Woonzorgvisie - Bijlage Advies ASD Reactie reactie college woonzorgvisie Nuenen
Tekst van het document
Van Betreft Datum T.a.v.
ASD Nuenen Gevraagd advies Woon-Zorg-Welzijn 5 juli 2024 Daniel van Schijndel, beleidsadviseur ruimtelijke ordening
De Adviesraad Sociaal Domein Nuenen brengt hierbij gevraagd advies uit over de concept Visie op Wonen, Welzijn en Zorg voor Nuenen c.a., zoals opgesteld door Companen. Totstandkoming advies De conceptvisie is besproken tijdens twee interne vergaderingen van de ASD. Leden van de ASD zijn aanwezig geweest bij de brede bijeenkomst inzake de Woonzorgvisie voor Nuenen op 13 december 2023 en de bespreking van het concept van de Woonzorgvisie tijdens de openbare beeldvormende raadsvergadering op 13 juni 2024. Tevens heeft de ASD input gegeven op de eerdere woonzorganalyse. Algemene opmerking vooraf De ASD verbaast zich over de lange doorlooptijd van de totstandkoming van de concept Visie op Wonen, Welzijn en Zorg (WZW). Bij deze totstandkoming is een breed palet aan stakeholders en organisaties bevraagd en betrokken. Ondanks dat de ASD het belang hiervan onderstreept en beseft dat dit tijd kost, zou een versnelling van het traject wenselijk zijn. De visie zou o.i. de onderlegger moeten vormen voor diverse andere visies, waaronder de visie op het Sociaal Domein. Voor laatstgenoemde is het traject voor totstandkoming al eerder in gang gezet. Het geeft de ASD het gevoel dat de gemeente achter de feiten aanloopt. Antwoord college: Het gaat inderdaad om een langlopend traject.
Dat is nodig gebleken om enerzijds inhoudelijk een grondige analyse uit te voeren en anderzijds de vele partijen die betrokken zijn bij de visie en de daaraan voorafgaande analyse “mee te nemen”. De visie bestrijkt voorts een breed terrein, waar de inzet van de gemeente ook in dagelijkse zaken gevraagd wordt. Zoals bekend is de ambtelijke capaciteit van de gemeente beperkt. In paragraaf 4.2 van de concept visie wordt daarbij gesteld: “Om beter zicht te krijgen op de toekomstige opgaven is het van belang om in kaart te brengen waar huidige en toekomstige zorgvragers wonen. Door de spreiding of concentratie van de woonplekken in beeld te hebben, kan richting gegeven worden aan de inzet van zowel vrijwilligers als aan professionele instellingen. “ De ASD was in de veronderstelling dat dit reeds bij de woonzorganalyse was meegenomen en adviseert dan ook dit z.s.m. te doen voordat met de uitwerking van het uitvoeringsprogramma wordt gestart. Antwoord college: De analyse van Companen geeft inderdaad een globaal beeld (op 4-positie postcodeniveau) waar de huidige ouderen wonen. Dat staat uiteraard niet gelijk aan de zorgvraag. Dat vraagt om een nadere invulling. Dat geldt ook voor de toekomstige zorgvraag in wijken en kernen. In uw opmerkingen richt u zich vrijwel uitsluitend op de ouderen.
De visie en de voorafgaande analyse strekt zich tot groot aantal doelgroepen, ook al zijn die vaak beperkt(er) van omvang. Ook zien wij als college het van groot belang en noodzakelijk dat er afstemming is tussen zorg en welzijn. Hierboven merken wij op dat u daar niet op in gaat. Conclusies en opmerkingen De ASD is van mening dat de concept visie WZW op een erg algemeen niveau blijft. Het wachten is dan ook op de verdere uitwerking en concretisering hiervan in het uitvoeringsprogramma. Dit zal nog de nodige tijd in beslag nemen. Het roept bij ons wel de vraag op of dit (kostbare) traject, dat nu al Ondertekend op: 05-09-2024 14:25 Ondertekend door: Nanne Kramer Locatie: Nuenen Reden: Digitaal Uitgaand
meer dan een jaar duurt, nodig is geweest om tot zo’n algemene visie te komen. Zeker omdat overal in Nederland vergelijkbare problemen en uitdagingen op het gebied van WZW spelen, maar ook omdat er veel overlap is met bijvoorbeeld de visie op het sociaal domein. Voor een algemene visie op WZW zal de situatie in Nuenen niet zo veel anders zijn dan in andere gemeenten. Waarom dan volledig zelf het wiel uitvinden als er door afstemming met andere domeinen en andere gemeenten veel tijd en geld bespaard zou kunnen worden. Met het oog op de vele werkzaamheden in m.n. kleinere gemeenten en de huidige tijd van personeelswisselingen en –tekorten, adviseert de ASD meer de samenwerking en afstemming met andere gemeenten op te zoeken. Binnen het uitvoeringsprogramma kunnen dan gemeente-specifieke accenten worden gelegd op basis van lokale data en behoeften. Antwoord college: Het is de taak van de gemeente om een eigen visie op te stellen en niet een afgeleide van wat in het algemeen wordt geformuleerd. Juist door een grote gemene deler te hanteren, ontstaat een visie die weinig specifiek is voor Nuenen. Uiteraard gaat het uitvoeringsprogramma concreet in op wat de gemeente voorstaat op de verschillende terreinen van wonen, zorg en welzijn. Vanuit het eigen standpunt van de gemeente wil Nuenen graag en intensief samenwerken met andere gemeenten in de regio.
