CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Was - Wordt betreffende verordeningen Wmo 2021 en 2026

Gemeenteraad 5 februari 2026, gemeente NuenenBij agendapunt: Verordeningen Jeugdhulp 2026 en Maatschappelijke Ondersteuning 20264.730 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was – Wordt betreffende de verordeningen Wmo 2021 en 2026

Was

Wmo verordening 2021

Wordt

Wmo verordening 2026

Artikel 5. Verslag 1. Binnen maximaal zes weken na het onderzoek verstrekt het college aan de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek (het verslag). 2. Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het verslag toegevoegd.

Artikel 5. Verslag 1. Binnen zes weken na het onderzoek verstrekt het college aan de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek (het verslag). Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het verslag toegevoegd. 2. Van het verstrekken van het verslag aan de client kan worden afgeweken als de client gemotiveerd afziet van het ontvangen van het verslag. Het college stelt hiervoor een formulier beschikbaar. Er wordt ten alle tijden een verslag opgesteld.

Artikel 6. Aanvraag 1. Een cliënt, zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. Een aanvraag wordt ingediend door middel van: a. een door de cliënt ondertekend verslag als bedoeld in artikel 5, of b. een schriftelijk verzoek om een maatwerkvoorziening. 2. Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 6. Aanvraag 1. Een cliënt, zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij het college. Een aanvraag wordt ingediend door middel van: a. een door de cliënt ondertekend verslag als bedoeld in artikel 5, of b. een schriftelijk verzoek om een maatwerkvoorziening. 2. Heeft de client voorafgaande aan de aanvraag geen melding gedaan dan wordt de aanvraag tevens als een melding beschouwd. 3. Het college geeft de beschikking binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 7. Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 4 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. 3.

Een cliënt met psychische of psychosociale problemen en een cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 4 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 4. Een cliënt komt enkel in aanmerking voor een financiële maatwerkvoorziening voor zover: a. hiermee naar het oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, en b. het betreft een van de volgende voorzieningen: 1. de kosten voor verhuizen; 2.

de kosten voor woningaanpassingen; 3. autoaanpassingen; 4. de kosten voor een vervoerskostenvergoeding daar waar het collectief vervoer geen passende oplossing biedt;

Artikel 7. Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 4 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. 3.

Een cliënt met psychische of psychosociale problemen en een cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 4 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 4. Een cliënt komt enkel in aanmerking voor een financiële maatwerkvoorziening voor zover: a. hiermee naar het oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en of zo langmogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, en b. het betreft een van de volgende voorzieningen: I. de kosten voor verhuizen; II.

de kosten voor woningaanpassingen; III. autoaanpassingen; IV. de kosten voor een vervoerskostenvergoeding daar waar het collectief vervoer geen passende oplossing biedt; V. sportrolstoelen; VI. een voorziening waarvoor niet tijdig een passende voorziening in natura

5.

6.

7.

5. sportrolstoelen; 6. een voorziening waarvoor niet tijdig een passende voorziening in natura beschikbaar is. c. een voorziening waarmee de mantelzorger wordt ontlast. Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en zelf had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening tot zelfredzaamheid of participatie. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, tenzij a. de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten; c. de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening.

8. Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. De toegang (het kenbaar maken van de behoefte of het indienen van een aanvraag) tot deze voorziening is lokaal georganiseerd via het CMD. Het college voert het onderzoek uit en adviseert de gemeente Eindhoven. Het college van Eindhoven neemt een besluit over het al dan niet afgeven van een beschikking. De gemeente Eindhoven informeert de client over het besluit. Centrumgemeente Eindhoven is (financieel en anderszins) verantwoordelijk voor de uitvoering van een samenhangend aanbod

beschikbaar is. 5. Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en zelf had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening tot zelfredzaamheid of participatie. 6. Ook wordt geen maatwerkvoorziening toegekend als cliënt zijn verblijf heeft in een WLZ instelling en minder dan 14 dagen per maand thuis is. 7. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, tenzij a. de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten; c. de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt. 8. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening. 9. De voorzieningen opvang en beschermd wonen worden volgens het daartoe vastgesteld beleid van de gemeente Eindhoven verstrekt.

