Toelichting Verordening Jeugdhulp 2026
Tekst van het document
Toelichting Verordening Jeugdhulp 2026 Artikel 1 Definities In artikel 1 worden de begrippen gedefinieerd die van belang zijn voor het begrip van deze verordening. De definities zijn niet volledig omdat de wet veel definities kent die ook gelden voor deze verordening. • Individuele en overige voorzieningen als genoemd in artikel 2.9, onder a, van de wet zijn hier gedefinieerd omdat de wet hiervoor geen definities geeft. • De definitie van ‘andere voorziening’ is de voorziening als bedoeld in artikel 2.9, onder b, van de wet. Het gaat om voorzieningen op grond van andere wetten dan de Jeugdwet. Bijvoorbeeld de jeugdgezondheidszorg die door jeugdartsen en verpleegkundigen wordt geboden in scholen en consultatiebureaus het kader van de Wet publieke gezondheid. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent diverse begripsbepalingen die voor deze verordening van belang zijn. • Onder ‘besluit’ wordt verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. • Een ‘beschikking’ is een besluit dat niet van algemene strekking is, dus op een individu gericht, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan. • Artikel 7:1 van de Awb regelt dat een belanghebbende eerst bezwaar moet maken bij het college voordat beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter.
• Artikel 8:1 vermeldt dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. • Artikel 9.1 van de Awb regelt dat iedereen het recht heeft om over de wijze waarop een bestuursorgaan zich ten opzichte van hem of een ander heeft gedragen, een klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan. Artikel 2 Vormen van jeugdhulp Dit artikel is een uitwerking van artikel 2.9, onder a, van de Jeugdwet. Hierin is bepaald dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en overige (jeugdhulp)voorzieningen. Lid 2 verwijst naar de Producten Diensten Catalogus. Hierin zijn alle beschikbare voorzieningen opgenomen. Artikel 3 Toegang via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts Dit artikel regelt de wijze waarop het college omgaat met de toegang via de huisarts, medisch specialist en jeugdarts tot de jeugdhulp zoals geregeld in artikel 2.6, eerste lid, onder g, van de wet. De huisarts, medisch specialist of jeugdarts kan een jeugdige of zijn ouders verwijzen naar een individuele voorziening. Omdat de gemeente verantwoordelijk is voor de levering van de voorziening, moet de verwijzing door de gemeente worden bekrachtigd in een beschikking. De gemeente zal in beginsel niet treden in het oordeel van de verwijzer.
Om te waarborgen dat aanbieders bij een verwijzing als bedoeld in dit artikel zorgvuldig bepalen wat de aard en omvang van de zorg moet zijn is in dit artikel vastgelegd dat het college een protocol opstelt waarin geregeld wordt dat de zorgaanbieder dezelfde stappen doorloopt als de lokale toegang. Het medisch verwijsprotocol is op 19 maart 2019 vastgesteld door het college. Dit protocol maakt onderdeel uit van de contracten met de aanbieders. Om dit niet alleen privaatrechtelijk maar ook bestuursrechtelijk te borgen is dit opgenomen in de verordening. Artikel 4 Toegang jeugdhulp via de gemeente Het college is het bevoegde orgaan om jeugdhulp te verlenen op grond van de wet. Een aanvraag kan op verschillende manieren worden ingediend. Het college registreert van alle aanvragen de ontvangstdatum. De aanvrager ontvangt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag een beslissing. Een beslissing wordt
1
altijd vastgelegd in een beschikking. In spoedeisende gevallen wordt zo snel mogelijk besloten over een tijdelijke individuele voorziening. Artikel 5 Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren In lid 1 is vastgelegd dat zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen zes weken een onderzoek uitgevoerd wordt. De wijze waarop is niet nader bepaald, meestal is dit in de vorm van een gesprek met de jeugdige en/of zijn ouders/verzorgers. In lid 2 is bepaald dat het college in overleg met de jeugdige of zijn ouders alle voor het gesprek nodige gegevens verzamelt. Niet alle gegevens zijn toegankelijk voor de gemeente, bijvoorbeeld medische gegevens. Er is toestemming nodig om deze gegevens op te vragen. In lid 3 is de mogelijkheid tot het maken van een familiegroepsplan uitgewerkt. Wanneer ouders samen met hun netwerk een familiegroepsplan opstellen wordt optimaal gebruik gemaakt van de eigen kracht rondom een jeugdige. In lid 4 staat dat ouders actief worden geïnformeerd op de mogelijkheid van gratis onafhankelijke cliëntondersteuning. In lid 5 is vastgelegd dat bij het onderzoek de identiteit van de jeugdige en/of zijn ouders wordt vastgesteld. In lid 6 is bepaald waar het college onderzoek naar doet. Het betreft altijd maatwerk, wanneer de jeugdige al bij de gemeente bekend is hoeven niet alle onderwerpen behandeld te worden.
