriendelijk om niet eerder over te gaan tot een definitieve beslissing over het voorliggende bestemmingsplan, dan nadat alle bovenstaande stukken met cliënte zijn gedeeld, zij voldoende gelegenheid heeft gehad de stukken van het eerste Woo-deelbesluit zorgvuldig te beoordelen, het tweede Woo-deelbesluit aan cliënte bekend is gemaakt en zij voldoende gelegenheid heeft gehad deze zorgvuldig te beoordelen en de onderhavige zienswijze vanwege het voorgaande door cliënte zo nodig is aangevuld.1
III.2.
Aantasting beschermd landschap
8.
De Omgevingsverordening Gelderland (hierna: “Omgevingsverordening”) kent een tweetal instructieregels ten aanzien van de bescherming van waardevol Gelders landschap, die bij de totstandkoming van een bestemmingsplan in acht moeten worden genomen. In de eerste plaats gaat het om de bescherming van waardevolle open gebieden en in de tweede plaats om de bescherming van Nationale Landschappen. Voor het plangebied zijn beide instructieregels van toepassing (zie ter verduidelijking onderstaande Figuur 2).
Figuur 2. Uitsnede kaart Omgevingsverordening (bron: Planoviewer, www.gelderland.nl).
9.
Zowel de Nationaal Landschappen als de beschermde waardevolle open gebieden zijn symbolen voor
het
Gelders
landschap
en
hebben
een
bovenregionale
waarde.
In
de
bij
de
Omgevingsverordening behorende bijlage ‘Kernkwaliteiten Gelderse Nationale Landschappen’ staan de kernkwaliteiten van deze beschermde gebieden beschreven. De kernkwaliteit van de waardevolle open gebieden is volgens deze bijlage de openheid. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Veluwe, en in het bijzonder het van toepassing zijnde deelgebied ‘Randmeerkust agrarisch’, zijn (zakelijk weergegeven):
1
Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak blijkt dat er geen rechtsregel is die zich ertegen verzet dat een zienswijze na afloop van de termijn nader wordt gemotiveerd. Zie bijv. ABRvS 19 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:807. 3 | 12
Ø
Zichtbare beeldbepalende gradiënt van stuwwal naar Randmeer: bos - open essen strokenverkaveling
-
onregelmatige
blokverkaveling
op
strandwallen;
van
besloten
boslandschap via kleinschaligheid naar open; de overgang is eerst steil, daarna geleidelijk. Ø
Karakteristieke open veeweidegronden met een groot aantal zuid-noord stromende sloten en
Ø
Kleinschalige flank van het Veluwemassief met dorpen en buurtschappen, houtsingels en
laaglandbeken; van hieruit zicht op de bossen van Flevoland en het Veluwemassief. grasland. Ø
Lintbebouwing parallel aan de hoogtelijnen.
Ø
Enkele landgoederen in de strokenverkaveling vormen mooie ensembles.
Ø
Relatief
gaaf
ontwaterings-,
veenlandschap,
onregelmatig
ontsluitingsin
het
en
verkavelingspatroon:
kleilandschap;
het
regelmatig
in
vroegmiddeleeuws
ontginningslandschap bij Doornspijk en Wessingen springt eruit. Ø 10.
Rust, ruimte, donkerte in het veengebied.
Ingevolge artikel 2.55, eerste lid, van de Omgevingsverordening en artikel 2.56, eerste lid, van de Omgevingsverordening mag het Ontwerpbestemmingsplan geen bestemmingen mogelijk maken die de openheid van een waardevol open gebied respectievelijk de hiervoor genoemde kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap aantasten. De kernkwaliteiten moeten op zijn minst worden behouden en, indien mogelijk, worden versterkt. Bij de beoordeling van nieuwe ruimtelijke initiatieven geldt dan ook de afwegingsformule ‘ja-mits, de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden’.
11.
In de plantoelichting wordt in dit verband onderkend dat de openheid van het waardevolle open gebied met het Ontwerpbestemmingsplan wordt aangetast. Ten onrechte is niet ook onderkend dat de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Veluwe, deelgebied ‘Randmeerkust agrarisch’ worden aangetast. Integendeel, gesteld wordt juist dat het Nationaal Landschap niet wordt aangetast. In dit kader wordt in de toelichting naar de stedenbouwkundige visie verwezen, waarin rekening zou zijn gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap.
12.
