Visie Sociaal Domein - Handout
Tekst van het document
Visie sociaal domein 2024
1
Programma vanavond 1. Bestaande Visie Sociaal Domein 2. Terugblik: – Jeugdwet – Wmo 2015 (mantelzorg en vrijwilligers ondersteuning, materiële en immateriële ondersteuning, Beschermd Wonen) – Participatiewet
3. Trends en ontwikkelingen (wetgeving, financieel)
2
Proces • 14 maart Adviesraad Sociaal Domein • Proces Beeldvormende Avonden – 3 april is middels korte pitches een eerste verkenning – 2e is in mei middels speeddates met ervaringsdeskundigen en professionals om te ervaren wat de aanpak heeft opgeleverd en wat er te leren valt. – 3e is op 1 juni, na monitor Sociaal Domein waar een eerste aanzet tot een visie Sociaal Domein wordt gepresenteerd en erop gereageerd kan worden.
• Oordeelvormende avond 2-3 oktober • Besluitvormende raad op 17 oktober.
3
Doel van deze bijeenkomsten Samen een stip op de horizon plaatsen in samenwerking met diverse gemeentelijke teams over de domeinen heen, met samenwerkingspartners en de Adviesraad Sociaal Domein. Wij maken keuzes, stellen prioriteiten en bepalen met welke ontwikkelingen wij aan de slag gaan. Met als doel om een breed draagvlak, binnen de organisatie en bij onze externe samenwerkingspartners te borgen. Het nieuwe visiedocument voor het sociaal domein biedt kader. Uitvoering geven aan het sociaal domein binnen vastgestelde kaders van de gemeenteraad geeft gezamenlijk richting en focus, en hiermee ook duidelijkheid aan de ambtelijke organisatie, samenwerkingspartners en inwoners.
4
Gemeentelijke visie De gemeente Nuenen wil als regiegemeente in gezamenlijke verantwoordelijkheid met in onze gemeente actieve inwoners en organisaties garanderen dat een samenleving in stand blijft met een veilig en duurzaam woon- en leefklimaat, een solide sociale infrastructuur waaraan door iedereen kan deelgenomen en een adequate ondersteuning van waaraan door iedereen kan worden deelgenomen en een adequate ondersteuning van inwoners.
Visie Sociaal Domein Het sociaal domein in onze gemeente omvat het samenspel van taken verantwoordelijkheden en bevoegdheden van in Nuenen actieve inwoners, maatschappelijke organisaties en de gemeente die hulpbehoevenden ondersteunt, de leefbaarheid waarborgt en de participatie bevordert.
Uitgangspunten en doelen zijn aan actualisatie toe Duidelijk is dat onze oorspronkelijke uitgangspunten en gestelde doelen niet allemaal stand houden. Er is geen sprake van kostenreductie, de kracht van de zorgzame samenwerking is schromelijk overschat en op het gebied van de integrale aanpak van problemen zijn nog de nodige stappen te zetten. Een belangrijk uitgangspunt is dat investeren in het begin van de keten (preventie en normalisatie) leidt tot terugdringen van doorstroom naar het einde van de keten ( minder zware hulp door versterking van de structuren in de gemeenschap). Informele en georganiseerde hulp en preventie een effect zou hebben van uitstel of reductie van zorgkosten, afhankelijk van de zwaarte van de zorgvraag. In die zin is een deel van de professionele zorgkosten in de toekomst te voorkomen. We gaan hierbij uit dat wanneer er extra geïnvesteerd wordt in de sociale cohesie, dit een dempend effect heeft op de zwaardere zorguitgaven. Dat neemt niet weg dat Nuenen c.a. steeds verder vergrijst en dat dit ook een groeiend beroep op hulp- en ondersteuning met zich meebrengt. Uit ons eigen onderzoek komt naar voren dat de aandacht die wij geven (ook financieel) voor deze voorliggende voorzieningen achterblijft bij de verwachtingen en hier de nodige stappen nog gezet moeten worden.
In ieder geval moeten we de vraag of onze visie op het Sociaal Domein een “upgrade” behoeft bevestigend beantwoorden. Naast een herbezinning op onze oorspronkelijke visie en uitgangspunten kunnen en moeten we onze aanpak en werkwijze op een aantal punten “bijschaven”. We spreken hier bewust over bijschaven , want het onderzoek laat ook zien dat er veel goed gaat en we best trots mogen zijn op hoe wij een en ander hebben aangepakt (een opvatting die wordt gedeeld door de meerderheid van onze inwoners) . 1. Indicaties voor de Wmo zijn sinds 2015 toegenomen: dubbele vergrijzing, de invoering van de max. eigen bijdrage van €19 (v.a. 1 januari 2026 komt een nieuwe inkomensafhankelijke eigen bijdrage) en de beddenreductie psychiatrische ziekenhuizen is tussen 2008 en 2019 volgens plan met ruim 30% afgenomen, in
5
2.
3.
4.
dezelfde periode steeg echter het verblijf binnen een Beschermd Wonen setting met 50 % zijn mogelijke verklaringen. De mogelijkheden van sociale netwerken, die veel van de hulpvragen zouden moeten afvangen, zijn overschat. Bij de indicaties voor de Jeugdwet zien we sinds 2015 ook een flinke toename. Mogelijke verklaringen zoeken we in de toenemende druk op onze jongeren in een steeds complexer wordende samenleving, een voortschrijdende medicalisering, steeds mondig wordende ouders/verzorgers maar ook het succes van het CMD als laagdrempelige voorziening. Een complicerende factor is de medische verwijsroute. (Huis)artsen kunnen zonder tussenkomst van het CMD kinderen verwijzen naar gespecialiseerde vormen van jeugdhulp. De huisartsen missen echter de kwaliteitscontroles en contractmanagement die de gemeente wel doet bij een indicatie. Er zijn goede gesprekken met de huisartsen om samen te komen tot nieuwe werkafspraken die alle partijen verder helpen. Tevens zoekt de gemeente ook uit of door de inzet van vroegtijdige (lichte) hulp en het appel op de eigen kracht en het sociaal netwerk zwaardere en duurdere zorg kan worden voorkomen. Als gevolg van de toenemende indicaties zijn vanzelfsprekend ook de uitgaven voor de Wmo en de Jeugdwet sinds 2015 substantieel toegenomen.
De veronderstelling dat door het neerleggen van taken bij gemeenten de kosten van de verzorgingsstaat beperkt worden wordt in ieder geval niet bevestigd. Bij de Participatiewet zien we dat het aantal mensen in Nuenen dat gebruik maakt van een bijstandsuitkering sinds 2015 gestaag afneemt. Een belangrijk doel van de Participatiewet is mensen activeren en aan een (bij voorkeur betaalde) baan helpen. Ondanks vele goede initiatieven , zoals de arbeidsmatige dagbesteding in het GOED, onze methode aanzet en aanpak kansen en de nauwe samenwerking met de WSD, zien we dat een deel van onze cliënten blijft steken op de onderste treden van de participatieladder (het zogenaamde granieten bestand). Een probleem in onze regio is de mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt (er zijn veel onvervulde vacatures voor hoger opgeleiden; het opleidings- en ervaringsniveau van het grootste deel van onze cliënten sluit daar onvoldoende op aan).
Hoe verhoudt de gemeente Nuenen zich tot referentiegemeenten? Wat opvalt is dat in Nuenen, ondanks de hoge vergrijzingscijfers, geen significante verschillen zijn wat betreft het beroep op de Wmo (in dit verband mogen we trots zijn op de sterke sociale cohesie in onze gemeente, het vrijwilligerswerk, het aantal mantelzorgers en de bereidheid om voor elkaar de handen uit de mouwen te steken). Als we kijken naar de Jeugdwet zien we dat bij alle Jeugdzorgtrajecten Nuenen wat lager scoort dan vergelijkbare gemeenten. Conclusie We kunnen stellen dat de beoogde transformatie in het sociaal domein een zaak van lange adem is. We zullen moeten herbezinnen maar we kunnen ook bijsturen. Bij herbezinnen gaat het vooral over de gestelde verwachtingen. Die moeten naar beneden worden bijgesteld. Dat moet realistisch zijn over de zelfredzaamheid en de zorgzame samenleving. Naast herbezinnen moet en kan worden bijgestuurd. Hierbij moeten we wel aantekenen dat een aantal zaken buiten ons bereik liggen zoals de wachtlijsten in de thuiszorg en voor sommige vormen van professionele jeugdzorg en regels van overheidswege, zoals de invoering van een max. tarief voor de eigen bijdrage in de Wmo (onafhankelijk van inkomen en vermogen!). Wij zullen meer moeten naar een doelmatige aanpak. Dat effectiever en/of leidt tot grotere kostenreducties (ook in andere sectoren).
