Wijzigingstabel - herijking GR DDV
Tekst van het document
Info Aanhef
Artikel
lid
sub
Hoofdstuk 1: Algemene Bepalingen Begripsbepalingen
1. a.
b.
c.
d.
e.
f.
g.
h.
i. j.
k.
l.
m.
n.
Openbaar lichaam en bestuurssamenstelling
2.
1.
2.
3.
4.
Hoofdstuk 2: Belang, taken en bevoegdheden Belang
3.
1.
2.
Taken Dienst Dommelvallei 4.
1.
2.
3.
4.
Algemene bevoegdheidstoedeling
5.
1.
Het contract: procedure en 6. kaderstelling
1.
2.
3.
4.
5.
Kwaliteitsborging
7.
1.
2. 3.
Hoofdstuk 3: Het algemeen bestuur Samenstelling, voorzitter en 8. secretaris
1.
2.
3. a.
b.
c. d.
4.
5.
6.
Werkwijze Algemeen Bestuur
9.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Bevoegdheden Algemeen Bestuur
10.
1. a. b. c.
d.
e.
2.
Informatie- en verantwoordingsplicht
11.
1.
2.
Hoofdstuk 4: Het dagelijks bestuur
Samenstelling
12.
1.
2.
3. 4. 5. 6.
Werkwijze Dagelijks Bestuur 13.
1.
2. 3. 4. 5. 6.
Bevoegdheden Dagelijks Bestuur
14.
1.
a.
b.
c. d. e.
f.
2. a. b. c.
d. e. f.
Informatie en verantwoordingsplicht
15.
1.
2.
3.
4.
Hoofdstuk 5: Organisatie, directie en personeel Organisatieplan
16.
1.
2.
Organisatiestructuur
17.
1.
2.
Directie
18.
1. 2. 3. 4.
5.
Personeel
19.
1.
2.
Hoofdstuk 6: Financiële bepalingen Financiële administratie en 20. controle
1.
2.
3.
Dienstjaar
21.
1.
Begroting
22.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
Jaarrekening
23.
1.
2.
3.
Hoofdstuk 7: Archief
Archiefbeheer
24.
1.
2.
3.
Hoofdstuk 8: Geschillen
25.
1.
2.
Hoofdstuk 9: Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing Toetreding
26.
1.
2. 3.
4.
5.
Uittreding
27.
1.
2.
3.
4.
5.
6. 7.
Wijziging
28.
1.
2.
Opheffing
29.
1.
2.
3.
4.
5.
Hoofdstuk 10: Overgangsen slotbepalingen Bestaande samenwerkingsverbanden en deelnemingen
30.
1.
2.
Inwerkintreding en overige bepalingen
31.
1.
2. 3. 4. 5.
Huidige regeling De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a. en Son en Breugel, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, gelet op de toestemmingsbesluiten van de gemeenteraden van Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a. en Son en Breugel van resp. 5 november, 8 november en 8 november 2012, de toepasselijke bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Archiefwet
In deze regeling wordt verstaan onder: de regeling: de gemeenschappelijke regeling Dienst Dommelvallei.
het samenwerkingsgebied: het gezamenlijke grondgebied van de aan deze regeling deelnemende gemeenten.
het openbaar lichaam Dienst Dommelvallei: het rechtspersoonlijkheid bezittende openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling. het statuut: het document waarin het AB de missie en visie van de Dienst Dommelvallei hebben vastgelegd.
deelnemer: de aan deze regeling deelnemende gemeenten, bij de instelling zijn dat Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a. en Son en Breugel. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant.
de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.
opdrachtgever: een deelnemende gemeente, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en wethouders. opdrachtnemer: het openbaar lichaam, vertegenwoordigd door de voorzitter contract: de dienstverleningsovereenkomst die opdrachtgevers en opdrachtnemer jaarlijks sluiten over de door opdrachtnemer voor een opdrachtgever uit te voeren taken en de voorwaarden waaronder dat zal gebeuren.
financieel statuut: regeling, waarin opgenomen de kostenverdeling tussen de gemeenten en de financiële relatie tussen de gemeenten en de dienst Dommelvallei, inclusief de uitwerking van de liquidatieregeling. taakvelden: het geheel van samenhangende producten en diensten (productcategorieën) op een beleidsterrein als benoemd in de programmabegroting van de deelnemende gemeenten.
programmabegroting: De begroting zoals de gemeenten die opstellen op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en de artikel 212 Gemeentewet-verordeningen van die gemeenten. productcategorie: Geheel van samenhangende producten en diensten op een bepaald taakveld.
Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, genaamd Dienst Dommelvallei.
Het openbaar lichaam is gevestigd te Mierlo.
Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit: het algemeen bestuur (verder AB), het dagelijks bestuur (verder DB) en de voorzitter. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter in de plaats van respectievelijk de gemeente, de raad, het college en de burgemeester in die artikelen.
Belang van de regeling is het bewerkstelligen van een kwalitatief hoogwaardige en een doelmatige uitvoering door de Dienst Dommelvallei van de door de deelnemers opgedragen taakvelden bedoeld in artikel 4 en zoals overeengekomen in het contract.
De Dienst Dommelvallei heeft een missie en visie. Deze worden vastgelegd in een statuut, dat door het AB wordt vastgesteld.
De deelnemers laten overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van deze regeling door de Dienst Dommelvallei per 1 januari 2014 een takenpakket uitvoeren op de taakvelden financiën, interne control, personeel en organisatie, informatisering & automatisering, dienstverlening en sociale zaken.
De wijze van uitvoering en de daaraan verbonden kosten per deelnemer worden in jaarlijkse contracten tussen ieder van de deelnemers en de Dienst Dommelvallei vastgelegd, overeenkomstig de uitgangspunten zoals opgenomen in de artikelen 6 en 7 van deze regeling. De deelnemers zijn gehouden in alle gevallen de diensten en producten (productcategorieën), die behoren bij de overeengekomen taakvelden/contracten, af te nemen. Een deelnemer mag bepaalde taken of aspecten daarvan pas zelf uitvoeren dan wel aan een andere uitvoerder uitbesteden na een besluit van het AB.
De Dienst Dommelvallei voert taken uit voor de deelnemers. Uitvoering voor derden is slechts toegestaan na een besluit van het AB.
De daartoe bevoegde bestuursorganen van de deelnemers zullen in afzonderlijke mandaatbesluiten bepalen welke bevoegdheden die samenhangen met de taakvelden zoals vermeld in artikel 4 van de regeling en de daarbij behorende bijlage, opgedragen worden aan de overeenkomstige bestuursorganen dan wel aan de directeur van de Dienst Dommelvallei.
Voor de uitvoering van het takenpakket sluit de Dienst Dommelvallei als opdrachtnemer jaarlijks contracten met ieder van de opdrachtgevers.
De kaders binnen welke de contracten voorbereid, opgesteld, gesloten, uitgevoerd en geëvalueerd dienen te worden, worden vastgelegd in een jaarlijks te actualiseren Nota contractvorming.
De Nota contractvorming wordt voorbereid door een werkgroep, bestaande uit de gemeentesecretarissen van de deelnemers en de directeur van de Dienst Dommelvallei.
De Nota contractvorming wordt vastgesteld door het AB na instemming van de colleges en de burgemeesters van de deelnemers. Deze nota wordt door het AB ter kennis gebracht van de gemeenteraden.
De toerekening van de kosten aan de deelnemers is geregeld in het Financieel statuut en wordt opgenomen in de begroting van de Dienst Dommelvallei.
De Dienst Dommelvallei draagt zorg voor een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering van de taken zoals vermeld in artikel 4 van deze regeling en zoals overeengekomen in de contracten. De Dienst Dommelvallei zal hiertoe een kwaliteitssysteem hanteren. Indien desondanks sprake is van onvoldoende kwalitatief of onzorgvuldig handelen van de Dienst Dommelvallei ten aanzien van een of meer deelnemers als gevolg waarvan schade is ontstaan of dreigt te ontstaan, meldt het betreffende college resp. melden de betreffende colleges dit zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen drie maanden na het constateren van de geleden of dreigende schade bij het DB. Het DB draagt zorg voor beperking en zo nodig tot herstel van geleden schade.
Het AB bestaat uit drie leden per college van de deelnemers. De colleges van de deelnemers benoemen elk uit hun midden – waaronder begrepen de voorzitter van het college – drie leden in het AB. De leden worden benoemd voor een periode van 4 jaar en treden af op de dag waarop in het kader van een nieuwe zittingsperiode van de gemeenteraad een nieuw geïnstalleerd college een besluit neemt tot aanwijzing van leden van het AB. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. In tussentijdse vacatures wordt voorzien door het college van de betreffende deelnemer.
Het AB wijst uit zijn midden een voorzitter aan en een plaatsvervangend voorzitter, die tevens (plv.) voorzitter zijn van het DB.
