CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie Wijkgericht werken

Gemeenteraad 17 mei 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Visie Wijkgericht werken2.204 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BESPREEKNOTITIE Commissie:

Oordeelsvormende vergadering

Datum commissievergadering:

11 mei 2023

Portefeuillehouder:

wethouder Wouters

Afdeling:

Maatschappelijke Ontwikkeling

Djumanummer

1459014

CONCEPT

Onderwerp: Visie Wijkgericht Werken Aanleiding Binnen de gemeenteraad van Nuenen is er een brede wens om te komen tot wijkgericht werken. In het coalitieprogramma ‘Samenwerken aan Nuenen 2022-2026’ is hierover het volgende opgenomen: Het opstellen van een visie op wijkgericht werken gekoppeld aan provinciale uitgangspunten kan binnen de bestaande ambtelijke capaciteit. Het uitvoeren van een pilot met een goede leercurve, vraagt om een pilot van tenminste twee jaren. De kosten voor deze pilot zijn mede afhankelijk van de wensen van de gemeenteraad. Voor het jaar 2023 is een bedrag van € 100.000 opgenomen, in 2024 is eenzelfde bedrag gereserveerd. Op 10 november 2022 is tijdens de begrotingsbehandeling de raad toegezegd de visie op wijkgericht werken in Q1 2023 voor te leggen aan de commissie. Het vaststellen van een visie op wijkgericht werken is de eerste noodzakelijke stap om te komen tot een pilot. Door middel van deze notitie wordt invulling gegeven aan de toezegging en wordt de belofte in het coalitieprogramma uitgevoerd. Inleiding De gemeente kent initiatieven zoals de combinatiefunctionaris, zorgzame buurten en kijk op de wijk. De combinatiefunctionaris verbindt onderwijs, sport, cultuur, welzijn en zorg en ondersteunt maatschappelijke initiatieven op dat gebied.

De combinatiefunctionaris draagt hiermee bij aan het versterken/verbeteren en het in stand houden van de leefbaarheid. Hierbij wordt gekeken naar wat welk gebied nodig heeft, welke vragen er zijn en samen met welke verenigingen, scholen of organisaties de vragen die leven in de wijk beantwoord zouden kunnen worden. Ook zijn er verschillende notities met betrekking tot wijkgericht werken en het aansluiten bij de participatie van inwoners. Deze initiatieven zien toe op deelgebieden van gemeentelijk beleid, zoals veiligheid, sociaal domein of openbaar groen. De gemeenteraad heeft echter nadrukkelijk uitgesproken om te komen tot nieuw beleid en hiervoor een pilot te ontwikkelen waarbij wijkgericht werken centraal staat.

Pagina 1 van 9 2017.12712

Visie Wijkgericht Werken Meedoen in Nuenen, Gerwen en Nederwetten In de gemeente Nuenen c.a. vinden we het belangrijk dat iedereen de mogelijkheid heeft om mee te kunnen doen in de samenleving, zo dichtbij en laagdrempelig mogelijk. Helaas is dit niet voor iedereen vanzelfsprekend en/of is het niet altijd mogelijk om dit op een laagdrempelige manier vorm te geven. Elkaar ontmoeten is de basis van elke samenleving, of dat nu in Nuenen of in één van onze dorpskernen is. Om te kunnen samenleven moeten mensen elkaar kunnen ontmoeten. De huidige maatschappij wordt door tal van ontwikkelingen anders ingevuld. Mensen zijn beter in staat om zelfstandig te leven, bijvoorbeeld door technologische ontwikkelingen, maar ook door de gestegen welvaart. De onderlinge afhankelijkheid is mede hierdoor sterk verminderd. Naast de vele positieve effecten hiervan treden er ook negatieve gevolgen op. Onafhankelijkheid leidt bijvoorbeeld ook vaker tot eenzaamheid of tot verlies van identiteit of betekenis. Dit heeft een negatieve invloed op de onderlinge samenhang. Toch blijft de basis van onze samenleving onveranderd; de ontmoeting met anderen leidt tot individuele zingeving en tot collectieve saamhorigheid. Onze gemeente kent gelukkig een uitgebreid en sterk verenigings- en gezelligheidsleven. Tal van partijen, van groot tot klein, organiseren waardevolle ontmoetingsmomenten tussen onze inwoners.