In de stedenbouwkundige visie is echter op geen enkele wijze (concreet) onderbouwd waarom de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Veluwe niet worden aangetast. Dat kan ook niet, de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap worden zonder meer aangetast. De stedelijke ontwikkeling waarin het plan voorziet staat immers haaks op de karakteristieke open veeweidegronden met zuid-noord stromende sloten. Ook is er met de planopzet geen, althans niet uitsluitend, sprake van lintbebouwing parallel aan de hoogtelijnen. Ten onrechte wordt de aantasting van het Nationaal Landschap dus miskend.
13.
Dit is van belang, omdat van het verbod op aantasting van de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap als bedoeld in artikel 2.56, eerste lid, Omgevingsverordening ingevolge het tweede lid uitsluitend kan worden afgeweken, indien er geen reële alternatieven zijn, er sprake is van een reden van groot openbaar belang en compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van het Nationale Landschap. De plantoelichting ontbeert in dit kader een deugdelijke
onderbouwing;
het
Ontwerpbestemmingsplan
is
in
strijd
met
de
Omgevingsverordening. Ook ontbreekt een provinciale ontheffing op dit punt, zodat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is.
4 | 12
14.
In de plantoelichting wordt overigens wel onderbouwd waarom ingevolge artikel 1.a3 en artikel 1.a6 van de Omgevingsverordening kan worden afgeweken van het verbod tot het aantasten van waardevolle openbare gebieden als bedoeld in artikel 2.55, eerste lid, Omgevingsverordening. Cliënte meent echter dat deze onderbouwing geen stand kan houden.
15.
In de eerste plaats wordt gesteld dat er sprake is van een ‘reëel openbaar belang’. Volgens de Omgevingsverordening is dit niet het juiste criterium. Er moet sprake zijn van een groot openbaar belang. Dit is van betekenis, omdat de provincie in de toelichting op de Omgevingsverordening expliciet heeft benadrukt dat van de afwijkmogelijkheid als bedoeld in artikel 1a.3 uitsluitend gebruik kan worden gemaakt voor de gevallen die er écht toe doen. Bij een groot openbaar belang moet volgens het tweede lid van artikel 1a.3 worden gedacht onder meer aan het veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening. Niet zonder reden is daarom aangesloten bij het aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: “Barro”) ontleende criterium ‘groot openbaar belang’. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een groot openbaar belang volgens het Barro, dient het belang naar aard en omvang voldoende zwaarwegend te zijn om de afwijking van de Omgevingsverordening te rechtvaardigen. De enkele stelling dat er sprake is van een nationaal woningtekort, is in zoverre te summier. Hierbij speelt ook mee de vraag of er geen reële alternatieven zijn, en zo niet, of er tijdig effectieve compenserende maatregelen worden getroffen.
16.
Voor de vraag of er alternatieven zijn, wordt in de plantoelichting verwezen naar de locatiestudie die is opgenomen in de Structuurvisie ’t Hul Noord van 4 mei 2021 (hierna: “Structuurvisie”). Er zijn vijf locaties onderzocht, waarna definitief is gekozen voor ’t Hul Noord. Volgens de plantoelichting speelt de positieve grondhouding van de provincie met betrekking tot woningbouw in het plangebied bij de locatiekeuze een belangrijke rol. Cliënten wijzen in dit verband evenwel op de brief van de provincie d.d. 12 februari 2021 met zaaknummer 2020-018805, waarin de provincie uw gemeente met zoveel woorden verzoekt deze stelling te nuanceren. De provincie heeft weliswaar in beginsel positief gereageerd op woningbouw op de locatie ’t Hul-Noord, maar tekent daarbij wel aan dat zij de andere alternatieve locaties niet heeft beoordeeld en dat er een extra motiveringsplicht geldt om te onderbouwen dat er geen alternatieven zijn (gelet op de aantasting
van
de
landschappelijke
waarden).
Ook
is
de
provincie
kritisch
op
de
behoefteonderbouwing en de gemeentelijke stelling dat (een deel van) de gewenste woningen niet binnenstedelijk kunnen worden opgelost (hetgeen volgens de provincie een minder grote impact zou hebben op het waardevolle landschap). Gelet op het voorgaande, kan niet zonder meer aangenomen worden dat er geen betere, alternatieven beschikbaar zijn, waaronder niet uitsluitend een alternatieve locatie in het buitengebied maar waarbij ook moet worden gedacht aan binnenstedelijke oplossingen. En voor zover de woningvraag niet uitsluitend binnenstedelijk is op te vangen, is niet gemotiveerd en inzichtelijk gemaakt in hoeverre dat wel mogelijk is, hoeveel woningen per saldo dan buitenstedelijk moeten worden gebouwd en op welke wijze de inbreuk op de provinciale belangen tot het minimum wordt beperkt. 17.