De geldende verordening maatschappelijke ondersteuning en de daarop gebaseerde nadere regels en of beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van deze centrumgemeente zijn van toepassing.

Nieuw Artikel 8 Aanvullend criterium voor woonvoorzieningen 1. Het college beoordeelt, in aanvulling op artikel 7 lid 1 of de cliënt kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning en die verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat. Deze beoordeling zal alleen plaatsvinden indien de aanpassing van de woning een bedrag zoals genoemd in de Beleidsregels Wmo gemeente Nuenen gemeente te boven gaat. 2. Het college stelt nadere regels ter uitvoering van dit artikel. Nieuw Artikel 9 Doorbraakmaatregel 1. Naast het maatwerk genoemd in deze Verordening en de Wmo 2015, waartoe ook behoort de algemene en voorliggende voorzieningen, is maatwerk mogelijk in de vorm van een doorbraakmaatregel. Dit is maatwerk welke niet past binnen het reguliere maatwerk op basis van de Wmo, Jeugdwet of Participatiewet en andere wettelijke regelingen, maar welke een doorbraak kan forceren waardoor naar de mening van het college een adequate en/of goedkopere oplossing van de hulpvraag kan worden gevonden. 2. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van dit artikel.

Artikel 9. Inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze voorziening als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en hoe bezwaar tegen het besluit kan worden gemaakt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. wat de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt, en d. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. g. als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd.

Artikel 11 inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze voorziening als voorziening in natura, als pgb of als financiële tegemoetkoming wordt verstrekt en hoe bezwaar tegen het besluit kan worden gemaakt. 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. wat de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is. Als de duur van de verstrekking voor onbepaalde tijd is wordt dit ook in de beschikking aangegeven. c. hoe de voorziening wordt verstrekt, d. als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd, e. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. wat de (onbepaalde)duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. g.

als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd. 4. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. De hoogte van de financiële tegemoetkoming; b. Voor welk resultaat de tegemoetkoming kan worden aangewend; c. Wat de ingangsdatum en eventuele duur is van de verstrekking; d. De wijze van de verantwoording van de besteding; e. De rechten en plichten die aan het ontvangen van de financiële tegemoetkoming zijn verbonden; f. Op welk moment de voorziening en het te behalen resultaat wordt geëvalueerd. g. Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd

Artikel 10. Regels voor pgb 1.Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan waarin in ieder geval uiteen is gezet: 1. welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en 2. indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. b.wordt berekend op basis van een prijs of een tarief: 1. waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken; 2. waarbij rekening wordt gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de cliënt diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, wil betrekken 3. waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de cliënt de mogelijkheid heeft om de betreffende diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, en 4.

wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; c.. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 3. De hoogte van het pgb voor maatwerkvoorzieningen is afhankelijk van wie de ondersteuning levert. Bij het vaststellen van het pgb geldt dat we uitgaan van 100% van het tarief voor zorg in natura, tenzij duidelijk is dat de inzet van zorg volledig wordt uitgevoerd door:  alleen familie of netwerk (ongeacht het beschikken over diploma’s) : 55% van het ZIN-tarief;  gediplomeerde hulpverleners die niet in dienst zijn van een