De voorzitter: vertegenwoordigt de Dienst Dommelvallei in en buiten rechte;
is belast met de leiding van de vergaderingen;
ondertekent alle van het AB en DB uitgaande stukken; draagt zorg voor de uitvoering van de besluiten van het DB; Hij kan deze bevoegdheden aan een ander opdragen. Het openbaar lichaam heeft een secretaris. De secretaris is tevens algemeen directeur van de Dienst Dommelvallei. Het AB benoemt, schorst en ontslaat de secretaris. De secretaris heeft tot taak het AB, het DB, de voorzitter en eventuele commissies in hun opgedragen taken terzijde te staan. Hij woont in die hoedanigheid de vergaderingen van het AB en DB bij. Hij heeft daarin een adviserende stem. Alle stukken die van het AB of DB uitgaan worden door de secretaris mede ondertekend. De secretaris is verantwoordelijk voor het opmaken van de notulen van de vergaderingen van AB en DB. Het AB of DB kan bepalen dat de secretaris bij bepaalde (onderdelen van) vergaderingen niet aanwezig is.
Het AB vergadert tenminste tweemaal per jaar en verder als de voorzitter of tenminste vier leden onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen dit verzoeken.
Voor de oproeping van de vergaderingen is artikel 19 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Het AB stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.
Ten aanzien van de openbaarheid van de vergaderingen van het AB en het opleggen van een geheimhoudingsplicht zijn de artikelen 22 en 23 van de wet van overeenkomstige toepassing.
Ieder lid van het AB heeft 1 stem. Het AB neemt in zijn vergaderingen de besluiten met een gewone meerderheid van stemmen met uitzondering van de besluiten tot vaststelling van de begroting en de rekening, zoals bedoeld in de artikelen 22, lid 5 en 23, lid 2 van deze regeling, en de besluiten tot benoeming en ontslag van de directeur, zoals bedoeld in artikel 18, lid 2. De laatst genoemde besluiten dienen unaniem genomen te worden. De leden van het AB ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding in welke vorm dan ook.
Tot de taken van het AB behoort in ieder geval, vaststelling van: het meerjarig organisatieplan de begroting dan wel wijzigingen daarvan de uitgangspunten voor de contracten (Nota contractvorming)
de rekening
besluiten omtrent conflicten tussen DB en secretaris.
Over deze zaken moet, behoudens wat betreft e, in een openbare vergadering worden beraadslaagd en besloten. Aan het AB komen verder alle bevoegdheden toe die in deze regeling niet zijn opgedragen aan het DB dan wel de voorzitter.
Een lid van het AB geeft zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen vier weken aan de raden en de colleges of burgemeesters van de deelnemende gemeenten de door een of meer leden van die raden, colleges of de burgemeesters gevraagde inlichtingen, met inachtname van het bepaalde in de Wet Openbaarheid van Bestuur. Het AB geeft aan de raden en de colleges van de deelnemende gemeenten per half jaar ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het AB gevoerde en te voeren beleid nodig zijn.
Het AB benoemt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode een DB, dat bestaat uit de voorzitter; een collegelid uit het AB per deelnemer en de gemeentesecretarissen van de deelnemers.
De leden van het DB treden af als lid van dat bestuur met ingang van de dag waarop de zittingsperiode van het AB afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop het AB een nieuw DB heeft aangewezen. Een lid van het DB kan te allen tijde ontslag nemen. Degene die tussentijds ophoudt lid van het AB te zijn, houdt tevens op lid van het DB te zijn. Indien tussentijds een vacature ontstaat in het DB, wijst het AB zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. Een lid van het DB kan door het AB worden ontslagen, indien dit lid niet langer het vertrouwen van het AB geniet. De artikelen 49 en 50 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit is artikel 7:1 Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Voor zover deze regeling niet anders bepaalt kan het DB zijn werkzaamheden verdelen over de leden. Deze verdeling wordt aan het AB mede gedeeld.
Het DB vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee leden dit nodig achten. In de vergadering van het DB heeft ieder lid een stem. Op de vergaderingen van het DB zijn de artikelen 54 tot en met 59 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Het DB stelt voor zijn vergaderingen en overige werkzaamheden een reglement van orde vast. Dit wordt aan het AB ter kennisneming gezonden. De leden van het DB ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding in welke vorm dan ook.
Het DB is belast met de sturing van de Dienst Dommelvallei. Hiertoe behoort in ieder geval:
Het voorbereiden van al hetgeen aan het AB ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd. Het uitvoeren van de besluiten van het AB.
Het toezicht op het beheer van de financiën van de Dienst Dommelvallei. De zorg voor de controle op het financieel beheer en de boekhouding, voor zover dat niet aan anderen toekomt. Het zo nodig nemen van conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en nemen van maatregelen ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit. Het binnen het kader van de door het AB vastgestelde formatie benoemen, schorsen en ontslaan dan wel het aangaan van arbeidsovereenkomsten en het ontslaan van medewerkers van de Dienst Dommelvallei met uitzondering van de (conform bepaalde in tweede lid sub f van dit artikel) secretaris. Het AB kan aan het DB bevoegdheden overdragen met uitzondering van: Het vaststellen dan wel wijzigen van de begroting. Het vaststellen van de jaarrekening. Het vaststellen van de financiële beheers- en de controleverordening zoals omschreven in de van overeenkomstige toepassing zijnde) artikelen 212 en 213 Gemeentewet. Het vaststellen van rechtspositionele regelingen. Het vaststellen van een meerjarig organisatieplan en de daarop betrekking hebbende regels. De benoeming en ontslag van de secretaris.