De financieringskaders zijn belemmerend voor daadwerkelijke integrale zorg en ondersteuning. De ambitie van het ambulantiseringsproces is in de praktijk onvoldoende over de domeinen heen gegaan. Integrale zorg en
5
ondersteuning is gebaat bij flexibiliteit binnen en tussen de financiële kaders. Het is onder de huidige condities mogelijk om lokaal samenhangende, passende zorg te bieden. Maar het huidige financieringsstelsel is eerder een rem dan een stimulans voor opschaling van goede voorbeelden. Er is een grondiger vernieuwing nodig binnen het Sociaal Domein en de zorg in het algemeen. Het Integrale Zorgakkoord is daar een eerste stap voor in de goede richting.
5
Transities Sociaal Domein In 2015: Jeugdwet Wmo 2015 Participatiewet Een forse uitbreiding van de gemeentelijke verantwoordelijkheden op deze terreinen met veel minder geld. De visie sociaal domein staat niet op zichzelf. De samenhang met onder andere de Woonzorgvisie, visie op leefbaarheid en de omgevingsvisie is actief gezocht. De visie Sociaal Domein vormt onder andere met de Omgevingsvisie en de woonzorgvisie zowel een bouwsteen als een verdere uitwerking voor de wat kortere termijn visie. Daarmee is de nodige afstemming en samenwerking tussen het ruimtelijk en sociaal domein gewaarborgd.
6
I Het sociaal domein 1. Wmo 2. Jeugdwet 3. Participatiewet Werk en inkomen (incl. bijzondere bijstand en armoedebeleid) II aanpalende beleidsterreinen 1. Schuldhulpverlening (incl. Toeslagen en hersteloperatie) 2. Inburgering 3. Onderwijs (inclusief leerlingenvervoer) 4. Publieke gezondheid 5. Jeugdgezondheidszorg 6. Sport en cultuur III Integrale lijnen 1 Bestaanszekerheid is rode draad 2 SPUK GALA Versterken sociale basis 3 Jeugd- en Hervormingsagenda – Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming 4 Integrale ZorgAkkoord (IZA) IV Toegang en benchmark • Toegang en intake (uitvoering) • Aanvragen, doorlooptijden en wachttijden • Klachten en bezwaarschriften V lokaal , in verbinding en preventief
7
Wettelijke kaders De wettelijke kaders zijn in beginsel de Wmo (inclusief regionale taken), de Jeugdwet en de Participatiewet. Aanpalende wet en regelgeving zijn: •Maatschappelijke opvang, •Veiligheidsbeleid, •Armoedebeleid (Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, bijzondere bijstand, etc.), •Wet Publieke gezondheid (GGD), •Wet Inburgering, •Wet passend onderwijs, Leerplichtwet, etc.).
De rijksoverheid legt meer taken bij gemeenten Ook zijn er niet-beïnvloedbare wetten waar wij als gemeente een rol in hebben. Denk hierbij aan (wettelijke) taken en ontwikkelingen op het gebied van eenzaamheid, armoede, de vraag naar (jeugd)hulp en Wmo-voorzieningen, Hervormingsagenda Jeugd, beschermd wonen, het Integraal Zorgakkoord (IZA), veiligheid, onderwijs, wonen, integratie, cultuur, sporten en bewegen. De financiële middelen stijgen niet altijd mee in hetzelfde tempo.
Voor een aantal wettelijke taken zoals Wmo, Jeugdhulp en Participatiewet geldt een zorgplicht van de gemeente voor de inwoners. Dat zijn financiële open eind-regelingen. Dit betekent dat de gemeente altijd de noodzakelijke ondersteuning moet bieden.
Het sociaal domein staat niet op zichzelf. De omgeving waar inwoners leven, wonen, werken, onderwijs volgen en ontspannen, draagt allemaal bij aan het ‘wel zijn’ van inwoners. Het is nodig om prioriteiten te stellen en de juiste focus te hebben voor de inzet van de gemeente. Zodat inwoners die ondersteuning nodig hebben, deze ondersteuning op een adequate en effectieve manier krijgen.
Voor deze visie gaat de gemeente dan ook uit van het sociaal domein waarbij we over de wetten heen kijken naar alles wat bijdraagt aan de sociale leefomgeving en het welzijn van onze inwoners, inclusief de toegankelijkheid van de gemeente en uitvoerende partners en de communicatie en informatievoorziening. Dat is ook veiligheid en je veilig voelen. En voor ons hoort daar ook sport, bewegen, kunst en cultuur bij. Sport en cultuur leveren namelijk op
8
verschillende manieren een belangrijke bijdrage aan het welbevinden van onze inwoners en de kwaliteit van leven.
Het domein van zorg en welzijn is gegroeid en sterk geïnstitutionaliseerd, heel veel verschillende organisaties bieden oplossingen voor vraagstukken uit de samenleving. Het is een grote uitdaging om de leefwereld weer ruimte te geven ten opzichte van de systeemwereld. De samenleving is ook complexer geworden, inwoners hebben meer en andere problemen en door de complexiteit staat de zelfredzaamheid van mensen in een kwetsbare positie onder druk. De samenleving is gemedicaliseerd, voor veel problemen zoekt men naar professionele oplossingen, waar voorheen oplossingen in eigen kring werden gevonden. Het realiseren en versnellen van de beweging in het sociaal domein is nodig. Omdat: 1. 2. 3.
we een sterke samenleving en zelfredzame inwoners meer in staat zijn om passende en duurzame oplossingen voor problemen te vinden. gebleken is dat meer en meer specialistische hulp niet altijd de oplossing is voor problemen. het huidige zorgstelsel onhoudbaar is geworden en in de toekomst door de vergrijzing en de daarmee gepaard gaande krapte op de arbeidsmarkt nog meer onder druk komt te staan.
Gewenste situatie
Inwoners dragen bij aan de samenleving en de ondersteuning van naasten; De systeemwereld - overheid en professionele organisaties - scheppen ruimte voor de leefwereld; maatschappelijke organisaties zetten nog meer in op het opsporen van de (onbenutte) kracht van inwoners op de ondersteuning daarbij en het versterken ervan; gemeente kijkt meer integraal naar de (aan)vragen van inwoners voor ondersteuning, kent de aanvrager, zoekt samen naar oplossingen in het gewone leven en volgt of de gewenste doelen worden gerealiseerd; zorgaanbieders kijken breder naar de vraagstukken van inwoners en zoeken vooral naar oplossingen in het gewone leven. Zij bieden zo nodig tijdelijk extra hulp en ondersteuning met het doel dat de betrokkenen zo snel mogelijk weer zelf verder kan, waarbij de gemeente op cliëntniveau als zakelijk opdrachtgever optreed; de politiek maakt dit alles nog beter mogelijk door onderdeel te zijn van het leerproces en besluiten te nemen die de beweging en het gezamenlijke leerproces faciliteren.
Om de uitdagingen aan te kunnen vraagt dit om verandering bij inwoners, partners, gemeente en politiek. De ervaring leert ook dat dit tot weerstand of ongemak kan leiden. Bij inwoners: zij krijgen niet altijd de hulp die zij vragen. Bij partners en aanbieders: op hen wordt een beroep gedaan soms andere inzet te leveren, of minder inzet. Dit kan leiden tot veranderingen in het zorglandschap en transitiekosten. Bij professionals: zij moeten anders gaan werken dan zij hebben geleerd.
8
Bij beleidsambtenaren: het beleid wordt niet meer van bovenaf gevormd, maar nog meer in samenspraak met inwoners en professionals. Bij de politiek: het ongemak in de samenleving komt soms als protest of klacht op het bord van de politiek en hoe reageer je daar dan op? De beweging betekent ook dat we proberen om de financiële middelen anders in te zetten: meer investeren in samenleving en welzijn, in preventie en lichte hulp. En minder in specialistische hulp en zorg in een instelling.