Dit versterkt de sociale cohesie van onze gemeenschap. Gemeenteraad, college en ambtenaren zijn hier trots op, maar beseffen ook dat dit in toenemende mate onder druk komt te staan; •

•

•

De samenleving is minder homogeen geworden en individualisering zet nog steeds door. Dat gaat ten koste van het traditionele verenigingsleven; minder mensen zijn of worden (langdurig) lid van een vereniging; Intramurale voorzieningen zijn lastig toegankelijk, hierdoor zijn onze inwoners langer aangewezen op hun eigen woon- en leefomgeving. Dat vergroot de vraag naar ontmoeten op lokaal niveau. Onder andere hierdoor lopen de Wmo-kosten voor o.a. dagbesteding op en neemt de druk op de toegang toe. De meeste inwoners hebben echter geen gespecialiseerde dagbesteding nodig, maar hebben behoefte aan een laagdrempelige plek in de eigen omgeving waar ze mensen kunnen ontmoeten, mee kunnen doen en van betekenis kunnen zijn voor elkaar en voor anderen; Kwetsbare inwoners zijn langer aangewezen op hun eigen woon- en leefomgeving. Binnen het sociaal domein richten we ons als gemeente op diverse kwetsbare inwoners, denk aan inwoners: - met financiële problemen; - in armoede; - met een minimaal belastbaar inkomen - met een grote afstand tot de arbeidsmarkt; - met lichamelijke beperkingen; - met psychische problematiek; - met verstandelijke beperkingen; - met een geen/zeer beperkt sociaal (vang)netwerk; - die zich eenzaam voelen; - die geen zinvolle dagbesteding hebben; Pagina 2 van 9

•

- met verslavingsproblematiek; - met ernstig overgewicht; - met langdurige/chronische gezondheidsklachten; - et cetera; De financieel-economische verschillen tussen inwoners nemen toe. Hierdoor zijn grotere groepen mensen niet goed in staat om bijvoorbeeld lidmaatschapsgelden van verenigingen of kosten van activiteiten te betalen. We weten dat we met ons armoedebeleid niet alle inwoners bereiken.

Door deze ontwikkelingen komen mogelijkheden voor inwoners om elkaar te ontmoeten in de knel. Terwijl het belang ervan juist toeneemt nu steeds meer inwoners met een (tijdelijke) kwetsbaarheid langer zijn aangewezen op hun eigen woon- en leefomgeving. Maatschappelijke participatie is een doel van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), daarmee zijn wij als gemeente verantwoordelijk voor het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van onze inwoners. Actief burgerschap In de huidige samenleving wordt verwacht dat we 'actief burgerschap tonen'. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) formuleert dat als de bereidheid en het vermogen om deel uit te maken van een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren. Voorafgaand aan de participatiemaatschappij was in Nederland sprake van een verzorgingsstaat. In die periode heeft de overheid juist de regie overgenomen van de inwoner. In de huidige participatiesamenleving ontplooien inwoners meer eigen initiatieven en neemt het (gevoel van) eigenaarschap voor de eigen woon- en leefomgeving onder de inwoners weer toe. Inwoners willen weer steeds vaker zelf de verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen woonen leefomgeving en de aanpak van maatschappelijke vraagstukken. Sociale veerkracht Maatschappelijke ontwikkelingen hebben dus invloed op ons als mens en als samenleving.

