CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Wettenseind ong - Bijlage Toelichting

Gemeenteraad 9 oktober 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen16.259 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• Bijgebouwen bij woonfuncties volgens het vigerende bestemmingsplan Buitengebied niet hoger mogen zijn dan 3 meter (goot) en 6 meter (nok). • De situering van de erfafscheiding en het bijgebouw zo gunstig mogelijk is voor het bedrijf aan Wettenseind 2a, om het bedrijf zoveel mogelijk geluidruime te laten behouden. Wegverkeerslawaai Door de Roever omgevingsadvies is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai opgesteld d.d. 15 juni 2023. Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 3. Navolgend zijn de resultaten van het onderzoek uiteengezet. Hogere waarden Hogere waardes zijn nodig voor het Wettenseind. De maximale berekende bedraagt 51 dB. Maatregelen worden niet doelmatig geacht, zie paragraaf 3.4 van het onderzoeksrapport. Het verlenen van hogere waarden wordt mogelijk geacht.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 31 van 57 23 juni 2025 vaststelling

Cumulatieve geluidbelasting De cumulatieve geluidbelasting van wegverkeer is berekend. In het parallel onderzoek industrielawaai (niet gezoneerd) is onderzoek gedaan naar de cumulatie van wegverkeerslawaai en industrielawaai. In dit rapport is de benodigde gevelwering bepaald en is het akoestisch woon- en verblijfsklimaat beoordeeld. Ten aanzien van het plan Er is geen belemmering ten aanzien van het plan op het aspect ‘geluid’.

4.3

Externe veiligheid

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geeft aan hoe met de risico’s van de stationaire inrichtingen moet worden omgegaan. De Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen beschrijft de aanpak van de ruimtelijke besluitvorming waarbij transportrisico’s aan de orde zijn. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft op 12 oktober 2012 de Structuurvisie Buisleidingen vastgesteld. Deze Structuurvisie geeft aan langs welke hoofdverbindingen in de toekomst nog nieuwe buisleidingen van nationaal belang voor gevaarlijke stoffen gelegd kunnen worden. Het Rijk wil langs deze verbindingen ruimte hiervoor vrijhouden (buisleidingen-stroken). Stationaire inrichtingen In artikel 2, lid 1 van het Bevi staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten, zoals woningen. Het aspect externe veiligheid is voor deze ontwikkeling beoordeeld aan de hand van de provinciale risicokaart. Risicokaart Het aspect externe veiligheid is voor deze ontwikkeling beoordeeld aan de hand van de provinciale risicokaart. Het plangebied is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid.

In navolgende figuur is een uitsnede van de risicokaart van de provincie Noord-Brabant weergegeven. De projectlocatie is hierbij met de blauwe pijl weergeven.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 32 van 57 23 juni 2025 vaststelling

Afbeelding: Uitsnede risicokaart Noord-Brabant Schuin tegenover het plangebied is de inrichting J. Vink gelegen waar een bovengrondse propaantank is gelegen. De veiligheidsafstand bedraagt 10 meter en reikt niet tot in het plangebied. Transport gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 zijn het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling basisnet in werking getreden. Eveneens is het Basisnet opgesteld, met routes die worden aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het beleid achter het landelijke Basisnet is dat een plafond vastgesteld wordt voor dit vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook worden randvoorwaarden aan de ruimtelijke ordening gesteld. Wegen Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. In de buurt van het plangebied liggen geen wegen die behoren tot het basisnet waar vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Er kan dichterbij langs het plangebied wel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvinden van de nietrouteplichtige stoffen, maar de frequentie daarvan is door het lokale karakter van het transport dermate laag dat daardoor geen risico’s ontstaan die ruimtelijk relevant zijn. Spoor In de nabijheid van het plangebied is geen spoortracé voor gevaarlijke stoffen. De groepsrisico (GR) vormt om deze reden geen belemmering.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 33 van 57 23 juni 2025 vaststelling

Water In de nabijheid van het plangebied is geen water gelegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Hoogspanningslijnen en ondergrondse (gas)leidingen Zonering rond het bovengrondse hoogspanningsnet in Nederland is vastgelegd in de Netkaart van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De Netkaart bevat o.a. gegevens over de netbeheerder en de breedte van de indicatieve zones.

Afbeelding: Uitsnede Netkaart Op basis van de informatie van, onder andere, de Netkaart blijkt dat ten oosten van het plangebied hoogspanningslijnen zijn gelegen. De rode lijn in de afbeelding is een hoogspanningslijn van 380 kV. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 200 meter tot de buitenzijde van deze hoogspanningslijn. Gelet op de grote afstand is er geen belemmering ten aanzien van de geplande ontwikkeling. Ten aanzien van het plan Het aspect ‘externe veiligheid’ vormt geen belemmeringen voor onderhavig plan.

4.4

Luchtkwaliteit

Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De belangrijkste is de Wet milieubeheer, titel 5.2: luchtkwaliteitseisen. Verontreiniging is afkomstig van verschillende bronnen zoals verkeer, industrie, landbouw en concentraties van verontreinigende stoffen. Fijn stof (PM10)

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 34 van 57 23 juni 2025 vaststelling

en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen in de luchtkwaliteitsregelgeving. Het nastreven van een ‘goede ruimtelijke ordening’ is een reden om de blootstelling aan deze stoffen zoveel mogelijk te beperken. Dit speelt onder andere bij het vaststellen van een bestemmingsplan. Daarom is tussen de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening een koppeling gelegd. Zo dienen ruimtelijke plannen te worden getoetst aan de in de Wet milieubeheer opgenomen richtwaarden en grenswaarden voor luchtvervuilende stoffen.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 35 van 57 23 juni 2025 vaststelling