Uitgangspunt is steeds de eigen kracht van jeugdigen, ouders en hun netwerk. Het uitgangspunt van de wet is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt. Een voorziening kan nodig zijn om de vaardigheden van de jeugdige, zijn ouders en de naaste omgeving te versterken. Op grond van lid 7 worden ouders gewezen op de mogelijkheid van een pgb en wordt duidelijk uitgelegd wat dit voor hen betekent. Wanneer nodig kan het college op grond van lid 8 advies inwinnen voor de beoordeling van de aanvraag. In lid 9 staat dat de uitkomsten van het onderzoek schriftelijk worden vastgelegd in de onderzoeksrapport. De jeugdige en/of ouders ontvangen een afschrift. Artikel 6 Toekenning individuele voorziening In dit artikel staat welke afwegingsfactoren het college hanteert bij toekenning van individuele voorzieningen, inclusief het pgb. Hierbij wordt gekeken hoe de eigen kracht wordt ingezet en of er gebruik gemaakt kan worden van een overige of andere voorziening. Artikel 7 Beoordeling (boven) gebruikelijke hulp en eigen kracht In de wetgeving is niet bepaald wat precies onder eigen kracht moet worden verstaan. Het begrip komt op verschillende plekken terug in de parlementaire geschiedenis.
Daaruit blijkt dat de kern is dat ouders op de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor het gezond en veilig opgroeien van hun kinderen. Hebben zij zelf mogelijkheden om de problemen het hoofd te bieden, dan is een voorziening niet nodig. Het is aan gemeenten overgelaten om dit begrip verder in te vullen. Op grond van rechtspraak van de CRvB moet de gemeenteraad in de verordening uitleggen wat eigen kracht is, welke voorwaarden daarbij gelden en wat de afwegingsfactoren zijn om dit vast te stellen. In dit artikel is beschreven wat wordt verstaan onder gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp en eigen kracht. Artikel 8 inhoud beschikking In dit artikel staat welke gegevens minimaal in de beschikking moeten staan. Artikel 9 Regels voor pgb In het eerste lid is aangesloten op artikel 8.1.1 van de wet. Het college kan op grond van dit artikel een pgb verstrekken. Als aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan, is het college hiertoe verplicht. Een pgb wordt alleen verstrekt wanneer de jeugdige of zijn ouders
2
gemotiveerd kunnen aangeven dat een voorziening in natura niet passend is. (artikel 8.1.1, tweede lid, onder b). In lid 2 is uiteengezet wat wordt verstaan onder formele hulp en in lid 3 wat informele hulp is. Een pgb is nooit hoger dan de kosten van de zorg in natura (lid 4). In lid 5 is vastgelegd dat de hoogte van het pgb afhankelijk is van de vraag wie de ondersteuning levert en welke percentages van de zorg in natura dan gelden. Voor familie en sociaal netwerk geldt het minimumloon. Met ingang van 1 januari 2026 is de Regeling dienstverlening aan huis.(Rdah) gewijzigd. Dit betekent dat in bepaalde gevallen door de pgb houder werkgeverslasten moeten worden afgedragen. Dit zal vooral gevolgen hebben voor de inzet vanuit het sociaal netwerk, waarbij we voor het pgb uitgaan wordt van het minimumloon. In die gevallen moet bij de vaststelling van de hoogte van het pgb ook de werkgeverslasten worden meegenomen. Artikel 10 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, opschorting, intrekking of terugvordering Op grond van artikel 2.9 lid d moet de gemeenteraad bij verordening regels stellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening, misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. In lid 2 is wordt aangesloten op artikel 8.1.2, eerste lid, van de wet.