In de derde plaats wordt in de plantoelichting in het kader van te treffen compenserende maatregelen gesteld dat weliswaar afbreuk wordt gedaan aan de open ruimtes tussen de historische groene kamerstructuur, maar dat de landschapsstructuur zoveel mogelijk wordt behouden en versterkt. Hierbij wordt gewezen op de groene strook aan de noordzijde voor waterretentie. De groene zone tussen de Hullerweg en de bestaande woonwijken met het Ontwerpbestemmingsplan, zoals opgenomen in de Structuurvisie, wordt niet meer vermeld.
5 | 12
18.
De groenmaatregelen, die zijn bedoeld om de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap zoveel mogelijk te behouden en te herstellen, kunnen echter niet gelden als compenserende maatregelen voor het tenietgaan van het waardevolle open gebied. Beide inbreuken op de provinciale belangen (de landschapskwaliteiten van het Nationale Landschap Veluwe én het waardevolle open gebied) moeten op hun eigen merites worden beoordeeld. Feit is dat de openheid van het landschap teniet gaat vanwege het Ontwerpbestemmingsplan, hetgeen ook in de plantoelichting wordt onderkend. Er worden met het Ontwerpbestemmingsplan in dat verband geen, althans onvoldoende, maatregelen getroffen ter compensatie. In zoverre wordt niet voldaan aan de voorwaarden die in artikel 1a.3, eerste lid, Omgevingsverordening zijn gesteld aan een afwijking van artikel 2.55, eerste lid, Omgevingsverordening.
19.
Gelet op het voorgaande concludeert cliënte dat het Ontwerpbestemmingsplan in strijd is met de Omgevingsverordening. In de plantoelichting staat overigens dat een afwijking van de Omgevingsverordening reeds is aangevraagd, maar die aanvraag is - voor zover cliënte bekend - niet gepubliceerd. Gelet op het voorgaande kan die afwijking ook niet worden verleend, nu hiervoor is vastgesteld dat niet aan alle afwijkvoorwaarden in de Omgevingsverordening wordt voldaan.
III.3.
Behoefte
20.
Niet in geschil is dat het Ontwerpbestemmingsplan een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, Bro. In dit verband wordt in de plantoelichting geconcludeerd dat er (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte bestaat aan 750 woningen, een school en buurtfuncties. Ter onderbouwing hiervan wordt verwezen naar de Structuurvisie en het nadien verschenen regionale woningmarktonderzoek ‘Noord-Veluwe en Zeewolde 2022-20302040’ d.d. 9 december 2022 (hierna: “Woningmarktonderzoek”). Cliënte concludeert dat deze onderbouwing geen stand kan houden. Ik licht dit als volgt toe.
21.
Ter bepaling van de kwantitatieve behoefte is de plancapaciteit afgezet tegen de geraamde woningbehoefte. Hierbij is gerekend met een woningbehoefte per 1 oktober 2020 van 1.020 woningen tot 2025 en nadien 570 extra woningen tot 2040, aldus in totaal 1.590 woning tot 2040. Voorts is de plancapaciteit van de woningbehoefte afgetrokken. Bij de berekening van de totale plancapaciteit is een tweetal correcties toegepast: 20% planuitval bij uitbreidingslocaties en 50% planuitval bij inbreidingslocaties WOM. Dit leidt ertoe dat er volgens de Structuurvisie sprake is van een realistisch tekort aan plancapaciteit van 877 woningen tot 2040. Het feit dat er sprake is van ‘planuitval’ betekent echter niet zonder meer dat de onbenutte capaciteit niet alsnog kan worden ingevuld voor woningbouw. Hier heeft de provincie uw gemeente bij brief van 12 februari 2021 ook reeds op gewezen. Door te rekenen met een ‘realistische plancapaciteit’ in plaats van de ‘nominale plancapaciteit’ wordt ten onrechte kunstmatig een grotere vraag aan woningen gecreëerd (877 in plaats van 372). Nog daargelaten dat de percentages voor planuitval zijn gebaseerd op niet te verifiëren aannames.
22.
Voorts wordt onder verwijzing naar het Woningmarktonderzoek in de plantoelichting gesteld dat de woningbehoefte sinds de Structuurvisie is gegroeid. In het Woningmarktonderzoek wordt een woningbehoefte van 885-1.195 woningen tot 2030 verwacht. De gemeente ziet hierin de rechtvaardiging voor het vermeerderen van het woonprogramma van 500-600 woningen in de Structuurvisie naar 750 woningen in het onderhavige Ontwerpbestemmingsplan.