Artikel 12. Regels voor pgb 1. Het college verstrekt in overeenstemming met Artikel 2.3.6 van de wet een pgb wanneer: a. De cliënt op eigen kracht, of met behulp van zijn sociale netwerk of vertegenwoordiger, voldoende in staat is tot een redelijke waardering van de belangen ter zake. De cliënt is in staat de taken die verbonden zijn aan het pgb op verantwoorde wijze uit te voeren. b. Naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. 2. Een pgb wordt geweigerd wanneer: a. De cliënt, of één van zijn ouders of voogden wanneer hij jonger is dan achttien jaar, uitstel van betaling heeft aangevraagd of failliet is verklaard; b. De cliënt, of één van zijn ouders of voogden wanneer hij jonger is dan achttien jaar, in de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen terecht is gekomen. Dit geldt ook wanneer er een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend; c. De cliënt het beheren van het pgb laat uitvoeren door een persoon die de ondersteuning levert; 3. Een pgb voor een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de cliënt wordt alleen verstrekt wanneer het pgb aantoonbaar leidt tot betere, effectievere en doelmatigere ondersteuning. 4. Het pgb mag niet worden besteed aan: a.

Kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers. b. Kosten voor het voeren van een pgb-administratie. c. Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb. 5. Een aanvrager kan voor de aanvraag en afhandeling van het pgb gebruik maken van gewaarborgde zorg c.q. hulp. 6. Het college stelt nadere regels vast inzake de procedure voor het aanvragen van een pgb en het format dat cliënt of diens vertegenwoordiger dient te gebruiken.

4.

zorgaanbieder (zoals ZZP-ers , freelancers) en niet behorend tot het sociaal netwerk: 75% van het ZIN-tarief;  gediplomeerde hulpverleners, in dienst van een zorgaanbieder (zonder ZIN-contract):100% van het ZIN-tarief. Tussenpersonen of belangenbehartigers worden niet uit het pgb worden betaald.

Nieuw Artikel 13. De hoogte van het pgb 1. Het college stelt de hoogte van het pgb vast op basis van het door de cliënt ingediende budgetplan voor de benodigde ondersteuning, voor zover dit blijft binnen de grenzen van de maximale pgb-tarieven, zoals genoemd in dit artikel en het daarbij behorende onderscheid in de soort van dienstverlener zoals is opgenomen in lid 2 van onderhavig artikel. en in het plan in ieder geval is uiteengezet welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; 2. Bij de vaststelling van de hoogte van het pgb voor diensten wordt onderscheid gemaakt tussen: a. Professionals, tot deze groep behoren: I. Professionals werkzaam zijn bij en voor een geregistreerde zorgorganisatie/instelling die ingeschreven staat in het Handelsregister (conform Artikel 5 Handelsregisterwet 2007). Deze professionals beschikken over de relevante diploma’s en mogen de taken en werkzaamheden uit het pgb uitvoeren. II. Professionals die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel en beschikken over een beschikking geen loonheffingen (BGL).

Daarnaast moeten ze ingeschreven staan in het Handelsregister (conform Artikel 5 Handelsregisterwet 2007) om de taken en werkzaamheden uit het pgb te mogen uitvoeren. Ook moeten ze over diploma’s beschikken die relevant zijn voor de uitoefening van deze taken. b. Zorgverleners die behoren tot het sociaal netwerk van cliënt en die niet voldoen aan de onder a genoemde punten. c. Zorgverleners niet behorende tot lid 2 onder a en b genoemde professional en niet behorende tot het sociale netwerk van de cliënt zoals genoemd onder lid 2 sub b. 3. Voor zover de cliënt door de verstrekking van een pgb kosten bespaart voor een in zijn situatie algemeen gebruikelijk te achten product, kan het college besluiten die kosten in mindering te brengen op het pgb. 4. Voor de vaststelling van de hoogte van het pgb worden de volgende tarieven gehanteerd: a. Voor professionals zoals bedoeld in lid 2 sub a nr 1 van deze verordening wordt een tarief van 90% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura die tevens toereikend is. b. Voor professionals zoals bedoeld in lid 2 sub a nr 2 van dit artikel wordt een tarief van 75% van de kostprijs van de voorziening in nature gecompenseerd