Besluit niet in betekenende mate In het Besluit niet in betekenende mate en de Regeling niet in betekenende mate is vastgelegd dat wanneer de ontwikkeling niet meer dan 3% bijdraagt aan de grenswaarde, deze niet hoeft te worden getoetst aan de wettelijke grenswaarden. Dit houdt in dat meer dan 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2 wordt aangemerkt als zijnde in betekenende mate. In de regeling niet in betekenende mate is dit gelijkgesteld aan de bouw van 1500 woningen. De toevoeging van één vrijstaande woning heeft een dermate kleine verkeersaantrekkende werking dat er geen sprake is van verslechtering van de luchtkwaliteit. Goede ruimtelijke ordening Hoewel er geen verslechtering van de luchtkwaliteit is, dienen ruimtelijke plannen die procedures doorlopen conform de Wet ruimtelijke ordening te voldoen aan een ‘goede ruimtelijke ordening’. De formele definitie daarvan luidt: “het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigt dan het dienen van de belangen afzonderlijk”. Een goede luchtkwaliteit is een van die belangen, ofwel: de luchtkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie. In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) werken het Rijk, provincies en gemeenten samen om gezondheidsschade voor burgers als gevolg van luchtverontreiniging te verminderen.

Aan de hand van de monitoringstool van het NSL is bekeken hoe de situatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied is. Vervolgens zijn deze vergeleken met de in tabel 4.1 weergegeven grenswaarden, die bepaald zijn in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer.

Tabel 4.1: Tabel ‘Grenswaarden hoofdstuk 5, titel luchtkwaliteitseisen Wet milieubeheer

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 36 van 57 23 juni 2025 vaststelling

Afbeelding: NSL-monitor NO2-concentratie

Afbeelding: NSL-monitor PM10-concentratie In de afbeeldingen zijn de rekenpunten weergegeven door middel van blauwe bolletjes. De projectlocatie is globaal aangeduid met de blauwe pijl. Op het dichtstbijzijnde rekenpunt, aan de N270, wordt aan de grenswaarden voldaan. Omdat direct langs een dergelijke weg wordt voldaan aan de grenswaarden zal dit ook ter plaatse van het projectgebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg af ligt. Voor zowel fijnstof (PM10) als stikstof (NO2) blijft de jaargemiddelde concentratie onder de 35μg/m3. Ten aanzien van het plan Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt voor onderhavig plan geen belemmering.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 37 van 57 23 juni 2025 vaststelling

4.5 Bodem Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem en de gebruikers daarvan. Een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem beschikt is voor de geplande functie en of er sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Door M&A Bodem en Asbest B.V. is een verkennend bodemonderzoek verricht d.d. 20 september 2020. Het bodemonderzoek is als bijlage 4 bijgevoegd. Het bodemonderzoek is conform de NEN 5740, NEN 5725 en NEN 5707 uitgevoerd. Na uitvoering van het vooronderzoek kon de hypothese "onverdachte locatie" worden gesteld. Er is op de locatie weliswaar verontreiniging aangetroffen met zware metalen maar deze zijn te relateren aan de regionale problematiek omtrent de aanwezigheid daarvan in de bodem. De hergebruiksmogelijkheden voor de grond kunnen indicatief gezien als multifunctioneel worden beschouwd. Er kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen worden verwacht met betrekking tot de ruimtelijke procedure en de nieuwbouw van de woning uit oogpunt van de chemische bodemgesteldheid. Ook zullen er geen beperkingen gelden voor het gebruik van de percelen en perceelgedeelten. Ten aanzien van het plan Het aspect ‘bodem’ vormt voor onderhavig plan geen belemmering.

4.6

Water

Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De meerwaarde van de watertoets is dat zij zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder c, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap de Dommel Waterrelevant beleid en regelgeving Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen.

Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 38 van 57 23 juni 2025 vaststelling

De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water.

We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: • van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied.

• van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. • van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Keur Waterschap De Dommel 2015 In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 39 van 57 23 juni 2025 vaststelling

Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt.

Afbeelding: Uitsnede keurkaart waterschap de Dommel In de afbeelding is de projectlocatie met een blauwe pijl weergegeven. Daar is te zien dat deze is gelegen in een gebied dat is aangemerkt als ‘Attentiegebied’. De attentiegebieden vormen de buffer tussen de natte natuurparels en hun omgeving. Binnen deze zones dienen hydrologische verschillen tussen natte natuurparels en omgeving opgevangen te worden. De attentiegebieden zijn in eerste instantie gericht op bescherming van de hydrologisch toestand binnen de natte natuurparels. Daarnaast kunnen in deze gebieden, waar nodig, compenserende maatregelen worden getroffen om uitstralingseffecten vanuit de natte natuurparels naar de omgeving te voorkomen. Waterplan gemeente Nuenen Het waterbeleid van Gemeente Nuenen c.a. is vastgelegd in het Waterplan Nuenen en bestaat uit een aantal basisprincipes: ➢ zo weinig mogelijk waterverontreiniging; ➢ op natuurlijke wijze reinigen voordat het de beken en rivieren in stroomt als er toch waterverontreiniging voorkomt;

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 40 van 57 23 juni 2025 vaststelling

➢

beken behoeden voor te grote toestroom van neerslag in korte tijd. Dit betekent dat binnen en in de directe nabijheid van de stad en de dorpen het (regen)water moet worden geïnfiltreerd en tijdelijk worden geborgen (vasthouden), uiteraard zonder te zorgen voor overlast of schade.

Uitgangspunt in het huidige beleid van gemeente, waterschap en provincie is dat planontwikkeling moet aansluiten bij een duurzaam integraal waterbeheer. Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan (2018-2023) Het vGRP 2018–2023 is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft, met daarop volgend een doorkijk (visie) voor de langere termijn. Naast beleidsdoelstellingen en -kaders legt de gemeente in dit document vast hoe zij zorg draag voor behoud en verbetering van de riolering in brede zin. De gemeente Nuenen heeft doelen geformuleerd waarmee invulling wordt gegeven aan de wettelijk opgelegde watertaken. Deze doelen zijn als volgt geformuleerd: 1. 2.