Veel onderdelen van de problematiek vragen immers een regionale aanpak. Op verschillende punten in de concept visie WZW bekruipt de ASD het gevoel dat een te rooskleuring beeld wordt geschetst: • In hoeverre is het überhaupt mogelijk om duidelijke en bindende afspraken te maken met projectontwikkelaars over starterswoningen en levensbestendige woningen? Antwoord college: Wij hebben de ervaring dat – evenals dat in prestatieafspraken met de corporaties gebeurt – met ontwikkelaars goede bindende afspraken te maken zijn over het door de gemeente gewenste woningbouwprogramma. •
Er wordt met name gesproken over voldoende en passend aanbod van woningen. De betaalbaarheid daarvan acht de ASD daarbij van wezenlijk belang, zeker voor starters en mensen met een laag inkomen, maar lijkt momenteel alleen maar af te nemen. Antwoord college: Als gevolg van de invoering van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting zijn in het sociale- en middensegment voldoende betaalbare woningen realiseerbaar. •
Gezien de lange termijn en daarmee toenemende onzekerheid is het exact bepalen van benodigde aantallen per categorie van minder belang dan het invulling geven aan flexibiliteit in woonaanbod. Antwoord college: Wij delen uw mening hierin. •
(p. 14) Wanneer ouderen doorstromen uit hun huidige woning, betekent dat nog niet meteen dat hiermee woningen vrij komen voor starters of mensen met een laag inkomen. M.n. in Nuenen zijn woningen behoorlijk aan de prijs en is het de vraag in hoeverre de vrijgekomen woningen betaalbaar zijn voor starters of mensen met een laag inkomen. Daarbij, veel mensen die hun huis hypotheekvrij hebben, zullen niet verhuizen als ze dan een woning moeten betrekken die tot hogere woonlasten leidt (’mensen gooien geen geld weg’).
Antwoord college: We zijn het er mee eens dat doorstroming vaak niet leidt tot het vrijkomen van goedkopere woningen. Daarom is het woonbeleid van de gemeente er ook op gericht voldoende sociale woningen nieuw te realiseren. Overigens blijkt naar de ervaring van deskundigen dat ouderen wel degelijk bereid zijn naar een meer geschikte woning te verhuizen en daarvoor te betalen. •
Naast het bevorderen van de doorstroom van ouderen is een andere optie om de doorstroom te bevorderen van mensen die met een te hoog inkomen een sociale huurwoning bezet houden. Antwoord college: Deze zogenoemde “dure scheefwoners” zijn beperkt in getal. Bovendien zorgen zij voor de gewenste menging van buurten met sociale huurwoningen en zijn er weinig betaalbare alternatieven op de woningmarkt. Overigens zijn er geen wettelijke middelen om deze huurders tot verhuizen te verplichten. •
Er wordt veel nadruk gelegd op het inwoners bewust maken van het tijdig nadenken over de toekomstige woonsituatie Hoewel dit een goed streven is, betwijfelen we ons of inwoners hiervoor open staan. Men is autonoom hierin en de ervaring leert dat mensen zich door het ouder worden toch nog veelal laten verrassen. Het is ieders goed recht om dit op eigen tempo te doen. Inwoners van te voren laten nadenken over hun toekomst kun je stimuleren door bijvoorbeeld informatie te geven, maar niet verplichten. Antwoord college: We zijn het er volledig mee eens dat van verplichten geen sprake kan zijn. Zoals onder andere blijkt uit het ouderenpanel dat Companen in Nuenen heeft uitgevoerd, zijn veel ouderen wel degelijk bezig met nadenken over hun gewenste toekomstige woonsituatie. Ook in de netwerken van ouderen wordt hier veel over gesproken. Er moet echter wel geschikt aanbod zijn. Dat stimuleert nog het meest. Daarom is dit één van de kernpunten in onze visie. •