8
Leerpunten tot nu toe zijn: 1. Mismatch werkzoekenden en arbeidsmarkt; 2. Samenwerking in de arbeidsmarkregio Huis naar Werk maximaal benutten.; 3. De verwachtte toename in de bijstand na de coronacrisis bleef uit. Complexiteit van de bijstandspopulatie neem toe.; 4. Bijna verdubbeling cliënten Jeugd en Wmo; 5. Toegang CMD is laagdrempelig en toch blijft opsporen van problemen lastig (OGGZ), in de huidige structuur is zicht op ontwikkeling cliënten en of de verleende zorg werkelijk resultaat heeft is beperkt ; 6. Medische verwijsroute jeugd geeft weinig zicht op kwaliteit van zorg en de passendheid; 7. Claimgedrag versus vraagverlegenheid; 8. Preventie zorgt niet onmiddellijk voor afname van uitgaven, voorkomen is echter beter als genezen; Er is geen sprake van kostenreductie, de kracht van de zorgzame samenwerking is schromelijk overschat en op het gebied van de integrale aanpak van problemen zijn nog de nodige stappen te zetten. Een belangrijk uitgangspunt is dat investeren in het begin van de keten (preventie en normalisatie) leidt tot terugdringen van doorstroom naar het einde van de keten ( minder zware hulp door versterking van de structuren in de gemeenschap). 9. Overspannen verwachtingen van inzet eigen kracht, zelfredzaamheid en meer voor elkaar vanuit de decentrale aanpak.
Een belangrijke conclusie uit dit onderzoek was dat Informele en georganiseerde hulp en preventie een effect zou hebben van uitstel of reductie van zorgkosten, afhankelijk van de zwaarte van de zorgvraag. 10. Overbelaste mantelzorgers, grenzen aan de zorgzame samenleving
Mantelzorg: Er is een landelijke tendens dat het aantal mantelzorgers dat per zorgvrager beschikbaar is, afneemt. Het percentage stabiel houden is daarom een uitdaging. Vrijwilligerswerk: Volwassenen dat aangeeft vrijwilligerswerk te doen fluctueert (als gevolg van Corona). Landelijk is er een appel om meer uren en langer door te werken, wat een negatief effect heeft op het aantal vrijwilligers. Percentage stabiel houden is daarmee wel een uitdaging.
Minder inwoners zijn eenzaam: Met het versterken van de sociale basis en de benadering vanuit positieve gezondheid (die een betekenisvol leven centraal stelt), investeert de gemeente in het signaleren, bespreekbaar maken en aanpakken van eenzaamheid. Gezocht moet worden naar het bereik van een grote groep inwoners van jong tot oud en van psychisch kwetsbaren tot mensen met een migratieachtergrond. Wij hebben aandacht voor meer bewustwording in en meer maatschappelijke initiatief vanuit de wijken. Wij starten in 2024 met de uitvoering van het actieprogramma één tegen eenzaamheid, waarmee wij zullen aansluiten bij de landelijke aanpak “Eén tegen eenzaamheid”. Gezocht wordt naar de juiste streefwaarden percentages eenzaamheid, op welk niveau willen en kunnen wij dit tegengaan? Meer inwoners met weinig kans op regulier werk hebben een (zo nodig aangepaste) baan: Door toename van GGZ problematiek bij jongeren zetten wij in op samenwerking met
9
GGZ- en onderwijspartners en deskundigheidsbevordering van professionals. Wij begeleiden inwoners zo snel mogelijk naar werk of participatie, waarbij wij werk zien als een voorliggende voorziening voor inkomen, dagbesteding of zorg (aandacht op talent). Ook optimaliseren wij de ketensamenwerking om ons re-integratieinstrumentarium effectiever in te zetten en gaat onze aandacht uit naar het ontwikkelen van arbeidspotentieel van onze inwoners. Wij blijven binnen Dommelregio intensief samenwerken op het gebied van in- en uitstroom. Wij optimaliseren in samenwerking de keten UWV-Uitvoeringsorganisatiewerkgeversservicepunt (WSP) om ons re-integratie-instrumentarium effectiever in te zetten en betere matches naar werk te kunnen maken. Ons bijstandsbestand bestaat voor een steeds groter deel uit inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Nieuwe instroom van werkzoekenden hebben een groter achterstand omdat in een overspannen arbeidsmarkt de kanshebbers direct een andere baan vinden. Meer inwoners weten de algemene voorzieningen te vinden Wij investeren in een sociale basis infrastructuur, zodat mensen laagdrempelig kunnen werken aan gezondheid in hun wijk met wijkgericht werken. Daarbij is het van essentieel belang dat het netwerk rond inwoners goed samenwerkt, zowel formeel als informeel. Dit stimuleren en faciliteren wij vanuit subsidies en bieden van ondersteuning.
Hierin is expliciet plaats voor de inwoners en hun leefwereld. Met de dorpsondersteuner het creëren wij mogelijkheden tot ontmoeting in de wijken(zowel online als offline). Waarbij wij gericht aandacht hebben voor plekken waar inwoners te vinden zijn (natuurlijke vindplekken). Inzet van Wijk-GGD krijgt vorm. Voor mensen met GGZ-problematiek maar niet zorg hebben. Herkennen van inwoners met zorgwekkend of afwijkend psychisch gedrag om zo goed mogelijk te kunnen inschatten welke ondersteuning zij nodig hebben wordt een structurele taak van het CMD. In het verstevigen van de sociale basis past het ondersteunen van bewonersinitiatieven zoals het organiseren van activiteiten door inwoners. Er is daarom intensieve samenwerking met vele bewonersgroepen. Vanuit de toepassing van de uitgangspunten van de inclusieagenda streven wij naar een optimale toegankelijkheid van de openbare ruimte. Voorwaarde is wel dat voorzieningen betaalbaar en toegankelijk blijven.
Minder inwoners zijn aangewezen op maatwerkvoorzieningen Wmo en jeugd bij het oplossen van problemen in hun leefsituatie:
Wij geven invulling aan het Toekomstscenario jeugd en gezinsbescherming ter verbetering en vereenvoudiging van de jeugdbeschermingsketen. Dit doen wij regionaal en samen met de partners in de keten. Wij werken samen met de inwoner aan herstel van de zelfredzaamheid (en tegen eenzaamheid). Wij zijn hiermee gestart in het kader van de transformatie. Wij starten met aanbestedingen Hulp bij het Huishouden en onderzoeken of wij ook de hulpmiddelen gaan aanbesteden. Wij geven uitvoering aan de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (WAMS) die in 2025 in werking treedt. Deze wet verankert de coördinerende taak van het college van B en W als het gaat om hulp aan kwetsbare mensen met complexe omstandigheden. In Nuenen hebben wij vele woonzorgcentra en wij bouwen huisvesting voor kwetsbare inwoners (statushouders, ouderen, jongvolwassenen, inwoners met GGZ of LVB
9
problematiek etc.). Wij zien een toename van inwoners met meervoudige en complexe problematiek en in de toekomst minder beschikbare plekken in de 24-uurs zorg (beddenreductie). Dit komt ook terug in de woonzorgvisie. Daarom onderzoeken wij met onze partners hoe ondersteuning bij complexe problematiek innovatief in de wijken georganiseerd kan worden. Vanuit het nationaal actieplan dakloosheid “Eerst een thuis” maken wij in 2024 regionaal (met centrumgemeente Eindhoven) een plan van aanpak met inzet van ervaringsdeskundigheid. Lokaal sturen wij op de opzet van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvangplekken in Nuenen. Wij hebben een dekkend aanbod vanuit ons gecontracteerde aanbieders vanuit Zorg in Natura (ZiN). Zij voldoen aan zware kwaliteitseisen en worden gemonitord of zij ook werkelijk bieden wat is overeengekomen. De voorzieningen die vanuit het Persoonsgebonden budget (PGB) worden betaald worden door aanbieders geboden zonder dat de gemeente kan controleren of er werkelijk de juiste zorg wordt geleverd. De cliënt zelf dient dat te controleren. Wanneer de cliënt een PGB aanvraagt controleren wij of de aanbieder waar zij die zorg willen inkopen voldoet aan de kwaliteitseisen die wij hanteren voor de ZiN aanbieder. Zo niet, dan zijn er twee conclusies te trekken, namelijk: 1. de aanbieder kan niet voldoen aan de indicatie en 2.
het is daaruit gebleken dat de cliënt niet in staat is om een (professionele) zorgaanbieder te selecteren die de noodzakelijke hulp kan bieden. De cliënt met een PGB dient immers zelf in staat te zijn om de eigen belangen te behartigen voor de inkoop en monitoring van de juiste zorg. Als dat niet kan wijst de gemeente de aanvraag voor een PGB af.