Een goede inzameling en transport van stedelijk afvalwater; Inzameling, transport en of verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover dit redelijkerwijs niet kan door particulieren; 3. Voorkomen van structureel nadelige gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden, voor zover dit onder de gemeentelijke zorgplicht valt. Het bereiken van deze doelen staat voorop. Bij het bereiken van deze doelen verliest de gemeente de volgende aspecten echter niet uit het oog: • • • • •

doelmatigheid; zo min mogelijk overlast voor de omgeving; zo min mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu; waar mogelijk toepassen van duurzame oplossingen en technieken; rekening houdend met de klimaatveranderingen.

De gemeente draagt zorg voor het inzamelen en transporteren van al het stedelijk afvalwater dat vrijkomt binnen het grondgebied van Nuenen. Dit omvat al het huishoudelijk afvalwater, of een mengsel daarvan met bedrijfswater. Concreet betekent dit dat de gemeente zorgt voor de afvoer van dit water vanaf de erfgrens. Hiertoe houdt de gemeente een rioolstelsel in stand. Het afvalwater wordt door de gemeente overgedragen aan het waterschap. Het waterschap zorgt voor de verdere afvoer naar de rioolwaterzuivering alwaar het water wordt gezuiverd. De gemeente hecht waarde aan de grootte van de afvalwaterstroom te beperken door afvalwater en regenwater gescheiden in te zamelen. Ook stelt zij zich tot doel foutieve aansluitingen op te sporen en op te heffen. De gemeente zorgt voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, als dit doelmatig is en redelijkerwijs niet van particulieren kan worden verwacht dat zij het hemelwater zelf verwerken. In landelijk gebied zijn voldoende mogelijkheden voor particulieren om het hemelwater in de bodem of naar oppervlaktewater te brengen. De gemeente verwacht dit ook van bewoners.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 41 van 57 23 juni 2025 vaststelling

De gemeente ziet het als haar taak maatregelen te nemen tegen grondwateroverlast als er sprake is van structureel nadelige gevolgen en deze maatregelen doelmatig zijn. De gemeente vindt het daarbij van belang dat er in ieder geval sprake is van gezondheidsklachten, schade, waardedaling en of aanzienlijke beperking van het woongenot. Het beheer en onderhoud van het stedelijk oppervlaktewater is in de afgelopen planperiode overgedragen aan het waterschap. Naast permanent zichtbaar water onderhoudt de gemeente de sloten, wadi’s en greppels. De sloten hebben een waterafvoerende functie. Wadi’s hebben als doel neerslag afkomstig van de gescheiden rioolstelsel tijdelijk te bergen en vertraagd af te voeren naar oppervlaktewater of in de bodem. De greppels, feitelijk droogvallende watergangen, spelen naast de sloten een belangrijke rol in de afvoer van overtollige neerslag. Sloten die van groot belang zijn voor de waterafvoer zijn in beheer en onderhoud bij het waterschap. Gemeentelijk hemelwater- en grondwaterbeleid In Nuenen valt gemiddeld 800 mm neerslag per jaar. Hiervan valt het merendeel verspreid in kleine buien. Volgens het nieuwe rijksbeleid dient hemelwater lokaal zo lang mogelijk te worden vastgehouden, in plaats van snel afvoeren. Dat kan door water voor langere tijd vast te houden in het oppervlaktewater of door te infiltreren in de bodem.

De gemeente zorg voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, als dit doelmatig is en redelijkerwijs niet van particulieren kan worden verwacht dat zij het hemelwater zelf verwerken. Dit is afhankelijk van: ➢ ligging in het stedelijk of landelijk gebied; ➢ de mogelijkheid voor infiltratie van hemelwater; ➢ de omvang van het perceel; ➢ de aanwezigheid van een regenwaterriool in de straat; ➢ de nabijheid van oppervlaktewater. Huidige en toekomstige situatie van de planlocatie Het omzetten van de functie agrarisch naar de functie wonen heeft geen effect op de hydrologische toestand. Hierdoor is de benoeming attentiegebied geen belemmering voor onderhavig plan. Verdeling hard oppervlak Huidige en toekomstige situatie Huidig m2 Toekomstig m2 Daken 0 400 Terrein verharding 0 250 Onverhard terrein 1352 702 Totaal plangebied 1352 1352 Tabel: verdeling verhard en onverhard oppervlakte plangebied De verharding in de toekomstige bedraagt ca. (400+250=) 650 m2. Dit betekent dat er minimaal (650 x 0,06 =) 39 m3 aan waterbergingscapaciteit benodigd is. De voorziening dient op eigen terrein gerealiseerd te worden. Er zal geen hemelwater worden afgevoerd naar de omliggende percelen. Het perceel is groot genoeg om op eigen terrein te voorzien in een waterberging.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 42 van 57 23 juni 2025 vaststelling

De exacte dimensionering van de waterberging zal in het kader van de definitieve uitwerking van de bouwplannen worden bepaald. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de realisatie en instandhouding van de waterberging. Bodem Om de maaiveldhoogte in het plangebied te bepalen is het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4viewer) geraadpleegd. Het maaiveld bevindt zich tussen NAP +16,0 m en NAP +18,0. Grondwater Nabij het projectgebied aan de Wettenseind 4A staat een peilbuis, de maaiveldhoogte is daar 17,89 meter boven NAP en de waterstand 15,71 meter boven NAP. Dit houdt in dat de grondwaterstand 2,18 meter onder maaiveld is (https://www.broloket.nl/ondergrondgegevens, BRO-ID GMW000000014398). De peilbuis mag worden beschouwd als representatief voor deze omgeving. Bij de gemeente zijn in deze omgeving geen klachten bekend over grondwateroverlast. De gemeente kan niet worden aangesproken op het handhaven van een bepaald grondwaterpeil om diepliggende ondergrondse voorzieningen droog te houden. Bij grondwateroverlast is de perceeleigenaar in eerste instantie aangewezen om het probleem te verhelpen. Daarom dienen op grond van het bouwbesluit ondergrondse voorzieningen waterdicht te worden aangelegd, indien het verblijfsruimten betreft. Oppervlaktewater Er is geen oppervlaktewater in het plangebied aanwezig.