(P. 17) Het uitgaan van positieve gezondheid en ‘wat kan wel’ is een goed streven. Echter, het proces van ouder worden is veelal een proces van afgeven en leren accepteren en omgaan met het feit dat je bepaalde zaken niet meer kunt. Medisch gezien zijn we in staat om de gemiddelde leeftijd van mensen te verbeteren, maar de kwaliteit van leven loopt daar veelal niet parallel aan mee. Ouder worden komt nou eenmaal met gebreken. Het is dan moeilijk om alleen te denken in termen van positieve gezondheid. Mogelijk dat de gemeente een rol kan spelen bij het mensen tijdig laten nadenken over het hoe en het tot welke grens inzetten van benodigde medische ingrepen. Antwoord college: De gemeente erkent dat nadenken over de kwaliteit van leven en de grenzen aan positieve gezondheid uitermate belangrijke onderwerpen zijn. Wij zijn echter van mening dat de overheid terughoudend moet zijn bij levens- en zingevingsvragen en zich daar in beginsel niet in moet mengen. •
Er wordt gesteld (p. 19) dat de inzet op preventie/vroegsignalering met prioriteit moet worden opgepakt. In het IZA staat dat zorgverzekeraars en gemeenten sámen verantwoordelijkheid zijn voor het inkopen van 5 ketenaanpakken. De voorbereidingen voor
de implementatie van deze ketenaanpakken, waaronder zorg voor volwassenen en kinderen met overgewicht, zijn nog in volle gang. De ASD adviseert de gemeente om zo snel mogelijk actief aan te sluiten bij deze regionale aanpakken. Daarnaast adviseert de ASD om vooral ook te kijken naar de positieve invloed die de leefomgeving kan hebben op gezondheidsbevordering en preventie. Antwoord college: Wij zijn actief en aangesloten bij de regionale overleggen over de vijf ketenaanpakken van IZA. Wij zijn het daarom hier van harte eens met u en richten ons op diverse aspecten tevens op hetgeen regionaal aangepakt moet worden. Er zal een groot beroep gedaan moeten worden op het sociaal netwerk en mantelzorgers. Dit wordt van steeds groter belang aangezien we verwachten dat we in de toekomst een minder groot beroep kunnen doen op professionele hulp en middelen. Om overbelasting van mantelzorgers te voorkomen, zijn er hoge verwachtingen van respijtzorg. Zonder geïntegreerd en flankerend beleid op diverse terreinen is dat niet realistisch. Daarnaast, mantelzorg aan ouderen zal in veel gevallen verleend worden door de eigen kinderen die veelal in een leeftijdscategorie vallen waarin ze volop aan het werk zijn in combinatie met een eigen gezin.
Ook hebben we te maken met een verdunning van het familiaire systeem: mensen krijgen steeds minder kinderen en mensen wonen steeds vaker op grotere afstand van hun familie. De belasting die het mantelzorgen bij deze mensen met zich meebrengt is dermate hoog dat het de vraag is of een enkele keer respijtzorg voor voldoende ontlasting kan zorgen. Hoewel een goede informatievoorziening over de mogelijkheden van respijtzorg van belang is, zijn we er daarmee nog niet. De ASD adviseert om ook te onderzoeken of de mogelijkheden van het verlenen van mantelzorg dan wel de mogelijkheden van respijtzorg (bij voorkeur door vaste gezichten) kunnen worden vergroot. Antwoord college: De inzet van mantelzorg achten wij essentieel, omdat de overheid en zorgpartijen door de groeiende vergrijzing en personeelsproblemen in de toekomst minder oppakken. Wij erkennen tevens dat mantelzorg vaak zwaar is en/of praktische moeilijk te realiseren. In ons uitvoeringsprogramma gaan we in op de mogelijkheden die wij zien om de mantelzorg te stimuleren en te ondersteunen. Ook wij realiseren dat hiermee niet de totale problematiek kan worden afgedekt. Ook adviseert zij om als gemeente meer aandacht te hebben voor (het mobiliseren van) de kracht van de burgers/inwoners. Initiatieven van burgers zijn onmisbaar om de doelen van de visie WZW te realiseren. De gemeente zal daarbij flexibel moeten zijn t.a.v.