Inwoners zijn tevreden over de re-integratievoorzieningen en maatwerkvoorzieningen Wmo en jeugd van de gemeente:
Positieve gedragsbeïnvloeding om inwoners en partners die voornemens zijn een dienst of product van de gemeente af te nemen, een afweging te laten maken of zij het product of dienst daadwerkelijk nodig hebben? Of zijn er ook andere, oplossingen mogelijk zijn. Een groter bewustzijn helpt ook bij het accepteren van besluiten om minder, andere of geen dienstverlening in te zetten. Zowel binnen de uitvoeringsteams van Jeugd als ook bij de Wmo werken wij toe naar casemanagement. De consulent is eigenaar van het proces en de realisatie van de doelen waaraan gewerkt wordt. Treedt op bij aanbieders die niet de beloofde prestaties leveren in het belang en naast de cliënt. Casemanager is zakelijk en doortastend naar de aanbieders toe om te borgen dat de ondersteuningsplannen effect hebben. De cliëntervaringsonderzoeken geven aan dat de cliënten (zeer) tevreden zijn. Wij willen echter ook weten of de inwoners die in de eigen kracht, binnen de eigen netwerk of via een algemene voorziening geholpen zijn ook werkelijk het probleem waar zij tegenaan liepen ook hebben opgelost. Zo niet waar dat aan ligt. Daarmee hebben wij zicht op de effecten van de veranderingen binnen het sociaal domein op onze inwoners.
9
Onderwerpen binnen het Sociaal Domein
Normaliseren
10
Toegang
Toegang De activiteiten op dit plaatje zijn niet limitatief. Er gebeuren nog veel meer goede dingen op vele plaatsen waarin de gemeente Nuenen vanuit verschillende rollen in bijdraagt. Soms is de gemeente aanjager, facilitator, uitvoerder of opdrachtgever.
De toegang is dan ook divers. Er zijn verschillende mogelijkheden om in contact te komen met de gemeente over onderwerpen binnen het Sociaal Domein. Participatiewet wordt binnen de Dienst Dommelvallei uitgevoerd waar inwoners ondersteuning krijgen om zo snel mogelijk (naar kunnen) werk te vinden en gedurende dat proces inkomstenondersteuning te ontvangen. Met het CMD zijn wij er in geslaagd een laagdrempelige toegang te creëren voor advies, hulp en professionele zorg. Onze inwoners, maar ook de zorgprofessionals en het onderwijs weten ons te vinden. Binnen het CMD werken verschillende disciplines nauw samen en zijn de lijntjes kort (met name tussen de Jeugd- en Wmo consulenten). Hulpvragen worden zoveel mogelijk integraal opgepakt. Het gering aantal klachten en de resultaten van verschillende peilingen onder onze inwoners bevestigen dit beeld.
Het laagdrempelige karakter van het CMD heeft ook haar schaduwzijde. Een grote toestroom leidt vanzelf tot hogere uitgaven. Ook moeten we constateren dat voor sommige inwoners de eigen verantwoordelijkheid en het opbouwen van een netwerk een brug te ver is. Een deel van de inwoners weet de weg naar het CMD niet te vinden. Meer wijkgericht
11
werken kan hierbij helpen.
Hoewel Nuenen zich kenmerkt door een grote mate van sociale cohesie zijn er grenzen aan de zorgzame samenleving. Daarbij komt dat de eigen verantwoordelijkheid bij de Wmo voor een groot deel teniet is gedaan door het besluit van de Rijksoverheid om de eigen bijdrage naar €19 te verlagen.
De verschuiving van dure geïndiceerde jeugdhulp naar eigen verantwoordelijkheid op lichtere algemene voorzieningen is onvoldoende van de grond gekomen. De jeugdhulp is te toegankelijk. Er zijn nog teveel mogelijkheden om buiten triage binnen het CMD in aanmerking te komen voor jeugdhulp.
Wat betreft de Participatiewet zouden er vervolgstappen moeten worden gezet om de samenwerking met de andere professionals binnen het CMD te verbeteren, waardoor er meer integraal kan worden samengewerkt in sommige casussen. Dat past ook binnen de uitgangspunten van de conceptwet Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein.
Op korte termijn hebben wij al verbeteringen ingezet, zoals:
Om mantelzorgers te ondersteunen en overbelasting tegen te gaan hebben wij ingezet op kortdurend verblijf en hebben wij de mogelijkheden van dagbesteding, logeermogelijkheden, maatjesprojecten, huiskamers verbreed. Het doel was om 800 mantelzorgers te bereiken. Wij hebben dat ruimschoots overtroffen met het bereiken van 966 matelzorgers.
Bij onze contractpartners, ketenpartners, netwerken, zoals zorgaanbieders, scholen maar ook huisartsen en onze inwoners hebben wij de Procedure van intake, onderzoek hulpvraag, zoeken naar passende oplossingen, ook in eigen netwerk en voorliggend veld (bij voorkeur door het CMD) uitgelegd.
Wij zijn gestart met een pilot wijkgericht werken in Gerwen.
Met regelmaat stemmen wij af en investeren in het opbouwen van een goede en intensieve relatie met (huis)artsen, zorgaanbieders en scholen. Zij zijn daarmee op de hoogte van de mogelijkheden die het CMD kan bieden en de mogelijkheden in het voorliggend veld. Dit zorgt ook de groei van nieuwe aanvragen bij het CMD door zorgbehoevenden, waarin geïnvesteerd dient te worden.
Via de Levgroep bieden wij de mogelijkheid van algemeen maatschappelijk werk. Dit kan uitgebreid worden als alternatief voor de inzet van het product begeleiding.
Bij het CMD onderzoeken wij per cliënt de mogelijkheden voor afschalen van zorg. Dat doen wij door zowel te zeken naar de mogelijkheden in het voorliggend veld als ook binnen andere wet en regelgeving. Er zijn cliënten die bijvoorbeeld niet aan hun lot overgelaten worden, terwijl er bijvoorbeeld de zorg via de Zvw betaald zou moeten worden. Daar zetten wij meer op in. Waar ondanks vele inzet van begeleiding participatie niet in zicht is en cliënt te zwaar en complex is voor de Wmo zoeken wij de contact op met het zorgkantoor om cliënt over te dragen.
11
Met de Levgroep zetten wij in op preventief jeugdbeleid door het vergroten van het bereik van het jongerenwerk, pilot inzet jeugdhulp op scholen, ouder café en prenataal spreekuur.
Met de aanstelling van de dataonderzoeker zetten wij steviger in op (steekproefsgewijs) controle op de rechtmatigheid van de inzet van de Jeugd en Wmo middelen (wordt de zorg daadwerkelijk geleverd waarvoor wij betalen, bij een verlenging van zorg: is de indicatie nog gerechtvaardigd, ligt er een onderbouwd behandelplan ten grondslag aan de inzet van een product).
De eigen kracht dient duidelijker in beeld gebracht te worden tijdens het keukentafelgesprek. Welke mogelijkheden zijn er, binnen de grenzen van wat juridisch is toegestaan. Landelijk, maar ook lokaal hebben mensen massaal afscheid genomen van de schoonmaker om vervolgens een aanvraag in te dienen bij de gemeente voor huishoudelijk hulp, omdat die met de komst van het abonnementstarief goedkoper was. Helaas komt dat niet bij een keukentafelgesprek altijd zo helder aan bod. Als dat het geval is kan namelijk een aanvraag voor huishoudelijke hulp worden afgewezen. Schoonmaker is immers een algemeen gebruikelijke voorziening. Dat mag niet leiden dat iemand wiens aanvraag is afgewezen voor een voorziening in de praktijk niet gaat redden.
Wij investeren in het opbouwen van een goede relatie met het bedrijfsleven in de regio. Vooral die bedrijven die mogelijkheden hebben voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Maak duidelijk welke mogelijkheden de Participatiewet beidt voor werkgevers (denk aan de loonkosten subsidies). Verminder daarbij zoveel mogelijk de administratieve lasten voor een potentiële werkgever.