Hemelwater Voor hemelwater vraagt het waterschap om onderstaande voorkeursvolgorde toe te passen, waarbij optie 1 het meest wenselijk en optie 5 het minst wenselijk is: 1. bergen en hergebruik 2. bergen en infiltreren 3. bergen en vertraagd afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect) 4. direct afvoeren naar oppervlaktewater 5. bergen en vertraagd afvoeren naar de riolering Voor onderhavig plan wordt gekozen voor bergen en infiltreren. Ten aanzien van het plan Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 43 van 57 23 juni 2025 vaststelling

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden (artikel 3.1.6, lid 2, Besluit ruimtelijke ordening). Bij afwijking van het bestemmingsplan is het daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet-formeel beschermde objecten en structuren. De cultuurhistorische waardenkaart Brabant en het vigerende bestemmingsplan wijzen de projectlocatie aan als gebied als gebied waarvoor een onderzoeksplicht op basis van archeologie geldt. 4.7.1

Archeologie

Afbeelding: Archeologische verwachtingenkaart 2017, Nuenen-West. Op bovenstaande afbeelding is te zien dat de projectlocatie in een gebied ligt dat is aangemerkt als een gebied met dat ligt in een historische kern en als een gebied met een hoge verwachtingswaarde op het gebied van archeologie. Voor onderhavig plan heeft Transect een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 5 bijgevoegd. Hieronder worden de onderzoeksresultaten uiteengezet. Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Bronstijd en een hoge verwachting voor de periode Ijzertijd tot en met de Nieuwe tijd.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 44 van 57 23 juni 2025 vaststelling

Het plangebied ligt namelijk op de oostelijke flank van het beekdal van de Kleine Dommel. Op de flank is theoretisch gezien bewoning mogelijk geweest vanaf het Laat-Paleolithicum. In de omgeving van het plangebied (vooral in het benedenstrooms gebied) zijn op de oostelijke beekdalzijde van de Dommel tal van archeologische vondsten gedaan uit met name de periode Ijzertijd tot en met de Late-Middeleeuwen. Het zwaartepunt van de archeologische verwachting ligt dan ook op deze perioden. Voor de Nieuwe tijd geldt een hoge verwachting op erf-gerelateerde resten en sporen van landgebruik door de ligging op een historisch erf. Dit erf behoorde bij de Opwettense Watermolen, die in de 11e eeuw circa 50m ten zuiden van het plangebied is gebouwd. Tijdens het booronderzoek is bevestigd dat het plangebied ligt op de oostelijke hoge plank van een beekdal. In de onderkant van de boringen is verspoeld dekzand aangetroffen. Dit bestaat uit sterk siltig en lemig zand met grind. De afwisseling van sediment duidt daarbij op het voorkomen van fasen van sterke stroomsnelheden enerzijds, en stilstandfasen in de overstromingen anderzijds. In de twee meest noordelijke boringen is het verspoelde sediment afgedekt met een dunne laag onverspoeld dekzand.

Deze ‘toplaag’ kon waarschijnlijk afgezet worden op het moment dat het noordelijk deel van het plangebied buiten het bereik van overstromingen van de beek is komen te liggen. Het beekdal van de Kleine Dommel heeft zich na verloop van tijd verder ingesneden in (zuid)westelijke richting, waardoor de oostflank voor de mens steeds beter bereikbaar werd. Het dekzand in het plangebied is archeologisch intact te noemen. Als het gevolg van de verspoeling geldt echter een lage verwachting op archeologische resten in situ uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Bronstijd. De aanwezigheid van in situ archeologische resten uit de periode Ijzertijd tot en met de Vroege-Middeleeuwen in natuurlijke opvullingslagen van de beek kan op basis van onderzoeken in de omgeving niet geheel worden uitgesloten. In perioden van stilstand in de overstromingsfasen kan men het landschap op de beekdalhelling in gebruik hebben genomen. Dit blijkt uit vondsten uit de Ijzertijd tot en met de Vroege-Middeleeuwen die binnen de gemeente op de oostflank van het beekdal van de Kleine Dommel zijn gedaan. Ook binnen onderhavig plangebied lijkt sprake van een fasering van overstromingsfasen. Het plangebied ligt verder op een relatief hoog deel van de beekdalflank, waardoor het mogelijk al vroeg buiten het bereik van overstromingen kwam te liggen.

Het dekzand in het plangebied afgedekt met een 50 à 90 cm dikke, donker gekleurde, humeuze ophogingslaag. Vanwege de dikte (>50cm) wordt de ophogingslaag ook wel geclassificeerd als ‘esdek’. Het esdek heeft het eronder gelegen dekzand beschermd tegen verstoringen. De verwachting voor de periode Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd blijft in het plangebied onverminderd hoog door de liggen op een historisch erf. Verder is in het noordoosten van het plangebied een mogelijke grondspoor aangetroffen. Het spoor kan door het ontbreken van vondsten niet nader worden gedateerd dan de Ijzertijd-Nieuwe tijd. Advies In het plangebied vindt een bestemmingswijziging plaats om woningbouw mogelijk te maken. Het archeologisch vooronderzoek heeft echter uitgewezen dat in het plangebied een hoge verwachting bestaat op archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 45 van 57 23 juni 2025 vaststelling

