CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Was wordt verordeningen Jeugdhulp 2023 en 2026

Gemeenteraad 5 februari 2026, gemeente NuenenBij agendapunt: Verordeningen Jeugdhulp 2026 en Maatschappelijke Ondersteuning 20261.889 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was wordt verordeningen jeugdhulp 2023 en 2026. In onderstaand overzicht zijn de artikelen die van elkaar verschillen naast elkaar weergegeven. Verordening 2023

Verordening 2026 Artikel 1. sociaal netwerk een familielid, huisgenoot, (voormalig) echtgenoot of andere personen met wie de jeugdige en/of ouder(s) een sociale relatie heeft. Artikel 7. Beoordeling (boven) gebruikelijke hulp en eigen kracht 1. Jeugdigen of ouders komen pas in aanmerking voor een individuele voorziening als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder wordt in ieder geval verstaan: a. Gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders b. Bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan c. De ondersteuning vanuit het sociale netwerk d. Het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten 2. Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige jeugdigen te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft.

Bij uitval van een van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont. 3. Het college beoordeelt of de benodigde hulp meer is dan wat een jeugdige van dezelfde leeftijd normaal gesproken nodig heeft. Het college houdt hierbij rekening met de volgende factoren: a. De leeftijd van de jeugdige. b. De mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/stimulans die een jeugdige van die leeftijd nodig heeft.

c. De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige. d. De mate van planbaarheid van de hulp. e. De behoeften en mogelijkheden van de jeugdige. 4. Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt het college geen individuele voorziening tot jeugdhulp. 5. Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Het college beoordeelt dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat weergegeven. Het college maakt hierbij onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties: - Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. - Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar. Het college verwacht van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden.

Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. 6. Bij de beoordeling in langdurige situaties houdt het college rekening met de volgende factoren: a. De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige. b. De mate van planbaarheid van de hulp. c. Het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders. d. De manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige. e. Vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden (bijvoorbeeld een verpleegachtergrond). f. Of er sprake is van problematiek bij de ouders, zoals relationele problemen of schulden. g. Welke verplichtingen de ouders hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen. h. Het belang van ouders om een inkomen uit arbeid te krijgen en het

eventueel ontstaan van financiële problemen. i. De woonsituatie. j. De samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wettelijke stiefouder of niet). k. Is er een sociaal netwerk en zo ja, wat zijn de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen. l. Overige individuele omstandigheden die door jeugdige en ouders worden ingebracht. 7. Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp. 8. Bij (dreigende) overbelasting van ouders geldt nog het volgende: - Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige. - Als de overbelasting ziet op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de zorg van de jeugdige om, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. - Bij een aanvraag voor een individuele voorziening tot jeugdhulp bekijkt het college wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen.

- Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de ouder verwacht. Het verlenen van hulp aan je kind gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten. - Een pgb voor het verlenen van hulp aan een jeugdige door een ouder wordt beëindigd als er sprake is van (dreigende) overbelasting. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen. 9. Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt valt onder de eigen kracht. Het college verstrekt hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp. 10. Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering

hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed. 11. Het college kan nadere regels stellen. Artikel 8. Regels voor pgb 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet en legt dit vast in een beschikking als bedoeld in artikel 7. 2. De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura. 3. De hoogte van het pgb voor een individuele voorziening is afhankelijk van de vraag wie de ondersteuning levert. Bij het vaststellen van het pgb is het uitgangspunt 100% van het tarief van de voorziening in natura, tenzij duidelijk is dat de inzet van zorg volledig wordt uitgevoerd door: a. alleen familie of netwerk (ongeacht het beschikken over diploma’s) : 55% van het tarief voor zorg in natura. b. gediplomeerde hulpverleners die niet in dienst zijn van een zorgaanbieder (zoals ZZP-ers , freelancers) en niet behorend tot het sociaal netwerk: 75% van het tarief voor zorg in natura c. gediplomeerde hulpverleners, in dienst van een zorgaanbieder (zonder zorg in natura contract):100% van het tarief voor zorg in natura.

Artikel 9. Regels voor pgb 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet en legt dit vast in een beschikking als bedoeld in artikel 8. 2. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen: a. Personen die werkzaam zijn bij een organisatie met een aanbod dat past bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of de ouder(s) het pgb krijgen. De organisatie staat ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007). De personen beschikken over de relevante diploma’s om de werkzaamheden die nodig zijn uit te voeren. b. Personen die als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) werkzaamheden uitvoeren die passen bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of ouder(s) het pgb krijgen. De zzp’er staat voor deze werkzaamheden ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007). Ook beschikt de zzp’er over de relevante diploma’s of werkervaring die nodig zijn voor uitoefening van deze werkzaamheden. c.

Personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-registratie) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp (SKJ-registratie).Van informele hulp is sprake als de hulp verleend wordt een andere persoon dan beschreven in lid 2 onder a, b of c. 3. Als de jeugdhulp geboden wordt door een persoon uit het sociaal netwerk van de budgethouder is altijd sprake van informele hulp. 4. De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura. 5. Het pgb wordt berekend op basis van het tarief van de voorziening in natura en wie de zorginzet levert. Hierbij gelden de volgende tarieven en percentages: a. Alleen familie of netwerk (ongeacht het beschikken over diploma’s):

Artikel 14. Cliëntparticipatie 1. Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente en de in de gemeente belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de voorbereiding van het jeugdhulp beleid. 2. Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen en de Adviesraad Sociaal Domein vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor beleid te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen.

het wettelijk minimumloon. Indien van toepassing worden hier de werkgeverslasten aan toegevoegd. b. Personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister conform artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007 en beschikken over de relevante diploma’s en/of aantoonbare werkervaring die nodig is voor de uitoefening van de desbetreffende taken en niet behorend tot het sociaal netwerk: 75% van het tarief voor zorg in natura. c. Gediplomeerde hulpverleners, in dienst van een zorgaanbieder: 90% van het tarief voor zorg in natura. Artikel 15. Cliëntparticipatie 1. Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente en de in de gemeente belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de voorbereiding van het jeugdhulp beleid. 2. Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen in de gelegenheid voorstellen voor beleid te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen. 3. Het college werkt hierbij volgens het participatiebeleid ‘Via beginspraak naar inspraak’ en de participatieverordening gemeente Nuenen 2025. Artikel 17. Doorbraakmaatregel 1. Naast de voorzieningen in deze verordening, waaronder ook andere en overige voorzieningen, is maatwerk mogelijk in de vorm van een doorbraakmaatregel.

Dit is maatwerk dat niet past binnen het reguliere aanbod op basis van de Jeugdwet, Wmo of Participatiewet en andere wettelijke regelingen, maar wat een doorbraak kan forceren waardoor naar de mening van het college een adequate en/of goedkopere oplossing van de hulpvraag kan worden gevonden. 2. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van dit artikel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16472463/2