Wij maken onderscheid tussen zogenaamde zorg cliënten en mensen in de bijstand die een gerede kans hebben om binnen afzienbare tijd uit de bijstand te geraken. Bij de eerste groep zal de aandacht primair moeten uitgaan naar een integrale aanpak van de onderliggende problematieken (zoals schuldenproblematiek, verslavingen en/of psychische stoornissen).
De toegang werken wij aan Samenkracht. Daarbij investeren wij naar een grotere mate van integrale aanpak en samenwerking op het gebied van de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet; ‘Als je vanuit de burger denkt, vind je andere combinaties misschien belangrijker.’, bijvoorbeeld maatschappelijke ondersteuning met wijkverpleging, arbeidstoeleiding met schuldhulpverlening en jeugdhulp met passend onderwijs.
11
Wet maatschappelijke ondersteuning preventief aanbod • PlusBus, Automaatje, fietsmaatje, Mobiele scootmobielpool /fietspool, rolstoelen voor winkelend publiek (slimme mobiliteitsaanbod kwetsbare inwoners) • Maaltijd- en boodschappenservice • Mantelzorglijn • Dementielijn • Parkinsoncafé Eindhoven • Kunst na kanker Atelier Balans • Huiskamerproject • Inloop GGzE de Boei • Seniorenvereniging, Vrijwillige Ouderenadviseurs, et cetera. • Et cetera
Een voorliggende voorziening betekent dat inwoners de kosten of diensten op een andere manier vergoed kunnen krijgen. Het zijn over het algemeen preventieve activiteiten die zwaardere hulp- zorg en ondersteuning voorkomen. Voor inwoners zijn voorliggende voorzieningen vaak prettiger omdat deze voorzieningen vaak eenvoudig bereikbaar zijn en hen in staat stelt om zo zelfstandig mogelijk te leven. Het aanbod voorliggende voorzieningen is divers.
12
Jeugd(hulp) preventief aanbod
• Kansrijke start • Opvoedspreekuur • Oudercafé • Weerbaarheidstrainingen • Scheidingsatlas • Join Us • Pilot CMD op de basisscholen • Versterken jongerenwerk • Et cetera
13
Ontwikkelingen 1. Hervormingsagenda Jeugd 2. Houdbaarheid Wet maatschappelijke ondersteuning 3. Breed offensief Programmaplan Participatiewet in balans 4. Aanpak armoede en schulden
Hervormingsagenda jeugd Het Rijk, zorgaanbieders, cliënten(vertegenwoordigers), professionals en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) stellen samen de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 op. Dit moet leiden tot verbetering van de hulpverlening en een financieel beheersbaar en duurzaam jeugdstelsel. De VNG en het Rijk hebben na 1,5 jaar onderhandelen in april 2023 een financieel principeakkoord bereikt voor de Hervormingsagenda. Onderdeel van deze hervormingsagenda is de beoogde aanpassingen van de Jeugdwet en de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO). Met de NvO maken gemeenten regionaal afspraken met partners over kwalitatief goede zorg, die aansluit bij behoeften van jeugdigen, ouders en gezinnen. Naast de hervormingsagenda loopt het landelijke programma 'Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming' om de jeugdbeschermingsketen te vereenvoudigen. En zijn wij lokaal en (boven) regionaal bezig met de om- en afbouw van de JeugdzorgPlus en de voorzieningen waar jeugdigen verblijven, behandeling krijgen en scholing/ werk en vrijetijdsbesteding - naar kleinere groepen.
Wij zullen deze ontwikkelingen betrekken bij beleidsontwikkeling binnen en buiten het sociaal domein. Denk daarbij aan de uitwerking van het transformatieplan, waarin al een aantal onderdelen van de hervormingsagenda worden opgepakt. Maar ook het onderwijsbeleid, de GALA-SPUK en zelfs de omgevingsvisie zullen wij langs de lat van de hervormingsagenda leggen om het op elkaar te laten aansluiten.
14
Houdbaarheid Wet maatschappelijke ondersteuning Het onderzoek naar de houdbaarheid van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) van Rijk en VNG is van belang omdat er steeds meer complexere en domein overstijgende zorgvragen zijn. Er zijn zorgen over de functionele en financiële houdbaarheid van de Wmo 2015. De Wmo is preventief op bestaande (Wet langdurige zorg en Zorgverzekeringswet) en nieuwe wetgeving (Wet versterking regie volkshuisvesting) en afspraken (Integraal zorgakkoord en het Programma Wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen). Wij willen een preventieve, integrale (wijkgerichte) aanpak vanuit de toegang en ook de vindplaatsen.
Breed offensief Participatiewet en Participatiewet in balans Van het wetsvoorstel 'Breed Offensief Participatiewet' zijn een aantal maatregelen al ingevoerd. Met dit offensief stelt het kabinet maatregelen voor om meer mensen met een beperking aan een baan te helpen en aan het werk te houden. In 2024 stelde de gemeenteraad de nieuwe verordening Re-integratie Participatiewet vast, voortkomend uit het breed offensief. In 2024 wordt het programmaplan PW in balans uitgerold. Met dit programma wil de overheid de ervaren hardheid wegnemen door vertrouwen en menselijke maat als centrale begrippen te verankeren in (de uitvoering van) de wet.
De gemeente krijgt meer handelingsvrijheid. Dit kent drie sporen; Spoor 1 betreft een wetsvoorstel met daarin een samenhangend pakket aan maatregelen waarmee de regering een eerste, stevige stap wil zetten naar een uitvoering van de Participatiewet waarbinnen vertrouwen en de menselijke maat kernwaarden zijn. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2025. In spoor 2 wordt fundamenteler gekeken naar de doelen en uitgangspunten van de wet en de wijze waarop de wet vanaf de basis opnieuw kan worden opgebouwd: de herziening van de Participatiewet. Spoor 3 omvat initiatieven om vakkundigheid van professionals in de uitvoering te versterken en de uitvoering te ondersteunen, zodat zij straks voldoende handvatten hebben om volgens de bedoeling van de nieuwe wetgeving te werken en beweging richting vertrouwen, eenvoud en menselijke maat te ondersteunen.
Aanpak geldzorgen, armoede en schulden Het Rijk streeft naar bestaanszekerheid. Daarom heeft de minister Schouten een plan van aanpak vastgesteld, dat landelijk wordt uitgerold. Concreet bevat de aanpak 44 acties, waar de gemeenten bij 19 acties de komende jaren nadrukkelijk een taak krijgen. Te denken valt aan:
14
-
financiële educatie voor kinderen en jongeren;
-
het versterken van vrijwilligers doordat vrijwilligers aangesloten zijn op de Nederlandse Schuldhulp Route.
Hoewel niet alle acties nieuw zijn (een aantal acties wordt door de gemeente al gedaan), moeten wij als gemeente nagaan of het lokale beleid nog steeds aansluit bij dit Rijksbeleid. In relatie daarmee, blijven wij ook in 2024 inzetten op het voorkomen van energiearmoede (door informatie, advies en financiële ondersteuning). Dit laatste met middelen die wij hiervoor van het Rijk ontvangen. Daarvoor is de Wet energiearmoede 2023 opgesteld. Het is vooralsnog onduidelijk of deze wet ook in 2024 zal doorlopen. Tevens hanteren wij een noodfonds.
14
Nuenen Inclusief
15
Bijschaven visie en Uitgangspunten • Meedoen ongeacht in welke fase van het leven of vanuit welke regeling dat mogelijk gemaakt wordt is basis. • Huidige visie zoveel mogelijk blijven handhaven.
16
17
Hulpbronnen Veerkracht
Sociale veerkracht Maatschappelijke ontwikkelingen hebben dus invloed op ons als mens en als samenleving. Hoe we als individu en als samenleving omgaan met deze veranderingen noemen we sociale veerkracht. Vanuit de provincie Noord-Brabant wordt hier veel aandacht aan besteed in het Programma Versterken Sociale Veerkracht. In dit programma wordt werkenderwijs ontdekt wat wel en niet werkt en hoe sociale veerkracht maatschappelijke opgaven kan versnellen en verduurzamen (Provincie Noord-Brabant, 2020). Het begrip sociale veerkracht gaat niet zozeer om het omgaan met tegenslagen of veranderingen in het leven die voor mensen individueel als ingrijpend worden ervaren, zoals een overlijden of het verliezen van een baan, maar om veranderingen met een bredere maatschappelijke impact. Het kan daarbij gaan om zowel plotselinge veranderingen zoals de komst van een AZC of de sluiting van een groot bedrijf (schok), als om geleidelijke veranderingen zoals; ontgroening en vergrijzing, groeiende diversiteit aan leefstijlen, de transitie van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving, de individualisering en digitalisering, maar ook de verduurzaming (energietransitie). Het begrip sociale veerkracht definiëren we als volgt: Sociale veerkracht is het vermogen van mensen en gemeenschappen om met veranderingen om te gaan en de toegang tot externe hulpbronnen die ze daarbij hebben.