Specifiek worden archeologische sporen en vondsten verwacht die relateren aan het historische erf rond de Opwettense Watermolen – die circa 50 m ten zuiden van het plangebied stond en staat. Archeologische resten uit de periode Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd kunnen al direct vanaf het maaiveld, in de historische ophogingslaag, worden aangetroffen. Verder kunnen in de top van het dekzand, onder de ophogingslaag, resten uit de periode Ijzertijd tot en met Vroege-Middeleeuwen worden aangetroffen. De top van het dekzand ligt op 50-90 cm -MV. Transect b.v. adviseert dan ook om voorafgaand aan grondwerkzaamheden een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren bij grondwerkzaamheden vanaf maaiveld. Dit onderzoek kan, gezien de verwachting op grondsporen, het beste bestaan uit een archeologisch proefsleuvenonderzoek. Voor een gravend archeologisch onderzoek, zoals een proefsleuvenonderzoek, moet voor de veldwerkzaamheden een Programma van Eisen worden opgesteld. Dit PvE moet, voorafgaande aan het veldwerk, zijn getoetst en goedgekeurd door de bevoegde overheid. Dit vormt echter een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

Naar aanleiding van het van het archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, is er een proefsleuvenonderzoek verricht. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 7. Hieronder wordt de conclusie en het advies uit het rapport weergeven. Conclusie De hoge verwachting op archeologische resten uit op archeologische resten uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd kon tijdens het proefsleuvenonderzoek worden bevestigd. Met enige waarschijnlijkheid kunnen de aangetroffen sporen en vondsten worden gerelateerd aan een historisch erf rond de Opwettense watermolen die circa 50 m ten zuiden van het plangebied stond en staat. De middelhoge verwachting voor de periode IJzertijd tot en met de Vroege Middeleeuwen en de lage verwachting op archeologische resten in situ uit de periode LaatPaleolithicum tot en met de Bronstijd is met dit onderzoek uitgebleven. In het plangebied is op veel plekken een diepe verstoring aangetroffen die samenhangt met de functie van het plangebied als boomgaard in de jaren ’20 van de vorige eeuw. Het planten en rooien van bomen heeft waarschijnlijk geleid tot bodemverstoringen. Ondanks deze verstoringen kan worden gesteld dat in het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is.

De vindplaats bestaat uit twee paalsporen, vijf kuilen, één greppel en 24 keramiekfragmenten, en kan worden gedateerd tussen de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Hoewel de kwaliteit van de vindplaats niet zodanig hoog is dat er een complextype kan worden geïdentificeerd, kan worden gesteld dat de meeste sporen en vondsten erfgerelateerd zijn. Veel van de sporen en vondsten kunnen op basis van de datering onderdeel zijn geweest van het erf van de Opwettense watermolen. De Elmpt-scherven dateren echter honderden jaren vóór de bouw van de watermolen, wat kan wijzen op het bestaan van een ouder erf. Aangezien Elmpt-aardewerk voornamelijk werd geproduceerd tussen 1175 en 1350, kan deze vondst de eerste bewoning van Opwetten in theorie enkele honderden jaren terug in de geschiedenis plaatsen. De kwaliteit van de vindplaats is echter laag ten gevolge van de verstoringen. Aan de hand van de sporen en vondsten kan het plangebied mogelijk worden geïdentificeerd als onderdeel van het erf van de Opwettense watermolen die teruggaat tot de Late Middeleeuwen. Echter, het is wegens de verstoorde aard van het plangebied is het lastig om de ruimtelijke relatie tussen de zowel de sporen onderling als de relatie tussen de sporen en de vondsten te achterhalen.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 46 van 57 23 juni 2025 vaststelling

Advies Aan de hand van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kan worden geconcludeerd dat in het plangebied een archeologische vindplaats is aangetroffen. De vindplaats bestaat uit twee paalsporen, vijf kuilen, één greppel en 24 keramiekfragmenten, en kan worden gedateerd tussen de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Het plangebied was mogelijk onderdeel van het erf van de Opwettense watermolen, maar wegens de bodemverstoringen in het plangebied is het lastig om de ruimtelijke relatie tussen zowel de sporen onderling als de sporen en de vondsten te achterhalen. Hoewel op basis van het proefsleuvenonderzoek kan worden gesteld dat het plangebied op veel plekken is verstoord en de conserveringsgraad van het vondsmateriaal matig is, heeft het plangebied in potentie een hoge informatiewaarde. Het aantreffen van Elmpt-aardewerk zou de eerste bewoning van Opwetten namelijk zo’n 200 jaar voor de eerste historische vermelding van de nederzetting kunnen plaatsen. Op basis hiervan wordt geadviseerd om de bouwwerkzaamheden in het plangebied archeologisch te begeleiden. De sporen die werden aangetroffen in werkput 3 lopen namelijk tot buiten de grenzen van de proefsleuf. Werkput 3 overlapt met de plek waarop uiteindelijk de nieuwbouw zal worden gerealiseerd. De locatie van het bouwvlak heeft een hoge verwachting op het aantreffen van sporen en vondsten met een hoge informatiewaarde.

Ten aanzien van het plan Op basis van het advies uit de proefsleuvenonderzoek neemt de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten een selectiebesluit. Tijdens de bouwwerkzaamheden zal er een archeologische begeleiding plaatsvinden. 4.7.2

Cultuurhistorie

Naast archeologie, dient bij het opstellen van een bestemmingsplan ook rekening te worden gehouden met cultuurhistorie. Hiertoe heeft de gemeente, naast de archeologische waardenkaart, een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld. In onderstaande afbeelding is daarvan een uitsnede opgenomen waarop de projectlocatie is aangegeven door middel van een blauwe pijl.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 47 van 57 23 juni 2025 vaststelling

Afbeelding: Cultuurhistorische waardenkaart Noord Brabant Op bovenstaande afbeelding is te zien dat de projectlocatie ligt binnen een gebied gekenmerkt als ‘Cultuurhistorische waardevol gebied’, ‘Archeologische landschappen’ en ‘Cultuurhistorische landschappen’. Onderhavig plan voorziet niet in de verandering van het landschap waardoor op het gebied van cultuurhistorie geen belemmeringen voor onderhavig plan zijn. Conclusie Het aspect ‘archeologie en cultuurhistorie’ vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