De leden van het DB zijn, tezamen en afzonderlijk, aan het AB verantwoording verschuldigd voor het door het DB gevoerde bestuur. De leden van het DB geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het AB per half jaar ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het gevoerde en te voeren beleid noodzakelijk is. De leden van het DB geven tezamen dan wel afzonderlijk aan het AB, indien dit bestuur dan wel een of meer leden daarvan daarom verzoeken, binnen vier weken alle gevraagde inlichtingen, een en ander voor zover dit niet in strijd is met het algemeen belang.
De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorzitter.
Binnen de uitgangspunten van deze regeling zal het AB een meerjarig organisatieplan voor de Dienst Dommelvallei vaststellen. Dit plan zal een looptijd van maximaal vier jaar hebben. In het meerjarig organisatieplan zullen de taakvelden en taakaspecten, zoals omschreven in artikel 4 van deze regeling, meegenomen worden.
Op basis van het door het AB vastgestelde meerjarig organisatieplan stelt het DB de organisatiestructuur vast.
Elk 3e jaar evalueert het DB de doeltreffendheid en doelmatigheid van de organisatiestructuur.
De dagelijkse leiding van de Dienst Dommelvallei berust bij de directeur. De directeur wordt benoemd en ontslagen door het AB. Het AB regelt op voorstel van het DB de bezoldiging en de overige rechtspositie van de directeur. De taken en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegd in een door het DB vast te stellen directiestatuut. Het DB brengt dit directiestatuut ter kennis van het AB. Het DB regelt tevens de vervanging van de directeur. De directeur verschaft minstens 1 keer per 4 maanden de informatie aan het DB om het functioneren en de bedrijfsvoering van de Dienst Dommelvallei te kunnen beoordelen.
Het DB beslist met inachtneming van het bepaalde in artikel 16, lid 2 van deze regeling en binnen de kaders van het door het AB vastgestelde organisatieplan over de benoeming en het ontslag van het personeel, behoudens de directeur, van de Dienst Dommelvallei. Het AB regelt de bezoldiging en de overige rechtspositie van het personeel van de Dienst Dommelvallei conform de CARUWO.
Op het financieel beleid, het financieel beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle daarop zijn de artikelen 212 en 213 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Het AB stelt hiertoe de in dat kader vereiste verordeningen vast, waarbij rekening gehouden wordt met de taakstelling en taakvelden en de wijze van uitvoering daarvan zoals bepaald in de artikelen 4 tot en met 6 van deze regeling. Het AB stelt, na overleg met de colleges van de deelnemers, een financieel statuut vast.
Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
Het DB zendt elk jaar vóór 1 april een ontwerpbegroting van inkomsten en uitgaven voor het komend dienstjaar aan de raden van de deelnemers, voorzien van de nodige toelichting en specificaties. De ontwerpbegroting is gebaseerd op de uitkomsten van de contracten die de deelnemers met de Dienst Dommelvallei afsluiten. In de begroting wordt onder andere aangegeven welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken door de Dienst Dommelvallei.
De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling van de ontwerpbegroting wordt openbaar kennis gegeven. De raden van de deelnemers kunnen binnen zes weken na toezending van de ontwerpbegroting het DB hun zienswijze schriftelijk doen blijken.
Het AB stelt de begroting op voorstel van het DB vast vóór 1 juli en zendt deze voor 15 juli naar de deelnemers en gedeputeerde staten. Op de wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen van dit artikel met uitzondering van de genoemde data -van overeenkomstige toepassing.
Het AB kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de door de deelnemers te betalen voorschotnota’s en financiële bijdragen.
De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Indien aan het AB van het openbaar lichaam blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het AB onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de art. 194 en 195 Gemeentewet.
Het DB maakt elk jaar de rekening van baten en lasten (inclusief de balans) van het voorgaande jaar op. Het DB zendt uiterlijk 1 april de rekening met de daarbij behorende bescheiden aan het AB. Het AB zendt de rekening ter controle naar de door het AB aangewezen accountant, met het verzoek zo spoedig mogelijk het controlerapport uit te brengen.
Het besluit van het AB, houdende vaststelling van de rekening dient voor 1 juli te worden genomen en strekt, voor zover het daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft, het DB tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden. Het AB zendt de rekening en het verslag van bevindingen van de accountant aan de deelnemers ter kennisneming.