Het vermogen van een gemeenschap om met deze veranderingen om te gaan is afhankelijk van drie factoren. Dit zijn:
Zelfredzaamheid: de mate waarin individuen regie voeren over hun eigen leven op
18
basis van persoonlijke hulpbronnen. Samenredzaamheid: de mate waarin individuen hun sociaal netwerk (sociale hulpbronnen) daarbij willen/kunnen inzetten. Community redzaamheid: de mate waarin individuen verwachten dat de groep mensen in hun directe leefomgeving (denk aan een wijk/buurt) gezamenlijk een maatschappelijke opgave aanpakt.
De toegang tot hulpbronnen is uiteraard ook van belang. Dit gaat over de mate waarin mensen beschikken over bijvoorbeeld een inkomen, een sociaal netwerk of voorzieningen in de wijk. Bronnen die je veerkracht kunnen bevorderen of helpen sociale veerkracht te benutten of, omgedraaid, wanneer ze ontbreken (bijvoorbeeld werk) een rem op je veerkracht betekenen. We onderscheiden drie hulpbronnen:
Bij persoonlijke hulpbronnen gaat het om 'het eigen kunnen'. Denk bijvoorbeeld aan het zelforganiserend vermogen van inwoners, kennisniveau, het vertrouwen in eigen kunnen en dat van de omgeving, maar ook de mate van vooruitstrevendheid en verbondenheid (Mulder, 2017). Bij sociale hulpbronnen gaat het om sociale contacten (ook digitaal), informele hulp en de mate van sociale, maatschappelijke en politieke participatie (Den Hartog, 2014). Mensen ontwikkelen zich verder door te participeren in sociale netwerken. Via die netwerken hebben ze namelijk toegang tot hulpbronnen die ze individueel niet kunnen bereiken. Omgevingshulpbronnen gaan over de directe leefomgeving en hebben betrekking op zowel voorzieningen als eigenschappen van een wijk (zoals de mate van welvaart en sociale cohesie). In de betekenis van fysieke en tastbare structuur hebben ze betrekking op de ruimtelijke verdeling van voorzieningen, mogelijkheden voor vervoer en de kwaliteit van de woonomgeving. Het gaat ook over de verbindingen en toegang tot hulpbronnen van veel verder weg die te bereiken zijn. Met verbindingen bedoelen we hier ook dat voorzieningen fungeren als ontmoetingsplek. Op die manier kan ook zogenoemd verbondenheid tussen groepen worden opgebouwd (Den Hartog en Blanken, 2014).
De mate van sociale veerkracht wordt bepaald door een samenspel van de drie hulpbronnen. Tot op bepaalde hoogte zijn hulpbronnen inwisselbaar en kunnen ze elkaar daarmee compenseren.
18
Maatschappelijke verwachtingen / wensen Ophalen •Welke ontwikkelingen geven wij extra aandacht en wat is onze gemeentelijke rol daarbij? •Wat willen en verwachten inwoners van de gemeente wanneer wij inzetten op zelfredzaamheid? •Welke maatschappelijke effecten willen wij realiseren: 1. Wat willen we bereiken, welke vraagstukken/issues zijn daarbij belangrijk (wat doen we al (goed), en wat kan beter)? 2. Hoe investeren we in deze maatschappelijke effecten (Preventie, Positieve gezondheid, etc.)? 3. Hoe meten we deze maatschappelijke effecten (tellen en vertellen)? •De antwoorden worden vertaald naar een concrete uitwerking per maatschappelijk effect in het Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein. •Integrale dan wel een uniforme toegang organiseren (Samenkracht)
Integrale samenhangende dienstverlening Integrale samenhangende dienstverlening werkt voor inwoners die te maken hebben met uitdagingen op verschillende levensterreinen. Inwoners hebben bestaanszekerheid of wel ‘de basis op orde’ nodig om in hun leven zelfredzaam te zijn en te blijven. ‘De zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen, de zekerheid van werk en van mee kunnen doen in de samenleving. Maar ook de zekerheid van een dak boven je hoofd in een geschikte en betaalbare woning. En in een veilige en prettige omgeving, met snelle en toegankelijke dienstverlening in situaties die de veiligheid bedreigen.’ (VNG & Divosa, 2021). De eerste stappen daarin zijn al gezet in bijvoorbeeld de samenwerking met tal van contractpartners in de zorg via de regionale overlegvormen, bijvoorbeeld de Publieke Gezondheid, Jeugdgezondheidszorg, Jeugdwet, Beschermd Wonen, Integrale Zorgakkoord (IZA), Dommelregio rond participatiewet et cetera. Integraal werken is een van de uitgangspunten van Samenkracht dat een structuurverkenning van de toegang is. Integraal werken betekent: in samenhang en afstemming; domein-overstijgend samenwerken; effectieve en efficiënte hulp en ondersteuning bij (hulp)vragen van inwoners; dichtbij en ter preventie van (of escalatie van) problemen; gericht op het zo snel mogelijk, eenvoudig en duurzaam mogelijk oplossen van (meervoudige) problemen.
Voor integrale dienstverlening zijn van belang een gelijkwaardige samenwerking, relationele continuïteit en een voorkeur voor duurzame relaties tussen tal van organisaties, instellingen, verenigingen, inwoners en bedrijfsleven en de gemeente Nuenen. Bij de ontwikkeling van een Integrale Visie Sociaal Domein is samenwerking en afstemming van cruciaal belang. Er is integrale samenwerking nodig binnen de gemeente (tussen de
19
verschillende beleidsvelden, Werk & Inkomen, CMD en LEVgroep), en samenwerking met externe gecontracteerde en niet gecontracteerde (zelf)organisaties, instellingen, verenigingen, inwoners en bedrijfsleven (lokaal en wanneer nodig regionaal). Via onderstaande projectstructuur wordt de Integrale Visie Sociaal Domein ingericht. Intern De bestuurlijke opdrachtgever van de Integrale Visie Sociaal Domein is de wethouder met de portefeuille Beleid Sociaal Domein, Niels Wouters. De ambtelijk opdrachtgever is de secretaris Marike Arents. Voor de opzet van het Uitvoeringsplan en uitvoering daarvan wordt een projectteam ingericht, bestaande uit één projectleider (teamleider CMD), drie beleidsadviseurs, twee uitvoerende medewerkers, één jurist, één projectmedewerker en één communicatieadviseur. Dit projectteam komt wekelijks bijeen om de voortgang te bespreken. De interne medewerkers fungeren als ambassadeur voor de Integrale Visie Sociaal Domein naar het college en de raad, managementteam en teams. Het ambassadeurschap houdt in dat alle projectteammedewerkers, ieder op zijn ‘eigen-wijze’, over de voortgang van het project ‘Integrale Visie Sociaal Domein’ verslag doen intern en extern. Zij zijn: De toegang naar interne en externe ketenpartners; Verspreider van informatie intern en extern (o.a.
delen van de voortgang in de overleggen van hun eigen teams); Vertaler van feedback geleverd door interne en externe ketenpartners; Bewaker van het concept (doel/doelstellingen). De projectleider bespreekt tweewekelijks de voortgang met de verantwoordelijke wethouder (altijd vergezeld van de senior beleidsmedewerker) en de manager Maatschappelijke Ontwikkeling en is de linking-pin tussen bestuurlijke opdrachtgever en projectteam. Daarnaast wordt tijdens reguliere portefeuillehouder overleggen met de desbetreffende verantwoordelijke wethouders de voortgang besproken (door de senior beleidsmedewerker). Aandachtspunt: Met name in het participatietraject is ook inzet nodig van communicatie, LEVgroep, Wmo en Jeugdteam, Werk & Inkomen, Uitvoerende Teams buiten het projectteam. Dit is al wel aangestipt, maar behoeft richting deze medewerkers verdere concretisering. Naast de uitvoering worden ook collegae van de ruimtelijke fysieke domein, economische zaken en arbeidsmarktbeleid bij de organisatie van de participatieactiviteiten betrokken. Ook de adviesraad sociaal domein en zoveel mogelijk inwoners willen wij betrekken bij de Integrale Visie Sociaal Domein. Van de portefeuillehouders wordt een actieve bijdrage verwacht door sommige bijeenkomsten bij te wonen en door in gesprek te gaan met bepaalde groepen.