mensen die er zelf voor kiezen om op hun eigen manier hun naasten te willen verzorgen. Regelgeving moet erop gericht zijn om mensen te faciliteren (en stimuleren) om voor elkaar te zorgen. De gemeente zou eigen initiatieven van inwoners, waaronder woonzorgcollectieven en mantelzorgwoningen, moeten faciliteren en ondersteunen. Antwoord college: Eens. In het uitvoeringprogramma komt de positie van de gemeente t.a.v. burgerinitiatieven aan de orde. De ASD beaamt dat het meer en meer omzien naar elkaar, een sterke sociale basis, van steeds groter belang wordt. Het is de vraag hoe die sociale basis bevorderd kan worden in een zo sterk
geïndividualiseerde maatschappij. Dit vraagt om een drastische cultuurverandering die niet op korte termijn gerealiseerd zal worden. De gemeente zal de omgeving zo (laten) inrichten dat mensen ertoe worden uitgenodigd om meer naar elkaar om te zien. Er zijn voorbeelden genoeg van sociale systemen waarin dit kan werken. De ASD adviseert om als gemeente in deze ook niet het wiel opnieuw uit te gaan vinden, maar gebruik te maken van goede voorbeelden van community building die reeds elders in het land van bewezen waarde zijn gebleken. De toevoeging van geclusterd aanbod kan mede deze sociale basis vergroten. Een gebrek wordt ervaren aan woonvormen die een meer geleidelijke overgang bieden van zelfstandig wonen naar het verpleegtehuis. Geclusterde woonvormen kunnen er niet alleen voor zorgen dat met name ouderen kunnen doorstromen en daarmee bestaande woningen voor gezinnen beschikbaar komen. Ze kunnen ook het omzien naar elkaar bevorderen, eenzaamheid voorkomen en zorg kan hier efficiënter worden ingezet. Antwoord college: De gemeente neemt de differentiatie van woonvormen voor ouderen (inclusief overgangsvormen tussen volledig zelfstandig en intramuraal) in het uitvoeringsprogramma nader uitgewerkt op. Uiteraard kijken wij naar vormen van “omzien naar elkaar” elders, die ons kunnen inspireren. De gemeente Nuenen beschikt alleen over beperkte bouwgrond.
Dat betekent een flinke opgave voor het kunnen sturen van de bouwopgave voor het geclusterd wonen. De ASD moedigt het onderzoeken van de mogelijkheden om deze sturing te vergroten dan ook aan, alsook het samenwerken in deze met ontwikkelaars en zorginstellingen, mede om te voorkomen dat bouwgrond in handen van vastgoedbedrijven overmatig bebouwd wordt met woningen die voor de gemiddelde mens onbetaalbaar blijken. Antwoord college: We zijn het hier volledig mee eens. De uitvoering van de WZW visie vraagt een sterke regisseursrol van de gemeente, wat is nodig om deze rol te kunnen invullen. Ons inziens is het in ieder geval van belang dat aan inwoners de urgentie wordt duidelijk gemaakt dat er flinke financiële en personele tekorten dreigen, dat de mogelijkheden van de gemeente om deze op te lossen beperkt zijn en dat inwoners meer gezamenlijk zullen moeten oppakken en oplossen. Antwoord college: Ook dit onderschrijven wij van harte. In het uitvoeringsprogramma zal blijken dat wij als gemeente keuzen moeten maken en prioriteiten moeten stellen. Ook wij moeten roeien met beperkte mensen en middelen. Tot slot In de concept visie is het resultaat van de woonzorganalyse beperkt meegenomen. De ASD geeft als suggestie om de volledige resultaten van de woonzorganalyse aan de visie WZW als bijlage toe te voegen.
Antwoord college: De analyse is ruim verspreid en op de website van de gemeente te vinden. Ons inziens is het niet effectief om omvangrijke papieren documenten te verspreiden.
Graag ontvangen wij een reactie op dit advies met daarbij informatie over het door u genomen besluit. Antwoord college: Wij zeggen u hartelijk dank voor uw reactie. Het blijkt dat we als gemeente in heel veel gevallen op één lijn zitten met de ASD en willen u verder intensief betrekken bij de uitwerking en de ontwikkeling van het beleid inzake wonen, welzijn en zorg. Namens de Adviesraad Sociaal Domein Nuenen, Datum, 5 juli 2024 Carola Mes en Marian Gersen Adviesraad Sociaal Domein