Het DB is belast met de zorg op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de Dienst Dommelvallei en zijn bestuursorganen overeenkomstig een door het AB met inachtneming van artikel 41, lid 2 Archiefwet vast te stellen regeling. De secretaris is belast met de bewaring van de archiefbescheiden als bedoeld in het vorige lid overeenkomstig de door het DB vast te stellen nadere regels.
Bij opheffing van de regeling worden de archiefbescheiden geplaatst in een door het DB aan te wijzen archiefbewaarplaats.
Indien er tussen de Dienst Dommelvallei en een der deelnemers een geschil ontstaat over de uitvoering van de taken zoals opgenomen in de artikelen 4 tot en met 6 van deze regeling, treden het DB en het betreffende college terstond in overleg met elkaar teneinde het geschil verder te verkennen en zo mogelijk op te lossen. Indien dit overleg niet binnen twee maanden na de begindatum ervan tot een oplossing heeft geleid wordt door het DB een beslissing aan het AB voorgesteld.
Het college en de burgemeester van een gemeente die wensen toe te treden, richten het verzoek ter zake aan het AB van het openbaar lichaam. Toetreding vindt plaats bij besluit van het AB na verkregen instemming van de raden van de deelnemers. Aan de toetreding kan het AB voorwaarden verbinden.
Het besluit als bedoeld in het 2e lid geeft de datum van toetreding aan.
Van elk bericht van toetreding van een gemeente wordt kennis gegeven aan gedeputeerde staten.
Het college van elke deelnemer kan, na vooraf verkregen instemming van de raad van die gemeente, besluiten dat de deelneming aan deze regeling wordt opgezegd. De raden van de overige gemeenten worden over dit besluit geïnformeerd. Een dergelijk besluit kan voor de eerste keer worden genomen zes jaar na de inwerkingtreding van of de toetreding tot deze regeling. Een uittredingsbesluit gaat twee kalenderjaren na het verstrijken van het jaar, waarin het besluit tot opzegging is genomen, in.
Alvorens de deelnemende gemeente tot besluitvorming komt, als bedoeld in het 1e lid, wordt eerst over het voornemen overleg met de andere deelnemers gevoerd.
In het besluit als bedoeld in het 1e en het voornemen als bedoeld in het 3e lid worden de motieven gegeven op grond waarvan de deelnemende gemeente wenst uit te treden. Het besluit als bedoeld in 1e lid wordt terstond ter kennis gebracht van het AB.
Het AB regelt de financiële verplichtingen op basis van het financieel statuut, alsmede de overige gevolgen van de uittreding. Van elk besluit tot uittreding van een gemeente wordt terstond kennis gegeven aan de overige deelnemers en gedeputeerde staten.
Indien het AB wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het DB het daartoe strekkend voorstel aan de betrokken bestuursorganen van de deelnemers. Wijziging van de regeling vindt plaats indien de colleges en de burgemeesters van tenminste tweederde van de deelnemers daartoe besluiten. Van elk besluit tot wijziging van deze regeling wordt terstond bericht gezonden aan de deelnemers en gedeputeerde staten.
De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Opheffing van de regeling vindt plaats indien de colleges en de burgemeesters van tenminste tweederde van de deelnemers daartoe besluiten
In geval van opheffing van de regeling stelt het AB een regeling op met betrekking tot de gevolgen van de opheffing. De regeling wordt vastgesteld door het AB, na verkregen goedkeuring van de betreffende bestuursorganen van de deelnemende gemeenten. Het financieel statuut is hiervoor het vastgesteld kader.
Het DB is belast met de uitvoering van de liquidatie. Het openbaar lichaam blijft bestaan tot na de vereffening.
Van het besluit tot opheffing van deze regeling wordt terstond bericht gezonden aan de betrokken gemeenten en gedeputeerde staten.
De op het moment van inwerkingtreding van deze regeling bestaande privaatrechtelijke dan wel publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van de deelnemers afzonderlijk of gezamenlijk met derden blijven bestaan tot het moment, waarop ieder van de colleges van de deelnemers, na een gezamenlijke inventarisatie daarvan met het DB, besloten heeft welke van de per gemeente geïnventariseerde samenwerkingsverbanden door de betreffende gemeente gehandhaafd dan wel opgezegd dienen te worden. De in het vorige lid vermelde inventarisatie zal uiterlijk binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze regeling voltooid te zijn.
De regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2013 en kan worden aangehaald onder de titel 'Gemeenschappelijke regeling Dienst Dommelvallei’.