c. Voor zorgverleners als bedoeld in lid 2 sub b van dit artikel wordt maximaal het Wettelijk Minimumloontarief vergoed. Indien van toepassing worden hier de werkgeverslasten aan toegevoegd. d. Voor zorgverleners als bedoeld in lid 2 sub c van dit artikel geldt hetzelfde tarief als bij sub b van dit lid. e. Vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd bij zorg in natura bij de gecontracteerde zorgaanbieders; f. De hoogte van de vergoeding van een hulpmiddel op basis van het PGB is maximaal 70% van een vergelijkbare en goedkoopste voorziening in natura. Dit is inclusief verzekering en reparatie. Na de afschrijftermijn kan bij blijvende geschiktheid de cliënt in aanmerking komen voor een vergoeding van een WA verzekering en kosten van reparatie indien deze kosten de waarde van de voorziening niet overtreffen. 5. Het college stelt het pgb voor overige immateriële en materiële maatwerkvoorzieningen vast op maximaal de kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura, waarbij het college er zorg voor draagt dat de cliënt met het pgb in staat is kwalitatief goede ondersteuning in te kopen. 6. Het college kan het pgb in ieder geval lager vaststellen dan de kostprijs van een materiele maatwerkvoorziening in natura, als in de kostprijs salariskosten zijn begrepen en de cliënt gebruik maakt van ondersteuning in het informele circuit. 7.

Mocht er bij de vaststelling van de hoogte van de PGB er twee tarieven van toepassing zijn, doordat er sprake is van een professional die een familieband deelt met cliënt, dan geldt het primaat van het tarief dat geldt voor zorgverleners die geen professional zijn zoals bedoeld in lid 4 sub c van onderhavig artikel. 8. Mocht er sprake zijn van een tweede handsvoorziening dan wordt het maximale pgb tarief berekend op basis van de resterende levensduur van de voorziening. 9. Het college stelt nadere criteria op om te bepalen of er sprake is van professionele ondersteuning door een organisatie of zelfstandige zonder personeel, informele zorg en sociaal netwerk/naaste familie. Hierbij sluit het college waar mogelijk aan bij de kwaliteitscriteria die worden gesteld aan aanbieders. Artikel 11 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor:

Artikel 14 Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor:

a. de maatwerkvoorzieningen Rolstoelen en Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV). In geval van het CVV betaalt de cliënt wel een opstaptarief en een tarief per afgelegde zone aan de vervoerder. 3. De bijdrage bedoeld in artikel 3.1, tweede lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste €19,00 per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 4 De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. pgb is gelijk aan de hoogte van het vastgestelde bedrag voor het pgb. 5.In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4. zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het Centraal Administratiekantoor CAK vastgesteld en geïnd. 6. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige cliënt.

a. de maatwerkvoorzieningen Rolstoelen; b. Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV). In geval van het CVV betaalt de cliënt wel een opstaptarief en een tarief per afgelegde kilometer aan de vervoerder. 3. De bijdrage bedoeld in artikel 3.1, tweede lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs met als maximum door de overheid vastgestelde bedrag per maand voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de wet geen of een lagere bijdrage is verschuldigd., 4. De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. pgb is gerelateerd aan de zorg in natura zoals is vastgesteld in artikel 13 van deze verordening. 5. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4. zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het Centraal Administratiekantoor CAK vastgesteld en geïnd. 6.

De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige cliënt.

Artikel 12 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen en eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken; 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

Artikel 15 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen en eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken; 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

3. Het college stelt nadere regels op met kwaliteitseisen welke gelden voor zorgaanbieders die zorg verlenen op basis van deze verordening. Artikel 22. Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1. Het college stelt ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, in de gelegenheid om voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. De adviesrol wordt ingevuld door de Adviesraad Sociaal Domein (ASD). 2. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. 3. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het eerste en tweede lid.

Artikel 25. Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1. Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, zoals bedoeld in artikel 2.1.3 lid 3 Wmo 2015, in overeenstemming met de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. 2. Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van het lid 1. 3. Het college werkt hierbij volgens het participatiebeleid ‘Via beginspraak naar inspraak’ en de participatieverordening gemeente Nuenen 2025.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16472462/2