Dit legt de verplichting op aan de jeugdige en ouders om wijzigingen te melden waarvan redelijkerwijs duidelijk is dat zij gevolgen voor het pgb hebben. Lid 3 is geënt op artikel 8.1.4 van de wet en bepaalt wanneer een pgb herzien, opgeschort of ingetrokken wordt. In lid 6 en 7 is de mogelijkheid tot opschorting van een pgb geregeld. De Sociale verzekeringsbank (SVB) kan een betaling uit het pgb geheel of gedeeltelijk beëindigen, weigeren of opschorten wanneer het college bij de toepassing van de bij verordening gestelde regels, bedoeld in artikel 2.9, onderdeel d, van de wet, de SVB daarom verzoekt. In lid 8 is vastgelegd dat het college personen kan aanwijzen die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening. De gemeenteraad moet regels vaststellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een jeugdhulpvoorziening, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Het college kan personen aanwijzen die dit toezicht houden. Artikel 11. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Het college kan de Jeugdwet door aanbieders laten uitvoeren. Het vaststellen van de rechten en plichten van de jeugdige of zijn ouders is daarvan uitgezonderd.
Bij verordening moeten regels worden gesteld om een goede verhouding tussen de prijs en kwaliteit te waarborgen (artikel 2.12 van de Jeugdwet). Daarbij wordt in elk geval rekening gehouden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de gepaste arbeidsvoorwaarden. Om te voorkomen dat alleen de laagste prijs een rol speelt zijn in dit artikel andere aspecten genoemd waarmee bij het vaststellen van tarieven rekening wordt gehouden. Artikel 12 Cliëntondersteuning Het is van belang dat jeugdigen en ouders weten dat zij een beroep kunnen doen op gratis cliëntondersteuning. Bij het onderzoek worden ouders hierop gewezen. De eventuele kosten van de ondersteuning komen voor rekening van de gemeente. Artikel 13 Klachtregeling Klachten worden behandeld conform de Awb en de gemeentelijke verordening klachtbehandeling. Artikel 14 Privacy Het college zorgt ervoor dat wordt voldaan aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), de Uitvoeringswet AVG en de Verordening Privacy gemeente Nuenen c.a..
3
Artikel 15 Cliëntparticipatie In dit artikel is vastgelegd dat belanghebbenden worden betrokken bij het jeugdhulpbeleid. Ook cliënten worden in de gelegenheid gesteld voorstellen voor beleid te doen en te adviseren. Het college werkt hierbij volgens het participatiebeleid ‘Via beginspraak naar inspraak’ en de participatieverordening gemeente Nuenen 2025. Artikel 16 Evaluatie Hierin is bepaald dat het beleid minimaal eenmaal per vier jaar wordt geëvalueerd. Artikel 17 Doorbraakmaatregel De situatie kan ontstaan dat de Jeugdwet, andere voorzieningen binnen het sociaal domein of andere voorliggende regelingen niet voorzien in het bieden van ondersteuning aan een inwoner met een hulpvraag. Met de inzet van deze maatregel willen we voorkomen dat op termijn duurdere ondersteuning vanuit de Jeugdwet of andere regelingen binnen het sociaal domein nodig is. Het doel is dan ook om een doorbraak te forceren en zo uit een impasse te komen. Om hier uitvoering aan te geven wordt integraal naar de mogelijkheid van de inzet van deze maatregel gekeken. Het college kan nadere regels stellen om hier verder invulling aan te geven. Artikel 18 Hardheidsclausule Deze bepaling regelt dat het college ten gunste van de jeugdige en zijn ouders kan afwijken van de verordening.
Artikel 19 Inwerkingtreding en citeertitel Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening jeugdhulp 2023 ingetrokken.
4