De deelnemers dragen zorg voor de bekendmaking van deze regeling op een in de desbetreffende gemeente gebruikelijke wijze. Deze regeling kent een toelichting. Het gemeentebestuur van de gemeente Geldrop-Mierlo is aangewezen als het gemeentebestuur bedoeld in artikel 26 van de wet. In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het AB gehoord de colleges en de burgemeesters van de deelnemers.
Inwerkingtreding en citeert
Info Aanhef
Artikel
lid
sub
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Begripsbepalingen
1 a.
b.
c.
d.
e.
f.
g.
h.
Bedrijfsvoeringsorganisatie en bestuurssamenstelling
2.
1.
2.
3.
4.
Hoofdstuk 2: Belang, Taken en Bevoegdheden Belang
3.
1
2
Taken Dienst Dommelvallei
4.
1.
a
b
c. d. e. f. 2. 3.
4.
a. b. c.
d.
5.
Algemene bevoegdheidstoedeling 5.
1.
2.
De dienstverleningsovereenkomst: procedure en kaderstelling
6.
1.
2.
3.
4.
5.
Kwaliteitsborging
7.
1.
2. 3.
Hoofdstuk 3: Het bestuur DD
Samenstelling
8.
1.
2.
3. 4.
5.
6. 7. 8.
Werkwijze bestuur Dienst Dommelvallei
9.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
Bevoegdheden bestuur Dienst Dommelvallei
10
1. a. b. c.
d.
e.
2.
Informatie- en verantwoordingsplicht
11.
1.
2.
3.
4.
5.
Zienswijzen
12.
Particiaptie
13.
Hoofdstuk 4: Voorzitter en secretaris
Voorzitter
14.
1.
2.
3.
4.
Secretaris/directeur
15.
1.
2.
3.
4.
5. 6.
7.
Organisatiestructuur
16.
1.
2.
Personeel
17.
1.
2.
Hoofdstuk 6: Financiële bepalingen Financiële administratie en controle
18.
1.
2.
Boekjaar
19.
Financiële verantwoordelijkheid
20.
1.
2.
3.
Begroting
21.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
Jaarrekening
22.
1.
2.
3.
Hoofdstuk 7: Archief
Archiefbeheer
23.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
Hoofdstuk 8: Geschillen
Geschilregeling
24.
1.
2.
3.
4. 5.
Hoofdstuk 9: Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing
Toetreding
25.
1.
2. 3.
4.
5.
Uittreding
26.
1.
2.
3.
4.
5.
Procedure voor vaststelling uittredingsplan
27.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
Te vergoeden kosten
28.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
Verplichtingen uittreder
29.
1.
2.
Wijziging
30.
1.
2.
Opheffing
31.
1. 2.
3.
4.
Hoofdstuk 10: Overgangs- en slotbepalingen Evaluatie gemeenschappelijke regeling
32.
1.
2.
3.
4.
5.
Bestaande samenwerkingsverbanden en deelnemingen
33.
Inwerkingtreding en citeertiel
34.
1.
2.
3.
Nieuwe regeling De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a. en Son en Breugel, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, Gelet op: * de Wet gemeenschappelijke regelingen; * de Gemeentewet; * de Algemene wet bestuursrecht, en * de toestemmingsbesluiten van de gemeenteraden van Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a. en Son en Breugel d.d. [...] Besluiten: aan te gaan de navolgende gemeenschappelijke regeling Dienst Dommelvallei.
In deze regeling wordt verstaan onder: colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers als bedoeld in artikel 1, onder sub c, van deze regeling;
dienstverleningsovereenkomst: de overeenkomst die deelnemers en Dienst Dommelvallei met elkaar aangaan, inzake de uitvoering van taken en voorwaarden waaronder dit gebeurt.
deelnemers: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a. en Son en Breugel die deze regeling zijn aangegaan; financieel statuut: het statuut waarin de kostenverdeling tussen de deelnemers is opgenomen en de financiële relatie tussen de deelnemers en de dienst Dommelvallei, inclusief de uitwerking van de liquidatieregeling, beschreven staat;
Dienst Dommelvallei: de bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; regeling: de gemeenschappelijke regeling Dienst Dommelvallei;
taakvelden: de taakvelden als bedoeld in artikel 4 van deze regeling, en
wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen
Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, genaamd Dienst Dommelvallei.
De Dienst Dommelvallei is gevestigd te Mierlo.
De Dienst Dommelvallei wordt vertegenwoordigd door het bestuur Dienst Dommelvallei. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regelingen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen voor de gemeente, het college (van burgemeester en wethouders) en de burgemeester gelezen: de Dienst Dommelvallei, het bestuur Dienst Dommelvallei, en de directeur.