Extern Extern wordt samengewerkt met tal van formele en informele organisaties, instellingen, verenigingen, inwoners (georganiseerd: cliëntondersteuning, Vrijwillige Ouderenadviseurs, Oud is In, WLG, CONN, Synergiek, PVGE, et cetera, maar ook ongeorganiseerd) en bedrijfsleven. Sommige van hen zijn verenigd in de Winkeliersverenigingen of ondernemersverenigingen. Tevens vragen wij onze participatiecoach hierin ons bij te staan. Het projectteam is verantwoordelijk voor de realisatie van een Integrale Visie Sociaal Domein die is afgestemd met organisaties, instellingen, verenigingen, inwoners en bedrijfsleven.
19
Hoe hoog is ons Serviceniveau? • Keuze raad • Inventariseren van maatschappelijke effecten die de gemeente Nuenen wil bereiken? Wat is de focus voor deze visie? Wil de gemeente een ‘faciliterende en stimulerende gemeente’ zijn, of een ‘regisserende, presterende, netwerkende gemeente’ zijn? • Wat voor rol kiest de gemeente bijvoorbeeld bij: - terugdringen eenzaamheid, - vergroten zelfredzaamheid en doe-vermogen, - stimuleren eigen kracht en veerkracht, - inclusieve samenleving, - de inwoners centraal, et cetera.
Trends Door bezuinigingen vanuit het Rijk voorziet ook de gemeente Nuenen in 2026 (het zogenaamde ‘ravijnjaar’) fors minder middelen, terwijl de kosten, zowel lonen als materiele kosten, stijgen. Het Rijk kort de gemeenten structureel met 3 miljard euro via de algemene uitkering. De gemeenteraad wil niet tornen aan het serviceniveau binnen het Sociaal Domein. Bestaanszekerheid en kansengelijkheid zijn centrale thema’s. Uit onderzoeken blijkt dat inwoners in de knel raken in en door het huidige systeem. Het vertrouwen in de overheid heeft schade opgelopen. Inwoners voelen zich krachtiger als ze er niet alleen voor staan in de uitdagingen van deze tijd. zich gezien voelen, gehoord en geholpen worden is voor hen een eerste belangrijke stap die hen kan helpen om weer mee te doen in de samenleving. Waar voorheen mensen in de bijstand vooral last hadden van de hoge energietarieven en prijsstijgingen, zien wij nu ook dat zelfs mensen met 250 % van de bijstandsnorm het financieel niet meer rond krijgen om in de basis te voorzien. Een groep inwoners leeft in armoede. Bij blijvend hoge energieprijzen en andere vaste lasten kunnen volgens het CPB tussen de 670.000 en 1,2 miljoen huishoudens moeite krijgen met het betalen van hun maandelijkse lasten. Stress daarover leidt tot verslechterde gezondheid en soms ook tot spanning in gezinnen en bij de opvoeding van kinderen.
Mensen voelen zich buitengesloten omdat zij op veel fronten niet mee kunnen doen in de samenleving.
Dubbele vergrijzing
20
Nuenen kent dubbele vergrijzing. De vergrijzing zorgt voor zowel meer inwoners met een zorgbehoefte als minder personeel die die zorg kan bieden. De groep 65-plussers wordt groter en de ouderen worden gemiddeld ook ouder. Het aantal inwoners onder 65 jaar wat voor hen kan zorgen neemt daarbij af. Hierbij verwachten we een toenemende vraag naar ondersteuning op allerlei levensgebieden, gericht om het langer zelfstandig thuis wonen mogelijk te maken. Tegelijkertijd neemt ook de druk op mantelzorg en de vraag naar informele zorg toe. Ook verandert de samenstelling van huishoudens en gezinnen, waarbij we meer kleine en eenpersoonshuishoudens zullen zien, onder andere door de vergrijzing. De samenstelling van de bevolking van Nederland is de afgelopen decennia aanzienlijk veranderd en die ontwikkeling gaat door.
Met stijgende aanbod van kleinschalige woonzorgcentra waar cliënten buiten Nuenen als nieuwe inwoners op af komen versterkt dat nog meer, zonder dat het zorg- en welzijnsbudget gelijk stijgt. Ook dienen mensen in zo’n woonvorm zich bij een huisarts inschrijven, maar die zit er niet op te wachten. Woonzorgcentra houden in hun verdienmodel niet altijd rekening met de specialistische zorg die soms nodig is. Zorgpersoneel is ook moeilijk te vinden en drukt verder op de Wmo-zorg. Er is een nijpend woningtekort voor starters en speciale aandachtgroepen zoals mensen die uitstromen uit (zorg)instellingen en statushouders.
Ravijnjaar 2026 Vanaf 2026 rekent twee op de drie Nederlandse gemeenten op rode cijfers. Dat komt vooral doordat in 2026 de bijdrage van het Rijk voor het gemeentefonds in totaal met drie miljard euro krimpt. Daarom wordt dat jaar nu al bestempeld als een ravijnjaar. De meeste gemeenten balanceren op de rand van het ravijn. Gemeenten doen er volgens Binnenlandse Zaken goed aan de extra miljoenen die ze de komende jaren van het rijk krijgen in een spaarpotje te stoppen. De opbouw van zo’n tijdelijke financiële buffer zou ze door het magere jaar 2026 heen moeten kunnen helpen (minister Bruins Slot van Binnenlandse Zaken (BZK) aangereikt in de Contourennota financieringssystematiek decentrale overheden). Ook Nuenen gaat uitdagingen tegemoet.
Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Beschermd Wonen wet rond de woonplaatsbeginsel (invoering per 1 januari 2025): Woonplaatsbeginsel en nieuw verdeelmodel middelen. Deze zorgen ervoor dat elke gemeente voortaan verantwoordelijk is voor de ondersteuning van de eigen inwoners. En dat elke gemeente ook passende middelen ontvangt om te zorgen voor beschermd thuis en beschermd wonen voor haar inwoners. Transitie “van beschermd wonen naar een beschermd thuis”. Voor mensen met psychische problemen wordt het daardoor vaker mogelijk thuis of in de eigen woonplaats te blijven wonen, met ambulante ondersteuning. Verhuizing naar een instelling voor beschermd wonen zal minder vaak nodig zijn.
Denken vanuit de inwoner, vanuit wat wel kan
20
Aandacht hebben voor de talenten en kunnen uitdiepen van de mogelijkheden. Vanuit de vraag in plaats van het aanbod. Niet zorgen voor, maar zorgen dát het zelf lukt. En ook meer denken vanuit ondernemend partnerschap met de aanbieders.
In het Coalitieprogramma 2022-2026 ‘Samen Werken aan Nuenen’ geeft het college richting aan de koers in het sociaal domein: “coalitiepartijen vinden dat iedereen die dat nodig heeft, tijdig en de juiste zorg ontvangt. Hierin is preventie, zicht en grip op de uitgave belangrijk’. Het college wil: “…in ons coalitieakkoord wordt stevig ingezet op de sociale en dus menselijke aspecten waar we als gemeentebestuur van waarde kunnen zijn. Er samen zijn waar dat nodig is en zo in elke wijk aandacht hebben voor elkaar, is voor ons uitgangspunt van handelen.” Wij bouwen aan een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen. Met gelijke kansen voor iedereen en bestaanszekerheid voor onze inwoners. Op die manier gaan we een tweedeling in onze samenleving tegen. Dat doen we allereerst door de sociale verbanden en netwerken in onze samenleving. Zo bouwen we aan een sociale basis waar mensen op kunnen terugvallen als ze hulp nodig hebben.