4.8

Flora en fauna

In Nederland is een groot aantal gebieden aangewezen als beschermd natuurgebied. Naast het aanwijzen van Natura 2000 gebieden op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn kunnen gebieden ook als beschermd natuurmonument of beschermd landschapsgezicht worden aangewezen. Daarnaast zijn gebieden als Ecologische Hoofdstructuur (EHS) aangewezen. De aanwijzing hiervan vindt zijn grondslag in het Besluit algemene regels ruimtelijk ordening (Barro). De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van plant- en diersoorten. Op basis van de onderzoeksplicht (Wro) en de plicht tot het vaststellen van een uitvoerbaar plan dient bij het maken van bestemmingsplannen beoordeeld te worden of er belemmeringen aanwezig zijn voor verlening van een eventuele ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor de activiteiten die het plan mogelijk maakt of veroorzaakt.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 48 van 57 23 juni 2025 vaststelling

Ten aanzien van het plan Door bureau Verbeek is een quickscan ecologie uitgevoerd op de planlocatie. Het volledige onderzoek d.d. 24 januari 2022 is bijgevoegd als bijlage 6. Hieronder worden de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek weergegeven. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen bewoonde vogelnesten, jaarrond beschermde vogelnesten of holen/nesten van andere wettelijk beschermde diersoorten aangetroffen. In het plangebied zijn evenmin groeiplaatsen van wettelijke beschermde plantensoorten aanwezig. De heggen hebben een functie als onderdeel van het leefgebied van de Huismus. Daarom dient als uitgangspunt genomen te worden dat de hagen zoveel als mogelijk gehandhaafd blijven. Het plangebied, vooral de heggen, vormt daarnaast een geschikt broedbiotoop voor enkele algemene vogelsoorten waarvan het nest alleen gedurende het broedseizoen bescherming geniet. Daarom geldt als uitgangspunt om de werkzaamheden (zoals bouwrijp maken) op te starten buiten het broedseizoen (dus buiten de periode 15 maart t/m 15 juli). In het plangebied kan worden gerekend met een beperkte functionaliteit als foerageergebied voor één of enkele in het omgeving huizende wettelijk beschermde diersoorten zoals Steenmarter.

De voorgenomen ingreep leidt echter niet tot een inbreuk op essentiële delen van leefgebied, zodat hier kan worden uitgegaan van de situatie dat voor deze soorten slechts de algemene zorgplicht op grond van artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming van toepassing is. De voorgenomen bouw van een woning leidt niet tot overtreding van verboden uit de Wet natuurbescherming, mits wordt voldaan aan bovenstaande uitgangspunten. Conclusie Het bestemmingsplan voorziet niet in wijzingen van het landschap. Hierdoor wordt de flora en fauna niet beïnvloed. Op het gebied van flora en fauna zijn er geen belemmeringen voor onderhavig plan.

4.9

Bedrijven- en milieuzonering

Bij de opstelling van een bestemmingsplan dienen ook de gevolgen voor het woon- en leefklimaat te worden meegenomen in het kader van de belangenafweging. Er dient te worden beoordeeld of, uitgaande van de maximale mogelijkheden van het plan, geen onoverkomelijke problemen zijn te verwachten. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst Bedrijven en Milieuzonering worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning (lees: of verblijfsruimte) die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen

Blad 49 van 57

Gemeente Nuenen

23 juni 2025 vaststelling

De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. Het plangebied kan getypeerd worden als ‘gemengd gebied’. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemening. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook een lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk en rustig buitengebied. Ten opzichte van een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (behalve voor het aspect gevaar). Doorwerking in het plan Rondom het plangebied zijn de volgende bedrijven actief: Bedrijf en adres Houthandel van Hoorn Wettenseind 2 5674 AA Nuenen De Watermolen van Opwetten B.V. Opwettenseweg 203 5674 AC Nuenen Kema Beheer Moerenhout B.V. Wettenseind 1 5674 AA Nuenen Caravan & Camper Centrum Coppelmans B.V. Wettenseind 2B 5674 AA Nuenen

SBI Omschrijving Groothandel in hout en bouwmaterialen > 2000m2 (SBI-code 46731) Restaurants, cafetaria’s, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen, e.d. (SBI-code 56101)

Cat. 3.1

geur 0

stof 0

geluid 30

gevaar 10

1

0

0

0

10

Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen (SBI-code 6420)

1

0

0

0

0

Handel in auto’s en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven (SBIcode 45194)

2

0

0

0

10

Tabel: Bedrijven in omgeving ingedeeld op basis van ‘VNG-brochure bedrijven- en milieuzonering’ De bijbehorende richtafstand van de ‘Houthandel van Hoorn’ voor het aspect geluid reikt tot het plangebied. Door De Roever Omgevingsadvies is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 2 en nader toegelicht in paragraaf 4.2 ‘Geluid’. In het onderzoek is rekening gehouden met: • Een scherm van 2 meter hoog als erfafscheiding aan de zuid- en oostzijde van het perceel. Dit scherm moet over een massa van minstens 10 kg/m2 beschikken en mag geen openingen bevatten. • Een bijgebouw met een goothoogte van 3 meter en een nokhoogte van 6 meter op de aangegeven locatie. • Een dove gevel op de begane grond aan de oostzijde (kopgevel).

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 50 van 57 23 juni 2025 vaststelling

Bovenstaande punten zijn vastgelegd in de regels en verbeelding van het bestemmingsplan. Wat betreft mogelijke overlast van de glascontainer ter hoogte van de Watermolen vindt het storten van glas in de glascontainer incidenteel plaats, waardoor dit niet onderzocht hoeft te worden. Bovendien heeft de Watermolen een richtafstand van 0 meter voor geluid in gemengd gebied volgens de VNG-brochure. Met betrekking tot de container aan de Opwettenseweg 119a, voor het opslaan van houtsnippers ten behoeve van een verwarmingsinstallatie bij de Opwettense Watermolen, is eveneens sprake van een incidentele bedrijfssituatie. Om deze reden hoeft dit ook niet onderzocht te worden. Conclusie Met de huidige planopzet wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-brochure ‘Bedrijven- en milieuzonering’. Dat betekent dat een redelijk tot goed woon- en leefklimaat in het kader van de ruimtelijke ordening wordt gegarandeerd. Omliggende bedrijven worden daarnaast niet beperkt in hun bedrijfsmogelijkheden.