Hoe we als individu en als samenleving omgaan met deze veranderingen noemen we sociale veerkracht. Vanuit de provincie Noord-Brabant wordt hier veel aandacht aan besteed in het Programma Versterken Sociale Veerkracht. In dit programma wordt werkenderwijs ontdekt wat wel en niet werkt en hoe sociale veerkracht maatschappelijke opgaven kan versnellen en verduurzamen (Provincie Noord-Brabant, 2020). Het begrip sociale veerkracht gaat niet zozeer om het omgaan met tegenslagen of veranderingen in het leven die voor mensen individueel als ingrijpend worden ervaren, zoals een overlijden of het verliezen van een baan, maar om veranderingen met een bredere maatschappelijke impact. Het kan daarbij gaan om zowel plotselinge veranderingen zoals de komst van een AZC of de sluiting van een groot bedrijf (schok), als om geleidelijke veranderingen zoals; ontgroening en vergrijzing, groeiende diversiteit aan leefstijlen, de transitie van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving, de individualisering en digitalisering, maar ook de verduurzaming (energietransitie). Het begrip sociale veerkracht definiëren we als volgt: Sociale veerkracht is het vermogen van mensen en gemeenschappen om met veranderingen om te gaan en de toegang tot externe hulpbronnen die ze daarbij hebben.

Pagina 3 van 9

De onderstaande figuur toont de componenten van sociale veerkracht op diverse externe veranderingen aan, waaronder diverse ‘schokken’ en ‘geleidelijke veranderingen’. De sociale veerkracht van mensen en gemeenschappen is afhankelijk van persoonlijke hulpbronnen, sociale hulpbronnen en omgevingshulpbronnen.

Pagina 4 van 9

Het vermogen van een gemeenschap om met deze veranderingen om te gaan is afhankelijk van drie factoren. Dit zijn: • Zelfredzaamheid: de mate waarin individuen regie voeren over hun eigen leven op basis van persoonlijke hulpbronnen. • Samenredzaamheid: de mate waarin individuen hun sociaal netwerk (sociale hulpbronnen) daarbij willen/kunnen inzetten. • Community redzaamheid: de mate waarin individuen verwachten dat de groep mensen in hun directe leefomgeving (denk aan een wijk/buurt) gezamenlijk een maatschappelijke opgave aanpakt. De toegang tot hulpbronnen is uiteraard ook van belang. Dit gaat over de mate waarin mensen beschikken over bijvoorbeeld een inkomen, een sociaal netwerk of voorzieningen in de wijk. Bronnen die je veerkracht kunnen bevorderen of helpen sociale veerkracht te benutten of, omgedraaid, wanneer ze ontbreken (bijvoorbeeld werk) een rem op je veerkracht betekenen. We onderscheiden drie hulpbronnen: •

•

•

Bij persoonlijke hulpbronnen gaat het om 'het eigen kunnen'. Denk bijvoorbeeld aan het zelforganiserend vermogen van inwoners, kennisniveau, het vertrouwen in eigen kunnen en dat van de omgeving, maar ook de mate van vooruitstrevendheid en verbondenheid (Mulder, 2017). Bij sociale hulpbronnen gaat het om sociale contacten (ook digitaal), informele hulp en de mate van sociale, maatschappelijke en politieke participatie (Den Hartog, 2014). Mensen ontwikkelen zich verder door te participeren in sociale netwerken. Via die netwerken hebben ze namelijk toegang tot hulpbronnen die ze individueel niet kunnen bereiken. Omgevingshulpbronnen gaan over de directe leefomgeving en hebben betrekking op zowel voorzieningen als eigenschappen van een wijk (zoals de mate van welvaart en sociale cohesie). In de betekenis van fysieke en tastbare structuur hebben ze betrekking op de ruimtelijke verdeling van voorzieningen, mogelijkheden voor vervoer en de kwaliteit van de woonomgeving. Het gaat ook over de verbindingen en toegang tot hulpbronnen van veel verder weg die te bereiken zijn. Met verbindingen bedoelen we hier ook dat voorzieningen fungeren als ontmoetingsplek. Op die manier kan ook zogenoemd verbondenheid tussen groepen worden opgebouwd (Den Hartog en Blanken, 2014).

De mate van sociale veerkracht wordt bepaald door een samenspel van de drie hulpbronnen. Tot op bepaalde hoogte zijn hulpbronnen inwisselbaar en kunnen ze elkaar daarmee compenseren.

Pagina 5 van 9

Op het onderstaand figuur zijn de drie hulpbronnen, waaruit sociale veerkracht is opgebouwd, weergegeven. De hulpbronnen zijn daarnaast verder gespecificeerd.