Nederland wordt steeds diverser. Diversiteit gaat over alle soorten verschillen die we met elkaar kunnen ervaren. Over de meer zichtbare verschillen zoals huidskleur, manvrouw, leeftijd en de onzichtbare verschillen zoals: gender, religie, cultuur, karakter, overtuigingen en politiek. Kortom, diversiteit gaat over alle verschillen tussen mensen. Deze veranderingen stellen de inwoners en daarmee de samenleving voor de uitdaging van inclusie zodat iedereen kan deelnemen en bijdragen aan de samenleving ongeacht of dankzij deze verschillen. De dubbele vergrijzing en de toenemende diversiteit zorgen er daarnaast voor dat er een groter beroep wordt gedaan op het medische domein (zoals huisartsen en GGZ). Daar werkt ook de opkomende groei aan (kleinschalige) woonzorgcentra waar veelal bewoners van grote drukke steden vandaan komen om rust en structuur binnen Nuenen te vinden. Nuenhemhuis (met optie op een tweede locatie), Vinkenhofjes, Nuenen West et cetera. Minder mensen roken en meer mensen bewegen, maar overgewicht in alle leeftijdscategorieën neemt toe en jongeren ervaren meer mentale druk. Inwoners die in een lagere sociaaleconomische situatie verkeren of die met fysieke, psychische of sociale problematiek te maken hebben, lopen meer risico op gezondheidsachterstanden. Het gaat hierbij om volwassenen, maar ook om kinderen en jongeren.
Er is een toename van mentale problematiek onder jongeren na de COVID periode. Met name jongeren vanaf 12 jaar dreigen vast te lopen. De wachtlijsten voor hulp zijn lang waardoor hulp niet snel mogelijk is en de problemen ondertussen groter worden. De vraag naar zorg stijgt sneller dan het aanbod. Dit heeft invloed op de toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg. Er is al jaren meer aandacht voor de gezonde leefstijl. Een gezonde leefstijl is belangrijk voor de kwaliteit van leven en voor het kunnen participeren in de maatschappij. Dit geldt voor alle inwoners van jong tot oud. Nuenen kent vele vormen van onafhankelijk en zelfstandig georganiseerd samenzijn. Er zijn verschillende samenlevingsvormen, wonen, geloof, sporten, zonder of minder bemoeienis van de overheid of anderszins. Deze hoge mate van participatie geldt met name voor een grote groep inwoners met wie het relatief goed gaat. De inwoners waar het minder goed mee
20
gaat en die toenemende problemen hebben, zijn minder in staat om dit zelf op te lossen en verwachten dat de overheid voor hen juist de problemen oplost. De vraag is wel of de overheid daartoe altijd in staat is, door bijvoorbeeld het gebrek aan middelen en/of uitvoeringskracht. Problemen in diverse levensfasen en bij ingrijpende gebeurtenissen in het leven, zijn onderdeel van het leven en kunnen niet altijd voorkomen of opgelost worden. Het is zaak om ons dat met elkaar te realiseren, te accepteren en te normaliseren. De relatie tussen overheid en inwoners verandert. Meer inwoners stellen zich kritischer op richting overheid als gevolg hiervan. Het vertrouwen dat de overheid er is voor de inwoners die bescherming nodig hebben, is voor velen niet meer vanzelfsprekend. Het vermogen van een gemeenschap om met deze veranderingen om te gaan is afhankelijk van drie factoren. Dit zijn:
Zelfredzaamheid: de mate waarin individuen regie voeren over hun eigen leven op basis van persoonlijke hulpbronnen.
Samenredzaamheid: de mate waarin individuen hun sociaal netwerk (sociale hulpbronnen) daarbij willen/kunnen inzetten.
Community redzaamheid: de mate waarin individuen verwachten dat de groep mensen in hun directe leefomgeving (denk aan een wijk/buurt) gezamenlijk een maatschappelijke opgave aanpakt
Visie Wijkgericht Werken Wijkgericht werken is een middel om de sociale cohesie in onze gemeente te versterken met als doel dat individuele inwoners en de gemeenschap beter in staat worden gesteld om te leren omgaan met veranderingen. Samenwerking tussen diverse partijen is hierbij van groot belang, waarbij we werken vanuit de behoefte van onze inwoners. Dit doen we vanuit een faciliterende en stimulerende rol. Inwoners moeten uiteindelijk zelf in staat gesteld worden om gezamenlijk regie te voeren over hun eigen leven. Zo versterken we de kracht en weerbaarheid van onze gemeenschap.
Risico’s: Er zijn factoren die van invloed zijn op deze uitvoering, bijvoorbeeld:
Personele vraagstukken in de zorgsector en doelgroepenvervoer (taxibranche)
Onzekerheid in Rijksmiddelen en financiële middelen stijgen niet altijd in hetzelfde tempo mee met de opgaven behorende bij de trends en ontwikkelingen.
Kostenstijgingen (binnen de Wmo vooral door hoge indexeringen als gevolg van CAO’s binnen zorgsector en taxibranche en hoge kosten voor grondstoffen)
Nieuwe wetsvoorstellen in sociaal domein zoals Wet aanpak meervoudig problematiek sociaal domein, Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen en Wet reikwijdte jeugdhulp.
Investeer in het voorliggend veld. Volgens onderzoek in Nuenen van Good2Consult, maar ook landelijke onderzoeken, zoals die door het NCJ (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid ‘Kosteneffectiviteit van de Jeugdgezondheidszorg’ & ‘Investeren in opvoeden en opgroeien loont’) zijn uitgevoerd leveren voorliggende voorzieningen in
20
Nuenen naar verwachting ruim het dubbele op van het subsidiebedrag (aan de LEV groep), middels een besparing op professionele zorgkosten. Georganiseerde hulp en preventie - via lokale initiatieven of verenigingen met behulp van vrijwilligers - kan een concrete oplossing bieden voor hulpvragen die vaker voorkomen, mits er sprake is van een zekere schaalgrootte en passend aanbod voor de doelgroep. Voor lichtere zorgvragen op het gebied van praktische hulp en ontmoeting is informele hulp en beschikbaarheid van eenvoudig toegankelijke voorzieningen wenselijk. Investeren in preventie van roken, overmatig alcohol gebruik en obesitas in combinatie met weinig lichaamsbeweging loont (aldus PWC onderzoek ‘Prevention Pays’). Een ongezonde levensstijl alleen al zou volgens PwC verantwoordelijk zijn voor eentiende van alle gezondheidskosten. Ook uit het onderzoek van het NJI (Nederlands Jeugdinstituut: ‘Potentie van Preventie’) De uitdaging ligt in het ontwikkelen van initiatieven hiervoor. Daar horen ook locaties bij en laagdrempelig gebruik.
Alternatieve woonvormen ouderen: er moet goed worden gekeken naar ouderen die te goed zijn voor het verpleeghuis, maar wel ernstige problemen hebben en zich thuis moeten zien te redden. Bij gebrek aan alternatieve woonruimten blijven ouderen vaak zitten in hun veelal niet aangepaste huizen wat onder meer tot gevolg heeft dat het beroep dat wordt gedaan op dure woningaanpassingen de pan uit rijst. Stimuleer daarom de bouw van (betaalbare)woonvormen voor ouderen (zeker gelet op de vergrijzing geen overbodige luxe).
Bij de bouw of grootschalige renovatie. Bij de woonvormen voor ‘specifieke doelgroepen’, ‘zorgwoningen’ en gelabelde woningen (bijvoorbeeld gebouwd conform levensloopbestendig/woonkeureisen), mag geacht worden dat er voorliggende – of algemeen gebruikelijke voorzieningen aanwezig zijn. Om dat aan te geven is er een ‘Overzicht van wooncomplexen’ te maken in samenwerking met de brandweer, die dat overzicht al moet hebben uit veiligheidsoverwegingen. Per woonsoort is er op grond van wettelijke voorschriften, algemeen aanvaarde regels of contractuele bepalingen geldende vereisten, waaruit de compensatie, buiten de Wmo, voorzien dient te worden. Vanaf circa 1990 zijn het zogeheten “aanpasbaar bouwen” en het “seniorenbeleid” min of meer standaard geworden. Het wordt redelijkerwijs als normaal beschouwd dat in gebouwen vanaf circa 1990 rekening is resp. wordt gehouden met de behoeften van personen met beperkingen en ouderen. Bij woongebouwen van (ver) voor circa 1990 ligt dat anders. Bij woongebouwen vanaf circa 1990 zal de gemeente in zijn algemeenheid gesteld dus ook minder snel een woonvoorzieningen in een gemeenschappelijke gedeelte vergoeden op basis van de Wmo dan bij een woongebouw ouder dan circa 1990.