CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen - Voor- en vroegschoolse educatie - Antwoord

Oordeelsvormende raadsbijeenkomst 21 mei 2026, gemeente NuenenBij agendapunt: Voor- en vroegschoolse educatie436 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vraag Onderwerp: Voor- en vroegschoolse educatie

Datum: 20 mei 2026

Inleiding Technische vraag over de voor- en vroegschoolse-opvang van de oordeelsvormende vergadering van 21-5-2026 Vragen: 1. 2. 3. 4. 5.

om hoeveel kinderen ging het in de oude situatie (met oude doelgroepaanduiding) en hoeveel budget? En hoeveel kinderen vallen binnen de nieuwe doelgroepaanduiding en wat is het beschikbare budget? In het verlengde van de vorige vraag: wat is het totaal beschikbare budget voor VVE? Is dat de rijksbijdrage van € 105.478,- + opgeteld de voorlopige subsidies van € 282.920,-. In totaal: € 388.398 euro? Of moeten we die 105.478 euro aftellen van de 282.920 euro? Wanneer is de SMI regeling van kracht? Wat is het risico als het voor- en vroegschoolse educatie beleid niet wordt vastgesteld op 4 juni? Komt de voor- en vroegschoolse educatie daarmee stil te liggen?

Antwoorden: 1. In de huidige situatie: in het eerste kwartaal van 2026 zijn er 39 peuters met een indicatie voorschoolse educatie. Hiervan zijn er ca vier peuters die een Sociaal Medische Indicatie hebben. Echter is dit waarschijnlijk een combinatie met een indicatie voor taalontwikkeling. Het budget voor 2026, zie derde vraag.

Pagina 1/2

2. Het aantal blijft waarschijnlijk hetzelfde. Wanneer er ook risico is op een taalontwikkelingsachterstand behouden deze kinderen hun indicatie voor voorschoolse educatie. Het budget voor 2026, zie derde vraag. 3. In het raadsvoorstel staat:

Het begrote bedrag voor subsidie voorschoolse educatie en peuterwerk is € 282.920, waarvan € 105.478 wordt bijgedragen. De eigen middelen van de gemeente bedragen dus € 177.442. Dit bedrag is niet vast, het kan variëren door het aantal peuters dat gebruik maakt van voorschoolse educatie en peuterwerk en door het inkomen van de ouders. 4. De SMI regeling moet nog worden vastgesteld door het college. Er zijn sinds enkele jaren separate middelen (€ 31.000) opgenomen in de begroting waarmee kinderdagopvang voor deze doelgroep vergoed wordt. De zorg is gewaarborgd, ook al is de regeling nog niet vastgesteld. De denkrichting is om SMI tijdelijk in te zetten en gedurende die tijd te zoeken naar een structurele oplossing. 5. Het huidige beleid dateert uit 2018. Het nieuwe beleid betreft een herijking hiervan. Daarbij worden de doelgroep en doelgroepdefinitie voor voorschoolse educatie aangepast, zodat deze aansluiten bij de indicatoren van het CBS: het opleidingsniveau van ouders, herkomst en verblijfsduur in Nederland en de taalontwikkeling van het kind. De middelen die wij vanuit het Rijk ontvangen zijn gebaseerd op deze indicatoren en bedoeld voor de inzet op deze doelgroep. Wanneer de raad besluit het beleid niet vast te stellen, blijft het huidige beleid van kracht.

Pagina 2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16972806/2