Pagina 6 van 9

Invloed op de sociale veerkracht Invloed op de sociale veerkracht Het is interessant om te kijken wat de meeste invloed heeft op de ontwikkeling van sociale veerkracht. Dit is namelijk van belang om te kunnen bepalen of overheidsbeleid dit al dan niet

Pagina 7 van 9

kan versterken. Op basis van grootschalig populatieonderzoek heeft het PON onderzocht welke hulpbronnen het meest bijdragen aan de sociale veerkracht. In de onderstaande figuur is de top 10 van de meest verklaarbarre indicatoren weergegeven, met daaromheen in willekeurige volgorde de indicatoren die er eveneens toe doen. Uit de figuur blijkt dat met name persoonlijke hulpbronnen bepalend zijn voor de mate van sociale veerkracht, op de voet gevolgd door sociale hulpbronnen. Omgevingshulpbronnen blijken minder sterk direct samen te hangen met sociale veerkracht. Een grote uitzondering is sociale cohesie in de buurt of wijk, wat een sterk positief effect heeft op de sociale veerkracht. Veel van de onderzochte indicatoren hebben te maken met de buurt: de cohesie in de buurt, de binding met de wijk, sociaal contact en het vertrouwen dat mensen hebben in instanties of de medemens. Deze resultaten laten zien dat een wijk/buurtgerichte aanpak, gericht op het versterken van de cohesie, sociale contacten, vertrouwen en de binding van mensen in en met de buurt, belangrijk is voor het versterken van de sociale veerkracht. Omgevingshulpbronnen, zoals de aanwezigheid van voorzieningen en gebouwen blijken geen noemenswaardige bijdrage te leveren aan de sociale veerkracht.

Maar zodra een gebouw of plek bijdraagt aan de versterking van de cohesie in de buurt en contacten bevordert, levert het dus wel een belangrijke bijdrage aan de sociale veerkracht. Gebouwen en voorzieningen kunnen dus van betekenis zijn. Niets voor niets richten veel inwonersinitiatieven zich op het behoud en het creëren van aantrekkelijke binnen- en buitenplekken (zwaard & Specht, 2013). Visie wijkgericht werken Wijkgericht werken is een middel en geen doel op zich. Het is een middel om de sociale veerkracht van individuele inwoners en de gemeenschap in het geheel te versterken. Dit versterkt het vermogen van onze gemeenschap om met veranderingen om te gaan. De beschikbaarheid en toegankelijkheid van hulpbronnen zijn hierbij van essentieel belang. Het loont dus om te investeren in de sociale cohesie van de gemeenschap (omgevingshulpbron), dit bevordert sociaal contact (sociale hulpbron), wat een positief effect heeft op het (sociaal) vertrouwen en de binding met de buurt/wijk. Dit brengt ons tot de volgende visie op wijkgericht werken; Wijkgericht werken is een middel om de sociale cohesie in onze gemeente te versterken met als doel dat individuele inwoners en de gemeenschap beter in staat worden gesteld om te leren omgaan met veranderingen. Samenwerking tussen diverse partijen is hierbij van groot belang, waarbij we werken vanuit de behoefte van onze inwoners.

Dit doen we vanuit een faciliterende en stimulerende rol. Inwoners moeten uiteindelijk zelf in staat gesteld worden om gezamenlijk regie te voeren over hun eigen leven. Zo versterken we de kracht en weerbaarheid van onze gemeenschap. Hoe nu verder Na het vaststellen van de Visie Wijkgericht Werken wordt een pilot Wijkgericht Werken uitgewerkt. De gemeenteraad heeft op 16 maart 2023 de motie 'Pilot voor kwalitatief langer thuiswonen' aangenomen. De uitwerking van deze motie wordt betrokken bij de invulling van pilot. Voor de pilot trekt het college in totaal twee jaar uit. Hierdoor wordt de leercurve van de pilot vergroot en kan daarna worden besloten of de pilot al dan niet omgezet wordt in regulier beleid. De uitwerking van de pilot zal binnen de voorliggende visie op Wijkgericht Werken worden ontwikkeld en zal aanhaken op het versterken van de sociale cohesie, om zo de sociale

Pagina 8 van 9

veerkracht van onze gemeenschap te versterken. De pilot zal ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad.

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12639084/1