Belang van de regeling is het bewerkstelligen van een kwalitatief hoogwaardige en een doelmatige en doeltreffende uitvoering door Dienst Dommelvallei van de door de deelnemers opgedragen taakvelden, bedoeld in artikel 4 en zoals overeengekomen in de dienstverleningsovereenkomsten. De bedrijfsvoering en dienstverlening draagt bij aan de weerbaarheid en wendbaarheid en op onderdelen zelfs de toekomstbestendigheid van de deelnemers. Ook wordt er een optimale bijdrage geleverd aan de ontwikkeling en uitvoering van het (bedrijfsvoerings)beleid van de deelnemers. De Dienst Dommelvallei heeft een missie en visie, welke is vastgelegd in een statuut, dat door het bestuur Dienst Dommelvallei wordt vastgesteld.
Ter behartiging van het in artikel 3 genoemde belang draagt Dienst Dommelvallei namens de colleges zorg voor de adviserende, ondersteunende, voorbereidende en uitvoerende werkzaamheden op het gebied van de volgende (gemeentelijke) taakvelden:
financiën;
interne controle;
personeel en organisatie; informatisering & Automatisering; kcc/ burgerzaken; werk & inkomen. Het staat de deelnemers niet vrij om taakvelden aan te besteden aan derden, zonder toestemming van het bestuur DD. De taken en bevoegdheden ten aanzien van de taakvelden worden uitgevoerd met inachtneming van het door de deelnemers vastgestelde beleid.
De colleges mandateren aan het bestuur Dienst Dommelvallei de bevoegdheden voor uitvoering van de taakvelden. Hiertoe behoren in ieder geval de volgende werkzaamheden: het desgevraagd ondersteunen en adviseren van deelnemers omtrent het opstellen van beleid ten aanzien van de taakvelden, bedoeld in het eerste lid; het verzorgen van de communicatie ten aanzien van de taakvelden; het in ontvangst nemen, verwerken en behandelen van klachten ten aanzien van de taakvelden, en
het voor deelnemers onderhouden van een bedrijfsregistratiesysteem en het verzamelen en bewerken of verwerken van relevante (bedrijfsvoerings)gegevens ten aanzien van de taakvelden.
De Dienst Dommelvallei kan werkzaamheden uitvoeren voor een andere organisaties, indien het bestuur DD daartoe heeft besloten. De omvang van deze werkzaamheden voor derden mag niet meer zijn dan toelaatbaar is op basis van artikel 2.24b, eerste lid, aanhef en onder b, Aanbestedingswet 2012.
De colleges dragen geen bevoegdheden over aan het bestuur Dienst Dommelvallei van de Dienst Dommelvallei. Voor de uitvoering van de taken en werkzaamheden wordt bij separaat besluit door de deelnemers mandaat verleend aan het bestuur Dienst Dommelvallei. Onder mandateren wordt in dit artikel tevens verstaan het verlenen van volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen namens de deelnemers en het machtigen tot het verrichten van feitelijke handelingen namens de deelnemers.
Dienst Dommelvallei komt met elke deelnemer een dienstverleningsovereenkomst overeen, waarin wordt gespecificeerd welke taken, als bedoeld in artikel 4, lid 1 Dienst Dommelvallei voor de deelnemer uitvoert of doet uitvoeren en onder welke inhoudelijke en financiële voorwaarden dit plaatsvindt. Deze dienstverleningsovereenkomst wordt jaarlijks tussen deelnemer en Dienst Dommelvallei herbevestigd, dan wel herijkt. Voor wat betreft de basistaken uit artikel 4, lid 1 punt a. tot en met d. die alle deelnemers afnemen verwijst de dienstverleningsovereenkomst naar de begroting en het bedrijfsplan Dienst Dommelvallei.
De deelnemers kunnen aanvullende structurele ‘plustaken’ (zoals taken onder artikel 4, lid 1 punt e. en f.) of taken die samenhangen met de taakvelden als bedoeld in artikel 4, lid punt a. tot en met d., maar die niet rechtstreeks daaruit voortvloeien, structureel of incidenteel opdragen aan Dienst Dommelvallei. Nadere inhoudelijke en financiële afspraken hierover worden vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst tussen deelnemer en Dienst Dommelvallei. Deze afspraken worden jaarlijks tussen deelnemer en Dienst Dommelvallei herbevestigd, dan wel herijkt, in de dienstverleningsovereenkomst.
Het bestuur Dienst Dommelvallei stelt een format op voor de dienstverleningsovereenkomst. Het opstellen van een format voor de dienstverleningsovereenkomst geschiedt in co-creatie tussen ambtelijke vertegenwoordigers van Dienst Dommelvallei en de deelnemers. Het format voor de dienstverleningsovereenkomst wordt pas vastgesteld na instemming van de colleges. De financiële voorwaarden voor toerekening van de kosten aan de deelnemers is geregeld in het financieel statuut en wordt opgenomen in de begroting van Dienst Dommelvallei.