4.10

Verkeer en parkeren

Een goede verkeersafwikkeling en parkeervoorziening is van belang in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Verkeer De projectlocaties zijn goed ontsloten door de Wettenseind. Deze weg is dusdanig ingericht dat ze de geringe hoeveelheid extra verkeersbewegingen als gevolg van de voorgestane ontwikkelingen eenvoudig kunnen verwerken. Parkeren In de regels van het bestemmingsplan zijn de parkeernormen opgenomen. Conclusie Voor onderhavig plan vormt het aspect ‘verkeer en parkeren’ geen belemmering.

4.11

Kabels en leidingen

Kabels en leidingen kunnen een belemmering vormen ten aanzien van de uitvoerbaarheid van een plan. Binnen het plangebied of in de nabijheid ervan zijn geen kabels of leidingen aanwezig die een belemmering (kunnen) vormen voor de voorgestane ontwikkeling van het plangebied.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 51 van 57 23 juni 2025 vaststelling

4.12

Bezonning

In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ is het van belang om de gevolgen van het bestemmingsplan te bezien op de aspecten ‘bezonning en privacy’. Door STRK B.V. is een bezonningsstudie uitgevoerd. De bezonningsstudie is bijgevoegd als bijlage 9. Met behulp van de modellering- en rekensoftware is de eventuele schaduwwerking door de nieuwe woning op de omgeving in beeld gebracht voor de relevante momenten in het jaar. Hierbij is het aantal bezonningsuren in de oude en nieuwe situatie bekeken. Hieruit blijkt dat in de ochtend in maart, juni en september een beperkte afname van bezonning zichtbaar is bij de woning aan de Wettenseind 2. De verblijfskwaliteit van de woning wordt hiermee niet noemenswaardig verminderd. De bezonning is voorts getoetst aan de strenge TNO-norm. Hiervoor wordt vereist dat er ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag mogelijk zijn in de periode van 21 januari – 22 november op de vensterbank aan de binnenkant van het raam. Op de omliggende woningen blijft in de periode 21 januari – 22 november nog ten minste 3 uur direct zonlicht op de gevel mogelijk, waarmee aan de strenge TNO-norm kan worden voldaan. Uit de bezonningsstudie blijkt dat er ten gevolge van de nieuwe woning geen significante verslechtering optreedt van de bezonning op de omliggende woningen. Aan het aspect bezonning wordt derhalve voldaan.

4.13

Geur

De gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten heeft vanaf 2011 middels de verordening geurhinder en veehouderij het toetsingskader voor de omgevingsvergunning, wanneer het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen, gevormd. De Wet geurhinder en veehouderij geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. De woning kan worden aangemerkt als geurgevoelig object. Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting verstaan van díe individuele veehouderij (de dominante veehouderij) welke de meeste geur bij het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtbij het geurgevoelige object gelegen is. De locatie van de woning ligt in termen van de geurwetgeving buiten de bebouwde kom. Op de locatie Wettenseind 6 is een veehouderij gelegen. De veehouderij heeft 60 stuks overig rundvee. Voor het realiseren van een nieuwe woning buiten de bebouwde kom geldt dan volgens artikel 2 van de Verordening geurhinder en veehouderij een afstand van minimaal 50 meter. Deze afstand kan pas gehalveerd worden wanneer het aantal dieren minder dan 30 bedraagt. De afstand tussen de locatie van de woning en de veehouderij bedraagt 76 meter. Gelet op deze afstanden is er geen sprake van te verwachten hinder van de aanwezige veehouderij door de realisatie van de woning.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 52 van 57 23 juni 2025 vaststelling

5

JURIDISCHE VORMGEVING

5.1

Wijze van bestemmen

Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen door middel van kleuren en tekens aangegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridische toetsingskader voor ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het plangebied. De plantoelichting bevat met name de aan het plan ten grondslag liggende gedachten. In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op de juridische methodiek van het bestemmingsplan en wordt een toelichting gegeven op de regels.

5.2

Juridische methodiek

Deze partiële herziening bestaat uit een verbeelding en regels. De verbeelding van dit plan komt in zijn geheel in plaats van de verbeelding van het bestemmingsplan.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 53 van 57 23 juni 2025 vaststelling

6

UITVOERBAARHEID

6.1

Overleg en inspraak

Op grond van artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht juncto artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is overleg nodig met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het project in het geding zijn. Dit bestemmingsplan wordt voorgelegd aan de Provincie Noord-Brabant en Waterschap De Dommel in het kader van het wettelijk vooroverleg. Op 17 augustus heeft het Waterschap De Dommel reactie gegeven op het voorontwerp bestemmingsplan Wettenseind ong. Nuenen dat indertijd ter inzage lag. Navolgend volgt de reactie vanuit het waterschap en is deze reactie voorzien van een beantwoording. Op 15 augustus 2023 ontvingen wij van u in het kader van de watertoetsprocedure de melding dat het voorontwerp bestemmingsplan Wettenseind ong. Nuenen ter inzage ligt. Het plan beoogd de realisatie van een vrijstaande woning in een vooralsnog onverhard plangebied van ca. 1.352m². Hieronder treft u mijn opmerkingen op het plan. 1. In de verbeelding en planregels is de zone ‘Behoud- en herstelwatersysteem’ overgenomen uit de Interim Omgevingsverordening. Ik adviseer om de beschrijving ook op te nemen in de plantoelichting onder paragraaf 3.2.3 voor de duidelijkheid. Reactie De beschrijving is in de plantoelichting onder paragraaf 3.2.3 opgenomen.