De Dienst Dommelvallei draagt zorg voor een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering van de taken zoals vermeld in artikel 4 van deze regeling en zoals overeengekomen in de contracten. De Dienst Dommelvallei zal hiertoe een kwaliteitssysteem hanteren. Indien desondanks sprake is van onvoldoende kwalitatief of onzorgvuldig handelen van de Dienst Dommelvallei ten aanzien van een of meer deelnemers als gevolg waarvan schade is ontstaan of dreigt te ontstaan, meldt het betreffende college resp. melden de betreffende colleges dit zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen drie maanden na het constateren van de geleden of dreigende schade bij het bestuur DD. Het bestuur DD draagt zorg voor beperking en zo nodig tot herstel van geleden schade.
De colleges wijzen elk uit hun midden de burgemeester en een wethouder als lid van het bestuur aan.
De colleges wijzen uit hun midden plaatsvervangers aan dat de door hen benoemde leden bij verhindering of ontstentenis vervangen.
Elk lid wordt benoemd voor een periode van vier jaren en het lidmaatschap eindigt op het tijdstip waarop de zittingsperiode van het college afloopt. Het lidmaatschap eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van het college waaruit het lid is aangewezen. De leden van het bestuur treden af op de dag waarop de nieuw aangewezen leden van het bestuur in functie treden. Het is mogelijk dat aftredende leden opnieuw als lid worden aangewezen. Het college kan zijn leden in het bestuur ontslaan bij gebrek aan vertrouwen. De leden van het bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. In geval van het bestaan van een of meer vacatures blijft het bestuur DD bevoegd besluiten te nemen.
Het bestuur Dienst Dommelvallei vergadert tenminste viermaal per jaar en verder als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste één lid van het bestuur Dienst Dommelvallei zulks onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen dit verzoekt. In het laatste geval vindt de vergadering plaats binnen twee weken nadat dit verzoek kenbaar is gemaakt. Voor zover daarvan in de regeling niet wordt afgeweken, is artikel 19, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing op het houden en de orde van de vergaderingen van het bestuur Dienst Dommelvallei. Het bestuur Dienst Dommelvallei stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.
De vergaderingen van het bestuur Dienst Dommelvallei worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het bestuur Dienst Dommelvallei niet anders bepaalt.
Ieder lid van het bestuur Dienst Dommelvallei heeft één stem. Het bestuur Dienst Dommelvallei neemt in zijn vergaderingen de besluiten op basis van twee-derde meerderheid, tenzij in de regeling anders is bepaald.
Besluiten zijn alleen geldig als ze zijn genomen in een vergadering waarbij ten minste één bestuurslid vanuit elke deelnemende gemeente aanwezig is, tenzij anders bepaald in de regeling. Indien bij het nemen van een besluit door geen van de leden van het bestuur Dienst Dommelvallei stemming wordt gevraagd, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Indien de stemmen ten aanzien van een specifiek onderwerp tijdens een vergadering staken, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Blijven de stemmen staken in een opnieuw belegde vergadering, dan is het voorstel niet aangenomen. De leden van het bestuur Dienst Dommelvallei ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding, in welke vorm dan ook.
Tot de taken en bevoegdheden van het bestuur Dienst Dommelvallei behoort in ieder geval: het vaststellen van het meerjarig organisatieplan; het vaststellen van de begroting dan wel wijzigingen daarvan; het vaststellen van de uitgangspunten voor de dienstverleningsovereenkomsten, als bedoeld in artikel 6 van de regeling; het vaststellen van de jaarrekening; en
het oprichten van en deelnemen in een (werkgevers)vereniging ter behartiging van één of meer belangen van de Dienst Dommelvallei, met inachtneming van artikel 31a van de wet.
In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het bestuur Dienst Dommelvallei, gehoord hebbende de colleges.
Het bestuur Dienst Dommelvallei versterkt zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen vier weken, aan de gemeenteraden en colleges van de deelnemers schriftelijk alle inlichtingen die door een of meer van hen worden gevraagd, met inachtname van het bepaalde in de Wet open overheid. Een lid van het bestuur Dienst Dommelvallei verschaft aan het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dit college of door één of meer leden daarvan worden verlangd, op de binnen die deelnemer gebruikelijke wijze.
Het bestuur Dienst Dommelvallei geeft aan de gemeenteraden van de deelnemers gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid. Een lid van het bestuur Dienst Dommelvallei is aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid. Het afleggen van verantwoording en het verstrekken van inlichtingen geschiedt met inachtneming van hetgeen hierover in de wet is bepaald.