2. Het beschreven beleid in de waterparagraaf is deels verouderd en deels niet helemaal volledig omschreven. Ik verzoek u om dit te actualiseren en verder uit te werken. Met betrekking tot het waterschapsbeleid heb ik voor het gemak een samenvatting in de bijlage toegevoegd. Reactie De beleidsparagraaf met betrekking tot het aspect ‘water’ is geactualiseerd naar het huidige beleid.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 54 van 57 23 juni 2025 vaststelling

3. Er wordt gesteld dat het verhard oppervlak niet toeneemt met meer dan 500m². Als ik kijk naar het inpassingsplan in de bijlage van de planregels dan zie ik dat inclusief erfverharding naar schatting zo’n 50% van het plangebied verhard wordt. En dat lijkt me ook een realistische toekomstige inschatting. Dat betekent dat de toename zo’n 650 tot 700m² bedraagt. De Keur is dus van toepassing en er is een waterbergingsopgave. Er is al een voorwaardelijke verplichting voor waterberging opgenomen in de planregels en dat is heel goed. Reactie De tekst in paragraaf 4.6 ‘Water’ is aangepast waarbij een verhardingsoppervlakte van 650 m2 in de toekomstige situatie is gehanteerd. 4. Omdat er een waterbergingsopgave is om hydrologisch neutraal te ontwikkelen, verzoek ik om de waterparagraaf in de plantoelichting verder uit te werken volgens de handreiking watertoets zodat ook onderbouwd wordt dat het plan haalbaar is. Reactie De tekst in paragraaf 4.6 ‘Water’ is aangevuld met toepassing van de handreiking watertoets.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor onderliggende planologische maatregel wordt met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst en een overeenkomst voor het betalen van de leges afgesloten. Hiermee is conform artikel 6.12 tweede lid Wro het kostenverhaal over de in het ruimtelijk plan begrepen gronden verzekerd. Omdat naast de overeenkomst het stellen van nadere eisen en regels omtrent tijdvak/fasering en locatie/uitvoering niet noodzakelijk is, is het niet nodig om dit plan vergezeld te doen gaan van een in artikel 6.12. eerste lid Wro bedoeld exploitatieplan. De realisatie van het project wordt volledig gerealiseerd voor rekening en risico van initiatiefnemer. Op basis van het programma is er een sluitende begroting op basis waarvan het plan uitvoerbaar is. De gemeentelijke kosten zijn gedekt uit de te heffen leges. De economische uitvoerbaarheid is gelet op het bovenstaande verzekerd.

6.3

Nut en noodzaak

Beleidsmatig past de voorgestane ontwikkeling binnen het vigerende beleid. Planologisch gezien zijn er geen belemmeringen voor de voorgestane functietoevoeging. Samenvattend kan geconcludeerd worden dat het initiatief inpasbaar is op de locatie, binnen het bestaande beleid en de relevante planologische randvoorwaarden. De voorgestane ontwikkeling voorziet in een deugdelijke oplossing voor een actueel huisvestingsvraagstuk, waarbij eveneens milieuwinst wordt behaald.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 55 van 57 23 juni 2025 vaststelling

6.4

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Onderhavig bestemmingsplan doorloopt de uitgebreide voorbereidingsprocedure (Algemene wet bestuursrecht). Tegen het ontwerpbestemmingsplan staat de mogelijkheid open om zienswijzen in te dienen. Navolgend is de procedure weergegeven. Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedure: Ontwerp: ▪ publicatie en terinzagelegging overeenkomstig afdeling 3.4 Awb en Wro. Eenieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen bij de raad. Vaststellen bestemmingsplan: ▪ besluit door gemeenteraad; ▪ publicatie en terinzagelegging besluit vaststellen bestemmingsplan gedurende de beroepstermijn. Inwerkingtreding: ▪ na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan) Beroep ▪ beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 56 van 57 23 juni 2025 vaststelling

Colofon Projectgegevens Project Imro-code Projectnummer

Wettenseind ong., Nuenen NL.IMRO.0820.BPBGWettenseindRvR-D001 20NUENWET-BP

Revisie

05

Datum

23 juni 2025

Opdrachtgever

AROM B.V.

Toelichting bestemmingsplan Wettenseind ong., Nuenen Gemeente Nuenen

Blad 57 van 57 23 juni 2025 vaststelling

BIJLAGEN 1.

Beeldkwaliteitsplan Wettenseind, STRK, d.d. 4 juli 2024

2.

Akoestisch onderzoek industrielawaai, De Roever omgevingsadvies d.d. 31 oktober 2024, rapportnummer: 20210045.v04.

3.

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, De Roever omgevingsadvies d.d. 15 juni 2023, rapportnummer: 20210044.v02.1.

4.

Verkennend bodemonderzoek, M&A Bodem & Asbest d.d. 25 september 2020, projectnummer: 220-NWe-vo-v1.

5.

Archeologisch onderzoek, Transect d.d. 11 mei 2022, projectcode: 21120063.

6.

Ecologie, bureau Verbeek d.d. 24 januari 2022, projectnummer: NL NN-21.01.01.

7.

Archeologisch proefsleuvenonderzoek, Transect d.d. 25 juni 2022, projectcode: 22040014.

8.

Stikstofberekening, AROM B.V., 23 juni 2025. a. Extra beoordeling AERIUS Calculator, realisatiefase b. Extra beoordeling AERIUS Calculator, gebruiksfase c. Projectberekening AERIUS Calculator, realisatiefase d. Projectberekening AERIUS Calculator, gebruiksfase

9.

Zonnestudie Wettenseind ong. Nuenen, STRK B.V., d.d. 15 juli 2024, kenmerk 2377.

10.

Nota van Inspraak

11.

Bouwtitel Ruimte voor Ruimte Wettenseind ong., Nuenen

12.

Verzoek hogere waarde

13.

Ontwerpbesluit hogere waarde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15999327/1